DS4 deel 4 emoties

advertisement
Doelstelling 4 : In kaart brengen welke factoren ‘Gedrag’ beïnvloeden en de relatie met
‘leren’ illustreren.
Leerplandoelstelling 28: Breng aan de hand van voorbeelden in kaart hoe emoties het gedrag
beïnvloeden.
Leerplandoelstelling 29: Onderzoeken hoe motivatie, cognitie en emotie beïnvloed worden
door sociale en culturele factoren.
Emoties
1 Inleiding
We raden sterk aan te starten met emotionele intelligentie (zie p 20) en dit om pedagogische
redenen. Met emotionele intelligentie kan je makkelijker starten vanuit de leefwereld van de
leerlingen. Via praktische oefeningen wordt duidelijk wat in het dagelijkse leven het
onderscheid is tussen het rationele en het emotionele. Je kan hierdoor makkelijker de
leerlingen motiveren om het ingewikkelde proces van emoties te bestuderen. Onmiddellijk
starten met een theoretisch begrip en schema werkt te weinig stimulerend en uitdagend voor
de leerlingen.
1.1 Waaraan denk je bij het begrip emoties?
Besluit: Leerlingen zullen heel snel overgaan tot het opsommen van verschillende emoties.
Sommigen zullen misschien een onderscheid maken tussen emoties, stemmingen en
temperament.
1.2 Onderscheid tussen emoties, stemmingen, temperament, gevoelsstoornis
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen volgende termen, die elk een andere klemtoon
leggen.
1.2.1 Emotie
Over de exacte betekenis van het woord emotie wordt al eeuwen gekibbeld en men is er nog
steeds niet helemaal uit.
Algemeen genomen kan je emotie omschrijven als een gevoel met de daarbij behorende
verscheidenheid aan gedachten, psychologische en biologische gesteldheid, en een reeks
actietendensen. (Goleman, 1996, p. 385)
Emoties zijn van relatief korte duur.
Dit alles gaan we nog uitgebreid onderzoeken.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
1
1.2.2 Stemming
Stemmingen houden langer aan dan emoties. Je kan niet de hele dag woedend zijn (een
emotie), maar je kan best een hele dag nors doen en er geprikkeld bijlopen (een stemming).
1.2.3 Temperament
Temperament is volgens Van Dale: een gemoedsgesteldheid als grond voor iemands
handelswijze en uitdrukkingsverschijnselen.
Een vrolijk, een rustig, een zwaarmoedig temperament.
Temperamenten horen bij een bepaald persoon. Het is zijn of haar manier om tegen de dingen
aan te kijken of om op de dingen om zich heen te reageren.
Het is de geneigdheid van een persoon om een bepaalde emotie of stemming op te roepen.
1.2.4 Gevoelsstoornis
De aanduiding stoornis wijst op een afwijking, een ziekte op het gebied van de stemming of
de uiting van de emoties.
De gevoelsstoornis kan van korte duur zijn, maar kan ook een blijvende toestand worden. In
dit geval is psychologische hulpverlening noodzakelijk. We hebben het hier dan ondermeer
over depressies of over diepe angsten.
2 Begripsomschrijving
2.1 Vier standpunten
Het ontstaan van emoties kan men benaderen vanuit vier standpunten:
2.1.1 Evolutieleer
We zijn aangedaan omdat dat in onze genen zit.
Emoties redden ons. Fundamentele emoties treden in werking in situaties die bedreigend zijn
voor de overlevingskansen van een persoon of zijn positie in de samenleving. Bijvoorbeeld:
- angst waarschuwt voor gevaar,
- woede helpt ons onze rivalen te bestrijden,
- verlangen dwingt ons een partner te zoeken om ons voort te planten.
Emoties waren dus gunstig voor de overleving en de voortplanting van al onze voorouders.
Volgens Charles Darwin stonden de lichamelijke uitdrukkingen (expressie) in functie van het
overleven van het individu en van het behoud van de soort.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
2
Charles Darwin
Geboren: 12 februari 1809
Overleden: 19 april 1882
Geboorteland: Groot-Brittannië
Natuuronderzoeker
Grondlegger van de theorie van de
evolutie, gebaseerd op natuurlijke
selectie die de basis vormt van de
huidige evolutietheorie.
Enkele voorbeelden zoals Darwin ze neerschreef in ‘The expression of the emotions in man
and animals’.
- Sommige dieren worden volledig verlamd bij groot gevaar. Dat blijkt een zeer nuttige
angstreactie te zijn. Het roofdier dat op hen jaagt, besnuffelt verlamde prooien alleen en valt
ze niet aan.
- Emotionele reacties in gevaarlijke situaties zorgen voor een verhoogde afscheiding van
adrenaline in het bloed. Ook dit is zeer doelmatig. Door dit verhoogde adrenalinegehalte
stolt het bloed sneller en zijn eventuele verwondingen minder gevaarlijk. Bovendien wordt
het organisme veel actiever zodat het beter in staat is tot zelfverdediging.
- Het ontbloten van de hoektanden wijst op agressie, zowel bij mens als aap.
Samenvattend kunnen we zeggen dat vanuit de evolutieleer emoties beschouwd worden als
signalen aan het individu, die ontstaan naar aanleiding van situaties waarin de
overlevingskansen van het individu veranderen.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
3
2.1.2 Fysiologische benadering
We zijn aangedaan omdat ons lichaam aangedaan is.
In bepaalde situaties is er sprake van een lichamelijke reactie nog voordat we de emotie
ervaren.
Voorbeelden:
- Als we op het nippertje een aanrijding vermijden: we voelen de angst vaak pas na de
gebeurtenis terwijl ons lichaam al meteen de eerste fractie van een seconde heeft gereageerd
met een opstoot van adrenaline en een versnelde hartslag.
- Als een wilde beer op je afstormt dan is je eerste reactie een adrenalinestoot in je bloed,
waardoor je lichaam extra energie krijgt om te vechten of te vluchten. Vervolgens neem je de
lichamelijke veranderingen waar (snellere hartslag en ademhaling, meer energie in de spieren)
en ervaar je het gevoel angst.
- Een kwartier voor ik op het podium moest verschijnen begon ik plots te zweten en te
bibberen en dat maakte mij angstig.
Kritische bedenkingen
- Als deze theorie klopt dan zou het autonoom zenuwstelsel (verantwoordelijke voor de
lichamelijke reacties) intact moet zijn om een emotie te kunnen ervaren. Onderzoeken hebben
echter aangetoond dat mensen ook met een slecht functionerend autonoom zenuwstelsel en
dus minder of niet onderhevig zijn aan fysiologische opwinding, toch in staat zijn om emoties
te ervaren.
- Is het jou nog nooit overkomen dat je eerste bang was, vervolgens reageerde en pas later
begon te beven? Fysiologische opwinding ontstaat soms later.
In deze gevallen klopt de fysiologische benadering niet.
2.1.3 Cognitieve leer
We zijn aangedaan omdat we denken.
Het voelen van een emotie hangt af van de interpretatie die we aan de prikkel geven. Hier
staat het denken centraal.
Men moet eerst weten welke emotie men moet voelen door de situatie te analyseren alvorens
fysiologische opwinding kan ontstaan.
Het denken komt dus voor de lichamelijke verandering.
Voorbeeld:
-Ik ben bang en mijn hart begint sneller te slaan omdat ik besef dat ik in een bedreigende
situatie zit. Ik loop weg.
- Toen ik dat prachtige pasgeboren kindje zag en besefte dat het mijn kindje was, was ik heel
ontroerd.
“Het zijn niet de gebeurtenissen die de mens ontroeren, maar de idee die hij ervan heeft.”
(Epictetus)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
4
2.1.4 Culturele benadering
We zijn aangedaan omdat dat cultureel bepaald is.
Emoties verschillen van cultuur tot cultuur.
Emoties worden dan wel op een universele wijze geuit, vaak worden ze verschillend
geïnterpreteerd en gebruikt naargelang de cultuur.
Voorbeelden:
- In vele Aziatische en Afrikaanse landen leidt iemands dood tot vreugde en rituele feesten, in
het Westen wordt er gerouwd bij het overlijden van een dierbare.
- Chinezen zullen blijven lachen, zelf als ze woedend zijn of onderhandelen. Als westerling
krijg je in zo’n situatie soms de indruk dat ze je uitlachen.
- Echte mannen huilen niet, zo luidt het in onze samenleving. In Zuid-Amerikaanse landen
denkt men daar echter heel anders over.
Emoties verschillen ook binnen een cultuur.
Emoties variëren niet alleen van cultuur tot cultuur maar ook binnen culturen bestaan er
verschillen in emotie bijvoorbeeld op grond van rollen die we binnen onze cultuur krijgen
toebedeeld. Bepaalde emotieregels kunnen specifiek op bepaalde groepen binnen een cultuur
van toepassing zijn. Zo heeft de emotiesocialisatie voor meisjes een andere inhoud en andere
consequenties dan voor jongens.
In de opvoeding van meisjes wordt nog steeds de nadruk gelegd op het ontwikkelen van
vaardigheden en kennis op het sociaal-emotionele terrein van de ‘tussenmenselijke
verhoudingen’. Reden hiervoor is dat zij met het oog op de hun verzorgende rol als moeder
(en als exponent daarvan in verzorgende beroepen binnen het onderwijs of in de verpleging)
in staat moeten zijn om sociaal-emotionele problemen op te lossen, familiebanden en andere
sociale contacten te onderhouden, … . In contrast daarmee staat de traditionele opvoeding
van jongens meer in het teken van ‘carrière maken’ waarbij cognitieve vaardigheden,
nuchterheid, assertiviteit, competitiviteit en capaciteiten als autoriteit (leidinggeven) beter
van pas komen. (Brody & Hall, 1993)
Besluit:
Een conclusie die we uit deze vier standpunten kunnen trekken is dat er nog veel
onduidelijkheden en discussies bestaan over het begrip en het ontstaan van emoties.
- Zelfs de meest overtuigde voorstander van de evolutieleer weet dat situaties die emoties
opwekken en de manier van uiten anders kan zijn in verschillende culturen.
- Omgekeerd aanvaarden de voorstanders van de culturele benadering de idee van universele
emoties die door evolutie tot stand gekomen zijn.
- Voorstanders van de cognitieve leer geven toe dat bepaalde emotionele reacties ontstaan
zonder dat er een bepaalde gedachte aan voorafgaat.
- De aanhangers van de fysiologische benadering hebben geen moeite met de stelling dat in
bepaalde complexe situaties onze emoties worden gestuurd door wat we denken.
Deze vier standpunten onderscheiden zich van elkaar in het belang dat ze hechten aan een
specifiek aspect van emoties, maar ze ontkennen de betekenis van de andere opvattingen niet.
Bij het verder uitwerken van het begrip emoties houden we rekening met al deze aspecten.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
5
2.2 Begrip emotie
Emoties:
- ontstaan op grond van een situatie die betekenis heeft voor de belangen van de persoon
- zijn een plotselinge reactie van ons hele organisme met fysiologische, cognitieve en
gedragscomponenten.
SITUATIE
(prikkel , gebeurtenis)
Zoals schematisch te zien beïnvloeden de verschillende componenten van emoties elkaar op
ingewikkelde wijze. Er is continu feedback en wederzijdse interactie tussen de verschillende
componenten.
In wat volgt, gaan we de verschillende componenten van dit schema verder uitwerken.
2.2.1 Situatie
Emoties:
- ontstaan op grond van een situatie die betekenis heeft voor de belangen van de persoon
SITUATIE
(prikkel, gebeurtenis)
Voorbeeld:
Zie verhaal HÄGAR, Niet opdringerig
(Browne, C. 2000 p. 17)
Haal uit onderstaande cartoon de situatie.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
6
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
7
We gaan nu wat dieper in op de situaties waarin we emotioneel worden. We blijken een
aangeboren neiging te hebben om in bepaalde situaties emotioneel te worden. Daarnaast leren
we ook wanneer we emotioneel moeten zijn.
Situaties die leiden tot aangeboren emoties
Sommige emotionele reacties en uitingsvormen blijken universeel te zijn en aangeboren.
Ondanks de culturele verschillen worden een aantal gezichtsuitdrukkingen door iedereen op
dezelfde wijze geïnterpreteerd.
Om uit te vinden of emoties aangeleerd zijn of aangeboren, deed Paul Ekman (verbonden aan
de Universiteit of Californië in San Francisco) in de jaren ’60 proeven met stammen Papoeaas
die nog nooit een vreemdeling hadden gezien, laat staan TV of reclame kenden. Hij liet hun
foto’s zien van gelaatsuitdrukkingen; ze moesten aanwijzen wat voor grimas je bijvoorbeeld
zou trekken als je kind overleden was. Andere stamleden liet hij deze gezichten zelf trekken.
Het bleek dat iedere gezichtsuitdrukking die hoorde bij een bepaalde emotie, bij de primitieve
stammen exact hetzelfde wat als in onze westerse wereld.
Op basis van deze vaststellingen kwam Paul Ekman tot een aantal basisemoties, waaronder
vrees, woede, verdriet, vreugde, … .
Hieronder vind je een paar voorbeelden van aangeboren emoties:
- Blindgeboren kinderen kunnen geen anderen kinderen of volwassenen observeren en
nabootsen. Deze kinderen zullen nochtans op dezelfde wijze hun emoties uitdrukken als
andere kinderen.
- Babygehuil wekt vaak koesterende reacties op.
- Alle mensen over heel de wereld glimlachen als ze zich goed voelen, ze trekken een lang
gezicht als ze zich bedroeft voelen.
- Plotse intense prikkels kan schrik doen ontstaan: een luide knal, een harde stomp, een
intense geur, een lichtflits…
- Strelingen lokken vaak vredigheid en rust uit.
- Hongergevoel leidt tot ‘emotioneel koopgedrag’.
Opmerking:
Deze situaties roepen spontaan een emotioneel gevoel op. Welke emotie wordt uitgelokt is
afhankelijk van de situatie en de omstandigheden.
Er bestaat m.a.w. geen vaste reactie: een luide knal kan ook woede doen ontstaan, of een
streling kan ook irritatie doen ontstaan, … Dat we emotioneel worden in bovenstaande
gevallen staat vast. Het is ons zo aangeboren, maar welke emotie precies tot stand komt, staat
niet vast.
Situaties die leiden tot aangeleerde emoties
Elk individu maakt in de loop van zijn leven allerlei gebeurtenissen mee die op zeer
persoonlijke wijze zijn emotionele belevingen gaan inkleuren. Ze zijn dus afhankelijk van de
persoonlijke levensgeschiedenis en van de cultuur. Hierbij ontstaan aangeleerde emoties.
Deze aangeleerde, aanverwante emoties zijn afgeleid van de basisemoties, bijvoorbeeld:
schaamte, bezorgdheid, … .
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
8
Zo kan de ene medewerker behoedzaam reageren als de cliënt hem of haar om de hals vliegt
en een dikke klapzoen geeft, terwijl een tweede hierop met verwondering, een derde
onverschillig en een vierde met enthousiaste blijdschap reageert. Dat komt doordat elk
individu in de loop van zijn leven allerlei gebeurtenissen heeft meegemaakt die op zeer
persoonlijke wijze zijn emotionele beleving hebben gekleurd’. (Royers, T. 2005)
Voorbeelden:
- In culturen waar ‘eer’ beschouwd wordt als een hoogstaande waarde, zorgt ‘eerschending’
voor grote emoties: woede, haat, agressie, schaamte, wraakzuchtigheid, verdriet, … . In
landen zoals Bangladesh, Afghanistan, Pakistan, … worden vrouwen verminkt en/of
vermoord wanneer ze verdacht worden van ontrouw en daarmee een smet op de eer van de
familie brengen.
- Kinderen delen vaak de angsten van hun ouders. Een kind dat zijn moeder emotioneel ziet
reageren op een spin, zal zelf ook makkelijker schrik krijgen voor spinnen. Een kind dat
frequent geconfronteerd wordt met agressie in conflicten, zal zelf ook makkelijker agressief
worden bij een conflict. Kinderen zien wanneer hun ouders emotioneel worden en hoe ze
uiting geven aan hun emoties en nemen dat gedrag bijgevolg makkelijk over.
- Kankerpatiënten die chemotherapie ondergaan, kunnen al misselijk worden bij het zien van
een injectiespuit.
- Iemand die een kind verloren heeft kan bij het zien van een ander kind van ongeveer
dezelfde leeftijd, droevig worden.
Situaties die ons aanbelangen
Heel algemeen mogen we stellen dat bij de interpretatie van de situatie ons eigen belang
centraal staat en dat dit bijgevolg de allerfundamenteelste uitlokker van emoties is. Als ons
belang door de situatie in gevaar komt of net andersom bevredigd wordt, treden emoties op.
Emoties ontstaan dus wanneer de situatie wel of niet overeenkomt met de persoonlijke
belangen. Simpel gezegd: ‘Als de situatie niet overeenkomt met mijn verlangens, word ik
boos. Lijkt de situatie mijn verlangens te bevredigen, dan word ik blij.’ Als de gebeurtenissen
overeenkomen met de belangen ontstaan er positieve emoties. Is er een niet overeenkomend
met de belangen dan ontstaan negatieve emoties. Er kunnen verschillen zijn in wat mensen
belangrijk achten. Verschillen de belangen, dan verschillen de emoties.
Voorbeelden:
- Wanneer de veiligheid voor mensen in het gedrang komt gaan mensen hierop emotioneel
reageren. Denk maar aan oorlogs- en rampbeelden op TV.
- Leerlingen zullen emotioneel reageren bij een onaangekondigde toets. Wat is het belang
hierbij dat geschaad wordt?
- Een klein kind probeert zijn moeder te volgen wanneer ze de kamer verlaat; het laat merken
dat hij wil dat ze blijft en raakt overstuur wanneer het niet met haar mee kan. De
aanwezigheid van de moeder is een belang voor het kind. Mensen hebben behoefte aan
nabijheid van bekenden.
Opmerking:
Belangen blijven vaak onopgemerkt tot wanneer deze belangen in gevaar komen.
Bijvoorbeeld het verlangen naar de aanwezigheid van de moeder blijkt nergens uit zolang zij
in de kamer blijft. (Frijda, 1988, p. 353)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
9
Mensen kunnen zeer emotioneel reageren wanneer een situatie, de waarde die zijzelf
vooropstellen, op de helling zet of net bevredigt. Waarde: rechtvaardigheid, vrijheid, respect
voor de menselijke waardigheid, geloof in een god, geloof in een ideaal, eerlijkheid,
beleefdheid, trouw, eer, …
Zoek zelf één of meerdere voorbeelden uit eigen leven van een waarde die voor u belangrijk
is en waarop je emotioneel zal reageren als deze geschaad wordt.
2.2.2 De componenten van een emotie.
Emoties:
- ontstaan op grond …
- zijn een plotselinge reactie van ons hele organisme met fysiologische, cognitieve en
gedragscomponenten.
FYSIOLOGISCHE
COMPONENT
Lichamelijke veranderingen
zoals kippenvel, versnelde
ademhaling, verhoogde
hartslag,verhoogde bloeddruk,
zweten, trillen, samentrekken
van maag en darmen,
verwijderen van pupillen,…
die spontaan optreden bij
emoties.
(zie ook bijlage p.
leugendetector p. 26)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
COGNITIEVE
COMPONENT
Speelt zich af in het hoofd:
denken en voelen. De
hersenen interpreteren de
situatie en koppelen er een
gevoel aan (vb. dit is een
gevaarlijke situatie, ik ben
bang, ik vind het niet leuk,
…).
Dit proces is subjectief omdat
persoonlijkheid en ervaring
een belangrijke rol spelen bij
het interpreteren van een
prikkel.
GEDRAGSCOMPONENT
- Men voelt de neiging om te
reageren. Men wil iets doen.
(vb. willen vluchten, zin
hebben om te wenen, …)
- Men reageert, men doet iets.
(vb. men vlucht, men weent,
…)
- Men geeft uiting aan de
emotie die men voelt via een
gelaatsuitdrukking, een
lichaamshouding of
stemintonatie.
10
Belangrijke opmerking:
In heel wat situaties kunnen we niet ‘zien’ of er fysiologisch of cognitief iets gebeurt
(binnenin in het lichaam). We moeten dit afleiden uit twee zaken: de situatie (wat is er
gebeurd wat aanleiding kan geven tot emoties?) en het gedrag (wat zien we op het gelaat of
lichaam van iemand dat toont dat er emotioneel wordt gereageerd?).
Voorbeeld:
Zie verhaal HÄGAR, Niet opdringerig
(Browne, C. 2000 p. 17)
Haal uit onderstaande cartoon de fysiologische, cognitieve en gedragscomponenten.
Oefeningen
a) Zoek in de voorbeelden de fysiologische, cognitieve of gedragscomponent.
b) Welke componenten zijn duidelijk omschreven?
c) Welke componenten kan je er bij veronderstellen?
- Toen ze de mondelinge examenvragen zag, begon ze te zweten.
a) fysiologische:
cognitieve:
gedrag:
b)
c)
- Bij de griezeligste momenten van de film hielden de kinderen de handen voor de ogen.
a) fysiologische:
cognitieve:
gedrag:
b)
c)
- Mijn hart gaat sneller slaan.
a) fysiologische:
cognitieve:
gedrag:
b)
c)
- De autobestuurder is boos om zijn trage voorganger.
a) fysiologische:
cognitieve:
gedrag:
b)
c)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
11
Uit deze oefening blijkt duidelijk dat in heel wat situaties we niet kunnen ‘zien’ of er
fysiologisch of cognitief iets gebeurt (binnenin in het lichaam).
Daarom willen we even stilstaan bij wat er in ons lichaam gebeurt wanneer we emotioneel
gaan reageren, meerbepaald in onze hersenen.
Werking van de hersenen bij emoties.
(Goleman, 1996, p. 41)
We nemen iets waar (bijv. een slang).
Via de ogen worden de visuele signalen doorgeseind naar de thalamus waar ze omgezet
worden in hersengolven.
Deze worden vervolgens doorgeseind naar de hersenschors, het denkgedeelte van onze
hersenen, waar we uitmaken: dit is een slang, maar ook dit is gevaar, dus dit is wel of niet
emotioneel (lange weg)!
Indien emotioneel, dan wordt een signaal gegeven naar de amygdala, het emotiecentrum van
onze hersenen. De amygdala geeft dan signalen voor fysiologisch en gedragsmatig reageren.
MAAR. Het kan ook zijn dat er zulke erge of ingrijpende dingen gebeuren dat in onze
hersenen de stap naar de hersenschors wordt overgeslagen (zie stippellijn), dan reageren we
direct emotioneel, zonder nadenken (korte weg).
Deze emotionele reacties zijn bedoeld om levensreddend te zijn, maar kunnen ook
contraproductief zijn: we worden overweldigd, doen eventueel domme dingen, maken ons
eventueel belachelijk.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
12
Voorbeeld:
De emotionele schildwacht
Een vriend vertelt dat hij op vakantie was in Engeland en de brunch gebruikte in een café
langs een kanaal. Toen hij daarna een wandelingetje maakte langs de stenen trap omlaag naar
het water, zag hij plotseling een meisje dat met een van angst vertrokken gezicht naar het
wateroppervlak staarde. Voordat hij wist waarom, sprong hij met jas en das het water in. Pas
toen hij in het water lag, realiseerde hij zich dat het meisje in shocktoestand staarde naar een
peuter die erin was gevallen en die hij kon redden.
Wat bracht hem ertoe in het water te springen voordat hij wist
waarom? Het antwoord luidt hoogstwaarschijnlijk: zijn amygdala. (Goleman, 1996, p. 42)
Zoek enerzijds 2 voorbeelden waarbij emoties tot stand komen via de lange weg (het denken),
anderzijds 2 voorbeelden waarbij emoties ontstaan via de korte weg (zonder denken).
3 Basisemoties en aanverwante emoties
Tot hiertoe hebben we nog geen enkele emotie echt benoemd. Mensen ervaren ontelbaar veel
emoties.
Er bestaat nog enorm veel discussies tussen wetenschappers over het aantal emoties en of
deze emoties wel of niet ingedeeld kunnen worden in basisemoties en aanverwante emoties.
In dit kader vermelden we het baanbrekende onderzoek van Paul Ekman dat door de meeste
wetenschappers en boeken over emoties als de standaard wordt aanzien voor de indeling van
emoties. Ekman spreekt van een basisemotie wanneer de gelaatsexpressie universeel
makkelijk herkenbaar is. We vermelden het onderzoek in bijlage p. 23-25.
Wat basisemoties en aanverwante emoties betreft kunnen we tot volgend schema komen.
BASISEMOTIES
AANVERWANTE EMOTIES
Angst
Bezorgdheid, ongerustheid, nervositeit, zorg, ontzetting, wantrouwen,
alertheid, schrik, afgrijzen…
Verrassing
Schok, verbijstering, verbazing, verwondering…
Verdriet
Rouw, vreugdeloosheid, zwaarmoedigheid, melancholie, zelfmedelijden,
eenzaamheid, bedroefdheid, wanhoop…
Walging
Verachting, misprijzen, verafschuwing, aversie, minachting, weerzin…
Woede
Furie, verontwaardiging, wrok, wrevel, verbolgenheid, ergernis,
bitterheid, irritatie, vijandigheid…
Vreugde
Blijheid, geluk, opluchting, tevredenheid, vervoering, verrukking,
geamuseerdheid, trots, extase, voldoening, euforie…
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
13
Liefde
Acceptatie, vriendelijkheid, vertrouwen, aardigheid, toewijding, adoratie,
verliefdheid, …
Schaamte
Schuldgevoel, verlegenheid, teleurstelling, wroeging, spijt, berouw, …
(Goleman, 1996, p. 385)
Opmerkingen:
1. Na het zien van dit schema en het onderzoek van Paul Ekman (zie bijlage p. 23-25) kunnen
we het idee krijgen dat emoties enkel aangeboren en universeel zijn. Maar hoe komt het dan
dat er toch zoveel culturele verschillen zijn in hoe mensen omgaan met hun emoties?
Reeds voorafgaand hebben we gezien dat het uiten van emoties ook cultureel bepaald is
(culturele benadering). Verder op in de cursus zullen we ook nog zien dat mensen in staat
zijn via het denken hun emoties te controleren, te beheersen, te onderdrukken, … .
2. We wijzen erop dat heel wat onderzoekers, waaronder ook Nico Frijda, zeggen dat emoties
en de uiting daarvan niet strikt geclassificeerd kunnen worden. Ze zijn zo complex en divers
dat ze zich niet in een keurslijf laten wringen.
Vanuit bovenstaand schema willen we enkele emoties uitgebreider onderzoeken en bespreken.
We kiezen hier voor de volgende basisemoties: angst, verdriet, woede, vreugde.
Hiervoor gebruiken we teksten uit het boek van Martien Verreyken ‘Emoties, bron van
kracht’, zie bijlage p. 27-32.
Zie ook opdracht 2: Werken rond basisemoties bij kinderen. (bijlage p. 42)
Emoties vakoverschrijdend Sociale Wetenschappen en Integrale Opdrachten.
4 Het beheersen van onze emoties
Bekijk terug de cartoon van Hagar.
Via de voorgaande lessen kunnen we duidelijk vaststellen dat het hier om een emotie gaat.
De vraag is nu: Wat doet hij met zijn emotie? Hoe lees je dit af uit zijn gedrag?
Uit voorgaande cartoon zien we dat we emoties kunnen beheersen, maar is dit altijd even
makkelijk?
4.1 Emoties: soms controleerbaar, soms niet?!
Kunnen wij zomaar onze emoties in toom houden?
Ook al kunnen we in de meeste omstandigheden onze emoties beheersen, er zijn ook uitingen
van emoties die we absoluut niet kunnen onderdrukken.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
14
Controleerbare uitingen van emoties:
Hiermee bedoelen we dat mensen in staat zijn de expressie van hun emoties tot op zekere
hoogte te onderdrukken, wanneer de situatie dat vereist. (vb. lachen terwijl je jaloers bent,
blijheid verbergen…)
Niet-controleerbare uitingen van emoties:
De meeste fysiologische veranderingen die we niet altijd kunnen onderdrukken.
Voorbeelden:
- Toen Axel Sylvie meevroeg naar de film begon ze zo fel te blozen dat iedereen onmiddellijk
wist hoe laat het was…
- Toch stom, die verliefdheid, dat van die vlinders in de buik lijkt blijkbaar te kloppen!
- Toen hij tijdens de examens ’s morgens op school vernam dat hij voor het verkeerde vak had
gestudeerd, werd hij lijkbleek…
Maar ook andere situaties kunnen ervoor zorgen dat we onze emoties niet volledig in de hand
hebben:
- Dronkenschap kan aanleiding geven tot meer uitgesproken emotioneel gedrag. Daarnaast
leidt dronkenschap tot een verlies van terughoudendheid op vlak van vrolijkheid, woede en
seksuele begeerte. Onder normale omstandigheden zijn deze neigingen ook aanwezig, alleen
worden ze dan in bedwang gehouden.
- Onder invloed van langdurige stress of ziekte kunnen emotionele reacties sterker worden.
Kijk ook even naar onderstaande cartoon.
4.2 Beheersen van emoties: persoonsgebonden invloeden of socio-culturele invloeden op
emoties
4.2.1 Beheersen van emoties: persoonsgebonden invloeden
Je kan dit op verschillende wijzen doen.
a) Vluchten, ontkennen, afstand nemen van emoties:
Je kan op de vlucht gaan voor bepaalde emoties of de situaties gaan vermijden die deze
emoties kunnen uitlokken.
- Iemand met hoogtevrees zal niet het Himalaya gebergte beklimmen.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
15
- Men kan gevoelens van boosheid vermijden door de persoon met wie men ruzie heeft uit de
weg te gaan
- roken ... . Zie opdracht 1: kleurenfoto’s sigarettenpakjes (bijlage p. 41)
- Sommige leerlingen gaan een avondje stappen om te vermijden dat ze gaan piekeren over
hun slechte rapport.
- Sommige mensen storten zich op hun werk om te vermijden dat ze ten onder gaan aan het
verdriet voor hun overleden partner.
-…
Sommige mensen gaan ook bepaalde situaties ontkennen omdat ze de emoties die hierdoor
worden uitgelokt niet aankunnen.
- Denk maar aan de ontkenning binnen een lijdens- en/of stervensproces.
- Sommige verliefde personen willen niet inzien dat hun partner geen wederzijdse gevoelens
meer koestert.
-…
Soms gaan we ook proberen de situatie van op een afstand te bekijken, als iets onpersoonlijks.
Op die manier wordt emotie ook uitgeschakeld.
- Mensen hebben geen problemen met het eten van konijn. Het wordt pas een probleem als
het konijn (huisdier) op tafel komt.
- Een chirurg heeft geen probleem met het opereren van patiënten, totdat het gaat over een
dierbare naaste.
-…
b) Aanpakken van emoties:
Men kan niet altijd de emotie uit de weg gaan of vermijden. In sommige gevallen moeten
situaties daadwerkelijk aangepakt worden. We zullen onszelf dus moeten leren beheersen
waardoor we niet volledig overweldigd worden door onze emoties.
Hoe kunnen we dit doen?
Hoe vaak zeggen we niet tegen mensen die overweldigd zijn door een emotie, probeer het
eens even van op een afstand te bekijken, bekijk het ook eens vanaf de andere kant.
Probeer hiervan zelf voorbeelden te zoeken.
Opmerking:
Humor speelt hier ook een belangrijke rol. Een grapje maken over een vervelende situatie
getuigt van zelfbeheersing.
Zoek zelf een voorbeeld bij jezelf of bij iemand anders waarbij je de eigen emotie beter in
bedwang hield door het gebruik van humor.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
16
4.2.2 Beheersen van emoties: socio-culturele invloeden
Zie bijlage p33-34
Lees aandachtig volgende tekst naar het boek van Nico Frijda. Probeer daarna de socioculturele invloeden op emoties met voorbeelden uit eigen leven te illustreren.
5 Communicatie en emoties
In de voorgaande jaren heb je reeds heel wat geleerd over communicatie. In dit onderdeel
staan we stil bij emotionele communicatie.
De psycholoog Albert Mehrabian heeft met een reeks studies aangetoond dat tijdens een
ontmoeting met twee mensen 55% van de emotionele betekenis van een boodschap wordt
uitgedrukt door non-verbale signalen als gezichtsuitdrukking, houding en gebaren en dat 38%
wordt overgedragen door onze intonatie. De overige 7% van de emotionele betekenis wordt
uitgedrukt door het gesproken woord. (L.E. Shapiro, 1998, p. 266)
5.1 Emotionele communicatie
Het is heel belangrijk dat men van jongs af aan leert spreken over zijn emoties. In gezinnen
waar gevoelens worden onderdrukt en het praten over emoties zoveel mogelijk wordt
vermeden, zullen kinderen eerder slecht over hun emoties kunnen nadenken en praten.
Het leren om emoties te herkennen en te uiten, is een belangrijk onderdeel van de
communicatie, maar ook het respecteren van andermans emoties is een belangrijk onderdeel.
In deze zin kan men stellen dat wat de communicatie van emoties betreft het soms
belangrijker is een goede luisteraar te zijn dan een goede prater.
Tijdens een normaal gesprek zijn we van nature geneigd onze mening te geven over wat
gezegd wordt. Maar bij het actieve luisteren is het juist de bedoeling om zich volledig te
richten op de andere en eigen gevoelens en meningen niet te uiten. Dit is een heel belangrijk
onderdeel om conflicten, thuis, op school, in allerlei relaties, … op te lossen.
Omdat het zo belangrijk is om actief te leren luisteren met betrekking tot emoties, willen we
hier een oefening inlassen.
- Maak willekeurige groepen van twee personen.
- Kies elk individueel één onderwerp van iets wat je dwars zit en dat je wil bespreken met je
partner.
- De ene persoon praat drie minuten over dit onderwerp.
- De andere persoon gaat tijdens dit gesprek actief luisteren. Probeer de volgende
luistervaardigheden toe te passen tijdens dit gesprek.
1. Herhaal wat de ander gezegd heeft (‘Dus je bedoelt dat …).
2. Vraag meer informatie (‘Kun je me iets meer vertellen over …).
3. Toon belangstelling voor hetgeen de ander te vertellen heeft (door gebaren, intonatie,
oogcontact, enz.).
4. Benoem of beschrijf wat de ander lijkt te voelen (‘Volgens mij ben je boos omdat …’).
- Na dit gesprek, keer je de rollen om.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
17
Evalueer hierna volgende elementen:
1. Beschikte de spreker over voldoende woorden en woordenschat om over zijn emoties te
spreken en zijn gevoelens te uiten?
2. Was het actief luisteren geslaagd?
5.2 Non-verbale communicatie
Non-verbale gedrag is, in tegenstelling tot het verbale gedrag, continu. Dit wil zeggen dat we
steeds met ons lichaamstaal en gezichtsuitdrukkingen communiceren, hoewel we ons daar
vaak niet van bewust zijn.
Volgende aspecten van de non-verbale communicatie zijn belangrijk bij het uiten van onze
emoties.
1. spraakpatroon en ritme
2. intermenselijke ruimte (het te dichtbij of te ver weg staan)
3. houding en gebaar
4. oogcontact (Tijdens een gesprek kijkt de gemiddelde mens de andere zo’n dertig tot zestig
procent van de tijd aan. Wanneer we iemand te veel of te weinig aankijken, kan dat ervaren
worden als onbeleefd.)
5. de klank van de spraak en niet-spraak (fluiten, neuriën en andere geluiden)
6. uiterlijke (denk ook aan kledij, sieraden, haarstijl, …)
7. gelaatsuitdrukking (zie onderzoek Paul Ekman)
Oefening 1:
- Groepswerk per 4.
- Elke groep krijgt een aantal kaarten, per kaart één emotie (we nemen hier bij voorkeur
aanverwante emoties en geen basisemoties).
- Elk gaat om de beurt een kaart trekken en de emotie uitbeelden. De anderen moeten de
emotie proberen te raden.
- We herhalen deze oefening, maar nu draagt diegene die de emotie moet uitbeelden een
masker. Zo laten we de gelaatsuitdrukking buiten spel.
Oefening 2:
Voor het verbaal uitdrukken van emoties is het belangrijk om weten dat al naargelang de
gelegde klemtonen en intonatie (non-verbale aspecten) en heel andere betekenis ‘geuit’ kan
worden. Probeer maar eens met de volgende zin: ‘De leerkracht heeft me aan het bord
geroepen’. Zeg dit conform de volgende 4 basisemoties (angst, woede, vreugde en verdriet).
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
18
6 Emotionele intelligentie (EQ)
1. Ga je eigen leven eens na. Ben jij eerder een gevoelsmens en krijgen emoties een
belangrijke plaats in uw leven of probeer jij alles zoveel mogelijk vanuit een beredeneerd
standpunt aan te pakken?
2. Vond je het makkelijk of eerder moeilijk om bovenstaande vraag te beantwoorden?
Probeer goed te motiveren waarom.
Emotionele intelligentie verwijst naar de capaciteit om onze eigen gevoelens en die van
anderen te herkennen, om onszelf en anderen te motiveren en om goed om te gaan met eigen
emoties en emoties bij relaties.
Het beschrijft bekwaamheden die zijn te onderscheiden van, maar aanvullend zijn aan,
wetenschappelijke intelligentie, de puur verstandelijke capaciteiten die met een IQ-test
worden gemeten.
De combinatie van IQ en EQ bepaalt de graad van succes in het leven op persoonlijk en
maatschappelijk vlak. Van deze 2 factoren weegt EQ vaak het zwaarst door.
Emotionele intelligentie kan je onderverdelen in twee vaardigheden:
- persoonlijke vaardigheden: deze vaardigheden bepalen hoe we onszelf opstellen.
Bijvoorbeeld: zelfbewustzijn, zelfvertrouwen, zelfbeheersing, betrokkenheid, initiatief,
optimisme, …
- sociale vaardigheden: deze vaardigheden bepalen hoe we omgaan met relaties.
Bijvoorbeeld: empathie, communicatie, conflicthantering, samen- en meewerken, …
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
19
Als je zelf even wil nagaan hoe het met je EQ en IQ gesteld is, kan je in tal van boeken en op
internet heel wat testen vinden. We willen hier een korte test aanbevelen (sommige testen
duren enkele uren en zijn betalend) die we gevonden hebben op internet.
Het is een EQ-test en IQ-test:
www.123test.nl/eqtest/
www.123test.nl/iqtest/
Opdracht:
EQ of QE? Boekbespreking ‘Intelligente Emotie’ (zie bijlage p. 37-38)
Ludo Abicht houdt in zijn boek ‘Intelligente emotie’ een pleidooi voor zowel een emotionele
‘intelligentie’ als een intelligente ‘emotie’.
Lees aandachtig dit artikel en beantwoord daarna de vragen.
Waar in het maatschappelijke leven vandaag de dag is er bijna uitsluitend ruimte voor de rede,
voor een rationele benadering zonder plaats voor emotionele elementen? Het gaat hier om
bepaalde jobs, bepaalde instituten, bepaalde personen, openbare aangelegenheden en
evenementen…
Waar in het maatschappelijke leven vandaag de dag is er bijna uitsluitend ruimte voor de
emotie, voor een gevoelsbenadering zonder plaats voor rationele elementen? Het gaat hier om
bepaalde jobs, bepaalde instituten, bepaalde personen, openbare aangelegenheden en
evenementen…
Waar in het maatschappelijke leven vandaag de dag zou er volgens jouw een goed evenwicht
aanwezig moeten zijn tussen emotionele intelligentie en intelligente emotie? We denken ook
hier weer aan bepaalde jobs, bepaalde instituten, bepaalde personen, openbare
aangelegenheden en evenementen…
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
20
Literatuurlijst
Browne, C. (2000). Hägar een streepje voor. Knokke: Exalibur Press.
Brysbaert, M. (2006). Psychologie. Gent: Academia Press.
De Man, L., Janssens, G. (2006). Psychologie. Antwerpen: Uitgeverij De Boeck.
Frijda, H. (1988). De emoties. Amsterdam: Bert Bakker.
Goleman, D. (1996). Emotionele Intelligentie. Amsterdam/Antwerpen: Uitgeverij Contact
Lelord, F., André, C. (2003). De kracht van emoties. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
Shapiro, L. E., (1998). Hoe vergroot ik het EQ van mijn kind, een opvoedingsgids tot
emotionele intelligentie. Amsterdam: Uitgeverij Boom.
Vereecken, K., (2006). Kippenvel op je huid en vlinders in je buik. Kinderuniversiteit
beantwoordt de moeilijkste vragen over zintuigen en gevoelens. Tielt: Uitgeverij Lannoo nv.
Verreycken, M. (2007). Emoties, bron van kracht. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
Willson, R., Branch, R. (2006). Cognitieve gedragstherapie voor dummies. Nijmegen:
Pearson Education Benelux.
Geraadpleegde websites
http://pbd.gemeenschapsonderwijs.net/humanewetenschappen/tweedegraad/tweede/leerlingen
/smoeltrekkerij_of_echte_emoties_ll.doc
http://pbd.gemeenschapsonderwijs.net/humanewetenschappen/derdegraad/gedrag/over_ijskon
ijnen_ll.doc
http://www.klasse.be/archief/index.php?op=archief&nr=3248
http://www.123test.nl/eq-test/
http://www.123test.nl/iq-test/
http://www.phobos.be/HTML/Reclame%20behoeftes.htm
http://eq.startpagina.nl
http://www.uvv.be/uvv5/pub/cante/emo/pdf/06%20eq.pdf
http://www.lichaamstaal.nl/
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
21
Bijlage teksten.
Onderzoek: naar de relatie tussen emoties en gelaatsexpressie
Paul Ekman is hoogleraar psychologie aan de universiteit van Californië in San Francisco en
het nagaan van de relatie tussen emoties en gelaatsexpressie is sinds 1965 zijn specialiteit. Hij
is waarschijnlijk de wetenschapper die op dat vlak het meest baanbrekende werk heeft
verricht.
Hoe ging Ekman tewerk?
In een eerste onderzoek, liet hij mensen uit vijf verschillende culturen (Chili, Japan,
VS, Brazilië en Argentinië) foto’s zien van gezichten die emoties uitdrukten zoals
blijheid, droefheid, verrassing, woede, angst enz… Hij vroeg hen te zeggen welke
emoties de gezichten volgens hen toonden.
De meerderheid van de personen uit alle vijf de culturen was in staat de correcte emotie
te herkennen die werd uitgebeeld. Ekman leidde hieruit af dat die emoties in alle
culturen op dezelfde wijze worden geuit en dus universeel en aangeboren zijn.
Al gauw kwam kritiek uit de hoek van de wetenschappers die ervan uit gingen dat
expressie van emotie cultuurgebonden is. Hun voornaamste kritiek was dat de
onderzochte culturen allen onder invloed staan van het Westen en dat de testpersonen
wellicht de betekenis van de gelaatsuitdrukkingen hadden geleerd via de media of door
rechtstreeks contact met westerlingen.
Om deze kritiek te ontkrachten zocht hij een cultuur die geen tv, tijdschriften, films en
geen of weinig vreemdelingen had gezien. Hij vond een ongeletterde, geïsoleerde stam
(Fore stam) in Papoea-Nieuw-Guinea. In 1967 trok Ekman naar daar voor zijn
experiment.
Hij las een aantal verhaaltjes voor en vroeg de mensen uit een reeks van drie, de foto te
kiezen die bij het verhaaltje paste. Hij gebruikte dezelfde fotoreeksen als in zijn eerste
onderzoek.
Voorbeelden van verhaaltjes:
Zijn/haar vrienden zijn gekomen en hij/zij is blij
Zijn/haar kind is overleden en hij/zij is verdrietig
Hij/zij kijkt naar iets dat hij vies vindt
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
22
De meeste leden van de Fore stam kozen de juiste foto bij het juiste verhaaltje, waaruit
we kunnen afleiden dat zij die emoties zelf ook kennen en waarschijnlijk ook zelf zo
uiten.
In een derde experiment las Ekman dezelfde verhaaltjes voor en vroeg aan de
stamleden om een gezicht te trekken zoals de persoon zou doen in het verhaaltje.
Ekman nam dit op op video en liet de beelden zien aan Amerikaanse studenten.
Hieronder staan enkele van die uitdrukkingen afgebeeld. De studenten konden zonder
problemen de emoties identificeren, wat er weer op wees dat de uitingswijzen van
emoties universeel zijn.
De instructie bij de foto linksboven was: “Je vriend is gekomen en je bent blij”. Bij de
foto rechtsboven was de instructie: “Je kind is gestorven”. Linksonder: “Je bent kwaad,
je staat op het punt te vechten”. Rechtsonder: “Je ziet een dood varken dat daar allang
ligt”.
Belangrijk om weten is dat Ekman vooral de basisemoties onderzocht. Gezien de grote
moeilijkheid om verwante emoties of mengvormen te herkennen had het weinig zin om
die emoties te onderzoeken. Wel wordt aangenomen dat het bewijs dat Ekman leverde
voor de universaliteit van basisemoties, ook mag veralgemeend worden naar de
verwante emoties.
Uit deze studies kan men concluderen dat minstens een aantal uitdrukkingen van emoties
aangeboren en universeel zijn. (verdriet, blijheid, angst, woede, verbazing, walging en
minachting). Het lijkt waarschijnlijk dat een bepaalde emotie bij alle mensen – ongeacht hun
etnische achtergrond - bepaalde gezichtsspieren activeert met een typische
gezichtsuitdrukking tot gevolg.
Dit principe wordt ook bevestigd door onderzoek bij blinde kinderen. Kinderen die blind en
doofstom geboren zijn, kunnen op geen enkele manier geleerd hebben hoe ze een emotie
moeten uiten. Toch glimlachen ze op eenzelfde manier als kinderen die wel kunnen zien. Ook
andere emoties als boosheid en angst drukken ze op eenzelfde wijze uit. Dit kan je zien op de
foto’s op volgende pagina.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
23
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
24
De leugendetector
Leugendetector voor het eerst getest
02/02/1935 - Leonard Keeler heeft in Winsonsin voor het eerst een leugendetector getest. Een
leugendetector moet meten dat iemand bewust of onbewust niet de waarheid verteld.
De leugendetector wordt ook wel een polygraaf genoemd. De machine maakt gebruik van de
bloeddruk, ademhaling en hartslag. Daarnaast kan het zweten van de ondervraagde hem of
haar ook verraden.
De betrouwbaarheid van een leugendetector is geen 100%. Men schat het op ongeveer 70%.
Het verschilt per persoon, de ene persoon reageert heftiger dan de andere.
Het is zeer gevaarlijk om besluiten te trekken over iemand op basis van een leugendetector.
Een leugendetector meet huidgeleiding en andere fenomenen die in verband staan met stress.
In principe kun je erop zien hoe erg iemand onder stress staat op het moment dat hij een vraag
beantwoordt. Het is echter moeilijk om te zeggen hoe groot die stress nu precies is, en zeker
of ze veroorzaakt wordt door een leugen.
In vaardige handen kan een leugendetector een hulpmiddel, geen bewijsmiddel, zijn bij
politieonderzoek. Maar het is zeer de vraag of een leugendetector zinnig is bij bijvoorbeeld
een sollicitatie, zoals in vooral Amerikaanse bedrijven wel eens gebeurt.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
25
Basisemoties
Uit: Verreycken, M. (2007). Emoties, bron van kracht. Antwerpen: Standaard Uitgeverij.
Afbeeldingen uit: Vereecken, K., (2006). Kippenvel op je huid en vlinders in je buik.
Kinderuniversiteit beantwoordt de moeilijkste vragen over zintuigen en gevoelens. Tielt:
Uitgeverij Lannoo nv.
VERDRIET
Verlies kan verdriet uitlokken. Afwijzing door
iemand van wie je houdt, verlies van
zelfwaardering omdat je een bepaald doel niet
hebt kunnen realiseren, verlies van waardering
van een voor jou belangrijk iemand, verlies van
gezondheid, onrechtvaardig behandeld worden
door iemand die je zeer nabij is, verlies van een
vriend, kind, een ouder...
Er is een verschil tussen verdriet (vanwege het
niet bereiken van een gesteld doel) en
ondraaglijk lijden (bv. het verlies van een kind).
Tijdens momenten van ondraaglijk lijden is er
protest. Tijdens momenten van verdriet is er
veeleer berusting en wanhoop. Bij ondraaglijk
lijden probeert men actief de oorsprong van het
verlies aan te pakken. Bij verdriet zijn we
passiever.
Verdriet is een langdurige emotie. Na een
periode van ondraaglijk lijden komt er een
periode van berustend verdriet waarin men zich
totaal machteloos voelt. Daarna komt er weer een periode van ondraaglijk lijden, waarin men
protesteert en probeert het verlies te herstellen, die dan weer gevolgd wordt door een periode
van verdriet. Die cyclus herhaalt zichzelf opnieuw en opnieuw.
Wanneer de emotie ‘verdriet’ matig is, kan ze slechts een paar minuten tot een paar dagen
duren vooraleer er weer een andere emotie gevoeld wordt.
Hevige emoties daarentegen verlopen in steeds weerkerende golven en houden niet
voortdurend dezelfde intensiteit aan. Na een intens verdriet kan er een chronisch depressieve
achtergrondstemming ontstaan, tot de stemming door het verstrijken van soms heel veel tijd,
verflauwt naarmate het rouwproces naar zijn einde loopt.
Woede kan een vorm van bescherming zijn tegen ondraaglijk lijden, soms zelfs deeltje van
een remedie. Wanneer de afgewezen minnaar boos kan worden omdat hij afgewezen is, neemt
de wanhoop af. Tijdens een ogenblik van diepe eenzaamheid zal het verdriet terugkomen en
kan het opnieuw door woede verdreven worden.
Het is niet ongewoon om woedegevoelens te hebben naar de persoon die men verloren heeft,
maar boosheid is zeker niet het enige gevoel. Het is zeker geen noodzakelijke remedie voor
het verdriet of ondraaglijk lijden dat men voelt, maar het kan soms helpen. Het nemen van
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
26
gepaste medicijnen kan helpen om de vreselijke pijn wat te verzachten, maar hulp van
anderen is en blijft absoluut noodzakelijk.
Niet iedereen wil zich echter laten helpen als hij een periode van intens verdriet doormaakt.
Sommige mensen trekken zich terug, willen alleen gelaten worden of schamen zich voor hun
verdriet omdat ze zich op dat moment zwak en hulpeloos voelen. (Dit gebeurt veel meer bij
mannen dan bij vrouwen.)
WOEDE
Als iemand ons een stokje in
de wielen steekt, ontstaat de
emotie woede. Blijkt dan nog
dat men dat opzettelijk gedaan
heeft, dan kan onze woede
krachtiger worden. Als iemand
je probeert te kwetsen, dan
reageer je met woede en angst.
Als iemand je kwetst, dan
reageer je ook met woede en
angst. Teleurstelling in
iemands gedrag kan je kwaad
maken, vooral als het gaat om
iemand om wie je veel geeft.
Het klinkt misschien raar dat je
razend kan worden op iemand
van wie je echt houdt, maar dat
zijn dan ook de mensen die je
het meest pijn kunnen doen.
Een andere reden is dat zij de mensen zijn die je intiem kennen, die weten wat je angsten en
zwakheden zijn en die ook weten wat je het meest kan kwetsen. Woede controleert, straft en
neemt wraak. Het gevaarlijke aan woede is dat ze meer woede oproept en dat is een negatieve
spiraal die zeer gemakkelijk kan escaleren. Het woord ‘woede’ dekt vele ladingen, veel
verschillende, verwante ervaringen. Woede kan gaan van lichte ergernis tot razernij. Boze
gevoelens verschillen niet alleen in kracht, maar ook in de soort van gevoelde boosheid.
Mokken is passieve boosheid. Ergernis wijst erop dat ons geduld ernstig op de proef gesteld
wordt. Wraak is een vorm van boze activiteit die men gewoonlijk uitoefent na een periode van
overdenken van wat er gebeurd is en heeft soms een grotere intensiteit dan de handeling die
haar uitlokte. Wrok is een van de gradaties van boosheid, wanneer ze van korte duur is. Wrok
kan knagen en zit voortdurend in het achterhoofd. Wanneer de wrok knaagt, is de kans op
wraak groter. Wrok is een langdurig gevoel en is verbonden met een specifieke reeks grieven.
Wrok is geen emotie meer, want daarvoor duurt ze te lang. Het is veeleer een emotionele
attitude geworden. Rancune is een lang bestaande wrok. Als iemand zich op een
onrechtvaardige manier gedraagt, dan vergeef je het hem misschien niet en koester je je wrok,
rancune langdurig, soms levenslang. Je bent dan niet constant bewust kwaad, maar telkens
wanneer je aan die persoon denkt of hem ziet, steekt de woede weer de kop op.
Haat is een blijvende intense antipathie. Alleen nog maar horen praten over de betreffende
persoon, kan heftige gevoelens van boosheid opwekken. Tegelijkertijd voelt men dan ook een
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
27
intens gevoel van afschuw en minachting voor de gehate persoon. Haat is net als wrok
langdurig en kan knagen; de gehate persoon kan het leven van de hatende persoon volledig in
beslag nemen. Net zo min als wrok is haat een emotie, om dezelfde reden; het is een
emotionele gehechtheid.
Woede maakt dat je de persoon op wie je woedend bent, wilt kwetsen. Woede is de
gevaarlijkste emotie omdat we het doelwit van onze woede mogelijk lichamelijke, psychische
of sociale schade kunnen berokkenen. Het gaat misschien alleen maar om boze woorden, die
geschreeuwd of heel kalm uitgesproken worden, maar het motief is hetzelfde: het doelwit
schade berokkenen.
Iedereen beleeft deze emoties anders, de ene veel intenser dan de andere. Er zijn mensen die
niet eens het vermogen hebben tot extreem heftige woede. Verschillende woede-uitingen
hangen niet alleen af van de mate van ontvlambaarheid van iemand, maar ook van zijn
explosief vermogen (van hoeveel dynamiet er in iemand zit als het ware).
Hoewel men zich soms wel heel erg geneigd kan voelen om iets giftigs te zeggen of om fysiek
aan te vallen, zullen de meeste mensen in staat zijn ervoor te kiezen om niet tot actie over te
gaan.
Wanneer je boos wordt, kan er heftige woede ontstaan door bijvoorbeeld een provocatie, die
anderen misschien niet eens zo erg vinden. Dat kan een onenigheid zijn, een belediging, een
kleine frustratie. Je kunt er soms voor kiezen om geen controle over je woede uit te oefenen
en je niks aan te trekken van de gevolgen ervan.
Het is vanzelfsprekend veel moeilijker om je woede onder controle te houden wanneer je
prikkelbaar bent of heel diep gekwetst. Woede die ontstaat tijdens zo’n periode, duurt langer
en is veel moeilijker te beheersen.
Woede zegt je dat er iets moet veranderen. Om die verandering op de meest effectieve manier
te bereiken, moet je de oorsprong van je woede kennen. Wat ging er aan de woede vooraf?
Het dwarsbomen van je plannen?
Dreiging van een letsel (zowel fysiek als psychisch)?
Een belediging van je zelfrespect?
Een afwijzing?
Andermans woede?
Een onrechtvaardige behandeling?
Was je perceptie juist?
Kon je iets doen om de oorzaak van je woede te verzwakken of elimineren?
Woede en angst treden vaak in dezelfde situaties op. In reacties op dezelfde dreigingen kan
woede helpen om de angst te verminderen.
Gevoelens van boosheid houden een gevoel van druk, spanning en warmte in. De hartslag
versnelt, net als de ademhaling. De bloeddruk stijgt en het gezicht wordt rood. Er ontstaat ook
een impuls om zich in de richting van het doelwit te bewegen.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
28
ANGST
Angst is de meest onderzochte van
alle emoties en valt bij bijna alle
diersoorten op te wekken. De
dreiging van een lichamelijk of
psychisch letsel - duidelijke tekens
van gevaar kenmerkt alle
angstopwekkende situaties. Er zijn,
net zoals dat bij woede het geval is,
niet-aangeleerde uitlokkers voor
angst; bijvoorbeeld: als er een object
naar je toe vliegt, dan zal je reflex
meteen wegduiken zijn. De dreiging
van mogelijke lichamelijke pijn is
een niet-aangeleerde angstuitlokker.
Het is mogelijk dat niet iedereen een
aangeboren angststimulus heeft. Er
zijn altijd een aantal mensen die niet
laten zien wat bij bijna alle anderen
wél te zien is. Elk individu verschilt
nu eenmaal in vrijwel elk aspect van menselijk gedrag en emoties zijn daarop geen
uitzondering.
Je kunt voor bijna alles bang leren zijn. Zo is het een feit dat sommige mensen bang zijn voor
dingen die absoluut geen gevaar inhouden, zoals kinderen die vaak bang zijn voor het spook
onder hun bed. Als je bang bent, kun je ofwel bijna alles doen, of je kunt helemaal niks meer
doen. Dat is afhankelijk van wat je in het verleden geleerd hebt over wat je in een bepaalde
situatie kan beschermen.
Onderzoek hierover leert ons dat de evolutie twee zeer verschillende manieren van handelen
bij gevaar prefereert en dat zijn schuilen of vluchten. Als je angstig bent, dan vloeit het bloed
naar de grote beenspieren, dus je wordt op dat moment voorbereid om te vluchten. Wat niet
per definitie inhoudt dat je ook effectief zult vluchten. Het betekent alleen dat de evolutie je
heeft voorbereid om datgene te doen wat in de geschiedenis van onze soort de grootste waarde
heeft gehad. Als je niet verstijft of vlucht van angst, dan is de meest voor de hand liggende
reactie dat je kwaad zult worden.
Angstervaringen onderscheiden zich door verschillende factoren, namelijk.
- de intensiteit van de ervaring (hoe erg is het dreigend letsel);
- de vraag of het letsel onmiddellijk is of nog te verwachten;
- de mogelijkheid om iets te ondernemen wat de bedreiging kan afzwakken of elimineren.
De bron van angst is altijd een mogelijke pijnervaring (zowel fysisch als psychisch). Angst
speelt een zeer grote rol in tal van emotionele stoornissen; denk maar aan paniekaanvallen,
fobieën, smetvrees,... Dat zijn allemaal stoornissen die het normaal functioneren van een
persoon sterk kunnen verstoren en die therapie (en soms ook medicatie) noodzakelijk maken.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
29
VREUGDE
Er zijn net zoveel variaties van plezier
als er zijn van verdriet of van andere
emoties. Zoals er een aantal herkenbare
emoties zijn die we niet graag ervaren,
is er een gamma van emoties die we
graag, tot heel graag ervaren. Plezier,
vreugde, blijdschap zijn oppervlakkige
bewoordingen, ze zijn niet specifiek
genoeg om de echte emotie te kunnen
inschatten. Veel onderzoek over deze
emoties is er nog niet gebeurd.
Wetenschappers schijnen alleen de
negatieve emoties boeiend genoeg te
vinden om te onderzoeken.
Laat ons beginnen met het meest
tastbare, nl. het zintuiglijke: de visuele,
tactiele, auditieve, geur- en
smaakgevoelens.
Voelen kan zeer aangenaam zijn, bv.
wanneer je gestreeld wordt of wanneer
je iets aanraakt.
Zien kan enorm fascinerend zijn, denk maar aan een zonsondergang. Het horen van lieve
woordjes kan ons hart strelen, maar ook luisteren naar muziek kan heel positieve gevoelens
teweegbrengen. Het smaken en proeven van zoete dingen zorgt voor aangename sensaties. En
tot slot ruiken we ook: de geuren van een maaltijd die klaargemaakt wordt bijvoorbeeld. Of
denk maar aan hoe het water je in de mond kan komen als je voorbij een frituur loopt!
De meest eenvoudige plezierige emotie is geamuseerd zijn, kunnen lachen om een mop
bijvoorbeeld. Zich geamuseerd voelen kan van intensiteit verschillen en kan gaan van een
matige tot een bulderende lach.
En dan komen we bij een reeks andere varianten van de emotie plezier en vreugde.
Opwinding is het blij wachten op een aangename gebeurtenis die er staat aan te komen.
Opwinding heeft ook een andere vorm en die maakt deel uit van het scala van de angsten.
Opluchting kan ontstaan na het ervaren van sterke emoties en kan dan gepaard gaan met een
diepe zucht. Vrees gaat meestal aan opluchting vooraf. Je bent angstig voor je een examen
gaat afleggen en als je de vragen allemaal kon beantwoorden, dan voel je je heel opgelucht.
Vrijwel alles wat onbegrijpelijk of fascinerend is, kan verbazing opwekken. Je kan zodanig
verbaasd zijn over iets of iemand dat je er kippenvel van krijgt. Darwin schreef hierover dat
het krijgen van kippenvel een van de sterkste aan deze emotie verbonden lichamelijke
sensaties is. Extase of een gevoel van gelukzaligheid is een toestand van verrukking die
zichzelf overtreft. Extase is een zeer krachtige ervaring die sommigen bereiken via meditatie,
anderen door seks of door de natuur.
Trots is een enorme tevredenheid over jezelf die je krijgt wanneer je een grote inspanning
gedaan hebt om iets te bereiken en je er ook in slaagt om het gestelde doel te bereiken.
Dankbaarheid is een zéér gecompliceerde emotie en het is ook niet te voorspellen wanneer ze
zal ontstaan. Waarschijnlijk bestaan er grote culturele verschillen in de sociale situaties
waarin dankbaarheid kan ervaren worden. Dankbaarheid krijgen is iets wat door iedereen
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
30
enorm geapprecieerd wordt. Zelfs wanneer men geen dankbaarheid verwacht - een
verpleegster bijvoorbeeld die je heel goed verzorgt, doet alleen maar haar werk - stelt men het
toch uitermate op prijs als er dankbaarheid getoond wordt. Dat geeft de verpleegster in
kwestie een goed gevoel, een gevoel van trots. Dankbaarheid is iets wat vaak gefaket wordt,
bijvoorbeeld door een kind naar zijn ouders toe, omdat het denkt dat het hen die dankbaarheid
verschuldigd is. Of valse dankbaarheid als vorm van manipulatie om bij de andere een
gevoelige snaar te raken en op die manier iets van hem gedaan te krijgen.
Leedvermaak heb je wanneer er je ergste vijand iets ergs overkomen is en je daar een goed
gevoel bij krijgt. Leedvermaak is anders dan alle overige plezierige emoties en wordt ook
vaak afgekeurd vooral dan in de westerse samenleving. Hier wordt ons geleerd geen genoegen
te scheppen in andermans leed en niet jaloers te zijn op andermans succes. Plezierige emoties
motiveren ons en zetten ons ertoe aan om dingen te ondernemen die goed voor ons zijn. We
streven in feite altijd goede gevoelens na, we willen ons gewoonweg goed voelen.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
31
Beheersen van emoties: socio-culturele invloeden
Lees aandachtig volgende tekst naar het boek van Nico Frijda. Probeer daarna de socioculturele invloeden op emoties met voorbeelden uit eigen leven te illustreren.
De aanwezigheid van kritische, welwillende of onwelwillende anderen speelt een rol bij het
beheersen van onze emoties. Men zal makkelijker instorten als dat door de anderen
getolereerd wordt of als ze er begrijpend op reageren. Mensen hebben de behoefte om erbij te
horen en ze stemmen hun emotioneel gedrag af op wat de mensen rondom hen goedkeuren of
afkeuren.
De situatie waarin mensen verkeren speelt ook een rol bij het beheersen van onze emoties. In
bepaalde situaties zal men makkelijker emoties tonen dan in andere. Genegenheid en affectie
zal men bijvoorbeeld makkelijker thuis tonen dan op het werk. Ook onzekerheid en seksuele
opwinding worden vaker in besloten kring getoond dan in publieke situaties. In
nudistenkampen bijvoorbeeld, waar er talloze potentiële seksuele prikkels zijn, komt openbare
seksuele opwinding zelden voor. Dit heeft te maken met het feit dat in deze situatie mensen
hun emoties onder controle houden. De situatie zelf zorgt ervoor dat het beheersen spontaan
gebeurt.
Veel emoties zijn ingebed in een sociale context. Dit wil zeggen dat de aanleiding voor de
emotie en de emotie zelf algemeen erkend worden. Verdriet om het verlies van een kind, van
de partner, van de eigenwaarde wordt als vanzelfsprekend beschouwd binnen onze
samenleving. Hetzelfde geldt voor blijdschap vanwege een huwelijk of een geboorte.
Uiteraard bestaan er in dit verband zeer grote culturele verschillen. In onze cultuur boezemt
andermans verdriet vaak afkeer in, het wordt ervaren als iets lastigs. Er gelden strikte regels
omtrent de mate en de duur van verdriet, en de treurende houdt zich daaraan.
De samenleving stelt door middel van uitings- en gevoelsregels een gedragsmodel ter
beschikking dat een richtlijn is voor sociaal acceptabel gedrag. Jammeren, zich op de borst
beuken, het hoofd met as bedekken, zich de kleren van het lijf rukken, zijn emotionele
uitingswijzen die door sommige culturen worden voorgeschreven. Bij verschillende volkeren
in Nieuw-Guinea reageert men zijn opgekropte spanningen af door dagen- of wekenlang in
een uitzinnige toestand rond te dolen. Dit is waarschijnlijk een variant van een algemeen
voorkomend psychologisch mechanisme van spanningsontlading, maar het is de cultuur die
de vorm bepaalt. Bij ons mogen jongens niet huilen. Verdriet mag niet al te hoorbaar zijn …
De samenleving stelt ook eisen. Ze dwingt mensen soms iets te voelen en te laten zien dat er
niet is, en ze verbiedt veel dingen te laten zien of te laten voelen die er wel zijn. Daarvoor
bestaan er fatsoensnormen en beleefdheidsnormen.
Uitingsregels en gevoelsregels kunnen eigen zijn aan een bepaalde cultuur, een bepaalde
sociale klasse of rol, een bepaalde relatie tussen individuen. Veel van deze regels zijn
impliciet: ze zijn alleen maar merkbaar in het gevoel van wat wel en niet hoort, en in
gevoelens van schaamte. Ze worden echter ook soms expliciet uitgesproken. ‘Je hebt het recht
niet jaloers te zijn, zo was de afspraak’ en ‘Je hoeft je niet schuldig te voelen, jij kon er niets
aan doen’. In bepaalde culturen hoort men niet jaloers te zijn, in andere wel. In bepaalde
culturen hoor je je diep beledigd te voelen wanneer je in je eer wordt aangetast, anders ben je
een lafaard. In andere culturen bestaat het begrip ‘eer’ nauwelijks. De regels zijn soms zo
expliciet dat ze zijn terug te vinden in boeken over etiquette en ethiek
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
32
Sociale steun
Het samenzijn met anderen en het praten over emoties, verzacht de emotionele belasting. Er
bestaat een sterke behoefte om te praten over emoties. Dat blijkt ondermeer uit het bestaan
van zelfhulpgroepen van rouwenden, verkrachtingsslachtoffers, alcoholisten, enz. … Door er
met anderen over te praten kan de onaangename gebeurtenis beter verteerd worden, beter
geplaatst of anders geïnterpreteerd worden. Het verwerkingsproces wordt erdoor bevorderd.
Door de emotionele situatie met anderen te delen, wordt ze meer objectief. Gedeelde
verontwaardiging bevestigt jouw gelijk: ‘ik ben niet de enige, er is reden om verontwaardigd
te zijn’. Wanneer er bij hevige emoties geen deelname of sympathie van anderen is, raakt
iemand geïsoleerd.
Deïndividuatie: dit fenomeen komt vooral voor wanneer mensen zich in een massa bevinden
en als het ware opgaan in de menigte. Bij het uiten van emoties houden mensen onder
normale omstandigheden rekening met de sociale normen. In het geval van deïndividuatie
neemt de invloed van de sociaal geldende normen grotendeels af. Factoren die tot
deïndividuatie leiden zijn opwinding, gerichtheid op de gebeurtenissen en anonimiteit. Massaenthousiasme en massageweld zijn voorbeelden van situaties waarbij deïndividuatie optreedt.
In dergelijke situaties is er nog weinig sprake van invloed van sociale normen op het gedrag
van mensen. Onder normale omstandigheden zouden mensen niet hetzelfde gedrag vertonen.
Ze gaan zo op in de menigte dat ze alle zelfbeheersing verliezen.
(Frijda, 1988, p. 465-469)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
33
Verstand op hart
De Klasse-intelligentietest voor Einsteins, flurken en alle
gelukkigen die daartussen zitten. Zet je verstand op nul en vul de
test in. Antwoorden, score en je eigenste spiegelbeeld elders op
deze bladzijde. Een hint: IQ slaat op je hersenen, EQ op je
emoties gebruiken.
WAAR OF NIET WAAR ? (allebei aankruisen kan ook)
1 Intelligente mensen hebben gemiddeld een groter hoofd dan minder intelligente mensen.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
2 Intelligentie is erfelijk: pa of ma slim, ik slim. Daar kan je niets aan veranderen.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
3 Intelligentie meet je met een IQ-test (zie ook: PMS en sollicitatieproeven).
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
4 Hoe lager je IQ, hoe groter de kans dat je slecht presteert op school.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
5 Te slim is half gek. Mensen met te veel IQ zijn eigenlijk dom.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
6 Hoge intelligentie + slecht onderwijs = lage intelligentie + goed onderwijs.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
7 Emotionele intelligentie, dat is voor vrouwen (is trouwens in de mode).
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
8 Emotionele intelligentie kan je meten. Daarvoor bestaan er EQ-tests.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
9 Hoe lager je EQ, hoe groter de kans dat je slecht presteert op school.
[ ] WAAR[ ] NIET WAAR
10 Ik heb vermoedelijk (kruis het juiste vakje aan):
[ ] een hoog IQ en een hoog EQ
[ ] een laag IQ en een hoog EQ
[ ] een hoog IQ en een laag EQ
[ ] een laag IQ en een laag EQ
JE SCORE
0-5 punten: je IQ en EQ zijn aan de lage kant. Stimuleren je leraar en je ouders je wel
genoeg? Leg je'r zelf wel de pees op?
5-10 punten: Proficiat! Je bent een gezond exemplaar van de gemiddelde medemens.
10-15 punten: Je IQ en EQ zijn aan de hoge kant. Stimuleren je leraar en je ouders je niet
te veel? Beetje ontspannen alsjeblieft.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
34
1 Je moet al een erg klein hoofd hebben om zoiets te geloven. Maar tot 1908 geloofde
iedereen het. Toen nam de Franse psycholoog Binet zijn meetlat, trok ermee naar school en
vond geen enkel bewijs dat grote koppen slimmer maken dan kleine. Hij ontwierp dan maar
de eerste echte IQ-test. (1 punt voor NIET WAAR)
2 Een aantal psychologen geloven dat intelligentie even vast in je genen zit als stenen in een
muur. Anderen zeggen dat 80 procent van die stenen los genoeg zit om er betere van te
maken. Gooi alle onderzoeken bij elkaar en je krijgt als voorlopige tussenstand: intelligentie
is voor de helft aangeboren en wordt voor de andere helft gevormd door de mensen met wie je
opgroeit. (1 punt voor WAAR, 1 punt voor NIET WAAR, 2 punten voor WAAR en NIET
WAAR)
3 Een IQ-test meet hoe goed je een IQ-test kan oplossen. Daarmee is alles gezegd. Het IQ of
intelligentiequotient is een gemiddelde van cijfers die je scoort voor verschillende taken. De
huidige IQ-tests meten je ruimtelijke, taalkundige en wiskundige intelligentie. Je emotionele
intelligentie of muzikale, of hoe goed je een opdracht afwerkt, meten die tests niet. Om dat
laatste te weten te komen, neemt men van leerlingen steeds vaker leertests af. De IQ-test komt
nu veel minder voor. De helft van de Europese bevolking heeft een IQ tussen 90 en 110, met
100 als gemiddelde. (1 punt voor NIET WAAR)
4 No way. Specialisten zijn het erover eens: slechte schoolprestaties hebben niets te maken
met te weinig intelligentie. Je kan ook niet zeggen dat iemand met een hoog IQ slim is en
iemand met een laag IQ dom. Daarvoor geeft een IQ-test te weinig informatie. Een IQ-test
meet bovendien niet hoé je je verstand gebruikt. Je krijgt dus geen volledig beeld van je
kennen en kunnen. Daarom kan men er moeilijk mee voorspellen of je een studierichting
aankan of niet. (1 punt voor NIET WAAR)
5 Met meer dan 130 IQ ben je hoogbegaafd (Einstein zou 185 hebben gehaald), tenminste als
je ook nog heel creatief bent en gemotiveerd om je verstand te gebruiken. 4 Vlamingen op
100 zijn hoogbegaafd. De helft ervan maakt zijn talenten echter niet waar. Ze raken
gedemotiveerd op school (het gaat te traag, de leerstof is niet uitdagend genoeg), ze hebben
minder vrienden en schoppen het uiteindelijk niet zo ver als ze dachten. Ze zitten met een
probleem. Ze hebben minder emotionele intelligentie dan IQ's onder 130. De andere helft van
de hoogbegaafden redt het wel. Er bestaan zelfs verenigingen voor hoogbegaafden (0,5 punt
voor WAAR, 0,5 punt voor NIET WAAR, 2 punten voor WAAR en NIET WAAR)
6 Het is aan de school om kinderen en jongeren aan te zetten tot nadenken, problemen
oplossen, zelf ontdekken, opzoeken, de computer gebruiken, kritisch zijn kortom, je verstand
gebruiken.. Leerkrachten krijgen daar steeds meer vorming voor. Als zij je niet stimuleren,
blijft een deel van je verstand ongebruikt in je hersenpan. (1 punt voor WAAR)
7 Mannen zonder emotionele intelligentie zet je maar beter op sterk water. Emotioneel
intelligent zijn betekent onder andere dat je je eigen stemmingen in de hand kan houden,
jezelf kan motiveren en doorzet als het tegenzit. Zeven eigenschappen om goed te kunnen
leren hebben te maken met emotionele intelligentie. Je hebt zelfvertrouwen, bent nieuwsgierig
en zeker van jezelf, je hebt jezelf onder controle, je bent communicatief vaardig, behulpzaam
en je voelt je met anderen verbonden. Daar bestaan geen examens voor. Veel krijg je mee van
thuis. Mannen en vrouwen zijn emotioneel ongeveer even intelligent. Ze scoren wel anders op
verschillende onderdelen van een EQ-test. (2 punten voor NIET WAAR)
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
35
8 Over EQ wordt de laatste jaren veel gesproken en geschreven. Er zijn dan ook veel EQ-tests
in omloop. Ook bedrijven meten tegenwoordig het EQ van sollicitanten, want het diploma is
niet genoeg. Je moet sociaal vaardig zijn, zelfstandig kunnen werken, met stress kunnen
omgaan enz. Tot nu toe bestaat er maar één wetenschappelijk verantwoorde EQ-test en dat is
de Reuven Bar ON test. Meer info daarover vind je op Internet: www.iqeq.nl (1 punt voor
WAAR)
9 Prof Jan Derksen, die de EQ-test van de vorige vraag ontwierp, antwoordt het volgende:
«Het EQ, je gedragsstijl, heeft altijd invloed op je leerprestaties. Meestal is die invloed
positief, maar een laag EQ werkt remmend. Als je schoolresultaten niet goed zijn, dan kan dit
aan je IQ liggen. Maar als dat oké is, komen we bij emotionele en andere
persoonlijkheidsstijlen terecht. De EQ-test geeft aan in welke mate je emotionele capaciteiten
onderontwikkeld zijn gebleven en je schoolresultaten naar beneden halen.» (2 voor WAAR,
0,5 voor NIET WAAR)
10 Wie (a) invulde, geloven we niet (0 punten). Van de anderen respecteren we hun keuze (1
punt, 2 punten als troost indien je twee keer laag koos), maar toch dit: wie een gemiddeld IQ
heeft en een hoog EQ, maakt volgens psycholoog Daniel Goleman van het populaire boek
Emotionele Intelligentie veel kans op succes in het leven. Meer dan wie een laag EQ heeft en
een hoog IQ. Maar ook met een laag IQ kan je het ver schoppen op school, zolang je maar
graag en gemotiveerd in de klas zit.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
36
EQ of QE? Boekbespreking
‘Intelligente Emotie’
Tine Gysel
moreel consulent
Antenne december 2005 bladzijde 28 - 29
LUDO ABICHT STUDEERDE KLASSIEKE
FILOLOGIE, FILOSOFIE, GERMAANSE
FILOLOGIE EN IS DOCTOR IN DE
GERMAANSE LITERATUUR IN
NIJMEGEN,GENTEN, TÜBINGEN. HIJ
DOCEERDE AAN VERSCHILLENDE
UNIVERSITEITEN IN CANADA, DE VSA EN
IN VLAANDEREN. HIJ IS AUTEUR VAN EEN
VIJFTIENTAL BOEKEN. IN 2001
VERSCHEEN INTELLIGENTE EMOTIE. HET
ONTSTOND ALS REACTIE OP VRAGEN
VAN ‘ZOEKENDE’ STUDENTEN EN ALS
REACTIE OP HET WERK VAN GOLEMAN
OVER ‘EMOTIONELE INTELLIGENTIE’.
Zelf vertelt Ludo Abicht over zijn boek het volgende: "Intelligente emotie werkt
emanciperend, niet verslavend. Het betekent dat je de emotie die nodig is om in actie te
schieten en om je te engageren, intelligent inzet. Het is emotie die gestuurd en gekaderd wordt
door intelligentie. Mijn invalshoek is de individuele mens en zijn vraag ‘Wat doe ik met mijn
leven?’. Wij hebben maar één leven en dat gaat niet altijd over rozen. Iedereen heeft een
aantal beperkte talenten. Binnen die grenzen kunnen wij iets realiseren. Mensen zijn
belangrijker dan ze van zichzelf denken, daar zijn bewijzen genoeg voor. Kijk naar wat
mensen allemaal realiseren. Neem bijvoorbeeld de gelijkwaardigheid van man en vrouw; daar
was enkele eeuwen geleden helemaal geen sprake van en kijk hoe ver wij nu staan. Om
binnen onze beperkingen iets te kunnen realiseren, moeten wij die twee krachten -emotie en
intelligentie- bundelen. Ik ben het eens met Wilhelm Reich die zei dat het fascisme nooit een
kans zou hebben gekregen als de mensen een bevredigend emotioneel, affectief en seksueel
leven zouden hebben gehad. In deze tijd slaat men door naar het andere uiterste, emoties
worden totaal losgelaten. Ik zeg emotie, ja, maar niet zo dat je de verstandelijke controle
verliest. Het is niet omdat je op een bepaald moment een overweldigend gevoel hebt, dat je
daar altijd moet op ingaan. Dan krijg je mensen die zeggen: ‘Ik kon het niet helpen, de
emotie was sterker dan mijzelf.’ Daar geloof ik niet in. Anderzijds betekent intelligente
emotie ook dat je, eenmaal een keuze gemaakt, de gevolgen van die keuze erbij neemt. Dat
betekent dan weer niet dat je altijd bij die keuze moet blijven, als blijkt dat je je echt vergist
hebt. Vergissen en mislukken blijven menselijk. Bij een keuze blijven waar je niet meer
achterstaat, is niet intelligent, maar dom. Emoties maken het mogelijk om de sprong te wagen
naar een engagement of een keuze, emoties maken het ook mogelijk om eruit te stappen, met
de sturing van het verstand."
Dat Ludo Abicht een bijzonder veelzijdig intellectueel is, bewijzen zijn vele publicaties over
onder meer wijsbegeerte en ethiek, humor en wijsheid bij de joden en de joden van
Antwerpen. Met zijn boek zet de filosoof zich enigszins af van de hype rond ‘emotionele
intelligentie’. Toch is dit werk niet meteen een reactie op deze stroming waarvan het
gelijknamige boek van Daniel Goleman het centrum vormt. De laatste tijd staan de emoties
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
37
immers centraal in heel wat filosofische en psychologische publicaties. Dat is niet zo
verwonderlijk als men bedenkt hoezeer de klemtoon op de rede in de moderniteit onze
maatschappij voor gigantische problemen heeft gezet. De droom van de rede, meer bepaald
van een volledige beheersing van de wereld, heeft monsters gebaard. Er loopt voor menig
filosoof een rechte lijn van het Verlichtingsdenken naar de slagvelden van Ieper en Verdun,
maar ook naar de gaskamers en crematoria van Auschwitz.
Reeds tijdens de Tweede Wereldoorlog opperden de filosofen Horkheimer en Adorno in
Dialektik der Aufklärung dat er met de rede zelf iets aan de hand was. Zij is volgens hen
namelijk altijd al instrument van onderdrukking geweest, niet alleen van de natuur,maar ook
van de mens zelf. Als Abicht kanttekeningen maakt bij een begrip als emotionele intelligentie,
wil hij uiteraard niet ontkennen dat emoties belangrijk zijn en het leven kleur geven. Eerder
vreest hij dat men vandaag de rede en daarmee het redelijke als dusdanig volledig wil
opgegeven. Een dergelijke houding ziet hij aanwezig in een aantal fundamentalistische
vormen van godsdienst die vandaag bij velen ingang vinden, bij de sterk groeiende
sekten,maar ook in het telkens opnieuw opduikende nationalisme, net als in allerlei new agebewegingen die hun kritiek op de positieve wetenschap vaak combineren met een hang naar
esoterische wijsheid en vreemde praktijken. Al zijn de gevolgen van de klemtonen op de
instrumentele rede niet altijd positief en vaak zelfs ronduit schrikwekkend te noemen, toch
ziet hij in de Verlichting ook een emancipatorisch project dat de moeite waard is om gered te
worden. Waardevol genoeg in elk geval om de hele erfenis van de Verlichting op te nemen en
kritisch weg te snoeien wat weg moet, maar tegelijk te behouden wat nog dienstbaar kan zijn
aan menselijke vrijheid en geluk. Daarbij gaat het er hem niet om de rol van de emoties door
de rede te remmen of te neutraliseren. Het intellect moet geen ‘pretbederver’ zijn,maar een
stuurinrichting voor diezelfde emoties. Als er oplossingen moeten gezocht worden voor de
problemen waarvoor wij door de mondialisering geplaatst worden, door de exponentiële groei
van kennis en de daarbij horende technische mogelijkheden en door het multiculturalisme,
ziet Abicht heil in een ‘bedachtzaam radicalisme'. Radicalisme betekent hier niet
extremistisch,maar wil zeggen dat men bij de analyse van problemen er niet voor terugdeinst
de wortels van het probleem bloot te leggen.
Dat eist van de radicale mens een grote energie en aandacht, waarbij men geen enkel detail
over het hoofd mag zien en het geduld om elke stap aan een kritisch onderzoek te
onderwerpen. Bedachtzaamheid is op haar beurt ook weer iets anders dan voorzichtigheid.
Het gaat niet om een remming uit vrees of conservatisme. Integendeel: "Een bedachtzaam
mens zorgt ervoor dat het licht van de rede, de redelijkheid, zijn doen en laten helder verlicht
opdat hij nooit meer moge verdwalen in het duistere woud van emoties en bijgeloof." Abichts
boek wijst op het probleem van de ‘emocratie' die op geen enkele wijze meer bijgestuurd
wordt door de rede. Het is een pleidooi om het emancipatorisch potentieel van de Verlichting
ernstig te nemen, maar tegelijk uiterst kritisch te blijven tegenover de mens- en
maatschappijonvriendelijke kanten van de rationaliteit.
Bronnen
• Abicht, L. (2001) Intelligente emotie. Antwerpen : Houtekiet.
• http://www.ethische-perspectieven.be
• http://www.vzw-bachelor.be
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
38
Sport is emotie, politiek zou het moeten zijn
Prachtig was het afscheid van Kim Clijsters in het Antwerpse sportpaleis Een hoogstaande
wedstrijd, prachtig tennis en emotie.
Veel emotie. Het maakt Kim alleen maar groter. De absolute top.
Er is niet alleen het toptennis. Er is de vooral de betrokkenheid van zoveel mensen, de
positieve betrokkenheid.
Topsport vraagt dat. Die ondersteuning voelen, het moet gewoonweg kicken zijn. Het leidt tot
betere prestaties. En dan is topsport een voorbeeld. Om ook te sporten, om betrokkenheid los
te weken, om mensen bij elkaar te brengen. Want er is iets gemeenschappelijks, Kim, enorm
bedankt.
Die emotie vinden we te weinig in de toppolitiek, Dat gemeenschappelijke, dat groot
draagvlak om wezenlijk belangrijke beslissingen te nemen. De anti-rakettenbetogingen en de
witte mars waren destijds zo’n momenten. Rond milieu en klimaat zou het opnieuw moeten,
maar de emotie is nog te ver af. Rond de situatie van mensen zonder papieren zou het ook
moeten zijn, maar dat zijn geen kiezers en dan gelden er andere ‘criteria’. Je brengt emotie
maar dichterbij als je de betrokkenheid van de mensen vergroot. Vraag het maar aan de
actiecomités. En net aan die betrokkenheid hebben sommigen geen boodschap. Of zelfs
misprijzen. Toppolitiek vereist nochtans betrokkenheid. En emotie.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
39
Emotionele intelligentie in Reclame
Iedereen maakt wel eens de bedenking dat reclame niet werkt bij hem. “Ik heb nog nooit iets
gekocht dat ik op TV zag” is dan een veel gehoorde uitspraak. In dit artikel gaan we dieper in
op de gevoelens die reclame en zijn omgeving ontwikkelen en die ook jouw leven gewild of
ongewild beïnvloeden.
Het menselijk gedrag ontstaat vanuit twee soorten hersenen, het controleerbare logische brein
en het voornamelijk aangeboren emotionele brein. Emoties zijn de basis van ons bestaan en
sturen onze gedragingen. We leven immers om ons goed te voelen en koppelen daar tal van
oplossingen aan. Iedereen kent wel de grote krachten van emoties zoals liefde, angst, verdriet
en vreugde. Deze emoties worden gestuurd door onze aangeboren behoeftes zoals onze
overlevingsdrang, veiligheid, erbij horen, relaties, enz. De Amerikaanse psycholoog Abraham
Maslow zette deze behoeften in een hiërarchische piramide. (zie tekening)
Neem nu de drang om bij een groep te behoren, tal van bekende en minderbekende merken
spelen hier actief op in, denk maar aan de typische jeugdrages zoals skaters en gabbers of
merkkledij en auto’s die ons een bepaalde uitstraling geven. Een auto is wellicht één van de
meest uitgesproken behoefte-invulling. De behoefte om zich te verplaatsen is immers voor 80
% irrelevant bij de keuze van ons voertuig. De erkenning door derden van ons succes is
gekoppeld aan het rijden met dure merkwagens zoals Porche, Jaguar, e.a. Net zoals ons
veiligheidsgevoel net iets groter is bij het rijden met Volvo. Of wat dacht u van de typisch
uitgesproken “Beetle of Smart” . Wie is er trendy, jij of de wagen ?
Toen Coca-Cola zijn New Coke op de markt bracht uit reactie op Pepsi die met hun campagne
hadden bewezen dat bij een blinde proef meer dan de helft van de bevolking liever Pepsi dan
Coca-Cola dronken, werd dit een regelrechte flop. New Coke mocht dan wel de lekkerste cola
ooit zijn, een vaste waarde, een groep waarbij elke Amerikaan bij wou horen, mocht zichzelf
niet verloochenen.
Ook onze behoefte voor een relatie is
meermaals het uitgangspunt van onze
reclame-uitingen denk maar aan de talrijke
cosmeticaproducten of parfums die ons allen
plots aantrekkelijker maken bij het andere
geslacht. En denk maar eens aan onze
veiligheidsbehoefte, de ideale
voedingsbodem voor politieke reclame.
Wat is nu zo bijzonder aan deze behoeften.
Wel eerst en vooral kunnen we er niet
onderuit, deze behoeften zijn bij ieder van
ons aanwezig en zijn zeer moeilijk
onderdrukbaar. Nog belangrijker is dat zij
niet controleerbaar zijn, onze emoties
reageren immers sneller dan ons logisch
verstand en verwerken veel meer informatie
dan wat werkelijk tot ons logisch verstand
doordringt. Hoewel onze logica de fictie van een film begrijpt, gaan onze emoties verder en
laten we wellicht een traan of ervaren we angst. Indien de omgeving realistisch genoeg is
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
40
laten onze emoties zich leiden. Momenteel verspreiden geurtabletten onder de rekken van
supermarkten, de geur van vers gebakken wafels of van verse koffie, zodat ons
aankoopgedrag gestimuleerd word.
En dit is nog maar het topje van de ijsberg , want Amerikaanse reclamepsychologen beweren
dat het mogelijk is om merkenkennis te programmeren in de prille levensjaren van een baby.
Waardoor de merkentrouw blijvend is, een positieve ervaring gekoppeld aan een logo zou
hiervoor de ideale stimulans zijn.
De bewering dat je jezelf onontvankelijk voor reclame kan maken is mede hierdoor
onmogelijk. Wil dit nu zeggen dat we totaal weerloos zijn voor elke reclame, beslist niet,
want ook niet elke behoefte is bij ons even sterk aanwezig en hoe hoger we klimmen in de
behoefte piramide van Maslov, hoe minder we kunnen beïnvloed worden door de reeds
ingevulde behoeftes.
Carlo van Tichelen
KMO-Marketing & Reclame
Phobos Herentals
[email protected]
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
41
Bijlage: toepassingen op emoties:
Opdracht 1: Beheersen van emoties: persoonsgebonden invloeden of socio-culturele
invloeden op emoties.
Lees aandachtig onderstaande tekst.
Kleurenfoto’s om de schadelijke gevolgen van roken voor de gezondheid te illustreren op alle
sigarettenpakjes.
Het KB (koninklijk besluit) dat gecombineerde waarschuwingen (foto-tekst) verplicht, wordt
nu woensdag 30 november in het Staatsblad gepubliceerd.
Waarom foto’s?
- de huidige en mogelijk toekomstige rokers begrijpen niet altijd welke risico’s en gevaren er
aan tabaksconsumptie verbonden zijn;
- de etikettering van producten is erkend als een essentieel onderdeel van het beleid ter
bestrijding van het tabaksgebruik;
- gezondheidswaarschuwingen met een illustratie verhogen de visuele en de gevoelsmatige
impact van de boodschap;
- waarschuwingen mét foto zijn ongeveer 60 keer meer overtuigend om te stoppen met roken,
of om er niet mee te beginnen, dan waarschuwingen zonder illustratie (Europese Commissie);
- de peiling van de Stichting tegen kanker (2004) toont aan dat 42% van de rokers meent dat
foto’s meer overtuigingskracht hebben dan teksten. Deze verhouding bedraagt 56% voor
rokers die binnen het jaar wensen te stoppen.
Vragen beantwoorden:
1.Wat is jou standpunt hieromtrent? Denk je dat rokers hun rookgedrag echt gaan laten
beïnvloeden door in te werken op hun emoties via het afbeelden van deze foto’s?
2. Vraag aan enkele rokers of deze campagnes hun rookgedrag beïnvloeden? Noteer duidelijk
hun argumenten.
3. Kun je aan de hand van deze argumenten vaststellen op welke wijze de rokers hun
emotionele betrokkenheid bij deze foto’s gaan beheersen? Bekijk hiervoor de verschillende
factoren die mensen in staat stellen hun emoties te beheersen.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
42
Opdracht 2: Werken rond basisemoties bij kinderen.
Emoties vakoverschrijdend Sociale Wetenschappen en Integrale Opdrachten.
Doel:
- de kinderen leren gevoelens bij zichzelf herkennen en benoemen.
- de kinderen leren zich inleven in de gevoelens van anderen.
Doelgroep: van 4 tot en met 8 jaar
Deelopdracht 1: kinderboeken
1. Kies een van de volgende basisemoties: angst, verdriet, woede, vreugde.
2. Verwerk jouw basisemotie in een getypte tekst van een halve bladzijde, voor de doelgroep
van 4 tot en met 8 jaar.
3. Ga op zoek naar drie kinderboeken (doelgroep) waar deze emotie duidelijk aan bod komt.
4. Kies een boek en stel deze voor aan je klasgenoten (tijdsduur 15 min.).
Deelopdracht 2: muziek
1. Kies een muziekstuk, instrumentaal of vocaal dat past bij jouw emotie.
2. Gebruik dit mee in de voorstelling.
Deelopdracht 3: gedicht
1. Zoek een passend gedicht bij jouw emotie voor de doelgroep.
2. Gebruik dit mee in de voorstelling.
Deelopdracht 4: gevoelshoek
1. Stel jouw basisemotie op een visuele manier voor. Voor de voorstelling van je emotie krijg
je 1m² van het lokaal ter beschikking. Zorg dat de kinderen niet alleen visueel, maar ook
auditief (deelopdracht 2) en via de tastzin gestimuleerd worden.
Leerdoel 28 – 29 : Emoties
43
Download