Sociale structuurvisie “De sociale kracht van Deventer”

advertisement
NOTA voor burgemeester en wethouders
Onderwerp: Sociale structuurvisie
Notanr:
Datum:
Sector:
Portefeuillehouder:
2004.17412
10-08-2004
WCO/SH
Fleskes, Dirksen
Agenda B&W
17-08-2004
Besluit:
1. het raadsvoorstel en ontwerpraadsbesluit Sociale structuurvisie ‘De sociale kracht van Deventer’ vast te
stellen;
2. de stukken aan te bieden aan het raadspresidium met het verzoek ze te doen behandelen in de commissie
SCE;
3. dit besluit openbaar te maken vergezeld van een persbericht.
OPENBAARMAKING:
Dit besluit openbaar te maken vergezeld van een persbericht.
COMMUNICATIE:
Indirect, internet
FINANCIELE ASPECTEN:
Financiële gevolgen voor de gemeente:
Nee
TOELICHTING/OVERWEGINGEN:
Inleiding
Op 21 maart 2004 heeft de raad de Stadsvisie Deventer “Naar een nieuw evenwicht”, vastgesteld. Eén van
de vijf topprioriteiten uit deze visie is: Sociaal beleid en voorzieningen. Daarbij is gesteld dat prioriteit moet
worden gegeven aan het opstellen van een samenhangende, lange termijn visie op het sociale beleid. De
visie moet eind 2004 gereed zijn.
Beoogd resultaat
Volgens de Stadsvisie moet de Sociale structuurvisie aangeven welke maatschappelijke doelen en effecten
Deventer wil bereiken, wat op hoofdlijnen de richting en de samenhang is van het sociale beleid en op welke
(integrale) manier het beleid wordt uitgevoerd. Hiermee wordt het kader geboden voor de nadere
besluitvorming over het voorzieningen niveau.
Kader
Het kader voor het opstellen van de Sociale structuurvisie vormen de Stadsvisie Deventer en de
verschillende beleidsnota’s op het terrein van opvang en zorg, jeugd en onderwijs, samenlevingsopbouw,
kunst, cultuur en sport. In de Stadsvisie is gesteld dat demografische en andere trends in de maatschappij
leiden tot een veranderende behoefte aan voorzieningen in de toekomst. De sociale structuurvisie moet de
richting van het beleid voor de toekomst aangeven evenals waar de hoofdaccenten moeten komen te liggen.
De visie vormt het kader voor de vertaling naar het voorzieningenniveau. Bij deze uitwerking, aldus de
stadsvisie, zijn de thema’s bereik en doelmatigheid van de voorzieningen, de aansturing van de regionale
voorzieningen, de rolverdeling tussen gemeenten en instellingen (o.a. regiefunctie) en de herstructurering,
leidend.
Argumenten
De ambitie van de gemeente Deventer binnen het sociale domein is om met de inwoners en instellingen te
bouwen aan wijken en dorpen waar het prettig leven is. Binnen deze ambitie staan drie elementen centraal,
te weten”
- ‘leefbare wijken en dorpen’ waar bewoners zich thuis voelen en binding ervaren en waar een
basisvoorzieningenpakket aanwezig is;
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
- ‘samen bouwen’, met een actieve bijdrage van burgers en instellingen, en
- ’volwaardige woonmilieus’, met aandacht voor sociale cohesie en buurtbinding.
De ambitie leidt tot enkele uitgangspunten voor het handelen van de gemeente, te weten: ‘ruimte geven aan
eigen initiatief en verantwoordelijkheid van burgers en instellingen’, ‘gebruik maken van de kracht van de
stad’ en ‘versterking van de regierol van de gemeente, zowel op beleidsniveau als op uitvoeringsniveau’.
Vanwege beperkte capaciteit en middelen zijn – op basis van demografische en maatschappelijke trends –
vijf prioritaire thema’s benoemd voor de (middel-)lange termijn. Het benoemen van prioritaire thema’s
betekent niet dat er geen plaats meer is voor andere activiteiten; wel betekent het dat indien er keuzen
moeten worden gemaakt, de in de structuurvisie geformuleerde uitgangspunten en prioritaire thema’s
leidend zijn.
De prioritaire thema’s zijn:
1. jeugd en onderwijs;
2. binden van economisch en creatief potentieel aan Deventer;
3. zorgvragers (ouderen, gehandicapten etc) in stad en dorp;
4. samenhang in voorzieningen met de ruimtelijke, economisch en veiligheidspijler;
5. bevorderen sociaal burgerschap.
Tussen de genoemde thema’s bestaat een onderscheid. De eerste drie zijn inhoudelijke thema’s, gericht op
specifieke beleidsterreinen en doelgroepen. De laatste twee thema’s echter zijn meer flankerend; feitelijk
vormen zij de voorwaarden om de overige drie thema’s te realiseren.
Draagvlak
Het concept van de sociale structuurvisie “De sociale kracht van Deventer” is voorbereid door een ambtelijk
kernteam en betrokken portefeuillehouders. Het concept is vervolgens verder ontwikkeld tijdens een aantal
interactieve weginggesprekken met de commissie SCE, het topmanagement, het college van B&W en een
aantal instellingen. Tenslotte is op 7 juli 2004 een Stadsgesprek gehouden voor de instellingen en
vertegenwoordigers van de wijkteams. Tijdens de opeenvolgende bijeenkomsten is de keuze voor de vijf
prioritaire thema’s steeds ondersteund, het concept is steeds verder ontwikkeld, verfijnd en aangescherpt.
Financiële consequenties
Vaststelling van de sociale structuurvisie heeft op dit moment geen financiële consequenties. Deze volgen
eerst uit de vaststelling van het sociaal programma.
Aanpak/uitvoering
Na de vaststelling van de sociale structuurvisie wordt het sociaal programma opgesteld. Het programma
wordt opgesteld aan de hand van de drie inhoudelijke thema’s. De flankerende thema’s worden in
samenhang met de inhoudelijk thema’s uitgewerkt (m.u.v. enkele aparte aandachtspunten, o.a. het
accommodatieplan). Het programma zal bestaan uit een uitwerking van de thema’s en sporen in concrete
meetbare activiteiten, een (meerjarige) planning, de interne en externe organisatie en de kosten. Het streven
is er op gericht om in november 2004 een concept gereed te hebben.
2
Notanr:
Onderwerp:
Vervolg
Error! Reference source not found.
Error! Reference source not found.
VERSLAG
Sociale Structuurvisie
Stadsgesprek 7 juli 2004
Deelsessies
 Jeugd en onderwijs
 Zorgvragers
 Binden van creatief en economisch potentieel
Verslag deelsessie: Jeugd en onderwijs
Voorzitter: Ellen Wichard
In de workshop Jeugd en Onderwijs vond een interessante en geanimeerde discussie plaats.
De belangrijkste conclusie is dat de keuze voor het thema Jeugd en onderwijs en de drie beleidssporen
wordt ondersteund. De discussie had vooral het karakter van inhoudelijk verdieping.
Bij de onderwijskundige lijn is ingegaan op de verdere vervolmaking van de keten.
Onder andere is ingegaan op:
 de (her-)ontwikkeling van het ZMOK in Deventer de komende jaren
 de ontwikkeling van de Voor- en Vroegschoolse Educatie
 de rol van de KIJ en Coach bij de begeleiding en opvang van risicoleerlingen.
Onderkend werd dat in de afgelopen periode al sterk op deze lijn is ingezet.
Door het opnemen van dit beleidsspoor in de nieuwe sociale structuurvisie, geeft de gemeente aan dat deze
lijn ook de komende tien jaar moet worden doorgezet. De deelnemende organisaties ontlenen hieraan
vertrouwen en zekerheid voor de toekomst.
Bij het beleidsspoor overlast jongeren is gesteld dat het hier niet gaat om risicojongeren zoals bedoeld in
het onderwijs, maar vooral om overlastgevende jongeren in de wijken. Onderkend is dat in en rond het
onderwijs al een behoorlijk ontwikkelde structuur voor opvang en begeleiding is ontstaan (vooral de rol van
KIJ is daarin centraal), maar dat dit voor overlast in de vrije tijd minder het geval is. Het jeugdnetwerk
functioneert in de huidige vorm nog maar een jaar en op de zogenoemde harde kern is nog geen echt
antwoord gevonden. Dat is ook het motief voor dit beleidsspoor; de risicojongeren maken deel uit van het
onderwijskundige spoor. Zowel binnen de hulpverlening als binnen de overlastbestrijding wordt een
verharding van de problematiek geconstateerd.
Het gaat niet zozeer om een groter aantal maar
 om de toegenomen complexiteit van de problemen (o.a. psychiatrisch);
 omvangrijker gebruik van alcohol en drugs en dit beiden op een steeds jongeren leeftijd.
 dat jongeren zich vooral in de vrije tijd in groepen bewegen
 dat de instellingen niet de methoden en de vaardigheden hebben om hierop in te spelen.
(Hier zal de komende jaren een belangrijke slag gemaakt moeten worden).
3
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
 Ook is nog eens uitdrukkelijk het belang van ruimte voor de jeugd – ook buitenruimte –
onderschreven.
 De – te lage – tolerantiegrens van de ouderen moet hierbij aan de orde worden gesteld.
Bij de gebiedsgerichte lijn is ingegaan op wat de gemeente nu eigenlijk bedoeld met community centers of
brede scholen. Is het alleen een inhoudelijk concept, hoe krijgt deze ruimtelijke uitwerking.
Er is toelichting gegeven op levensloop en levensfase bestendige accommodaties en op de functies die er in
kunnen worden ondergebracht. Opgemerkt is dat de gemeente hiermee een grote ambitie uitspreekt, maar
dat de gemeente intussen, in de praktijk, niet op een samenhangende manier hiermee bezig is: ontwikkeling
van brede scholen, wijkwinkels, plannen in het kader van de herstructurering geven het beeld van
afzonderlijke ontwikkelingen door verschillende sectoren en afdelingen.
Het aangekondigde accommodatieplan moet de samenhang en planning voor de toekomst gaan geven.
Opgemerkt is dat er spanning bestaat tussen voorgenomen/uitgestelde bezuinigingen op een aantal
accommodaties én het tijdstip van gereedkomen van dit plan. Gaat de gemeente eerst accommodaties
sluiten die mogelijk later in het accommodatieplan nodig blijken?
4
Notanr:
Onderwerp:
Vervolg
Error! Reference source not found.
Error! Reference source not found.
Verslag deelsessie: Zorgvragers
Voorzitter: Marcel Kossen
Uitgangspuntenbij dit thema:
 Zolang mogelijk zelfstandig blijven
 Preventie voorzieningen voorkomt zwaardere zorgvraag
Uitwerkingsvraagstukken die tijdens deze deelsessie aan de orde zijn gesteld.

Woonzorgservice Cirkels is: Zorg nabij
In samenwerking met organisaties zorg/ welzijn / wonen

Zorgafhankelijken ( term doelgroep nader uitwerken)

Ondersteuning mantelzorger familietrek

Zorgvragers van meet af aan erbij betrekken

Herstructurering is bijzonder aandachtspunt

Flankerend welzijnsbeleid ontwikkelen

Hoe maak je de infrastructuur hanteerbaar?

Bij de ontwikkeling fases inbouwen

Zorgen wooncentrum kleinschalige opzet, steunpunt maken, zoveel mogelijk
de thuissituatie handhaven

Woningen geschikt maken/ dekkende voorzieningen nodig

Geen bejaardenhuis, maar meer in een woonzorg situatie voorzien

80% mantelzorg, is degelijk te organiseren

Investeren in mantelzorg / vrijwillige zorg

Als de gemeente een budget krijgt, hoever kun je als partijen gaan

Ook meenemen de groep jongeren met een verstandelijke handicap.

Niet alle woningen zijn geschikt voor aanpassingen / wijk 3

Hoe kun je deze beschikbaar maken?

Totaalbeeld: samen in gesprek gaan

Steek tijd in alle zorgafhankelijkheid zelf, ga van de persoon uit

Prioriteiten stellen aan woningen

Dienstverlening ontwikkelen aan huis/ ondersteuning mantelzorg

Zorgafhankelijk groep definitieve vorm kan aanbieden en wat andere instelling
kunnen bieden

Zelfstandigheid vergroten

Wat kan er geboden worden?

Keuzevrijheid, beschikbaarheid, bereikbaarheid en betaalbaarheid van
voorzieningen en diensten voor de zorgvragers

Zorg moeten bundelen

Vervoer / WVG / hoe gaat dit?

WMO samen met de gemeente oppakken

Woningcorporaties

Voorzieningenbeleid / helder overkomen naar de mensen

Kijken naar aanbod andere instellingen

Heldere afspraken maken

Verklarende woordenlijst toevoegen.
5
Notanr:
Onderwerp:
Vervolg
Error! Reference source not found.
Error! Reference source not found.
Deelsessie: binden van creatief en economisch potentieel
Voorzitter: Lida Wolters
Inleiding
Via drie sporen wordt gedacht uitwerking te geven aan dit thema. Het integrale arbeidsmarktbeleid valt niet
onder dit thema.
Bedoeling is vanmiddag alleen het ‘wat’ aan de orde te stellen, dus nog niet het ‘hoe’.
Holger Boswijk start met een korte inleiding over het gedachtegoed van Richard Florida. Volgens Florida
heeft een moderne stad om succesvol te zijn een combinatie nodig van technologie, tolerantie en vooral
talent (de 3 T’s). Bedrijven komen vooral af op het in een stad aanwezige talent.
Spoor 1:
Het ontwikkelen van een visie op culturele, educatieve en leisure-voorzieningen, die een bijdrage kunnen
leveren aan het versterken van het culturele en creatieve klimaat in de stad.
Op dit moment ontbreekt een visie. Het is niet duidelijk welke voorzieningen er zijn. Of deze bekend zijn.
Waar zitten de witte vlekken, overlappingen?
Spoor 2:
Het opstellen van een plan op gemaksdiensten, onder andere gebaseerd op ideeën rond dagbesteding en
24-uurs-economie.
Er zijn onvoldoende van dit soort voorzieningen in Deventer. Als oplossing kan je o.a. denken aan kindlinten,
werklinten, inschakelen bedrijven.
Spoor 3:
Het inzetten op extra opleidingsmogelijkheden in Deventer om tot een meer concurrerend potentieel te
komen.
Het beroepsonderwijs staat onder druk in Deventer: Onlangs is MBO-afdeling Techniek verplaatst naar
Apeldoorn. Larenstein gaat zeker weg. Apeldoorn aast op HBO-WO onderwijs. Saxion heeft een grote
vestiging in Enschede. Dit kan ten koste gaan van het MBO-HBO aanbod in Deventer.
Bij deze stelling kan ook gedacht worden aan het verder ontwikkelen van de brede school.
In dit kader is gesproken over wat verstaan zou moeten worden moet worden verstaan onder de regierol van
de gemeente.
Onderwerpen waarover is gesproken
 De deelnemers aan deze deelsessie kunnen zich vinden in de voorgestelde prioritaire thema’s van
de sociale structuurvisie en dus ook met het thema: het binden van creatieve en economisch
potentieel aan de stad.
 Een van de deelnemers bleek in het bezit te zijn van de conceptvisie. Hij was van mening dat het
werkdocument weinig helder geschreven was. Vooral de rol/denkrichting van de overheid moet
duidelijker. Nu zijn er tegenstrijdigheden te vinden. Opgemerkt wordt dat gemeente vaak achter de
ontwikkelingen aanloopt.
 Bezuinigingen zijn vastgesteld. Deze raken de culturele sector en voorzieningen in de wijken. Hoe
kun je de creatieve mensen binden aan deze stad als je culturele voorzieningen wegbezuinigt? Dit
botst met elkaar.
 Ook de wijkaanpak is betrokken geweest bij het ontwikkelen van de sociale structuur visie.
 De door Jos Fleskes gepresenteerde sociale structuurvisie is nog geen kant-en-klaar stuk. in. Er ligt
nu een voorstel gedaan voor prioritaire thema’s. Ook dit stadsgesprek levert verdere input voor de
definitieve versie.
 Creëer eerst een leuke stad en trek daarmee mensen aan in plaats van andersom.
6
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
Je moet beiden tegelijk doen, dus én een leuke stad maken én mensen aantrekken. Wordt nog in
werkdocument worden opgenomen.
 Er is enkele jaren geleden over dit thema door de gemeente met ondernemers gesproken.
De conclusies/discussies van toen moeten ook nu meegenomen worden.
 Dragende groepen in Deventer zijn niet alleen de economisch sterkeren en de creatieve mensen. In
dit kader wordt genoemd de groep allochtone vrouwen in de Rivierenwijk.
 De Rivierenwijk het grootste informele kinderdagverblijf van de stad.
 Een aantal informele groepen kan potentie hebben, bv. de krakers en hangjongeren.
 De rol van sport bij het binden van mensen aan de stad. Sport kan ook een voorbeeldfunctie
hebben. In Deventer zijn helaas geen topsporters waaraan jongeren zich kunnen optrekken. De
schaatssport en ritmische gymnastiek hebben in Deventer echter wel voldoende potentie.
 Naast de regiefunctie zou de gemeente ook de makelaarsfunctie op zich kunnen nemen om de vele
clubjes die in Deventer bestaan in beeld te krijgen. Met deze informatie, die zowel digitaal als op
papier beschikbaar moet komen, kunnen de burgers en de clubs elkaar vinden.
 Creatieve mensen binden kan via het faciliteren van nieuwe initiatieven. De gemeente Deventer zou
daar zwaarder op moeten inzetten met haar subsidiebeleid. Het subsidiebeleid van de gemeente
moet daarom open zijn, niet te controlerend en beperkend.
 Bij het uitvoering geven aan de gemaksdiensten zouden de economisch zwakkeren betrokken
moeten worden. Dit levert werkgelegenheid op.
7
Notanr:
Onderwerp:
Vervolg
Error! Reference source not found.
Error! Reference source not found.
Sociale structuurvisie “De sociale kracht van Deventer”
(Passie voor de mensen)
1. Inleiding
Deventenaren zijn trots op hun stad en hun dorpen. Ze zijn trots op hun historische binnenstad, op de
boekenmarkt, op het sociale en culturele klimaat binnen de stad, en velen vertalen hun trots door een
actieve bijdrage te leveren aan allerhande sociale verbanden en bindingen in de stad. Het gemeentebestuur
waardeert deze bijdrage en onderkent het belang van sociale bindingen. In de Nota Actualisatie Stadsvisie
Deventer behoort het sociale beleid en voorzieningen dan ook tot één van de vijf topprioriteiten van de stad.
Om een verdere uitwerking te geven aan deze topprioriteit, en hiermee recht te doen aan de betrokkenheid
van inwoners, is deze sociale structuurvisie opgesteld. De structuurvisie beoogt invulling te geven aan de
belangrijkste ambities van de gemeente binnen het sociale domein voor de komende tien jaar, en de wijze
waarop gemeente en lokale samenleving binnen het sociale domein met elkaar omgaan.
Als vervolg op deze structuurvisie zal een sociaal programma worden opgesteld. Hierin worden de
prioriteiten in een concreet actieprogramma met meetbare doelen vertaald.
2. Ambitie
De ambitie van de gemeente binnen het sociale domein is om met inwoners en instellingen te bouwen aan
wijken en dorpen waar het prettig leven is.
Drie elementen binnen deze ambitie zijn van centraal belang. In de eerste plaats is dat ‘leefbaarheid’. De
gemeente streeft naar het ontwikkelen van leefbare wijken en dorpen waar inwoners zich thuis voelen en
binding hebben met andere inwoners, en waar een basisvoorzieningenpakket aanwezig is.
Het tweede element is ‘samen bouwen’. De gemeente realiseert zich dat zij niet zelfstandig in staat is de
ambitie van leefbare wijken en dorpen te realiseren. Hiervoor is een actieve bijdrage van burgers en
instellingen noodzakelijk. Mensen moeten het meer en meer samen met elkaar zelf doen. Om ruimte te
geven aan deze actieve bijdrage zal de gemeente haar werkwijze aanpassen.
De derde ambitie is om in lijn met het structuurplan Deventer 2025 te streven naar volwaardige
gedifferentieerde woonmilieus met aandacht voor sociale cohesie met buurtbinding, betrokkenheid,
verantwoordelijkheidsgevoel, levendigheid en veiligheid1.
3. Visie op de uitgangspunten voor het handelen van de gemeente
In de Stadsvisie is gesignaleerd dat door de veranderende maatschappelijke behoeften, demografische
ontwikkelingen en veranderingen in de verhouding tussen gemeente en instellingen er geen goed beeld
meer is van het bereik en de doelmatigheid van de voorzieningen. Er is behoefte aan een samenhangend
1
Onze ambitie leggen we niet neer in een blauwdruk voor een samenleving, maar meer dynamisch in het formuleren van kansen en
bedreigingen.
8
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
kader voor het sociale domein om keuzes te kunnen maken over het nodige en gewenste voorzieningen
niveau.
Om dit kort toe te lichten. De samenleving is de afgelopen decennia in steeds hoger tempo complexer
geworden, sneller, meer gefragmenteerd en meer individualistisch. Veel burgers zijn in deze ontwikkeling
meegegroeid. Dat leidt tot meer mondige en zelfstandige burgers, maar ook tot meer calculerende burgers.
De overheid moet - in termen van voorzieningen - steeds meer maatwerk leveren. De overheid, Rijk en
gemeenten, hebben gepoogd hierop een antwoord te formuleren met een stelsel van beleidsvoorstellen,
regels en projecten maar zijn hierin slechts ten dele geslaagd; beleid is vaak onsamenhangend, regels
worden lang niet altijd gehandhaafd en de projectencarrousel is nauwelijks bestuurbaar. Bij het complexer
worden van maatschappelijke vraagstukken blijkt de overheid niet of nauwelijks meer in staat zelfstandig en
eigenmachtig oplossingen te realiseren. Dit geldt in het bijzonder voor het sociale domein waar regelingen
en projecten over elkaar heen tuimelen.
De andere kant van de medaille is dat de samenleving zelf steeds minder behoefte en aandrang voelt
zelfstandig – zonder overheidsbemoeienis – problemen op te lossen: voor ieder probleem wordt een beroep
op de overheid gedaan.
Deze constateringen hebben dan ook geleid tot een – ondanks nuanceverschillen – breed gewortelde roep
om een overheid die meer verantwoordelijkheid laat bij de samenleving zelf. Een overheid die stuurt op een
volwassen verhouding tussen overheid, instellingen en burgers. Dit vertaalt zich op velerlei terrein: ouders
die weer zelf eerstverantwoordelijke zijn voor de opvoeding van hun kinderen, migranten die in de eerste
plaats zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering, en, als meest recent voorbeeld, burgers met een
zorgbehoefte die onder de in voorbereiding zijnde Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) voor
bepaalde diensten in eerste instantie op zichzelf en hun sociale omgeving zijn aangewezen.
In de veranderende samenleving zijn ook burgers die niet kunnen meekomen. In de ontwikkeling naar meer
eigen verantwoording van de burger, blijft de overheid een taak houden voor burgers die de eigen
verantwoording moeilijk aankunnen.
De gemeente Deventer onderkent deze ontwikkelingen en stelt in haar handelen een aantal uitgangspunten
centraal.
A. Eigen initiatief en verantwoordelijkheid van burgers en instellingen.
Onder voorwaarde dat diegenen die daadwerkelijk steun behoeven, deze steun ook krijgen, hanteert de
gemeente het uitgangspunt dat burgers en instellingen verantwoordelijkheid moeten nemen voor zichzelf
en voor elkaar. De gemeente is niet in staat alle problemen in de lokale samenleving tot op detailniveau
te kennen, laat staan op te lossen. Wel kan de gemeente individuele burgers en de lokale samenleving
zo goed mogelijk in staat stellen (faciliteren) deze verantwoordelijkheid te nemen.
B. Gebruik maken van de ‘kracht van de stad’
Burgers en instellingen zijn sterk betrokken bij het wel en wee van de stad, en blijken ook bereid een
bijdrage te willen leveren aan de stad. Dit is de ‘kracht van Deventer’. Om samen met inwoners en
instellingen te kunnen bouwen aan de stad, moet de gemeente haar handelen aanpassen. Dit betekent
responsief zijn en open oog hebben voor ontwikkelingen en initiatieven in de samenleving, naar buiten
treden en gesprekspartner zijn in de wijken, ruimte geven aan initiatief en experiment. Maatschappelijke
organisaties en burgers uitdagen zaken zelf te regelen.
C. Versterking van de regierol van de gemeente, zowel op beleidsniveau als op uitvoeringsniveau.
Vele maatschappelijke vraagstukken zijn zo complex dat partijen en burgers er op eigen kracht niet
uitkomen. Bij belangrijke maatschappelijke vraagstukken moet de lokale overheid de regie nemen. De
gemeente heeft immers als democratisch gekozen orgaan een specifieke taak om deelbelangen samen
9
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
te smeden tot een algemeen belang. Soms is dat in detail in wet en regelgeving vastgelegd.
Tegenwoordig is vaker alleen vastgelegd dat de gemeente de verantwoordelijke bestuurslaag is voor het
oplossen van problemen. Dat vraagt om een andere gemeentelijke rol, die van regisseur. Dat betekent
inzicht in het probleem; een duidelijke visie ontwikkelen en samen met anderen een oplossing kiezen en
realiseren. De gemeente brengt partijen bij elkaar, slaat bruggen, en bevordert dat de bijdrage van
partners op eenzelfde doel gericht zijn. Op uitvoeringsniveau betekent het dat de gemeente ruimte laat
aan uitvoerders, maar wel aanspreekt op resultaat en handelt als dingen mislopen.
Beleidsregie bij strategische vraagstukken is niet voldoende in veel gevallen. In de sociale pijler is op
papier veel geregeld, maar in de praktijk blijken burgers het anders te ervaren.
Deventer heeft al meer dan tien jaar een succesvolle Wijkaanpak, waarin wijkplannen worden gemaakt
met en door burgers die daadwerkelijk worden uitgevoerd. Waarin de burgers worden gefaciliteerd,
bestuurlijk (met wijkwethouders), organisatorisch (wijkambtenaren) en financieel (wijkbudgetten). Deze
manier van werken werkt aan het oplossen van problemen dicht bij de burger. Maar deze aanpak werkt
nog onvoldoende door in het gemeentelijke apparaat om tot structurele verandering in de werkwijze te
komen. Er moet meer programmatisch en gebiedsgericht gewerkt gaan worden. En de gemeente zal,
verantwoordelijk voor het sociale domein, ook in gevallen anders te werk gaan. Met ambtenaren die
dichter bij de frontlinie, in contact met burgers en uitvoerders, de uitvoering gaan regisseren, om
concrete problemen aan te pakken.
D. Minder beleid, meer doen
In lijn met de vorige ontwikkeling is de tijd voorbij van problemen oplossen door er een nota over te
schrijven. We moeten toe naar minder papier en gewoon burgers helpen met het oplossen van sociale
problemen, zonder daarbij de eigen verantwoordelijkheid van burgers en uitvoerders uit hun handen te
nemen. We steken in op het oplossen van problemen, zonder daarbij te vergeten dat het om moeilijke
problemen gaat waarbij de steun van andere pijlers hard nodig is. Dat betekent kiezen voor een
werkwijze die dichter aansluit op de dagelijkse zaken van de burger, waarbij we gebruik maken van de
ervaring uit de Deventer wijkaanpak. Dat betekent integraal samenwerken met de andere pijlers. Deze
benadering vraagt minder ambtenaren die zich bezig houden met het schrijven van beleidsnota’s en
meer ambtenaren die bezig zijn met regievoering, met het managen van de uitvoering en die
gezaghebbend kunnen optreden in het netwerk van externe partners. Dat is te zien in de wijze waarop
we de thema’s aanpakken, namelijk door het aanstellen van programmamanagers.
4. Prioritaire thema’s
4.1.
Inleiding
Om meer richting te geven aan de inzet van per definitie beperkte capaciteit en middelen is een aantal
prioritaire thema’s benoemd voor de (middel-)lange termijn. Het benoemen van prioritaire thema’s betekent
niet dat er geen plaats meer is voor andere activiteiten; wel betekent het dat indien er keuzes moeten
worden gemaakt, de in de structuurvisie geformuleerde uitgangspunten en prioritaire thema’s leidend zijn.
De volgende thema’s worden onderscheiden
1.
2.
3.
4.
5.
jeugd en onderwijs
binden van het economisch en creatief potentieel aan Deventer
zorgvragers (ouderen, gehandicapten, etc) in stad en dorp
samenhang in voorzieningen met de ruimtelijke, economische en veiligheidspijler
bevorderen van sociaal burgerschap
10
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
Tussen de genoemde thema’s bestaat een onderscheid. De eerste drie zijn beleidsmatige thema’s, gericht
op specifieke beleidsterreinen en specifieke doelgroepen. De laatste twee thema’s daarentegen, zijn meer
overkoepelend; feitelijk vormen zij voorwaarden om de overige drie thema’s te realiseren. Schematisch
kunnen de thema’s als volgt worden gepresenteerd.
Samenhang in voorzieningen met ruimtelijke, economische en veiligheidspijler
(bijv. sociale inzet bij herstructurering)
Jeugd en
onderwijs
Binden
economisch /
creatief
potentieel
Zorgvragers
Voordat we de diverse thema’s kort nader beschrijven,
moeten we een wellicht overbodige opmerking vooraf
Sociaal Burgerschap
maken. De keuze voor deze drie thema’s betekent niet dat aan andere zaken geen aandacht meer wordt
besteed. Het betekent wel dat we in die zaken de komende jaren minder extra investeren.
En waar kiezen we dan bijvoorbeeld minder voor? Om een paar voorbeelden te noemen. Integratie is een
belangrijk maatschappelijk thema. Deventer heeft daar een uitgebreide aanpak voor: van inburgering tot
aandacht voor werkgelegenheid onder allochtonen. Maar Deventer heeft met 12% (niet-westerse)
allochtonen in vergelijking met andere steden die onder het grotestedenbeleid vallen een relatief gemiddeld
aantal allochtonen (het gemiddelde van de G-30 bedraagt ca.14%; worden de G4 – Amsterdam, Rotterdam,
Den Haag, Utrecht - uitgesloten, dan bedraagt het gemiddelde van de G-26 ca. 11,7%)2 en heeft geen acute
problemen zoals Rotterdam. De maatschappelijke opvang heeft de afgelopen jaren veel aandacht gekregen.
Vrij recent is de capaciteit uitgebreid. Kortom de niet als prioriteit genoemde zaken zullen in de komende
jaren zeker worden voortgezet, maar slechts als onderdeel van de genoemde prioritaire thema’s. Terug naar
de prioritaire thema’s.
4.2.
Jeugd en onderwijs
Jeugdigen vormen een belangrijk deel van de totale bevolking in Deventer, en dit zal in de nabije toekomst
ook nog zo zijn. Ruim 31% van de Deventer inwoners is jonger dan 25 jaar. In Nederland ligt dat percentage
op ca. 30,5.
De kracht van onze jeugd steunt op goed onderwijs. In een vergelijking tussen de 26 middelgrote gemeenten
die deel uitmaken van het Grote Steden Beleid scoort Deventer in de middenmoot wat betreft
opleidingsniveau van de bevolking. Op basis van de indicator ‘percentage laagopgeleiden’ stond Deventer
op plaats 10 in 2004 (13 in 2003) 3. Het beleid van de gemeente is er dan ook op gericht, dat iedere jongere
een startkwalificatie behaalt4. Verder scoort Deventer relatief laag op het aandeel hoogopgeleiden onder de
beroepsbevolking (plaats 15 in 2003).5 En daar ligt een uitdaging.
2
CBS, Statline. Gegevens voor 2003.
Nyfer, Atlas voor gemeenten 2003. Atlas voor gemeenten 2004.
4
Deventer kende in het schooljaar 2002-2003 ongeveer 478 jongeren die voordat zij een startkwalificatie hadden, het onderwijs
verlieten. Het overgrote deel van deze groep werd door de inspanningen van de leerplicht/RMC-functie weer naar school of naar werk
geleid. De groep jongeren dat het risico loopt op voortijdig schoolverlaten is echter groter. Alhoewel niet 100% sluitend, kan veelvuldig
verzuim gezien worden als een indicator voor een dergelijk risico. In het schooljaar 2002-2003 lag het aantal meldingen van veelvuldig
verzuim (= signaal verzuim) op 159. Doordat niet alle verzuim wordt gemeld dan wel geregistreerd, bestaat er geen volledig inzicht in de
3
11
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
Wij gaan niet over de inhoud van het onderwijs, maar kunnen wel bijdragen aan kansen voor goed onderwijs
door in de keten van peuter tot jongvolwassene te faciliteren met extra programma’s, ontwikkelen van
passende accommodaties, bevorderen van samenwerking tussen instellingen en preventief en corrigerend
op te treden bij jongeren die hun kans niet pakken (‘risicojongeren). Een belangrijke opmerking daarbij. Het
versterken van de keten betekent niet het aansturen op grootschalige onderwijs instellingen. We willen
herkenbare instellingen met een schaal waarbij leerlingen elkaar kennen.
De jongeren van nu, zijn de jonge gezinnen van de toekomst. Het transformeren van wijken in het kader van
de herstructureringsopgave tot wijken die weer aantrekkelijk zijn voor gezinnen (opgroeiwijken) past bij deze
visie. Dat vraagt bijvoorbeeld om een investering in wijkvoorzieningencentra (brede school + ) en verdere
uitwerking van het kinderbeleid.
We zijn allemaal jong geweest. En toen deden we dingen die we als volwassenen minder doen. De
gemeente sluit niet de ogen voor de problematiek van overlastgevende jongeren. Ook daar moet de burger
direct bij worden geholpen. Het is echter niet alleen een probleem van jongeren; ook tolerantie onder
volwassenen speelt een rol. In Deventer hoort – zowel binnen als buiten - ruimte te zijn voor jongeren.
Deze sporen zijn terug te vinden in de huidige nota Jeugdbeleid. De uitgangspunten van de nota zijn prima,
met een duidelijke verantwoordelijkheidsverdeling tussen burger en gemeente. Zaak is om nu de slag naar
realisatie te maken.
We stellen de volgende sporen voor:
Inzet
1. We zetten in op een onderwijskundige lijn om de kans op goed onderwijs aan jonge Deventenaren te
vergroten. Dus het versterken van de bestaande keten van de voor-en vroegschoolse educatie tot
en met voortgezet onderwijs en Middelbaar Beroepsonderwijs; van de eerste VVE-toets tot de
startkwalificatie. Essentieel hierbij zijn preventie en vroegtijdige signalering van problemen en nietverkokerde samenwerking in de keten van instellingen die zich bezig houden met jongeren in de
leeftijd van 0 tot 23 jaar (Stedelijke netwerk 0-23). Een concrete stap is om de netwerken rond
leerplicht en RMC te versterken met het invoeren van klantmanagement.
2. We maken een plan voor de gebiedsgerichte lijn. De school moet worden ingebed in de buurt en
wijk, zodat het een multifunctionele accommodatie wordt, waarin naast onderwijs andere functies
zijn te vinden, zoals kinderopvang, peuterspeelzaal, zorg, naschoolse opvang, naschools jeugdwerk
(creativiteit, sport etc), etc. Dan ontstaat een wijkvoorzieningencentrum.
3. Er komt een spoor voor de extra inzet op overlastgevende jongeren, van de jeugdnetwerken per
buurt (politie, opbouwwerk, jongerenwerk) en de beoogde stedelijk aanpak van de harde kern, maar
ook van het accommodatiebeleid voor jongeren. Verder moet worden gewerkt aan een beter contact
tussen generaties en de tolerantie onder volwassenen. Dit is het derde spoor van het thema jeugd.
Ruimtelijke/economische/veiligheid bijdrage
Bij de ruimtelijke ontwikkeling van herstructureringsgebieden en nieuwbouwprogramma’s wordt ruimte
geboden aan ‘brede school’-concepten / wijkvoorzieningencentra en fysieke ruimte vrijgemaakt voor
ontmoeting van jongeren in de openbare ruimte.
Bestuurlijke bijdrage
Met uitvoerende instellingen wordt een gezamenlijke aanpak van overlastgevende jongeren ontwikkeld.
Ditzelfde geldt voor risicojongeren binnen het onderwijs. De gemeente neemt hierbij nadrukkelijk de regierol
op bestuurlijk en uitvoeringsniveau. Daarbij kiezen we voor gebiedsgericht en programmatisch werken.
totale omvang van de problematiek. Daarnaast is er een groep jongeren die weliswaar niet (veelvuldig) verzuimd, maar toch het risico
loopt het onderwijs voortijdig of zonder startkwalificatie te verlaten. Deze groep risicojongeren wordt (nog) niet geregistreerd.
5
Nyfer, Atlas voor gemeenten 2003.
12
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
4.3.
Binden van het economisch en creatief6 potentieel aan Deventer
In een vergelijking tussen de 26 middelgrote gemeenten die deel uitmaken van het Grote Steden Beleid7
scoort Deventer relatief goed ten aanzien van de sociaal-economische index (plaats 7 van de G-26 in 2003;
plaats 9 in 2004). Van relatief negatieve invloed op deze index is de score op de indicator werkloosheid
(plaats 16 in 2004) en arbeidsongeschiktheid (eveneens plaats 16 in 2004). Deze negatieve invloed is
overigens relatief: Qua werkloosheid scoort Deventer licht boven het gemiddelde van de G-26
(werkloosheidspercentage 4,7% t.o.v. 4,5%) en qua arbeidsongeschiktheid licht onder het gemiddelde van
de G-26 (14,4% t.o.v. 14,8%).8
Om de sociaal-economische kracht van de stad te versterken, kiest Deventer voor het binden van
economisch sterkere en creatieve groepen aan de stad. In een vergelijking tussen de 50 grootste
gemeenten9 scoort Deventer onder het gemiddelde op de indicator ‘aandeel van de creatieve klasse binnen
de beroepsbevolking’ (19,5% ten opzichte van een gemiddelde van 22,1% in de 50 grootste gemeenten), en
zal dus acties moeten ontwikkelen om een grotere groep aan Deventer te binden.
Economisch sterkere en creatieve groepen vergroten echter niet slechts de sociaal-economische kracht van
een stad; zij leveren ook een bijdrage aan het sociale en culturele klimaat en kunnen door hun
bestedingsruimte voorzieningen in stand houden. Hiermee leveren zij een bijdrage aan de sociale kwaliteit
van de stad. Tegelijkertijd vraagt het binden van deze groepen aan de stad onder andere om een goed
sociaal en cultureel klimaat en de aanwezigheid van voorzieningen. Er is sprake van wederzijdse
versterking.
In het bijzonder gaat aandacht uit naar wat de spitsuurgezinnen wordt genoemd. Tweeverdieners met kleine
kinderen. Deze burgers hebben het druk en als gemeente valt er veel te verdienen als de stad een passend
aanbod weet te organiseren zodat deze categorie in Deventer blijft.
De kracht van de stad gaat verder dan het behouden en aantrekken van de economisch sterken. Er valt veel
te winnen als het lukt om anderen tot betere opleiding en betaald werk te krijgen. De gemeente zal zich sterk
maken voor een meer gevarieerd aanbod van opleidingen en het verhogen van het aantal arbeidsplaatsen.
Inzet
Het binden van economisch sterkere groepen en creatieve groepen aan Deventer wordt langs de volgende
sporen bereikt.
1. Het ontwikkelen van een visie op culturele, educatieve en leisure-voorzieningen, die een bijdrage
kunnen leveren aan het versterken van het culturele en creatieve klimaat in de stad.
2. Het opstellen van een plan op ‘gemaksdiensten’, onder andere gebaseerd op ideeën rond dagbesteding.
3. Het inzetten op extra opleidingsmogelijkheden in Deventer, zodat een gevarieerder aanbod ontstaat 10.
Ruimtelijke/economische/veiligheid bijdrage
Bij de ruimtelijke ontwikkeling wordt ruimte geboden aan clustering van culturele en leisure-voorzieningen11
en gemaksdiensten. Bij het ontwikkelen van de visie op culturele, educatieve en leisure-voorzieningen wordt
de economische sector betrokken. Na vaststelling van de visie wordt vanuit deze sector eventueel een
bijdrage geleverd door de acquisitie van aansprekende voorzieningen.
Creatieve en innovatieve beroepen als aandeel van de totale beroepsbevolking, o.a. wetenschappers, onderzoekers, ICT’ers,
achitecten, tv-makers, journalisten, modeontwerpers, musici
7
Nyfer, Atlas voor gemeenten 2003. Atlas voor gemeenten 2004.
8
CBS, Statline. Gegevens per 31 december 2002.
9
Atlas voor gemeenten 2004.
10 We herhalen, Deventer scoort laag op het aandeel hoogopgeleiden onder de beroepsbevolking.
11
Vrije tijds-voorzieningen, waaronder sport.
6
13
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
Bestuurlijke bijdrage
Afhankelijk van noodzakelijke aanvullingen in het voorzieningenniveau op het gebied van cultuur, educatie of
leisure, leveren bestuurders een bijdrage aan de acquisitie van dergelijke voorzieningen. Verder actieve
bijdrage door betrokken wethouders aan (werkgevers-)netwerken.
4.4.
Zorgvragers in wijk en dorp
Een belangrijke trend in de Nederlandse samenleving is die van de vergrijzing. Alhoewel in Deventer deze
trend pas vanaf ca. 2010 manifest zal gaan worden, is er een aantal redenen om reeds op korte termijn van
start te gaan met het ontwikkelen van activiteiten binnen het thema ‘Wonen, zorg en welzijn’.
In de eerste plaats is op rijksniveau de nieuwe Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) in
voorbereiding. In deze wet worden de Wet Voorziening Gehandicapten (WVG), de Welzijnswet en delen van
de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) en Ziekenfondswet samengevoegd en vindt bovendien
een belangrijke decentralisatie naar gemeenten plaats. Door deze decentralisatie groeien enerzijds de
gemeentelijke mogelijkheden om lokaal, integraal beleid te ontwikkelen op het gebied van wonen, zorg en
welzijn voor inwoners met een zorgbehoefte, anderzijds worden gemeenten geconfronteerd met een
omvangrijk financieel risico. Om dit risico te beheersen, dienen gemeenten een aantal keuzes te maken,
vooral rond de vraag hoe de eigen verantwoordelijkheid van burgers wordt ingevuld. Alhoewel de nieuwe
wet zich richt op alle burgers met een zorgbehoefte, maken ouderen een belangrijk deel uit van deze groep.
Uitgangspunt daarbij is het klantperspectief: keuzevrijheid, beschikbaarheid en betaalbaarheid van
voorzieningen en diensten.
In de tweede plaats is van belang dat een aantal potentiële activiteiten binnen dit thema – vooral ruimtelijkfysieke ingrepen zoals het bouwen van levensloopbestendige woningen - ingrepen zijn die een lange
realisatietermijn met zich meebrengen. Daarnaast doet zich in het kader van de herstructureringsopgave een
aantal concrete kansen voor.
Inzet
Kern van de gemeentelijke visie is dat ouderen en gehandicapten de gelegenheid krijgen zo lang mogelijk
zelfstandig te blijven wonen, bij voorkeur in hun vertrouwde omgeving. Hierbij kunnen zij zorg en diensten
aan huis, of dichtbij huis krijgen.
Deze visie wordt via een aantal sporen vormgegeven:
1. Uitvoeringsplan voor het creëren van woonzorgzones .
Een woonzorg zone is een cirkel in een deel van de stad waarin verschillende niveaus van zorg worden
aangeboden. In het centrum van de cirkel liggen de meeste geschikte woningen voor zorgvragers en is
een hoog voorzieningenniveau voor handen; verder naar de randen van de stad kan zorg alleen tot een
bepaald niveau worden aangeboden. Over het voorzieningenniveau en de plaats van voorzieningen
binnen de cirkels van een zone wordt op korte termijn in samenspraak met partners een stadsbrede visie
ontwikkeld.
2. Ontwikkelen van een plan voor woonzorg servicepunten. Dit gaat om de zorg die aangeboden wordt
binnen een woonzorg zone. Gekeken moet worden welke functies en welke intensiteit van functies wordt
gecreëerd. Ook de aansluiting met de wijkwinkels wordt verkend.
3. Ontwikkelen van bruikbare zorg en ander sociale kengetallen die de ruimtelijke sector ondersteunt bij de
planologische besluitvorming
4. Ontwikkelen van een uitvoeringsplan op flankerend welzijnsbeleid en op gebruik van nieuwe diensten
die onder de gemeentelijke verantwoording vallen (zoals huishoudelijke verzorging en vormen van
begeleiding die uit de AWBZ naar gemeenten komen)
5. Ontwikkelen van een integrale visie op voorzieningen en diensten rond zorg en welzijn en het maken
van financiële risicoanalyses, zodat beheersbaarheid van het omvangrijke WMO budget ontstaat.
14
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
Om de doelstellingen te realiseren, wordt de uitvoering van de visie via een programmatische aanpak
gestuurd, en zal een programmamanager worden aangesteld.
Daarnaast worden in wijk 4 minimaal twee pilotprojecten gestart. Eén project is gericht op het uitwerken van
een woonzorg zone, en één op het ontwikkelen van een samenwerkingsmodel.
Ruimtelijke /economische/veiligheid bijdrage
Bij de ruimtelijke ontwikkeling van herstructureringsgebieden en nieuwbouwprogramma’s wordt de
gemeentelijke visie op wonen, zorg en welzijn integraal betrokken. Onder meer betekent dit
- Nieuwbouw en aanpassing van de bestaande voorraad.
Over de hele stad zal een aanzienlijk deel van de nieuwbouwvoorraad geschikt moeten zijn voor
inwoners met een zorgbehoefte. Daarnaast worden aanpassingen gepleegd in de bestaande voorraad.
- Visie ontwikkelen op levensloopbestendig bouwen12.
- Afbouwen van het aantal intramurale plaatsen; dit in relatie tot de ontwikkeling naar meer
levensloopbestendig bouwen.
Bestuurlijke bijdrage
Om dit thema te realiseren wordt een ‘consortium’ gevormd met de belangrijkste partners op het terrein van
wonen, zorg en welzijn. De gemeente is vertegenwoordigd op bestuurlijk niveau. Binnen het consortium
wordt gestreefd naar een raamovereenkomst waarin afspraken worden gemaakt over een gezamenlijke
aanpak voor de noodzakelijke investeringen voor de komende jaren.
4.5.
Samenhang met de ruimtelijke, economische en veiligheidspijler
In de stadsvisie staat dat Deventer streeft naar: ”een evenwicht tussen de fysiekruimtelijk en economische
en de sociale en culturele ontwikkeling van de stad”. In Deventer is in een aantal wijken sprake van
eenzijdige samenstelling van bevolking. De gemeente wil wijken gemêleerder maken (met homogene
buurten). Dit betekent een ontwikkeling in te zetten tot bevordering van diverse woningcategorieën in
wijken en sociale woningbouw in inbreiding- én uitbreidingswijken. Daarnaast dient vanuit de sociale pijler
een sociale visie te worden ontwikkeld op deze wijken; deze visie dient te worden vertaald in bruikbare
kengetallen en voorzieningen en accommodaties waar bij de ruimtelijke ontwikkeling rekening mee kan
worden gehouden.
Inzet
Het formuleren van de ‘ruimtelijke behoefte’ vanuit de sociale pijler om een bijdrage te kunnen leveren aan
het transformeren van de herstructureringswijken tot wijken die weer aantrekkelijk zijn voor ouderen (zorg op
maat) en gezinnen (opgroeiwijk) en het beperken van de tweedeling tussen bevolkingsgroepen door
eenzijdig samengestelde wijken.
De inzet wordt via een aantal sporen gerealiseerd.
1. Het opstellen van een visie op de ontwikkeling van voorzieningen en accommodaties (voorzieningen- en
accommodatieplan) voor de (middel-)lange termijn, waarin (demografische) trends en vraagpatronen
planmatig zijn vertaald in voorzieningen en accommodaties en bijbehorende kengetallen 13.
2. Het ontwikkelen van accommodaties die flexibel (aanpasbaar) zijn en meerdere functies (kunnen)
huisvesten. Functies behorend bij een bepaalde levensstijl of levensfase worden zoveel als mogelijk
binnen accommodaties of zones geclusterd. Voorbeelden zijn het clusteren van onderwijs en
gemaksdiensten (brede school), clusteren van zorgvoorzieningen binnen zorgzones, clusteren van
voorzieningen in wijkwinkels of wijkservicepunten en clustering van culturele voorzieningen.
12
Levensloopbestendig bouwen : woningen die makkelijk aangepast kunnen worden aan de veranderende woonbehoeften in de
verschillende levensfasen.
13
Inmiddels zijn enkele van de G-30 steden actief met het maken van dergelijke voorzieningen- en accommodatienota’s voor de sociale
domein. Deventer kan gebruik maken van deze eerste exercities.
15
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
3. Zorgdragen voor een goede kwaliteit van de openbare ruimte (schoon, heel en veilig) en het formuleren
van voorwaarden voor een zodanige inrichting van die ruimte dat mogelijkheden worden geboden voor
ontmoeting zonder overlast voor anderen
Ruimtelijke /economische/veiligheid bijdrage
Bij de ruimtelijke ontwikkeling van herstructureringsgebieden en nieuwbouwprogramma’s worden de
gemeentelijke visie op ontwikkeling van voorzieningen en de voorwaarden voor de inrichting van de
openbare ruimte integraal betrokken. Ook wordt in bestaande wijken uitbreiding van woningen voor hogere
inkomensgroepen nagestreefd en in uitbreidingsgebieden voor lagere inkomensgroepen.
In het woningbouwprogramma wordt gekeken naar de effecten op stedelijke economische dynamiek.
Bestuurlijke bijdrage
Daar waar nodig wordt bestuurlijk overleg gepleegd om clustering van functies binnen multifunctionele
accommodaties of zones te realiseren. De gemeente versterkt de regie op de vorming en het beheer van
dergelijke accommodaties of zones.
4.6.
Sociaal Burgerschap
Het begrip ‘burgerschap’ kent vele definities. In Deventer verstaan we er burgers onder:
a. die verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en voor elkaar, en die verdraagzaam zijn, en;
b. burgers die een actieve bijdrage leveren aan de sociale (en ruimtelijke) kwaliteit van hun woonomgeving
en stad (‘participatie’)
Deze visie sluit aan op de eerder genoemde inzichten dat de overheid niet in staat is complexe
maatschappelijke vraagstukken zelfstandig en eigenmachtig op te lossen. Een bijdrage van inwoners is
noodzakelijk. En dat weten we ook. Deventer loopt immers voorop bij het betrekken van haar burgers via de
Deventer Wijkaanpak, met de wijkteams, wijkwethouders en wijkbudgetten. De burgers zijn daar ook
tevreden over14. Uit het rapport blijkt echter dat waar het gaat om grootschaliger of wijkoverstijgende
onderwerpen, men het gevoel heeft geen invloed te hebben en dat sommige activiteiten van het
wijkprogramma traag worden uitgevoerd. Mede op basis van het collegeprogramma 2002-2006 is intussen
ingezet op een zwaardere rol van de wijkwethouder en op een gemeentebrede aanpak van signalen die in
meerdere wijken leven (stedelijke thema’s).
Een tweede lijn is het versterken van het onderlinge contact tussen burgers. De gemeente pretendeert niet
om moraal ridder te spelen en te vinden dat iedereen met iedereen het gezellig moet hebben. Maar in wijk
en dorp moeten mensen elkaar kunnen verstaan en problemen met elkaar bespreekbaar maken, zonder
daar direct de gemeente voor in te schakelen. Deventer heeft verschillende instellingen die het sociale
verband tussen burgers kunnen stimuleren.
Een derde lijn is het verantwoording nemen voor medeburgers. De zorg voor elkaar staat in Nederland onder
druk. De mantelzorg loopt terug en het traditionele vrijwilligerswerk kalft af. Met de komst van de Wet
Maatschappelijke Ondersteuning legt het Rijk de verantwoordelijkheid voor het ontstaan van
maatschappelijke ondersteuning binnen een lokale gemeenschap bij de gemeenten. Dat gaat niet vanzelf.
Daar moet op geïnvesteerd worden.
Een vierde lijn is het betrekken van inactieve burgers en waar mogelijk ze inschakelen op de reguliere
arbeidsmarkt. Werk is immers een belangrijke voorwaarde voor sociaal burgerschap, net zoals het
inburgeren in de samenleving. De gemeente heeft met de komst van de Wet Werk en Bijstand een kans en
risico in huis gehaald. Het financiële risico is duidelijk. De kans is om een lokaal arbeidsmarktbeleid te
14
Zie het onderzoeksrapport ”Kritisch en bevlogen, bewoners over de Deventer Wijkaanpak”.
16
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
ontwikkelen dat veel meer rendement geeft dan het door het Rijk georganiseerde systeem. Zo een lokaal
arbeidsmarktbeleid kent naast traditionele bouwstenen zoals analyse van het uitkeringenbestand, faseindeling, inkopen van reïntegratietrajecten en een planning en beheer systeem, zeker andere elementen
zoals integrale samenwerking met scholing (taal, beroepsopleidingen) en vooral korte lijnen naar de
werkgevers toe. Evenzeer past in deze aanpak om niet alleen naar uitstroom naar reguliere banen te kijken,
maar burgers met grote afstand tot betaald werk in te zetten op maatschappelijke zinvol werk. Er kan een
koppeling worden gelegd met bijvoorbeeld de topprioriteit openbare ruimte, door het inzetten van mensen
voor het verbeteren van de kwaliteit van de openbare ruimte. Ook zijn hier mogelijkheden op het terrein van
wonen, welzijn en zorg. De workfirst benadering biedt hier een opening.
Inzet
Een krachtiger sociaal burgerschap wordt via een aantal sporen gerealiseerd.
1. De gemeente vertaalt de kracht van de wijkaanpak door naar het eigen apparaat om sneller te kunnen
handelen (boter bij de vis) en sommige meer stedelijke onderwerpen wijkgericht te kunnen aanpakken.
Wijzigingen binnen de organisatie zijn hierbij niet uitgesloten.
2. De gemeente bevordert dat (uitvoerende) instellingen hun prioriteit leggen bij ontmoeting, vroegtijdig
signaleren en preventie, en zelfredzaamheid. Om het sociale verband tussen burgers te bevorderen.
3. De gemeente organiseert en faciliteert mantelzorg en vrijwilligerswerk om de kosten van de
ondersteuning aan ouderen en andere hulpbehoevenden betaalbaar te krijgen.
4. Uitwerken integraal arbeidsmarktbeleid met bouwstenen, zoals korte lijnen werkgevers, creëren
maatschappelijk zinvol werk, bijvoorbeeld via work first benadering, en samenwerking opleiding/scholing,
taal en zorg.
Ruimtelijke /economische/veiligheid bijdrage
De inzet van de WWB moet gekoppeld worden aan de wijkaanpak om meer zinvol werk, op terrein van
schoon, heel veilig en zorgzaam in de wijk te creëren.
Bestuurlijke bijdrage
Bestuurders vervullen een voorbeeldfunctie in contact met de wijken en dorpen.
17
Notanr:
Onderwerp:
Jaar
Agendapunt
Voorstelnr.
Sector
:
:
:
:
Vervolg
Error! Reference source not found.
Error! Reference source not found.
2004
Deventer,
Sociale Structuurvisie “De sociale kracht van Deventer”
04.17412
Welzijn, Cultuur en Onderwijs
Onderwerp
Sociale Structuurvisie “De sociale kracht van Deventer”
Voorstel
De sociale structuurvisie “De sociale kracht van Deventer” vast stellen.
Overwegingen
Op 21 maart 2004 heeft uw raad de Stadsvisie Deventer, Naar een nieuw evenwicht, vastgesteld. Eén van
de vijf topprioriteiten uit deze visie is: Sociaal beleid en voorzieningen.
In de stadsvisie is t.a.v. het sociaal beleid en voorzieningen gesteld dat prioriteit moet worden gegeven aan
het opstellen van een samenhangende, lange termijn visie op het sociale beleid. De visie moet aangeven
welke maatschappelijke doelen en effecten de gemeente Deventer wil bereiken, wat op hoofdlijnen de
richting en de samenhang is van het sociale beleid en op welke (integrale) manier het beleid wordt
uitgevoerd. De visie moet eind 2004 gereed zijn.
In het concept van de sociale structuurvisie is de ambitie neergelegd om met de inwoners en instellingen te
bouwen aan wijken en dorpen waar het prettig leven is. Binnen deze ambitie staan drie elementen centraal,
te weten ‘leefbare wijken en dorpen’ waar bewoners zich thuis voelen en binding ervaren, waar een
basisvoorzieningenpakket aanwezig is; ‘samen bouwen’, de gemeente vraagt een actieve bijdrage van
burgers en instellingen, en ’volwaardige woonmilieus’, met aandacht voor sociale cohesie en buurtbinding.
De ambitie leidt tot enkele uitgangspunten voor het handelen van de gemeente, te weten: ‘ruimte geven aan
eigen initiatief en verantwoordelijkheid van burgers en instellingen’, ‘gebruik maken van de kracht van de
stad’ en ‘versterking van de regierol van de gemeente, zowel op beleidsniveau als op uitvoeringsniveau’.
Om richting te geven aan de inzet van beperkte capaciteit en middelen zijn – op basis van demografische en
maatschappelijke trends – vijf prioritaire thema’s benoemd voor de (middel-)lange termijn. Het benoemen
van prioritaire thema’s betekent niet dat er geen plaats meer is voor andere activiteiten; wel betekent het dat
indien er keuzen moeten worden gemaakt, de in de structuurvisie geformuleerde uitgangspunten en
prioritaire thema’s leidend zijn.
De prioritaire thema’s zijn:
1. Jeugd en onderwijs;
2. Binden van economisch en creatief potentieel aan Deventer;
3. Zorgvragers (ouderen, gehandicapten etc) in stad en dorp;
4. Samenhang in voorzieningen met de ruimtelijke, economisch en veiligheidspijler;
5. Bevorderen sociaal burgerschap.
Tussen de genoemde thema’s bestaat een onderscheid. De eerste drie zijn inhoudelijke thema’s, gericht op
specifieke beleidsterreinen en doelgroepen. De laatste twee thema’s echter zijn meer flankerend; feitelijk
vormen zij de voorwaarden om de overige thema’s te realiseren.
Het concept van de sociale structuurvisie “De sociale kracht van Deventer” is voorbereid door een ambtelijk
kernteam en betrokken portefeuillehouders. Het concept is vervolgens verder ontwikkeld tijdens een aantal
18
Vervolg
Notanr:
Error! Reference source not found.
Onderwerp:
Error! Reference source not found.
interactieve weginggesprekken met de commissie SCE, het topmanagement, het college van B&W en een
aantal instellingen. Tenslotte is op 7 juli 2004 een Stadsgesprek gehouden voor de instellingen en
vertegenwoordigers van de wijkteams. Tijdens de opeenvolgende bijeenkomsten is de keuze voor de vijf
prioritaire thema’s steeds ondersteund, het concept is steeds verder ontwikkeld, verfijnd en aangescherpt.
Na de vaststelling van de sociale structuurvisie wordt het sociaal programma opgesteld. Het programma
wordt opgesteld aan de hand van de drie inhoudelijke thema’s. De flankerende thema’s worden in
samenhang met de inhoudelijk thema’s uitgewerkt (m.u.v. enkele aparte aandachtspunten, o.a. het
accommodatieplan).
Het programma zal bestaan uit een uitwerking van de thema’s en sporen in concrete meetbare activiteiten,
een (meerjarige) planning, de interne en externe organisatie en de kosten. Het streven is er op gericht om in
november 2004 een eerste concept gereed te hebben.
Burgemeester en wethouders van Deventer,
de secretaris, de burgemeester,
mr. Th. Bakhuizen
drs. J. van Lidth de Jeude
19
Download