Monitoraatsoefening 1: beschrijvende statistiek

advertisement
Monitoraatsoefening 1: beschrijvende statistiek
Oefening 1:
Onderstaande tabel geeft het aantal daders van diefstal met geweld weer per leeftijdsgroep
die zijn geregistreerd bij de politie in Frankrijk. Bereken voor elke leeftijdsgroep het aantal
daders per duizend inwoners (= rate per 1000):
Leeftijd
Aantal daders
Totale
populatie
14-18
79 961
6 892 570
19-25
87 348
6 687 150
26-37
89 122
8 397690
38-45
14 771
9 931 470
46–59
35 280
15 886 660
60-68
67 790
28 916 140
69 en meer
12 120
18 578 530
1
Oefening 2:
Aan 75 gedetineerden werd gevraagd hoeveel misdrijven ze gedurende hun hele leven
hebben gepleegd. Hieronder vind je het overzicht. Maak van onderstaande gegevens een
gegroepeerde frequentieverdeling met inbegrip van frequenties, midden, proporties,
percentages, cumulatieve frequenties, cumulatieve proporties en cumulatieve percentages.
22
13
24
15
17
30
16
27
17
12
14
12
13
18
21
27
19
18
25
18
19
11
30
30
11
28
23
14
35
28
13
26
22
21
8
20
15
39
15
17
24
16
26
31
26
25
24
23
6
31
32
29
38
36
15
16
12
34
12
34
12
33
35
34
20
21
11
37
43
7
21
20
19
35
11
2
Oefening 3:
Geef aan om welk soort variabele (kwalitatief/kwantitatief EN nominaal/ordinaal/ interval
of ratio) het gaat.






Het aantal uren zon tijdens juni, juli en september
Het gewicht van de gedetineerden in de gevangenis van Leuven
Leeftijd van slachtoffers van seksueel geweld verdeeld in klassen (vb.< 10 j,
10-15j, 16-20j, 21-40j, > 40j)
Nationaliteit
Onveiligheidsgevoelens van ouderen (60 +) in Leuven, gaande van ‘ik voel me
heel veilig in de stad Leuven’ tot ‘ik voel me helemaal niet veilig in de stad
Leuven’.
Temperatuur in september 2010
Oefening 4:
De volgende lijst weerspiegelt het aantal veroordelingen voor seksuele delicten in 2000 per
type beroep van de veroordeelde. De variabele die ons hier interesseert, is het beroep.
Welk type variabele is dit? Welk(e) type(s) van grafische weergave(n) zou de meest
geschikte zijn? Wat vertelt / vertellen deze over de variabele? Waarom kan je geen
gemiddelde berekenen van deze variabele?
Arbeider: 28
Bediende: 4
Kaderlid: 19
Geestelijke: 26
Werkloos: 14
3
Oefening 5: Interpreteer onderstaande grafiek.
Bron: http://habe.hogent.be/stat/statistiek/basis/graphs.html
Oefening 6: Interpreteer onderstaande grafiek. Waarom is dit een geschikte grafische
voorstelling?
Bron: Veiligheidsmonitor 2006, analyse van de enquête voor de provincie Antwerpen
4
Oefening 7:
Bron: Veiligheidsmonitor 2006, analyse van de enquête voor de provincie Antwerpen
Welke grafische voorstelling wordt hier gebruikt? Kan men spreken van een stijging of daling
doorheen de jaren voor de variabele ‘delicten op persoonsniveau’? Als je zou beschikken
over de ruwe cijfers, hoe zou je dan de procentuele daling en stijging kunnen berekenen?
Oefening 8:
Van een bepaalde verdeling kennen we de volgende eigenschappen:
De modus is 88
De mediaan is 88
Het rekenkundig gemiddelde bedraagt 63
Welke conclusies kan je trekken in verband met de vorm van deze verdeling?
5
Oefening 9:
Aan 18 daders van cyberpesten werd gevraagd hoe vaak zij anderen al hadden gepest via
elektronische communicatiemiddelen. Hieronder vind je het overzicht. Bereken de mediaan
en het gemiddelde. Welk centrumkenmerk geeft de beste samenvatting van onderstaande
gegevens?
Persoon
Aantal keer gecyberpest
1
4
11
4
2
16
12
11
3
10
13
10
4
7
14
88
5
3
15
9
6
112
16
12
7
5
17
8
8
10
18
5
9
6
10
2
Persoon
Aantal keer gecyberpest
6
Oefening 10: De volgende hypothetische data geven het percentage politieofficieren weer
die onderzoek verrichten naar narcotica (en dit voor 100 Amerikaanse steden). Identificeer
de modus, de mediaan en het gemiddelde. Wat is de meest geschikte grafische voorstelling
en waarom?
Percentage werkkrachten die betrokken zijn
in narcotica onderzoek
[0-10(
[10-20(
[20-30(
[30-40(
[40-50(
[50-60(
[60-70(
[70-80(
[80-90(
[90-100(
Frequentie
5
13
26
38
14
2
2
0
0
0
Oefening 11:
De volgende data weerspiegelen het aantal personen die geëxecuteerd werden in de
Verenigde Staten vanaf 1977 tot en met 1983.
Jaar
1977
1978
1979
1980
1981
1982
1983
Aantal executies
1
0
2
0
1
2
5
Wat is het gemiddelde en de mediaan van het aantal executies over deze periode heen?
Wat gebeurt er met het gemiddelde en de mediaan wanneer we het jaar 1984 toevoegen
waarin er 21 executies plaatsvonden? Welke centrumkenmerk zou je gebruiken om de
distributie 1977-1984 te beschrijven?
7
Oefening 12:
De volgende data weerspiegelen het aantal misdrijven tegen de lichamelijke integriteit in
het gerechtelijk arrondissement Leuven van 2000 tot 2009. Bereken voor ‘verkrachting’:
(a) de range
(b) de interkwartielafstand.
(c) de variantie en de standaarddeviatie.
Bron: http://www.polfed-fedpol.be/crim/crim_statistieken/2009_trim4/pdf/arrondissement/rapport_2009_trim4_arro_Leuven_nl.pdf
Oefening 13:
Aan een groep van 205 vrouwelijke studenten werd gevraagd hoeveel uren per week zij
spendeerden op facebook. Hun antwoorden worden weergegeven in de volgende
intervallen. Bepaal de standaarddeviatie en de variantie voor deze gegevens.
Aantal uren
Frequentie
0- 5
76
5 – 10
52
10 – 15
38
15 – 20
21
20 – 25
10
25 – 30
6
30 -35
2
Totaal
205
8
Oefening 14:
Interpreteer onderstaande boxplots
Bron: http://www.math.sfu.ca/~cschwarz/Stat-301/Handouts/node35.html
Oefening 15:
In hun uitgebreide studie over IQ en delinquentie vinden Hirschi en Hindelang (1977) dat
een lager IQ systematisch samenhangt met het begaan van delicten. De volgende
hypothetische data zijn de IQ-scores van een steekproef van 40 jongeren die voor een
plaatselijk jongerengerechtshof verschenen. Construeer een boxplot voor deze data. Wat is
de gemiddelde IQ-score? Is de verdeling scheef?
95
80
88
67
89
93
104
100
99
84
92
103
67
60
74
87
101
78
93
69
104
78
66
52
63
95
105
92
90
87
68
102
92
74
81
75
62
69
75
77
9
Oefening 16:
Construeer een boxplot per staat voor de volgende werkgelegenheidscijfers van de politie.
Wat is de mediaan voor het aantal werkende politieagenten per staat. Zitten er uitbijters in
deze gegevensbank? Wat besluit je over de vorm van de verdeling?
Voltijds werkende politieagenten geordend per staat en regio
Geordend naar grootte, 1988
Noordoosten
Vermont
1224.00
New Hampshire
2756.00
Maine
Rhode Island
Connecticut
Massachusetts
Pennsylvania
New Jersey
2777.00
2803.00
9355.00
17881.00
28653.00
30476.00
New York
66261.00
Zuiden
Delawara
West Virginia
District of Columbia
1769.00
3184.00
4594.00
Arkansas
Mississippi
Kentucky
South Carolina
Oklahoma
Alabama
Tennessee
Lousiana
4782.00
5497.00
7326.00
8335.00
8632.00
9556.00
11435.00
12090.00
Maryland
Virginia
North Carolina
Georgia
Florida
Texas
14041.00
14136.00
15728.00
16532.00
38583.00
42384.00
Midwesten
North
Dakota
South
Dakota
Nebraska
Iowa
Kansas
Minnesota
Indiana
Winsconsin
Missouri
Michigan
Ohio
Illinois
Westen
Alaska
Wyoming
Montana
Idaho
Hawaii
Utah
Nevada
New
Mexico
Oregon
Colorado
Washington
Arizona
California
1303.00
1497.00
3619.00
5713.00
6520.00
8564.00
12306.00
12896.00
13665.00
23463.00
24947.00
38541.00
1562.00
1633.00
1811.00
2434.00
2959.00
3596.00
4101.00
4438.00
6174.00
8941.00
10081.00
10232.00
79868.00
10
11
Download