Dubbele diagnose

advertisement
Personen met ernstig meervoudige
beperkingen en personen met een dubbele
diagnose
Dubbele diagnose leidt tot een complex ziektebeeld met een impact op verschillende levensgebieden, die grote
moeilijkheden met zich meebrengt inzake behandeling en persoonlijke welzijn
Classificatie en terminologie
Evolutie binnen de theorievroming omtrent het begrip meervoudige handicap



Medisch model
o Uitgangspunt: monocausaal denkpatroon
o Classificatie
o 3-voudige indeling
 Verschillende handicaps  1 oorzaak
 Na verloop van tijd 2e handicap door 2e oorzaak
 Een bepaalde handicap  bijkomende stoornissen/handicaps
Multifactorieel model
o Accent op ongeneesbare
o Gehandicapt zijn = maatschappelijk probleem, niet identiek aan primaire stoornis
o Emancipatorische pedagogiek: individue niet langer als geïsoleerde identiteit maar als zijnde, relatief
tot het systeem waarvan hij deel uitmaakt
 Optelmodel: meer defecten geven aanleiding tot meervoudige handicap, die even groot is
als de constituerende defecten samen
 Vermenigvuldigheidsmodel: meer defecten geven aanleiding tot meervoudige handicap
maar problemen sneller in omvang toenemen
 Laddermodel: niet defecten centraa, maar concrete functioneren vd persoon
 Circuitmodel: meer handicaps beïnvloeden hele functioneren dus ook elkaar
o Definiëring:
 Meerdere functiestoornissen
 Spcecifieke hulpmiddelen al ontwikkeld
 Gevonden compensaties niet samen te hanteren
Pedagogisch model
o Kind met behoeften en interesses centraal
o Kind – opvoeder – opvoedingssituatie
o Vraag naar betekenis v gedrag = vraag wat situatie voor iemand betekend
o Handelen centraal
o Problemen in opvoeden  zoek naar juiste antwoord op gedrag v kind
o Niet relevant – grens tss enkelvoudig en meervoudig gehandicapt-zijn = arbitraire grens
Classificatie

Visueel-auditieve beperking
o Congenitale oorzaken
o Erfelijke oorzaken
1




o Ouderdomsdoofblindheid
Visueel verstandelijke beperking
Auditief verstandelijke beperking
Ernstig spraak- en taalstoornis
Ernstig motorisch-verstandelijke beperking
Personen met een ernstig motorisch-verstandelijke beperking
Omschrijving vd doelgroep
Definitie: personen met ernstige meervoudige beperking




Ernstige cognitieve beperkingen
Ernstige tekorten in sociaal aanpassingsgedrag
Ernstige tekorten v sensorisch/motorisch functioneren
Ernstige bijkomende medische problemen
Uitdagingen


Perspectief persoon
o Lage kwaliteit van interactie
o Weinig keuzemogelijkheden
o Weinig sociale netwerken
o Residentiële hulpverlening
Perspectief begeleider
o Complexiteit van ondersteuningsvraag
o Geen helder perspectief
o Personeelsverloop
Orthopedagogische aanpak
Geen pasklare oplossing
Vlaskamp: 4 kritische factoren




Lichamelijke verzorging"
Opvoedingsperspectief
Non-verbale communicatie
Aandacht voor individualisering en continuïteit vd zorg
Communicatie
 Affectieve communicatie: Conventionele expressies
 Lichaamsbewegingen: Toenadering, vermijding
 Ideosyncratische gedragingen: Uniciteit individu
Ouders als expert
 Partnerschap: ouders kennen kind het best  mening v ouders moet aangemoedigd en gerespecteerd
worden
 PAB (persoonlijk assistentiebudget): 3 niveaus in samenwerkingsproces
o Aanleveren v informatie
o Maken v keuzes
2
o
Formaliseren vd samenwerking
Opvoedingsprogramma v Vlaskamp
Activiteiten
 Doorgaans lage activering
 Basale stimulatie
o Stimulatie van motoriek, zintuigen en communicatie (somatische, vestibulaire, vibratorische)
o Vaste structuur
o Scheiding van rust en activiteit
o Rituelen
o Herhaling
o Geuren
Multisensorische omgeving
 Snoezelen
 Tast – geur – muziek
 Relaxatie – verlaging van probleemgedrag – verhoogde waakzaamheid - interactie
Expressie v plezier of onbehagen
Vlaskamp: “Behalve kwetsbaar zijn mensen met EMB ook gewoon leuke, intrigerende en bewonderenswaardige
mensen die, net zoals andere mensen, sterk van elkaar verschillend en verlangen naar goede Kwaliteit van Bestaan”
Dubbele diagnose
= Mensen die naast problemen met het gebruik v middelen ook af te rekenen hebben met een (enstige)
psychiatrische problematiek
Leidt tot een complex ziektebeeld met een impact op verschillende levensgebieden, die grote moeilijkheden met zich
meebrengt inzake behandeling en persoonlijke welzijn
3
Terminologie
Sinds 1990: samenhang v om het even welk psychiatirsch/mentaal disfunctioneren en middelenmisbruik en/of
afkhankelijkheid v middelen
De term ‘dubbele diagnose’
Moeilijkheden rond terminologie




Andere benamingen: MICA, CAMI, MISA, SAMI, …, multi-morbidity, co-occuring disorders
Het brede karakter van de term
Discussie rond As II-stoornissen (DSM)
Ontbreken van de diagnose in de DSM of de ICD
Kritiek op de term



Term is te eng
De populatie is zeer heterogeen
De term moet meer zijn dan enkel een label
Classificatie
Naast ernstige problemen in het druggebruik




een stemmingsstoornis: voornamelijk bipolaire stoornis, dystymia en majeure depressie
een psychotische stoornis: voornamelijk schizofrenie en schizo-affectieve stoornis
een angststoornis: de sociale fobie, agora-fobie, obsessief-compulsieve stoornis en post-traumatische
stressstoornis
een anti-sociale of borderline persoonlijkheidsstoornis
Volgens Luke & Mombray
Groepen
Dubbeldiagnose-cliënten
Ernst psychiatrische en
andere problemen
Ernst
alcoholgebruik
Ernst
druggebruik
Best functionerend
Laag
Laag
Laag
Ongezond alcoholmisbruik
Hoog
Hoog
Laag
Functionerend alcoholmisbruik
Matig
Hoog
Laag
Drugmisbruik
Hoog
Laag
Hoog
Functionerend polymisbruik
Matig
Hoog
Hoog
Crimineel polymisbruik
Hoog
Hoog
Hoog
Ongezond polymisbruik
Hoog
Hoog
Hoog
Volgens etiologie




Primaire psychische stoornis (cf. zelfmedicatie/supersensitiviteit)
Primair middelenmisbruik (amfetaminepsychose)
Onderliggende gemeenschappelijke factor
Bi-directionele modellen
Omschrijving vd doelgroep
Relatief nieuw probleem (eerst beschreven in 1982)
4
Toegenomen door



Beschikbaarheid middelen
Deïnstitutionalisering
Toename maatschappelijke druk en economische veranderingen
Kenmerken
 Kwetsbare groep – complex ziektebeeld
 Gedrag wordt vaak als storend ervaren
 Zwakke probleemoplossingsvaardigheden
 Geweld – contact met justitie
 Familiale problemen
 Meervoudige uitsluiting (Bryssinck)
5
Download
Random flashcards
Create flashcards