Handleiding regeling smart grids 2013

advertisement
Topsector Energie
Handleiding bij de regeling smart-grids-projecten
Definitieve versie
(juni 2013)
Inhoudsopgave
Introductie
3
De subsidieregeling smart-grids-projecten
4
Voorwaarden en afwijzingsgronden
5
Beoordelingcriteria voor uw aanvraag
6
Subsidiebedragen en uw projectkosten
8
De aanvraagprocedure in zes stappen
11
Onderdelen van de subsidieaanvraag
12
Als uw project subsidie krijgt toegekend
14
Bijlage: Verklarende woordenlijst
15
Noot voor de lezer:
De handleiding bevat ten opzichte van versie 26 juni 2012, t.b.v. de eerste 2 tenders
van het TKI Switch2SmartGrids 2012 de volgende wijzigingen:
-
-
Nieuwe toelichting op de 4 programmalijnen.
Nieuw afwijzingsgrond (art 3.10.8)
Waar het Innovatiecontract Smart Grids wordt genoemd, wordt bedoeld het
Innovatiecontract van het TKI Switch2SmartGrids (TKIS2SG) uit 2012 en het
addendum van juni 2013 bij dit contract.
Versie juni 2013
2
Introductie
Het kabinet heeft gekozen voor een nieuw bedrijvenbeleid met negen topsectoren. De
Topsector Energie heeft in 2012 voor het thema smart grids een Innovatiecontract
aangeboden aan de minister (verder: Innovatiecontract Smart Grids) waarbij nu in juni
2013 een addendum is geschreven. Voor de regeling smart-grids-projecten is 2013
€ 5,35 miljoen beschikbaar gesteld voor projecten en kennisimpulsen die leiden tot
‘opschaalbare’ producten en diensten die ook geëxporteerd kunnen worden.
Afbakening
De term ‘smart grids’ is een overkoepelend begrip waaronder verschillende
ontwikkelingen rond de energie-infrastructuur passen (veelal elektriciteitsnetten, van het
hoogspanningsnet tot en met het laagspanningsnet in de wijk en de energietoepassingen
bij de consument). De kern van het begrip smart grids is het ontstaan van
tweerichtingsverkeer van energie tussen producenten en gebruikers en gebruikers
onderling. Dit is mogelijk door het toevoegen van informatietechnologie aan de energieinfrastructuur. Hierdoor ontstaan meer keuzemogelijkheden voor gebruikers en kunnen
nieuwe partijen toetreden op de energiemarkt.
In het Innovatiecontract Smart Grids zijn een visie en een ambitie voor de ontwikkeling
van smart grids neergelegd. Smart grids zijn cruciaal voor het realiseren van de doelen
van de Topsector Energie. De doelen van het Innovatiecontract Smart Grids zijn gericht
op ontwikkelingen die spelen op de middellange termijn en in strategische zin neerkomen
op een meer grootschalige toepassing van smart grids vanaf het eind van het lopende
decennium en begin jaren 2020. Het achterliggende businessidee is, dat eindgebruikers
(zowel huishoudens als zakelijke gebruikers) onder toenemende flexibiliteit in de
energievoorziening keuzevrijheid krijgen bij in- en verkoop van energie en nieuwe
producten en diensten in samenhang met energie.
Concrete doelen uit het Innovatiecontract Smart Grids voor de periode 2012-2016 zijn
o.a.:
 Reduceren van de kosten van netwerk verzwaringen en kosten voor balanceren
vanwege de systeemintegratie van duurzame energiebronnen met minimaal 10%;
 Verlagen van het energiegebruik door ‘Smart Grid consumenten’ met minimaal
5%;
 Kostenreductie van Smart Grids technologieën, zoals meetapparaten en sensoren,
op afstand bestuurbare schakelaars, en toepassing van telecommunicatie in de
distributienetwerken voor elektriciteit, gas en warmte/koude.
De visie, ambitie en doelen van het Innovatiecontract Smart Grids zijn vertaald in een
viertal programmalijnen waarbinnen smart-grids-projecten kunnen bijdragen aan het
realiseren van de beoogde doelen:
1. Diensten en producten;
2. Virtuele infrastructuur;
3. Fysieke infrastructuur en
4. Institutionele en sociale innovatie.
Laat uw projectidee eerst toetsen!
U kunt uw aanvraag voor een smart-grids-project bij Agentschap NL indienen. Maar niet
alle aanvragen komen in aanmerking voor subsidie. Het kan daarom verstandig zijn dat u
uw projectidee eerst door ons laat bekijken voordat u een aanvraagformulier invult en
een projectplan opstelt. Na onze analyse krijgt u duidelijke aanbevelingen en kunt u snel
beoordelen of het zinvol is een subsidieaanvraag in te dienen. Alle informatie die u ons
verstrekt, behandelen we vertrouwelijk. Kijk op www.agentschapnl.nl/intelligentenetten
voor meer informatie over deze dienst. Op deze site vindt u het projectideeformulier.
Versie juni 2013
3
De subsidieregeling smart-grids-projecten
Het type projecten dat door de regeling wordt ondersteund zijn combinaties van
fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling en
demonstratie. Subsidieaanvragen kunnen worden ingediend in de derde tenderperiode
2013.
Projecten moeten passen binnen de focus voor 2013 van de vier programmalijnen, zoals
die zijn beschreven in het Innovatiecontract Smart Grids en het addendum van juni
2013.
Er zal altijd een spanningsveld zijn tussen slimme, kleinschalige implementaties en de
noodzakelijke randvoorwaarden voor grootschalige toepassing van slimme
energienetwerken. In het innovatiecontract smart grids wil het TKI Switch2SmartGrids nu
geen bindende voorschriften geven voor het gebruik van frameworks en
(interoperabiliteits)standaarden. Maar er wordt wel verwacht dat er in de
projectvoorstellen rekening wordt gehouden met nationale en internationale
ontwikkelingen op het gebied van frameworks en standaarden en dat duidelijke
afwijkingen van deze ontwikkelingen worden benoemd en beargumenteerd.
De programmalijnen zijn:
1. Diensten en producten (B2C, B2B en C2B), met de volgende onderwerpen:
intelligente apparatuur en grid-instrumentatie, energiemanagement (balanceren van
het energieaanbod, decentrale opwek en ‘vraagsturing’) en opslag. De focus ligt op
energiemanagement inclusief storage, als product of dienst ten behoeve van
consumenten, bedrijven en netbeheerders om enerzijds de toenemende decentrale
opwek en anderzijds de mogelijkheden op het gebied van inzicht en besparing te
faciliteren.
2. Virtuele infrastructuur met de onderwerpen: open generiek energie framework ten
behoeve van product- en dienstontwikkeling; ICT architecturen ten behoeve van
demand en supply side management, data management en asset management,
interoperabiliteit, beveiliging (security by design), privacy en resilience. De focus ligt
op nationale en internationale standaardisering van protocollen en interfaces. Het TKI
Switch2SmartGrids hecht veel waarde aan de aansluiting van de projectvoorstellen
op de ICT roadmap die voor alle topsectoren is opgesteld.
3. Fysieke infrastructuur, onderverdeeld in: toenemende flexibiliteit, nieuwe
componenten, beveiliging/betrouwbaarheid (‘security’), oplaadpunten voor elektrisch
rijden, (fysieke) energieopslag en smart gas grids. Voor deze tender ligt de focus op:
standaardisatie, energieconversie en netintegratietechnologieën voor optimale inzet
van energiebronnen op diverse spanningniveaus, DC grids en DC interfaces, asset
management van de Smart Grid infrastructuur en sensoring waaronder de
ontwikkeling van nieuwe meetmethodologieën. Voor 2013 legt het TKI
Switch2SmartGrids ten opzichte van 2012 naar verhouding meer nadruk op de
programmalijnen “diensten en producten”, “virtuele infrastructuur” en “institutionele
en sociale innovatie” dan op de programmalijn “fysieke infrastructuur”.
Projectvoorstellen voor onderzoek, ontwikkeling en/of demonstraties op het gebied
van de programmalijn “fysieke infrastructuur” moeten daarom samengaan met
minstens één focus onderwerp uit één of meer van de drie andere programmalijnen:
“diensten en producten”, “virtuele infrastructuur” en/of “institutionele en sociale
innovatie”. Het TKI Switch2SmartGrids daagt indieners van projectvoorstellen uit om
voor de programmalijn “fysieke infrastructuur” een hogere bijdrage vanuit de private
sector en de netbeheerders te halen.
Versie juni 2013
4
4. Institutionele en sociale innovatie. Deze spelen in samenhang met de
technologische vernieuwingen een hoofdrol. Centraal staat het openbreken van
bestaande structuren op weg naar een energie diensten economie: veranderende
rollen, nieuwe markt- en business modellen, keuze voor de eindgebruiker om een
actieve rol in de energievoorziening in te nemen en dit alles met bijbehorende
aanpassing van wet- en regelgeving. De focus ligt op onderzoek naar optimaal
gebruik van flexibiliteit in het systeem rekening houdend met belangen van
bestaande en nieuwe stakeholders, naar de veranderende rol van de netbeheerders
en de opkomst van nieuwe rollen, naar de ontwikkeling van diensten en business
modellen gericht op en in samenwerking met specifieke eindgebruikersdoelgroepen
en naar de eindgebruiker als nieuwe stakeholder.
Projecten moeten niet alleen bijdragen aan de doelen van het Innovatiecontract Smart
Grids en passen binnen de programmalijnen, maar moeten ook innovatief zijn. Het moet
gaan om een voor Nederland nieuwe of vernieuwende technologie, functie, aanpak,
samenwerking of een nieuw of vernieuwend systeem. Het kan ook gaan om een
combinatie hiervan. Is er in het buitenland al een soortgelijk project geweest? Dan moet
u aantonen waarom het nodig is om dit project ook in Nederland uit te voeren.
Voorwaarden en afwijzingsgronden
Voorwaarden
De regeling smart-grids-projecten heeft een aantal voorwaarden waar u rekening mee
moet houden als u voor subsidie in aanmerking wilt komen. De belangrijkste hebben we
voor u op een rijtje gezet.







Alleen een samenwerkingsverband waarvan tenminste een ondernemer en een
kennisinstelling deel uitmaken kan een aanvraag indienen. Samenwerken wil
zeggen dat de deelnemers ook voor eigen rekening en risico aan het project
deelnemen.
Het project dient te worden uitgevoerd in Nederland. Ook moet de
subsidieontvanger in Nederland zijn gevestigd.
Een smart-grids-project duurt maximaal vier jaar en begint uiterlijk zes maanden
na de beschikking.
Een buitenlandse deelnemer mag deelnemen aan uw project, maar de kosten van
deze deelnemer zijn dan niet subsidiabel. Kosten van buitenlandse partijen, die
als derden optreden, zijn wel subsidiabel.
Heeft uw project al subsidie gehad van een bestuursorgaan of de Europese
Commissie? Dan wordt dat bedrag in principe afgetrokken van de subsidie of
subsidiabele kosten die u met de regeling smart-grids-projecten kunt krijgen.
Neem contact op met Agentschap NL om te horen wat dat voor uw situatie
betekent.
Projectkosten die u heeft gemaakt voordat u de aanvraag indiende, worden niet
vergoed. Deze kosten houden we bij de verlening van de subsidie buiten
beschouwing. We doelen hierbij ook op kosten die nog niet betaald zijn, maar
waarvoor wel al verplichtingen zijn aangegaan.
U kunt het project niet volledig uitbesteden, omdat u het voor eigen kosten en
risico uit moet voeren.
Afwijzingsgronden
In artikel 3.10.8 is extra opgenomen dat een aanvraag wordt afgewezen indien het
project per criterium a (Maatschappelijke- en economische impact), b
(projectorganisatie) en d (innovatie) niet minimaal 5 punten krijgt toegekend van de
maximaal 10 punten per criterium.
Versie juni 2013
5
Beoordelingscriteria voor uw aanvraag
Bij de beoordeling van uw aanvraag voor een smart-grids-project staan vier criteria
centraal:
1A: Maatschappelijke impact (weging 25%)
1B: Economische impact (weging 25%);
2: Projectorganisatie (weging 20%);
3: Innovatie (weging 20%).
4: Kosten effectiviteit (weging 10%);
De projecten dienen in samenhang een goede invulling te geven aan de verschillende
programmalijnen en aan het totale Innovatiecontract Smart Grids. Bij de rangschikking
van projecten wordt daarom ook rekening gehouden met kwaliteitsverschil tussen
soortgelijke projecten.
Criterium 1A en 1B – Maatschappelijke- en Economische impact
Bij de criteria maatschappelijke- en economische impact wordt gekeken naar het project
vanuit de doelstelling en de focus van het Innovatiecontract Smart Grids, waarbij het met
name gaat om de vragen:
 Wat zijn de toepassingsmogelijkheden van de projectresultaten en het in
Nederland en daarbuiten optredende herhalingspotentieel?
 Hoe wordt bijgedragen aan verduurzaming van de Nederlandse
energiehuishouding?
 Hoe gaan de projectresultaten meer maatschappelijke en/of economische waarde
creëren voor Nederland?
De beoordeling zal afhankelijk zijn van de soort activiteiten waar het om gaat
(fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek, experimentele ontwikkeling of
demonstratie). Als de activiteiten dichter bij directe toepassing staan, zoals bij
demonstratieactiviteiten, kan het herhalingspotentieel beter worden ingeschat.
Criterium 1A: Bij verduurzaming van de Nederlandse energiehuishouding kan het gaan
om de hele keten: van bron, via conversie en infrastructuur tot het gebruik van schone,
betrouwbare en betaalbare energie. Ook acceptatie van nieuwe producten en diensten in
een intelligent netwerk (‘smart grids’) beschouwen wij als onderdeel van deze keten.
Bij de beoordeling letten we secundair ook op internationale energie- of CO2-reductie, of
andere duurzaamheideffecten van een project en op het herhalingspotentieel.
Criterium 1B: De genoemde economische waarde kan het gevolg zijn van opbrengsten
en/of kostenvoordelen die de betrokken ondernemingen of andere in Nederland
gevestigde ondernemingen kunnen realiseren in het verlengde van de projectresultaten.
Opbrengsten uit export vallen hier ook onder. De verwachte schaalbaarheid van de
toepassing wordt hier dus meegewogen. Bij de beoordeling van de economische waarde
die u creëert, wordt gekeken naar een termijn van minimaal vijf jaar na marktintroductie
of implementatie. Tevens weegt de aangevraagde subsidie mee in de beoordeling. Voor
het economisch perspectief is het van belang dat u de economische waarde, de
slaagkans en het herhalingspotentieel van het project onderbouwt. Daarbij dient u ook
aan te geven hoe u eventuele sociale, juridische en commerciële belemmeringen
wegneemt om een succesvolle marktintroductie te realiseren.
Aspecten die de slaagkans en het herhalingspotentieel en daarmee het economische
perspectief vergroten zijn bijvoorbeeld:
 betrokkenheid en draagvlak van eindgebruikers (consumenten, bedrijven) bij de
voorbereiding en de uitvoering;
 de schaalbaarheid van het project (schaalgrootte en/of locatie);
Versie juni 2013
6







(rechtvaardige) verdeling van kosten en baten;
het delen van leerervaringen met andere projecten;
delen van leerervaringen of het uitvoeren van activiteiten met buitenlandse
deelnemers;
bijdragen aan de ontwikkeling van standaardisatie en interoperabiliteit;
inzichten in en oplossingen voor wet- en regelgeving en bijhorende
gedragsaspecten;
het inbedden van nieuwe leerervaringen uit de projecten in R&D agenda’s;
communicatieplan.
De genoemde economische waarde kan het gevolg zijn van wetenschappelijke of
maatschappelijke relevantie en/of bruikbaarheid van projectresultaten voor toekomstige
producten of diensten door commerciële projectpartners of andere in Nederland
gevestigde ondernemingen. De verwachte breedte van de toepassing en, de termijn
waarop resultaten naar verwachting kunnen worden omgezet naar innovatieve
commerciële toepassingen, en de kans van slagen daarop worden meegewogen. Bij
fundamenteel onderzoek is hierbij bijvoorbeeld relevant de verwachte impact van het
onderzoek op de wetenschappelijke en/of industriële gemeenschap.
Dit dient u te onderbouwen. Daarbij dient u ook aan te geven hoe u eventuele sociale,
juridische en commerciële belemmeringen wegneemt om de stap(pen) van
onderzoeksresultaat naar demonstratie te realiseren.
Criterium 2 – Projectorganisatie
Uw project is doelmatig, doeltreffend en kwalitatief goed opgezet. We beoordelen op een
goede verhouding tussen het aantal deelnemers en de omvang van het project, een
realistische tijdsplanning en de organisatie van het project. Relevante capaciteiten van
deelnemers, de gezamenlijke inhoudelijke aanpak, economische benutting van de
projectresultaten en de visie op samenwerking spelen hierbij een rol. Het is positief als u
alle partijen bij uw project betrekt die nodig zijn om het resultaat na het project verder
op de markt te introduceren. Denk hierbij zeker ook aan een afnemer van uw kennis,
resultaten, producten of diensten.
In uw aanpak geeft u aan hoe u de technische, economische en/of maatschappelijke
risico’s beheerst die aan het project verbonden zijn.
Criterium 3 – Innovatie
Uw project past in het Innovatiecontract Smart Grids en het addendum van juni 2013.
Uw aanvraag dient dan ook bij te dragen aan een innovatie op het gebied van fysieke
energie-infrastructuur, virtuele energie-infrastructuur, producten of diensten in een
intelligent netwerk, institutionele of sociale innovatie of combinaties van intelligente
toepassingen. De internationale stand van de techniek of kennis is daarbij de maatstaf.
Hoe meer sprake er is van vernieuwing, hoe groter de bijdrage aan de doelstelling. Dit
alles bezien in het spectrum van marginale technisch inhoudelijke, organisatorische of
maatschappelijke verbetering tot een technologische, organisatorische of
maatschappelijke doorbraak. Ook wezenlijke vernieuwingen of wezenlijk nieuwe
toepassingen van bestaande producten, processen of diensten zijn aan te merken als
innovaties.
Wel geldt dat de technische, economische en/of maatschappelijke risico's die aan een
project verbonden zijn beheersbaar dienen te zijn.
Criterium 4 – Kosteneffectiviteit
Uw aanvraag scoort hoger naarmate het consortium verhoudingsgewijs minder subsidie
vraagt dan op basis van de regeling is toegestaan. De maximaal toegestane subsidie
kunt u met behulp van de modelbegroting berekenen. Als opgevoerde kosten niet
subsidiabel zijn of als de projectcategorie niet blijkt te kloppen (bijvoorbeeld
fundamenteel of industrieel onderzoek), zal aanpassing plaatsvinden. Dit heeft invloed op
Versie juni 2013
7
de score van de kosteneffectiviteit en daarmee op de rangschikking. Het is de
verantwoordelijkheid van het consortium om een goede begroting op te stellen. U kunt
Agentschap NL daarbij tijdig voorafgaand aan sluiting van de tender om advies vragen.
Subsidiebedragen en uw projectkosten
Hoeveel subsidie kunt u ontvangen?
U kunt maximaal € 1.000.000 subsidie krijgen per project.
De subsidie verschilt per type kosten en bedraagt ten hoogste:
 80% van de subsidiabele kosten voor fundamenteel onderzoek;
 50% van de subsidiabele kosten voor industrieel onderzoek;
 25% van de subsidiabele kosten voor experimentele ontwikkeling;
 40% van de subsidiabele kosten voor demonstratie (let op, dit betreft alleen de
meerkosten, zie hieronder).
MKB-ondernemingen krijgen 10 procent extra subsidie over hun kosten die in
aanmerking komen voor subsidie. Dit geldt niet voor fundamenteel onderzoek. De
penvoerder krijgt automatisch voorschotten voor alle deelnemers. De penvoerder zorgt
voor de verdeling van het subsidiebedrag onder de deelnemers.
Wat valt er onder fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek of
experimentele ontwikkeling?
 Bij fundamenteel onderzoek verricht u experimentele of theoretische
activiteiten die voornamelijk worden verricht om nieuwe kennis te verwerven over
de fundamentele aspecten van verschijnselen en waarneembare feiten, zonder dat
hiermee een rechtstreekse praktische toepassing of gebruik wordt beoogd.
 Bij industrieel onderzoek doet u nieuwe technische en wetenschappelijke
kennis op met het doel deze te gebruiken bij de ontwikkeling van een nieuw
product, proces of dienst, of om bestaande producten, processen of diensten
aanmerkelijk te verbeteren. Die kennis is deel van het resultaat van het project.
 Experimentele ontwikkeling staat dichter bij de markt: u verwerft, combineert,
geeft vorm en gebruikt bestaande wetenschappelijke, technische, zakelijke en
andere relevante kennis en vaardigheden voor plannen, schema's of ontwerpen
voor een nieuw, gewijzigd of verbeterd product, proces of dienst. Hieronder valt
ook het maken van ontwerpen, tekeningen, plannen en andere documentatie,
mits zij niet voor commercieel gebruik zijn bestemd. Binnen ontwikkeling valt dus
de fabricage van een eerste prototype en het testen daarvan, voor zover het
prototype niet voor industriële toepassing of commerciële exploitatie kan worden
gebruikt of geschikt gemaakt.
De ontwikkeling van commercieel bruikbare prototypes en proefprojecten valt wel
onder experimentele ontwikkeling als het prototype het commerciële eindproduct
is en de productie ervan te duur is om alleen voor demonstratie- en
validatiedoeleinden te worden gebruikt. Eventuele inkomsten die voortvloeien uit
het project worden dan op de subsidiabele kosten in mindering gebracht.
Wat valt niet meer onder experimentele ontwikkeling?
U mag een product, proces of dienst niet geschikt maken voor commerciële exploitatie.
Ook routinematige of periodieke wijzigingen van bestaande producten, productielijnen,
fabricageprocessen of diensten zijn niet toegestaan, ook niet als deze wijzigingen
verbeteringen zijn. Bij commercieel gebruik van demonstratie- of proefprojecten worden
eventuele inkomsten die hieruit voortvloeien op de subsidie in mindering gebracht.
Versie juni 2013
8
Voor welke kosten kunt u subsidie krijgen bij fundamenteel onderzoek,
industrieel onderzoek of experimentele ontwikkeling?
Kosten die bij fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en experimentele
ontwikkeling in aanmerking komen, zijn:
 loonkosten, waarbij de volgende methodieken worden geaccepteerd:
1. Integrale kostensystematiek (Kijk voor de voorwaarden op
www.agentschapnl.nl/subsidiespelregels)
2. Loonkosten + 50% opslagsystematiek
3. Vast uurtarief van € 60,00;
 kosten van aangeschafte machines en apparatuur;
 kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen;
 kosten van uitbesteding (kosten derden).
Demonstratie
De berekening van de subsidiabele kosten die behoren bij een demonstratieproject wijkt
af van de berekening bij onderzoek en experimentele ontwikkeling. Bij een
demonstratieproject krijgt u 40% subsidie over de meerkosten van een investering.
U kunt geen subsidiabele kosten opvoeren van een demonstratieproject als u gedurende
de looptijd van het project geen aantoonbare duurzaamheidbijdrage realiseert. Indien
activiteiten niet onder de bij demonstratieprojecten behorende subsidiabele kosten
vallen, kunt u voor zover van toepassing gebruik maken van de categorieën
fundamenteel onderzoek, industrieel onderzoek en/of experimentele ontwikkeling. Dit
kan bijvoorbeeld nodig zijn voor de ontwikkeling van (financiële) diensten of voor
projecten waarin nog aan onderzoek en ontwikkeling gewerkt wordt.
Bij een demonstratieproject gaat het om het aantonen in een realistische
gebruiksomgeving van het functioneren van een, voor Nederland, eerste toepassing van
een nieuwe of vernieuwende technologie, functie, aanpak of een nieuw of vernieuwend
systeem. Het kan ook gaan om een toepassing van een combinatie van nieuwe en
bestaande technologie . U kunt dit combineren met een (nieuwe) aanpak van de
maatschappelijke, niet-technologische factoren die een rol spelen bij de toepassing van
deze nieuwe technologie. Het gaat om projecten met een maatschappelijk, technisch
en/of economisch risico.
Voor welke kosten kunt u subsidie krijgen bij demonstratieprojecten?
U kunt subsidie krijgen over de extra investeringskosten, ook wel meerkosten genoemd,
ten opzichte van de gangbare technologie. Dit zijn de investeringskosten van het project,
min de referentiekosten, extra opbrengsten en voordelen gedurende de eerste vijf jaar
van de gebruiksduur. Als u geen BTW in aftrek kunt brengen, nemen we de kosten
inclusief omzetbelasting in aanmerking.
De referentiekosten betreffen kosten voor een investering van een voor Nederland
gangbaar systeem, apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met een
in Nederland uit te voeren project maar waarmee niet hetzelfde niveau van
milieubescherming kan worden bereikt als met het uit te voeren project.
Dit betekent bijvoorbeeld dat de investeringskosten om energienetten,
energietoepassingen en/of de bredere energievoorziening met elkaar te integreren, op
elkaar af te stemmen en aan elkaar diensten te laten leveren, wel subsidiabel zijn.
Kosten voor het alleen aansluiten van energietoepassingen op de energievoorziening zijn
niet subsidiabel, net zomin als de kosten voor gangbare technologieën zoals PV-panelen,
warmtepompen, huishoudelijke apparaten, elektrische voertuigen, micro warmte-krachteenheden, boilers, windturbines en eenheden voor energieopslag.
Versie juni 2013
9
Investeringskosten zijn1:
 Kosten van verwerving of op andere titel dan verwerving in gebruik verkregen
bedrijfsterreinen;
 Kosten van verwerving, huurkoop of lease van bedrijfsgebouwen en daartoe te
rekenen centrale voorzieningen;
 Kosten van aangeschafte machines en apparatuur;
 Kosten van verbruikte materialen en hulpmiddelen;
 Kosten van onderhoud en inspectie, administratie en beheer, ontmanteling,
onvoorziene reparaties, verplichte milieumonitoring en verzekeringen;
 Kosten van geleidelijk opstarten en in gebruik nemen van het project en daartoe
te rekenen productiekosten;
 Kosten van tenaamstelling, verwerving en instandhouding van rechten van
intellectuele eigendom;
 Aan derden verschuldigde kosten.
Tabel: De belangrijkste karakteristieken van de regeling
Projectkenmerk
Resultaat regeling
Beoordelingscriteria
Maximale looptijd
Aanvang
Maximaal
subsidiebedrag
Subsidiepercentages
Toeslag
Voorschotten
Aanvrager / penvoerder
Samenwerking
Samenwerking
internationaal
Projecten smart grids
Minimaal ca. 10 en maximaal ca. 20 smart-grids-projecten
die verdeeld zijn over de programmalijnen van het
Innovatiecontract Smart Grids (focus 2013) en die
bijdragen aan de doelen van dat contract.
Maatschappelijk en Economische impact;
projectorganisatie; innovatie en kosten effectiviteit.
Bij de rangschikking van projecten wordt ook rekening
gehouden met kwaliteitsverschil tussen soortgelijke
projecten en verdeling over de programmalijnen.
4 jaar
Binnen 6 maanden nadat subsidie verleend is.
1 miljoen euro per project.
80% voor fundamenteel onderzoek;
50% voor industrieel onderzoek;
25% voor experimentele ontwikkeling;
40% van de meerkosten ten opzichte van de referentieinvestering bij demonstratieproject.
(overleg vooraf met Agentschap NL om discussies achteraf
te voorkomen).
10% voor een MKB-aanvrager en MKB-deelnemers
(niet voor fundamenteel onderzoek)
Automatisch per kwartaal
Keuze van het samenwerkingsverband
Minimaal 1 Nederlandse ondernemer en 1 Nederlandse
kennisinstelling verplicht.
Een buitenlandse deelnemer* mag deelnemen, maar de
kosten van deze deelnemer zijn niet subsidiabel. Kosten
van buitenlandse partijen die als derden** optreden, zijn
wel subsidiabel.
* Deelnemer: Neemt deel voor eigen rekening en risico in het project.
** Derde: Voert werkzaamheden uit in opdracht en voor rekening en risico van de
aanvrager of een deelnemer.
1
Dit is een samenvatting van artikel 11-14a van het Kaderbesluit EZ subsidies. De regelingsteksten zoals gepubliceerd in de
Staatscourant zijn echter leidend.
Versie juni 2013
10
De aanvraagprocedure in zes stappen
Stap 1 – Benader Agentschap NL met een projectidee
U hebt een innovatief idee dat past binnen het Innovatiecontract Smart Grids, maar u
weet nog niet goed of het voor subsidie in aanmerking komt? Dan is het verstandig om
uw projectidee voor te leggen aan Agentschap NL voordat u het aanvraagformulier invult
en een projectplan opstelt.
Stap 2 – Dien uw subsidieaanvraag in
U kunt een subsidieaanvraag indienen tijdens de openstellingtermijn. Een
subsidieaanvraag bestaat uit een aanvraagformulier en de benodigde bijlagen, zoals een
projectplan en een begroting. Sla het projectplan op als Worddocument en de begroting
als Excel-bestand. U dient uw subsidieaanvraag bij voorkeur in via e-loket:
www.agentschapnl.nl/eloket; of losbladig in tweevoud aanleveren (A4 formaat met
genummerde bladzijden) incl. een Cd-rom met alle bestanden in “word” en “excel”. .
Maar u kunt uw aanvraag ook opsturen of persoonlijk afgeven aan de balie bij
Agentschap NL in Utrecht of een van onze andere vestigingen. Als u uw aanvraag
schriftelijk indient, ontvangen we graag twee extra kopieën (enkelzijdig en losbladig)
plus een cd-rom of e-mail met de bestanden.
Een overzicht van de openstellingtermijnen met bijbehorende sluitingsdata vindt u op
www.agentschapnl.nl/intelligentenetten. Zorg dat uw aanvraag uiterlijk voor 17.00 uur
op de sluitingsdatum binnen is bij Agentschap NL. Dit geldt ook als u de aanvraag per
post verstuurt. Wij adviseren u dringend om uw aanvraag ruim op tijd in te dienen.
Stap 3 - Is uw aanvraag volledig?
Als uw aanvraag binnenkomt, controleren wij of deze aan alle formele voorwaarden
voldoet. Als uw aanvraag compleet is, nemen we uw aanvraag in behandeling.
Stap 4 - Toetsing aan de vereisten
Vervolgens toetsen wij of uw aanvraag voldoet aan de vereisten van de regeling. Is dit
het geval, dan komt uw project in aanmerking voor beoordeling. Is dit niet het geval, dan
wordt uw aanvraag afgewezen.
Stap 5 - Beoordeling van de aanvraag
De smart-grids-projecten worden met behulp van onafhankelijke externe adviseurs
beoordeeld aan de hand van de vier beoordelingscriteria: maatschappelijke impact (25%
gewicht), Economische impact (25% gewicht), projectorganisatie (20% gewicht),
innovatie (20% gewicht) en kosteneffectiviteit (10% gewicht). Alle projecten krijgen
hiervoor een score. De projecten worden vervolgens gerangschikt van de hoogste tot de
laagste score. Volgens deze rangschikking kennen we subsidie toe, totdat het budget op
is.
In deze fase controleren we ook de projectbegrotingen. Het komt regelmatig voor dat we
begrotingen bijstellen op een aantal onderdelen. Ingrijpende correcties bespreken we
met u, voordat we de mogelijke beschikking versturen.
Stap 6 - Uitsluitsel over toekenning of afwijzing
De beoordeling van en berichtgeving over uw aanvraag neemt na de tendersluiting
maximaal dertien weken in beslag. Binnen deze termijn laten we u weten of uw aanvraag
is toegekend of afgewezen.
Versie juni 2013
11
Onderdelen van de subsidieaanvraag
Om projecten inhoudelijk en financieel te kunnen beoordelen, is het nodig dat u alle
onderdelen van de subsidieaanvraag aanlevert. Het is belangrijk dat alle projectplannen
en begrotingen op dezelfde manier zijn opgesteld. Daarom is er een model beschikbaar
voor het aanvraagformulier, deelnemersformulier, projectplan en de begroting. Deze
modellen kunt u downloaden via www.agentschapnl.nl/intelligentenetten of opvragen bij
Agentschap NL. Een subsidieaanvraag bestaat uit:
 Het aanvraagformulier
 Bijlage 1: Deelnemersformulier (voor iedere deelnemer)
 Bijlage 2: Projectplan
 Bijlage 3: Begroting
 Bijlage 4: Documenten voor het bewijs van het stimulerend effect (grote
bedrijven)
 Bijlage 5: Overige bijlage(n)
Het aanvraagformulier
Het aanvraagformulier is het eerste officiële stuk van de aanvraag. Op het
aanvraagformulier staan de gegevens van de aanvrager (penvoerder) en van de
projectdeelnemers. De penvoerder moet het aanvraagformulier ondertekenen. Het
aanvraagformulier is alleen rechtsgeldig als het ondertekend is door een
ondertekeningbevoegd persoon of een persoon die daarvoor gemachtigd is via een apart
bijgevoegde machtiging. Op het aanvraagformulier vindt u een toelichting bij de in te
vullen velden. Alle correspondentie, die op uw subsidieaanvraag volgt, stuurt Agentschap
NL naar de penvoerder.
Samenwerking
Omdat u het project gezamenlijk uitvoert, is het belangrijk dat u goede afspraken maakt.
Als u subsidie krijgt toegekend, adviseren wij u een samenwerkingsovereenkomst op te
stellen. In een samenwerkingsovereenkomst zijn rechten, plichten en aansprakelijkheden
van alle betrokkenen vastgelegd. Agentschap NL adviseert u dringend om een dergelijke
overeenkomst tijdig af te sluiten. Bij de verlening van een projectaanvraag letten we er
namelijk op dat de in het projectplan omschreven activiteiten ook daadwerkelijk
uitgevoerd worden door de genoemde partij. Mochten er problemen bij de samenwerking
ontstaan, dan is het handig om op de gemaakte afspraken te kunnen terugvallen.
Wij adviseren om de volgende punten in deze overeenkomst op te nemen:
 De deelnemers in het samenwerkingsverband
 De doelstelling van de samenwerking
 De manier waarop u samenwerkt
 De duur van de samenwerking
 De onderlinge verdeling van kosten en risico’s
 De onderlinge verdeling van de subsidie
 De onderlinge verdeling van de intellectueeleigendomsrechten. (Dit is verplicht als
een van overheidswege gefinancierde onderzoeksorganisatie deel uitmaakt van
het samenwerkingsverband.)
Bijlage 1: Deelnemersformulier (aanmelding en machtiging)
Een samenwerkingsverband is verplicht. Vul daarom de deelnemersgegevens in op het
deelnemersformulier. Iedere deelnemer ondertekent dit formulier en machtigt hiermee
de penvoerder voor de subsidieaanvraag en verdere correspondentie hierover. Deze
ondertekening is ook een verklaring dat er een samenwerkingsovereenkomst of
uitbestedingovereenkomst komt als het project subsidie krijgt toegekend.
Versie juni 2013
12
Bijlage 2: Projectplan
Uw subsidieaanvraag beoordelen we inhoudelijk op basis van het projectplan. Het
projectplan moet een gedetailleerd beeld geven van het project. Hiervoor is een
modelprojectplan beschikbaar op www.agentschapnl.nl/intelligentenetten. Een
projectplan telt maximaal dertig pagina's. Wij adviseren u om uw projectidee te
bespreken met een adviseur van Agentschap NL, voordat u een aanvraag indient.
Bijlage 3: Begroting
Op www.agentschapnl.nl/intelligentenetten is een begrotingsmodel beschikbaar. Hierin
geeft u de kosten van uw project aan en maakt u deze kosten aannemelijk. Dit kunt u
doen door in de begroting een onderbouwing te geven en bijvoorbeeld offertes te sturen.
U moet in ieder geval voldoen aan de volgende verplichtingen:
 Stuur van alle deelnemers een begroting op.
 Geef de meerkosten van de investering ten opzichte van de referentiesituatie op.
 Alleen als uw activiteiten en kosten niet in voorgaande categorie passen: geef de
kosten voor onderzoek en ontwikkeling apart aan. Voor onderzoek- en
ontwikkelingsactiviteiten gelden verschillende subsidiepercentages. Overleg vooraf
hierover met Agentschap NL om discussies achteraf te voorkomen.
 De penvoerder geeft een samenvatting van de totale projectkosten.
Bijlage 4: Documenten voor het bewijs van het stimulerend effect
Grote ondernemingen moeten met documenten aantonen dat de subsidie een
stimulerend effect zal hebben. Daarbij moeten zij voldoen aan één van
de volgende criteria: een wezenlijke toename van
a) de omvang of reikwijdte van het project;
b) de totale uitgaven van de onderneming voor het project of
c) de snelheid waarmee het project wordt voltooid.
De Europese Commissie geeft als richtlijn dat de grote onderneming minstens moet
overleggen: een intern document waarin hij de levensvatbaarheid van het te subsidiëren
project of de te subsidiëren activiteit heeft onderzocht in een scenario mét en een
scenario zonder steun, en dat een geloofwaardige analyse alsook bewijs van het
stimulerende effect bevat.
Een eenvoudige verklaring dat steun de reikwijdte of omvang van een project helpt
vergroten zal derhalve niet voldoende worden geacht .
Bijlage 5: Overige bijlagen
Wij raden u aan om stukken die belangrijk zijn voor het project ter onderbouwing mee te
sturen. Bijvoorbeeld:
 offertes;
 toezeggingen van de bank;
 uitbestedingovereenkomst;
 ‘letter of intent’ (bij deelname van een buitenlandse deelnemer);
 samenwerkingsovereenkomst.
Versie juni 2013
13
Als uw project subsidie krijgt toegekend
Als uw project voor subsidie in aanmerking komt, ontvangt u hiervan schriftelijk bericht
in de vorm van een beschikking. Hierin staat hoeveel subsidie u krijgt, welke
voorwaarden er mogelijk nog gelden en aan welke bepalingen u moet voldoen.
Het subsidiebedrag krijgt u in delen uitgekeerd. Penvoerder krijgt automatisch een
voorschot binnen twee weken na aanvang van de activiteiten. Vervolgens krijgt u twee
weken na de start van een nieuw kwartaal (14 januari, 14 april, 14 juli, 14 oktober)
automatisch een voorschot. Het totaal van de voorschotten bedraagt maximaal negentig
procent van de subsidie. De laatste tien procent van het subsidiebedrag wordt pas na
afsluiting en bij vaststelling van het project uitbetaald. Indien het project vertraging
oploopt heeft Agentschap NL het recht om de bevoorschotting op te schorten.
Houd er rekening mee dat u aan een aantal verplichtingen moet voldoen als uw project
subsidie krijgt. De belangrijkste zijn:
 U houdt een juiste projectadministratie bij, inclusief een sluitende
urenadministratie.
 U voert het project uit volgens het projectplan en de bepalingen in de
beschikking.
 Voor eventuele wijzigingen in de uitvoering van het project vraagt u vooraf
schriftelijk toestemming aan Agentschap NL.
 U zorgt tot vijf jaar na de subsidievaststelling voor een verantwoord gebruik van
de resultaten die uit het project voortkomen zoals deze in de subsidieaanvraag
zijn beschreven. Bijvoorbeeld voor een adequate tenaamstelling en bescherming
van de intellectuele eigendomsrechten als die uit het project voortkomen.
 U rapporteert na afloop van elk jaar schriftelijk over de voortgang van het project.
Het model voor de voortgangsrapportage vindt u op
www.agentschapnl.nl/intelligentenetten.
 Aan het eind van het project stuurt u ons binnen dertien weken een verzoek om
de subsidie vast te stellen en een eindverslag. Voor deelnemers die meer dan €
125.000 subsidie krijgen, verstrekt u ook een controleverklaring.
Wat gebeurt er als uw aanvraag wordt afgewezen?
Als uw subsidieverzoek wordt afgewezen, ontvangt u hiervan ook schriftelijk bericht in de
vorm van een beschikking. U kunt telefonisch een nadere toelichting krijgen. Afhankelijk
van de reden voor afwijzing, bekijken wij samen met u of er andere financiële
ondersteuningsmogelijkheden zijn bij Agentschap NL. Houd er hierbij rekening mee dat al
gemaakte kosten bij een eventuele tweede indiening niet voor ondersteuning in
aanmerking komen.
Versie juni 2013
14
Bijlage: Verklarende woordenlijst
Deelnemer (mede-aanvrager)
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon neemt deel aan het samenwerkingsverband
voor eigen kosten en risico. Geen subsidie wordt verstrekt aan een provincie, gemeente
of openbaar lichaam als bedoelt in de Wet gemeenschappelijke regelingen.
Derden (subcontractant)
Derden voeren een deel van het project uit in opdracht en op kosten van de aanvrager of
een deelnemer. Met een derde kan een uitbestedingovereenkomst gesloten worden.
Innovatiecontract Smart Grids:
Het Innovatiecontract van het TKI Switch2SmartGrids (TKIS2SG) uit 2012 en het
addendum van juni 2013 bij het contract.
MKB-onderneming
Onder een kleine of middelgrote onderneming in de zin van de verordeningen 70/2001
en 364/2004 van de Europese Commissie inzake staatssteun voor kleine of middelgrote
onderneming wordt verstaan een onderneming die:
 minder dan 250 werknemers heeft en
 een jaaromzet heeft van niet meer dan € 50 miljoen óf
 een jaarlijks balanstotaal heeft van niet meer dan € 43 miljoen, en
 niet voor 25 procent of meer van het kapitaal of van de stemrechten in handen is
van één of meerdere ondernemingen die niet aan deze definitie voldoen, met
uitzondering van openbare participatiemaatschappijen, van ondernemingen van
risicokapitaal of van institutionele beleggers, indien deze individueel noch
gezamenlijk in enig opzicht zeggenschap over de onderneming hebben.
Ondernemer
Een natuurlijke persoon of rechtspersoon (niet zijnde een rechtspersoon die krachtens
publiekrecht is ingesteld) die een onderneming in stand houdt (niet zijnde een
onderneming die bij regeling van de Minister van Economische Zaken, Landbouw en
Innovatie is uitgesloten).
Penvoerder
Eén van de deelnemers in een project dat uitgevoerd wordt door een
samenwerkingsverband. De penvoerder dient mede namens de andere deelnemers de
aanvraag in verzorgt de correspondentie en de rapportage. De penvoerder zorgt ook voor
de verdeling van de subsidie over de deelnemers.
Projectkosten
Kosten die een subsidieontvanger na de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en
betaald en die noodzakelijk zijn en rechtstreeks aan de uitvoering van het
samenwerkingsproject zijn toe te rekenen.
Referentiekosten
Kosten voor een investering ten behoeve van een in Nederland gangbaar systeem,
apparaat of techniek die in technisch opzicht vergelijkbaar is met een in Nederland uit te
voeren project maar waarmee niet hetzelfde niveau van milieubescherming kan worden
bereikt als met het uit te voeren project, terwijl, in geval van een uit te voeren project
voor hernieuwbare energie, de capaciteit voor de opwekking van energie van dat project
ten minste overeenkomt met die van de eerstbedoelde investering.
Versie juni 2013
15
Samenwerkingsverband
Een verband dat bestaat uit ten minste twee niet in een groep verbonden natuurlijke
personen of rechtspersonen, dat geen rechtspersoonlijkheid bezit. In een
samenwerkingsverband kunnen, naast bijvoorbeeld een ondernemer, kennisinstituten
deelnemen. Deze fungeren in dat geval als volwaardige partners in een
samenwerkingsverband. Een samenwerkingsverband is verplicht bij deze regeling.
Uitbesteding
Een relatie tussen de aanvrager, die een project voor eigen rekening en risico uitvoert,
en een derde aan wie de aanvrager een deel van de activiteiten van dat project
uitbesteedt. De aanvrager dient zelf werkzaamheden in het (samenwerking) project uit te
voeren. De aanvrager mag dan overigens niet met de derde in een groep, commanditaire
vennootschap, vennootschap onder firma of een maatschap zijn verbonden. De
uitbestedingrelatie moet zijn vastgelegd in een overeenkomst tot uitbesteding.
Uitbestedingovereenkomst
Bij uitbesteding van essentiële onderdelen van het project aan derden moet u een
overeenkomst tot uitbesteding sluiten als u subsidie krijgt toegekend. Essentiële
uitbestedingen zijn uitbestedingen die een belangrijke bijdrage leveren aan het slagen
van het project. Ook uitbestedingen met een grote omvang (meer dan 10 procent) ten
opzichte van het totale project vallen hieronder. Niet essentiële uitbestedingen worden
bij de beoordeling van de samenwerking buiten beschouwing gelaten.
Hoewel deze publicatie met de grootste zorg is samengesteld, kan Agentschap NL geen
enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. De teksten van het
Kaderbesluit EZ-subsidies en paragraaf 3.10 van de Subsidieregeling energie en
innovatie zijn leidend.
Versie juni 2013
16
Download