(de-)centralisatie van zorg voor de medische vervolgopleidingen

advertisement
De gevolgen van (de-)centralisatie van zorg voor de m edische vervolgopleidingen
Standpunt De Jonge Orde
Auteurs:
Datum:
N.a.v.:
Beatrijs Wokke en Suzanne Witjes
november 2012
Beleidsdag bestuur DJO (d.d. 15 september 2012)
Centralisatie en decentralisatie van de zorg is een thema dat toenemend relevant wordt in het
veranderende Nederlandse zorglandschap. Hiermee wordt bedoeld dat de laagvolume hoogcomplexe
zorg zich toenemend zal concentreren in zogenaamde ‘centres of excellence’, die vervolgens de
hoogvolume laagcomplexe zorg steeds meer zullen kwijtraken. De verwachting is dat deze
ontwikkelingen de kwaliteit van hoogcomplexe zorg ten goede kunnen komen, omdat een toenemend
aantal medisch specialisten zich zal gaan toespitsen op een subspecialisme, waarin zij ‘experts’ kunnen
worden. Naast deze gevolgen voor de invulling van het medisch specialistische beroep kunnen gevolgen
voor de medsiche vervolgopleidingen niet uit blijven. De toekomstige verdeling van enerzijds complexe
laagvolume zorg en van anderzijds planbare hoogvolume zorg tussen ziekenhuizen onderling zal gaan
betekenen dat niet elke opleidingskliniek meer kan voldoen aan de in het kaderbesluit gestelde eisen
voor de betreffende opleidingen. Hierdoor kunnen klinieken de erkenning van sommige onderdelen
van de opleidingen gaan verliezen, waardoor een aios in meer verschillende opleidingsklinieken zijn
opleiding zal moeten volgen om te kunnen gaan voldoen aan de opleidingseisen.
Flexibiliteit
Als de huidige opleidingseisen ongewijzigd blijven zal concentratie voor de opleiders en
opleidingsklinieken gevolgen hebben ten aanzien van de jaarlijkse verdeling van opleidingsplekken
binnen hun regio’s. Het herhaaldelijk moeten switchen van aios tussen verschillende klinieken zal het
verdeelplan bovendien moeilijker inzichtelijk maken, waardoor het voor een opleider een grotere
uitdaging wordt om te waarborgen dat er op elk moment voldoende aios zijn om het rooster ‘draaiend’
te houden. Het wisselen tussen opleidingsklinieken zal maken dat tijdige en gedegen invulling van het
opleidingsplan van alle aios noodzakelijk wordt om goed overzicht te houden over de bezetting. Hierbij
is ook flexibiliteit van de registratiecommissie gewenst om waar nodig en zo mogelijk op korte termijn
wijzigingen door te voeren. Deze flexibiliteit zal vanaf 2013 al toenemen met de wijziging van het
mutatiebeleid door het invoering van de beschikbaarheidbijdrage in plaats van de eerdere
subsidieregeling, waarbij het opleidingsplan vanaf eind oktober voor het daaropvolgende jaar vastlag.
Van de aios zelf zal ook meer flexibiliteit gevraagd worden. Switchen tussen verschillende klinieken
betekent ongetwijfeld meer reistijd, zeker in opleidingsregio’s buiten de randstad, waar de ziekenhuizen
relatief ver van elkaar liggen verwijderd. Maar ook als bepaalde opleidingsregio’s door de concentratie
niet meer het gehele pallet aan zorg kunnen bieden zal de aios zich in de missende onderdelen elders
moeten bekwamen.
Differentiatie
Het Etalageproject is recent al voorzichtig in het leven geroepen om laatstejaars AIOS aan te moedigen
zich te differentiëren in een subspecialisme, zo nodig in een andere regio. Het is te verwachten dat door
vorderende concentratie van zorg deze zogenaamnde Etalagestages een grotere rol zullen gaan spelen
bij de invulling van de opleiding van de aios. Als er toch gereisd moet worden, dan bij voorkeur naar een
kliniek die goed aansluit op de voorkeuren en wensen van de aios. Wellicht met deze maatschappelijke
ontwikkeling, het in de toekomst noodzakelijk wordt om de huidige opleidingseisen verder te herzien.
En misschien zullen aios dan ook al eerder de mogelijkheid danwel verplichting moeten krijgen zich in
een bepaalde richting te differentiëren, zoals dit in de heelkundeopleiding al in een vergevorderd
stadium is ingevoerd. Het is in dit kader dan ook aan te bevelen om opleidingsschema’s van aios
minder rigide op te stellen en wellicht enkel voor de eerste jaren van de opleiding in te vullen, om
switchen in de differentiatiefase te stimuleren en te vergemakkelijken.
Verantwoordelijkheid
Een ander vraagstuk dat door deze ontwikkelingen naar voren komt is wie de eindverantwoordelijkheid
voor de opleiding van de aios gaat dragen? Opleider en aios zullen meer in dialoog moeten gaan om er
gezamenlijk voor te zorgen dat de aios aan het eind van de opleiding aan alle opleidingseisen heeft
voldaan en er geen lacunes zijn opgetreden door het vele switchen. Het beoordelen van de aios zal voor
opleiders ook meer inspanning gaan vragen. Waar enkele jaren geleden een aios nog (nagenoeg)
volledig kon worden opgeleid in hetzelfde ziekenhuis zal centralisatie en decentralisatie van zorg
waarschijnlijk tot gevolg hebben dat meerdere opleiders de aios slechts een korte tijd onder hun hoede
hebben. Dit maakt adequaat beoordelen van de voortgang van de aios moeilijker. Het optimaal
benutten van de beoordelingsmomenten van de aios en communicatie tussen de verschillende
opleiders over de voortgang van de aios zal hierdoor gestimuleerd moeten worden. Wellicht dat het
aanstellen van een ‘coach’ per aios, die de aios door zijn gehele opleiding heen volgt, de verschillende
beoordelingen verzameld en deze op geregelde momenten met de aios doorspreekt, hierbij een
waardevolle aanvulling kan zijn.
Samenvatting standpunt de Jonge Orde
Centralisatie en decentralisatie van zorg gaat, naast directe consequenties voor het medisch
specialistische beroep, ook belangrijke gevolgen krijgen voor de medische vervolgopleidingen. Om dit
proces in de toekomst optimaal te laten verlopen, zal een flexibele houding van zowel aios, opleiders
als registratiecommissie onmisbaar zijn. Er zullen daarentegen wel heldere afspraken moeten worden
gemaakt over zowel de invulling van het opleidingsplan als over de wijze waarop de beoordeling van de
aios kan worden gewaarborgd
Download