Godsdienst Lesdoelen Module 6 “Ethiek, tussen droom en daad”, HAVO 5 Hoofdstuk 1: Wat is Ethiek? Lesdoel 1: Je kunt de begrippen ethiek, moraal, normen, waarden, levensbeschouwing, ethische communicatie (met een voorbeeld) uitleggen. Het woord ethiek is afgeleid van het Griekse woord ethos (=gewoonte of zede). Iedereen heeft z’n eigen gewoontes. Bijvoorbeeld je doucht in de ochtend, of je doucht in de avond. In de ethiek gaat het niet perse daarover, maar over de gewoontes tussen goed en kwaad. Het gaat om regels, keuzes en argumenten die ervoor moeten zorgen dat we ons goed gedragen in plaats van slecht. Al die regels noem je moraal. Moraal: Dat is het geheel van regels voor goed en kwaad waaraan de mensen binnen een bepaalde groep zich gehouden achten. Ethiek is het nadenken of de bezinning op het moraal. Ethiek: De bezinning op de regels voor goed en slecht handelen. Bij elke handeling kan je dan de vraag stellen over goed en kwaad. Norm: zegt iets over concreet gedrag, het is een gedragsregel. Manier van doen die geldt als normaal. Bijvoorbeeld: niet liegen! Waarde: De waarom-vraag op de norm. Wat jij of iemand anders belangrijk vind. Bijvoorbeeld: eerlijkheid! Ethische communicatie: je neemt samen met anderen een beslissing. Je gaat in overleg met anderen en je wisselt elkaars mening uit. Daarbij is het belangrijk dat je weet hoe je je eigen standpunt kunt verwoorden en onderbouwen. En dat je je kunt verplaatsen in het standpunt van de ander. Levensbeschouwing: het geheel van opvattingen dat iemand heeft over het leven en over de manier waarop je het beste kunt leven. Een levensbeschouwing hoeft niet persee een religie te zijn. Je kunt ook een levensbeschouwing hebben als menselijke waardigheid (humanisme), individuele vrijheid (liberalisme) of bijvoorbeeld onderlinge solidariteit (socialisme). Lesdoel 2: Je kunt ethisch communiceren door zelf een beargumenteerd standpunt in te nemen en door het standpunt van iemand anders op de juiste manier te verwoorden. Kijk of je opdracht 3 snapt op bladzijde 6 in het boekje Lesdoel 3: Je kunt jezelf ethische vragen stellen bij een willekeurige handeling. Handeling: Een zak chips kopen Vragen erbij: Is het wel gezond? Is de chips duurzaam geproduceerd? Ga je de zak in je eentje leegeten of ga je delen met anderen? (Voorbeeld uit het katern) Enz. enz. Lesdoel 4: Je kunt het verschil tussen een norm en een waarde duidelijk uitleggen. Norm is een (gedrags)regel, waarde is de waarde die je eraan hecht, dat wat je doet. Ik laat zien, met behulp van voorbeelden, wat het verschil is tussen waarden en normen. Voorbeeld: Waarde: ouderen moeten veel respect krijgen. Norm: je staat je plaats in de bus/trein/metro af aan iemand die ouder is dan jij. Voorbeeld: Een belangrijke waarde in het verkeer is veiligheid. Hiervoor zijn regels (normen) opgesteld waaraan mensen zich moeten houden. Voorbeeld: Een waarde voor de samenleving is leefbaarheid. Regels (normen) die daaruit voortvloeien zijn afval opruimen en respect hebben voor anderen. Lesdoel 5: Je kunt de samenhang tussen normen, waarden en levensbeschouwing uitleggen. Bij elke levensbeschouwing heb je wel een beeld hoe je in een situatie zou moeten reageren of hoe je je zou moeten gedragen. Elke levensbeschouwing heeft daarom z’n eigen normen en waarden, om daar vorm aan te geven. Lesdoel 6: Je kunt ethisch communiseren vanuit je eigen christelijke levensbeschouwing. Als je ethisch communiceert vanuit de christelijke levensbeschouwing, dan koppel je alles terug aan de bijbel. “What would Jesus do”. Hoofdstuk 2: Ethiek in soorten en maten Lesdoel 1: Je kunt drie ethische stromingen (utilisme, deontologie en deugdethiek) in eigen woorden beschrijven, in teksten herkennen en zelf gebruiken. Stroming 1: Utilisme (gevolgenethiek) Volgens deze stroming ligt het ultieme criterium bij het goed-kwaad verhaal bij de gevolgen van een handeling en niet bij de handeling op zich. Een bepaalde handeling is éne situatie goed en in de andere slecht en dat is dus afhankelijk van het resultaat. Het is te onderscheiden in 2 groepen: 1. Hedonisme Streeft naar genot en afwezigheid van pijn. Elke handeling is goed, als het maar als gevolg heeft dat er genot is en afwezigheid van de pijn die je hebt. Je kan dus met iedereen naar bed of erop los zuipen wat je maar wilt, als je er zelf maar gelukkig van wordt. “YOLO-principe” 2. Utilitarisme Streeft naar het hoogste genot en de minste pijn voor een zo groot mogelijke groep mensen. Sociaal hedonisme ook wel genoemd. Denk dan aan het communisme: Karl Marx. Streefde naar een heilstaat voor alle mensen. Dat is dus een bijzondere vorm van deze groep. Stroming 2: Deontologie (principe-ethiek) Volgens de deontologie is een bepaalde handeling goed als het overeenkomt met een bepaald principe. Een norm of een gebod, onafhankelijk van de gevolgen. Liegen is dus altijd verkeerd, ook al heeft het voor jezelf misschien gunstige gevolgen. Ook deze is te onderscheiden in 2 groepen: 1. Theonome (Grieks: theos = God & nomos = wet) Groep van de principe-ethiek waarvan wordt uitgegaan dat God de onveranderlijke bron van alle morele wetten is. Calvijn bijvoorbeeld zag de tien geboden als een samenvatting van de christelijke ethiek. 2. Autonome principe-ethiek (autos = zelf) Groep waarbij de wetten niet uit God, maar uit de mens zelf komen. De mens is dan zichzelf tot wet. Een naam die je hieraan zou kunnen koppelen is Immanuel Kant. Deze knakker vormde voor de ethiek een basisregel, waaraan iedereen zich aan moest houden. Goed voor de hele gemeenschap. Hij luidde als volgt: ‘Handel zo dat wat jij wilt, in principe als algemene wetgeving zou kunnen gelden.’ Anders gezegd: ‘Handel zo, dat je de mensheid, zowel jouw persoon als in de persoon van de ander altijd als doel, nooit als middel gebruikt.’ De ethiek van deze kerel wordt ook wel de plichtethiek genoemd. Stroming 3: Deugdethiek Richt niet op de handeling of de gevolgen, maar op de persoon zelf. Het gaat dus niet om de beslissingen, maar het gaat om ons innerlijk. Om wie we zijn, of we een deugdzaam mens zijn. Een deugd is een goede karaktertrek, een eigenschap van die persoon die het waard is om het na te streven. Soorten deugdethiek: 1. Klassieke Deugdethiek: Griekse filosoof Aristoteles. Volgens deze persoon is een deugd een optimale houding, het juiste midden tussen twee ondeugden. Dus bijvoorbeeld tussen ongeduld en afwachten staat geduld. (Zie voor meer voorbeelden schema blz. 18) 2. Christelijke Deugdethiek: Te koppelen aan Augustinus. Gaat om typische christelijke deugden als geloof, hoop en liefde. Uit deze deugden vloeien weer andere deugden als nederigheid, zachtmoedigheid, barmhartigheid en dankbaarheid. 3. Situatie-ethiek: Liefde staat centraal. Geen vast gebod, maar in situaties moet liefde wel steeds de norm zijn. Lesdoel 2: Je kunt uitleggen dat ieder van die drie stromingen te beperkt is om tot een goed ethisch oordeel te komen. Je kunt via verschillende wegen tot een goed ethisch oordeel komen. (Lesdoel 1) Maar geen van de stromingen kan aangewezen worden als de ‘juiste’ stroming. Het heeft allemaal iets goeds in zich, maar de ene stroming schiet tekort zonder de andere. Ze hebben elkaar nodig om het aan te vullen. Lesdoel 3: Je kunt uitleggen dat in de ethiek normen, waarden en levensbeschouwing met elkaar samenhangen en dat er (dus) geen neutrale ethiek bestaat. Iedereen heeft normen en waarden. Die vloeien uit in een bepaalde levensbeschouwing. Het is een keuze waarvoor iedereen komt te staan. Neutrale ethiek is daarom gewoon onmogelijk, want als je iets ethisch bespreekt, zit daar altijd een bepaalde levensbeschouwing achter. Dus als je ethisch dingen bespreekt met iemand, is het van belang dat je vraagt naar de levensbeschouwing erachter. Dat zorgt ervoor dat je elkaar beter kan begrijpen! Lesdoel 4: Je kunt levensbeschouwingen ordenen in drie hoofdgroepen en daarbij voorbeelden geven die duidelijk maken dat er binnen deze hoofdgroepen allerlei verschillen zijn. Levensbeschouwing: Geheel van opvattingen die je hebt over het leven en over de manier waarop je het beste kunt leven. Een levensbeschouwing is: 1. Antropocentrisch: de mens is de norm en de maatstaf van alle dingen. (Humanisme) 2. Natuurcentrisme: De mens als onderdeel van de kosmische orde. Alles is gedetermineerd (=alles ligt vast in een ijzeren wetmatigheid). (Hindoeïsme, darwinisme (evolutionisme)) 3. Theocentrisch: Grondslag ligt in de openbaring. Hiervan zijn christendom, jodendom en islam een voorbeeld van. (Abramhamitische godsdiensten) Lesdoel 5: Je kunt ten minste vier duidingen geven waar waarden en normen vandaan komen. 1. 2. 3. 4. 5. Waar komen waarden en normen vandaan? Omgeving: je krijgt het mee van je ouders, broertjes, zusjes en vriendjes waarmee je speelt. Cultuur: mensen in de omgeving krijg je ook veel van mee. Traditie: Gewoontes kunnen heel vanzelfsprekend zijn, omdat ze bij je cultuur horen en omdat ze al heel oud zijn. Rede: je persoonlijke denkvermogen. Je kunt kritisch na gaan denken over je eigen gedrag en dat van anderen. Je kunt je ‘gezond verstand’ gebruiken om dingen te beoordelen. Je kunt zo goed redeneren. Het geweten: Ingeschapen besef van goed en kwaad. Iedereen weet dat stelen, moorden of liegen fout is. Dat hoef je ze niet te vertellen, dat weten ze gewoon. Hoofdstuk 3: Bijbelgebruik in de ethiek Lesdoel 1: Je kunt drie voorbeelden geven waaruit blijkt dat bijbelgebruik in de ethiek lastig is. Bijbelgebruik in de ethiek is lastig omdat er in het verleden veel mensen zijn geweest die iets verschrikkelijks hebben gedaan en die zeiden: “God wil het!”. Er zijn veel dingen goedgekeurd met de bijbel in de hand die eigenlijk niet kunnen. Dingen zoals slavernij, kolonialisme, apartheid en het uitbuiten van de natuur bijvoorbeeld. Lesdoel 2: Je kunt drie valkuilen beschrijven die een goed gebruik van de bijbel in de ethiek in de weg staan. 1. Biblicisme Een bepaalde tekst krijgt heel veel nadruk, terwijl er niet wordt gekeken naar het tekstverband. 2. Motivisme Je laat je leiden door één specifieke, eigen opvatting en daar zoek je Bijbelteksten bij. Je zoekt teksten die bij jou opvatting passen en de rest schrap je. 3. Gezagsondermijning De bijbel ‘uitdoen’. Het past niet meer in de moderne wereld. Daarom laten ze het maar dicht. 4. Gezagsontkenning De bijbel wordt wel gebruikt, maar wordt aangepast aan het denken van de moderne mens. Men ziet de bijbel als een boek vol religieuze ervaringen, maar niet als het Woord van God. Ze willen ten diepste niet buigen voor het gezag van de Bijbel. Lesdoel 3: Je kunt duidelijk maken en met voorbeelden uitleggen welke 7 punten van belang zijn bij verantwoord bijbelgebruik in de ethiek. 1. Lees de tekst inhoudelijk nauwkeurig door: Bijbellezen vraagt om tijd en aandacht. 2. Kijk naar de literaire context: Neem nooit één losse tekst of vers, maar lees altijd de teksten of verzen eromheen. 3. Kijk naar de plaats en tijd in de bijbel. Is het voor of na de zondeval? De gevolgen van de zondeval maken het leven zwaar, pijnlijk en moeilijk. Dit was echter niet Gods bedoeling! Door de beginsituatie is alles kapot gegaan en daardoor kunnen we de beginsituatie niet meer goed in beeld krijgen. Is het voor of na de geboorte van Christus? Er moet gelezen en gedacht worden vanuit Christus die de oudtestamentische beloften heeft vervuld. Je kunt niet alle wetten van Mozes opeens in de 21e eeuw realistisch maken, want dan schuif je Jezus aan de kant. God wil alleen de wet niet afschaffen, Hij heeft de wet ‘VOL’ gemaakt. 4. Let op de historische context. Het gaat er om dat ieder mens in zijn tijd en op zijn plaats de HERE moet dienen naar zijn Woord. Daarom is het belangrijk om dat als volgt vast te stellen: 1. Wie waren de eerste lezers en wat was de boodschap van deze tekst voor hen in hun tijd, plaats en cultuur? 2. Wie ben ik en wat is het kenmerkende van mijn tijd, plaats en cultuur? 5. Stel vast tot welke genre de bijbeltekst hoort. Een gelijkenis is een hele andere tekstsoort dan een wettekst en dat moet je ook in rekening brengen wanneer je voor een ethisch vraagstuk een bijbeltekst gaat gebruiken. 6. Let op de traditie. Wij zijn niet de eerste die de bijbel lezen. Hoe is dat in de kerkgeschiedenis gegaan? Probeer gezamenlijk een antwoord te vinden wat God bedoeld in de bijbel. 7. Gebruik de vierdeling. Lesdoel 4: Je kunt uitleggen hoe de begrippen: de Schrift als gids, wachter, richtingswijzer en gever van voorbeelden kunnen helpen om verantwoord de bijbel te gebruiken in de ethiek. 1. De Schrift als gids Het is vaak heel goed om ons direct op de bijbel te beroepen. Dan gebruiken we de bijbel als gids. Een gids kent de weg en de omstandigheden en wijst –in voor anderen veelal onbekend terrein- feilloos de weg. 2. De Schrift als wachter In de afgelopen 2000 jaar zijn er veel drastische veranderingen geweest in de menselijke samenleving. Zowel met christelijke als niet-christelijke invloed. Al die ontwikkelingen zien we en daar kunnen we dankbaar voor zijn, ook al staat het niet in de bijbel. Zoals bijvoorbeeld de afschaffing van de slavernij. De wachtersfunctie kijkt dus vooral terug, naar de loop van de geschiedenis. 3. De Schrift als richtingwijzer Op deze manier naar de bijbel kijken houdt in dat je als een richtingwijzer de bijbel gebruikt. Een richtingwijzer wijst de goede richting, maar de correcte volledige story vervuld het niet. Het geeft alleen een richting aan. Bijvoorbeeld bij nieuwe ontwikkelingen als DNA milieuvraagstukken. Daar heeft de bijbel misschien geen concreet antwoord op, maar kan er wel een goede richting aan geven. 4. De Schrift als gever van voorbeelden De bijbel is een boek om God te leren kennen. Het is geen boek die allemaal antwoorden geeft op allemaal wetenschappelijke vragen. Het is een boek waarmee je een relatie kan opbouwen met God. De bijbel geeft ons personen die ons zijn voorgegaan om ons als voorbeeld te zijn! Maar niet alleen in de bijbel, ook nog vandaag de dag zijn er mensen die jou tot voorbeeld kunnen zijn. Bijvoorbeeld je ouders of mensen waarmee je omgaat… Je neemt hun gewoontes en normen en waarden over, daarom zijn ze dus voor jou tot voorbeeld. Lesdoel 5: Je kunt het 7-stappen-plan (van ethische vraag naar antwoord) beschrijven, toelichten en hanteren in het beantwoorden van een ethische vraag. (Ik denk persoonlijk niet dat dit op de toets komt, aangezien je hier ook al een werkstuk over moet maken. Maar ik zal het toch even snel opschrijven) Blz. 34: 1. Stel het ethische probleem op, vraag of dilemma scherp. 2. Oriëntatie: Noteer zoveel mogelijk ethische en niet-ethische aspecten van je vraag (woordweb) 3. Werk de punten van stap 2 uit met behulp van bronnen. Noteer die. Zoek er bijbelteksten bij. 4. Bijbelgebruik: Inhoudelijk: wat staat er precies? Literaire context: Lees wat ervoor en erna staat. Plaats in de Bijbel: OT of NT? Historische context: wie waren de eerste lezers? Genre: welke tekstsoort herken je hier? Traditie: hoe hebben anderen deze tekst uitgelegd? Vierdeling: stel vast in de tekst: Gids, wachter, richtingwijzer of voorbeeld? Conclusie: Hoe kun je de bijbeltekst bij het beantwoorden van jouw ethische vraag gebruiken? 5. Vier ethische benaderingen: geef de gevonden informatie plek in de vier ethische benaderingen: Utilisch, deontologisch, deugd-ethisch & waarde-ethisch 6. Ethische communicatie: Praat met mensen over de gevonden informatie en peil de meningen. 7. Formuleer een christelijk ethisch antwoord op je ethische vraag. Hoofdstuk 5: Liefde en Seksualiteit Lesdoel 1: Je kunt ethische dilemma’s verwoorden met betrekking tot liefde en seksualiteit. Voorbeeld: Mag je voor het huwelijk met elkaar naar bed? Lesdoel 2: Je kunt die dilemma’s adequaat analyseren door ethische en niet-ethische aspecten te onderscheiden. Aspecten bij voor het huwelijk met elkaar naar bed: samenwonen, condooms, de pil, verantwoord, geheim, veilig, enz. enz. Lesdoel 3: Je kunt ze bespreken vanuit het utilisme, de deontologie en de deugd-ethiek. Utilisme: Je kunt als gevolg krijgen dat je misschien een soa krijgt of dat je onverwachts zwanger raakt. Ook kan misschien de vrouw haar eigenwaarde naar beneden gaan op de manier hoe deze geslachtsgemeenschap gaat. Deontologie: Het is misschien ook gewoon sowieso niet goed om te doen, omdat het iets moois is wat bij het huwelijk hoort. Het is iets kwetsbaars wat je misschien niet gelijk weg moet geven. Deugdethiek: Je kunt afvragen of het wel goed is dat je seks hebt voor het huwelijk. Lesdoel 4: Je gebruikt de bijbel op een verantwoorde manier in je christelijke ethische bezinning op deze dilemma’s (door gebruik te maken van het schema van H.3.). Kolossenzen 3: 5 : 5 Laat dus wat aards in u is afsterven: ontucht, zedeloosheid, hartstocht, lage begeerten en ook hebzucht – hebzucht is afgoderij –, Galaten 5: 19 : 19 Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, Judas 1: 7 : 7 En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur. 1 Tessalonicenzen 4: 3 : 3 Het is de wil van God dat u een heilig leven leidt: dat u zich onthoudt van ontucht, Enz. enz. Lesdoel 5: Je praat met anderen door over je bezinning, je kunt aangeven wat je daarbij van anderen leert. Je kunt aan de hand van enkele artikelen een beeld schetsen van de Nederlandse seksuele moraal en van christenjongeren. Doordat je je door anderen kan laten inspireren en dat kan je brengen over hoe je over seksualiteit nadenkt. Over het algemeen is het Nederlandse seksuele moraal dat je er gewoon op los kan leven en dat de meeste mensen ook al wel gewoon op vroege leeftijd met iemand naar bed zijn geweest. Bij christenjongeren is het zo dat maar een heel klein percentage met iemand naar bed is geweest. En van dat kleine percentage heeft meestal driekwart ook nog spijt dat ze het hebben gedaan. Dit soort mensen zijn zich er dus heel goed van bewust dat je het eigenlijk niet moet doen. Lesdoel 6: Je bepaalt je standpunt ten aanzien van de in de les en in het katern gekozen dilemma’s. MIJN MENING: Ik denk dat je moet wachten met gemeenschap totdat je elkaar het ja-woord hebt gegeven. Gewoon puur omdat seksualiteit iets heel moois is en iets heel kostbaars wat je niet zomaar moet weggeven (Zelf moet je dus je eigen mening vormen) MADE BY: JORAN VROLIJK 5HB