Rekensprong 6: doelen

advertisement
REKENSPRONG PLUS 6: DOELEN
Dit document is exclusief voorbehouden aan gebruikers van Rekensprong Plus en maakt ontegensprekelijk
deel uit van de handleiding van Rekensprong Plus 6.
LES 1
alle domeinen
doelenverwijzing
aanbreng van het stappenplan
lesdoelen
1
2
3
eindterm
Wiskundige problemen begrijpen en
er zich een goede voorstelling van
maken
Een oplossingsplan maken, een
oplossingsweg kiezen en die
rechtvaardigen
Het oplossingsplan en de gekozen
oplossingsweg uitvoeren
4
Beslissingen nemen over het
resultaat
5
Inzicht verwerven in de eigen aanpak
van wiskundige en andere problemen
leren
leren 4
4.1
leren
leren 4
4.1
4.2
leren
leren 4
5.4
leren
leren 4
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
3.4.02
3.4.03
3.4.03
3.4.03
3.4.03
1 van 1
N I A
I
LES 2
getallenkennis
doelenverwijzing
natuurlijke getallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Natuurlijke getallen tot miljardtallen
lezen, schrijven, omzetten in
symbolen (Md) en omgekeerd
Deze natuurlijke getallen tevens
interpreteren en gebruiken als code
Inzicht verwerven in de tientalligheid
en het plaatswaardesysteem van ons
talstelsel
Orde (ook op een getallenas),
regelmaat, verbanden, patronen en
structuren tussen en met getallen tot
miljardtallen onderzoeken en
ontdekken en er zelf voorbeelden van
geven
Tellen, terugtellen en doortellen tot 1
miljard
Samen een opdracht uitvoeren en
voldoende openstaan om van anderen
te leren
1 van 1
eindterm
GO
1.2
1.5
1.9
3.1.05
1.1.05
3.1.04
1.9
2.1.04
1.5
1.12
3.1.06
3.1.11
1.1
1.1.03
3.1.01
3.1.03
3.4.03
leren
leren 6
SV 3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 3
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen optellen en aftrekken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Op een flexibele manier twee of meer
natuurlijke getallen en twee of meer
grote getallen met eindnullen bij
elkaar optellen of van elkaar
aftrekken
Bij optellingen en aftrekkingen in
concrete situaties de ontbrekende
term vinden of het ontbrekende
symbool invullen
Bij optellingen en aftrekkingen
flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op
basis van inzicht in de eigenschappen
van de bewerkingen en de structuur
van de getallen
Het inzicht toepassen dat de optelling
commutatief en associatief is, maar
de aftrekking niet
Bij wiskundige problemen met
natuurlijke getallen de geleerde
begrippen, inzichten en procedures
m.b.t. hoofdrekenend optellen en
aftrekken hanteren
Zich afvragen of de uitkomst van een
uitgevoerde bewerking binnen
realistische grenzen ligt
eindterm
GO
1.11
1.13
1.14
3.1.31
3.1.32
1.6
1.13
3.1.31
3.1.32
1.11
1.13
1.14
3.1.31
3.1.32
1.11
1.13
1.14
1.28
1.29
1.1.27
leren
leren 4
3.1.29
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.44
1 van 2
N I A
I
LES 4
meten en
lengte
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
In functie van de meetactiviteit de
geschikte maateenheid en het
gepaste meetinstrument kiezen en
die correct gebruiken
Weten wanneer een schatting
zinvoller is dan een precieze meting
Meetresultaten op een zinvolle
manier afronden, ze zinvol
herleiden met de gekende
standaardmaateenheden en daarbij
verschillende notaties gebruiken
Ervaren en inzien dat hoe groter de
maateenheid is, hoe kleiner het
maatgetal en omgekeerd
De tabel van de lengtematen en de
referentiematen en –punten kennen
en gebruiken
Door meting met standaardmaateenheden voorwerpen sorteren
of rangschikken
De meetresultaten verwerken in
tabellen en grafieken en er het
gemiddelde van berekenen
Problemen over lengte oplossen
Beseffen dat de nauwkeurigheid
van de meting beïnvloed wordt door
de maateenheid, het
meetinstrument, de handigheid van
diegene die meet, het doel van de
meting en de aard van het
voorwerp
Meetproblemen op een
systematische en overzichtelijke
manier oplossen
1 van 1
eindterm
GO
2.1
2.3
2.2.01
2.8
3.2.36
2.2
3.2.01
3.2.33
2.1
2.3
2.6
2.2.05
2.2.06
3.2.01
3.2.34
2.4
2.1.02
3.2.36
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 5
meetkunde
doelenverwijzing
meetkundige relaties:
evenwijdig en loodrecht
lesdoelen
1
2
3
4
5
Evenwijdigheid bij vlakke figuren
herkennen en evenwijdige
lijnstukken/rechten gebruiken om
vlakke figuren te tekenen
Loodrechte stand bij vlakke figuren
herkennen en loodrechte
lijnstukken/rechten gebruiken om
vlakke figuren te tekenen
De symbolen // en  gebruiken voor
respectievelijk evenwijdigheid en
loodrechte stand
Bij tekenopdrachten efficiënte en
geschikte hulpmiddelen gebruiken
Weten dat ordelijk en gestructureerd
aan een probleem werken voordelen
biedt en dat inzicht ook toepassen
1 van 1
eindterm
GO
3.2
3.3
4.2
2.3.06
2.3.08
3.3
4.2
2.3.22
3.3
4.2
2.3.07
2.3.22
4.2
2.3.06
2.3.21
3.4.03
leren
leren 4
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 6
getallenkennis
doelenverwijzing
kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Kommagetallen (tot 3 cijfers na de
komma) lezen, noteren, intikken op de
ZRM, omzetten in symbolen en
omgekeerd
Kommagetallen gebruiken en
interpreteren als een uitbreiding van
het getallenbereik in het tiendelig
plaatswaardesysteem
De werkelijke waarde bepalen van elk
cijfer in een kommagetal
De getallen splitsen en in een tabel
noteren m.b.v. de termen/symbolen t,
h, d
Kommagetallen vergelijken, ordenen,
op een getallenas plaatsen en
herstructureren
Vaststellen of een kommagetal al dan
niet tot een gegeven interval behoort
in een geordende rij
Kommagetallen afronden naar de/het
dichtstbijzijnde E, t of h en daarbij
rekening houden met het doel van de
afronding en met de context
Reflecteren op het eigen
oplossingsproces en dat zo nodig
bijsturen
1 van 1
eindterm
GO
1.5
1.9
3.1.36
1.8
1.9
2.1.20
2.1.21
2.1.22
1.5
2.1.22
2.2.23
1.5
2.1.22
1.15
2.1.20
5.4
leren
leren 4
3.4.03
3.5.05
3.5.06
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 7
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen en kommagetallen
optellen en aftrekken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Op een flexibele manier 2 of meer
natuurlijke getallen en/of 2 of meer
kommagetallen bij elkaar optellen of
van elkaar aftrekken
Bij optellingen en aftrekkingen flexibel
en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking
Geleerde begrippen, inzichten,
procedures m.b.t. hoofdrekenend
optellen en aftrekken hanteren in
contexten en betekenisvolle,
realistische toepassingssituaties op hun
niveau, zowel binnen als buiten de klas
In verschillende situaties wiskundige
problemen over het optellen en
aftrekken van natuurlijke getallen en
kommagetallen oplossen
Bij optellingen en aftrekkingen in
concrete situaties de ontbrekende term
of het ontbrekende symbool invullen
Mogelijke oplossingswijzen zoeken en
die tegen elkaar afwegen in functie van
hun bruikbaarheid
2 van 2
eindterm
GO
1.13
1.23
2.1.40
3.1.31
3.1.32
1.11
1.13
1.14
2.1.40
3.1.31
4.2
3.1.31
3.1.44
1.23
1.28
1.29
4.2
1.6
1.9
1.13
4.1
leren
leren 4
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.31
3.1.44
3.4.01
3.4.03
N I A
I
LES 8
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: natuurlijke getallen
en kommagetallen optellen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Natuurlijke getallen en kommagetallen
cijferend optellen (max. 5 getallen, som
< 10 000 000, max. 3 cijfers na de
komma)
Spontaan een schatting uitvoeren en
daarbij verschillende
schattingsstrategieën vlot toepassen
Na het cijferen het resultaat vergelijken
met de schatting en zo nodig spontaan
de fout opsporen
De optelling zorgvuldig uitwerken door
de getallen ordelijk onder elkaar te
schikken en waar nodig aan te vullen
met nullen
Spontaan het resultaat controleren
(zakrekenmachine, omgekeerde
bewerking, toetsen aan de context …)
Daarbij beseffen dat de
controlestrategieën beperkt zijn
Bij cijferoefeningen ontbrekende cijfers
vinden
De attitude hebben om oplossing en
oplossingsproces op een of andere
manier te controleren
eindterm
GO
1.24
3.1.32
1.16
3.1.29
3.1.35
1.24
3.1.32
1.27
3.1.29
1.11
3.1.29
3.1.32
5.4
leren
leren 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
N I A
I
LES 9
meten en
inhoud
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
In functie van de te meten inhoud
de geschikte maateenheid en het
gepaste meetinstrument kiezen en
correct gebruiken
Daarbij de kennis van de
referentiematen en –punten
gebruiken
Schatten en de schatting
vergelijken met het meetresultaat
Weten dat in betekenisvolle
situaties een schatting soms
zinvoller is dan een precieze meting
De gemeten voorwerpen sorteren of
rangschikken
Het systeem van de inhoudsmaten
kennen
De maateenheden en hun symbolen
kennen en noteren
Herleidingen uitvoeren
Meetresultaten zinvol afronden,
verwerken in tabellen en grafieken
en het gemiddelde ervan berekenen
Problemen over inhoud oplossen
De resultaten van eigen metingen
begrijpen
Reflecteren op de eigen
oplossingsweg
1 van 1
eindterm
GO
2.1
2.2.10
2.2.11
3.2.08
3.2.09
2.3
2.8
2.2.10
2.2.11
3.2.08
2.1
2.2
2.7
3.1.02
3.2.08
3.2.09
2.6
3.2.36
3.4.02
3.5.06
3.4.03
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I
A
I
LES 10 meetkunde
doelenverwijzing
knipfiguren
lesdoelen
1
2
3
1 van 2
eindterm
De resultaten van zelf te maken of
naar model te vervaardigen knipfiguren
voorspellen
Spiegelbeelden ontdekken in de
omgeving en in vlakke figuren
(knipfiguren)
Verschillende mogelijke oplossingen
zoeken en het resultaat proberen te
voorspellen
3.6
4.1
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 11-13
evaluatie sprong 1
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
bewerkingen
7
8
9
10
11
12
meten en metend
rekenen
meetkunde
13
eindterm
GO
Natuurlijke getallen tot miljardtallen lezen
en schrijven
De waarde van cijfers in een kommagetal
bepalen
In contexten de verschillende functies van
natuurlijke getallen onderscheiden en
verwoorden
Natuurlijke getallen en kommagetallen
vergelijken, ordenen en op een getallenas
plaatsen
Kommagetallen rangschikken
1.5
3.1.05
1.8
2.1.21
1.2
1.1.05
1.5
1.5
2.1.22
2.1.23
3.1.06
2.1.22
Kommagetallen afronden naar de
dichtstbijzijnde eenheid of het
dichtstbijgelegen tiende of honderdste
Daarbij rekening houden met het doel van
de afronding en met de context
Op een flexibele en inzichtelijke manier
twee of meer natuurlijke getallen, ook met
eindnullen, bij elkaar optellen
1.15
3.1.35
1.11
1.12
1.13
3.1.31
Op een flexibele en inzichtelijke manier
twee of meer natuurlijke getallen, ook met
eindnullen, van elkaar aftrekken
Twee of meer natuurlijke getallen en/of
kommagetallen bij elkaar optellen
Twee of meer natuurlijke getallen en/of
kommagetallen van elkaar aftrekken
Natuurlijke getallen en kommagetallen
cijferend optellen (max. 5 getallen, som
< 10 000 000, max. 3 cijfers na de
komma)
Bij cijferoefeningen ontbrekende cijfers
vinden
Betekenisvolle herleidingen met
lengtematen uitvoeren
1.11
1.12
1.13
1.13
1.23
1.13
1.23
1.24
3.1.31
1.11
3.1.44
2.1
2.6
2.7
2.3
3.2.01
2.1
2.2
3.2a
3.3
3.3
3.2a
3.2.08
3.6
3.3.29
14 In functie van de realiteit de geschikte
maateenheid kiezen of het maatgetal
aanpassen
15 In een maatgetal het cijfer aanduiden dat
liter aangeeft
16 Evenwijdigheid en loodrechte stand bij
vlakke figuren herkennen
17 Een rechte construeren die evenwijdig
loopt met een gegeven rechte en een
loodrechte op een gegeven rechte
construeren vanuit een gegeven punt
18 De resultaten van knipfiguren voorspellen
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.31
3.1.39
3.1.32
2.2.03
3.2.08
2.3.06
2.3.07
2.3.07
2.3.08
2.3.22
LES 14
getallenkennis
doelenverwijzing
een breuk als operator:
deel, geheel en breuk
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
Een operator met een breuk
weergeven en een breuk
interpreteren en gebruiken als een
operator
Een breuk nemen van een geheel,
van een hoeveelheid, van een
grootheid en van een getal, ook van 1
Het geheel berekenen als de breuk
en het deel gegeven zijn
De breuk berekenen als het geheel
en het deel gegeven zijn
Een breuk nemen van een grootheid
en de waarde daarvan bepalen
Een eenvoudige breuk groter dan 1
herstructureren
Gebruikmaken van het stappenplan
(de breukvragen) als aanpak- en
oplossingsstrategie
1 van 4
eindterm
GO
1.4
1.1.19
1.4
1.1.19
1.4
2.1.17
1.1.18
1.4
1.1.20
1.22
1.29
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.02
N I A
I
LES 15
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen vermenigvuldigen
lesdoelen
eindterm
1 De rekentaal i.v.m. vermenigvuldigen
1.6
(vermenigvuldiger, vermenigvuldigtal,
1.9
factor, product …) vlot en correct
hanteren
2 Op een flexibele manier twee of meer
1.13
natuurlijke getallen met elkaar
vermenigvuldigen naar analogie van de
maaltafels
3 De oplossingsmethoden van plaats
1.14
wisselen, schakelen, splitsen en
compenseren toepassen
4 Bovenstaande rekenstrategieën en
1.28
inzichten hanteren in enkelvoudige en
samengestelde betekenisvolle en
realistische toepassingssituaties
5 In een vergelijking de ontbrekende
1.6
symbolen of getallen invullen
1.9
6 Schriftelijk werk ordelijk en systematisch
leren
maken volgens afgesproken regels en
leren 5
ontdekken dat dit voordelen biedt
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 2
GO
3.1.2.6
3.1.31
1.1.27
3.1.44
3.1.45
3.1.44
3.4.03
N I A
I
LES 16
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: natuurlijke getallen
en kommagetallen aftrekken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Natuurlijke getallen cijferend aftrekken
van natuurlijke en kommagetallen
Kommagetallen cijferend aftrekken van
natuurlijke en kommagetallen
Schatten en daarbij gebruikmaken van
verschillende schattingsstrategieën
Het resultaat van de cijferoefening
vergelijken met de schatting om
mogelijke fouten op te sporen
De aftrekking zorgvuldig uitwerken
door de getallen ordelijk onder elkaar
te schikken en waar nodig aan te
vullen met nullen
Het resultaat spontaan controleren en
daarvoor de juiste controlestrategieën
kennen en toepassen
Beseffen dat elke controlestrategie zijn
beperkingen heeft
De ontbrekende cijfers in een
cijferoefening vinden en invullen
De ontbrekende term in een
cijferoefening berekenen
Reflecteren op cijferalgoritmes
eindterm
GO
1.24
2.1.40
1.16
3.1.35
3.1.29
1.13
2.1.40
1.27
3.1.29
1.11
3.1.31
5.4
leren
leren 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
N I A
I
LES 17
meten en
gewicht
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
In functie van het te bepalen
gewicht de geschikte maateenheid
en het gepaste meetinstrument
kiezen en dat correct gebruiken
De referentiematen en -punten
kennen en gebruiken
Schatten en de schatting
vergelijken met het meetresultaat
Weten dat in betekenisvolle
situaties een schatting soms
zinvoller is dan een precieze
meting
Het systeem van de gewichten
kennen; de maateenheden met
hun symbolen kennen en noteren
Voor- en nadelen van
verschillende notaties inzien en
verwoorden
Herleidingen uitvoeren
Meetresultaten zinvol afronden
Problemen over één grootheid,
gewicht, oplossen
Reflecteren op een
oplossingsproces en op foute
oplossingen en zo het
oplossingsproces bijsturen en de
oplossing aanpassen, alleen of in
samenspraak met anderen
1 van 1
eindterm
GO
2.1
1.2.13
3.2.08
3.2.10
3.2.11
2.3
2.8
3.2.08
3.2.09
3.2.11
2.2
2.7
3.2.10
3.2.11
3.2.12
2.6
3.2.36
5.4
leren
leren 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 18
meetkunde
doelenverwijzing
kijklijnen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Kijklijnen aangeven op foto’s en
tekeningen
Kijklijnen aanduiden op een
plattegrond
Kijklijnen hanteren om op tekeningen
aan te geven wat er vanuit een bepaald
standpunt zichtbaar is
Kijklijnen gebruiken om de plaats van
de waarnemer te bepalen
Passend gebruikmaken van visuele
afbeeldingen
1 van 2
eindterm
GO
3.7
2.3.03
3.7
2.3.03
3.7
2.3.03
3.7
2.3.03
4.2
leren
leren 2
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 19
getallenkennis
doelenverwijzing
breuken zijn bijzondere
getallen
lesdoelen
1 In een breuk schrijven of een breuk
interpreteren en gebruiken als een
rationaal getal met een plaats op de
getallenas en als quotiënt van een
deling
2 Breuken gelijknamig maken, omzetten
in een gelijkwaardige breuk (o. a. door
vereenvoudigen) om ze te kunnen
vergelijken en ordenen
Gebruikmaken van de termen
‘stambreuk, gelijknamige breuken,
gelijkwaardige breuken’
3 Breuken (stambreuken tot noemer 10,
breuken met dezelfde teller > 1,
gelijknamige, gelijkwaardige,
vereenvoudigde breuken …)
vergelijken, ordenen en op een
getallenas plaatsen
Daarbij verwoorden dat een breuk met
eenzelfde teller kleiner wordt naarmate
de noemer groter wordt
4 Een eenvoudige breuk groter dan 1
herstructureren
5 Efficiënte rekenstrategieën
(pijlenvoorstellingen,
verhoudingstabellen, schematische
voorstellingen, o.a. stroken en cirkels)
aanwenden om breuken gelijknamig
en/of gelijkwaardig te maken en te
vereenvoudigen
2 van 4
eindterm
GO
1.4
2.1.19
3.1.16
3.1.17
1.4
1.22
3.1.16
3.1.18
3.1.20
1.5
2.1.19
3.1.20
1.22
1.29
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.20
3.4.03
N I A
I
LES 20
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen vermenigvuldigen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Met inzicht vermenigvuldigen met
machten en veelvouden van 10 naar
analogie van de tafels
Op een flexibele manier natuurlijke
getallen vermenigvuldigen met 5, 25
en 50
In een vergelijking de ontbrekende
symbolen of getallen invullen
De oplossingsmethoden van plaats
wisselen, schakelen, splitsen en
verdelen en compenseren toepassen
Op een eenvoudige manier verslag
uitbrengen van de eigen
oplossingsmethoden
Zich kunnen verplaatsen in de
oplossingsmethoden van anderen
eindterm
GO
1.13
3.1.44
1.13
3.1.31
3.1.44
3.1.31
1.14
1.1.27
3.1.31
leren
leren 5
en 6
SV 1.2
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
N I A
A
LES 21
meten en
geld
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1 van 1
eindterm
1 De in omloop zijnde muntstukken en
2.11
bankbiljetten onderscheiden,
benoemen en gebruiken om op
verschillende manieren te betalen
2 Benaderende prijzen van voorwerpen
2.2
kennen, lezen en op verschillende
manieren noteren
Daarbij het symbool € en de code EUR
juist gebruiken
3 Bewerkingen met geldwaarden met
2.11
decimalen uitvoeren en afronden naar
2 decimalen
4 Problemen over geldwaarden oplossen,
2.11
waarbij o.a. kassabonnen en prijslijsten
juist gelezen en geïnterpreteerd
worden
5 Eenvoudige omrekeningstabellen voor
2.11
vreemde munten lezen, verbanden
leggen met de eigen munt en de
schommelende verhoudingen tussen de
verschillende valuta’s vaststellen
6 Informatie opzoeken in
leren
bronnenmateriaal
leren 2/3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2.2.24
1.2.27
2.2.24
2.2.25
2.2.24
2.2.24
2.2.25
3.2.27
3.1.31
3.4.02
N I A
I
LES 22
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie:
plaatsbeschrijving
lesdoelen
1
2
3
4
5
Op basis van een plaatsbeschrijving
iets of iemand in de ruimte situeren en
vinden
Plaats en/of richting bepalen vanuit
een referentiepunt
De windroos hanteren om aanwijzingen
i.v.m. beweging en richting te volgen
of te geven en daarbij de hoofd- en
tussenwindstreken gebruiken
Relaties leggen tussen
driedimensionale situaties en hun
voorstellingen om zich te oriënteren in
de ruimte met kaarten, plattegronden
en gegevens over afstand en richting
Schriftelijke instructies, die stap voor
stap geformuleerd zijn, uitvoeren
1 van 4
eindterm
GO
3.7
1.3.03
2.3.03
3.7
1.3.03
3.7
1.3.03
3.7
1.3.07
2.3.04
4.2
leren
leren 4
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 23
getallenkennis
doelenverwijzing
breuken: je vindt ze overal ...
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
Breuken lezen, schrijven en voorstellen
en daarbij gebruikmaken van de
terminologie ‘breuk, teller, noemer,
breukstreep, stambreuk …’
Op een tekening een verdeelsituatie
weergeven en de bijpassende breuk
noteren (en omgekeerd) als het
resultaat van een eerlijke verdeling
(ook T > N), als het resultaat van een
meting en als een deel van een geheel
In voorbeelden met een breuk
weergeven of een breuk interpreteren
als een rationaal getal, een operator of
een kans
Een eenvoudige breuk groter dan 1
herstructureren
Breuken herkennen en functioneel
gebruiken in de realiteit
Met concrete voorbeelden uit de eigen
leefwereld de rol en het praktisch nut
van breuken verwoorden m.b.t. de
maatschappij en informatiebronnen
eindterm
GO
1.4
1.5
1.6
3.1.16
1.4
1.5
3.1.16
3.1.17
1.4
3.1.17
3.1.19
1.22
1.4
3.1.16
4.3
leren
leren 2
3.1.44
3.1.45
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 4
N I A
I
LES 24-26 evaluatie sprong 2
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
3
bewerkingen
4
5
6
meten en metend
rekenen
7
eindterm
GO
Op een tekening een verdeelsituatie weergeven
en de bijpassende breuk noteren als het
resultaat van een eerlijke verdeling
Breuken situeren op een getallenas
1.4
2.1.17
3.1.16
1.5
Een breuk nemen van een geheel, van een
hoeveelheid, van een grootheid en van een
getal, ook van 1
Op een flexibele en inzichtelijke manier
natuurlijke getallen vermenigvuldigen met
machten en veelvouden van 10 en met 5, 25 en
50
Op een flexibele en inzichtelijke manier twee of
meer natuurlijke getallen met elkaar
vermenigvuldigen
Cijferend natuurlijke getallen en kommagetallen
van elkaar aftrekken
Problemen over gewicht oplossen
1.4
2.1.19
3.1.23
1.1.19
1.1.20
8
meetkunde
2 van 13
Bewerkingen met geldbedragen met decimalen
uitvoeren en afronden naar 2 decimalen
Daarbij het symbool € en de code EUR gebruiken
9 Problemen over geldwaarden oplossen waarbij
o.a. kassabonnen en prijslijsten juist gelezen en
geïnterpreteerd moeten worden
10 Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan te
geven wat er vanuit een bepaald standpunt
zichtbaar is
11 Kijklijnen aanduiden op een plattegrond
12 Op basis van een plaatsbeschrijving iets of
iemand in de ruimte situeren en vinden
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.24
2.1.40
2.6
3.2.11
3.2.12
3.2.36
2.2.24
3.2.27
2.2
2.11
2.2.24
3.7
2.3.01
3.7
2.3.01
3.7
1.3.03
2.3.03
LES 27
getallenkennis
doelenverwijzing
deelbaarheid door 3 en door 9
lesdoelen
1
2
3
4
De kenmerken van deelbaarheid door
3 en 9 ontdekken en toepassen bij
natuurlijke getallen
Situaties verwoorden waarin deze
kenmerken handig gebruikt kunnen
worden, bv. bij restbepaling
De rest bepalen bij deling door 3 en
door 9
Een probleemstelling opvatten als een
uitdaging waarbij men plezier kan
beleven aan en moet volhouden bij het
zoeken naar de oplossing
eindterm
GO
1.12
3.1.15
1.12
3.1.15
1.12
1.19
leren
leren 6
3.1.15
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
1 van 2
N I A
N
LES 28
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen delen door elkaar
lesdoelen
1
2
3
4
5
Rekentaal in verband met delen
kennen en vlot hanteren
Op een flexibele manier een natuurlijk
getal delen door een ander natuurlijk
getal naar analogie van de deeltafels
en ook buiten de deeltafels
In een vergelijking de ontbrekende
symbolen of getallen invullen
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van
bewerkingen en in de structuur van de
getallen: steunpunten hanteren, een
getal ontbinden in factoren, de
distributiviteit van de deling t.o.v. de
optelling en de aftrekking (splitsen en
verdelen) toepassen …
Het oplossingsplan en de gekozen
oplossingsweg uitvoeren
1 van 2
eindterm
GO
1.3
1.9
1.13
2.1.27
3.1.26
2.1.35
2.1.36
3.1.31
1.6
1.9
1.10
1.11
1.13
1.14
1.1.24
3.1.31
1.1.26
1.1.27
1.1.29
2.1.33
2.1.35
3.1.28
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 29
bewerkingen
doelenverwijzing
controlestrategieën: de
negenproef
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
1 van 1
eindterm
GO
De vier hoofdbewerkingen controleren
door het resultaat te vergelijken met
de schatting en eventuele fouten
spontaan op te sporen
De vier hoofdbewerkingen controleren
door de omgekeerde bewerking te
maken
Bij optellingen, aftrekkingen en
vermenigvuldigingen het resultaat
controleren door de negenproef te
maken
De beperkingen van
controlestrategieën inzien
1.27
5.4
3.1.29
1.27
5.4
2.1.33
3.1.29
1.27
5.4
3.1.15
3.1.29
1.28
3.1.29
De beperkingen van de negenproef
inzien
Systematisch werken bij het oplossen
van cijferoefeningen (schatten,
schikken, uitwerken en controleren)
1.28
3.1.29
1.27
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
N
LES 30
zakrekenmachine mijn rekenmaatje
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
Met de zakrekenmachine
experimenteren en het gebruik ervan
exploreren
De rekenmachine vlot en correct
gebruiken om bewerkingen uit te
voeren met kommagetallen, grote
getallen, om percenten te berekenen
en resultaten te controleren
Een reeks van opeenvolgende
bewerkingen correct uitrekenen met de
zakrekenmachine
Geleerde begrippen, inzichten en
procedures in verband met het gebruik
van de zakrekenmachine efficiënt
hanteren in toepassingssituaties
Op basis van situatie en context
zelfstandig kiezen voor schattend
rekenen, hoofdrekenen, cijferen of de
zakrekenmachine
1 van 1
eindterm
GO
1.26
3.1.36
1.26
1.27
3.1.36
3.1.38
1.26
1.27
3.1.36
4.2
3.1.37
1.28
leren
leren 3
3.1.30
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 31
meten en
tijd
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Het onderscheid tussen tijdstip en
tijdsduur kennen
Begrippen als ‘trimester, kwartaal,
semester’ hanteren
De tijd (ook met de symbolen h, min.,
s, ', ") aflezen, aanduiden en noteren
Tijdsnotaties uit een 24-urenschaal
omzetten in een 12-urenschaal en
omgekeerd
De samenhang tussen de
maateenheden kennen
Tijdsduur schatten en berekenen en de
schatting vergelijken met het
meetresultaat
Indirect meten (bv. 20 min. wandelen
 hoe ver ga ik?)
In betekenisvolle situaties weten
wanneer een schatting zinvoller is dan
een precieze meting
De geschikte maateenheid en het
gepaste meetinstrument kiezen in
functie van de meting
Problemen over de tijd oplossen en
eenvoudige uurtabellen lezen en
interpreteren
Samen een opdracht uitvoeren en
voldoende openheid vertonen om van
elkaar te leren
1 van 1
eindterm
GO
2.1
3.2.28
2.2
2.12
1.2.21
2.2.26
3.2.28
2.1
2.6
2.7
2.8
2.12
2.2.26
3.2.29
2.3
1.2.20
2.3
3.2.28
3.2.29
leren
leren 6
SV 3
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 32
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie: zich
mentaal verplaatsen in de ruimte
lesdoelen
1
2
3
4
Verkennen en verwoorden wat men
ziet vanuit verschillende
gezichtspunten bij het zich mentaal
verplaatsen in de ruimte en daarbij de
termen ‘richting, plaats, vooraanzicht,
zijaanzicht, bovenaanzicht …’ gebruiken
Relaties leggen tussen verschillende
voorstellingen van eenzelfde realiteit,
zich er een mentale voorstelling van
maken en die selecteren en beschrijven
De relatie leggen tussen
driedimensionale situaties en hun
voorstellingen om zich te oriënteren in
de ruimte met tekeningen, foto’s en
plattegronden
Een opdracht in partnerwerk uitvoeren
en daarbij voldoende openheid
vertonen om van de andere te leren
eindterm
GO
3.7
1.3.02
1.3.03
2.3.01
3.7
1.3.04
1.3.06
2.3.01
3.7
1.3.07
2.3.03
leren
leren 6
SV 3
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 4
N I A
I
LES 33
getallenkennis
doelenverwijzing
breukenverhalen
lesdoelen
1
2
3
4
Gebruikmaken van het stappenplan
(de breukvragen) als
oplossingsstrategie
Efficiënte rekenstrategieën aanwenden
om breuken te berekenen, het geheel
of de breuk te zoeken
Met concrete voorbeelden uit de eigen
leefwereld de rol en het praktisch nut
van breuken verwoorden m.b.t. de
maatschappij en informatiebronnen
Zelfstandig naar de oplossing van
probleemsituaties zoeken en zo nodig
hulpbronnen raadplegen of hulp vragen
aan anderen
4 van 4
eindterm
GO
1.29
leren
leren 4
1.29
leren
leren 4
leren
leren 2
4.3
3.4.02
leren
leren 2,
4 en 6
SV 1.4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.20
3.4.03
3.1.44
3.1.45
N I A
I
LES 34
meten en
meetstands i.v.m. lengte,
metend rekenen gewicht, inhoud, geld en tijd
doelenverwijzing
lesdoelen
1
Geschikte meetinstrumenten kiezen
en ze correct gebruiken om een
lengte, een gewicht, een inhoud of de
tijd te meten
2
Resultaten van metingen zoals
windkracht begrijpen
Zelfgemaakte meetinstrumenten,
zoals een hellingmeter en een
windmeter, ijken en correct gebruiken
Een grootte schatten en de schatting
vergelijken met het meetresultaat
3
4
5
Problemen over één grootheid 
lengte, inhoud, tijd of geld  oplossen
6
Samenwerken met anderen, zonder
onderscheid van sociale achtergrond,
geslacht of etnische origine
eindterm
GO
2.1
2.2
2.3
2.9
2.12
2.3
1.2.03
2.2.01
2.2.10
2.2.14
3.2.28
3.2.36
2.1
3.2.36
2.8
1.2.14
2.2.02
2.2.11
2.3
2.11
2.12
SV 3
3.2.36
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
N I A
I
LES 35
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie:
routebeschrijving en kaartlezen
lesdoelen
eindterm
GO
1
Het verband leggen tussen een kaart
en de realiteit aan de hand van de
legende en de schaalaanduiding
3.7
2
Aan de hand van een routebeschrijving
de weg vinden in de realiteit en die op
een kaart aanduiden
Een beschrijving geven van een op
kaart gevolgde weg of route
Met behulp van een kaart de weg
vinden in een niet-vertrouwde
omgeving
Met voorbeelden uit de eigen
leefwereld de rol en het praktisch nut
van wiskunde in de maatschappij
aantonen
3.7
1.3.07
2.3.01
2.3.03
3.2.02
3.2.05
1.3.03
2.3.03
3
4
5
3.7
2.3.03
3.7
2.3.03
4.3
3.1.45
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 4
N I A
I
LES 36
getallenkennis
doelenverwijzing
tabellen, grafieken en
diagrammen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
1 van 3
eindterm
GO
Kwantitatieve gegevens in tabellen en
grafieken lezen, interpreteren,
voorstellen en er bewerkingen mee
uitvoeren
De hoeveelheidsaanduidingen in een
kruistabel lezen en de verbanden
tussen gegevens ontdekken en
interpreteren
Bij grafieken schattingen van
kwantitatieve gegevens tussen twee
meetpunten maken
De evolutie weergegeven door een
lijngrafiek ontdekken, verwoorden en
interpreteren
Verschillende grafische voorstellingen
van dezelfde gegevens met elkaar
vergelijken en kritisch beoordelen
1.8
3.1.06
3.2.36
1.8
3.1.06
3.2.36
1.8
3.1.06
3.2.36
1.8
3.1.06
3.2.36
1.8
3.1.06
3.2.36
Een kritische houding ontwikkelen ten
aanzien van allerlei cijfermateriaal,
tabellen …
5.2
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.5.02
N I A
I
LES 37-39
evaluatie sprong 3
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
De kenmerken van deelbaarheid door 3 en door
9 herkennen bij natuurlijke getallen
De rest bepalen bij deling door 3 en door 9
3
Eenvoudige breuken > 1 herstructureren
4
Kwantitatieve gegevens in tabellen en grafieken
lezen, interpreteren en voorstellen
De evolutie weergegeven door een lijngrafiek
ontdekken, verwoorden en interpreteren
Op een flexibele manier een natuurlijk getal
delen door een ander natuurlijk getal naar
analogie van de deeltafels en op basis van
inzicht in de eigenschappen van de deling en in
de structuur van de getallen
Bij het cijferen met de vier hoofdbewerkingen
een bepaalde controlestrategie toepassen
De rekenmachine vlot en correct gebruiken
5
bewerkingen
6
7
8
meten en metend
rekenen
9
10
11
meetkunde
12
13
14
De tijd aflezen en aanduiden op allerlei soorten
klokken en noteren
De samenhang tussen de maateenheden kennen
en zinvolle herleidingen van tijdsintervallen
maken
Problemen over de tijd oplossen en eenvoudige
uurtabellen lezen en interpreteren
Na het kiezen van niet-conventionele
maateenheden of referentiepunten het maatgetal
schatten
Verkennen en verwoorden wat men ziet vanuit
verschillende gezichtspunten bij het zich mentaal
verplaatsen in de ruimte
De relatie leggen tussen driedimensionale
situaties en hun voorstellingen om zich te
oriënteren in de ruimte
Aan de hand van een routebeschrijving de weg
aanduiden op een kaart
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.12
3.1.15
1.12
1.29
1.22
3.1.44
1.8
3.1.44
1.8
3.1.44
1.13
1.14
3.1.31
1.27
3.1.29
1.25
1.27
2.1
3.1.36
2.3
3.2.29
3.2.36
2.2.02
3.2.01
3.2.11
1.3.03
2.3.01
2.8
3.7
3.1.21
1.2.21
3.2.28
3.2.29
3.7
1.3.06
3.7
2.3.01
3.3.01
LES 40
getallenkennis
doelenverwijzing
breuken en kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Decimale en eenvoudige breuken in
kommagetallen omzetten en
omgekeerd
In eenvoudige en zinvolle gevallen de
gelijkwaardigheid tussen breuk en
kommagetal vaststellen, inzien en
toepassen
De zakrekenmachine correct gebruiken
bij het omzetten van breuken naar
kommagetallen
Via de meest geschikte rekenwijze
eenvoudige breuken omzetten naar
kommagetallen en omgekeerd
Deze gelijkwaardigheid memoriseren
Oordeelkundig kiezen tussen breuken
en kommagetallen in realistische en
zinvolle contexten
eindterm
GO
1.18
3.1.22
1.18
2.1.25
3.1.22
1.18
1.26
1.27
1.13
1.28
3.1.38
4.2
leren
leren 3
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.22
1 van 1
N I A
I
LES 41
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: natuurlijke
getallen x kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Op een flexibele manier een natuurlijk
getal vermenigvuldigen met een
eenvoudig kommagetal, met bijzondere
aandacht voor 0,1, 0,5, 0,01, en 0,001
en voor vermenigvuldigen naar
analogie van de maaltafels
Bij vermenigvuldigen een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerkingen en in de structuur van de
getallen
In verschillende situaties
rekenproblemen over
vermenigvuldigen met kommagetallen
oplossen
In een vergelijking de ontbrekende
elementen (vergelijkingssymbool,
bewerkingsteken, getal) invullen
Diverse oplossingsmethodes in een
informatiebron vergelijken en de
meeste geschikte kiezen
1 van 3
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.11
1.13
1.14
3.1.31
4.2
1.29
3.1.44
1.6
1.9
3.1.44
4.2
leren
leren 4
en5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 42
getallenkennis
doelenverwijzing
schatten
lesdoelen
1
2
3
4
Strategieën hanteren om structuur aan
te brengen in ongestructureerde
hoeveelheden en zo een schatting
maken en
Het resultaat van de schatting
uitdrukken met het symbool ±
Natuurlijke getallen afronden naar het
dichtstbijzijnde T, H, D …
Kommagetallen afronden naar het
dichtstbijzijnde t, h, d
De graad van nauwkeurigheid bepalen
rekening houdend met het doel van de
afronding en de context
Schattingsstrategieën vlot toepassen
Daarbij de beste schatting bepalen, de
uitkomst plaatsen tussen T, H, D …,
rekenen met afgeronde getallen en een
gekozen werkwijze verantwoorden
In situaties en oefeningen bepalen
wanneer schattend rekenen nodig is en
daarbij de meest geschikte
schattingsstrategie selecteren en
toepassen
1 van 2
eindterm
GO
1.17
3.1.01
1.15
2.1.06
3.1.03
3.1.04
3.1.06
1.17
3.1.31
3.1.44
4.2
leren
leren 4
en 5
3.1.30
3.1.44
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 43
meten en
hoekgrootte
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
De maateenheid van hoekgrootte
(graad) en het bijbehorende symbool
(°) kennen en gebruiken
Hoeken meten met een geodriehoek en
het meetresultaat noteren
Met behulp van een geodriehoek een
hoek van een bepaalde grootte tekenen
Weten dat een rechte hoek 90°, een
volledige draai (cirkel) 360°, een halve
draai 180° en een kwartdraai 90° meet
Materiaal, in het bijzonder de
geodriehoek, gebruiken zoals
aangeleerd, ingeoefend en afgesproken
1 van 1
eindterm
GO
2.1
3.2.31
2.1
2.2
2.1
3.2.31
2.1
3.2.32
4.2
leren
leren 5
en 6
3.2.31
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.2.31
N I A
I
LES 44
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie:
coördinaten
lesdoelen
1
2
3
4
Een plaats op een rooster, kaart of
plattegrond terugvinden en aanduiden
als de coördinaten (enkel natuurlijke
getallen) gegeven zijn
Bij een gegeven locatie de coördinaten
plaatsen
De volgorde voor het noteren van
coördinaten met enkel getallen kennen
en gebruiken
Een gekozen oplossingsweg uitvoeren
en daarbij aandacht schenken aan het
belang van een goede volgorde
4 van 4
eindterm
GO
3.7
3.3.01
3.7
2.3.02
3.3.01
2.3.02
3.3.01
3.7
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
N I A
I
LES 45
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: natuurlijke getallen
met elkaar vermenigvuldigen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Het product spontaan schatten en
daarbij vlot schattingsstrategieën
toepassen
Twee natuurlijke getallen cijferend met
elkaar vermenigvuldigen
De getallen juist en voordelig schikken
en eventueel deelproducten aanvullen
met nullen om de vermenigvuldiging
ordelijk uit te werken
Het product controleren door een
efficiënte controlestrategie toe te
passen
Wanneer de oplossing niet
overeenkomt met de uitkomst van de
gekozen controlestrategie, de fout
spontaan opzoeken
Ontbrekende factoren of ontbrekende
cijfers in factoren berekenen
In groep een opdracht uitvoeren
rekening houdend met elkaar, de
timing, functionaliteit en planning
eindterm
GO
1.16
3.1.29
3.1.37
1.24
3.1.33
1.27
3.1.29
3.1.37
4.2
5.4
3.1.29
3.1.33
1.6
1.24
leren
leren 5
en 6
SV 1.5
SV 3
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
1 van 3
N I A
I
LES 46
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: kommagetallen
x 5, x 25, x 50, x veelvouden
en machten van 10
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Kommagetallen vermenigvuldigen met
machten en veelvouden van 10
Op een flexibele en inzichtelijke manier
kommagetallen vermenigvuldigen met
5, 25 en 50
Een doelmatige oplossingsweg kiezen
op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in
de structuur van de getallen
Ontbrekende elementen
(vergelijkingssymbool,
bewerkingsteken, getal) invullen in
vergelijkingen van bewerkingen
In verschillende situaties problemen
over vermenigvuldigen met
kommagetallen oplossen
Oordeelkundig gebruikmaken van
inzichtelijk opgebouwde steunpunten:
mnemotechnische middeltjes,
standaardprocedures …
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.11
1.13
1.14
3.1.31
3.1.44
1.6
1.9
3.1.44
4.2
3.1.44
1.29
4.2
leren
leren 5
en 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 3
N I A
I
LES 47
meten en
oppervlakte- en landmaten
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
Na veelvuldig meten tot afspraken
komen omtrent referentiematen en
die kennen en gebruiken
De maateenheden en symbolen van
oppervlakte- en landmaten kennen en
er meet- of berekeningsresultaten
mee noteren, met één of meer dan
één maateenheid
De voor- en nadelen van
verschillende notaties inzien en
verwoorden
Oppervlaktes sorteren of
rangschikken na een meting met
standaardmaateenheden
In betekenisvolle situaties
herleidingen uitvoeren met gekende
standaardmaateenheden en het
verband inzien tussen oppervlakteen landmaten
Nagaan of een oplossing realistisch
en zinvol is en zo nodig de oplossing
en het oplossingsproces bijsturen
eindterm
GO
2.1
2.8
2.2.17
2.2.19
2.1
2.2
3.2.13
2.6
3.2.13
3.2.14
2.3
2.6
2.7
3.2.14
5.4
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 2
N I A
I
LES 48
meten en
oppervlakte- en landmaten
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
Een grootte schatten en de
schatting vergelijken met het
meetresultaat
Het verband tussen de grootte van
de maateenheid en de grootte van
het maatgetal ervaren, inzien,
verwoorden en toepassen op de
tabel met de maateenheden voor
oppervlakte
In betekenisvolle situaties
herleidingen uitvoeren met gekende
standaardmaateenheden en het
verband inzien tussen oppervlakteen landmaten
Reflecteren op de eigen aanpak en
die zo nodig bijsturen
eindterm
GO
2.8
2.2.18
3.2.14
2.1
2.6
3.2.15
2.3
2.6
2.7
3.2.14
4.2
leren
leren 4-6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
N I A
I
LES 49
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: vlakke figuren
lesdoelen
1
2
3
4
Vlakke figuren classificeren volgens
zelfgekozen kenmerken
De eigenschappen van de hoeken en
de zijden van een veelhoek
onderzoeken, vaststellen en
verwoorden
Bij tekenopdrachten een efficiënte
werkwijze en geschikte hulpmiddelen
kiezen en gebruiken
Met het oog op het oplossen van een
probleem de attitude hebben om
grondig te analyseren en
eigenschappen te vergelijken
1 van 5
eindterm
GO
3.2a
3.3.04
3.4
2.3.08
2.3.14
2.3.18
3.6
2.3.08
2.3.20
2.3.21
3.4.03
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 50-52
doelenverwijzing
getallenkennis
bewerkingen
meten en metend
rekenen
meetkunde
evaluatie sprong 4
lesdoelen
eindterm
GO
Decimale en eenvoudige breuken in
kommagetallen omzetten en omgekeerd
2 In eenvoudige en zinvolle gevallen de
gelijkwaardigheid tussen breuk en kommagetal
vaststellen, inzien en toepassen
3 Natuurlijke getallen en kommagetallen
afronden
Schattingsstrategieën gebaseerd op het
afronden vlot toepassen en de meest
doelmatige schatting bepalen
4 Op een flexibele manier een natuurlijk getal
vermenigvuldigen met een eenvoudig
kommagetal (ook < 1), met bijzondere
aandacht voor 0,1, 0,5, 0,01 en 0,001 en voor
vermenigvuldigingen naar analogie van de
maaltafels
5 Kommagetallen op een flexibele en
inzichtelijke manier vermenigvuldigen met
machten van 10, met 5, 25 en 50
6 Twee natuurlijke getallen cijferend
vermenigvuldigen en de vermenigvuldiging
ordelijk uitwerken door de getallen juist en
voordelig te schikken en de deelproducten
eventueel aan te vullen met nullen
De vermenigvuldiging controleren door een
efficiënte controlestrategie toe te passen
7 Hoeken met een geodriehoek meten tot op 1°
nauwkeurig en het meetresultaat noteren
8 Hoeken tekenen tot op 1° nauwkeurig met
behulp van een geodriehoek
9 De maateenheden en de symbolen van de
oppervlakte- en landmaten kennen en meet- of
berekeningsresultaten noteren met één of
meer dan één maateenheid
Het maatgetal schatten
10 In betekenisvolle situaties herleidingen
uitvoeren met gekende
standaardmaateenheden en het verband inzien
tussen oppervlakte- en landmaten
Na een meting met standaardmaateenheden
voorwerpen sorteren of rangschikken
11 Bij een gegeven plaats de coördinaten zetten
1.18
3.1.22
1.18
2.1.25
3.1.22
1.15
3.1.03
3.1.04
3.1.06
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.24
1.27
3.1.29
3.1.33
3.1.37
2.1
2.2
2.1
2.2
2.1
2.2
2.8
3.2.31
2.3
2.6
2.7
3.2.13
3.2.14
3.7
3.3.01
12 Een plaats op een rooster, kaart of plattegrond
terugvinden en aanduiden als de coördinaten
(enkel natuurlijke getallen) gegeven zijn
13 Vlakke figuren classificeren volgens
zelfgekozen kenmerken
3.7
3.3.01
3.2a
3.3.04
1
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.2.31
3.2.13
3.2.15
LES 53
getallenkennis
doelenverwijzing
percenten: lezen en noteren verschijningsvormen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Het begrip ‘percent’ en het symbool %
lezen, noteren, interpreteren en
gebruiken
Een verhouding, een deel van …, een
kans en een operator met een percent
weergeven of als een percent
interpreteren
Eenvoudige percenten ordenen en op
een getallenas plaatsen
Een percentage op gestructureerd
materiaal (bv. een honderdveld)
aanduiden en voorstellen
De betekenis van percent kennen, er
concrete voorbeelden van geven en
verwoorden in welke situaties het
begrip handig gebruikt kan worden
Met concrete voorbeelden uit de eigen
leefwereld de rol en het praktisch nut
van percent in de maatschappij
verwoorden
eindterm
GO
1.6
3.1.23
1.5
3.1.23
1.5
3.1.23
1.3
3.1.25
1.3
3.1.23
3.1.45
4.3
leren
leren 2
3.1.45
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 6
N I A
I
LES 54
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: delen door 5,
25, 50 en door machten van 10
lesdoelen
1
2
3
4
Natuurlijke getallen delen door 10,
100, 1 000, 10 000 en door 5, 25 en
50, waarbij het quotiënt een natuurlijk
getal blijft of een kommagetal wordt
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
In verschillende situaties problemen
over delen met natuurlijke getallen
oplossen
Ordelijk, nauwkeurig en systematisch
werken met bijzondere aandacht voor
de plaats van de komma en van de
nullen in het quotiënt
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.13
1.14
1.1.27
3.1.31
1.29
3.1.44
1.24
leren
leren 6
3.1.31
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
N I A
I
LES 55
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: natuurlijke getallen
vermenigvuldigen met
kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Bij vermenigvuldigingen met een
kommagetal de plaats van de komma
bepalen via een schatting of door het
aantal cijfers na de komma in beide
factoren op te tellen
Deze vermenigvuldigingen ordelijk
uitwerken door de getallen juist en
voordelig te schikken en de
deelproducten eventueel aan te vullen
met nullen
De vermenigvuldiging controleren door
een efficiënte controlestrategie toe te
passen
Daarbij de beperkingen van
controlestrategieën beseffen
Spontaan de fout opsporen wanneer de
oplossing afwijkt van de schatting of
niet overeenkomt met de uitkomst van
een andere gekozen controlestrategie
Ontbrekende factoren of cijfers in
factoren berekenen
Eigen sterke en zwakke kanten als
probleemoplosser kennen
eindterm
GO
1.16
3.1.31
3.1.33
1.24
3.1.33
1.27
3.1.29
3.1.33
5.4
3.1.29
3.1.33
1.6
1.24
5.3
leren
leren 6
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.02
2 van 3
N I A
I
LES 56
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: vierhoeken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
De eigenschappen van de zijden en de
hoeken van vierhoeken onderzoeken
en verwoorden
Vierhoeken vergelijken, benoemen en
hiërarchisch opdelen op basis van de
eigenschappen van zijden en hoeken
Vierhoeken classificeren volgens een
afnemend of een toenemend aantal
eigenschappen
Vierhoeken construeren met of zonder
constructievoorschriften
Daarbij een efficiënte werkwijze en
geschikte hulpmiddelen kiezen en
gebruiken
Kennis van de vierhoeken gebruiken
om meetkundige problemen op te
lossen
Bij het oplossen van een wiskundig
probleem de samenhang tussen
gegevens ontdekken en niet-relevante
gegevens buiten beschouwing laten
2 van 5
eindterm
GO
3.2a
2.3.08
2.3.22
3.3.04
2.3.24
3.3.04
3.2a
3.4
3.4
2.3.24
3.3.04
3.4
3.3.06
1.29
3.1.44
2.3
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 57
getallenkennis
doelenverwijzing
relatie breuk - kommagetal percent
lesdoelen
1
2
3
4
Breuken, kommagetallen en percenten
in eenvoudige en zinvolle gevallen naar
elkaar omzetten
De gelijkwaardigheid van breuk –
percent – kommagetal vaststellen,
inzien en verduidelijken
De zakrekenmachine correct gebruiken
bij omzettingen van breuken,
kommagetallen en percenten
De zakrekenmachine correct gebruiken
om meer inzicht te verwerven in de
relatie tussen breuken, kommagetallen
en percenten
Inzien dat de zakrekenmachine een
handig en trefzeker hulp- en
controlemiddel is en dat inzicht
toepassen
eindterm
GO
1.18
2.1.25
3.1.22
3.1.23
3.1.24
1.26
1.27
3.1.36
3.1.38
1.26
3.1.36
3.1.37
3.1.38
1.26
leren
leren 5
en 6
3.1.38
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 6
N I A
I
LES 58
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: diagonalen in
vierhoeken en andere veelhoeken
lesdoelen
1
2
3
4
5
De eigenschappen van de diagonalen
van een vierhoek onderzoeken en
verwoorden
De eigenschappen van de diagonalen
van een (regelmatige) veelhoek
onderzoeken en verwoorden
Bij tekenopdrachten efficiënte
werkwijzen en geschikte hulpmiddelen
hanteren
Trapezia, parallellogrammen en ruiten
tekenen als de eigenschappen van de
diagonalen gegeven zijn
Nauwkeurig en ordelijk werken bij het
uitvoeren van tekenopdrachten
eindterm
GO
3.2a
3.3.05
3.3.06
3.2a
3.3.06
3.4
2.3.08
2.3.21
3.4
2.3.09
2.3.10
2.3.16
2.3.24
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 5
N I A
I
LES 59
getallenkennis
doelenverwijzing
percent berekenen van een
hoeveelheid, een getal …
lesdoelen
1
2
3
4
5
In eenvoudige en praktische situaties
percenten van een grootheid of van
een getal nemen en berekenen
Percenten naar breuken omzetten
Een percent (operator) berekenen door
een breuk (operator) te nemen van
een hoeveelheid, een getal …
De zakrekenmachine efficiënt en met
inzicht gebruiken bij het berekenen van
percentages, vooral als een handig en
veilig hulp- en controlemiddel
Passende werkwijzen toepassen om de
eigen aanpak met betrekking tot
percentrekenen te sturen, te
controleren en te evalueren
eindterm
GO
1.25
3.1.25
1.18
3.1.24
1.4
3.1.25
1.25
3.1.36
3.1.38
4.2
leren
leren 4
en 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 6
N I A
I
LES 60
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: vermenigvuldigen
met kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Op een flexibele manier
kommagetallen (ook < 1) met elkaar
vermenigvuldigen, met bijzondere
aandacht voor vermenigvuldigen naar
analogie van de maaltafels
Bij het vermenigvuldigen een
doelmatige oplossingsmethode
toepassen op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in
de structuur van de getallen
In verschillende situaties
rekenproblemen over
vermenigvuldigen met kommagetallen
oplossen
In een vergelijking de ontbrekende
elementen (vergelijkingssymbool,
bewerkingsteken, getal) invullen
Verschillende mogelijke oplossingen
zoeken en het resultaat proberen te
voorspellen
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.11
1.13
1.14
3.1.31
1.29
3.1.44
1.11
1.1.24
3.1.44
4.2
leren
leren 4
en 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 3
N I A
I
LES 61
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: driehoeken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Driehoeken vergelijken volgens de
eigenschappen van zijden en hoeken
Driehoeken construeren en
classificeren
Bij het construeren van driehoeken
efficiënte werkwijzen en geschikte
hulpmiddelen hanteren
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
De hoogtelijnen in een driehoek
construeren
Orde en structuur aanbrengen in de
aangeboden leerstof op basis van
eigenschappen en kenmerken
4 van 5
eindterm
GO
3.2a
3.3.08
3.2a
2.3.30
3.3.09
3.3.09
3.4
4.2
4.2
3.4.03
3.4
2.3.21
1.29
2.3
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 62
meten en
omtrek en oppervlakte
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
De omtrek van vierkant, rechthoek,
driehoek, parallellogram ... meten en
berekenen
De oppervlakte van vierkant,
rechthoek, driehoek en parallellogram
schatten en de schatting vergelijken
met het meetresultaat
De oppervlakte van vierkant,
rechthoek, driehoek en parallellogram
bepalen m.b.v. de basisformule
(b x h) of door driehoeken en
parallellogrammen om te structureren
door verdeling, aanvulling en
compensatie
Het verband tussen de grootte van de
maateenheid en de grootte van het
maatgetal ervaren, inzien en
verwoorden
Voorwerpen sorteren of rangschikken
na een meting met
standaardmaateenheden
Inzien dat uit één basisformule of
basiswerkwijze andere formules of
werkwijzen afgeleid kunnen worden
en dat inzicht toepassen
1 van 7
eindterm
GO
2.9
2.2.08
2.8
3.2.16
2.9
3.2.16
3.2.17
3.2.19
2.1
2.6
2.2.05
3.2.15
2.6
2.2.17
2.2.19
4.2
leren
leren 4
3.2.17
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 63-65
evaluatie sprong 5
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
Het begrip ‘percent’ en het symbool % lezen,
noteren, interpreteren en gebruiken
2
Een verhouding, een deel van …, een kans en
een operator met een percent weergeven of als
een percent interpreteren
In eenvoudige en zinvolle gevallen breuken,
kommagetallen en percenten naar elkaar
omzetten en hun gelijkwaardigheid vaststellen,
inzien en verduidelijken
In eenvoudige en praktische gevallen percenten
van een grootheid of van een getal nemen of
berekenen
Natuurlijke getallen delen door 10, 100, 1 000,
10 000 en door 5, 25 en 50, waarbij het quotiënt
een natuurlijk getal blijft of een kommagetal
wordt
In een vergelijking de ontbrekende symbolen of
getallen invullen en daarbij steunpunten en de
eigenschappen van de bewerking hanteren
Kommagetallen hoofdrekenend met elkaar
vermenigvuldigen en daarbij verschillende
oplossingswijzen toepassen
De vermenigvuldiging van een natuurlijk getal of
kommagetal met een ander natuurlijk getal of
kommagetal ordelijk uitwerken door de getallen
juist en voordelig te schikken (bv.
commutativiteit) en de deelproducten eventueel
aan te vullen met nullen
De omtrek van vierkant, rechthoek, driehoek,
parallellogram ... meten en berekenen en daarbij
de eigenschappen van de zijden gebruiken
De oppervlakte van vierkant, rechthoek,
driehoek en parallellogram bepalen m.b.v. de
basisformule (b x h) of door driehoeken en
parallellogrammen om te structureren door
verdeling, aanvulling en compensatie
Driehoeken vergelijken volgens de
eigenschappen van zijden en hoeken
Vierhoeken construeren met of zonder
constructievoorschriften
Daarbij een efficiënte werkwijze en geschikte
hulpmiddelen kiezen en gebruiken
De eigenschappen van de diagonalen van een
vierhoek onderzoeken en verwoorden
3
4
bewerkingen
5
6
7
8
meten en metend
rekenen
9
10
meetkunde
11
12
13
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.3
1.5
1.6
1.3
1.5
3.1.23
1.18
1.25
2.1.25
3.1.22
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.13
3.1.31
1.11
1.1.24
3.1.44
1.11
1.13
1.14
1.24
3.1.31
2.9
2.2.08
2.9
3.2.16
3.2.17
3.2.19
3.2a
3.3.08
3.4
3.3.06
3.2a
3.3.05
3.3.06
3.1.23
3.1.33
LES 66
getallenkennis
doelenverwijzing
verhoudingen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
1 van 4
eindterm
GO
In concrete situaties eenvoudige
verhoudingen (onder meer tussen
grootheden) vaststellen, vergelijken en
ordenen
Twee of meer numerieke verhoudingen
vergelijken
Gelijkwaardige verhoudingen maken
1.21
3.1.17
1.21
2.1.28
1.21
3.1.44
Een verhouding omzetten in een breuk
of een percent en omgekeerd
Eenvoudige breuken, decimale
breuken, kommagetallen en percenten
naar elkaar omzetten
Bij meetkundige voorstellingen
verhoudingen vaststellen en
vergelijken
Een passende strategie beheersen om
verhoudings- en kansproblemen op te
lossen, bv. in een verhoudingstabel
schikken, een rooster opstellen …
1.18
1.25
2.1.25
3.1.17
3.1.22
3.1.23
3.1.24
3.2.09
3.1.44
1.21
1.29
4.1
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.44
3.2.36
N I A
I
LES 67
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: kommagetallen
delen door 10, 100, 5, 25, 50
lesdoelen
1
2
3
4
Kommagetallen delen door 10, 100 en
door 5, 25, 50
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
In een vergelijking de ontbrekende
symbolen of getallen invullen en
daarbij steunpunten en eigenschappen
van de bewerkingen hanteren
In verschillende situaties problemen
over delen met kommagetallen
oplossen
Een wiskundig probleem oplossen door
een passende werkwijze te kiezen
Daarbij rekening houden met de eigen
mogelijkheden
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.13
1.14
3.1.31
1.11
1.1.27
2.1.35
3.1.28
1.29
3.1.31
3.1.44
5.4
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 3
N I A
I
LES 68
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: kommagetallen met
elkaar vermenigvuldigen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Bij vermenigvuldigingen met een
kommagetal de plaats van de komma
bepalen via een schatting of door de
som te maken van het aantal cijfers na
de komma in beide factoren
De vermenigvuldiging uitwerken door
de getallen juist en voordelig te
schikken (bv. commutativiteit)
De vermenigvuldiging controleren door
een efficiënte controlestrategie toe te
passen
De fout spontaan opsporen wanneer de
oplossing afwijkt van de schatting of
niet overeenkomt met de uitkomst van
de gekozen controlestrategie
Ontbrekende factoren of ontbrekende
cijfers in factoren berekenen
Verwoorden hoe gemaakte fouten in de
toekomst vermeden kunnen worden
eindterm
GO
1.16
3.1.33
1.24
3.1.33
1.27
3.1.29
5.4
3.1.29
1.27
3.1.33
5.4
leren
leren 4
en 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 3
N I A
I
LES 69
meten en
omtrek en oppervlakte van de
metend rekenen ruit
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
De omtrek van vierkant, rechthoek,
driehoek, parallellogram, ruit ...
meten en berekenen en daarbij de
eigenschappen van de zijden
gebruiken
Weten wanneer een schatting of een
benaderende aanduiding zinvoller is
dan een precieze meting
Meetresultaten zinvol afronden
De oppervlakte van ruiten bepalen
door ze om te structureren
Ervaren en inzien dat de vorm en de
omtrek van figuren kan verschillen
terwijl hun oppervlakte dezelfde is en
omgekeerd
Beseffen dat de oppervlaktebepaling
van figuren afhankelijk is van twee
dimensies en inzien dat bij het
gelijkvormig vergroten of verkleinen
deze twee afmetingen een rol spelen
Problemen over oppervlakte oplossen
Inzien dat uit één basisformule
andere formules afgeleid kunnen
worden en dat inzicht toepassen
eindterm
GO
2.9
2.2.08
2.3
3.1.30
3.1.35
2.9
4.2
2.6
2.9
3.2.16
3.2.17
2.2.16
2.9
3.2.18
4.2
3.2.36
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 7
N I A
I
LES 70
getallenkennis
doelenverwijzing
percent berekenen als het deel
en het geheel gegeven zijn
lesdoelen
1
2
3
4
5
In eenvoudige en praktische gevallen
een deel van het geheel uitdrukken als
een percent
Breuken naar percenten omzetten en
omgekeerd
Uitdrukken hoeveel percent een deel
van een geheel is
De zakrekenmachine correct en met
inzicht gebruiken
Reflecteren op de eigen ontwikkeling
op wiskundig gebied en op het vlak van
heuristisch denken, in het bijzonder
m.b.t. het systematisch aanpakken van
(wiskundige) problemen
eindterm
GO
1.25
3.1.25
1.18
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.4
1.25
5.4
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.36
3.1.38
3.1.44
3.5.05
4 van 6
N I A
I
LES 71
meten en
omtrek en oppervlakte van het
metend rekenen trapezium
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
eindterm
GO
De omtrek van vierkant, rechthoek,
driehoek, parallellogram, ruit,
trapezium en van andere bekende
vlakke figuren meten en berekenen
en daarbij de eigenschappen van de
zijden gebruiken
De oppervlakte van trapeziums
bepalen door ze om te structureren
tot figuren waarvan men de
oppervlakte kan berekenen
Problemen over oppervlakte oplossen
2.9
2.2.07
2.9
3.2.16
3.2.17
4.2
3.2.17
Inzien en toepassen dat uit één
basisformule/werkwijze andere
formules/werkwijzen afgeleid kunnen
worden
4.2
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 7
N I A
I
LES 72
getallenkennis
doelenverwijzing
het geheel berekenen als deel
en percent gegeven zijn
lesdoelen
1
2
3
4
5
In eenvoudige en praktische situaties
percenten van een grootheid of van
een getal nemen/berekenen
Breuken naar percenten omzetten
Berekenen hoeveel het geheel (100 %)
is als het percent en het deel gegeven
zijn
Bij het berekenen van percentages de
zakrekenmachine correct en met
inzicht als controlemiddel gebruiken
De bekende en onbekende elementen
uit problemen en hun onderlinge
relaties schematisch voorstellen
eindterm
GO
1.25
3.1.25
1.18
3.1.23
1.4
3.1.25
1.25
3.1.36
3.1.38
1.29
leren
leren 4
en 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
5 van 6
N I A
I
LES 73
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: de cirkel
lesdoelen
1
2
3
4
5
5 van 5
eindterm
GO
De termen ‘straal, middelpunt,
diameter’ correct hanteren
Cirkels herkennen en benoemen en de
eigenschappen ervan onderzoeken en
verwoorden
Een passer gebruiken om punten op
een gelijke afstand van een punt te
tekenen
Een cirkel tekenen met een passer
3.2
3.3.17
3.2
3.3.16
3.5
3.3.18
3.5
3.3.18
Over voldoende nauwkeurigheid
beschikken om correct met een passer
te werken
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 74
meten en
omtrek en oppervlakte van
metend rekenen (on)regelmatige veelhoeken
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
De omtrek van (on)regelmatige
veelhoeken meten en berekenen en
daarbij de eigenschappen van de
zijden gebruiken
De oppervlakte van (on)regelmatige
veelhoeken bepalen door ze om te
structureren naar figuren waarvan
men de oppervlakte kan berekenen
Beseffen dat de oppervlaktebepaling
van figuren afhankelijk is van twee
dimensies
Ervaren en inzien dat de vorm en de
omtrek van figuren kan verschillen
terwijl hun oppervlakte gelijk is en
omgekeerd
Problemen over oppervlakte en
omtrek oplossen en de
meetresultaten verwerken in tabellen
Na een meting met
standaardmaateenheden dingen
sorteren of rangschikken
Inzien dat je uit één
basisformule/werkwijze andere
formules/werkwijzen kunt afleiden en
dat inzicht toepassen
eindterm
GO
2.9
2.2.08
2.9
3.2.16
3.2.17
2.9
2.2.26
4.2
3.2.36
2.6
3.2.36
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
4 van 7
N I A
I
LES 75
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie:
constructies
lesdoelen
1
2
3
4
Constructies uitvoeren aan de hand
van een voorschrift of foto
De stadia in een constructie correct
chronologisch ordenen
De vergelijking maken tussen plan en
realiteit en daarbij mogelijke fouten
aanduiden
Een probleem stapsgewijs aanpakken
en reflecteren op de verschillende
stappen van het oplossingsproces
1 van 2
eindterm
GO
4.2
4.2
2.3.03
2.3.04
3.2.36
4.2
3.4.03
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 76-78
evaluatie sprong 6
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
3
4
bewerkingen
5
6
7
8
9
meten en metend
rekenen
10
11
12
meetkunde
13
14
In concrete situaties eenvoudige
verhoudingen vaststellen, vergelijken en
ordenen
Twee of meer numerieke verhoudingen
vergelijken door ze gelijkwaardig te maken
Uitdrukken hoeveel percent een deel van een
geheel is
Berekenen hoeveel het geheel (100 %) is als
het percent en het deel gekend zijn
Kommagetallen delen door 10, 100 en door
5, 25 en 50
In een vergelijking de ontbrekende symbolen
invullen en daarbij steunpunten en de
eigenschappen van de bewerkingen hanteren
Bij vermenigvuldigingen met een
kommagetal de plaats van de komma
bepalen via een schatting of door de som te
maken van het aantal cijfers na de komma in
beide factoren
Een kommagetal cijferend vermenigvuldigen
met een ander kommagetal door de getallen
juist en voordelig te schikken (bv.
commutativiteit) en eventueel aan te vullen
met nullen
Ontbrekende termen of ontbrekende cijfers
in termen berekenen
De omtrek van vierhoeken, driehoeken,
regelmatige en onregelmatige veelhoeken
meten en berekenen en daarbij de
eigenschappen van de zijden gebruiken
De oppervlakte van vierhoeken, driehoeken,
regelmatige en onregelmatige veelhoeken
bepalen door ze om te structureren via
verdeling in, aanvulling of compensatie tot
figuren waarvan men de oppervlakte kan
berekenen
Ervaren en inzien dat de vorm en de omtrek
van figuren kan verschillen terwijl hun
oppervlakte dezelfde is en omgekeerd
De termen ‘straal, middelpunt, diameter van
een cirkel’ correct hanteren
Een cirkel tekenen met een passer
15 De vergelijking maken tussen plan en
realiteit
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.21
3.1.17
1.21
2.1.28
1.4
3.1.25
1.4
3.1.25
1.13
3.1.31
1.11
1.16
1.1.27
2.1.35
3.1.28
3.1.33
1.24
3.1.33
1.27
3.1.33
2.9
2.2.08
2.9
4.2
3.2.16
3.2.17
2.6
2.9
2.2.16
3.2a
3.1.17
3.5
3.1.18
4.2
2.3.03
LES 79
getallenkennis
doelenverwijzing
gemiddelde en mediaan
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Het gemiddelde berekenen van een
aantal hoeveelheden aangeboden in
een opsomming en in een tabel
Tabellen lezen, interpreteren en
aanvullen
Verschillende grafische voorstellingen
van dezelfde gegevens met elkaar
vergelijken en kritisch beoordelen
Het begrip ‘gemiddelde’ verduidelijken
aan de hand van concrete voorbeelden
De mediaan aanduiden
Het gemiddelde van meetresultaten
berekenen en weten wanneer dat
zinvol is
Aantonen wat de betekenis is van een
hogere (lagere) mediaan ten opzichte
van het gemiddelde en wat bij een
klein aantal scores de invloed van één
hogere (lagere) score kan zijn op het
gemiddelde
Zich afvragen of de gevonden
oplossing binnen realistische grenzen
ligt
1 van 2
eindterm
GO
1.21
3.1.02
3.1.44
3.2.30
2.2.27
3.1.44
2.2.27
3.1.44
1.8
5.2
2.4
3.1.02
3.1.44
3.2.30
5.2
leren
leren 4
3.1.44
3.2.36
5.4
leren
leren 5
3.1.29
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 80
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: een kommagetal
delen door een natuurlijk getal
lesdoelen
1
2
3
4
Een kommagetal delen door een
natuurlijk getal, met bijzondere
aandacht voor delen door 2, 4, 5, 10,
50, 100 en 1 000 en voor delingen
naar analogie van de deeltafels
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
In verschillende situaties problemen
over het delen van kommagetallen
oplossen
Ervaren wat men kent en niet kent,
begrijpt en niet begrijpt en daar
opbouwend mee omspringen
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.13
1.14
3.1.31
1.29
3.1.44
5.4
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 3
N I A
I
LES 81
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: natuurlijke getallen
delen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
Een natuurlijk getal delen door een
natuurlijk getal van 1, 2 of 3 cijfers tot
op 0,001 nauwkeurig
Bij cijferend delen de getallen ordelijk
en correct schikken en zo nodig
aanvullen met nullen
Bij een niet-opgaande deling de
waarde van de rest bepalen
Spontaan het quotiënt schatten om
nadien de bewerking te controleren en
fouten op te sporen
Het resultaat controleren met
verschillende controlestrategieën
De beperkingen van die strategieën
inzien
Ontbrekende cijfers in de termen van
een cijferoefening vinden
Opgaven en problemen gestructureerd
en systematisch aanpakken
eindterm
GO
1.24
3.1.34
1.24
3.1.34
1.16
1.24
1.16
5.4
3.1.34
1.27
5.4
3.1.29
1.6
1.9
1.11
4.2
leren
leren 6
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.29
3.4.03
1 van 5
N I A
I
LES 82
bewerkingen
doelenverwijzing
bruto – netto – tarra
lesdoelen
1
2
3
4
5
In enkelvoudige of samengestelde
vraagstukken bruto, netto en tarra
benoemen, berekenen en gebruiken
Bruto, netto of tarra berekenen
wanneer ze uitgedrukt zijn in
percenten
De zakrekenmachine gebruiken bij de
berekening van bruto, netto of tarra
Het praktisch nut van wiskunde en van
de verworven vaardigheden in het
dagelijks leven ontdekken
Informatie nodig om wiskundige
problemen op te lossen onderscheiden,
opzoeken en schematiseren
1 van 1
eindterm
GO
1.29
4.1
4.2
1.18
1.29
3.1.44
3.2.12
4.3
3.1.25
3.1.27
3.2.12
3.1.36
3.1.38
3.1.44
leren
leren 4
3.4.02
3.4.03
1.26
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 83
meten en
omtrek van de cirkel
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
5 van 7
eindterm
GO
1
De waarde van ∏ ( 3,14) ontdekken
als de vaste verhouding tussen de
omtrek en de diameter van een cirkel
2.9
3.2.06
2
De formule voor de omtrekberekening
van de cirkel toepassen, o.a. bij het
oplossen van problemen
Een probleem analyseren door een
oplossingskader te bepalen
1.29
2.9
3.2.07
4.2
leren
leren 4
3.4.02
3.4.03
3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
N
LES 84
meetkunde
doelenverwijzing
spiegelingen
lesdoelen
1
2
3
4
5
Spiegelbeelden ontdekken in de
omgeving en in vlakke figuren door
gebruik te maken van een spiegel, te
vouwen of te meten
Daarbij de termen ‘spiegelbeeld,
spiegeling, spiegel(as)’ gebruiken
Spiegelbeelden van eenvoudige figuren
tekenen
Een efficiënte werkwijze en geschikte
hulpmiddelen kiezen bij
tekenopdrachten
De term ‘loodrechte stand’ gebruiken
bij het onderzoeken en uitvoeren van
spiegelingen
Gebruikmaken van mnemotechnische
middeltjes om leerstof en werkwijzen
te memoriseren en toe te passen in
relevante situaties
1 van 2
eindterm
GO
3.6
3.3.28
3.3.29
3.3.34
3.6
3.3.32
3.6
3.3.30
3.3.32
3.6
3.3.34
4.2
leren
leren 1
3.4.01
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 85
getallenkennis
doelenverwijzing
negatieve getallen
lesdoelen
1
2
3
In concrete situaties ervaringen opdoen
met negatieve getallen
In concrete situaties gehele negatieve
getallen lezen, schrijven en vergelijken
Beseffen dat negatieve getallen in het
reële leven voorkomen en van
praktisch nut zijn in de maatschappij
1 van 1
eindterm
GO
1.8
1.1.08
1.5
1.8
4.3
leren
leren 2
1.1.08
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.45
N I A
I
LES 86
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: een natuurlijk
getal delen door een kommagetal
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
De rekentaal in verband met delen
kennen en vlot hanteren
Op een flexibele manier een natuurlijk
getal delen door een kommagetal, in
het bijzonder door 0,1, 0,01, 0,001 en
0,5 en naar analogie van de deeltafels
In een vergelijking de ontbrekende
symbolen of getallen invullen
Een doelmatige oplossingsmethode
toepassen op basis van inzicht in de
eigenschappen van bewerking en in de
structuur van de getallen
Enkelvoudige en samengestelde
problemen oplossen waarbij gedeeld
moet worden door kommagetallen
Fouten in oplossingswegen van
anderen ontdekken, verwoorden en
verbeteren
Het resultaat controleren door te
vergelijken met een schatting, het
resultaat te toetsen aan de realiteit of
de omgekeerde bewerking uit te
voeren
eindterm
GO
1.3
1.9
1.13
2.1.27
1.6
1.9
1.11
1.10
1.11
1.13
1.14
1.29
3.1.44
leren
leren 6
3.4.03
1.27
leren
leren 5
3.1.29
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.31
3.1.31
3.1.31
3.1.44
3 van 3
N I A
I
LES 87
meten en
oppervlakte van de cirkel
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
Weten wanneer een schatting of een
benaderende aanduiding zinvoller is
dan een precieze meting en dat
inzicht toepassen
Meetresultaten zinvol afronden
Ervaren en inzien dat de oppervlakte
van een regelmatige veelhoek met
een groot aantal hoekpunten de
oppervlakte van een cirkel benadert
en dat de oppervlakte van de cirkel
berekend wordt met de formule
rxrx∏
Problemen met betrekking tot de
oppervlakte van de cirkel oplossen
Geometrische figuren naar een model
natekenen
Nagaan of een oplossing realistisch
en zinvol is en de oplossing en het
oplossingsproces zo nodig bijsturen
6 van 7
eindterm
GO
2.3
3.1.30
3.1.35
2.9
3.2.16
3.2.17
3.2.19
4.2
3.2.19
3.5
1.3.05
3.3.18
3.1.29
3.1.44
3.2.36
3.4.03
5.4
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
N
LES 88
meetkunde
doelenverwijzing
symmetrieassen
lesdoelen
2 van 2
eindterm
GO
3.3.28
3.3.32
3.3.34
3.3.29
3.3.31
1
Symmetrieassen tekenen of vouwen in
(geometrische) figuren
3.6
2
Symmetrie ontdekken als resultaat van
een spiegeling
De symmetrie controleren met behulp
van een doorkijkspiegel en/of door de
spiegeling te tekenen
De eigenschappen van symmetrie
onderzoeken, ontdekken en
verwoorden.
Een efficiënte werkwijze en geschikte
hulpmiddelen kiezen bij
tekenopdrachten
Het resultaat controleren en zo nodig
het oplossingsproces bijsturen
3.6
3
4
5
3.6
3.3.31
3.3.34
1.29
4.2
3.3.30
3.3.32
5.4
leren
leren 5
3.1.29
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 89-91
evaluatie sprong 7
doelenverwijzing
bewerkingen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
getallenkennis
meten en metend
rekenen
meetkunde
Kommagetallen delen door een natuurlijk getal,
met bijzondere aandacht voor delen door 2, 4, 5,
10, 50, 100 en voor delingen naar analogie van
de deeltafels
Problemen oplossen over het delen van
kommagetallen in verschillende situaties
Op een flexibele manier een natuurlijk getal
delen door een kommagetal, in het bijzonder
door 0,1, 0,01, 0,001, 0,5 en naar analogie van
de deeltafels
Daarbij een doelmatige oplossingsmethode
hanteren op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in de
structuur van de getallen
Problemen oplossen waarbij door kommagetallen
gedeeld moet worden
Een natuurlijk getal cijferend delen door een
natuurlijk getal van 1, 2 of 3 cijfers tot op 0,1
(0,01) nauwkeurig
Bij een niet-opgaande deling de rest bepalen
Het quotiënt schatten om de bewerking nadien
te controleren en fouten op te sporen
Zorgvuldig werken, de getallen ordelijk en
correct schikken en zo nodig aanvullen met
hulpnullen
In enkelvoudige of samengestelde vraagstukken
bruto, netto en tarra benoemen, berekenen en
gebruiken
Bruto, netto of tarra berekenen wanneer ze
uitgedrukt zijn in percenten
8
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.29
3.1.44
1.10
1.11
1.13
1.14
3.1.31
1.29
3.1.31
3.1.44
3.1.34
1.16
1.24
5.4
1.29
4.1
4.2
1.18
1.29
3.1.44
3.2.12
3.1.25
3.1.27
3.2.12
3.1.02
3.1.44
3.2.30
1.1.08
Het gemiddelde en de mediaan bepalen van een
aantal hoeveelheden aangeboden in een
opsomming en een tabel
9 In concrete situaties gehele negatieve getallen
lezen, schrijven en vergelijken
10 De omtrek van de cirkel berekenen
1.21
11 Problemen met betrekking tot de omtrek van de
cirkel correct oplossen
12 De oppervlakte van een cirkel berekenen
1.29
2.9
2.9
13 Problemen met betrekking tot de oppervlakte
van de cirkel correct oplossen
14 Spiegelbeelden van eenvoudige figuren tekenen
4.2
3.2.16
3.2.17
3.2.19
3.2.19
3.6
3.3.32
15 De eigenschappen van symmetrie onderzoeken,
ontdekken en verwoorden
16 Symmetrieassen tekenen of vouwen in
(geometrische) figuren
3.6
3.3.31
3.3.34
3.3.28
3.3.32
3.3.34
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1.5
1.8
2.9
3.6
3.2.07
3.2.07
LES 92
getallenkennis
doelenverwijzing
percenten: verandering
(stijging of daling)
lesdoelen
1
2
3
4
5
Een percent interpreteren en gebruiken
als een verandering
Het (groei-)percentage berekenen (ook
met de ZRM) en gebruiken in
eenvoudige toepassingssituaties zoals
prijsberekening, vergelijking van
aantallen …
Een verandering weergeven met een
percent of een als percent
weergegeven verandering interpreteren
Resultaten van metingen zoals
bevolkingsdichtheid, windkracht,
verkeersintensiteit, kijkdichtheid,
leesvaardigheid … begrijpen
Een verband leggen tussen
pictogrammen met een
stijgingspercentage en de grafische
voorstelling van een helling
Een wiskundig probleem analyseren:
de overbodige gegevens elimineren, de
beginsituatie vergelijken met de
eindsituatie …
6 van 6
eindterm
GO
1.3
3.1.23
1.25
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.25
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.25
3.1.23
1.29
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
N
LES 93
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: kommagetallen
delen door kommagetallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
eindterm
GO
De rekentaal in verband met delen
kennen en vlot hanteren
Op een flexibele manier een
kommagetal delen door een
kommagetal met bijzondere aandacht
voor delen door 0,1, 0,01, 0,001 en
0,5 en voor delingen naar analogie van
de deeltafels
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
Problemen oplossen waarbij door
kommagetallen gedeeld moet worden
1.3
1.9
1.13
2.1.27
1.10
1.11
1.13
1.14
3.1.31
3.1.44
1.29
4.2
3.1.31
3.4.03
Zelf een oplossingsplan opstellen om
een bepaalde soort van problemen aan
te pakken
Wiskundige problemen vereenvoudigen
5.4
leren
leren 5
1.29
4.2
leren
leren 6
5.4
leren
leren 5
3.4.02
Zichzelf controleren en nadenken over
de eigen oplossingswijzen
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.31
3.4.02
3.4.03
3 van 3
N I A
I
LES 94
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: kommagetallen delen
door natuurlijke getallen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
Een kommagetal delen door een
natuurlijk getal van 1, 2 of 3 cijfers tot
op 1, 0,1, 0,01 en 0,001 nauwkeurig
Bij cijferend delen de getallen ordelijk
en correct schikken, ze zo nodig
aanvullen met nullen en de deling
zorgvuldig uitwerken
Bij een niet-opgaande deling de juiste
waarde van de rest bepalen
Spontaan het quotiënt schatten met
behulp van een schattingsstrategie om
de uitkomst achteraf te controleren en
mogelijke fouten op te sporen
Het resultaat controleren met
verschillende controlestrategieën (de
omgekeerde bewerking, de
zakrekenmachine, toetsing aan de
realiteit en de context, vergelijking met
de schatting, de negenproef) en ook de
beperkingen ervan beseffen
Ontbrekende cijfers in een
cijferoefening vinden
Wiskundeopgaven en –problemen
gestructureerd, systematisch en stap
voor stap aanpakken
eindterm
GO
1.24
3.1.34
1.24
3.1.34
1.24
3.1.34
1.16
5.4
3.1.29
1.27
5.4
3.1.29
1.24
3.1.44
4.2
leren
leren 4
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 5
N I A
I
LES 95
bewerkingen
doelenverwijzing
de ongelijke verdeling als som
en verschil gegeven zijn
lesdoelen
1
2
3
4
5
De ongelijke verdeling uitvoeren als
som en verschil van de delen gegeven
zijn
In zinvolle contexten gebruikmaken
van de relatie tussen optellen en
aftrekken
Zich inleven in een situatie door ze te
bevragen, te lezen, te spelen …
Een wiskundig probleem schematiseren
en mathematiseren
De oplossing op verschillende
manieren controleren
eindterm
GO
1.29
2.1.28
1.29
1.1.25
2.1.33
2.1.34
3.1.44
1.29
1.29
4.1
4.2
4.2
5.4
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.02
3.1.29
1 van 2
N I A
I
LES 96
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: ruimtefiguren veelvlakken
lesdoelen
1
2
3
Bij het manipuleren van ruimtefiguren
de termen ‘ribbe, grondvlak,
bovenvlak, zijvlak’ correct hanteren
De term ‘lichaam’ correct hanteren en
de lichamen kubus, balk en piramide
op basis van hun eigenschappen
herkennen en benoemen als veelvlak
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
1 van 2
eindterm
GO
3.1
3.3.21
3.2b
3.3.20
3.3.24
3.3.26
5.4
leren
leren 6
3.1.44
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 97
getallenkennis
doelenverwijzing
gemiddelde en mediaan
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Het gemiddelde bepalen van een
aantal hoeveelheden aangeboden in
een opsomming, tabel, diagram of
grafiek
Op basis van het gemiddelde een
ontbrekend getal, het aantal en de
totale som berekenen
Het begrip ‘gemiddelde’ uitleggen aan
de hand van concrete voorbeelden
Het gemiddelde van meetresultaten
berekenen en weten wanneer dat
zinvol is
De mediaan aanduiden
Met voorbeelden aantonen wanneer
het begrip ‘gemiddelde’ realistisch
gebruikt wordt en of het gaat om een
exact of een benaderend gemiddelde
Zich bij uitgevoerde taken afvragen of
de gevonden oplossing binnen
realistische grenzen ligt en dat
controleren
2 van 2
eindterm
GO
1.21
1.29
2.2.27
3.1.02
3.2.30
1.21
1.29
3.1.02
3.2.30
2.4
3.1.02
3.2.30
3.2.30
1.29
2.4
1.17
leren
leren 6
3.1.02
3.2.26
3.2.30
5.4
leren
leren 4,
5 en 6
3.1.29
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 98
meten en
temperatuur
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
De geschikte thermometer kiezen in
functie van wat gemeten moet worden
en van de beoogde graad van
nauwkeurigheid en die correct
hanteren
Weten en verwoorden dat 0 °C het
vriespunt is en dat temperaturen
beneden het vriespunt met een
negatief getal worden aangeduid
Temperatuurverschillen vaststellen en
berekenen met positieve en negatieve
temperaturen
Het gemiddelde van temperaturen
berekenen
Weten dat er naast de
temperatuurschaal in Celsius er ook
een in Fahrenheit bestaat
Een omrekentabel tussen beide lezen
Grafieken en diagrammen met
temperaturen lezen, interpreteren en
opstellen
Een probleem analyseren door de
noodzakelijke en overbodige informatie
te onderscheiden
1 van 1
eindterm
GO
2.1
1.2.25
3.2.30
2.5
1.2.24
3.2.30
2.2
3.2.30
2.4
3.2.30
2.1
3.2.30
2.6
2.2.27
4.2
leren
leren 4
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 99
meten en
omtrek en oppervlakte van
metend rekenen grillige vlakke figuren
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
De omtrek en de oppervlakte van
niet-veelhoeken met een gebogen of
grillige vorm bij benadering bepalen
Meetresultaten op een zinvolle
manier afronden
Het gemiddelde van meetresultaten
berekenen en weten wanneer dat
zinvol is
Samen een opdracht uitvoeren en
bereid zijn om van anderen te leren
eindterm
GO
2.1
2.9
2.2.08
2.2.18
1.15
2.7
1.29
2.4
3.2.08
leren
leren 6
SV 1.2
3.5.05
3.5.06
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.30
7 van 7
N I A
I
LES 100
getallenkennis
doelenverwijzing
verhoudingen: recht en
omgekeerd evenredig
lesdoelen
1
2
3
4
5
Vaststellen of twee verhoudingen recht
of omgekeerd evenredig zijn
Bij gelijkwaardige verhoudingen de
evenredigheidsfactor berekenen
Gelijkwaardige verhoudingen maken,
al dan niet met een gegeven
evenredigheidsfactor
Bij twee gelijkwaardige verhoudingen
een ontbrekend verhoudingsgetal
berekenen
Een wiskundig probleem vergelijken
met een analoog probleem dat men
(wel) kan oplossen of een krachtig
denkmodel hanteren waardoor de kans
op correct oplossen vergroot
2 van 4
eindterm
GO
1.21
2.1.28
3.1.44
2.1.28
3.1.44
2.1.28
3.1.44
1.21
1.21
1.21
2.1.28
3.1.44
4.1
4.2
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
N
LES 101
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: veelvlakken en
omwentelingslichamen
lesdoelen
1
2
3
De term ‘lichaam’ correct hanteren en
de lichamen bol, cilinder en kegel op
basis van hun eigenschappen
herkennen en benoemen als
omwentelingslichaam
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
Over de nodige (cognitieve en
metacognitieve) kennis beschikken om
een probleem zelfstandig te kunnen
oplossen
2 van 2
eindterm
GO
3.2b
3.3.20
5.4
leren
leren 4
5.4
leren
leren 6
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
3.5.06
N I A
I
LES 102-104
doelenverwijzing
bewerkingen
evaluatie sprong 8
lesdoelen
1
2
3
getallenkennis
4
5
6
7
8
meten en metend
rekenen
9
10
meetkunde
11
12
13
Op een flexibele manier een kommagetal delen
door een kommagetal met bijzondere aandacht
voor delen door 0,1, 0,01, 0,001 en 0,5 en voor
delingen naar analogie van de deeltafels
Een kommagetal cijferend delen door een
natuurlijk getal van 1, 2 of 3 cijfers tot op 0,1,
0,01 en 0,001 nauwkeurig
Daarbij het quotiënt spontaan schatten om de
bewerking achteraf te controleren, zorgvuldig
werken, de getallen ordelijk en correct schikken
en zo nodig aanvullen met nullen
Bij een niet-opgaande deling de juiste waarde
van de rest bepalen
Het resultaat controleren met verschillende
controlestrategieën zoals de omgekeerde
bewerking, vergelijking met de schatting en de
negenproef
De beperkingen van deze controlestrategieën
beseffen
Een verandering weergeven met een percent of
een als percent weergegeven verandering
interpreteren
Het percentage van een verandering (stijging of
daling, aangroei of afname) berekenen
Een verband leggen tussen pictogrammen met
stijgingspercentage en de grafische voorstelling
van een helling
Het gemiddelde of de mediaan bepalen van een
aantal hoeveelheden aangeboden in een
opsomming
Vaststellen of twee verhoudingen recht of
omgekeerd evenredig zijn
Bij gelijkwaardige verhoudingen de
evenredigheidsfactor berekenen
Weten en verwoorden dat bij temperatuurmeting
0 °C het vriespunt is en dat temperaturen
beneden het vriespunt met een negatief getal
worden aangeduid
Temperatuurverschillen vaststellen en berekenen
met positieve en negatieve temperaturen
De omtrek en de oppervlakte van nietveelhoeken met een gebogen of grillige vorm bij
benadering bepalen
De termen ‘ribbe, grondvlak, bovenvlak, zijvlak’
correct hanteren
De term ‘lichaam’ correct hanteren en de
lichamen kubus, balk, piramide en veelvlak
herkennen en benoemen op basis van hun
eigenschappen
De lichamen bol, cilinder en kegel op basis van
hun eigenschappen herkennen en benoemen als
omwentelingslichaam.
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.13
3.1.31
1.16
1.24
5.4
3.1.29
3.1.34
1.27
5.4
3.1.29
1.25
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.25
3.1.23
1.21
1.29
2.2
2.5
2.2.27
3.1.02
3.2.30
2.1.28
3.1.44
2.1.28
3.1.44
1.2.24
3.2.30
2.1
2.9
2.2.08
2.2.18
3.1
3.3.21
3.2b
3.3.20
3.3.24
3.3.26
3.2b
3.3.26
1.21
1.21
LES 105
getallenkennis
doelenverwijzing
de grootste
gemeenschappelijke deler
lesdoelen
1
2
3
4
5
De begrippen ‘(eerlijk of gelijk)
verdelen, halveren, de helft’ correct
hanteren en toepassen op aantallen
groter dan 1 000
In zinvolle contexten alle delers van
natuurlijke getallen vinden
De termen ‘gemeenschappelijke deler’
en ‘grootste gemeenschappelijke deler’
gebruiken
Van twee natuurlijke getallen (≤ 100)
de gemeenschappelijke delers vinden
en aangeven wat de grootste
gemeenschappelijke deler (ggd) is
Verwoorden in welke situaties die ggd
handig te gebruiken is
Systematische zoek- en
oplossingsstrategieën aanwenden
1 van 2
eindterm
GO
1.3
3.1.11
3.1.12
1.19
3.1.12
1.3
3.1.12
1.19
3.1.12
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 106
getallenkennis
doelenverwijzing
het kleinste
gemeenschappelijk veelvoud
lesdoelen
1
2
3
4
5
De termen ‘veelvoud,
gemeenschappelijk veelvoud, kleinste
gemeenschappelijk veelvoud’
gebruiken
Enkele veelvouden opsommen van
getallen ≤ 1 000
Van twee natuurlijke getallen (≤ 20)
de gemeenschappelijke veelvouden
vinden en aangeven welk getal het
kleinste gemeenschappelijk veelvoud
(kgv) is
Verwoorden in welke situaties dat kgv
handig te gebruiken is
In functie van de opdracht en van het
eigen wiskundig functioneren een
efficiënte oplossingswijze hanteren
eindterm
GO
1.3
3.1.13
1.20
3.1.13
1.20
3.1.13
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
N I A
I
LES 107
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: de ontwikkeling van
kubus en balk
lesdoelen
1
2
3
4
5
De ontwikkeling van kubus en balk
onderzoeken
Van kubussen en balken een
ontwikkeling tekenen en van getekende
ontwikkelingen nagaan of ze een kubus
of een balk opleveren
De kennis van de ontwikkeling van
kubus en balk toepassen bij het
oplossen van meetkundige problemen
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
Weten, inzien en verwoorden dat voor
één en hetzelfde wiskundige probleem
verschillende oplossingen mogelijk zijn
eindterm
GO
3.2b
3.3.25
3.2b
3.3.25
3.2b
4.2
3.1.44
4.2
3.4.02
4.1
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 2
N I A
I
LES 108
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: een natuurlijk getal
delen door een kommagetal
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Een natuurlijk getal cijferend delen
door een natuurlijk getal of een
kommagetal van 1, 2 of 3 cijfers tot op
0,1, 0,01 en 0,001 nauwkeurig
Bij het uitvoeren van de deling
zorgvuldig werken, de getallen ordelijk
en correct schikken en zo nodig
aanvullen met hulpnullen
Bij een niet-opgaande deling de
waarde van de rest bepalen
Spontaan het quotiënt schatten om
achteraf de bewerking te controleren
en eventuele fouten op te sporen
Het resultaat controleren aan de hand
van verschillende controlestrategieën
en ook de beperkingen daarvan
beseffen
Over de nodige nauwkeurigheid, orde,
netheid en stiptheid beschikken om op
het eigen niveau te leren
eindterm
GO
1.24
3.1.34
1.24
3.1.34
1.24
3.1.34
1.16
5.4
3.1.29
3.1.31
1.27
5.4
3.1.29
1.29
leren
leren 6
3.4.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 5
N I A
I
LES 109
bewerkingen
doelenverwijzing
de ongelijke verdeling als
verhouding en som gegeven zijn
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
De ongelijke verdeling uitvoeren als de
som en de verhouding van de delen
gegeven zijn
Een breuk interpreteren als het
resultaat van een verdeling of als een
verhouding
Een verhouding omzetten in een breuk
of een percent en omgekeerd
Een passende strategie toepassen om
verhoudingsproblemen op te lossen
Zich inleven in een wiskundig probleem
door vragen te stellen, te lezen, te
spelen
Het probleem schematiseren en
mathematiseren om de oplossing te
vinden
De oplossing op verschillende
manieren controleren, bv. door ze
terug te plaatsen in de opgave
eindterm
GO
1.29
2.1.28
1.4
1.1.18
3.1.17
3.1.19
3.1.23
3.1.24
3.4.03
1.18
1.29
4.2
1.29
4.1
4.2
4.2
5.4
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.02
3.1.29
3.4.03
2 van 2
N I A
I
LES 110
meten en
de oppervlakte van kubus en
metend rekenen balk
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
Inzien dat de oppervlakte van een
kubus en een balk gelijk is aan de
som van de oppervlaktes van de
grensvlakken
De oppervlakte van een kubus en een
balk berekenen door de som te
maken van de oppervlaktes van de
grensvlakken
De basisformule ‘b x h’ kennen en
toepassen
Het resultaat van een
oppervlaktemeting uitdrukken in m²
of een afgeleide maateenheid
Een oplossingsplan opstellen en dat
nauwgezet uitvoeren
Een probleem schematiseren
eindterm
GO
2.1
2.9
3.2b
3.2.16
3.2.17
2.9
3.2b
3.2.17
2.9
3.2.19
2.1
2.2
2.2.23
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 3
N I A
N
LES 111
bewerkingen
doelenverwijzing
optellen en aftrekken met
breuken
lesdoelen
1
2
3
4
5
In praktische situaties

(on)gelijknamige breuken optellen
en van elkaar aftrekken

natuurlijke getallen en breuken
optellen en breuken aftrekken van
natuurlijke getallen
In praktische situaties

kommagetallen en breuken
optellen;

breuken aftrekken van
kommagetallen en kommagetallen
van breuken
Flexibel en inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerkingen en in de structuur van
getallen
Rekenproblemen over optellen en
aftrekken met breuken oplossen
Efficiënte rekenstrategieën aanwenden
om breuken op te tellen en af te
trekken
1 van 2
eindterm
GO
1.13
1.23
2.1.44
3.1.39
1.13
1.23
3.1.40
1.11
1.13
1.14
3.1.22
3.1.44
4.2
3.1.44
1.29
leren
leren 4
3.1.44
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 112
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: ontwikkeling van
allerlei lichamen
lesdoelen
1
2
3
4
Ontwikkelingen van ruimtefiguren (niet
kubus of balk) onderzoeken
De kennis over de ontwikkeling van
ruimtefiguren toepassen bij het
oplossen van meetkundige problemen
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
Passend gebruikmaken van
afbeeldingen om opgaven en
problemen aan te pakken en op te
lossen
eindterm
GO
3.2b
3.3.25
3.2b
4.2
3.3.25
5.4
leren
leren 4
4.2
leren
leren 2
3.4.02
3.1.44
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.44
3.4.02
2 van 2
N I A
I
LES 113
bewerkingen
doelenverwijzing
optellen en aftrekken met
breuken (gemengde getallen)
lesdoelen
1
2
3
4
In praktische situaties gemengde
getallen optellen en aftrekken, ook in
combinatie met natuurlijke getallen,
kommagetallen en breuken
Daarbij een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerkingen en in de structuur van de
getallen
Enkelvoudige en samengestelde
rekenproblemen oplossen over optellen
en aftrekken met breuken
Efficiënte rekenstrategieën aanwenden
bij het optellen en aftrekken met
breuken in combinatie met andere
breuken, natuurlijke, gemengde en
kommagetallen
eindterm
GO
1.13
1.23
3.1.31
3.1.38
3.1.40
1.11
1.13
1.14
3.1.31
1.29
3.1.31
3.1.44
1.29
leren
leren 4
3.1.31
3.1.38
3.1.40
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
N I A
LES 114
meten en
de oppervlakte van de cilinder
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Inzien dat de oppervlakte van een
cilinder gelijk is aan de som van de
oppervlaktes van de grensvlakken en
dat inzicht toepassen bij de
oppervlakteberekening
De basisformule ‘b x h’ kennen en
toepassen
De formule om de oppervlakte van
een cirkel te berekenen kennen en
toepassen
Het resultaat van een
oppervlaktemeting uitdrukken in m²
of een afgeleide daarvan
Geleerde begrippen, inzichten en
procedures m.b.t. meten efficiënt
hanteren in toepassingssituaties
Een probleem opsplitsen in
deelproblemen en die één voor één
oplossen
eindterm
GO
2.9
3.2b
3.2.16
2.9
3.2.19
2.9
3.2.19
2.1
2.2
2.2.20
3.2.13
1.2.9
leren
leren 3
4.2
leren
leren 4
3.1.44
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.02
2 van 3
N I A
N
LES 115-117
evaluatie sprong 9
doelenverwijzing
lesdoelen
getallenkennis
1
2
3
bewerkingen
4
5
meten en metend
rekenen
6
7
meetkunde
8
Van twee natuurlijke getallen (≤ 100) de
gemeenschappelijke delers vinden en aangeven
wat de grootste gemeenschappelijke deler is
De grootste gemeenschappelijke deler handig
gebruiken om wiskundige problemen op te
lossen
Van twee natuurlijke getallen (≤ 20) de
gemeenschappelijke veelvouden vinden en
aangeven welk getal het kleinste
gemeenschappelijke veelvoud is
Het kleinste gemeenschappelijke veelvoud
handig gebruiken om wiskundige problemen op
te lossen
De ongelijke verdeling uitvoeren als de som en
de verhouding van de delen gegeven zijn en
daarbij een passende strategie gebruiken
Een natuurlijk getal cijferend delen door een
kommagetal van 1, 2 of 3 cijfers tot op 0,1 en
0,01 nauwkeurig
Daarbij het quotiënt schatten met behulp van
een schattingsstrategie om nadien de bewerking
te controleren en eventuele fouten op te sporen
Zorgvuldig werken, de getallen ordelijk en
correct schikken en zo nodig aanvullen met
hulpnullen
Bij een niet-opgaande deling de waarde van de
rest bepalen
In praktische situaties op een flexibele manier
gelijknamige en ongelijknamige breuken optellen
en van elkaar aftrekken
De oppervlakte van een kubus en een balk
berekenen door de som te nemen van de
oppervlaktes van de grensvlakken en de
basisformule b x h toepassen
De oppervlakte van een cilinder berekenen door
de som te nemen van de oppervlaktes van de
grensvlakken
Een ontwikkeling tekenen van ruimtefiguren (in
het bijzonder kubus, balk en cilinder) en van
getekende ontwikkelingen nagaan welke het
getekende lichaam opleveren
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.19
3.1.12
1.20
3.1.23
1.29
2.1.28
1.16
1.24
5.4
3.1.29
3.1.31
3.1.34
1.13
1.23
2.1.44
3.1.39
2.9
2.10
3.2b
3.2.16
3.2.17
2.9
3.2b
3.2.16
3.2b
3.3.25
LES 118
getallenkennis
doelenverwijzing
afronden en schatten
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
Strategieën hanteren om structuur aan
te brengen in ongestructureerde
hoeveelheden en om een schatting te
maken
Winkelprijzen zinvol afronden om het
te betalen totaalbedrag te schatten
Het resultaat van een bewerking
vooraf schatten, het snel controleren
en fouten in de bewerking opsporen,
met bijzondere aandacht voor de plaats
van de komma
Schatten vergelijken met andere
procedures (cijferen, hoofdrekenen,
narekenen met de ZRM) en de meest
efficiënte procedure toepassen
Afhankelijk van de context kiezen voor
een schatting of een exacte berekening
In situaties en oefeningen bepalen
wanneer schattend rekenen,
hoofdrekenen, cijferen of rekenen met
de zakrekenmachine aangewezen is
De meest geschikte schattingsstrategie
selecteren en toepassen
2 van 2
eindterm
GO
1.17
3.1.01
3.1.44
1.15
2.2.24
1.17
3.1.29
3.1.31
1.17
3.1.29
3.1.30
3.1.31
1.17
3.1.30
4.2
leren
leren 4
en 5
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 119
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen:
vermenigvuldigen met breuken
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
In praktische situaties een natuurlijk
getal vermenigvuldigen met een breuk
en omgekeerd
Bij een breuk als operator
(vermenigvuldigingsfactor) de
gelijkwaardigheid hanteren van ‘een
breuk x …’, ‘een breuk van …’, ‘… delen’
door de noemer te vermenigvuldigen
met de teller van de breuk
Een eenvoudige breuk
vermenigvuldigen met een breuk
In praktische situaties een natuurlijk
getal vermenigvuldigen met een
gemengd getal en omgekeerd
Rekenproblemen oplossen over
vermenigvuldigen met breuken in
verschillende situaties
Inzien dat er verschillende doelmatige
oplossingswegen zijn om wiskundige
problemen op te lossen en dat inzicht
toepassen
eindterm
GO
1.13
1.14
1.23
1.4
3.1.41
1.23
3.1.42
1.23
3.1.41
1.29
4.2
3.1.44
4.1
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.1.41
1 van 1
N I A
I
LES 120
bewerkingen
doelenverwijzing
inkoopprijs, verkoopprijs,
winst en verlies
lesdoelen
1
2
3
In veel voorkomende situaties, zoals
bij berekening van prijs, winst of
verlies, de relaties tussen grootheden
ervaren, onderzoeken en toepassen
In zinvolle contexten (hier: kopen en
verkopen) gebruikmaken van de relatie
tussen optellen en aftrekken
Inzicht verwerven in de eigen aanpak
van wiskundige en andere problemen
1 van 5
eindterm
GO
4.2
3.1.44
1.11
2.1.33
4.2
leren
leren 6
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 121
getallenkennis
doelenverwijzing
verhoudingen: schaal
lesdoelen
1
2
3
4
5
De verhouding tussen een
werkelijkheid en een gelijkvormige
afbeelding ervan exact bepalen en
verwoorden
Weten dat de verhouding bepaald
wordt door de verkleiningsfactor van
één dimensie aan te duiden
Het begrip ‘schaal’ als
verkleiningsfactor kennen, verwoorden
en noteren: als breuk, als verhouding,
in een metrieke en in een lijnschaal
De verschillende schaalaanduidingen
naar elkaar omzetten
Van een werkelijkheid (of een
afbeelding ervan) een afbeelding op
schaal tekenen
De schaalaanduiding bij een afbeelding
van een werkelijkheid gebruiken om de
reële afstand tussen twee punten te
bepalen
Geleerde begrippen, inzichten en
procedures efficiënt hanteren in
betekenisvolle, realistische
toepassingssituaties, ook buiten de klas
3 van 4
eindterm
GO
2.4
3.2.04
3.2.05
2.4
3.2.02
3.2.04
2.4
3.2.03
2.4
3.2.05
4.2
leren
leren 3
en 5
3.2.36
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 122
meten en
de oppervlakte van ruimtefiguren
metend rekenen met een grillige vorm
doelenverwijzing
lesdoelen
eindterm
GO
Inzien dat ook ruimtefiguren met een
gebogen vorm een oppervlakte
hebben en die bij benadering
berekenen
Veelhoeken tekenen die de
ontvouwing van een grillige
ruimtefiguur benaderen om de
oppervlakte te berekenen
Meetresultaten zinvol afronden
3.2b
3.3.20
3.3.22
3.3.26
3.2a
3.2b
3.3.20
2.6
4
Een oplossingsplan opstellen en zich
aan de gemaakte afspraken houden
5
Tijdens het werk nagaan of de
tussenstappen tot het gewenste
resultaat leiden en het oplossingsplan
eventueel in samenspraak bijsturen
1.28
leren
leren 5
1.28
5.4
leren
leren 5
SV 3
3.2.10
3.2.11
3.4.02
1
2
3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
N I A
3 van 3
N
LES 123
meetkunde
doelenverwijzing
knipfiguren
lesdoelen
1
2
3
4
De resultaten van zelfgemaakte of
naar model vervaardigde knipfiguren
voorspellen
Spiegelbeelden ontdekken in de
omgeving en in vlakke figuren
(knipfiguren)
Verschillende mogelijke oplossingen
zoeken en een resultaat proberen te
voorspellen
Tijdens de verschillende stappen van
het oplossingsproces controleren of
men dichter bij de oplossing komt en
het oplossingsproces eventueel
bijsturen
2 van 2
eindterm
GO
3.2a
3.6
4.2
3.6
3.3.29
4.1
leren
leren 6
1.28
1.29
4.1
leren
leren 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.3.27
3.3.29
3.3.33
3.3.28
3.3.30
3.1.44
3.2.36
3.4.03
N I A
I
LES 124
getallenkennis
doelenverwijzing
het cirkeldiagam
lesdoelen
1
2
3
4
5
Inzien dat de sectoren van een
cirkeldiagram (of sectordiagram) de
delen of percentages van het geheel
aanduiden
Van een cirkeldiagram kwantitatieve
gegevens aflezen en er eenvoudige
bewerkingen mee uitvoeren
Aan de hand van gegevens een
cirkeldiagram met gegeven verdeling
tekenen
Verschillende grafische voorstellingen
van dezelfde gegevens met elkaar
vergelijken en kritisch beoordelen
Een kritische houding ontwikkelen ten
aanzien van allerlei cijfermateriaal,
grafieken, tabellen …
2 van 3
eindterm
GO
1.8
2.2.27
3.2.36
1.8
3.1.44
3.2.36
1.8
3.1.44
3.2.36
1.8
3.1.44
3.2.36
5.2
leren
leren 6
3.5.02
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 125
bewerkingen
doelenverwijzing
een breuk delen door een
natuurlijk getal
lesdoelen
1
2
3
4
In praktische situaties eenvoudige
breuken delen door een natuurlijk
getal, ook als de teller niet deelbaar is
Bij delingen een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
Enkelvoudige en samengestelde
rekenproblemen over delen met
breuken oplossen in verschillende
situaties
Inzien dat bij het oplossen van
wiskundige problemen eenvoudige
formules of regels aangewend kunnen
worden en dat inzicht toepassen
1 van 2
eindterm
GO
1.13
3.1.43
1.11
1.13
1.14
3.1.31
4.2
3.1.43
3.1.44
5.4
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
N I A
I
LES 126
meetkunde
doelenverwijzing
vormleer: vlakke figuren en
ruimtefiguren
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
De termen ‘straal, middelpunt,
diameter, middellijn van een cirkel’
correct hanteren
Cirkels herkennen en benoemen en
daarbij hun eigenschappen
onderzoeken en verwoorden
Een passer hanteren om cirkels of
punten/lijnen op gelijke afstand van
een punt te tekenen
De kennis van vierhoeken en
driehoeken gebruiken om meetkundige
problemen op te lossen
De eigenschappen van ruimtefiguren
gebruiken om meetkundige problemen
op te lossen
Bij een opdracht bepalen of een vlugge
werkschets volstaat dan wel of een
nauwkeurige tekening wenselijk is
Problemen systematisch en stap voor
stap aanpakken en oplossen
eindterm
GO
3.2a
3.3.16
3.3.17
3.2a
3.3.18
3.5
3.3.18
1.29
3.2.a
4.2
3.2.b
4.2
3.1.44
3.2.36
3.4.03
3.2.36
3.4.03
5.4
3.4.02
4.2
leren
leren 4
3.4.03
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
N I A
I
LES 127
getallenkennis
doelenverwijzing
verhoudingen: schaal
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
De verhouding tussen een voorwerp en
een gelijkvormige afbeelding ervan
exact bepalen en verwoorden
Weten dat die verhouding bepaald
wordt door de vergrotingsfactor van
één dimensie aan te duiden
Het begrip ‘schaal’ als
vergrotingsfactor kennen, verwoorden
en noteren als breuk, als verhouding,
in een metrieke schaal en in een
lijnschaal
De verschillende schaalaanduidingen
naar elkaar omzetten
Inzien en verwoorden dat bij het
gelijkvormig vergroten of verkleinen
van een oppervlakte twee afmetingen
een rol spelen
Een percentage interpreteren en
hanteren als schaal
Een reëel voorwerp of een afbeelding
ervan op schaal tekenen
Krachtige denkmodellen hanteren om
problemen op te lossen
4 van 4
eindterm
GO
2.4
3.2.02
3.2.05
2.4
3.2.02
3.2.04
3.2.05
2.4
3.2.02
2.4
3.2.02
3.2.04
3.2.03
2.4
4.2
leren
leren 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.4.03
N I A
I
LES 128 –130
doelenverwijzing
bewerkingen
evaluatie sprong 10
lesdoelen
1
Een natuurlijk getal vermenigvuldigen met een
breuk en omgekeerd
2
getallenkennis
meten en metend
rekenen
meetkunde
Een eenvoudige breuk delen door een
natuurlijk getal, waarbij de teller al of niet
deelbaar is
3 In praktische situaties een natuurlijk getal
vermenigvuldigen met een breuk en
eenvoudige breuken delen door een natuurlijk
getal
4 Problemen rond kopen, verkopen, winst en
verlies oplossen
5 Strategieën hanteren om in ongestructureerde
hoeveelheden structuur aan te brengen om
een schatting te maken
6 De verhouding tussen een werkelijkheid en
een gelijkvormige afbeelding ervan exact
bepalen, verwoorden en noteren als breuk, als
verhouding, in een metrieke schaal en in een
lijnschaal
Weten dat de verhouding bepaald wordt door
de verkleinings- of vergrotingsfactor van één
dimensie aan te duiden
7 Een werkelijkheid of een afbeelding ervan op
schaal tekenen
8 De schaalaanduiding bij een afbeelding van
een werkelijkheid gebruiken om de reële
afstand tussen twee punten te bepalen
9 Van een cirkeldiagram (of sectordiagram)
kwantitatieve gegevens aflezen en er
eenvoudige bewerkingen mee uitvoeren
10 Inzien dat ook gebruiksvoorwerpen een
oppervlakte hebben en die bij benadering
berekenen
11 De resultaten van zelfgemaakte of naar model
vervaardigde knipfiguren voorspellen
12 Spiegelbeelden ontdekken in de omgeving en
in vlakke figuren (knipfiguren)
13 De kennis van vierhoeken en driehoeken
gebruiken om meetkundige problemen op te
lossen
14 De eigenschappen van ruimtefiguren
gebruiken om meetkundige problemen op te
lossen
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.13
1.14
1.23
1.13
3.1.41
1.13
1.14
1.23
3.1.41
3.1.43
4.2
2.1.33
3.1.44
3.1.01
3.1.44
1.17
3.1.43
2.4
3.2.02
3.2.04
3.2.05
2.4
3.2.03
2.4
3.2.05
1.8
3.1.44
3.2.36
3.2b
3.3.20
3.3.22
3.3.26
3.3.29
3.2a
3.6
4.2
3.6
1.29
3.2a
4.2
3.2b
4.2
3.3.27
3.3.29
3.3.33
3.1.44
3.2.36
3.4.03
3.2.36
3.4.03
LES 131
bewerkingen
doelenverwijzing
inkoopprijs, verkoopprijs,
winst en verlies
lesdoelen
1
2
3
eindterm
Het (groei)percentage berekenen en
gebruiken in eenvoudige
toepassingssituaties, zoals
prijsberekeningen
In veel voorkomende situaties zoals
prijsberekeningen, winst of verlies en
sparende relaties tussen grootheden
ervaren en onderzoeken
Inzicht verwerven in de eigen aanpak
van wiskundige en andere problemen
4.2
4.2
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 5
GO
N I A
I
LES 132
bewerkingen
doelenverwijzing
delingen met breuken:
natuurlijk getal : stambreuk
lesdoelen
1
2
3
eindterm
In praktische situaties een natuurlijk
getal op een flexibele manier delen
door een stambreuk
De verhoudingsdeling toepassen met
natuurlijke getallen en met breuken
Een rekenprobleem mathematiseren
4
Een rekenprobleem schematisch
voorstellen op getallenlijnen, stroken
en cirkels
5
Realistische rekenproblemen via meten
en metend rekenen oplossen
6
Efficiënt tijdsmanagement nastreven
bij het plannen en uitvoeren van taken
en waar nodig bijsturen
1.11
leren
leren 4
en 5
leren
leren 4
en 5
leren
leren 4
en 5
5.4
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2 van 2
N I A
N
LES 133
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: kommagetallen delen
door elkaar
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
eindterm
Een natuurlijk getal of kommagetal
cijferend delen door een kommagetal
van 2 cijfers tot op 0,1, 0,01 en 0,001
nauwkeurig
Bij het delen de komma in de deler of
de nullen wegwerken
Zorgvuldig werken, de getallen ordelijk
en correct schikken en zo nodig
aanvullen met hulpnullen
Bij een niet-opgaande deling de
waarde van de rest bepalen
Spontaan het quotiënt schatten om
achteraf het resultaat te controleren en
eventuele fouten op te sporen
Het resultaat controleren aan de hand
van verschillende controlestrategieën
De eigen sterke en zwakke kanten als
probleemoplosser kennen en er
rekening mee houden
1.24
1.14
1.24
1.16
5.4
1.27
5.4
5.4
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
4 van 5
N I A
I
LES 134
meten en
volumematen
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
8
9
1 van 6
eindterm
Beseffen dat volumebepaling
afhankelijk is van drie dimensies:
lengte, breedte en hoogte
Weten dat het resultaat van een
volumeberekening uitgedrukt kan
worden in kubieke meter of daarvan
afgeleide maateenheden, en daarbij
de term ‘volume’ gebruiken
Het metriek stelsel in verband met
volume opbouwen en daarbij de
termen en symbolen m³, dm³ en cm³
(of cc) gebruiken
Betekenisvolle herleidingen uitvoeren
en meetresultaten zinvol afronden
Aangeven dat maateenheid en
maatgetal omgekeerd evenredig zijn
Referentiematen kennen en
gebruiken, o.a. bij het schatten
Objecten sorteren of rangschikken na
meting met standaardmaateenheden
Verschillende notaties lezen en
hanteren en hun voor- en nadelen
verwoorden
De meest geschikte oplossingswijze
kiezen
2.1
2.2
2.7
2.3
2.8
2.2
2.6
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 135
meetkundige
relaties
doelenverwijzing
gelijkvormigheid vervormingen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
1 van 2
eindterm
De basiseigenschappen van
gelijkvormige veelhoeken onderzoeken,
ontdekken en verwoorden
Op basis van die eigenschappen
gelijkvormige veelhoeken tekenen
Op geruit papier eenvoudige
gelijkvormige figuren tekenen, al dan
niet met een gegeven vergrotings- of
verkleiningsfactor
Figuren vervormen en de
vervormingen verwoorden
Bij tekenopdrachten een efficiënte
werkwijze en geschikte hulpmiddelen
kiezen en gebruiken
De eigen leer- en denkprocessen
plannen, bewaken, controleren en
bijsturen
3.6
3.6
3.6
3.6
5.4
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 136
getallenkennis
doelenverwijzing
Romeinse cijfers
lesdoelen
1
2
1 van 1
eindterm
Getallen in het Romeinse talstelsel
lezen en schrijven
Een probleem opsplitsen in
deelproblemen en die stap voor stap
aanpakken en oplossen
1.7
1.8
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 137
bewerkingen
doelenverwijzing
bewerkingen met haakjes:
x en : gaan voor + en –
lesdoelen
1
2
eindterm
Weten dat bij een reeks
opeenvolgende bewerkingen de
vermenigvuldiging en de deling
voorgaan op de optelling en de
aftrekking en dat inzicht toepassen
Weten dat het gebruik van haakjes
deze afspraak kan doorbreken
Een stappenplan (voorrangsregels)
gebruiken als oplossingsstrategie
1.6
1.29
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
GO
N I A
I
LES 138
meten en
het volume van kubus en balk
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
eindterm
Een geschikte berekeningswijze
hanteren om het volume van balk en
kubus te bepalen, o.a. de
basisformule l x b x h toepassen
Ervaren dat ruimtefiguren met een
verschillende vorm hetzelfde volume
kunnen hebben
De relatie tussen oppervlakte en
volume van figuren onderzoeken,
vaststellen en verwoorden
Meetresultaten lezen en noteren in
een passende standaardmaateenheid
(m³, dm³ of cm³/cc) en daarbij de
term ‘volume’ gebruiken
De voor- en nadelen van de
verschillende notaties verwoorden
Een wiskundig probleem oplossen op
een lager beheersingsniveau
(abstract – schematisch – concreet)
2.10
2.6
2.1
2.2
2.6
2.7
leren
leren 6
5.4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2 van 6
N I A
N
LES 139
meetkunde
doelenverwijzing
draaien, spiegelen en
verschuiven
lesdoelen
1
2
3
4
eindterm
Elementaire transformaties toepassen
op het eigen lichaam en met reële
voorwerpen
Daarbij de termen ‘draaien om een
hoek van x graden’ en ‘verschuiven
over een afstand van x cm’ hanteren
Spiegelbeelden van eenvoudige figuren
tekenen
De relatie leggen tussen verschillende
voorstellingen van eenzelfde realiteit
Stap voor stap geformuleerde
mondelinge of schriftelijke instructies,
uitvoeren
3.6
3.7
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
GO
N I A
I
LES 140
meten en
relatie volume – inhoud –
metend rekenen gewicht
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
eindterm
Het verband tussen inhoud, volume
en gewicht inzien en verwoorden
In betekenisvolle situaties
herleidingen uitvoeren met de
gekende maateenheden
Het volume van een lichaam
berekenen door de basisformule toe
te passen of door omstructurering
Wiskundige problemen oplossen
waarin het verband tussen inhoud,
volume en gewicht aan bod komt
Zelfstandig een stappenplan opstellen
waarin het probleem opgesplitst
wordt in deelproblemen en dat
uitleggen aan anderen
Nagaan of een stappenplan je dichter
bij de oplossing brengt en het plan
eventueel bijsturen
2.6
2.2
2.6
2.7
4.2
4.2
leren
leren 4
4.2
leren
leren 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
3 van 6
N I A
N
LES 141-143
doelenverwijzing
evaluatie sprong 11
lesdoelen
getallenkennis
1
bewerkingen
2
3
eindterm
Getallen lezen en schrijven in het Romeinse
talstelsel
Een kommagetal cijferend delen door een
kommagetal van 2 cijfers tot op 0,1 en 0,01
nauwkeurig
1.7
1.8
1.16
1.24
Het resultaat van een cijferoefening
controleren
1.16
1.27
5.4
1.6
4
meten en metend
rekenen
meetkunde
Weten dat bij een reeks opeenvolgende
bewerkingen de vermenigvuldiging en de
deling voorgaan op de optelling en de
aftrekking en dat inzicht toepassen.
Weten dat het gebruik van haakjes deze
afspraak kan doorbreken
5 Problemen rond kopen, verkopen, winst en
verlies oplossen
6 Het (groei)percentage berekenen en gebruiken
in eenvoudige toepassingssituaties zoals
prijsberekeningen
7 Betekenisvolle herleidingen met volumematen
uitvoeren en volumematen zinvol afronden
8 Referentiematen voor volume kennen en
gebruiken o.a. bij het schatten
9 Een geschikte berekeningswijze hanteren om
het volume van een balk en een kubus te
bepalen, o.a. de basisformule ‘l x b x h’
toepassen
10 Het verband tussen inhoud, volume en gewicht
inzien en verwoorden: 1 l water weegt 1 kg en
heeft een volume van 1 dm³
11 De basiseigenschappen van gelijkvormige
veelhoeken onderzoeken, ontdekken en
verwoorden
12 Op geruit papier eenvoudige gelijkvormige
figuren tekenen, al dan niet met een gegeven
vergrotings- of verkleiningsfactor
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
4.2
4.2
2.7
2.3
2.8
2.10
2.6
3.6
3.6
GO
LES 144
getallenkennis
doelenverwijzing
patronen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
1 van 1
eindterm
Een patroon van vormen voortzetten,
waarbij in één vlak verschillende
patronen voorkomen
Patronen herkennen in complexe
figuren
In een gegeven rij getallen een
enkelvoudig of gecombineerd patroon
herkennen, dat verwoorden en de rij
verderzetten
Orde, regelmaat, verbanden, patronen
en structuren tussen en met getallen
opsporen, onderzoeken, ontdekken en
zelf voorbeelden bedenken
Patronen tussen en met grootheden en
maatgetallen opsporen, onderzoeken
en verwoorden
Efficiënt omgaan met het eigen
tijdsgebruik
1.12
1.12
1.12
1.12
1.12
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 145
meetkunde
doelenverwijzing
schaduwen (deel 1)
lesdoelen
eindterm
1
Experimenteren met licht en schaduw
2
De relatie verklaren tussen de vorm
(lengte) en de plaats van
schaduwbeelden (met de zon als
lichtbron) en het tijdstip van de dag
Kijklijnen hanteren om op tekeningen
aan te geven waar de schaduw valt
Hoeken meten en het meetresultaat
noteren
Met een geodriehoek een hoek van een
bepaalde grootte tekenen
De nodige motivatie en concentratie
hebben om op het eigen niveau te
leren
3
4
5
6
1.29
2.2
5.3
leren
leren 5
en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 2
GO
N I A
I
LES 146
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: kommagetal :
kommagetal (deler met 3 cijfers)
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
8
eindterm
Een natuurlijk getal of kommagetal
cijferend delen door een kommagetal
van 2 of 3 cijfers tot op 0,1, 0,01 en
0,001 nauwkeurig
Bij het uitvoeren van de deling de
komma of de nullen wegwerken
Zorgvuldig werken, de getallen ordelijk
en correct schikken en zo nodig
aanvullen met hulpnullen
Bij een niet-opgaande deling de
waarde van de rest bepalen
Spontaan het quotiënt schatten om
achteraf de uitkomst te controleren en
eventuele fouten op te sporen
Het resultaat controleren aan de hand
van verschillende controlestrategieën
De beperkingen van deze strategieën
inzien
Reflecteren op de deling als
cijferalgoritme
De nodige nauwkeurigheid, orde,
netheid en stiptheid aan de dag leggen
om op eigen niveau te leren
1.24
1.14
1.24
1.16
5.4
1.27
5.4
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
5 van 5
N I A
I
LES 147
bewerkingen
doelenverwijzing
koopjes en korting
lesdoelen
1
2
3
4
3 van 5
eindterm
De relaties tussen grootheden ervaren
en onderzoeken in veel voorkomende
situaties: korting en koopjes
Wiskundige problemen rond koopjes en
korting oplossen
Bij wiskundige problemen rond koopjes
en korting percentrekenen toepassen
Realia rond koopjes en korting
verwerken in realistische en functionele
contexten
1.18
1.28
4.2
1.25
4.2
4.2
leren
leren 3
en 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 148
meten en
het volume van de cilinder
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
eindterm
Het volume van een cilinder
berekenen naar analogie van de
berekening van het volume van
kubus en balk
Ervaren en verwoorden dat
ruimtefiguren met een verschillende
vorm hetzelfde volume kunnen
hebben
Referentiematen voor volume kennen
en gebruiken bij het schatten en
zinvol afronden
De relatie tussen omtrek, oppervlakte
en volume van figuren onderzoeken,
vaststellen en verwoorden
Meetresultaten uitdrukken in een
passende standaardmaateenheid:
m³, dm³ of cm³
Bij wiskundige problemen soepel de
link maken met geleerde begrippen,
inzichten en procedures en die
toepassen
2.2
2.3
2.6
2.7
2.8
2.6
2.2
2.6
2.7
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
4 van 6
N I A
N
LES 149
meten en
tijd, snelheid en afstand
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
eindterm
De relatie leggen tussen afstand
(afgelegde weg), tijd en gemiddelde
snelheid
Het ontbrekende gegeven berekenen
wanneer twee elementen gegeven zijn
Referentiepunten uit de eigen
leefwereld in verband met snelheid
kennen en hanteren
Een schematische voorstelling maken
van de bekende en onbekende
elementen uit een opgave en hun
onderlinge relaties om zo tot de
oplossing van het probleem te komen
2.1
2.6
2.3
4.2
leren
leren 4
en 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 2
GO
N I A
I
LES 150
getallenkennis
doelenverwijzing
kenmerken van deelbaarheid
door 2, 4, 5, 10, 25, 100, 1 000
lesdoelen
1
2
3
eindterm
De kenmerken van deelbaarheid door
2, 4, 5, 10, 25, 100 en 1 000 kennen
en toepassen
Verwoorden in welke situaties die
kenmerken handig gebruikt kunnen
worden
Systematische zoek- en
oplossingsstrategieën aanwenden
1.12
1.29
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2 van 2
N I A
I
LES 151
meetkunde
doelenverwijzing
ruimtelijke oriëntatie:
blokkenbouwsels en andere
constructies
lesdoelen
1
2
3
4
eindterm
Constructies uitvoeren aan de hand
van een voorschrift op foto of tekening
of van verbaal gegeven voorschriften
Verwoorden wat je ziet wanneer je je
mentaal verplaatst in de ruimte en
daarbij gebruikmaken van de termen
‘voor-, zij-, bovenaanzicht ...’
De relatie leggen tussen een
driedimensionale situatie en een
voorstelling op tekening of grondplan
Een probleem stapsgewijs aanpakken
en reflecteren op de verschillende
stappen van het oplossingsproces
4.2
3.7
4.2
4.2
leren
leren 4
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2 van 2
N I A
I
LES 152
meetkunde
doelenverwijzing
kijklijnen (deel 2)
lesdoelen
1
2
3
4
2 van 2
eindterm
Kijklijnen aangeven op een foto,
tekening of plattegrond
Kijklijnen hanteren om op tekeningen
aan te geven wat er vanuit een bepaald
standpunt zichtbaar is
Kijklijnen hanteren om de plaats van
de waarnemer te bepalen
Over de nodige attitudes
(doorzettingsvermogen,
nauwkeurigheid, zelfvertrouwen,
kritische zin …) beschikken om een
probleem zelfstandig op te lossen
3.7
3.7
3.7
5.4
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
I
LES 153
bewerkingen
doelenverwijzing
kapitaal en enkelvoudige
interest (deel 1)
lesdoelen
1
2
3
4
5
eindterm
Het (groei-)percentage berekenen en
gebruiken bij eenvoudige
interestproblemen
Een percent van een bedrag berekenen
1.25
Wiskundige problemen over
geldwaarden oplossen
De relaties tussen grootheden
onderzoeken bij sparen en lenen met
kapitaal en enkelvoudige interest
Geleerde begrippen correct hanteren in
toepassingssituaties
2.11
1.25
1.21
2.11
4.2
leren
leren 3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
4 van 5
GO
N I A
I
LES 154-156
doelenverwijzing
getallenkennis
bewerkingen
meten en metend
rekenen
meetkunde
evaluatie sprong 12
lesdoelen
eindterm
1
In een gegeven rij getallen een enkelvoudig of
een samengesteld patroon herkennen en de rij
verderzetten
2 De kenmerken van deelbaarheid door 2, 4, 5,
10, 25 en 100 kennen en toepassen
3 Wiskundige problemen rond koopjes en korting
oplossen
4 Bij wiskundige problemen rond koopjes en
korting percentrekenen toepassen
5 Een kommagetal cijferend delen door een
kommagetal van 2 of 3 cijfers tot op 0,1 of
0,01 nauwkeurig en daarbij de juiste waarde
van de rest noteren
6 De relatie leggen tussen afstand (afgelegde
weg), tijd en gemiddelde snelheid
Het ontbrekende gegeven berekenen wanneer
twee elementen gegeven zijn
7 Het volume van een cilinder berekenen naar
analogie van de volumeberekening van kubus
en balk
8 De relatie leggen tussen de vorm (lengte) en
de plaats van schaduwen (met de zon als
lichtbron) en het tijdstip van de dag
9 Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan te
geven waar de schaduw valt
10 De relatie leggen tussen driedimensionale
situaties en hun voorstelling op tekening of
grondplan
11 Tekenen wat je ziet wanneer je je mentaal
verplaatst in de ruimte en daarbij gebruik
maken van de termen ‘vooraanzicht,
zijaanzicht, bovenaanzicht ...’
12 Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan te
geven wat er vanuit een bepaald standpunt
zichtbaar is en om de plaats van de waarnemer
te bepalen
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1.12
1.12
1.28
4.2
1.25
4.2
1.24
2.1
2.6
1.29
4.2
3.7
3.7
GO
LES 157
meten en
het volume van andere
metend rekenen ruimtefiguren
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
5
eindterm
Het volume van lichamen met een
gebogen of grillige vorm bij
benadering bepalen
Ervaren dat ruimtefiguren met een
verschillende vorm hetzelfde volume
kunnen hebben
Meetresultaten uitdrukken in een
passende maateenheid: m³, dm³ of
cm³
Wiskundige problemen over volume
oplossen
Ervaren dat wiskundige kennis,
inzichten en vaardigheden al heel oud
zijn en veel met het reële leven te
maken hebben
4.2
4.2
4.3
5.1
5.3
leren
leren 3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
5 van 6
GO
N I A
N
LES 158
bewerkingen
doelenverwijzing
kapitaal en enkelvoudige
interest (deel 2)
lesdoelen
1
2
3
4
5
eindterm
Het (groei-)percentage berekenen en
gebruiken bij eenvoudige
interestproblemen
Een percent van een bedrag berekenen
1.25
Wiskundige problemen over
geldwaarden oplossen
De relaties tussen grootheden
onderzoeken bij sparen en lenen met
kapitaal en enkelvoudige interest
Een kritische houding ontwikkelen
tegenover cijfermatige informatie van
banken e.d. in verband met sparen en
lenen
2.11
1.25
1.21
2.11
4.3
leren
leren 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
5 van 5
GO
N I A
I
LES 159
meten en
soortelijk gewicht
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
4
6 van 6
eindterm
Het verband tussen inhoud, volume
en gewicht inzien en verwoorden: 1 l
water komt overeen met 1 dm³ water
en weegt ± 1 kg
De relatie tussen volume en gewicht
onderzoeken en het soortelijk gewicht
van stoffen bepalen
Wiskundige problemen oplossen
waarin het verband tussen inhoud,
volume en gewicht aan bod komt
Wiskundige informatie (i.c. over het
soortelijk gewicht) opzoeken in
verschillende bronnen
2.6
2.6
leren
leren 2
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
N I A
N
LES 160
meetkunde
doelenverwijzing
schaduwen (deel 2)
lesdoelen
eindterm
1
Experimenteren met licht en schaduw
2
De relatie verklaren tussen de vorm
(lengte) en de plaats van
schaduwenbeelden (met de zon als
lichtbron) en het tijdstip van de dag
Kijklijnen hanteren om op tekeningen
aan te geven waar de schaduw valt
De vaste verhouding hanteren tussen
de hoogte van voorwerpen en de
lengte van hun schaduwbeeld om de
hoogte van bv. bomen of gebouwen te
schatten
Met concrete voorbeelden de rol en het
praktisch nut van wiskunde aantonen
3
4
5
1.29
1.21
1.29
4.3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
2 van 2
GO
N I A
N
LES 161
meten en
tijd, snelheid, afstand (deel 2)
metend rekenen
doelenverwijzing
lesdoelen
1
2
3
eindterm
De relatie leggen tussen afstand
(afgelegde weg), tijd en gemiddelde
snelheid
Het ontbrekende gegeven berekenen
wanneer twee elementen gegeven zijn
Weten in welke situaties snelheid
wordt uitgedrukt in m per seconde (bv.
bij windsnelheid)
De afkorting ‘m/sec.’ lezen en noteren
Een schematische voorstelling maken
van de bekende en onbekende
elementen uit een probleem en hun
onderlinge relaties vaststellen om zo
tot de oplossing te komen
2.1
2.6
2.1
2.3
4.2
leren
leren 4
en 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2 van 2
N I A
LES 162
getallenkennis
doelenverwijzing
grafieken en diagrammen
lesdoelen
4
eindterm
Kwantitatieve gegevens van
diagrammen en grafieken aflezen en
interpreteren en er bewerkingen mee
uitvoeren
Kwantitatieve gegevens in diagrammen
en grafieken voorstellen
Bij grafieken het kwantitatieve verschil
tussen twee meetpunten schatten
1.8
De evolutie weergegeven door een
lijngrafiek ontdekken, verwoorden en
interpreteren
Verwoorden dat de sectoren van een
cirkeldiagram de delen of percentages
van het geheel aanduiden
1.8
8
Gegevens voorstellen in een
cirkeldiagram met gegeven verdeling
1.8
9
Verschillende grafische voorstellingen
van dezelfde gegevens met elkaar
vergelijken en kritisch beoordelen
1.8
5
6
7
10 Grafische voorstellingen gebruiken als
informatiebron en om getalmatige
gegevens in een tekst te verduidelijken
Die voorstellingen kritisch benaderen
1.8
1.8
5.2
leren
leren 2,
3 en 6
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3 van 3
GO
N I A
I
LES 163
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: optellen en
vermenigvuldigen
lesdoelen
1
2
3
eindterm
Bij optellingen flexibel en inzichtelijk
een doelmatige oplossingsmethode
toepassen op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in
de structuur van de getallen
Bij vermenigvuldigingen flexibel en
inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis
van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de
getallen
Diverse oplossingsmethoden onderling
vergelijken en de meest geschikte
kiezen
1.11
1.13
1.14
1.11
1.13
1.14
leren
leren 4
en 5
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
GO
N I A
I
LES 164
bewerkingen
doelenverwijzing
cijferen: alle bewerkingen
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
7
8
eindterm
Cijferend optellen met natuurlijke
getallen en kommagetallen
Cijferend aftrekken met natuurlijke
getallen en kommagetallen
Een natuurlijk getal en/of kommagetal
cijferend vermenigvuldigen met een
ander natuurlijk getal en/of
kommagetal
Een natuurlijk getal of kommagetal
cijferend delen door een kommagetal
van 2 cijfers tot op 0,01 nauwkeurig
Bij cijferoefeningen het resultaat
spontaan schatten
Het resultaat van een cijferoefening
controleren met verschillende
controlestrategieën
Bij cijferoefeningen ontbrekende cijfers
vinden
Over de nodige (cognitieve en
metacognitieve) kennis en
vaardigheden beschikken om een
probleem zelfstandig te kunnen
oplossen
1.24
1.24
1.24
1.24
1.27
5.4
1.11
leren
leren 1,
2 en 3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
GO
N I A
I
LES 165
bewerkingen
doelenverwijzing
hoofdrekenen: aftrekken en
delen
lesdoelen
1
2
3
eindterm
Bij aftrekkingen flexibel en inzichtelijk
een doelmatige oplossingsmethode
toepassen op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in
de structuur van de getallen
Bij delingen flexibel en inzichtelijk een
doelmatige oplossingsmethode
toepassen op basis van inzicht in de
eigenschappen van de bewerking en in
de structuur van de getallen
1.11
1.13
1.14
Diverse oplossingsmethoden onderling
vergelijken en de meest geschikte
kiezen
leren
leren 4
en 5
1.10
1.11
1.13
1.14
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
1.1.26
1.1.27
1.1.29
2.1.33
2.1.35
3.1.28
1 van 1
N I A
I
LES 166
meten en
lengte, gewicht, inhoud,
metend rekenen oppervlakte en volume
doelenverwijzing
lesdoelen
eindterm
1
Met geschikte meetinstrumenten een
inhoud, een gewicht, een lengte, een
oppervlakte en een volume meten
2
Weten wanneer een schatting of
benaderende aanduiding zinvoller is
dan een precieze meting
Meetresultaten zinvol afronden
3
De omtrek van vlakke figuren meten
en berekenen
5 Veelhoeken omstructureren naar
gekende vlakke figuren waarvan de
oppervlakte berekend kan worden
6 De oppervlakte van kubus, balk en
cilinder bepalen als de som van de
oppervlakte van de grensvlakken
7 Problemen over één grootheid
(lengte, inhoud, gewicht, oppervlakte,
volume) oplossen
8 De relatie tussen maateenheid en
maatgetal inzien en verwoorden
9 Het metriek stelsel in verband met
lengte, gewicht, inhoud, oppervlakte
en volume gebruiken
10 Het verband inzien tussen inhoud,
volume en gewicht
11 Samenwerken met anderen, zonder
onderscheid van sociale achtergrond,
geslacht of etnische origine
2.1
2.2
2.3
2.9
2.12
2.8
4
2.3
2.11
2.12
SV3
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
1 van 1
GO
N I A
I
LES 167-169
doelenverwijzing
getallenkennis
evaluatie sprong 13
lesdoelen
1
2
bewerkingen
3
4
5
6
7
eindterm
Kwantitatieve gegevens van diagrammen en
grafieken aflezen en interpreteren en er
bewerkingen mee uitvoeren
Kwantitatieve gegevens in diagrammen en
grafieken voorstellen
Gegevens op een cirkeldiagram met gegeven
verdeling voorstellen
Bij optellingen flexibel en inzichtelijk een
doelmatige oplossingsmethode toepassen op
basis van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de getallen
Bij vermenigvuldigingen flexibel en
inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis van
inzicht in de eigenschappen van de bewerking
en in de structuur van de getallen
Bij aftrekkingen flexibel en inzichtelijk een
doelmatige oplossingsmethode toepassen op
basis van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de getallen
Bij delingen flexibel en inzichtelijk een
doelmatige oplossingsmethode toepassen op
basis van inzicht in de eigenschappen van de
bewerking en in de structuur van de getallen
meten en metend
rekenen
meetkunde
1.8
1.8
1.11
1.13
1.14
1.11
1.13
1.14
1.11
1.13
1.14
1.10
1.11
1.13
1.14
Cijferend optellen, aftrekken,
vermenigvuldigen en delen met natuurlijke
getallen en kommagetallen
Het resultaat controleren met verschillende
controlestrategieën
1.24
1.27
5.4
De relaties tussen grootheden onderzoeken
bij sparen en lenen met kapitaal en
enkelvoudige interest
9 Het volume van lichamen met een gebogen
of grillige vorm bij benadering bepalen
10 Het verband tussen inhoud, volume en
gewicht inzien en toepassen in wiskundige
problemen
11 De relatie leggen tussen afstand (afgelegde
weg), tijd en gemiddelde snelheid
Het ontbrekende gegeven berekenen
wanneer twee elementen gegeven zijn
12 Problemen over één grootheid (omtrek,
oppervlakte of volume) oplossen
1.21
2.11
8
13 De vaste verhouding hanteren tussen de
hoogte van voorwerpen en de lengte van hun
schaduwbeeld om de hoogte van bv. bomen
of gebouwen te schatten
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2.6
2.1
2.6
2.3
2.11
2.12
1.21
1.29
1.1.26
1.1.27
1.1.29
2.1.33
2.1.35
3.1.28
REKENSPRONG PLUS 6: DOELEN BIJ DE SUMMATIEVE TOETSEN
summatieve toets na werkschrift A
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1 Natuurlijke getallen tot miljardtallen lezen en
schrijven
2 De waarde van cijfers in een kommagetal
bepalen
3 In contexten de verschillende functies van
natuurlijke getallen onderscheiden en
verwoorden
4 Natuurlijke getallen, kommagetallen en
breuken vergelijken, ordenen en op een
getallenas plaatsen
5 Kommagetallen vergelijken en rangschikken
6 Kommagetallen afronden naar de
dichtstbijzijnde eenheid, het dichtstbijzijnde
tiende of honderdste
7 Een verdeelsituatie op een tekening
weergeven en de bijpassende breuk noteren
als het resultaat van een eerlijke verdeling
8 Een breuk nemen van een geheel
9
10
11
bewerkingen
12
13
14
15
16
17
18
19
20
De kenmerken van deelbaarheid door 3 en 9
herkennen bij natuurlijke getallen
Eenvoudige breuken > 1 herstructureren
Kwantitatieve gegevens in tabellen en
grafieken lezen, interpreteren en voorstellen
De evolutie weergegeven door een lijngrafiek
ontdekken, verwoorden en interpreteren
Op een flexibele en inzichtelijke manier twee
of meer natuurlijke getallen, ook met
eindnullen, bij elkaar optellen
Op een flexibele en inzichtelijke manier twee
of meer natuurlijke getallen, ook met
eindnullen, van elkaar aftrekken
Twee of meer natuurlijke getallen en/of
kommagetallen bij elkaar optellen
Twee of meer natuurlijke getallen en/of
kommagetallen van elkaar aftrekken
Op een flexibele en inzichtelijke manier
natuurlijke getallen vermenigvuldigen met
machten en veelvouden van 10 en met 5, 25
en 50
Op een flexibele en inzichtelijke manier twee
of meer natuurlijke getallen met elkaar
vermenigvuldigen
Op een flexibele manier een natuurlijk getal
delen door een ander natuurlijk getal naar
analogie van de deeltafels en op basis van
inzicht in de eigenschappen van de deling en
in de structuur van de getallen
Natuurlijke getallen en kommagetallen
cijferend optellen (max. 5 getallen, som
< 10 000 000, max. 3 cijfers na de komma)
Natuurlijke getallen en kommagetallen
cijferend aftrekken
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
1.5
GO
3.1.05
1.8
2.1.21
1.2
1.1.05
1.5
3.1.06
1.5
1.15
2.1.22
3.1.35
1.4
1.1.20
2.1.17
1.4
1.1.19
1.1.20
2.2.17
3.1.15
1.12
1.22
1.8
3.1.21
2.2.27
3.1.44
1.11
1.12
1.13
1.11
1.12
1.13
1.13
1.23
1.13
1.23
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.13
1.14
3.1.31
1.24
3.1.32
1.24
2.1.40
3.1.31
3.1.31
3.1.31
3.1.31
doelenverwijzing
bewerkingen
meten en metend
rekenen
lesdoelen
21 Bij het cijferen met de vier
hoofdbewerkingen een bepaalde
controlestrategie toepassen
22 De rekenmachine vlot en correct kunnen
gebruiken
23 Betekenisvolle herleidingen uitvoeren
24
25
26
27
28
meetkunde
29
30
31
32
33
34
35
36
37
In functie van de realiteit de geschikte
maateenheid kiezen of het maatgetal
aanpassen
In het maatgetal het cijfer aanduiden dat
liter of kilogram aangeeft
Problemen over gewicht oplossen
Bewerkingen met geld in decimalen
uitvoeren en afronden naar 2 decimalen
Daarbij het symbool € gebruiken
Problemen over tijd oplossen en eenvoudige
uurtabellen lezen en interpreteren
Evenwijdigheid en loodrechte stand bij
vlakke figuren herkennen
Een rechte construeren die evenwijdig loopt
met een gegeven rechte
Een loodrechte construeren op een gegeven
rechte vanuit een gegeven punt
De resultaten van knipfiguren voorspellen
Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan
te geven wat er vanuit een bepaald
standpunt zichtbaar is
Kijklijnen aanduiden op een plattegrond
Op basis van een plaatsbeschrijving iets of
iemand situeren en vinden in de ruimte
De relatie leggen tussen driedimensionale
situaties en hun voorstellingen om zich te
oriënteren in de ruimte
Verkennen en verwoorden wat men ziet
vanuit verschillende gezichtspunten
wanneer men zich mentaal verplaatst in de
ruimte
Aan de hand van een routebeschrijving de
weg aanduiden op een kaart
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
1.27
GO
3.1.29
1.25
1.27
2.1
2.6
2.7
2.3
3.1.36
3.1.38
3.2.01
2.1
2.2
2.6
3.2.08
2.2
2.3
3.2a
3.3
3.2a
3.3
2.2.03
3.2.08
3.1.44
3.2.10
2.2.24
3.2.27
3.2.28
3.2.29
2.3.06
2.3.07
2.3.07
2.3.08
2.3.22
3.6
3.7
3.3.29
2.3.01
3.7
3.7
2.3.01
1.3.02
1.3.03
1.3.04
2.3.03
3.7
3.7
1.3.07
2.3.03
3.7
2.3.03
summatieve toets einde eerste trimester
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
bewerkingen
7
8
9
10
11
12
13
14
In eenvoudige en zinvolle gevallen de
gelijkwaardigheid tussen breuk, kommagetal
en percent vaststellen, inzien en toepassen
In eenvoudige en praktische gevallen een
percent van een grootheid of van een getal
nemen of berekenen
Uitdrukken hoeveel percent een deel is van
een geheel
Berekenen hoeveel het geheel (100 %) is als
het percent en het deel gegeven zijn
Natuurlijke getallen en kommagetallen
afronden
Schattingsstrategieën gebaseerd op afronden
vlot toepassen en daarbij de doelmatigste
schatting bepalen
Twee of meer numerieke verhoudingen
vergelijken door ze gelijkwaardig te maken
Op een flexibele manier een natuurlijk getal
vermenigvuldigen met een eenvoudig
kommagetal (ook < 1), met bijzondere
aandacht voor vermenigvuldigen met 0,1,
0,01, 0,001 en 0,5 en voor vermenigvuldigen
naar analogie van de maaltafels
Kommagetallen op een flexibele en
inzichtelijke manier vermenigvuldigen met
machten van 10, met 5, 25 en 50
Een kommagetal met een kommagetal
vermenigvuldigen en daarbij verschillende
oplossingswijzen toepassen
Natuurlijke getallen delen door 10, 100,
1 000, 10 000 en door 5, 25 en 50, met als
quotiënt een natuurlijk getal of een
kommagetal
Kommagetallen delen door 10, 100, 1 000,
10 000 en door 5, 25 en 50
In een vergelijking de ontbrekende symbolen
of getallen invullen en daarbij steunpunten en
eigenschappen van de bewerkingen hanteren
Bij vermenigvuldigingen met een
kommagetal de plaats van de komma
bepalen via een schatting of via de som van
het aantal cijfers na de komma in beide
factoren
Een natuurlijk getal en/of kommagetal
vermenigvuldigen met een ander natuurlijk
getal en/of kommagetal en de
vermenigvuldiging uitwerken door de getallen
juist en voordelig te schikken (bv.
commutativiteit) en de deelproducten
eventueel aan te vullen met nullen om zo
ordelijk uit te werken
De vermenigvuldiging controleren door een
efficiënte controlestrategie toe te passen: het
resultaat vergelijken met de schatting, met
de realiteit, de omgekeerde bewerking of de
negenproef maken
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
1.3
1.18
1.25
3.1.22
3.1.23
3.1.24
3.1.25
1.4
3.1.25
1.4
3.125
1.15
3.1.29
3.1.31
1.21
2.1.28
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.11
1.13
1.14
1.13
3.1.31
1.13
3.1.31
1.11
3.1.31
3.1.34
1.16
3.1.31
3.1.33
1.24
3.1.29
3.1.33
3.1.31
doelenverwijzing
meten en metend
rekenen
meetkunde
lesdoelen
eindterm
GO
15 Met een geodriehoek hoeken meten tot op 1°
nauwkeurig en het meetresultaat noteren
2.1
2.2
3.2.31
16 Met een geodriehoek hoeken tekenen tot op
1° nauwkeurig
17 De oppervlakte van vierkant, rechthoek,
driehoek en parallellogram bepalen door de
basisformule (b x h) toe te passen of de
driehoeken en parallellogrammen om te
structureren
18 De oppervlakte van vierhoeken, driehoeken,
regelmatige en onregelmatige veelhoeken
bepalen door ze om te structureren naar
figuren waarvan men de oppervlakte kan
berekenen
19 De omtrek van vierkant, rechthoek, driehoek,
parallellogram en van andere gekende vlakke
figuren meten en berekenen en daarbij de
eigenschappen van de zijden gebruiken
20 In betekenisvolle situaties herleidingen
uitvoeren met gekende
standaardmaateenheden en het verband
inzien tussen oppervlakte- en landmaten
Gemeten dingen sorteren of rangschikken na
een meting met standaardmaateenheden
21 De coördinaten bij een gegeven plaats zetten
en een plaats op een rooster, kaart of
plattegrond terugvinden en aanduiden als de
coördinaten (enkel natuurlijke getallen)
gegeven zijn
22 Vlakke figuren classificeren volgens
zelfgekozen kenmerken
23 De eigenschappen van de diagonalen van een
vierhoek onderzoeken en verwoorden
24 De eigenschappen van de hoeken en de
zijden van een veelhoek onderzoeken,
ontdekken en verwoorden
25 Driehoeken en vierhoeken construeren met of
zonder constructievoorschrift en daarbij een
efficiënte werkwijze en geschikte
hulpmiddelen kiezen en gebruiken
2.1
2.2
2.9
3.2.31
2.9
3.2.19
2.9
2.2.08
2.3
2.6
2.7
3.2.13
3.2.14
3.7
2.3.02
3.3.01
3.2a
3.3.04
3.3.12
3.3.06
3.2a
3.4
3.3.10
3.3.11
3.4
2.3.09
2.3.10
2.3.16
2.3.23
2.3.24
3.3.09
3.3.18
26 Een cirkel tekenen met een passer
3.5
27 De vergelijking maken tussen plan en realiteit
4.2
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
3.2.16
3.2.17
3.2.19
2.3.01
2.3.03
summatieve toets einde tweede trimester
doelenverwijzing
getallenkennis
bewerkingen
lesdoelen
eindterm
1 Van twee natuurlijke getallen (≤ 20) de
1.3
gemeenschappelijke veelvouden vinden en
1.19
aangeven welk getal het kleinste
gemeenschappelijk veelvoud is
2 Van twee natuurlijke getallen (≤ 100) de
1.3
gemeenschappelijke delers vinden en
1.19
aangeven wat de grootste
gemeenschappelijke deler is
De grootste gemeenschappelijke deler handig
gebruiken om wiskundige problemen op te
lossen
3 In wiskundige problemen vaststellen of twee
1.21
verhoudingen recht of omgekeerd evenredig
zijn en die problemen uitwerken
4 De ongelijke verdeling uitvoeren als de som
1.29
en de verhouding van de delen gegeven zijn
en daarbij een passende strategie gebruiken.
5 De verhouding tussen een werkelijkheid en
2.4
een gelijkvormige afbeelding ervan exact
bepalen en noteren als breuk
Weten dat de verhouding bepaald wordt door
de verkleinings- of vergrotingsfactor van één
dimensie aan te duiden
6 De schaalaanduiding bij een afbeelding van
2.4
een werkelijkheid gebruiken om de reële
afstand tussen twee punten te bepalen
7 Van een cirkeldiagram (of sectordiagram)
1.8
kwantitatieve gegevens aflezen en er
eenvoudige bewerkingen mee uitvoeren
8 Het percentage van een verandering (stijging
1.25
of daling, aangroei of afname) berekenen
Een verandering weergeven met een percent
en interpreteren
9 In enkelvoudige of samengestelde
1.29
vraagstukken bruto, netto en tarra
benoemen, berekenen en gebruiken
10 Bruto, netto of tarra berekenen wanneer ze
1.29
uitgedrukt zijn in percenten
11 Strategieën hanteren om in
1.17
ongestructureerde hoeveelheden structuur
aan te brengen en een schatting te maken
12 Het gemiddelde bepalen van een aantal
1.21
hoeveelheden aangeboden in een opsomming
en in een tabel
13 In concrete situaties gehele negatieve
1.8
getallen lezen, schrijven en vergelijken
14 Kommagetallen delen door een natuurlijk
1.13
getal, met bijzondere aandacht voor delen
door 2, 4, 5, 10, 50, 100
Kommagetallen delen door een kommagetal
met bijzondere aandacht voor delen door 0,1,
0,01, 0,001, 0,5 en voor delingen naar
analogie van de deeltafels
15 Problemen over het delen van
1.29
kommagetallen oplossen in verschillende
4.2
situaties
16 Gelijknamige en ongelijknamige breuken
1.13
optellen en aftrekken
1.23
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
GO
2.1.25
3.1.13
2.1.13
3.1.12
2.1.28
3.1.44
2.1.28
3.2.02
3.2.04
3.2.05
3.2.05
3.1.44
3.2.36
3.1.23
3.1.24
3.1.25
3.1.44
3.2.12
3.1.44
3.2.12
3.1.01
3.1.44
2.2.27
3.1.02
3.2.30
1.1.06
3.1.31
3.1.31
3.4.03
2.1.44
3.1.39
doelenverwijzing
bewerking
meten en metend
rekenen
meetkunde
lesdoelen
17 Een natuurlijk getal vermenigvuldigen met
een breuk en omgekeerd
18 Eenvoudige breuken delen door een
natuurlijk getal, ook als de teller niet
deelbaar is
19 Een natuurlijk getal cijferend delen door een
natuurlijk getal of door een kommagetal van
1, 2 of 3 cijfers tot op 0,1 en 0,01
nauwkeurig
Daarbij het quotiënt spontaan schatten,
zorgvuldig werken, de getallen ordelijk en
correct schikken en zo nodig aanvullen met
hulpnullen en bij een niet-opgaande deling de
rest bepalen
De schatting gebruiken om het resultaat te
controleren en fouten op te sporen
20 Een kommagetal cijferend delen door een
natuurlijk getal van 1, 2 of 3 cijfers tot op
0,1, 0,01 en 0,001 nauwkeurig
Daarbij het quotiënt spontaan schatten,
zorgvuldig werken, de getallen ordelijk en
correct schikken en zo nodig aanvullen met
hulpnullen en bij een niet-opgaande deling de
rest bepalen
De schatting gebruiken om het resultaat te
controleren en fouten op te sporen
21 De omtrek van de cirkel berekenen
22 Problemen met betrekking tot de omtrek van
de cirkel correct oplossen
23 De oppervlakte van een cirkel berekenen
24 Problemen met betrekking tot de oppervlakte
van de cirkel correct oplossen
25 De omtrek en de oppervlakte van nietveelhoeken met een gebogen of een grillige
vorm bij benadering bepalen door er
veelhoeken in te tekenen ze die in omtrek
en/of oppervlakte benaderen, door roosters
te gebruiken ...
26 Weten en verwoorden dat bij
temperatuurmeting 0 °C het vriespunt is
Weten dat temperaturen beneden het
vriespunt met een negatief getal worden
aangeduid
Temperatuurverschillen vaststellen en
berekenen met positieve en negatieve
temperaturen
27 De oppervlakte van een kubus en een balk
berekenen door de som te maken van de
oppervlaktes van de grensvlakken en daarbij
de basisformule ‘b x h’ toepassen
28 De oppervlakte van een cilinder berekenen
door de som te nemen van de oppervlaktes
van de grensvlakken
29 De eigenschappen van symmetrie
onderzoeken, ontdekken en verwoorden
30 Spiegelbeelden van eenvoudige figuren
tekenen
31 Symmetrieassen tekenen in vlakke figuren
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
1.13
1.14
1.23
1.13
GO
3.1.41
1.16
1.24
5.4
3.1.29
3.1.31
3.1.34
1.16
1.24
5.4
3.1.29
3.1.31
3.1.34
2.9
3.2.07
1.29
2.1
2.9
3.2.07
3.2.36
3.2.19
3.1.44
3.4.03
2.2.08
2.2.18
2.2
2.5
1.2.24
3.2.30
2.9
2.10
3.2b
3.2.16
3.2.17
2.9
3.2b
3.2.16
3.6
3.3.27
3.3.31
3.3.30
3.3.32
3.3.30
3.3.32
2.9
4.2
3.6
3.6
3.1.43
doelenverwijzing
lesdoelen
32 De resultaten van zelfgemaakte of naar
model vervaardigde knipfiguren voorspellen
33 De termen ‘ribbe, grondvlak, bovenvlak,
zijvlak’ correct hanteren
34 De term ‘lichaam’ correct hanteren
Lichamen herkennen en benoemen op basis
van hun eigenschappen
35 Van ruimtefiguren (in het bijzonder
kubussen, balken en cilinders) een
onvolledige ontwikkeling aanvullen en de
volledige ontwikkeling koppelen aan de
overeenstemmende ruimtefiguur
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
3.3.06
3.1
3.3.21
3.2b
3.3.20
3.3.24
3.3.26
3.3.25
3.2b
summatieve toets einde schooljaar
doelenverwijzing
getallenkennis
lesdoelen
1
2
3
4
5
6
bewerkingen
7
8
Getallen lezen en schrijven in het Romeinse
talstelsel
In een gegeven rij getallen een enkelvoudig
of gecombineerd patroon herkennen en de rij
verderzetten
De kenmerken van deelbaarheid door 4, 5,
10, en 25 toepassen
Kwantitatieve gegevens van een tabel en een
lijngrafiek aflezen, interpreteren en er
eenvoudige bewerkingen mee uitvoeren
Kwantitatieve gegevens van een
cirkeldiagram (of sectordiagram) aflezen,
interpreteren en er eenvoudige bewerkingen
mee uitvoeren
Gegevens aflezen van een cirkeldiagram (of
sectordiagram)
Weten en toepassen dat in een reeks
opeenvolgende bewerkingen de
vermenigvuldiging en de deling voorgaan op
de optelling en de aftrekking en dat het
gebruik van haakjes die volgorde kan
doorbreken
Bij optellingen, aftrekkingen,
vermenigvuldigingen en delingen flexibel en
inzichtelijk een doelmatige
oplossingsmethode toepassen op basis van
inzicht in de eigenschappen van de
bewerkingen en in de structuur van de
getallen
9
eindterm
GO
1.7
1.8
1.12
3.1.07
3.1.08
1.1.17
1.3.08
3.1.44
2.1.16
3.1.14
3.1.44
2.2.27
1.12
1.8
1.8
3.1.44
1.8
3.1.44
1.6
2.1.29
2.1.30
1.10
1.11
1.13
1.14
1.1.26
1.1.27
1.1.29
2.1.33
2.1.35
3.1.28
3.1.30
3.1.44
3.1.29
3.1.34
Een kommagetal cijferend delen door een
kommagetal van 2 of 3 cijfers tot op 0,(0)1
nauwkeurig en daarbij de juiste waarde van
de rest noteren
Het resultaat van een cijferoefening
controleren
10 Een natuurlijk getal en/of kommagetal
cijferend optellen bij, aftrekken van,
vermenigvuldigen met of delen door een
ander natuurlijk getal en/of kommagetal
Het resultaat controleren met verschillende
controlestrategieën
1.16
1.24
1.27
5.4
1.24
1.27
5.4
3.1.32
3.1.33
3.1.34
11 Wiskundige problemen rond koopjes en
korting oplossen, o.a. door percentrekenen
toe te passen
12 Problemen rond kopen, verkopen, winst en
verlies oplossen
1.25
4.2
13 Percentage berekenen en dat in eenvoudige
toepassingssituaties (bv. prijsberekening)
gebruiken
14 De relaties tussen grootheden onderzoeken
bij sparen en lenen met kapitaal en
enkelvoudige intrest
4.2
3.1.25
3.1.27
3.1.44
3.1.24
3.1.25
3.1.44
3.2.36
3.1.25
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
4.2
1.21
2.11
3.1.44
doelenverwijzing
meten en metend
rekenen
meetkunde
lesdoelen
15 Betekenisvolle herleidingen met
volumematen uitvoeren
16 Referentiematen voor volume kennen en
gebruiken, o.m. bij het schatten
17 Een geschikte berekeningswijze hanteren om
het volume van een balk, een kubus en een
cilinder te berekenen
18 Het volume van lichamen met een gebogen
of grillige vorm bij benadering bepalen
19 Problemen over één grootheid (omtrek,
oppervlakte, volume) oplossen
Het verband tussen inhoud, volume en
gewicht inzien en verwoorden en dat inzicht
toepassen in wiskundige problemen
20 De relatie leggen tussen afstand (afgelegde
weg), tijd en gemiddelde snelheid
Het ontbrekende gegeven berekenen
wanneer twee elementen gegeven zijn
21 De basiseigenschappen van gelijkvormige
veelhoeken onderzoeken, ontdekken en
verwoorden
22 Op geruit papier eenvoudige gelijkvormige
figuren tekenen, al dan niet met een gegeven
vergrotings- of verkleiningsfactor
23 De relatie verklaren tussen de vorm (lengte)
en de plaats van schaduwbeelden (met de
zon als lichtbron) en het tijdstip van de dag
24 Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan te
geven waar de schaduw valt
25 De relatie leggen tussen driedimensionale
situaties en hun voorstelling op tekening of
grondplan
Tekenen wat je ziet wanneer je je mentaal
verplaatst in de ruimte en daarbij gebruik
maken van de termen: ‘vooraanzicht,
zijaanzicht, bovenaanzicht ...’
26 Kijklijnen hanteren om op tekeningen aan te
geven wat er vanuit een bepaald standpunt
zichtbaar is en om de plaats van de
waarnemer te bepalen
27 De vaste verhouding tussen de lengte
(hoogte) van voorwerpen en/of de lengte van
hun schaduwbeeld hanteren om de hoogte
van bv. bomen of gebouwen te schatten
Rekensprong Plus 6 – doelen GO
eindterm
GO
2.7
3.2.32
2.3
2.8
2.10
3.2.21
3.2.22
3.2.26
3.2.36
3.2.36
2.3
2.6
2.11
2.12
3.2.24
3.2.25
3.2.36
2.1
2.6
3.2.28
3.2.29
3.2.36
3.6
3.3.34
3.6
1.3.05
3.3.34
3.2.36
1.29
3.7
4.2
2.3.01
3.2.36
2.3.04
3.7
2.3.01
2.3.03
1.21
1.29
3.2.36
Download