Samenvatting tekst 1

advertisement
Tekst 1 - Sociaal beleid en verzorgingsstaat: omschrijving en analyse
(Lammertyn)
PARAGRAAF 1. SOCIAAL BELEID
1. Definiëren van sociaal beleid
1.1 ‘Social Policy’ en ‘social policy’


Social Policy: studie
social policy: sociaal politieke maatregelen
1.1.1 Blakemore & Griggs
Sociaal beleid heeft een identiteitsprobleem: enerzijds is het een academisch subject, iets dat
onderzocht moet worden, en anderzijds is het een beleid dat invloed heeft op de maatschappij. In deze
laatste opvatting is beleid het stellen van doelstellingen om het menselijk welzijn te verbeteren en
tegemoet te treden aan behoeften. Het beleid schrijft maatregelen voor die vervolgens geïmplementeerd
dienen te worden, ook de gevolgen van die implementatie in de samenleving zijn een onderdeel van
sociaal beleid. Sociaal beleid ook datgene wat gebeurt op de ‘werkvloer’, daar waar het wordt
geïmplementeerd.
1.1.2 Baldock, Manning & Vickerstaff
De term sociaal beleid betekent enerzijds het academisch subject en is anderzijds het sociaal beleid
hetzelf. Het heeft weinig zin om sociaal beleid te definiëren. Het is nuttiger een aantal voorbeelden op
te sommen van wat we verstaan onder sociaal beleid: ageing society, community care, equal rights, …
1.1.3 Kaufmann
Kaufmann omschrijft het werkingsveld van sociaal beleid. Sociale politiek/beleid is de interventie van de
staat in sociale verhoudingen van de maatschappij. Hierbij is zowel de descriptieve (de
tussenmenselijkheid in kaart brengen) als de normatieve (gelijkheid en rechtvaardigheid) component
belangrijk.
Bepaalde statuscategorieën worden tekortkomingen toegeschreven, politieke maatregelen die gericht
zijn op het opheffen van deze tekortkomingen zijn sociaal politieke maatregelen.
4 sociaalpolitieke interventievormen
1. Juridisch:
het verbeteren van de juridische toestand. Hiertoe behoren enkel de rechtsnormen
gericht op het beschermen van een zwakkere persoon. De naleving van sociaal
erkende rechten op deelname van een maatschappij zoals in de grondwet (en andere
wetten) beschreven.
Vb roken: rookverbod inlassen
2. Economisch:
het vermeerderen van middelen ten behoeve van sociaal zwakke personen. De
inkomensverhoudingen worden gelijker.
Vb roken: taxen op tabak verhogen
3. Ecologisch:
verbetering van de participatiemogelijkheden en competenties. Het gaat hierbij om een
ruimtelijk gebonden aanbod waarbij prestaties een direct contact met de ontvangers
veronderstellen. Ruimtelijke planning. (zelfbediening zoals toegankelijkheid parken of
persoonsbetrokken dienstverlening zoals personeel ter beschikking stellen) De sociale
1
omgeving van mensen in verschillende facetten zo inrichten dat het ene aantrekkelijker
wordt dan het andere.
Vb roken: pleisters om te stoppen verkopen in supermarkten in plaats van alleen in
apothekers, en niet op doktersvoorschrift
4. Pedagogisch:
verbetering van de handelscompetentie. Door vorming gaat men meer
handelingsbekwaam (kennis, vaardigheden,…) en meer handelingsbereid (motivatie,
normen,…) worden.
Vb roken: sensibiliseren, campagnes voeren
Sociale participatie
Dimensies
van
sociale participatie
Status
Middelen
Kansen
Competenties
Sociaalpolitieke
goederen
Rechtsaanspraken
Uitkeringen
Infrastructurele
inrichtingen
Persoonsbetrokken
dienstverlening
Interventievorm
Juridisch
Economisch
Ecologisch
Pedagogisch
1.1.4 Deleeck
Sociaal beleid is een macro aangelegenheid: het optreden van de overheid met het oog op het
behouden of veranderen van sociale ontwikkelingsvoorwaarden in functie van het algemeen welzijn. Hij
spreekt ook van het sociale beleid als een sociale beleidswetenschap: het formeel voorwerp is hier het
instrumentele of het doelgerichte.
1.2 De mixed economy of welfare
De nadruk bij ‘social policy’ als studiedomein ligt bij veel auteurs nogal sterk op de publiek ter
beschikking gestelde programma’s (sociale zekerheid, huisvesting, gezondheidszorg,...). Maar andere
overheidsmaatregelen zoals onderwijs, gezondheidzorg,… zorgen ook voor een verbeterde sociale en
materiële bescherming. Ook belastingsvermindering is een alternatief sociaal beleid.
Het begrip van ‘mixed economy of welfare’ duidt de veelzijdigheid aan bronnen voor het welzijn aan, zo
is er naast de markt, overheid, de sociale gemeenschap nog een vierde component nl. de gezins- en
familieverbanden (niet-publieke vorm van welzijnsproductie) .
2. Analyseren van sociaal beleid
Universele definitie blijkbaar niet te vinden → wel een aantal standaarddimensies
2.1 Richard Titmuss
Opsomming van wat de studie inhoudt: analysis and description, study of structure, study of welfare,
study of allocation,… p14 volledige lijst
2.2 Blakemore and Griggs
Wat sociaalpolitieke maatregelen zijn – hoe beleidsmaatregelen zich ontwikkelen, beheerd en
geïmplementeerd worden – waarom beleidsmaatregelen bestaan (of niet bestaan)
2.3 Analyse volgens Baldock
Essentieel om naar gemeenschappelijke patronen zowel binnen één land als over de grenzen heen te
zoeken.
2.3.1 Intenties en objectieven
2
3 doelen van sociaal politieke maatregelen:
1. Herverdeling: Een verschuiving in de allocatie van middelen.
 Verticale herverdeling: van de rijken naar de armen. Zo creëert men meer gelijkheid
op het vlak van inkomen en toegang tot bepaalde diensten (bv onderwijs,
gezondheidszorg)
 Horizontale herverdeling: omdat de allocatie niet efficiënt gebeurt dwingt de
overheid burgers om meer te investeren (bv. verplichte bijdragen voor het pensioen,
anders onvoldoende sparen)
2. Management van risico’s: Sociaal politieke maatregelen zijn er om de maatschappij collectief te
beschermen tegen natuurlijke (vb. leeftijd) en man-made (vb. vervuiling) risico’s. Beck
introduceert het begrip risicomaatschappij, vooruitgang heeft een schaduwzijde die nieuwe
risico’s vormt. Deze risico’s groeien snel en krijgen globaal karakter, er is nood aan een globale
bescherming en aangepaste sociale politiek.
3. Sociale inclusie: Door de ontwikkeling van de economie worden bepaalde sociale groepen
uitgesloten uit wat nodig is aan kennis en vaardigheden. Deze groepen worden kwetsbaar voor
armoede en werkloosheid. Sociale inclusie voorziet herintegratie van deze groepen, inclusie.
De EU nam op dit vlak ook maatregelen.
2.3.2 Administratieve en financiële arrangementen
 Administratie
Om doelstellingen te realiseren moet de overheid procedures uitdenken en organisaties oprichten.
Hierdoor ontstonden heel wat overheidsbureaucratieën.
Sociaal politieke maatregelen nemen meestal deze vormen aan:
 Intervention by law (regulering): vaardigt wetten uit die van individuen of
organisaties verwachten om een sociaal objectief waar te maken (bv.
veiligheidsvoorschriften op het werk)
 Intervention by services: diensten ter beschikking van het volk stellen (vb.
medische, onderwijs,…) De overheid kan zelf organisaties opzetten voor de
uitvoering of kan dit delegeren aan private organisaties.
 Intervention by cash: het verschaffen van geld aan huishoudens. Dit kan op een
directe wijze of een vermindering van de belastingen die ze anders moesten
betalen.
Kan op 2 manieren fout aflopen:
1. De maatregelen ontwikkelen zodat zij de oorspronkelijke intenties ondermijnen.
2. Organisaties kunnen eigen doelstellingen ontwikkelen (bv ten gevolge van omvang, of bepaalde
groepen hen gebruiken ter bevordering van hun eigen belangen). Internationaal is hier op
gereageerd door de welfare bureaucracies te privatiseren (de na te streven doelen worden
duidelijk geformuleerd).
 New managerialism
 Financiering
Door belastingen en sociale bijdragen wordt de sociale politiek betaald.
2.3.3 De resultaten van sociaal beleid
Soms resulteren de sociaal politieke maatregelen in het tegenovergestelde van de intentie, of
omgekeerd, niet sociaal politieke maatregelen resulteren in een doelstelling van het sociaal beleid.
Kaufmann stelt dat de ambivalentie van de sociale politiek voorvloeit uit 3 factoren:
1. Een interventie is altijd in een reeds gestructureerd veld. Het resultaat van de maatregel hangt
af van de eigenschappen van dit veld.
2. Een interventie wordt altijd gelegitimeerd door het welzijn van een doelgroep
3. Een interventie heeft altijd een collectieve betekenis
3
 Men kan er niet van uitgaan dat sociaalpolitieke maatregelen altijd in de eerste plaats het belang
van de doelgroepen dienen. Ook niet aannemen dat overheids-maatregelen altijd de
instemming krijgen van betrokkenen.
PARAGRAAF 2. DE VERZORGINGSSTAAT
1. Definiëren van de verzorgingsstaat
Meest frequent voorkomende definitie: Een maatschappij waarin een substantieel deel van de
welzijnproductie door de staat gefinancierd wordt. (wat is een substantieel deel? → discussie)
Sociaal beleid en de verzorgingsstaat zijn bijna tweeling begrippen
1.1 Esping-Andersen
Een verzorgingsstaat bestaat pas als de staat de verantwoordelijkheid neemt voor een veelomvattende
zorg van het bestaan. Sociaal beleid kan ook bestaan zonder het hebben van een verzorgingsstaat.
Sociale politiek (=collectieve actie gericht op risicobescherming) bestaat al van veel vroeger dan de
verzorgingsstaat, zie de gilden en kerklieden met het uitdelen van aalmoezen/liefdadigheid. De
verzorgingsstaat herschrijft de relatie tussen de burgers en de staat en is een bevestiging dat welzijn
en kapitalisme compatibel zijn.
Bij de studie van de verzorgingsstaat moet men zich bewust zijn van alle vormen van welzijnsproductie
en –distributie ( = Welfare regime: combinatie van staat, markt en familie – triade vervolledigen met
“derde sector”: sector van de vrijwillige of de ‘non-profit’ sociale dienstverlening).
1.2 Pierson
Een verzorgingsstaat voldoet aan de basisbehoeften voor welzijn door diensten aan te bieden of
inkomenstransfers te regelen. Het is een specifiek type staat, beleid en samenleving. In deze studie
voornamelijk als type samenleving verstaan waarin de staat tussenkomt voor heraloccatie van middelen.
Afhankelijk van de betekenis van het begrip verzorgingsstaat → verschil tussen realiteit en begrip
sociaal beleid
1.3 Kaufmann
De verzorgingstaat heeft betrekking op de staat, maar ook de karakteristieke sfeer tussen economische
ondernemingen, private huishoudens en de staat. Ook wel de sfeer van productie, reproductie en
politiek genoemd. (=Wohlfahrtstaatliches Arrangement)
1.4 Allmendinger & Mayerhofer
De doelstellingen beschrijven de verzorgingsstaat: hulp in nood en armoede, menswaardig
bestaansminimum, gelijkheid (dmv afbouwen welvaartsverschillen en controle op verhoudingen van
afhankelijkheid), zekerheid, minder wisselvalligheden, bevordering en verspreiding van de welvaart. De
verzorgingsstaat heeft zich al steeds verder uitgesterkt, oorspronkelijk ging het enkel om de sociale
kwestie maar nu ook immigratiepolitiek,…
1.5 Butterwegge
De verzorgingsstaat creëert het institutionele kader en de doelstellingen, de sociale politiek zijn de
middelen. Bij de sociale politiek gaat het voornamelijk over de monetaire uitkeringen (→ sociaal
rechtvaardige schadeloosstelling), de verzorgingsstaat heeft een alomvattende verantwoordelijkheid
over het zorg dragen voor het bestaan van de individuen en hen te beschermen tegen asociale en
onrechtvaardige maatregelen of effecten.
Elke moderne staat doet aan sociale politiek maar het is de kwantiteit en kwaliteit ervan die van de staat
een verzorgingsstaat maakt.
1.6 Pestiau
4
De verzorgingsstaat bestaat uit een aantal overheidsprogramma’s die als doelstelling sociale
bescherming hebben tegenover zeker categorieën van risico, sociale bijstand, bemoedigen consumptie
van zekere dienstan bv. scholing.
2. De verzorgingstaat analyseren
3 grote clusters van onderzoek naar de verzorgingsstaat
2.1 Ontstaan en ontwikkeling van verzorgingsstaten
3 groepen studies:
1. Studies die betrekking hebben op de ontwikkeling binnen één land
2. Studies over staatsoverstijgende ontwikkelingen
3. Studies over de maatschappelijke determinanten van het ontstaan en ontwikkeling van
verzorgingsstaten
2.2 Verzorgingsstaten vergelijken
Comparatief onderzoek. Landen zijn geclassificeerd volgens de ideologie van hun sociale politiek, het
niveau van algemeenheid van de uitkeringen en van de organisatie van financiering.
Abrahamson: the welfare modeling business. Convergeren of divergeren verzorgingsstaten? Zijn er
staten beter uitgerust om zich aan te passen aan globale veranderingen?
Esping-Andersen: 3 types verzorgingsstaten:
1. Neoliberaal type: laag niveau van decommodificatie (de mate waarin uitkering aan de
participatie op de arbeidsmarkt zijn gelinkt). Hoge stratificatie van inkomensongelijkheid.
Overheidsinterventie die vooral door de markt wordt gekarakteriseerd.
2. Sociaal democratisch type: hoge decommodificatie, lage inkomensstratificatie en een
overheidsinterventie die op een directe manier voorzieningen verschaft en financiert.
3. Corporatistisch type: hoge inkomensstratificatie op basis van sociale status, hoge
decommodificatie en een overheidsinterventie voornamelijk door non-profits
2.3 Uitdagingen van de verzorgingsstaat
Studie mbt de uitdagingen waarmee de verzorgingsstaat wordt geconfronteerd ten gevolge van de
fundamentele maatschappelijke transformaties van de laatste decennia.
5
Download