Vrouwen trekken met Jezus mee

advertisement
Verhalen over onderdrukking en bevrijding
1. Tussen het land van “ex” en het land van melk en honing
A
B
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
1 / 16
C
Bekijk bovenstaande foto’s en beantwoord de onderstaande vragen
1.
Welke personen zie je? Geslacht? Leeftijd, huidskleur, origine?
2.
Wie zijn het?
3.
4.
5.
Wat dragen de personen? Welke kledij, kenmerkende attributen of andere
voorwerpen?
Wat zegt dit mogelijks over hun persoonlijkheid, beroep of sociaaleconomische situatie?
In welke houding en met welke gebaren worden de personen afgebeeld wat
betreft hun lichaam, hoofd, gezicht, gelaatstrekken, andere lichaamsdelen?
6.
Op welke gevoelens, innerlijke houding, activiteit kunnen deze wijzen?
7.
Welke handelingen verrichten de personen?
8.
9.
10.
Welke gebeurtenis wordt hier (mogelijk) uitgebeeld? Naar welk bijbelverhaal
zouden de 3 foto’s eventueel kunnen verwijzen?
Welk soort landschap zien we hier? Zijn er opvallende elementen?
Welke functie hebben deze beeldelementen : enkel achtergrond of stoffering,
uitdrukking van stemming, aangeven van handeling, symbolische betekenis?
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
2 / 16
Welk verband zie je tussen de drie foto’s? Zijn er gelijkenissen of
verschillen?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2. Een verhaal over vluchtelingen
Uit je land wegvluchten is verre van altijd makkelijk. Zeker wanneer je weinig
geld hebt of aangewezen bent op hulp. Mensen verstoppen zich soms als
verstekeling in boten, vliegtuigen, vrachtwagens… De reis kan dan erg
gevaarlijk zijn, zelfs met fatale afloop.
Wie het haalt en in België aankomt, kan “asiel” aanvragen bij de Dienst
Vreemdelingenzaken in Brussel. Daar moet je vertellen waarom je gevlucht
bent. Niet zelden vindt men dit verhaal twijfelachtig of onsamenhangend.
Tachtig procent van de asielzoekers krijgt een negatieve beslissing.
Wie is vluchteling? Je wordt als “vluchteling’ erkend als je in je land vervolgd
wordt omwille van je nationaliteit, etnische afkomst, sociale groep, religieuze of
politieke overtuiging. Veel mensen vluchten ook om aan de armoede te
ontsnappen (om economische redenen) en dat laat men in principe niet toe.
Als aan je verzoek tot verblijf een eerste, voorlopig positief gevolg wordt
gegeven, ben je voorbij de beginfase. Dan begint de tweede fase. Via een nieuw
interview en een uitvoerig onderzoek in je thuisland wordt onderzocht of je
verhaal wel klopt. Na verloop van tijd zal het Commissariaat-Generaal voor
Vluchtelingen en Staatlozen een definitief antwoord geven.
Veel mensen beginnen nooit aan de asielprocedure. Omdat ze weten dat ze toch
geen kans maken. Of ze stoppen met de procedure als ze een eerste negatief
advies krijgen. Of ze doorlopen heel de procedure, maar krijgen uiteindelijk
toch een “negatief”. Niet zelden duiken ze dan onder in de illegaliteit. Ze
hebben geen papieren, mogen niet werken, krijgen geen OCMW-steun …
bestaan eigenlijk officieel niet. In die situatie worden ze een gemakkelijk
slachtoffer van uitbuiting: huisjesmelkerij, zwart en illegaal werk, prostitutie,…
Vluchtelingen en mensen zonder papieren komen dagelijks in het nieuws. Hoe
worden ze in de media voorgesteld? Wordt erbij verteld in welke
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
3 / 16
omstandigheden ze leven of aangetroffen worden? Zijn er personen die een
schuld dragen voor hun situatie? Krijg je informatie over wie die mensen juist
zijn?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
Wat zijn de oorzaken waardoor mensen vluchten en naar het Westen komen?
Kan je deze oorzaken begrijpen?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
4 / 16
3. Een bijbels verhaal over vluchtelingen
God reikt de hand
Het Exodus verhaal: situering
In de tijd van Jozef als onderkoning van Egypte zijn Jakob en zijn zonen in Gosen, een
Egyptische provincie, gaan wonen. Daar hebben zij een groot nageslacht gekregen.
Een farao (die Jozef niet gekend heeft) ziet de Hebreeën als een bedreiging en laat hen
slavenarbeid verrichten. Ook geeft hij de opdracht dat alle Joodse baby's van het
mannelijk geslacht moeten worden gedood. De vroedvrouwen Sifra en Pua weigeren
dit.
De joodse vrouw Jochebed krijgt een kind, maar uit vrees voor de farao, maakt zij een
rieten mandje, stopt de baby daarin en brengt het naar de rivier. Daar wordt het mandje
en de baby gevonden door de dochter van de farao. Zij noemt het kind Mozes. Mirjam,
de zus van Mozes, weet de dochter van de Farao te overhalen dat hij de eerste jaren
mag worden opgevoed door Jochebed.
Als Mozes volwassen is ziet hij dat een Hebreeuwse slaaf wordt mishandeld door een
Egyptenaar. Hij slaat de Egyptenaar dood en vlucht naar Midjan. Daar ontmoet hij
Jetro en Mozes trouwt met zijn dochter Sippora. Mozes wordt schaapsherder. Een
aantal jaren verstrijken en de farao van Egypte sterft. Op een dag ziet Mozes een
brandende braamstruik en door de struik spreekt God tot hem dat hij zijn volk zal
bevrijden uit de slavernij. Mozes is bang dat de Israëlieten hem niet zullen geloven.
Ook is hij bang om te spreken. Daarom stuurt God Aäron, de broer van Mozes, hem
tegemoet. Deze zal het woord voeren. Mozes en Aäron verschijnen voor de farao,
maar in plaats van het volk te laten gaan, legt de farao een nog grotere last op hen. God
stuurt de broers echter weer opnieuw naar de farao.
Mozes en Aäron bezoeken de farao weer en laten het water van de Nijl in bloed
veranderen. De farao geeft in eerste instantie toe om de Israëlieten te laten gaan, maar
komt nadien op zijn beslissing terug. Zo gaat het een aantal keren, terwijl God steeds
meer plagen op de farao en Egypte afstuurt. Kikkers, muggen, steekvliegen, etterende
puisten bij mens en dier, veepest, zware hagel, sprinkhanen en duisternis. Bij de laatste
plaag sterven alle eerstgeborenen.
De Israëlieten ontkomen daaraan door een lam te slachten en het bloed ervan op de
deurposten te smeren. Pas na de dood van alle eerstgeborenen laat de farao het volk
gaan. Ze trekken richting de Schelfzee (dit is de bijbelse naam voor de Rode Zee). God
gaat hen voor in een wolk. De farao krijgt echter opnieuw spijt van zijn beslissing en
achtervolgt het volk met zijn leger. Maar de wolk daalt neer tussen het volk en het
leger van de farao en voorkomt dat het Israëlitische volk wordt aangevallen. De dag
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
5 / 16
daarna gebruikt Mozes zijn staf waarmee hij de Schelfzee in twee splitst. Het volk kan
naar de overkant trekken. Op het moment dat het leger van de farao de achtervolging
weer inzet stroomt het water terug en komt een groot deel van het leger om. De
Israëlieten zijn ontsnapt en bereiken de overkant.
Bijbelfragment
[5] Dan moet u, staande voor de HEER uw God, het woord nemen en zeggen: “Mijn
vader was een zwervende Arameeër. Hij is met een klein aantal mensen naar Egypte
gegaan en, terwijl hij daar als vreemdeling verbleef, een groot, machtig, talrijk volk
geworden. [6] Toen de Egyptenaren ons slecht behandelden, ons onderdrukten en ons
harde slavenarbeid oplegden, [7] hebben wij tot de HEER, de God van onze vaderen,
geroepen. En de HEER heeft ons verhoord en zich onze vernedering, ons zwoegen en
onze verdrukking aangetrokken. [8] Hij heeft ons uit Egypte geleid met sterke hand,
met uitgestrekte arm, onder grote verschrikkingen, en met tekenen en wonderen. [9]
Hij heeft ons naar deze plaats gebracht en ons dit land geschonken, een land dat
overvloeit van melk en honing. [10] Daarom breng ik nu de eerste vruchten van de
grond, die U, HEER, mij hebt geschonken.” Dan moet u die voor de HEER uw God
neerleggen, u voor Hem neerbuigen [11] en samen met de Levieten en de
vreemdelingen die bij u wonen, feestvieren vanwege al de weldaden die Hij aan u en
aan uw huis heeft geschonken. Deut 26, 5-11 (Willibrordvertaling)
Opdracht: Maak een tekening bij een bepaald fragment van dit bijbels verhaal.
Dit kan een fragment zijn dat je aanspreekt of een beeld die je
onmiddellijk voor ogen hebt.
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
6 / 16
4. Vergelijking bijbelverhaal - actueel verhaal
Jezus reikt de hand
Bijbelfragment: "Storm op meer"
[22] Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te
gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. [23]
Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De
nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. [24] De boot was intussen al vele stadiën
van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven
geteisterd. [25] Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het
meer. [26] Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek. Ze
riepen: ‘Een spook!’ en schreeuwden het uit van angst. [27] Meteen sprak Jezus hen
aan: ‘Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!’ [28] Petrus antwoordde: ‘Heer, als u het
bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.’ [29] Hij zei: ‘Kom!’
Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. [30] Maar toen hij
voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het
uit: ‘Heer, red me!’ [31] Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei:
‘Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?’ [32] Toen ze in de boot stapten, ging de
wind liggen. [33] In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: ‘U bent
werkelijk Gods Zoon! Mt 14, 22-36 (Willibrordvertaling)
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
7 / 16
Actua: de bevrijding van de Chileense mijnwerkers in 2010
Aan het hachelijke avontuur in Chili (2010) waarbij 33 mijnwerkers op 622 meter
diepte vastzaten, kwam na 69 dagen een einde. Eén voor één werden ze door
reddingswerkers boven gehaald, na een booroperatie die mede dankzij sponsoring
mogelijk werd gemaakt. De eerste kompel die de bovengrond bereikte was de 31jarige Florencio Avalos die, eens uit de reddingscapsule, onmiddellijk in de armen viel
van zijn zevenjarig zoontje en zijn vrouw. Het waren ontroerende en onvergetelijke
beelden.
Dat hun avontuur lichamelijk en geestelijk veel heeft geëist, spreekt voor zich. Erik De
Soir is crisispsycholoog van het Belgische leger en een expert inzake posttraumatische
stress: “Hoe uitgelaten de sfeer ook is nu de mannen gered worden, de impact van wat
er is gebeurd zal pas over weken of maanden duidelijk worden. Sommigen
ontwikkelen onmiddellijk stress, anderen pas na maanden. Hen goed opvolgen en
begeleiden is de boodschap.”
De volgorde waarin de kompels naar boven komen was niet willekeurig. De twee
eersten waren fysiek de sterksten. Mocht er iets misgelopen zijn, dan kon onderaan de
capsule nog altijd een luik worden geopend om langs een touw terug in de mijn af te
dalen. Daarna volgden de lichamelijk en mentaal zwaksten. En als laatste kwam de
mentaal sterkste naar boven. Dat is Luis Urzúa, de 54-jarige ploegbaas van de
mijnwerkers, die hen door de 66 dagen onder de grond heeft geloodst.
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
8 / 16
Filmfragment: bevrijding van de Chileense mijnwerkers
Vragen betreffende “Storm op meer” en bevrijding van de Chileense
mijnwerkers:
1. Situeer
de beide verhalen. Waar vinden ze plaats? In welke tijd? Welke personages
spelen een rol?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2. Vertel
in een paar woorden waar het juist over gaat. Wat ervaren de personages?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
3. Welke
gelijkenissen en verschillen vind je in de beide geschiedenissen?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
4. Welke
betekenis van de bijbeltekst ben je op het spoor gekomen? Ben je de
bijbeltekst anders gaan zien dan voorheen? Welke inzichten heb je opgedaan die
voor jouw leven betekenis kunnen krijgen?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
5. Lied: “Suzanne” door Herman van Veen
Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
duizend schepen gaan voorbij
en toch wordt 't maar niet later,
en je weet dat zij te gek is,
want daarom zit je naast haar
en ze geeft je pepermuntjes,
want ze geeft je graag iets tastbaars
en net als je haar wilt zeggen:
'ik kan jou geen liefde geven'
komt heel de stad tot leven en hoor
je meeuwen schreeuwen,
je hebt steeds van haar gehouden,
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
9 / 16
en je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
en je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand
en Jezus was een visser,
die het water zo vertrouwde,
dat Hij zomaar over zee liep,
omdat Hij had leren houden
van de golven en de branding,
waarin niemand kan verdrinken,
Hij zei: ' Als men blijft geloven,
kan de zwaarste steen niet zinken'.
Maar de hemel ging pas open,
toen Zijn lichaam was gebroken
en hoe Hij heeft geleden,
dat weet alleen die Visser aan 't kruis
en je wilt wel met Hem meegaan,
samen naar de overkant
en je moet Hem wel vertrouwen,
want Hij houdt al jouw gedachten in Zijn hand.
Suzanne neemt je mee,
naar een bank aan het water,
je onthoudt waar ze naar kijkt,
als herinnering voor later
en het zonlicht lijkt wel honing,
waaraan kinderen zich te goed doen
en het grasveld ligt bezaaid met wat de
mensen zoal weg doen,
in de goot liggen de helden,
met een glimlach op de lippen
en de meeuwen in de lucht,
lijken net verdwaalde stippen,
als Suzanne je lachend aankijkt
en je wilt wel met haar meegaan,
samen naar de overkant
en je moet haar wel vertrouwen,
want ze houdt al jouw gedachten in haar hand.
1. Onderstreep
waar in de liedtekst je kunt merken dat er sprake is van bevrijding.
2. Hoe
kun je ertoe komen om de stap naar de overkant te zetten?
3. Wat
als dit ontbreekt?
4. Wat
biedt geloven in Hem? Hoe kun je Hem vertrouwen?
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
10 / 16
5. Welke
symboolhandelingen uit het verhaal "Storm op meer" herken je in het
lied?
In moeilijkheden terechtkomen – geen houvast meer vinden – zich geroepen voelen
– vertrouwen hebben – zich bevrijd weten - houvast gevonden hebben in het geloof.
6. Persoonlijke reflectie
1. Wat
heeft die wenende vrouw meegemaakt, denk je? Breng dit in verband met de
leerstof.
2. Wanneer
3. Kunnen
kunnen jongeren zich onderdrukt/ weggedrukt voelen?
mensen vormen van onderdrukking te boven komen? Waarom wel of niet?
4. Verdrukking
van jezelf of anderen: doe je er iets aan, of blijf je er gelaten bij en laat
je het zomaar gebeuren?
5. Heb
je je zelf al eens verdrukt of geklemd gevoeld? Heb jij dit dan zelf
(mee)veroorzaakt of is het jou overkomen, of wordt je het aangedaan?
6. Geraak
je zelf uit verdrukking, helpen anderen je hierbij, heb je werkelijk hulp
nodig?
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
11 / 16
BESLUIT
In bijbelverhalen hebben handelingen en gebeurtenissen vaak een
symbolische betekenis. Met beelden wordt naar een diepere werkelijkheid
verwezen. Veel van deze verhalen gaan over verdrukking en de bevrijding
die erop volgt door God of Jezus.
In het verhaal "Storm op meer" uit het Nieuwe Testament stelt Jezus
symboolhandelingen wanneer de leerlingen in paniek raken op de boot. De
leerlingen verliezen hun houvast, maar kunnen vertrouwen op Jezus. Hij
reikt de handen uit naar Petrus.
Ook vandaag ervaren mensen dat ze handen aangereikt krijgen. Mensen
rondom je heen kunnen je steunen, kunnen je met liefde omringen en
kunnen je voldoende vertrouwen geven om vol te houden of nieuwe stappen
te durven zetten. Christenen vertrouwen op God, een God die liefde geeft en
van wie je steun kunt ervaren en krijgen.
Geraadpleegde bronnen:
Aerts L. Geloofsleer: De God van de Schriften, Hoofdstuk3: De God van het verbond (pag.
33-47)
Lataire B. Leren lezen in de evangeliën, Verhaalstijl van het Mt-Evangelie. (pag. 45-46)
Peersman M. Geloofsleer: Gods Geest en de Kerk, Hoofdstuk 1. A: De Kerk als probleem
en last (pag.6-17)
Van den Bossche S. Sacramenten en liturgie, Deel I: Over de betekenis van de sacramenten
(pag. 1-34)
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
12 / 16
Evaluatie - Lees volgende teksten, beantwoord daarna de vragen
1. De processie van Janusz Korczak
Janusz Korczak is een Poolse kinderarts die na WOI een weeshuis oprichtte voor
joodse kinderen. Tijdens de Duitse bezetting verhuisde hij met het weeshuis mee naar
het getto van Warschau. Op 5 augustus 1942 kwamen Duitse soldaten de kinderen
ophalen voor deportatie, hoewel Janusz Korczak zelf niet mee moest met de
deportatie, laat hij “zijn” kinderen niet in de steek en gaat hij met hen mee. Hij schonk
er zijn leven voor.
Een wonder gebeurde. Tweehonderd kinderen schreeuwden niet. Tweehonderd zuivere
zielen huilden niet. Niet een van hen liep weg. Niemand probeerde zich te verbergen.
Als getroffen zwaluwen klampten zij zich vast aan hun leraar en mentor, aan hun
vader en broer, Janusz Korczak, omdat hij hen niet zou verlaten en hen zou bijstaan.
Janusz Korczak liep voorop, het hoofd gebogen, met een kind aan elke hand, zonder
hoed, een leren riem rond zijn middel en hoge laarzen dragend. Enkele verpleegsters
werden gevolgd door tweehonderd kinderen, gekleed in schone en keurig verzorgde
kleren. Van alle kanten waren de kinderen omringd door Duitse soldaten en
politieagenten.
1a.
Waar speelt het verhaal zich af? Wanneer? Wie van de personages zijn de
onderdrukkers, de verdrukten en de bevrijder/ontfermer?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
13 / 16
1b.
Op welke manier worden de onderdrukten bevrijd, gesteund, voelen ze zich door
iemand niet in de steek gelaten?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
1c.
Waarom gaat Janusz Korczak mee met de deportatie terwijl dit niet moet?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
1d.
Waarom huilen of schreeuwen de kinderen niet tijdens de deportatie?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2. Jezus reikt de hand
Hoe werden vrouwen behandeld in de tijd van Jezus?
Het is geweten dat in Jezus’ tijd de sociale status van de vrouw niet danig verschilde
van die van een slaaf. Zoals de slaaf hing de vrouw af van haar meester-echtgenoot en
werd ze onderdrukt. Samen met het huis en de akker werd de vrouw gerangschikt
onder de bezittingen van de man. Haar man kon haar verstoten als hij haar een
scheidingsbrief meegaf. Zelf kon ze geen echtscheiding aanvragen. Heel haar leven
moest ze onmondig blijven. Zij werd ook nooit aanvaard als getuige in een rechtszaak.
De plaats van de vrouw was thuis; ze moest voor de kinderen zorgen, het huishouden
beredderen en allerlei werkjes opknappen. Graan malen, brood bakken, water halen
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
14 / 16
aan de bron, wol of vlas spinnen, de vloer reinigen … het waren typische
vrouwentaken.
Als de vrouw toch genoodzaakt was om op straat te komen, moest ze zich zo
onpersoonlijk mogelijk gedragen. Vandaar dat elke vrouw een sluier droeg. Als een
vrouw een gesprek aanknoopte om bijvoorbeeld iets te vragen, moest men haar zo kort
mogelijk antwoorden.
In de synagoge had ze wel haar plaats, hoewel het toch van het aantal aanwezige
mannen afhing of de dienst kon plaatshebben. Minstens 10 mannen moesten aanwezig
zijn.
Vrouwen werden ook vlugger van overspel beticht. De man deed geen overspel als hij
gemeenschap had met een ongehuwd meisje. Maar de vrouw brak haar huwelijksband
telkens wanneer zij met een andere man, ook een ongehuwde, betrekking had.
Vrouwen trekken met Jezus mee
[1] In de tijd die daarop volgde trok Hij door steden en dorpen om de goede boodschap
van het koninkrijk van God te verkondigen. De twaalf vergezelden Hem, [2] en ook
enkele vrouwen, die van boze geesten en ziekten genezen waren – Maria van Magdala,
uit wie zeven demonen waren weggegaan, [3] Johanna, de vrouw van Chusas, een
hoge beambte van Herodes, en Susanna – en nog vele andere vrouwen, die hen uit
eigen middelen onderhielden. LC 8, 1-3 (De Nieuwe Bijbelvertaling)
2a.
Waar speelt het verhaal zich af? Wanneer? Wie van de personages zijn de
onderdrukkers, de verdrukten en de bevrijder?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2b.
Op welke manier worden de onderdrukten bevrijd, gesteund, voelen ze zich door
iemand nabij?
……………………………………………………………………………………
…………………………………………………………………………………….
2c.
Welke houding namen de joden aan?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2d.
Hoe verrassend anders handelde Jezus? Wat is bevrijdend aan zijn opstelling?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
15 / 16
2e.
Welk verhaal of gebeurtenis ken jij nog waarin sprake is van verdrukking en
bevrijding? Dit kan iets zijn uit je eigen omgeving of iets uit de actualiteit. Over
welke mensverdrukkende omstandigheden gaat het en licht toe? Wie of welke
organisatie komt voor hen op? Op welke manier werd er bevrijdend gehandeld?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
2f.
Hoe reageer jij tegen onderdrukking en mensonwaardige omstandigheden? Op
welke manier help jij?
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
……………………………………………………………………………………
—————————————————————————————————————————
D. Deroo
16 / 16
Download