thema 28 Zelfredzaamheid stimuleren - Profi

advertisement
Verwerkingsopdrachten
Helpende zorg en welzijn; niveau 2
ISBN 97890 8524 0846 (eerste druk)
Thema 28 Zelfredzaamheid stimuleren
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 1
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Opwarmen en oriënteren
Opdracht 1
Het doel van deze opdracht is dat je voorkennis over zelfredzaamheid stimuleren
opfrist.
1
Vind jij jezelf ‘zelfredzaam’? Leg uit waarom wel of waarom niet.
2
Wanneer vind jij iemand zelfredzaam?
3
Vind je dat je cliënten altijd zelfredzamer moet maken?
4
Kan iemand die hulpbehoevend is toch zelfstandig zijn?
5
Is gedrag van mensen moeilijk te veranderen? Leg uit waarom wel of
waarom niet.
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 2
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Herkennen en onderscheiden
Opdracht 2
Het doel van deze opdracht is dat je de juiste betekenis van de begrippen uit dit
thema kent.
Geef de juiste betekenis van de volgende begrippen door:
 het begrip in eigen woorden te formuleren;
 een voorbeeld te geven waarbij je het begrip toepast.
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
16
17
zelfredzaam zijn
zelfzorg
zelfstandig zijn
ADL
HDL
sociaal netwerk
gebruikelijke zorg
gericht stimuleren
intramuraal
motiveren
je integriteit bewaren
respect tonen
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 3
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Begrijpen en toepassen
Opdracht 3
Deze vragen gaan over paragraaf 28.2 en 28.3.
18 Kijk naar de foto van paragraaf 28.2. Hoe kun je de zelfredzaamheid van deze
cliënt vergroten?
19 Kijk naar de foto van paragraaf 28.3. Op welke manier wordt hier de
zelfredzaamheid vergroot?
20 Op welke twee gebieden kun je zelfredzaam zijn?
21 Wanneer is iemand zelfstandig?
22 Kijk naar het schema van Youssouf in paragraaf 28.3? Is hij zelfstandig? Licht
je antwoord toe.
23 Wie kunnen een cliënt ondersteunen?
24 De Awbz vergoedt zorg die niet door het sociale netwerk gedaan kan worden.
Bij welke vormen van zorg kun jij als HZW ingezet worden?
Opdracht 4
Lees paragraaf 28.4
Ga met zijn drieën bij elkaar zitten.
25 Kijk naar de vijf gebieden van zelfwerkzaamheid in een groep. Laat ieder van
jullie opschrijven waar hij/zij goed in is.
26 Als jullie met zijn drieën een feestcommissie vormen, gaat dat dan lukken?
Worden alle rollen vervuld of moet je er nog iemand bij hebben? Zo ja wat
voor iemand?
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 4
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Opdracht 5
Lees paragraaf 28.6, 28.7 en 28.8
27 Wat is heel belangrijk om goed gericht te kunnen stimuleren?
28 Als je bij een cliënt thuis werkt, maak jij dan een plan voor ondersteuning en
stimulering?
29 En hoe gaat dat in een instelling?
30 Hoe ga je om met een cliënt tijdens verzorging?
31 Hoe kun je een cliënt stimuleren bij zelfzorg?
32 Lees het voorbeeld over Judith en mevrouw Van Hoof. Wat doet Judith goed?
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 5
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Onderzoeken en oefenen
Opdracht 6
33 Hieronder staan allerlei uitspraken over zelfredzaamheid. Zijn ze waar of niet
waar.

Zelfredzaam zijn of zelfstandig zijn, is hetzelfde.

De ADL-lijst en de HDL-lijst kun je gebruiken voor alle soorten cliënten.

Iemand met een verstandelijke beperking zal waarschijnlijk moeite hebben
met sociaal redzaam zijn.

Wil je iemand ondersteunen, dan kijk je eerst wat hij/zij nog wel of niet kan.

Je kunt familie niet vragen om een cliënt te helpen, dat is gewoon een
extraatje

Activerende begeleiding betekent dat je iemand zover krijgt dat hij gaat
sporten of bewegen.

In een groep moeten groepsleden elkaar aanvullen, ze hoeven niet alles
zelf te kunnen.

Naarmate een kind ouder wordt, neemt de zelfzorg toe.

Een compliment, een aanmoediging, we noemen dit gericht stimuleren.

Je kunt beter taken overnemen van een cliënt als het dan sneller gaat.

Compenserende hulpmiddelen kunnen zorgen dat iemand langer
zelfredzaam is.
34 Bespreek met een klasgenoot jouw antwoorden en kom tot een antwoord waar
jullie het beiden over eens zijn.
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 6
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Verwerkingsopdrachten thema 28 Helpende zorg en welzijn; niveau 2 pagina 7
© Uitgeverij Angerenstein BV Velp
Download