PowerPoint-presentatie - Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland

advertisement
Gebruik van de
Personal Outcomes Scale
in een organisatie voor
mensen met een verstandelijke beperking
Over het belang van evidence-based en outcome-based werken
Prof. Dr. Jos van Loon
Remco Mostert B SW
Stichting Arduin en
Vakgroep Orthopedagogiek, Gent
Januari 2012
Kwaliteitsdag VGN
Personal Outcomes Scale
(Persoonlijke Ondersteuningsuitkomsten Schaal)
Schaal voor de beoordeling van de individuele kwaliteit van bestaan
Dr. Jos van Loon
Prof.dr. Geert van Hove
Prof. Dr. Robert Schalock
Dr. Claudia Claes
2008
FACTSHEET PERSONAL OUTCOMES SCALE
»
»
»
»
»
»
»
»
Brengt de kwaliteit van bestaan van cliënten in kaart
Is gebaseerd op de domeinen van kwaliteit van bestaan van Schalock en
Verdugo
Deze domeinen van kwaliteit van bestaan zijn uitvoering onderzocht en
intercultureel gevalideerd
De POS is gericht op het aangaan van de dialoog
De POS-methodiek is onderdeel van de Plan-Do-Check-Act-cyclus : Plan met de
Support Intensity Scale, Do met het Individueel Support Plan, Check met de
Personal Outcomes Scale en Act met verbeterplannen
De POS levert informatie over de voortgang op individueel, team/locatie/regio
en organisatieniveau
De POS leidt tot verbeterplannen/aanpassingen in het behandelplan op
individueel, team/locatie/regio en organisatieniveau (de Act-fase in de PDCAcyclus)
De combinatie van de drie methodieken (SIS, ISP en POS) levert inzicht in de
mate waarin de inspanningen van de organisatie bijdragen aan de kwaliteit van
bestaan van de cliënten (kwaliteit, effectiviteit en efficiëntie van de
organisatie)
FACTSHEET PERSONAL OUTCOMES SCALE
»
»
»
»
»
»
»
De POS is binnen de VG-sector uitstekend toepasbaar voor alle categorieën
cliënten
De POS is handmatig en geautomatiseerd toe te passen
Voor beide toepassingen is er een licentiesysteem, de uitgifte van licenties is
door Arduin gedelegeerd aan Sytes
Om met de POS te werken, worden medewerkers via Sytes getraind. De
medewerkers krijgen een persoonsgebonden certificaat met een looptijd van 2
jaar
De geautomatiseerde versie genereert een rapport met daarin de kwaliteit van
bestaan geaggregeerd per vestiging, locatie of regio en de gehele organisaties
zodat er een vergelijking tussen de verschillende onderdelen en het geheel
mogelijk is
De gemiddelde POS-score is te koppelen aan de zorgzwaartepakketten
De combinatie van methodieken kan al in een vroeg stadium gecombineerd
met organisatiewijzigingen leiden tot efficiëntieverbeteringen tot 20%.
Acht principes
Acht principes welke ten grondslag zouden moeten liggen aan het meten
van aan Kwaliteit van Bestaan gerelateerde persoonlijke
(ondersteunings)uitkomsten
(Claes et al. 2010):
1. valide conceptueel kader
de ontwikkeling van een schaal dient gebaseerd te zijn op een valide conceptueel kader;
2. theoretisch gebaseerd en inductief ontwikkeld
de ontwikkeling van een instrument om Kwaliteit van Bestaan te meten dient theoretisch
gebaseerd te zijn en inductief ontwikkeld te worden;
3. methodisch verantwoorde manier
items die Kwaliteit van Bestaan gerelateerde uitkomsten meten, dienen op een
methodisch verantwoorde manier tot stand te komen;
4. inzicht
een instrument om Kwaliteit van Bestaan te meten zou inzicht moeten kunnen
verschaffen in met het construct verband houdende kwesties;
Acht principes
Acht principes welke ten grondslag zouden moeten liggen aan het meten
van aan Kwaliteit van Bestaan gerelateerde persoonlijke
(ondersteunings)uitkomsten
(Claes et al. 2010):
5. analyse van data en feedback op data
in het proces van ontwikkelen van een schaal spelen analyse van data en feedback op
data een belangrijke rol;
6. correlatiecoëfficiënten
de correlatiecoëfficiënten tussen de respondenten dienen acceptabel te zijn;
7. concurrente validiteit
de concurrente validiteit dient aangetoond te worden;
8. gesprek
de gegevens dienen verzameld te worden in een situatie waarbij een gesprek wordt
gevoerd over de mogelijke antwoorden.
Empirisch Model van Kwaliteit van Bestaan
(Schalock &Verdugo, 2002)
Een belangrijk conceptueel kader voor:
• Het meten van personal outcomes
• Het richting geven aan beleid van organisaties en instellingen
• En het implementeren van strategieën ter kwaliteitsverbetering
Domeinen kwaliteit van bestaan
(Schalock & Verdugo, 2002)
•
•
•
•
•
•
•
•
Persoonlijke ontplooiing
Zelfbepaling
Interpersoonlijke relaties
Sociale inclusie / erbij horen
Rechten
Emotioneel welbevinden
Lichamelijk welbevinden
Materieel welbevinden
Drie factoren in kwaliteit van bestaan
(Schalock, 2007)
Onafhankelijkheid
• Persoonlijke ontplooiing
• Zelfbepaling
Sociale Participatie
• Interpersoonlijke relaties
• Sociale inclusie / erbij horen
• Rechten
Welbevinden
• Emotioneel welbevinden
• Lichamelijk welbevinden
• Materieel welbevinden
Drie factoren in kwaliteit van bestaan
(Schalock, 2007)
Factor
Domein
Indicator
Onafhankelijkheid
Persoonlijke Ontwikkeling
opleiding, persoonlijke competentie, vaardigheden
Zelfbepaling
autonomie, persoonlijke controle, persoonlijke doelen
en waarden, keuzes
Persoonlijke Relaties
interacties, relaties/vriendschappen en ondersteuning
(emotioneel, fysiek, feedback).
Sociale Inclusie
integratie en participatie in de samenleving, rollen in de
samenleving, sociale ondersteuning/supports
Rechten
Humane rechten (respect, waardigheid, gelijkheid) en
wettelijke rechten (burgerschap, toegang, rechtvaardige
behandeling)
Emotioneel Welbevinden
tevredenheid, zelfbeeld, vrij zijn van stress
Fysiek Welbevinden
gezondheid, A.D.L.-activiteiten en vrije tijd
Materieel Welbevinden
financiële status, werk en onderdak
Sociale Participatie
Welbevinden
Framework voor het meten van QOL
 Focus op Persoonlijke Uitkomsten
 M.b.t. de kerndomeinen en indicatoren qua QOL.
 Gemeten op basis van Zelfbeoordeling en
Geobjectiveerde beoordeling van Indicator Items.
 Nadruk op betrokkenheid van de belangstellenden
 In de selectie van Indicator Items (Focus groepen, Etic
Items).
 M.b.t. de afname van de Vragenlijst (clientgericht)
clientvriendelijke meet-methoden
 Kwantificatie van items uit de Zelfbeoordeling en
Geobjectiveerde beoordeling
 Likert (3-punts) schalen worden gebruikt voor
Zelfbeoordeling en Geobjectiveerde Beoordeling.
Tien stappen in de ontwikkeling van de POS
1. De oorspronkelijke items kwamen voort uit eerder onderzoek en
literatuur op het gebied van domeinspecifieke indicatoritems
2. Elk item is op vier criteria door experts uit het werkveld
beoordeeld:
Het geeft weer wat mensen willen in hun leven (belang);
Het relateert aan huidige en toekomstige beleidszaken (relevantie);
Diegene waar de ondersteuner enige controle over heeft
(haalbaarheid);
Het kan gebruikt worden voor rapportage en verbetering van
kwaliteitsdoelen.
3. Focusgroepen, bestaande uit medewerkers, cliënten en
familieleden evalueerden elk potentieel item/indicator op zijn
waarde en het belang ervan
4. Omdat we parallelle subschalen wilden ontwikkelen om zowel
subjectieve als objectieve indicatoren te kunnen meten, is voor de
Personal Outcomes Scale een Zelfbeoordeling en een
Geobjectiveerde Beoordelingsversie ontwikkeld met dezelfde
inhoud voor beide versies.
Tien stappen in de ontwikkeling van de POS
5.
Een 3-punts Likert schaal werd ontwikkeld om elk item te
evalueren.
6.
Een pilotversie van de schaal werd door getrainde interviewers
afgenomen bij een representatieve steekproef van 90
volwassenen met een verstandelijke beperking in Nederland en
Vlaanderen.
7.
Gegevens van de pilotversie werden geanalyseerd om de
betrouwbaarheid, de zwaarte van de belangrijkste domeinen van
kwaliteit van bestaan, de kracht en de universele eigenschappen
van de respectievelijke items te controleren.
8.
Er werden uiteindelijk zes items geselecteerd per domein van
Kwaliteit van Bestaan
9.
Een tweede pilotversie werd afgenomen bij 79 cliënten in 4
organisaties en opnieuw geanalyseerd.
10. Het instrument werd afgerond, en voorzien van uitvoerige
instructies voor het afnemen en scoren.
Procedures
Richtlijnen voor de training van de interviewer
benadrukken het belang van goed getrainde interviewers
1.
Een overzicht van het concept en de betekenis van kwaliteit van
bestaan, het conceptuele model van kwaliteit van bestaan, en het
kader voor het meten van kwaliteit van bestaan.
2.
Een overzicht van de POS, bestaande uit twee delen (zelfbeoordeling
en rechtstreekse observatie), de wijze van antwoorden (drie-punt Likert
schaal), en de kwalificaties voor de interviewer en respondent.
3.
Scoring van de POS en het overbrengen van de scores op het POS
Summary Profile.
Procedures
Richtlijnen voor de training van de interviewer
benadrukken het belang van goed getrainde interviewers
4.
Procedures voor afname:
(a) overzicht procedures voor afname;
(b) de interviewer introduceert zichzelf en het doel van de POS;
(c) de interviewer maakt de respondent duidelijk dat de POS niet
bedoeld is om de mogelijkheden of het in aanmerking komen voor
ondersteuning te bepalen, maar om informatie te verschaffen over de
kwaliteit van bestaan van de persoon in kwestie en hoe deze
verbeterd zou kunnen worden.;
(d) verhelder items die de respondent niet begrijpt of die toelichting
behoeven (de respondent helpen geeft betere data en meer
betrouwbare en valide informatie).
5.
Elke potentiële interviewer neemt de schaal af tijdens een oefen
sessie.
6.
Validatie procedure: De instructeur/master trainer observeert de
oefensessie, geeft feedback en biedt de mogelijkheid voor een
tweede oefensessie.
Psychometrische Kenmerken
Standardisatie data
•
Hierbij is gefocused op drie indicatoren voor betrouwbaarheid en drie
indicatoren voor validiteit.
•
De indicatoren voor betrouwbaarheid zijn:
•
interne consistentie (Alpha coefficients),
•
inter-rater betrouwbaarheid
•
de consistentie tussen zelf-beoordeling en geobjectiveerde
beoordeling
•
De indicatoren voor validiteit zijn:
•
inhouds,
•
construct, en
•
concurrente validiteit
•
De verzamelde data tonen voldoende betrouwbaarheid en validiteit: zie
www.poswebsite.org , Claes et al. 2008, van Loon et al. 2010.
Personal Outcomes Scale
(Persoonlijke Ondersteuningsuitkomsten Schaal)
Schaal voor de beoordeling van de individuele kwaliteit van bestaan
Dr. Jos van Loon
Prof.dr. Geert van Hove
Prof.dr. Robert Schalock
Dr. Claudia Claes
2008
Personal Outcomes Scale
1. Algemeen
Personal Outcomes Scale
Personal Outcomes Scale
Zelfbeoordeling
Geobjectiveerde
beoordeling
Deelnemer
Cliënt / proxy
Professional
Duur
1,5 uur
1 uur
Locatie
Voorkeur cliënt
In overleg
Interviewer
Getrainde interviewer
Getrainde interviewer
Informatie
Kwantitatief én kwalitatief
Kwantitatief én kwalitatief
Leeftijd
18 jaar en ouder
18 jaar en ouder
Personal Outcomes Scale
2. Het instrument
Personal Outcomes Scale
FORMULIER VOOR DE ZELFBEOORDELING
Persoonlijke Ontwikkeling
Persoonlijke Ontwikkeling gaat over jouw opleiding en scholing (inclusief “een leven lang leren”) en
persoonlijke competenties (inclusief het leren en toepassen van vaardigheden). Voordat je de items gaat
beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
5.
Het leren over / van de dingen waar jij geïnteresseerd in bent.
Het leren van vaardigheden zodat je minder afhankelijk bent.
In staat zijn om voor jezelf te zorgen.
In staat zijn om voor je zelf op te komen.
Zelf toegang hebben tot informatie / informatie op kunnen zoeken.
1.
In welke mate ben je in staat zelfstandig te eten, rechtop te gaan staan en te gaan zitten, naar de
wc te gaan en jezelf aan te kleden?
Over het algemeen
onafhankelijk
2.
Enkele
Weinig tot geen
Soms
Zelden tot nooit
Heb je toegang tot informatie waar je geïnteresseerd in bent: bijvoorbeeld een krant,een
tijdschrift, internet of een bibliotheek?
In ruime mate
6.
Kan ik niet
zelfstandig
Is er gelegenheid voor jou om te laten zien welke vaardigheden je bezit?
Vaak
5.
Met hulp
Ben je vaardigheden aan het leren om zelfstandiger te worden, volg je cursussen of een opleiding?
Veel
4.
Kan ik niet
zelfstandig
In welke mate ben je in staat maaltijden klaar te maken, schoon te maken, zelfstandig op pad te
gaan en medicijnen te nemen?
Over het algemeen
onafhankelijk
3.
Met hulp
Enigszins
Niet of nauwelijks
Gebruik je een computer, een telefoon of een rekenmachine?
Vaak
Soms
Zelden tot nooit
Zelfbepaling
Zelfbepaling gaat over persoonlijke controle, persoonlijke plannen en doelstellingen, het nemen van besluiten en
het maken van keuzes. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
Je eigen keuzes maken.
Zelf bepalen welke kleren je draagt.
Je eigen mening geven.
Je eigen doelen, wensen en dromen nastreven.
1. Mag je zelf keuzes maken (bijvoorbeeld wat voor kleren je wilt dragen, wat je wilt eten,
waar je naar toe wilt gaan)?
Vaak
2.
Soms
Zelden tot nooit
Soms
Nooit
Heb je wat te zeggen over tenminste een deel van je geld?
Ja
6.
Zelden tot nooit
Worden de beslissingen die je neemt serieus genomen?
Altijd
5.
Soms
Kun je beslissen om iets wat van je gevraagd wordt niet te doen?
Altijd
4.
Zelden tot nooit
Als je keuzes moet maken, maak je die dan ook?
Altijd
3.
Soms
Min of meer
Nooit
Kun je aangeven wat je wilt doen, wat je wilt dragen, waar je naar toe wilt, wat je wilt
eten etc.?
Altijd
Soms
Zelden tot nooit
Persoonlijke Relaties
Persoonlijke Relaties gaat over je familie, vrienden, mensen uit je sociale netwerk en de ondersteuning die je
van anderen krijgt. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
Het contact dat je hebt met vrienden en / of familie en de tijd die je met hen doorbrengt.
Het respect of de reacties die je van familie en vrienden krijgt.
De ondersteuning die je van familie en vrienden krijgt.
Het respect dat je van anderen krijgt.
1.
Heb je goede vrienden?
Ja
2.
Min of meer
Hoe vaak neem je deel aan sociale activiteiten zoals het op bezoek hebben van vrienden,
feesten of gaan dansen?
Vaak
3.
Soms
Soms
Soms
Nooit
Ben je belangrijk voor je familie?
Ja
6.
Nooit
Hoe vaak heb je contact met je vrienden, zie je ze, bel je met ze of e-mail je met ze?
Vaak
5.
Nooit
Hoe vaak heb je contact met je familie, ontmoet je ze, bel je met ze of e-mail je met ze?
Vaak
4.
Nee
Min of meer
Nee
Weet je wie je om hulp, advies of raad moet vragen wanneer je dat nodig hebt?
Ja
Min of meer
Nee
Sociale Inclusie
Sociale Inclusie gaat over je integratie in en deelname aan de maatschappij, de rol die jij in de maatschappij hebt
en de ondersteuning die je krijgt. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende
nadenken.
1.
2.
3.
4.
De maatschappelijke activiteiten waaraan je deelneemt.
Het contact dat je hebt met mensen in de buurt.
De hulp die je krijgt van mensen uit de buurt.
Het aantal lidmaatschappen dat je hebt bij organisaties / verenigingen in de maatschappij.
1.
Heb je contact met of bezoek je mensen die bij je in de buurt wonen?
Vaak
2.
Soms (1 – 2 keer per week)
Nooit
Soms
Zelden tot nooit
Doen buurtbewoners dingen voor je (bijvoorbeeld op bezoek komen of met je ergens naar toe
gaan)?
Vaak
6.
Weinig (0 – 1)
Help je anderen wanneer deze jouw hulp nodig hebben?
Vaak
5.
Enkele (2 – 4)
Neem je deel aan activiteiten of maak je gebruik van voorzieningen in de stad waar je woont (café
– winkels – kapper – bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)?
Vaak (dagelijks)
4.
Zelden tot nooit
Hoeveel buren ken jij bij naam?
Veel (>5)
3.
Soms
Soms
Zelden tot nooit
Neem je deel aan maatschappelijke activiteiten als winkelen, recreatie en uit eten gaan?
Vaak
Soms
Nooit
Rechten
Rechten gaat over jouw mensenrechten (respect, waardigheid en gelijkheid) en je concrete rechten (burgerschap,
toegankelijkheid en gelijke behandeling). Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het
volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
5.
6.
Je recht op privacy.
De manier waarop anderen jou behandelen.
Kunnen zeggen wat je denkt en of er naar je geluisterd wordt.
Het recht op een huisdier.
Een eigen huissleutel.
Het recht om te gaan stemmen.
1.
Heb je thuis een plek waar je helemaal jezelf kunt zijn?
Ja
2.
Hangt er vanaf
Nee
Misschien, hangt er vanaf
Nee
Mag je zo vaak als je wilt samen zijn met je partner / vriend of vriendin? Indien geen partner:
scoor ja.
Ja
6.
Nee
Heb je een partner / vriend of vriendin, wanneer jij dat wil?
Ja
5.
Ja, maar gedeeltelijk onder toezicht
Mag je een huisdier houden als je dat wilt?
Ja
4.
Nee
Heb je zelf (de controle over) een sleutel van je huis of appartement?
Ja
3.
Min of meer
Hangt er vanaf
Nee
Hoe vaak ben je gaan stemmen tijdens de afgelopen verkiezingen?
Bijna altijd
Soms
Nooit
Emotioneel Welbevinden
Emotioneel Welbevinden gaat over jouw tevredenheid, zelfbeeld en ontspannen zijn. Voordat je de items gaat
beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
In welke termen zou je kunnen omschrijven hoe je je voelt?
Zijn er mogelijke gevaren of problemen in je omgeving?
Heb je zorgen over bepaalde zaken? Welke zaken?
Hoe stabiel en voorspelbaar is jouw omgeving?
1.
Voel je je veilig en zeker in je omgeving?
Erg veilig
2.
Soms
Nooit
Min of meer
Nee
Ben je tevreden met hoe het gaat in je leven (dit betekent dat je geen zorgen hebt)?
Ja
6.
Nee
Kun je zeggen dat je een gelukkig persoon bent?
Ja
5.
Min of meer
Hoe vaak uit je liefde en genegenheid tegenover anderen?
Regelmatig
4.
Niet veilig
Heb je het gevoel dat je succesvol bent in de dingen die je doet?
Ja
3.
Redelijk veilig
Min of meer
Nee
Kun je mensen die voor jou belangrijk zijn in principe vertrouwen?
Altijd
Soms
Nooit
Fysiek Welbevinden
Fysiek Welbevinden gaat over jouw gezondheid en jouw gezondheidszorg, je eetgewoonten, je vermogen om
voor jezelf te zorgen, je mobiliteit en je vrijetijdsbesteding. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst
even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
Heb je genoeg energie om mee te doen aan fysieke activiteiten?
Let je op hoeveel je eet, zodat je niet te veel gaat wegen?
Neem je vaak deel aan recreatieve activiteiten?
1.
Hoe gaat het over het algemeen met je gezondheid? Hoe voel je je?
Heel goed
2.
Redelijk
Hoe vaak doe je aan sport of recreatieve activiteiten als fitness, fietsen, zwemmen of voetbal?
Vaak
3.
Soms
Min of meer
Soms
Nooit
Ben je bezorgd over ‘pijn hebben’ of ‘ziek zijn’ ?
Zelden
6.
Nee
Eet je gezond?
Altijd
5.
Zelden tot nooit
Krijg je genoeg rust en ontspanning?
Ja
4.
Niet goed/slecht
Soms
Regelmatig
Beetje moe
Moe
Hoe voel je je als je ’s ochtends opstaat?
Uitgerust
Materieel Welbevinden
Materieel Welbevinden gaat over je financiële situatie, je werk, je leefomstandigheden en je persoonlijke
bezittingen. Voordat je de items gaat beantwoorden, kun je eerst even over het volgende nadenken.
1.
2.
3.
4.
Wat is je maandelijkse inkomen?
Heb je persoonlijke bezittingen die belangrijk voor je zijn?
Heb je een betaalde baan?
Zijn er zaken die je je het afgelopen jaar niet kon veroorloven wegens gebrek aan geld?
1.
Heb je een dusdanig inkomen dat je kan kopen wat je echt nodig hebt?
Ja
2.
Een aantal
Weinig of geen
Onregelmatig
Zelden tot nooit
Heb je de sleutel van je eigen huis?
Altijd
6.
Nooit
Heb je een betaalde baan?
Regelmatig
5.
Soms
Hoeveel belangrijke persoonlijke bezittingen heb je zoals een radio, televisie, stereo, foto’s?
Veel
4.
Nee
Heb je genoeg geld om te kunnen sparen?
Altijd
3.
Min of meer
Soms
Nooit
Heb je genoeg geld om je eigen keuzes te kunnen maken (bijvoorbeeld waar te wonen, wat te eten,
welke kleding, etc)?
Altijd
Soms
Nooit
Personal Outcomes Scale
FORMULIER VOOR DE GEOBJECTIVEERDE BEOORDELING
Persoonlijke Ontwikkeling
Persoonlijke Ontwikkeling gaat over de opleiding van de persoon (inclusief “levenslang leren”) en persoonlijke
competenties (inclusief het leren en toepassen van vaardigheden). Alvorens de geobjectiveerde beoordeling –
items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van persoonlijke
ontwikkeling door de volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1. Volgt de persoon een cursus of volgt hij / zij op dit moment enige vorm van onderwijs?
2. Leest de persoon een krant of tijdschrift?
3. Gaat de persoon naar de bibliotheek?
4. Heeft de persoon zelf een computer of heeft hij / zij toegang tot een computer?
1.
In hoeverre is de persoon in staat de volgende dagelijkse activiteiten te doen: wonen, zelfstandig eten,
opstaan en gaan zitten / liggen, zindelijkheid, zelfstandig aan- en uitkleden?
Over het algemeen
onafhankelijk
2.
Enkele
Weinig tot geen
Soms
Zelden tot nooit
In hoeverre heeft de persoon toegang tot informatie waar hij / zij in geïnteresseerd is? (bijvoorbeeld via
een krant, tijdschrift, internet of bibliotheek)
Aanzienlijk
6.
Kan hij/ zij niet
zelfstandig
Hoe vaak is de persoon in staat om zijn/haar vaardigheden (bijv. werk, school, thuis) te tonen?
Vaak
5.
Met hulp
Hoeveel vaardigheden heeft de persoon bijgeleerd of hoeveel onderwijs heeft de persoon gevolgd in de
laatste 6 tot 12 maanden?
Veel
4.
Kan hij/ zij niet
zelfstandig
In hoeverre is de persoon in staat deze dagelijkse activiteiten te doen: maaltijd bereiden, huishouden
doen, zich zelfstandig voortbewegen, medicatie nemen?
Over het algemeen
onafhankelijk
3.
Met hulp
Enigszins
Zelden tot nooit
Hoe vaak gebruikt de persoon ondersteunende technologie?
Vaak
Soms
Zelden tot nooit
Zelfbepaling
Zelfbepaling gaat over persoonlijke controle, persoonlijke doelen en doelstellingen, het nemen van besluiten en
het maken van keuzes. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie
over de persoon te verzamelen op het gebied van zelfbepaling door de volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1. Heeft de persoon een droom over een carrière (welk werk hij / zij in de toekomst graag wil doen)?
2. Heeft de persoon concrete ideeën over een job?
3. Wat moet er veranderen om de job die hij graag wil, te krijgen?
4. Wat kan de persoon doen om dit te bewerkstelligen?
5. Heeft de persoon toekomstplannen?
6. Heeft de persoon een eigen budget?
7. Kan de persoon zelf besluiten hoe dit budget gespendeerd wordt?
1.
In hoeverre heeft de persoon zeggenschap over wat hij/zij wil dragen, eten, waar hij/zij naar toe wil
gaan?
Aanzienlijk
2.
Niet of nauwelijks
Wanneer er keuzes gemaakt moeten worden, in hoeverre neemt de persoon dan ook beslissingen?
Regelmatig
3.
Redelijk
Soms
Zelden tot nooit
In hoeverre neemt de persoon beslissingen die belangrijk voor hem/haar zijn – zelfs wanneer het
niet de keuze is die anderen het beste vinden?
Aanzienlijk
Redelijk
Niet of nauwelijks
4. In hoeverre worden de beslissingen van de persoon serieus genomen (ongeacht welke beslissing)?
Altijd
Soms
Nooit
5. In hoeverre heeft de persoon zeggenschap over tenminste een deel van zijn/haar geld?
Aanzienlijke
zeggenschap
Redelijke
zeggenschap
Geen
zeggenschap
6. In hoeverre heeft de persoon de gelegenheid te uiten wat hij/zij wil?
Altijd
Soms
Zelden tot nooit
Persoonlijke Relaties
Persoonlijke Relaties gaat over de familie, vriendenkring, het sociale netwerk en de ondersteuning die
men krijgt van anderen. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst
informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van persoonlijke relaties door de volgende vragen
te beantwoorden.
Objectieve metingen
1.
Heeft de persoon een of meer vrienden met wie hij tijd doorbrengt?
2.
Doet hij/ zij wel eens activiteiten met vrienden?
3.
Heeft de persoon contacten met zijn of haar familie?
1.
Heeft de persoon vrienden met wie hij / zij regelmatig contact heeft en naar wie hij/zij ook op die
manier refereert ?
Ja
2.
Soms
Nooit
Soms
Nooit
Behandelt de familie de persoon met respect en waardigheid of benadrukt zij zijn/haar belang op
andere manieren?
Zeker weten
6.
Nooit
Hoe vaak heeft de persoon in het algemeen contact met zijn/haar vrienden?
Vaak
5.
Soms
Hoe vaak heeft de persoon in het algemeen contact met zijn/haar familie?
Vaak
4.
Nee
Hoe vaak neemt de persoon deel aan sociale activiteiten zoals het op bezoek hebben van vrienden
om te eten, een feest, of gaan dansen?
Vaak
3.
Min of meer
Wellicht
Nee
Heeft de persoon een sociaal netwerk waarop hij/zij kan terugvallen voor hulp, ruggespraak of
ondersteuning?
Sterk netwerk
Redelijk netwerk
Geen
Sociale Inclusie
Sociale Inclusie gaat over de integratie in en deelname aan de maatschappij, rollen in de samenleving en de
sociale ondersteuning die een persoon krijgt. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen,
dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van sociale inclusie door de volgende
vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1.
Hoeveel buren kennen de persoon bij naam kennen en kent de persoon zelf bij naam?
2.
Van hoeveel maatschappelijke voorzieningen heeft de persoon in de afgelopen maand gebruik
gemaakt (café – winkels – kapper – bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)?
3.
Welke verschillende rollen heeft de persoon in zijn / haar omgeving?
4.
Van hoeveel verenigingen / organisaties is de persoon lid?
1.
Hoe vaak heeft de persoon contact met zijn/haar buren?
Vaak
2.
Soms
Zelden tot nooit
Hoeveel buren kent de persoon bij naam?
Veel (>5)
Enkele (2 – 4)
Weinig (0 – 1)
3. Hoe vaak is de persoon betrokken bij activiteiten in de buurt (café – winkels – kapper –
bioscoop – religieuze activiteiten – bus – concert – sport)?
Vaak (dagelijks)
Soms (1 – 2 keer per week)
Nooit
4. Biedt de persoon vrijwillig aan om anderen in de buurt te helpen?
Vaak
Soms
Zelden tot nooit
5. Hoe vaak bezoeken mensen uit de buurt de persoon of nemen ze hem/haar mee op pad?
Vaak
Soms
Zelden tot nooit
6. Hoe vaak neemt de persoon deel aan maatschappelijke activiteiten?
Vaak
Soms
Nooit
Rechten
Rechten gaat over zowel mensenrechten (respect, waardigheid en gelijkheid) als concrete rechten
(burgerschap, toegankelijkheid en gelijke behandeling). Alvorens de geobjectiveerde beoordeling –
items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van rechten
door de volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1.
Gaat de persoon stemmen?
2.
Woont de persoon op de plek en met de mensen van zijn of haar keuze?
3.
Heeft de persoon een partner / vriend / vriendin?
4.
Mogen de persoon en zijn / haar partner / vriend / vriendin zo vaak samen zijn als zij zelf
willen?
1.
Heeft de persoon een kamer of plek waar hij of zij privacy heeft?
Jazeker
2.
Misschien, hangt er vanaf
Heeft de persoon zeggenschap over de sleutel van zijn/haar huis of appartement?
Jazeker (en draagt hem ook bij zich) Ja, maar gedeeltelijk onder toezicht
3.
Nooit
Misschien, hangt er vanaf
Nee
Mogen de persoon en zijn / haar partner / vriend / vriendin zo vaak samen zijn als zij zelf willen? Indien
geen partner: scoor ja.
Ja
6.
Misschien, hangt er vanaf
Heeft de persoon een partner / vriend of vriendin wanneer hij/zij dat wil?
Ja
5.
Nee
Mag de persoon een huisdier houden wanneer hij/zij dat wil?
Jazeker
4.
Nee
Hangt er vanaf
Nee
Hoe vaak is de persoon gaan stemmen tijdens de afgelopen verkiezingen?
Bijna altijd
Soms
Nooit
Emotioneel Welbevinden
Emotioneel Welbevinden gaat over de mate van tevredenheid, zelfbeeld en ontspannen zijn. Alvorens de
geobjectiveerde beoordeling – items in te vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op
het gebied van emotioneel welbevinden door de volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1. Hoe (in welke termen, met welke middelen) drukt de persoon zijn gevoelens uit?
2. Zijn er mogelijke gevaren of problemen in de omgeving waar de persoon de meeste tijd doorbrengt?
3. Wordt de persoon gepest in zijn of haar omgeving? Wordt hij / zij lastiggevallen op straat of in het
openbaar vervoer?
4. Heeft de persoon zorgen over bepaalde zaken? Welke zaken?
5. Hoe stabiel en voorspelbaar is de omgeving van de persoon?
1.
Hoe zou je de veiligheid van de dagelijkse omgeving van de persoon omschrijven?
Erg veilig
2.
Soms
Nooit
Soms
Nooit
Hoe vaak uit de persoon tevredenheid door positieve opmerkingen, gebaren of gezichtsuitdrukkingen?
(Dit betekent dat hij / zij geen zorgen of moeilijkheden kent.)
Regelmatig
6.
Nooit
Hoe vaak heb je gezien dat de persoon signalen van geluk laat zien (bijvoorbeeld een lach of glimlach)?
Regelmatig
5.
Soms
Hoe vaak toont de persoon liefde en genegenheid aan anderen?
Regelmatig
4.
Niet veilig
Hoe vaak heeft de persoon succesvolle ervaringen zoals het winnen van spel, het afmaken van een
gewenste activiteit en/of hoe vaak wordt dit succes erkend?
Regelmatig
3.
Redelijk veilig
Soms
Nooit
Laat de persoon zien dat hij/zij anderen vertrouwd door zijn / haar gevoelens te uiten of zich zichtbaar op
zijn/haar gemak te voelen bij anderen?
Regelmatig
Soms
Nooit
Fysiek Welbevinden
Fysiek Welbevinden gaat over de gezondheid van en zorg voor de persoon alsmede de voeding, het vermogen
voor zichzelf te zorgen, mobiliteit en vrijetijdsbesteding. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te
vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van fysiek welbevinden door de
volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1. In wat voor gezondheid verkeert de persoon en hoe is zijn / haar voedingspatroon?
2. Welke sport en vrijetijdsactiviteiten doet de persoon en hoe vaak gebeurt dit?
1.
Hoe zou je de fysieke toestand van de persoon in het algemeen evalueren?
Heel Goed
2.
Soms
Zelden tot nooit
Redelijk
Slecht
Hoe vaak heeft de persoon pijn of voelt hij zich ziek?
Zelden
6.
Zelden tot nooit
Hoe zou je de eetgewoonten van de persoon omschrijven?
Goed
5.
Soms
Hoe vaak is de persoon voldoende ontspannen?
Vaak
4.
Slecht
Hoe vaak neemt de persoon deel aan sport en recreatieve activiteiten?
Vaak
3.
Redelijk
Soms
Regelmatig
Hoe ziet de persoon er uit wanneer hij/zij wakker wordt en opstaat?
Uitgerust
Beetje moe
Moe
Materieel Welbevinden
Materieel Welbevinden gaat over de financiële situatie van een persoon, zijn of haar tewerkstelling, de
woonomstandigheden en de persoonlijke bezittingen. Alvorens de geobjectiveerde beoordeling – items in te
vullen, dient men eerst informatie over de persoon te verzamelen op het gebied van materieel welbevinden door
de volgende vragen te beantwoorden.
Objectieve metingen
1. Wat is het maandinkomen van de persoon?
2. Heeft de persoon voor hem / haar belangrijke materi ële bezittingen?
3. Heeft de persoon een betaalde baan?
4. Zijn er zaken die de persoon het afgelopen jaar zich niet kon veroorloven vanwege geldgebrek?
1.
Heeft de persoon een dusdanig inkomen dat hij kan kopen wat hij echt nodig heeft?
Ja
2.
Min of meer
Heeft de persoon een persoonlijke spaarrekening (of een andere manier van sparen) die hij kan gebruiken?
Altijd
3.
Een aantal
Weinig of geen
Onregelmatig
Zelden tot nooit
Heeft de persoon de sleutel van zijn eigen huis?
Altijd
6.
Nooit
Heeft de persoon een betaalde baan?
Regelmatig
5.
Soms
Heeft de persoon belangrijke persoonlijke bezittingen, zoals televisie, stereo, radio, foto’s?
Veel
4.
Nee
Soms
Nooit
Heeft de persoon genoeg geld om zijn eigen keuzes te kunnen maken m.b.t. wat hij / zij wil (welke
kleding, wat te kopen)?
Altijd
Soms
Nooit
Personal Outcomes Scale
2. Registratie gegevens
Interview Formulier
Naam
Anoniem
Geslacht
M/V
Adres
Wegenlaan 1
Geboortedatum
05-12-1977
Woonplaats
Middelburg
Telefoonnr.
0123 – 456 789
Ondersteuningsorganisatie
Stichting
Adres
Ondersteuningsorganisatie
Wijs de weg 123
Plaats
Nummer Een
Verantwoordelijke
Mevr. De Heer
Telefoonnr.
0987 – 654 321
In geval van proxies
Naam
1. Dhr.
Anoniem
Naam
2. Mevr.
Naam
3.
Anoniem
Relatie tot de persoon
Vader
Relatie tot de persoon
Moeder
Relatie tot de persoon
Interview Formulier
Voor de geobjectiveerde beoordeling
Naam Respondent
Relatie met de persoon
1. M.E. de Werker
Medewerker Wonen
2.
3.
Interviewer
G. Sprek
Organisatie
Wat zeg je
E-mail
[email protected]
Datum interview Zelfbeoordeling
01-11-2011
Datum interview geobjectiveerde
beoordeling
22-10-2011
Overzichtsprofiel
Naam cliënt Anoniem
Naam interviewer G. Sprek
Datum van afname 01-11-2011
Scoring:
De interviewer dient de scores (3, 2 of 1) voor elk item te noteren op dit
Overzichtsformulier. De aanwijzingen hiervoor:
• De score voor elk item wordt genoteerd in de respectievelijke cel op dit
Overzichtsformulier (bijv. Persoonlijke Ontwikkeling, Item # 1)
• Scores voor de zes items voor elk domein worden opgeteld tot de Domein
Score.
• De twee of drie Domein Scores per Factor worden opgeteld tot een Factor
Score.
• De Drie Factor Scores worden opgeteld om een Index Score voor Kwaliteit van
Bestaan te verkrijgen voor zowel Zelfbeoordeling als Geobjectiveerde
Beoordeling.
Overzichtsprofiel
Zelfbeoordeling
Factor
Domein
Item
Onafhankelijkheid
Persoonlijke
Ontwikkeling
Zelfbepaling
Score
Score
1.
2
2
2.
1
1
3.
1
1
4.
2
2
5.
1
2
6.
1
1
Totaal
8
9
1.
1
1
2.
2
2
3.
2
2
4.
2
2
5.
1
1
6.
2
2
10
10
18
19
Totaal
Totaal Score Factor Onafhankelijkheid
Geobjectiveerde
beoordeling
Overzichtsprofiel
Sociale Participatie
Interpersoonlijke
Relaties
Sociale Inclusie
Rechten
Totaal Score Factor Sociale Participatie
1.
1
1
2.
1
1
3.
2
2
4.
1
1
5.
3
3
6.
2
2
Totaal
10
10
1.
1
1
2.
1
1
3.
1
1
4.
1
1
5.
1
1
6.
1
1
Totaal
6
6
1.
2
2
2.
1
1
3.
1
2
4.
1
2
5.
3
3
6.
1
1
Totaal
9
11
25
27
Overzichtsprofiel
Welbevinden
Emotioneel
Welbevinden
Fysiek Welbevinden
1.
2
2
2.
2
2
3.
3
2
4.
1
1
5.
1
1
6.
2
2
Totaal
11
10
1.
2
2
2.
2
2
3.
2
1
4.
2
2
5.
2
2
6.
2
2
12
11
1.
3
3
2.
3
3
3.
2
2
4.
1
1
5.
1
1
6.
3
3
13
13
36
34
Totaal
Materieel Welbevinden
Totaal
Totaal Score Factor Welbevinden
Overzichtsprofiel
Kwaliteit van Bestaan Index
Zelfbeoordeling
79
Kwaliteit van Bestaan Index
Geobjectiveerde Beoordeling
80
Index Kwaliteit van Bestaan
(Som van Onafhankelijkheid, Sociale
Participatie en Welbevinden)
POS uitkomsten en dan….
Op individueel niveau:
• Overzicht sterke en zwakkere gebieden in QOL -> aandachtsgebieden ter
verbetering (factoren, domeinen en indicatoren als thema’s); op te nemen in ISP
• Bij verschillen in scores: Gespreksstof tussen cliënt en professional
• Na twee of meer afnames: wat is de evolutie?
Op locatieniveau:
• Overzicht sterke en zwakkere gebieden in QOL -> gesprekspunten én mogelijke
aandachtsgebieden ter verbetering
• Na twee of meer afnames: wat is de evolutie?
Op organisatieniveau:
• Overzicht sterke en zwakkere gebieden in QOL -> gesprekspunten én mogelijke
aandachtsgebieden ter verbetering
• Na twee of meer afnames organisatie breed: wat is de evolutie?
• Wat zijn predictoren van QOL?
Gebruiksmogelijkheden van de
Personal Outcomes Scale
1. Gebruik van de POS in een Evidence based
Persoonsgericht ondersteuningssysteem
Op individueel niveau:
Input
• De doelen en
perspectieven van een
persoon (wensen en
persoonljke aspiraties)
• Zijn of haar
ondersteuningsbehoefte
(SIS®)
• Zijn of haar kwaliteit van
bestaan op een bepaald
moment
Throughput
Een Individueel
Ondersteuningsplan,
gebaseerd op en in lijn
met de input
Output
Kwaliteit van bestaan,
gemeten als een
persoonlijke
ondersteuningsuitkomst
(POS)
Van rechts naar links denken! (Schalock)
Format voor een ISP / Ondersteuningsplan
Acht domeinen van QOL, en binnen elk domein
 de daarmee samenhangende wensen en doelen
én
 ondersteuningsbehoeften,
vormen de kapstok voor een ISP / ondersteuningsplan.
Input
De perspectieven, wensen en de doelen die de persoon in
zijn of haar leven heeft.
 Wensen, dromen, verwachtingen, doelen vastleggen a.d.h.v. een
(continu in) gesprek (zijn) met de cliënt en/of zijn familie, evt. andere
ondersteuners die de cliënt goed kennen
 Met als leidraad voor gesprek de ondersteuningsgebieden zoals ook
genoemd in de SIS®
- activiteiten in huis, activiteiten in de samenleving, leren en
permanente vorming, arbeidsmatige activiteiten, gezondheid en
veiligheid, sociale activiteiten, belangenbehartiging, behoefte aan
medische ondersteuning en behoefte aan gedragsmatige
ondersteuning
- de acht dimensies van kwaliteit van bestaan van Schalock
 Dit gesprek is methodisch verder uitgewerkt tot een semigestructureerd
interview
Input
Bepalen van de ondersteuningsbehoefte
 Bepalen van de ondersteuningsbehoefte met behulp van de
Ondersteunings Intensiteits Schaal, de Supports Intensity Scale (SIS®,
Thompson et al. 2004) m.b.t. de negen gebieden waarop
ondersteuning betrekking kan hebben:
- activiteiten in huis, activiteiten in de samenleving, leren en
permanente vorming, arbeidsmatige activiteiten, gezondheid
en veiligheid, sociale activiteiten, belangenbehartiging,
behoefte aan medische ondersteuning en behoefte aan
gedragsmatige ondersteuning
 A.d.h.v. een gesprek met de cliënt en/of zijn familie en de persoonlijk
assistent (bij nieuwe cliënten evt. andere ondersteuners die de cliënt
goed kennen)
Throughput: ondersteuningsplan
Basis: de domeinen van kwaliteit van bestaan en de hieraan
gerelateerde ondersteuningsgebieden van de SIS®
Domeinen Kwaliteit van Bestaan
Ondersteuningsgebieden SIS®
Persoonlijke ontplooiing
Leren en permanente vorming, huiselijke
activiteiten
Zelfbepaling
Belangenbehartiging: item 1,5,7
Interpersoonlijke relaties
Sociale activiteiten
Sociale inclusie / erbij horen
Activiteiten in de samenleving,
Rechten
Belangenbehartiging, items 2,3,4,6,8
Emotioneel welbevinden
speciale gedragsmatige ondersteuning
Lichamelijk welbevinden
Gezondheid en veiligheid, speciale medische
ondersteuning
Materieel welbevinden
Arbeidsmatige activiteiten
Ondersteuningsplan (ISP)
Het ISP bestaat uit instructies (en zo mogelijk ook leerdoelen)
m.b.t. de gewenste en benodigde ondersteuning van de cliënt.
 De instructies moeten een antwoord zijn op welke wensen en doelen een
persoon heeft, én op welk ondersteuning hij nodig heeft. Daarom schrijft de p.a.
het ISP als een antwoord op de door de cliënt geformuleerde wensen en doelen,
en als een antwoord op de items van de SIS® waar een cliënt ondersteuning op
nodig heeft.
 Per domein worden de wensen en doelen én items van de SIS® die met dit
domein samenhangen weergegeven.
Output
 Ondersteuning dient te resulteren in een goede Kwaliteit van Bestaan
(niet in de eerste plaats in een verminderde ondersteuningsbehoefte!).
 Een ondersteuningssysteem dient daarom te worden geëvalueerd door het
meten van de Kwaliteit van Bestaan van mensen die ondersteund worden.
Een persoonsgericht ondersteuningssysteem
Component 1
Wensen, persoonlijke aspiraties
en doelen:
gestructureerd interview door PA met Client
Component 2
Ondersteuningsbehoefte Bepalen:
Interview met Supports Intensity Scale
Component 3: Opstellen Individueel Ondersteuningsplan
a. De cliënt met zijn PA stellen een synthese op van wensen/doelen en ondersteuningsbehoefte
en formuleren aldus een opzet voor een individueel ondersteuningsplan: hoe wil ik het?
b. Hierover vindt een dialoog plaats met de supportwerkers (en de orthopedagoog).
c. Resultaat hiervan is een ondersteuningsplan waarin door de PA beschreven staat welke
ondersteuning de persoon vraagt om ten volle te kunnen participeren aan de samenleving.
Component 4
Implementatie
door bij de ondersteuning betrokken
personen: m.n. het netwerk van de client
en de supportwerkers
Component 5: Monitor van de voortgang
De mate waarin wensen,
dromen en
doelen gerealiseerd worden
Dialoog van de PA met de cliënt
Voortgang m.b.t.
Ondersteuningsgebieden SIS
Component 6 : Evaluatie van het Individueel Ondersteuningsplan
Ondersteuningsuitkomsten m.b.t. kwaliteit van bestaan:: POS
(terugkoppeling naar component 1 en 2)
Het meten van Kwaliteit van Bestaan krijgt aldus een plaats
in een ondersteuningsmethodiek, met als doelstelling om
continu de kwaliteit van bestaan van mensen te verbeteren
Deze afstemming tussen:
- SIS®,
- Individueel Ondersteuningsplan (ISP) en
- het meten van Kwaliteit van Bestaan met de
Personal Outcomes Scale (POS),
maakt het mogelijk om mensen methodisch en met evidence-based
instrumenten te ondersteunen in het verbeteren van hun
kwaliteit van bestaan.
2. Gebruik in een Management Informatie
Systeem
Naast het verbeteren van het ondersteuningsplan, verschaft het
meten van Kwaliteit van Bestaan met de POS de voorwaarden voor
een Management Informatie Systeem waarin de core business van
de organisatie, het ondersteunen van mensen en het verbeteren van
de kwaliteit van bestaan van de mensen die erdoor ondersteund
worden, centraal staat:
Personal outcomes kunnen op deze manier gebruikt worden om de
verbetering van de organisatie te dirigeren.
Voorbeeld POS Profiel van een cliënt
Voorbeeld POS Profiel van een locatie
Voorbeeld POS Profiel van een organisatie
3. De POS in research
• Met de POS kan ook onderzoek gedaan worden, bv. effectonderzoek,
onderzoek naar de predictoren van Kwaliteit van Bestaan bv. door de
uitkomsten van de POS te correleren met andere variabelen welke
worden vastgelegd binnen een organisatie zoals
ondersteuningsstrategieën, omgevingsfactoren en
persoonskenmerken.
• Resultaten van een onderzoek door Claes et al., 2011 lieten zien dat
POS-scores significant werden beïnvloed door:
- support strategieën,
- woonsituatie,
- status van werk /dagbesteding en
- niveau van verstandelijk functioneren
Voorbeeld: gemiddelde scores per
zorgzwaarte pakket
125,00
120,13
120,00
118,00
Zelfbeoordeling
116,62
115,10
Geobjectiveerde beoordeling
115,00
110,69
108,51
110,00
103,68
102,78
105,00
100,00
103,33
102,09
100,59
98,69
97,89
96,85
94,64
92,90
95,00
90,00
85,00
80,00
VG 1
VG 2
VG 3
VG 4
VG 5
VG 8
VG 6
VG 7
Voorbeeld: 20 – 30 jaar
16
014
14
014
014 014
014
014 014
015 015
014 014
014
013
013
12
011
010
10
8
6
4
2
0
Emotioneel
welbevinden
Interpersoonlijke
relaties
Materieel
welbevinden
Persoonlijke
Ontwikkeling
Lichamelijk
welbevinden
Zelfbepaling
Sociale inclusie
zelfbeoordeling
geobjectiveerde beoordeling
Recht
Voorbeeld: 61 – 70 jaar
16.000
15.163 15.204
14.796
14.551 14.449
14.041
14.000
12.184
12.000
12.837
12.837
12.429
13.265
11.612 11.531
11.551
10.000
8.755
8.449
8.000
6.000
4.000
2.000
.000
Emotioneel
welbevinden
Interpersoonlijke
relaties
Materieel
welbevinden
Persoonlijke
Ontwikkeling
Lichamelijk
welbevinden
Zelfbepaling
Sociale inclusie
Zelfbeoordeling
Geobjectiveerde beoordeling
Recht
Voorbeeld: Kwaliteit van bestaan bij
diverse doelgroepen
Gebruikers ADL
PAB budgethouders
(Moonen et al., 2010)
Personen met een
verstandelijke
beperking (De Windt
& Lannau, 2009)
Zonder beperking
(De Windt &
Lannau, 2009)
Persoonlijke ontwikkeling
12,72
11,43
12,36
16,71
Zelfbepaling
16,93
15,40
13,09
17,11
Interpersoonlijke relaties
15,66
14,86
12,59
16,50
Sociale inclusie
13,04
12,31
9,34
14,21
Rechten
16,70
15,05
13,21
17,30
Emotioneel welbevinden
15,45
15,69
15,13
17,07
Fysiek welbevinden
13,54
13,46
14,89
14,93
Materieel welbevinden
14,17
13,08
14,25
17,05
Index
Kwaliteit
Bestaan
118,21
111,01
104,88
130,80
van
Conclusie
• Aldus krijgt het meten van de Kwaliteit van Bestaan van mensen een
plaats in het kader van een ondersteuningsmethodiek, om in een
continu proces te kunnen werken aan verbetering van kwaliteit van
bestaan van de individuele cliënt: outcome-based evalueren.
• Person centered planning wordt gecombineerd met evidence-based
werken
• Aantrekkelijk van het op deze wijze meten van de Kwaliteit van
Bestaan is dat deze gegevens tevens
- informatie geven over de kwaliteit van de dienstverlening
- inzicht kunnen geven in predictoren van Kwaliteit van bestaan
- inzicht kunnen geven in prestatie- (oftewel proces-)-indicatoren,
- Enz.
• Videofragment POS interview
References
•
•
•
•
•
•
•
Claes, C., Van Hove, G., van Loon, J., Vandevelde, S., Schalock, R.L. (2009). Eight
principles for assessing quality of life-related personal outcomes. Social Indicators
Research. 98 (1), 61-72.
Claes, C., Van Hove, G., Vandevelde, S., van Loon, J., & Schalock, R.L. (accepted for
publication). The Influence of Supports Strategies, Environmental Factors, and
Client Characteristics on Quality of Life-Related Personal Outcomes. Research in
Developmental Disabilities ( accepted 29th. August 011)
Schalock, R. L. & Verdugo, M.A. (2002). Handbook on quality of life for human
service practitioners. Washington, DC: American Association on Mental
Retardation.
Schalock, R. L., Verdugo, M. A., Jenaro, C., Wang, M., Wehmeyer, M., Xu, J., &
LaChapelle, Y. (2005). Cross-cultural study of quality of life indicators. American
Journal on Mental Retardation, 110, 298-311.
Schalock, R. L., Gardner, G. F., & Bradley, V. J. (2007). Quality of life for people with
intellectual and other developmental disabilities: Applications across individuals,
organizations, communities, and systems. Washington, DC: American Association
on Intellectual and Developmental Disabilities.
Thompson, J. R., Hughes, C., Schalock, R. L., Silverman, W., Tasse´, M. J., Bryant,
B., et al. (2002). Integrating supports in assessment and planning. Mental
Retardation, 40, 390–405.
Thompson, J.R., Bryant, B.R., Hughes, Campbell, E.M., Craig, E.M., Hughes, C.M.,
Rotholz, D.A., Schalock, R.L., Silverman, W.P., Tasse, M.J., Wehmeyer, M.L. (2004).
Supports Intensity Scale, Washington: American Association on Mental
Retardation.
References
•
•
•
•
•
•
van Loon, J., Van Hove, G., Schalock, R., & Claes, C. (2008). POS. Persoonlijke
OndersteuningsuitkomstenSchaal. Individuele kwaliteit van bestaan scoreboek.
Antwerpen, Apeldoorn:Garant.
van Loon, J., Van Hove, G., Schalock, R., & Claes, C. (2009). Personal Outcomes
Scale Administration And Standardization Manual. From:
http://www.poswebsite.org/docs/POS-Admin_-Stand__Manual
Van Loon, Jos. Een Persoonsgerichte Ondersteuningsmethodiek. Het methodisch
bevorderen van kwaliteit van bestaan voor mensen met een verstandelijke
beperking. In: Van Loon, Jos, & Van Hove, Geert (Red.) (2008) Arduin.
Persoonsgerichte Ondersteuning en Kwaliteit van Bestaan. Leuven–Apeldoorn:
Garant
Van Loon, Jos, Claes, Claudia, Vandevelde, Stijn, Van Hove,Geert, Schalock, Robert
L.,(2010) Assessing Individual Support Needs to Enhance Personal Outcomes.
Exceptionality, 18:1–10, 2010
Van Loon, J., Claes, C., Van Hove, G., Schalock, R. (2010). De Ontwikkeling van de
Persoonsgerichte Ondersteuningsuitkomsten Schaal (POS). Nederlands Tijdschrift
voor de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen, vol. 36, nr. 3, 180-196.
Wang, M., Schalock, R. L., Verdugo,M. A., & Jenaro, C. (2010). Examining the
factor structure and hierarchical nature of the quality of life construct. American
Journal on Intellectual and Developmental Disabilities, 115, 218–233.
Meer over de Personal Outcomes Scale:
www.poswebsite.org
Bedankt voor uw aandacht!
[email protected]
[email protected]
Download