Tot op dit moment is het document niet in te zien

advertisement
2004.
Nr.
: 04.0018.
Dnst. : BOWO
Beleid gemeentegaranties corporaties.
Leiden, 27 januari 2004.
Achtergrond beleid gemeentegaranties
In dit raadsvoorstel wordt ingegaan op het gemeentelijke garantiebeleid van geldleningen ten
aanzien van corporaties. Dit beleid is de afgelopen tien jaar aan diverse veranderingen
onderhevig geweest. Deze veranderingen en voorstel tot wijziging van de beleidslijn zullen
worden uiteen gezet. In de bijlage is een verklarende woordenlijst toegevoegd voor de
financiële termen die in dit raadsvoorstel worden gebruikt. Het garantiebeleid ten aanzien van
corporaties dient formeel aan te sluiten op het gemeentebrede beleid waarin richtlijnen voor
garantieverlening worden vastgelegd. Eerdere raadsvoorstellen tot het vaststellen van
gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening hebben in het verleden niet tot
besluitvorming geleid door de discussie over de aparte positie van de woningcorporaties.
Door onderhavig raadsvoorstel kan deze discussie worden afgerond waardoor de
gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening formeel door de Raad vastgesteld kunnen
worden.
Corporaties versus niet-winstbeogende instelling (NWI)
Binnen de volkshuisvesting is er een essentieel onderscheid tussen toegelaten instellingen
(lees woningcorporaties) en niet-winstbeogende instellingen (bijvoorbeeld hofjes,
bejaardencentra en Stichting Huisvesting Werkende Jongeren (SHWJ)). Corporaties dienen zich
sinds de invoering van het Besluit beheer sociale huursector (BSSH) in 1993 achteraf te
verantwoorden over hun kerntaken. Vanaf 18 mei 1998 heeft door een wijziging in het BBSH
de gemeente geen rol meer in het uitoefenen van het volkshuisvestelijke en financiële toezicht
op corporaties. Dit toezicht is toen overgenomen door het Rijk.
Niet-winstbeogende instellingen (NWI) vallen buiten de regelgeving van het BBSH en
behoeven zich niet te verantwoorden over eventuele kerntaken. Wat betreft het garantiebeleid
is relevant dat alleen corporaties geldleningen geborgd kunnen krijgen bij de Stichting
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) en NWI’s niet. De werking van het WSW wordt
nog nader uitgelegd.
Dit raadsvoorstel zal hierdoor niet van toepassing zijn op het garantiebeleid ten aanzien van
NWI’s. Aanvragen voor gemeentegaranties ten aanzien van NWI’s zullen daarom dienen te
voldoen aan de nog vast te stellen gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening.
Tot het moment van vaststelling van deze gemeentebrede richtlijnen betalen NWI’s geen
risico-opslag. Om een inzicht te krijgen in de omvang van de garantstelling door de gemeente
Leiden ten aanzien van NWI’s is onderstaande tabel weergegeven. Het gaat per 1 januari 2004
om een geraamd bedrag aan gegarandeerde leningen van € 60 miljoen.
2
omvang geldleningen (x €1.000)
Omvang geldleningen NWI's vlg ramingen per 1 januari 2004
70000
60000
50000
Stichting Schouwenhove
40000
Overig
30000
SHWJ
20000
Bejaardencentra
10000
0
Restantbedrag per 01-01-2004
Ontwikkeling verloop garantiebeleid corporaties landelijk
Vanaf 1983 heeft de rijksoverheid zich geleidelijk ten behoeve van de verzelfstandiging van de
corporaties teruggetrokken uit de financiering van de volkshuisvesting. Bij de
kapitaalmarktleningen was het namelijk regel dat de gemeenten rente en aflossing van de
lening garandeerden. Het Rijk nam het risico dat voor de gemeente voortvloeide uit de
garantstelling steeds voor haar rekening: de zogenoemde contragarantie. Na 1989 is deze
contragarantie van het Rijk volledig komen te vervallen. Ook werden door het Rijk geen
leningen meer verstrekt.
Corporaties trekken hierdoor sinds 1983 leningen aan op de kapitaalmarkt. Daarom is in 1983
gelijktijdig het WSW in het leven geroepen voor de borging van deze leningen aan
corporaties. Hierdoor kunnen corporaties leningen aantrekken tegen gunstige
(rente)condities.
De totale externe financiering van corporaties bedroeg ultimo 2001 inmiddels ruim € 68
miljard, waarvan ruim 75% (€ 51 miljard) door het WSW wordt geborgd.
Vanaf 1 april 1994 kan het WSW bestaande overheidsrisico’s ten aanzien van financieringen
voor corporaties overnemen. Het gaat daarbij om risico’s die een gemeente loopt met
betrekking tot een lening van een corporatie, waarvan de overeenkomst van de geldlening
voor 1 april 1994 is aangegaan. Deze risico’s vloeien voort uit gemeenteleningen,
gemeentegaranties en gemeentegaranties met contragarantie van het Rijk. Bij een
gemeentelening leent de gemeente het benodigde bedrag voor de door de corporatie
gewenste looptijd en leent onder dezelfde voorwaarden, eventueel met een opslag voor
administratiekosten of voor de vorming van een risicovoorziening, door aan de corporatie. De
overname van overheidsrisico’s van voor 1 april 1994 door het WSW wordt vrijwaring
genoemd. Voor nieuwe borgstellingen die zijn afgesloten na 1 april 1994 gelden andere
financiële condities.
Naast het WSW is ook het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting (CFV) opgericht. In het
geval dat de financiële positie van de corporatie door het WSW als niet toereikend wordt
bevonden, kan de corporatie onder bepaalde voorwaarden (sanerings)steun krijgen van het
CFV. Voldoet de corporatie na sanering weer aan de kredietwaardigheidseisen van het WSW,
dan kan de corporaties alsnog in aanmerking komen voor borgingsfaciliteiten. In Leiden is om
3
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
die reden voor de toenmalige woningbouwvereniging Leiden (nu woningstichting Portaal) een
saneringsplan opgesteld geweest.
Het CFV vervult daarnaast ook de rol van financieel toezichthouder richting de corporaties
namens het rijk. Het CFV stelt daartoe elk jaar een financiële beoordeling van elke corporatie
op.
De mogelijkheid dat de financiering plaatsvindt door tussenkomst van de gemeente en wel
door middel van het verlenen van gemeentegarantie of door het rechtstreeks verstrekken van
een lening, is wel blijven bestaan. Slechts een beperkt aantal gemeente (8%) verstrekt thans
nog deze leningen of garanties. Leiden is één van deze gemeenten.
Werking WSW
Het WSW kent een drieledige zekerheidsstructuur. De primaire zekerheid wordt gevormd door
het eigen vermogen van de corporatie. De corporatie zal in eerste instantie zelf aan haar
verplichtingen moeten kunnen voldoen. Als zekerheid voor borgstelling door het WSW moet
een corporatie bezit als onderpand inbrengen. De corporatie dient bij aanmelding aan te
geven welk bezit zij hiervoor wil gebruiken. Dit bezit wordt juridisch getoetst, waarbij onder
ander wordt gekeken of de deelnemer volledig juridisch eigenaar is, of er geen hypotheekrecht
is gevestigd en of de looptijd van een eventueel recht van erfpacht voldoende is.
Daarnaast wordt door middel van een markttechnische toets onder andere naar de staat van
onderhoud gekeken en naar de marktpositie van de activa. Een financiële toets bepaalt de
waarde van het bezit. De totale waarde van het bij het WSW ingebrachte bezit in een
gemeente bepaalt de zogenoemde maximale borgingsruimte. Deze borgingsruimte geeft aan
tot welk bedrag de corporatie leningen kan aantrekken met borgstelling van het WSW. Indien
een corporatie een lening aantrekt onder borging van het WSW wordt de hoogte van de
lening in mindering gebracht op deze borgingsruimte. Alle corporaties in Leiden zijn inmiddels
deelnemer van het WSW.
De secundaire zekerheid wordt gevormd door het vermogen van het WSW. De WSW staat
borg voor leningen die door deelnemers worden aangetrokken. Om aan deze eventuele renteen aflossingsverplichtingen te kunnen voldoen beschikt het WSW over een zogenoemd
risicovermogen van € 257 miljoen (eind 2001). Indien dit risicovermogen daalt onder het
garantieniveau (€ 128 miljoen), heeft het WSW de plicht obligo’s op te vorderen die de
deelnemers verplicht hebben aangehouden. Het totaal bedrag aan obligo’s bedroeg eind 2001
ruim € 1,5 miljard. Het WSW kan zich echter door het gevestigde regresrecht bij een
borgstelling ook altijd verhalen op het desbetreffende bezit van een corporatie. Daarnaast
heeft het WSW ook de mogelijkheid zich te verhalen op de overige delen van het bezit en/of
inkomsten.
De tertiaire zekerheid bestaat uit de zogenoemde ‘achtervangpositie’ van het Rijk en de
gemeenten op basis van een 50/50-verdeling. Alle gemeenten in Nederland die een
achtervangpositie hebben ingenomen, ieder naar rato van de hoogte van het bedrag waarvan
zij in de achtervang staan, en het rijk nemen ieder 50% van de achtervang op zich. Van deze
achtervang zal pas gebruik worden gemaakt indien het garantievermogen van het WSW onder
het garantieniveau daalt, ondanks gebruik van het regresrecht en de obligo’s. In dat geval
4
zullen gemeenten en het rijk renteloze leningen verschaffen aan het WSW. De
achtervangovereenkomst wordt door het Rijk en gemeente aangegaan voor de looptijd van de
exploitatie van het bezit. Dit betekent dat ook bij herfinanciering de deelnemer en het WSW
aanspraak kunnen doen op de achtervang. Het betreft hier immers een in het verleden
aangegane verplichting. De kans dat het WSW de achtervangers zal aanspreken om deze
renteloze leningen te verstrekken is door de omvang van het huidige garantievermogen zeer
klein. Sinds de oprichting in 1983 is het WSW nog nooit aangesproken op zijn
borgverplichting.
Door de achtervang van het rijk en de gemeenten wordt de garantiestructuur van de sector
door De Nederlandsche Bank zo betrouwbaar geacht, dat financiering onder borging van het
WSW solvabiliteitsvrij is. Dit betekent dat een financier geen eigen vermogen hoeft aan te
houden tegenover kredieten die aan woningcorporaties onder borging door het WSW
verstrekt worden. Hierdoor kan de kredietverlening goedkoper plaatsvinden dan indien wel
eigen vermogen moet worden aangehouden. Dit noemt men een Triple A-rating.
Het WSW brengt voor de garantstelling van nieuwe borgstellingen vanaf 1 april 1994 kosten in
rekening gelijk aan een disagio van 0,25% tot 0,6%, afhankelijk van de gemiddelde looptijd van
de lening conform onderstaande tabel. Iedere corporatie heeft bij aanmelding eenmalig een
tariefgroep moeten uitkiezen. Iedere tariefgroep heeft haar eigen specifieke voor- en nadelen.
Bij tariefgroep 1 is bijvoorbeeld bij herfinanciering opnieuw disagio verschuldigd.
Looptijd aflossingsschema
25 jaar of langer
10 – 25 jaar
10 jaar of korter
Tarief 1 in % (gekozen
door SLS en Ons Doel)
0,6
0,5
0,3
Tarief 2 in % (gekozen door
overige corporaties)
0,4
0,3
0,25
Naast dit disagio zijn corporaties dus verplicht een obligo (voorwaardelijke verplichting op de
balans) aan te houden. Dit obligo bedraagt 3,75% van de hoofdsom van het aangetrokken
bedrag onafhankelijk van de looptijd. Deze obligo's zullen leiden tot een verplichte
aanvullende storting door de deelnemers indien de aanspraken op het WSW daartoe
noodzaken.
Rekenvoorbeeld effect disagio op huurprijs
Stichtingkosten sociale huurwoning € 200.000,-Disagio 0.6 % met een looptijd van 25 jaar levert een extra aanvangshuur per maand
van € 4,--.
Disagio 0.25% met een looptijd van 10 jaar levert een extra aanvangshuur per maand
van € 4,2.
Vanaf medio 1999 is het mogelijk om, al voordat met financiers concrete afspraken worden
gemaakt over een leningen, een achtervangovereenkomst met de gemeente aan te gaan in de
5
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
vorm van een (on)gelimiteerde achtervangovereenkomst. Dit houdt in dat bij het aangaan van
de achtervangovereenkomst de modaliteiten van de lening(en) nog niet bekend zijn. Dit
betekent bijvoorbeeld rentestand en leningduur. Deze achtervangovereenkomsten kunnen op
meerdere leningen van toepassing zijn, waardoor niet voor iedere lening een
achtervangovereenkomst vereist is. Dit levert vervolgens voor alle partijen administratieve
vereenvoudiging en grote tijdwinst op Hierdoor kan nu uit de volgende vier vormen van
achervangovereenkomsten gekozen worden:
a) ongelimiteerde achtervang, de gemeente gaat voor alle in de gemeente werkzame
corporaties tot het moment van wederopzegging een achtervangovereenkomst aan. Deze
variant levert de grootste administratieve vereenvoudiging, aangezien slechts eenmaal een
collegebesluit genomen hoeft te worden. Het nadeel is dat vooraf deels de activiteiten nog
onbekend zijn en de gemeente niet vooraf zal kunnen toetsen of de desbetreffende
activiteiten in het gemeentelijke beleid passen.
b) gemiteerde achtervangovereenkomst, de gemeente gaat de achtervangovereenkomst per
corporatie aan of tot een bepaald maximumbedrag. Ook kan een bepaalde termijn
geworden opgenomen, waarbinnen de WSW verplichtingen mag aangaan
c) achtervangovereenkomst per project. Het voordeel van deze achtervangovereenkomst is
dat de achtervang zich beperkt tot het specifieke project. De meeste financieringen
(ongeveer 80%) worden op dit moment echter aangetrokken voor de herfinanciering van
eerdere leningen. De borgingsruimte wordt voor deze leningen op gemeentelijke niveau
bepaald en het is dan onmogelijk een individueel complex als project aan te wijzen.
d) achtervangovereenkomst per lening, de gemeente gaat een achtervangovereenkomst per
lening aan. Het voordeel van deze lening is dat de gemeente per geval kan beoordelen of
achtervang wordt aangegaan. Nadeel is dat deze variant in verhouding veel
administratieve lasten en een langdurig proces met zich meebrengt. Iedere herfinanciering
dient namelijk apart besloten te worden.
In Leiden was het vooralsnog alleen mogelijk een achtervangovereenkomst per lening aan te
gaan. Gezien de administratieve belasting die dit oplevert, heeft het College besloten tot het
aangaan van een gelimiteerde achtervangovereenkomst met een looptijd tot 1 januari 2007.
Na evaluatie kan deze gelimiteerde achtervangovereenkomst bij welbevinden omgezet worden
in een ongelimiteerde achtervangovereenkomst.
Ontwikkeling garantiebeleid corporaties in Leiden
Met het vervallen van de rijkscontragarantie werd de gemeente aldus enig risicodrager voor de
verstrekte leningen en garantstellingen. Gelet op de financiële positie van de corporaties is
toen besloten de bestaande garanties en verstrekte gemeenteleningen tot 1 april 1994
inderdaad ter borging onder te brengen bij het WSW (raadsbesluit van 12 juli 1995,
nr.95.0106). Het was naar de situatie van 1995 niet meer passend om nog primair betrokken te
zijn bij de financiering van de woningbouw.
Bij raadsbesluit van 1 juli 1997, nr. 97.0075 is ingestemd met het convenant betreffende
prestatieafspraken tussen de gemeente en de woningcorporaties. Een van de onderdelen van
6
dit convenant regelt de rol van de gemeente bij de financiering van de corporaties. In de
financiële paragraaf is toen overeengekomen dat:a) de gemeente de corporaties de vrije keus geeft tussen borging door het WSW, borging
door de gemeente of gemeentelening;
b) de gemeentegarantie zal gratis worden verstrekt. Bij het doorlenen van geld zal een
opslagpercentage ten behoeve van het door de gemeente te dragen risico van 0,1%
worden berekend;
c) de gemeente zal alleen financiële en geen volkshuisvestelijke voorwaarden aan deze
financiële faciliteiten verbinden.
Het convenant baseerde zich daarbij op de overwegingen dat het Rijk minder subsidie
beschikbaar stelt voor de sociale woningbouw en van de corporaties toch verlangd wordt dat
de jaarlijkse verhoging van de huurprijzen gematigd wordt en bovendien wordt hierbij
rekening gehouden met het feit dat de corporaties in Leiden toch niet zo vermogend zijn. Dit
heeft er dus toe geleid dat in afwijking van het raadsbesluit van 12 juli 1995 de corporaties
vanaf 1997 de vrije keus wordt geboden leningen of garantie bij de gemeente aan te vragen of
leningen ter borging onder te brengen bij het WSW.
Rekenvoorbeeld effect borging op huurprijs
Stichtingkosten sociale huurwoning € 200.000,--.
Renteverschil borging WSW versus kapitaalmarkt gemiddeld 0,5%, dit levert een lagere
aanvangshuur per maand van € 83,33.
Renteverschil borging gemeentegarantie versus kapitaalmarkt gemiddeld 0,52%, dit levert een
lagere aanvangshuur per maand van € 86,66.
Renteverschil borging WSW versus gemeentegarantie gemiddeld 0.02%, dit levert bij borging
WSW een extra aanvangshuur per maand van € 3,33.
Bij raadsbesluit van 9 september 1997, nr.97.0093 heeft de Raad vervolgens ingestemd met het
annuleren per 1 januari 1997 van de risico-opslag op de jaarlijks verschuldigde rente ter
grootte van 0,1% van de leensom bij een aan een corporatie doorverstrekte lening waarvan het
risico later is overgedragen aan het WSW. De met deze opslag gevormde risicovoorziening
wordt ingezet ter bekostiging van onderzoek op het gebied van de volkshuisvesting.
Er is inmiddels een fonds van € 165.629,-- gevormd. De afspraak is dat deze middelen ter
behoeve van bekostiging van onderzoek pas kunnen worden ingezet, zodra het overzetten van
de leningen voor 1 april 1994 naar het WSW door alle corporaties is afgerond. De leningen van
Portaal zijn nog niet gevrijwaard, maar de verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2004
dit wel zal zijn geregeld.
Bovendien is 1997 besloten aan het College de bevoegdheid te delegeren tot het sluiten van
individuele financieringsovereenkomsten met de corporaties. Dit kunnen zijn gemeentelijke
garantstellingen of doorverstrekking van een lening, zulks ter uitvoering van het bepaalde in
het convenant betreffende prestatieafspraken tussen de gemeente en de corporaties.
7
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
In 1998 is tevens het mandaat voor het verstrekken van gemeentegaranties en doorleningen
aan de dienstdirecteur Bouwen & Wonen toegekend (98.0004).
Omvang, samenstelling en verloop leningen corporaties
omvang en verloop geldleningen corporaties
omvang geldleningen (x €1.000)
600000
500000
400000
WSW
300000
gemeente
200000
100000
0
1993
WSW
gemeente
310400
2001
2002
2003
2004
270000
229643
228796
244844
218400
186645
184251
190046
jaartal
De bovenstaande tabel geeft het verloop weer van de omvang en samenstelling van de
geldleningen van corporaties in de afgelopen jaren en een inschatting van het verloop tot
2004. Het gaat in totaal om 164 geldleningen.
In de periode 2002 is de huidige leningadministratie grondig nagelopen. Tijdens deze
opschoonactie bleek dat er veel dubbeltellingen aanwezig waren. Deze dubbeltellingen zijn
inmiddels verwijderd, waarmee de forse afname tussen 2001 en 2002 kan worden verklaard.
De forse toename van de omvang van de geldlening sinds 1993 dient te worden verklaard
door de zogenaamde bruteringsactie van het Rijk. Vanaf 1995 heeft het Rijk de bestaande
rijksleningen en rijkssubsidies per corporatie eenmalig tegen elkaar weggestreept. Deze
brutering had belangrijke herfinancieringen van rijksleningen tot gevolg. Rijksleningen die niet
door rijkssubsidies konden worden gesaldeerd, moesten op de kapitaalmarkt nieuw worden
aangetrokken. Deze nieuwe leningen zijn aldus zichtbaar.
8
In de tweede tabel is tevens een overzicht gemaakt van de omvang van de geldleningen bij
corporaties begin 2004. Daarbij is een onderscheid gemaakt tussen leningen die geborgd zijn
door de gemeente en leningen die geborgd zijn door het WSW. Wat opvalt is het grote
aandeel dat portaal inneemt wat betreft de leningen die door de gemeente zijn gegarandeerd.
Dit valt te verklaren uit het gegeven dat de leningen van Portaal van voor 1 april 1994 nog niet
zijn overgedragen aan het WSW (circa € 66 miljoen).
omvang geldlening (€)
Omvang geldleningen corporaties
vlg ramingen per 1 januari 2004
300000
250000
SLS
ons doel
sleutels
portaal
200000
150000
100000
50000
0
wsw
gemeente
Het risico voor de gemeente op aanspraken van de garantstelling zou aanzienlijk zijn door de
toegenomen omvang van het aantal gemeentegaranties sinds 1993. Uit bovenstaande blijkt
dat het totale aantal geldleningen van corporaties sinds 1993 inderdaad is gestegen. Dit valt
te verklaren door de doorgevoerde brutering. Aan de andere kant is het aandeel
gemeentegaranties juist gedaald en ingenomen door leningen geborgen door het WSW. Het
risico is dus minder groot dan eerder ingeschat.
Financiële positie corporaties
De financiële positie van corporaties in Leiden wordt sinds jaar en dag in allerlei beleidsnotities
als relatief zwak gekenschetst. De vraag is nu hoe deze financiële positie op dit moment valt te
waarderen. Vanaf 18 mei 1998 heeft door een wijziging in het BBSH de gemeente geen rol
meer in het uitoefenen van het volkshuisvestelijke en financiële toezicht op corporaties. Dit
toezicht is toen overgenomen door het Rijk. Ieder jaar vormt het Rijk een prestatieoordeel voor
1 december een prestatieoordeel over de werkzaamheden van de corporaties in het
voorafgaande verslagjaar. Dit oordeel bestaat uit de volgende onderdelen;
a) naleving van wet- en regelgeving;
b) doeltreffendheid van de uitgevoerde activiteiten;
c) het gevoerde financiële beleid en beheer op basis van oordeel CFV.
Dit prestatieoordeel is in de zin van de Wet openbaarheid van bestuur een openbaar stuk en
dus opvraagbaar door de gemeente. De achterliggende stukken van het CFV zijn niet
9
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
openbaar. Het is wenselijk deze informatie daarom bij de corporaties zelf op te vragen. De
corporaties in Leiden hebben over 2001 een positieve beoordeling gekregen.
Een ander middel om de financiële positie van corporaties te beoordelen is op basis van de
jaarlijkse kredietwaardigheidstoets van het WSW. Deze informatie is niet opvraagbaar via het
WSW. Het is daarom wenselijk ook deze informatie op te vragen bij de corporaties zelf.
Op basis van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de financiële positie van de
corporaties in Leiden minder zorgwekkend is, dan wel wordt gesuggereerd. Wel is het
wenselijk de jaarlijkse oordelen van het WSW en het Rijk te gebruiken als monitor van deze
financiële positie.
Opzet beheersorganisatie monitoring corporaties
Om de omvang van de risico’s voor de gemeente te kunnen monitoren, is het noodzakelijk een
duidelijke beheersorganisatie op te zetten. Hieronder wordt de reeds aanwezige
beheersorganisatie ten aanzien van corporaties bij de Dienst Bouwen en Wonen beschreven.
Acceptatie
De toekenning van gemeentegaranties aan corporaties is gemandateerd aan de directeur van
de dienst Bouwen en Wonen. Per verzoek tot verstrekking van gemeentegaranties wordt intern
een korte notitie geschreven. Op basis van de offerte van de financier en eventueel op verzoek
extra verstrekte informatie wordt het financiële risico beoordeeld. Indien besloten wordt geen
gemeentegaranties meer te verstrekken, vervalt deze administratieve last.
Voor het aangaan van achtervang-overeenkomsten ten behoeve van een borgstelling van een
nieuwe lening bij het WSW, is het College een gelimiteerde achtervangovereenkomst
aangegaan tot 1 januari 2007. Dit betekent dat jaarlijks achteraf het WSW aan de gemeente
kenbaar maakt, welke achtervangovereenkomsten zijn aangegaan.
Het beheer van gemeentegaranties
inhoudelijk beheer
Bij het inhoudelijk beheer gaat het om de gang van zaken bij de instelling, zonder dat direct de
‘cijfers’ worden beoordeeld. Aandacht bij dit beheer krijgt, indien van toepassing:
informatie over beleidsontwikkeling, over de strategie van de instelling en over het
middelenbeleid;
ambtelijk en bestuurlijk overleg met de instelling;
bestuurswisselingen en personeelsmutaties;
tijdige beschikbaarheid van jaarrekening en begroting;
ontwikkelingen in het activiteitenniveau van de instelling;
klachten van burgers en publiciteit in de media;
ontwikkelingen op landelijk niveau en bij collega-instellingen.
Regelmatig vindt overleg plaats met de gezamenlijk corporatiedirecteuren en de gemeente.
Hierin wordt informatief gesproken over de bovengenoemde aspecten. Daarnaast dienen
corporaties jaarlijks conform het BBSH voor 1 december een overzicht te geven van hun
activiteiten voor het komende jaar. Deze informatie gezamenlijk is voldoende om inhoud te
geven aan het inhoudelijke beheer.
10
financieel beheer
Het financieel beheer dient zich te richten op de vraag of de continuïteit van de instelling in de
toekomst gewaarborgd is zodat het risico van niet-betaling van rente en aflossing
aanvaardbaar is.
Ten behoeve van het financieel beheer dient de instelling jaarlijks aan te leveren met
bevoegdheid opmerkingen te maken en eisen ten aanzien van de administratie en controle
daarop te stellen:
de (meerjaren)begroting;
tussentijdse rapportages;
jaarrekeningen en –verslagen;
Zoals eerder aangegeven vindt de jaarlijkse financiële beoordeling van corporaties plaats door
het CFV ter onderbouwing van het jaarlijkse prestatieoordeel van het Rijk. Daarnaast vindt ook
jaarlijks een kredietwaardigheidstoets plaats door het WSW. Het is wenselijk hier voor wat
betreft het financieel beheer op aan te sluiten en deze leidend te laten zijn. Dit betekent dat
hier op gemeenteniveau geen uitvoerige beheersorganisatie voor opgericht hoeft te worden.
Het is voldoende als ieder jaar dit oordeel gezamenlijk met een zelf uitgevoerde korte quick
scan van beschikbare financiële stukken per corporatie gebruikt ten behoeve van inschatting
van het eigen financiële risico.
Achterstandsbegeleiding
Als bij het beheer een (toekomstig) probleemgeval wordt geconstateerd, dan dient een vorm
van begeleiding gestalte te krijgen. Hierdoor kan in een aantal gevallen gedwongen verkoop
worden voorkomen. Bij corporaties wordt deze taak ingevuld door het CFV. Hier hoeft qua
opzet van de beheersorganisatie op gemeenteniveau dus geen rekening mee te worden
gehouden.
Periodieke bestuurlijke rapportage over garanties
Over het beheer van garanties dient periodiek aan het bestuur gerapporteerd te worden. De
informatie wordt opgenomen in de concernbegroting en rekening. Rapportage over de
afwijkingen en bijzondere ontwikkelingen vindt plaats in de periodieke rapportages. Voor wat
betreft de corporaties wordt binnen de dienst Bouwen en Wonen het overzicht beheert van de
leningen. Dit overzicht wordt ook gebruikt voor de jaarrekening en begroting.
Gezien het bovenstaande is voldoende inhoud gegeven aan het invullen van een
beheersorganisatie ten behoeve van het inschatten van het financieel risico’s voor wat betreft
lopende gemeentegaranties en achtervangovereenkomsten bij het WSW. De kosten van dit
beheer worden niet doorberekend aan de corporaties. Het gaat hierbij per jaar globaal om €
35.000,-- aan personeelslasten. Per lening betekent dit ongeveer € 218 aan pure
beheerskosten.
Conclusie
Vanuit de optiek van het financieel beleid is het wenselijk geen gemeentegaranties meer te
verstrekken aan corporaties en deze rol volledig te laten overnemen door het WSW. Alleen
indien het WSW niet bereid is borg te staan voor een bepaalde corporatie, zou enkel om
11
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
volkshuisvestelijke redenen de gemeente kunnen besluiten alsnog een gemeentegarantie te
verstrekken.
Vanuit de optiek van de volkshuisvesting is het wenselijk de optie van gemeentegarantie in de
huidige vorm van vrije keus te laten bestaan. Wanneer een corporatie voor een
gemeentegarantie kiest, wordt namelijk eenmalig de huurprijs bij het aangaan van een lening
met ongeveer € 8,- verlaagd. De vraag is nu of dit verschil in huurprijs opweegt tegen het
financiële risico wat de gemeente hiervoor extra loopt. Dit financiële risico kan wel worden
verminderd door als gemeente zelf een risico-opslag te vragen. Hiermee wordt echter weer de
uiteindelijke huurprijs beïnvloed en zijn we terug bij af.
Bovendien dient ten behoeve van de monitoring en behandeling van nieuwe
garantieaanvragen een beheersapparaat in stand gehouden te worden. De kosten hiervan
drukken nu volledig op het gemeentelijke apparaat. Het is wenselijk deze kosten dan bij de
corporatie in rekening te brengen. Dit levert in principe dan ook weer een huurverhoging op.
Naar aanleiding van bovenstaande is het wenselijk de afweging tussen het wel of niet geven
van een gemeentegarantie niet te koppelen aan het huurprijsniveau van de corporaties.
Wanneer men dit wel doet, begeeft men zich al snel op glad ijs. In principe kan alles aan alles
gekoppeld worden. Het huurprijsniveau van een corporatie is door een gemeente slechts
beperkt beïnvloedbaar. Het inzetten van het gemeentelijke garantiebeleid is daar veel minder
geschikt voor. Het is effectiever en zuiverder om eventuele knelpunten bij de
huurprijsvaststelling met het inzetten van de bestaande subsidiegelden zoals bijvoorbeeld het
ISV en de gestorte gelden bij het SVn op te lossen.
Bovendien blijkt dat de financiële positie van de corporaties de afgelopen tijd is verbeterd en
minder zorgwekkend is. De corporaties in Leiden zijn goed in staat om hun eigen broek op te
houden. Het genereren van een uitzonderingspositie voor corporaties binnen het
gemeentebrede garantiebeleid is in relatie met andere maatschappelijke instellingen daarmee
niet meer te rechtvaardigen.
Het doorverstrekken van gemeenteleningen aan corporaties blijkt door de opslag van 0,1%
inmiddels duurder te zijn voor corporaties dan het zelfstandig aantrekken van geldleningen
met borging bij het WSW. Dit blijkt ook uit het gegeven dat sinds 1997 slechts nog een enkele
lening op deze manier aan een corporatie is doorverstrekt. Het is daarom eenduidiger en
realistischer deze optie niet meer aan te bieden aan corporaties.
Wij stellen uw Raad voor het hierna in ontwerp afgedrukte besluit te nemen.
Burgemeester en Wethouders van Leiden,
de Secretaris,
de Burgemeester,
P.I.M. v.d. WIJNGAART.
H.J.J. LENFERINK.
De Raad der gemeente Leiden;
12
Gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders (raadsvoorstel nr. 04.0018 van 2004);
B E S L U I T:
1. geen gemeentegaranties meer te verstrekken aan corporaties, alleen indien het
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borgstelling weigert en er gegronde
volkshuisvestelijke redenen zijn, zal aan de Raad worden gevraagd van deze beleidslijn af
te wijken;
2. geen gemeenteleningen meer door te verstrekken aan corporaties;
3. het garantiebeleid ten aanzien van Niet Winstbeogende Instellingen (NWI’s) conform de
gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening te laten gelden;
Gedaan ter openbare vergadering van 23 maart 2004
de Griffier,
de Voorzitter,
BW040062
Dit raadsvoorstel is ongewijzigd vastgesteld in de raadsvergadering van 23 maart 2004
13
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
Bijlage: Verklarende woordenlijst
Achtervangovereenkomst
Overeenkomst waarbij het Rijk of een gemeente zich verplicht renteloze leningen te
verstrekken, teneinde te allen tijde liquiditeitstekorten bij het WSW te voorkomen
Achtervangovereenkomst; gelimiteerd
Achtervangovereenkomst waarbij de gemeente een limitering in tijd of bedrag of naar
toegelaten instellingen heeft opgenomen
Achtervangovereenkomst; ongelimiteerd
Achtervangovereenkomst warbij de gemeente verplichtingen aangaat tot het moment van
opzegging
Achtervangovereenkomst; per lening
Achtervangovereenkomst die onderdeel uitmaakt van de leningsovereenkomst
Achtervangovereenkomst; per project
Achtervangovereenkomst die de gemeente aangaat ten behoeve van de financiering van een
bepaald project
Bedrijfswaarde
Contante waarde van het aan het actief toe te rekenen deel van de netto-omzet die met het
desbetreffende actief kan worden verkregen
Beleenbaarheid
Verpanden van leningen aan DNB waardoor banken extra kredietruimte bij DNB verkrijgen
Bereidstellingsverklaring; herroepelijke
Verklaring waarmee het WSW zich bereid verklaart onder bepaalde nadere voorwaarden een
borgtochtovereenkomst aan te gaan (de achtervangovereenkomst met de desbetreffende
gemeente is nog niet gesloten)
Bereidstellingsverklaring; onherroepelijke
Verklaring waarmee het WSW zich verplicht zonder nadere voorwaarden te stellen een
borgtochtovereenkomst aan te gaan
Boekwaarde
Historische uitgaafprijs minus de afschrijvingen onder toepassing van de
minimumwaarderingsregel
Borgbare activa
Onroerende zaken waarvan de financiering bij het WSW voor borging in aanmerking komt
14
Borgingsruimte
Totaal van de boekwaarde van de borgbare activa minus de uitstaande leningen, gegorrigeerd
met de geoormerkte beleggingen
Procedure afgifte borgverklaring
Beoordeling van een verzoek tot afgifte van een bereidstellingsverklaring door het WSW
Collegiale financiering
Een door een toegelaten instelling verstrekte geldlening aan een andere toegelaten instelling
Deelnemer
Toegelaten instelling die is geregistreerd bij het WSW
Disagio
Een onvoorwaardelijke bijdrage van de deelnemer aan het WSW
Garantieniveau
Het minimale vermogen waarover het WSW dient te beschikken om betalingsverplichtingen te
kunnen voldoen
Garantievermogen
Het totaal van het risicovermogen van het WSW en de obligo’s
Klimlening
Lening waarbij aan het begin van de looptijd niet wordt afgelost en de rente niet volledig
wordt betaald; hierdoor stijgt (klimt) de lening aanvankelijk
Medium term note (MTN)
Giraal verhandelbare schuldpapieren aan toonder, die worden uitgegeven onder een
programma
Obligo
Voorwaardelijke bijdrage van de deelnemer aan het WSW
Oormerken
Het koppelen van een lening aan een belegging waardoor de desbetreffende lening bij
berekening van de borgingsruimte als afgelost wordt beschouwd
Primaire zekerheid
Zekerheid die wordt gevormd door het eigen vermogen van de corporatie, onder
omstandigheden aangevuld met saneringssteun van het Centraal Fonds voor de
Volkshuisvesting
Rating
Toekennen van status van kredietwaardigheid door externe organisaties (ratingbureaus),
waarbij de Triple A-rating de hoogste status vormt
15
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
Schadegemeente
Gemeente die in de twintig jaar voorafgaand aan het moment waarop renteloze leningen
worden opgevraagd het WSW heeft moeten betalen voor een lening waarvoor de
desbetreffende gemeente een achtervangpositie heeft ingenomen
Solvabiliteitsvrij
Situatie waarbij banken voor de leningen die zij verstrekken geen eigen vermogen hoeve aan
te houden bij De Nederlandsche Bank
Secundaire zekerheid
Zekerheid die wordt gevormd door het vermogen van het WSW en de obligo’s van de
deelnemers
Tertiaire zekerheid
Zekerheid die wordt gevormd door het totaal aan renteloze leningen verstrekt door de
achtervangers
Vrijwaring
Het overnemen van de bestaande risico’s voor 1 april 1994 van gemeenten die voortvloeien uit
verstrekte gemeentegaranties aan toegelaten instellingen en niet-winstbeogende instellingen
(risico’s voor 1 januari 1999)
Zekerheidsstructuur
Het geheel van zekerheden ten aanzien van de financiering van de sociale volkshuisvesting
door toegelaten instellingen
16
Aanbiedingsformulier
Onderwerp
Beleid gemeentegaranties corporaties
In te vullen door
Bestuurssecretariaat
Ontwerper
B&W Nr: 04.0062/27-01- Dienst
: BoWo
2004
Agenda
Sector : Wonen
Openbaar: ja
Naam : W.J. van Mourik
R.V
Tst.nr : 5980
nr:
Commissie:
Parafanten
Directeuren
Portefeuilleh.
BoWo
WOWZ
FCI
FSW
Datum : 24-11-2003
BESLUITEN
Behoudens advies van de commissie WOWZ
1. Aan de gemeenteraad voor te stellen in te stemmen met de volgende aangepaste
beleidslijn voor wat betreft het garantiebeleid van corporaties:
a) geen gemeentegaranties meer te verstrekken aan corporaties, alleen indien het
Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) borgstelling weigert en er gegronde
volkshuisvestelijke redenen zijn om van deze beleidslijn af te wijken;
b) geen gemeenteleningen meer door te verstrekken aan corporaties;
c) het garantiebeleid ten aanzien van Niet Winstbeogende Instellingen (NWI’s) conform de
gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening te laten gelden;
2. een gelimiteerde achtervangovereenkomst aan te gaan met het Waarborgfonds, waarbij de
gemeente verklaart dat, indien en voor zover het risicovermogen van het Waarborgfonds,
zoals omschreven in de overeenkomsten een niveau bereikt dat lager is dan het
garantieniveau zoals omschreven in de overeenkomst, zij zich jegens het Waarborgfonds
zomede jegens de geldgever verbindt aan het Waarborgfonds gelden ter leen te
verstrekken op de wijze, onder de voorwaarde en tot de bedragen als in de overeenkomst
is bepaald;
3. De bevoegdheid tot het ondertekenen van de gelimiteerde achtervangovereenkomst te
mandateren aan de directeur Dienst Bouwen en Wonen;
4. de achtervangovereenkomst wordt aangegaan ten behoeve van:
Woningstichting Portaal, Stichting Leidse Studentenhuisvesting, Woningbouwvereniging
De Sleutels van Zijl en Vliet en Woningstichting Ons Doel tot 1 januari 2007, waarna het
Waarborgfonds geen nieuwe verplichtingen, door middel van een onherroepelijke
verklaring omtrent af te geven borgstelling (onherroepelijke bereidstellingsverklaring) of
borgtochtovereenkomst , meer kan aangaan;
17
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
5. het raadsbesluit d.d. 12 juli 1995, nr. 95.0106 ter zake van het aangaan van de
achtervangovereenkomst per lening niet in te trekken, maar aanvullend te laten werken
voor:
- de niet onder de werking van dit besluit vallende corporaties of
- de niet onder de werking van dit besluit vallende situaties,
waarbij bij strijdigheid of indien beide raadsbesluiten van toepassing zijn onderhavig
raadsbesluit prevaleert;
6. dit besluit te doen toekomen aan de griffie met het verzoek behandeling in de
raadscommissie(s) en gemeenteraad te bevorderen;
7. dit besluit ter kennisneming toe te zenden aan Gedeputeerde Staten.
Korte overwegingen
Vanuit de optiek van het financieel beleid is het wenselijk geen gemeentegaranties meer te
verstrekken aan corporaties en deze rol volledig te laten overnemen door het WSW. Alleen
indien het WSW niet bereid is borg te staan voor een bepaalde corporatie, zou enkel om
volkshuisvestelijke redenen de gemeente kunnen besluiten alsnog een gemeentegarantie te
verstrekken.
Vanuit de optiek van de volkshuisvesting is het wenselijk de optie van gemeentegarantie in de
huidige vorm van vrije keus te laten bestaan. Wanneer een corporatie voor een
gemeentegarantie kiest, wordt namelijk eenmalig de huurprijs bij het aangaan van een lening
met ongeveer € 8,- verlaagt. De vraag is nu of dit verschil in huurprijs opweegt tegen het
financiële risico wat de gemeente hiervoor extra loopt. Dit financiële risico kan wel worden
verminderd door als gemeente zelf een risico-opslag te vragen. Hiermee wordt echter weer de
uiteindelijke huurprijs beïnvloed en zijn we terug bij af.
Daarnaast dient ten behoeve van de monitoring en behandeling van nieuwe
garantieaanvragen een beheersapparaat in stand gehouden te worden. De kosten hiervan
drukken nu volledig op het gemeentelijke apparaat. Het is wenselijk deze kosten bij de
corporatie in rekening te brengen. Dit levert in principe dan ook weer een huurverhoging op.
Naar aanleiding van bovenstaande is het wenselijk de afweging tussen het wel of niet geven
van een gemeentegarantie niet te koppelen aan het huurprijsniveau van de corporaties.
Wanneer men dit wel doet, begeeft men zich al snel op glad ijs. In principe kan alles aan alles
gekoppeld worden. Het huurprijsniveau van een corporatie is door een gemeente slechts
beperkt beïnvloedbaar. Het inzetten van het gemeentelijke garantiebeleid is daar veel minder
geschikt voor. Het is effectiever en zuiverder om eventuele knelpunten bij de
huurprijsvaststelling met het inzetten van de bestaande subsidiegelden zoals bijvoorbeeld het
ISV en de gestorte gelden bij het SVn op te lossen.
Bovendien blijkt dat de financiële positie van de corporaties de afgelopen tijd is verbeterd en
minder zorgwekkend is. De corporaties in Leiden zijn goed in staat om hun eigen broek op te
houden. Het genereren van een uitzonderingspositie voor corporaties binnen het
gemeentebrede garantiebeleid is in relatie met andere maatschappelijke instellingen daarmee
18
niet meer te rechtvaardigen. Het is daarentegen wel wenselijk om het administratieve proces
van het aangaan van een achtervangovereenkomst met het WSW ten behoeve van
borgstellingen te vereenvoudigen. Het aangaan van een gelimiteerde
achtervangovereenkomst is daarom nu wenselijk.
Het doorverstrekken van gemeenteleningen aan corporaties blijkt door de opslag van 0,1%
inmiddels duurder te zijn voor corporaties dan het zelfstandig aantrekken van geldleningen
met borging bij het WSW. Dit blijkt ook uit het gegeven dat sinds 1997 slechts nog een enkele
lening op deze manier aan een corporatie is doorverstrekt. Het is daarom eenduidiger en
realistischer deze optie niet meer aan te bieden aan corporaties.
Formatieve consequenties
n.v.t.
Begrotingsconsequenties
n.v.t.
Communicatie
Openbaar: B&W-besluitenlijst
Samenvatting
Vanuit de optiek van het financieel beleid wordt aan de raad voorgesteld geen
gemeentegaranties meer te verstrekken aan corporaties en deze rol volledig te laten
overnemen door het WSW. Alleen indien het WSW niet bereid is borg te staan voor een
bepaalde corporatie, zou enkel om volkshuisvestelijke redenen de gemeente kunnen besluiten
alsnog een gemeentegarantie te verstrekken.
Het doorverstrekken van gemeenteleningen aan corporaties blijkt door de opslag van 0,1%
inmiddels duurder te zijn voor corporaties dan het zelfstandig aantrekken van geldleningen
met borging bij het WSW. Dit blijkt ook uit het gegeven dat sinds 1997 slechts nog een enkele
lening op deze manier aan een corporatie is doorverstrekt. Er wordt daarom ook aan de raad
voorgesteld ook deze optie niet meer aan te bieden aan corporaties.
Het raadsvoorstel zal niet van toepassing zijn op het garantiebeleid ten aanzien van NWI’s,
zoals bijvoorbeeld Stichting Huisvesting Werkende Jongeren. Aanvragen voor
gemeentegaranties ten aanzien van NWI’s zullen daarom dienen te voldoen aan de nog vast te
stellen gemeentebrede richtlijnen voor garantieverlening.
19
Nr.
Dnst.
: 04.0018
: BOWO
Het college heeft wel reeds besloten om het administratieve proces van het aangaan van een
achtervangovereenkomst met het WSW ten behoeve van borgstellingen te vereenvoudigen
door het aangaan van een gelimiteerde achtervangovereenkomst.
Download