Ademhaling tellen

advertisement
Ademhaling | observeren meten tellen
Onder ademhalingsfrequentie verstaat men het aantal ademhalingen per minuut,
waarbij één ademhaling bestaat uit een inademing en een uitademing (oftewel
inspiratie en expiratie). Door te ademen voorzie je het lichaam van zuurstof (O2) en
wordt koolzuur (CO2) uitgescheiden. De frequentie van het ademhalen neemt toe bij
lichamelijke inspanning en emotionele opwinding; het ritme wordt dan dus sneller.
Ook bij aanzienlijk bloedverlies, daling van de temperatuur en verkleining van de
ademoppervlakte veranderen ritme en frequentie.
In dergelijke gevallen moet het lichaam harder werken om dezelfde hoeveelheid
zuurstof op te nemen en afvalstoffen af te geven.
De ademhaling wordt vanuit het ademhalingscentrum in het verlengde merg
geregeld. Dit gebeurt normaliter onafhankelijk van de wil. Onder normale
omstandigheden is de ademhaling regelmatig en rustig.
De normale ademhalingsfrequentie bij volwassenen is 12-18 ademhalingen per
minuut. Bij kleuters 25-30 ademhalingen per minuut. Bij baby's 40-44 ademhalingen
per minuut.
Er zijn twee manieren om adem te halen, namelijk borst- of ribademhaling en de
buik- of middenrifademhaling.
Het meest komt een combinatie van deze twee voor.
Bijzonderheden
- De observatie van de ademhaling moet geschieden zander dat de zorgvrager het
merkt, omdat de ademhaling beinvloedt kan worden door de wil.
- Observeer frequentie, regelmaat en gelijkmatigheid.
- Tel de ademhaling direct voor het tellen van de pols.
- Tel de ademhaling gedurende een halve minuut, zo nodig gedurende 1 minuut.
- Plaats de zorgvrager in een ontspannen houding. Het ademshalingsoppervlak
wordt vergroot als de zorgvrager rechtop zit en goed gesteund wordt door kussens.
- Observeer tijdens het tellen de borst van de zorgvrager.
- Zo nodig leg je de hand van de zorgvrager op de borst om beter het op en neer
gaan van de borst te kunnen zien.
- Voor het kunnen herkennen van obstructie in de luchtpijp (door alleen te luisteren)
is veel ervaring nodig. Een stethoscoop zou uitkomst kunnen bieden. Bij twijfel is het
raadzaam een (meer ervaren) collega of indien nodig een arts in te schakelen.
- Kijk of de borstkas tijdens in - en uitademing symmetrisch op en neer gaat
(asymetrie kan wijzen op o.a. ribfracturen of ribkneuzingen).
Verschillende ademhalingstypen die afwijken van het normale ritme kunnen worden
onderscheiden in:
1 Ademhaling volgens Cheyne-Stokes
- snelle, diepe ademhaling, steeds vervlakkend totdat een kortere of langere pauze
intreedt
- ademhalingspauze duurt 20-60 seconden.
2 Ademhaling volgens Biot
- snelle, diepe ademhaling onderbroken door plotselinge pauzes.
3 Ademhaling volgens Kussmaul
- snelle (meer dan 20 ademhalingen per minuut) zeer diepe moeizame ademhalingen zonder pauze.
4 Bradypnoe
- pathologisch vertraagde ademhaling als gevolg van vergiftigingen en stofwisselingsstoornissen.
leerdoel
Men kan in 5 minuten de ademhaling tellen volgens de richtlijnen van het protocol.
Opdracht tot voorbehouden of risicovolle handeling: nee
Mag zelfstandig verricht worden
Doel
Het waarnemen van de ademhalingsfrequentie bij een bewoner.
Voorbereiding/ voorwaarden.


De bewoner zeggen dat de hartslag wordt geteld. (als de bewoner wordt verteld
dat de ademhaling wordt geteld, heeft dit invloed op de ademhalingsfrequentie).
Benodigdheden klaarzetten.
o 1 horloge met secondewijzer of polsteller van 30 seconden.
Uitvoering.




Bewoner vragen of hij liever staat, zit of ligt.
De bewoner een zo ontspannen mogelijke houding laten aannemen.
Tel het aantal malen dat de bewoner ademhaalt gedurende een halve minuut.
Vermenigvuldig dit aantal met 2.
Afwerking.


Rapportage van de uitslag, z.n. aan de arts doorgeven.
Gebruikte materialen opruimen.
Bron: Vaardigheden Basisverpleegkunde 2004
Zorgcombinatie De Nieuwe Maas 2003, 7 oktober 2003
Download