- Scholieren.com

advertisement
1. Het ordenen van organismen
Bij het ordenen verdeel je een verzameling in groepen met hetzelfde
kenmerk. De eerste groepen die ontstaan bij het indelen van alle
organisme worde rijken genoemd. Biologen delen alle organismen in
4 rijken in: bacteriën, schimmels, planten en dieren. Bij de indeling in
deze 4 rijken worden kenmerken van de cellen gebruikt. Deze
kenmerken zijn: celkern, celwanden en bladgroenkorrels.
Rijk
* Bacteriën
* schimmels
* Planten
* dieren
kenmerken
- Eencellig
- Geen celkern
- Celwand
- Geen bladgroenkorrels
- Eencellig of veelcellig
- Celkernen
- Celwanden
- Geen bladgroenkorrels
- Eencellig of veelcellig
- Celkernen
- Celwanden
- bladgroenkorrels
- Eencellig of veelcellig
- Celkernen
- Geen celwanden
- Geen bladgroenkorrels
Organismen die veel op elkaar lijken, hoeven niet tot de zelfde soort
te behoren. Een Afrikaanse olifant en een Indische olifant lijken veel
op elkaar, maar ze behoren niet to dezelfde soort. Organismen
behoren tot dezelfde soort als ze samen vruchtbare nakomelingen
kunnen krijgen.
2 het rijk van de bacteriën
Bacteriën zijn eencellig: ze bestaan uit een enkele cel. Bepaalde
soorten bacteriën worden bacillen genoemd. Bacteriën zijn zo klein
dat ze mat een gewonen microscoop zelfs bij de sterkste vergroting
alleen maar klein puntjes te zien zijn. Bij een elektronenmicroscoop
kan hij de bacteriën van alle lichaamsdelen te onder scheiden, bijv.
zweepharen. Met de zweepharen kunnen de bacteriën zich voort
bewegen.
Bacteriën planten zich voort door deling. Er ontstaan dan 2 kleinere
bacteriën. Deze groeien uit tot ze even groot zijn als de
oorspronkelijke bacterie. Onder gunstige omstandig heden kan een
bacterie zich elk halfuur delen. Bepaalde soorten bacteriën kunnen in
je lichaam terecht komen en kunnen daar ziekten veroorzaken.
Voorbeelden van zulke bacteriële infectieziekten zijn cholera,
longontsteking, oorontsteking en tuberculose. bacteriële
infectieziekten kunnen bestreden worden met antibiotica. Dit
geneesmiddel dood de bacterie in het lichaam. Met een antibioticum
treedt bij de meeste bacteriële infectieziekten snel genezing op.
3. Het rijk van de schimmels
Veelcellige schimmels bestaan meestal uit lange, dunne draden: de
schimmeldraden. Gisten zijn eencellige schimmels. Ze planten zich
voort door deling. Bij gistcellen die zich delen, ontstaat een blaasje.
Dit blaasje laat los van de gistcel en groeit uit tot een nieuwe gistcel.
Voortplanting veelcellige schimmels door middel van sporen.
4. Het rijk van de planten
Afdeling
* Wieren [algen]
* sporenplaten
* zaadplanten
Groep
* naaktzadigen
* bedektzadigen
Kenmerken
- geen bladeren, geen
stengels
- geen bloemen
- wortels,
stengels,bladeren
- geen bloemen
- voortplanting door
sporen
- wortels,
stengels,bladeren
- bloemen
- voortplanting door
zaden
Voorbeelden
- boomalg
- kranswier
- blaaswier
- haarmos
- heermoes
- mannetjesvaren
Kenmerken
- zaden tussen de
schubben van kegels
- bladeren meestal
naaldvormig
- zaden in vruchten
- bladeren niet
naaldvormig
Voorbeelden
- den
- spar
- beuk
- klimop
- paardenbloem
- appelboom
- boterbloem
- paardenbloem
5. Het rijke van de dieren
Sommige voorwerpen kun je zo delen in 2 gelijke helften. We
noemen zo’n voorwerp symmetrisch. Veel soorten dieren zijn
tweezijdig symmetrisch. Deze dieren zijn slechts op 1 manier in 2
gelijke helften te verdelen. Andere soorten zijn veelzijdig
symmetrisch deze dieren zijn op meerdere manieren in 2 gelijke
helften te verdelen.
Veel dieren hebben stevige delen in hun lichaam. Deze stevige delen
kunnen de dieren stevigheid en bescherming geven. We noemen de
stevige delen het skelet van het dier. Bij een mossel, een slak en een
kever zit het skelet aan de buitenkant van het lichaam. We noemen
dat een uitwendig skelet. Bij een spons, een inktvis en een kat zit het
skelet binnen in het lichaam. We noemen dit een inwendig skelet.
Afdeling
* eencellige dieren
* sponzen
* holtedieren
* wormen
* weekdieren
* geleedpotigen
* stekelhuidigen
Kenmerken
- niet-symmetrisch
- geen skelet
- bestaan uit een cel
- leven in het water
- niet-symmetrisch
- een skelet van
stevige hoornvezels
tussen de cellen
- zitten meestal vast
op de bodem van de
zee
- veelzijdig
symmetrisch
- meestal geen skelet
- leven in het water
- vangen hun prooi
met tentakels
- tweezijdig
symmetrisch
- geen skelet
- het lichaam is lang
en dun
- tweezijdig
symmetrisch
- meestal een schelp
of huisje als skelet
- tweezijdig
symmetrisch
- het skelet is een
pantser
- veelzijdig
symmetrisch
- inwendig skelet van
kalk
Voorbeelden
- pantoffeldiertje
- amoebe
- badspons
- olifantenoorspons
- kwal
- zeeanemoon
- spoelworm
- lintworm
- regenworm
- mossel
- inktvis
- slak
- duizendpoten
- kreeftachtigen
- spinachtigen
- insecten
- zeester
- zee-egel
* gewervelden
- De huid is bedekt
met stekels of
knobbels
- leven op de bodem
van de zee
- tweezijdig
- vissen
symmetrisch
- amfibieën
- een inwendig skelet - reptielen
- vogels
- zoogdieren
6. eencellige dieren
Amoebe:




Kan van vorm veranderen > cytoplasma stroomt richting uit en
vormt zo schijnvoetjes
Met schijnvoetjes ook voedsel sluiten > ontstaat
voedingsvacuole (verteert het voedsel)
Onverteerde resten worden verwijderd via het celmembraan
Leeft in water
Pantoffeldiertje:


Celmembraan bevat trilhaartjes om voort te bewegen
Bevat celmond (instulping in cel) om voedsel op te nemen en
voedingsvacuole te vormen. Celanus om onverteerde resten te
verwijderen
Download