recht - Makelaardij CD ROM

advertisement
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
Vastgoedeconomie
www.makelaardijcdrom.nl
IPD / WITTENBORG
HOOFDSTUKKEN: 05
MARKTEN EN MARKTVORMEN
De onderdelen die hieronder worden behandeld, komen overeen met (onderdelen uit) van:
- hoofdstuk 5 lesboek Economie Vastgoed (Buist en Wagemakers)
------------------------------------------------------------------------------------------------------ Markt:
- het begrip markt kan, naar werkingsgebied, worden onderscheiden in, onder meer:
1. markt in economische_zin:
- alle vrager(s) en alle aanbieder(s) van een bepaald product of bepaalde product(en) en de door
hen in totaal gevraagde ( = marktvraag ) respectievelijk aangeboden hoeveelheden
( = marktaanbod ) van dat product gedurende een bepaalde periode in een bepaald gebied
2. markt in economisch_wetenschappelijk_zin:
- het samenstel van krachten van de marktpartij(en) dat van invloed is op de totstandkoming van
de prijzen van product(en) en of dienst(en) op die markt
3. markt in de marketing:
- het geheel van vragende_partij(en) / marktvraag naar een bepaald product, of naar bepaalde
product(en)
- de volgende aspect(en) m.b.t. de marketingmarkt kunnen worden onderscheiden:
3. 1. afbakening naar een bepaalde behoefte van de consument
3. 2. afbakening naar een bepaald product om de behoefte te bevredigen
3. 3. afbakening naar een bepaald geografisch gebied
3. 4. afbakening naar een bepaalde tijdsperiode
3. 5. afbakening naar een bepaalde afnemersgroep
- de markt kan tevens verder worden onderscheiden in term(en) van:
4. afzetmarkt:
- wordt gevormd door de gezamenlijk afnemer(s) die voor een bepaalde organisatie zowel koper(s)
als potentiële_koper(s) zijn
- kan verder worden onderscheiden in:
4.1. kopersmarkt ofwel buyers_market
- hierbij ligt de macht bij de koper
4.2. verkopersmarkt
- hierbij ligt de macht bij de verkoper
4.3. zakelijke_markt
- wordt ook wel industriële_markt genoemd
4.4. consumentenmarkt
- het geheel van alle consument(en) die tezamen alle product(en) afnemen
5. concrete_markt(en):
- (geografisch) bepaalde plaats, zoals een plein, straat, gebouw, etc., waar
- marktpartij(en), zijnde de koper(s) ofwel afnemer(s) en verkoper(s) ofwel aanbieder(s),
danwel de intermediair(s) = tussenpersoon, alsmede de te verkopen product(en) al dan niet
daadwerkelijk / fysiek aanwezig zijn
- kan verder worden onderscheiden in:
5.1. warenmarkt, veemarkt
5.2. bloemenveiling / veiling
5.3. beurs
5.4. aanbesteding
5.5. termijnmarkt
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
1
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
6. abstracte_markt(en):
- het geheel van betrekking(en) ( = relatie(s) ) tussen marktpartij(en) ofwel vrager(s) naar en
aanbieder(s) van een bepaald product, of dienst, die in ruiltransactie(s) kunnen resulteren
- een markt waar de te verhandelen goederen NIET fysiek aanwezig zijn
- de marktpartij(en), zijnde de aanbieder(s) / verkoper(s) en de vrager(s) / koper(s), elkaar NIET
daadwerkelijk ontmoeten
- kan verder worden onderscheiden in:
6.1. kopersmarkt
6.2. verkopersmarkt
6.3. consumentenmarkt
6.4. zakelijke_markt / industriële_markt
- kan verder nog onderscheiden in, onder meer:
6.4.1. puur_zakelijke_markt
6.4.2. institutionele_markt
6.4.3. wederverkopersmarkt
6.4.4. overheidsmarkt
- het begrip " markt " wordt in bepaalde geval(len) ook wel met de term " afzetmarkt " aangeduid
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marktsector(en):
- kunnen worden onderscheiden in:
1. primaire_sector:
- omvat de sector(en) landbouw, veeteelt, jacht, visserij en de delfstoffenwinning
- de economische sector die grondstof(fen) en voedsel levert
2. secundaire_sector:
- omvat alle bedrijven en activiteit(en) die de grondstof(fen) van de primaire_sector verwerken
- wordt ook wel de industrie genoemd
3. tertiaire_sector:
- de sector van handel en commerciële_dienstverlening, omvattende de:
3.1. handelssector
3.2. dienstensector
- de economische sector waarin bedrijven met de verkoop van hun dienst(en) winst willen maken
4. quartaire_sector:
- wordt ook wel de non_profit_sector genoemd
- de sector van niet-commerciële_dienstverlening
- de enige economische_sector zonder winstoogmerk
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marktvraag:
- de grootte van de vraag naar een bepaald product in volume ( aantal(len) , gewicht, m3, etc. ), of in
waarde ( valuta, geld ), in een bepaald gebied ( bijv. een provincie in Nederland, de
binnenlandse_markt, de Europese_markt, de wereldmarkt, etc. ), in een bepaalde periode ( bijv. maand,
jaar, etc. )
-kan worden onderscheiden in:
1. Generieke_vraag:
- betreft de vraag naar algemene_behoefte, zoals:
- vervoer ( productklasse )
2. Primaire_vraag ofwel oorspronkelijke_vraag:
- betreft de vraag naar een soort vervoer zoals fiets ( productgroep )
3. Secundaire_vraag
- betreft de vraag naar een bepaald merk fiets ( in absoluut aantal )
4. Selectieve_vraag ofwel specifieke_vraag ofwel relatieve_vraag
- betreft het marktaandeel van een bepaald merk, waarbij
secundaire_vraag
Selectieve_vraag = ------------------------------primaire_vraag
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
2
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
5. Initiële_vraag:
- betreft de situatie waarin voor de eerste keer een bepaald product, of een bepaald merk wordt
gekocht
6. Additionele_vraag:
- betreft de aanvullende_aankoop zonder afschaffing van de eerste_aankoop
7. Uitbreidingsvraag:
- betreft het uitstaande_park, waarbij
Uitbreidingsvraag = initiële_vraag + additionele_vraag
8. Vervangingsvraag
- betreft de aankoop met afschaffing van eerdere_aankoop ( dus geen uitbreiding ), zodat:
Vervangingsvraag = aankoop met afschaffing van eerdere_aankoop ( dus geen uitbreiding )
9. Totale_vraag
- betreft de initiële_vraag + additionele vraag + vervangingsvraag, zodat:
Totale_vraag = initiële_vraag + additionele vraag + vervangingsvraag
10. Afgeleide_vraag:
- betreft de vraag naar onderdelen / halffabricaten van een product door de producent van dat
product, als gevolg van de primaire_vraag door de consument naar dat product
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marktpotentieel:
- wordt ook wel potentiële_markt genoemd
- dat deel van alle afnemer(s) ( zijnde de totale bevolking, of alle organisatie(s), etc. ), dat interesse heeft
in een bepaald product en waarvan het niet is uitgesloten dat deze groep in de toekomst dit product zal
aanschaffen, bijvoorbeeld bij:
- lagere prijzen voor dat product
- toename van het beschikbare budget
- grotere bekendheid of verkrijgbaarheid van het product
- grotere overtuiging van het nut / benefit van het desbetreffende product
- als marktpotentieel kan in desbetreffende geval(len) worden onderscheiden:
- in het aantal:
- huishouden(s) in Nederland
- personen in een bepaalde leeftijdsgroep
- of in:
- duurzaam_product ( gebruiksgoederen )
- niet-duurzaam_product ( verbruiksgoederen )
- deze 2 begrip(pen) zijn eveneens van belang bij de penetratiegraad in de markt van een product
- het marktpotentieel wordt gevormd door de:
- potentiële_gebruiker(s)
en de:
- reële_gebruiker(s)
- verder spelen de volgende aspect(en) een rol:
1. Penetratiegraad:
- is de verhouding tussen het aantal verschillende koper(s) van product X in periode t, en
- het potentieel aantal afnemer(s) van product X, dus:
aantal verschillende koper(s) van product X in periode t
Penetratiegraad = --------------------------------------------------------------------potentieel aantal afnemer(s) van product X, dus
- cumulatief = vanaf moment van introductie
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
3
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
2. Bezitsgraad:
- is de verhouding tussen het aantal verschillende bezitter(s) van product X op een bepaald moment of
periode, en
- het potentieel aantal afnemer(s) van product X, dus:
aantal verschillende bezitter(s) van product X op een bepaald moment of periode
Bezitsgraad = -------------------------------------------------------------------------------------------het potentieel aantal afnemer(s) van product X
- cumulatief = vanaf moment van introductie
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marktvorm(en):
- de vorm, type en gedrag ( prijsvorming ) van een markt, waarbij
- de marktvorm mede wordt bepaald door het aantal_marktpartij(en) dat m.b.t. een bepaald product
actief is in de markt
- marktvorm(en) kunnen worden onderscheiden in:
1. volledige_mededinging:
- betreft een marktvorm waarbij de volgende aspect(en) kunnen worden onderscheiden:
1.1. wordt ook wel genoemd: volkomen_concurrentie, volledig_vrije_mededinging,
volledige_concurrentie, atomistische_concurrentie
1.2. de marktvorm waarbij veel aanbieder(s) hetzelfde product ( = homogeen_product )
aanbieden en waar veel vrager(s) zijn en waarbij geen van de individuele aanbieder(s) vrij is
een eigen prijs te bepalen
1.3. voorbeeld(en): aardappelteler(s); graanteler(s); transportondernemer(s); etc.
2. monopolie:
- betreft een marktvorm waarbij de volgende aspect(en) kunnen worden onderscheiden:
2.1. een marktvorm met één aanbieder en veel vrager(s)
2.2. de ( enige ) aanbieder kan de prijs bepalen zonder rekening te houden met de ( afwezige )
concurrentie, waarbij
- de vraag toeneemt als de prijs lager is
2.3. voorbeeld(en): waterleidingmaatschappij; etc.
3. oligopolie:
- betreft een marktvorm waarbij de volgende aspect(en) kunnen worden onderscheiden:
3.1. een marktvorm waarbij slecht enkele aanbieder(s) een homogeen_product en / of een
heterogeen_product aan veel vrager(s) aanbieden
3.2. de C4_index bedraagt minstens 70 %
3.3. de aanbieder(s) moeten m.b.t. hun gedraging(en) rekening houden met de reactie(s) van
andere aanbieder(s), want:
3.3.1. bij een prijsverlaging door één van de aanbieder(s) zullen de andere aanbieder(s)
meegaan in de prijsverlaging en kan een moordende concurrentie ( = prijzenoorlog )
ontstaan
3.3.2. bij een prijsverhoging door één van de aanbieder(s) is het NIET zeker of de andere
aanbieder(s) meegaan in de prijsverhoging en kan de eenzame prijsverhoger omzet
/ winst missen ( prisoners_dilemma )
3.4. oligopolie kan verder worden onderscheiden in:
3.4.1. homogeen_oligopolie:
- iedere aanbieder heeft hetzelfde product: benzinemaatschappij; bierbrouwerij;
etc.
3.4.2. heterogeen_oligopolie:
- iedere aanbieder heeft een groot aantal product(en): reisorganisatie(s); grote
supermarktketen(s); etc.
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
4
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
4. monopolistische_concurrentie:
- betreft een marktvorm waarbij de volgende aspect(en) kunnen worden onderscheiden:
4.1. een marktvorm met veel vrager(s) en waarbij een groot aantal aanbieder(s) ieder een
verschillend maar gelijksoortig product aanbiedt en elke aanbieder een beperkte vrijheid heeft
in het vaststellen van zijn eigen verkoopprijs
4.2. er zijn zoveel concurrent(en) dat een individuele aanbieder daar geen rekening meer mee kan
houden en zich, vanwege de betreffende afwijkende producteigenschap(pen) van zijn eigen
product, als een monopolist gaat gedragen
4.3. voorbeeld(en): nieuwe personenauto(s), , alcoholische_drank(en), wasmiddel(en),
verzekering(en), etc.
- in feite is de hele detailhandel een voorbeeld van monopolistische_concurrentie
- de marktvorm, marktfactor, prijsvorming, etc., hangen nauw met elkaar samen
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Opbrengst(en), kosten en winst(en) bij de verschillende marktvorm(en):
1. een aantal begrippen:
1.1. constante_kosten per producteenheid ( CK ):
- kosten welke onafhankelijk zijn van de omzet
1.2. variabele_kosten per producteenheid ( VK ):
- kosten welke direct afhankelijk zijn van de omzet
1.2.1. gemiddelde_variabele_kosten ( GVK )
1.3. marginale_kosten per producteenheid ( MK ):
- kosten om 1 extra producteenheid te vervaardigen
1.4. gemiddelde_totale_kosten per producteenheid ( GTK ):
= ( totale constante_kosten + totale_variabele_kosten ) / aantal producteenheden
1.5. opbrengst / omzet:
= aantal verkochte producteenheden ( Q ) x prijs ( P )
1.6. gemiddelde_opbrengst per producteenheid ( GO ):
= ( totale opbrengst / aantal producteenheden )
1.7. marginale_opbrengst per producteenheid ( MO ) / marginale_omzet per product:
- de opbrengst van 1 extra vervaardigde producteenheid
1.8. maximale_omzet:
- de maximale_omzet / maximale_opbrengst waarbij geen winst of verlies wordt gemaakt
- betreft het 2e break_even_punt waar GO = GTK
1.9. maximale_winst / winstmaximalisatie:
- de afzet ( aantal producteenheden ) waarbij de winst maximaal is, dus bij MK = MO
1.10. bedrijfsoptimum:
- de afzet ( aantal producteenheden ) waarbij de gemiddelde_totale_kosten ( per
producteenheid ) het laagst zijn
1.11. break_even_point ( BEP ) / break_even_omzet / break_even_afzet:
- de afzet ( aantal producteenheden ) waarbij de geen winst of verlies wordt gemaakt
1.12. prijs / verkoopprijs ( P ):
- de prijs die op de vrije_markt tot stand komt op het snijpunt van de vraaglijn en de
aanbodlijn
2. de marktvorm(en):
2.1. volledige_mededinging:
2.1.1. een individuele aanbieder ( of vrager ) kan de prijs ( P ) niet beïnvloeden ==>>
P = MO = GO
2.1.2. MK en GTK variëren met de afzet
2.1.3. maximale_winst / winstmaximalisatie bij MK = MO
2.1.4. maximale_winst = ( GO - GTK ) x aantal producteenheden
2.1.5. maximale_omzet = Q x P ( bij de grootste Q waarbij GO = GTK )
2.1.6. break_even_omzet = Q x P ( bij de laagste Q waarbij GO = GTK )
2.1.7. laagste_kostprijs = bedrijfsoptimum = minimum van GTK
2.1.8. prijsverlaging: MO = GO = P dalen, waarbij
2.1.8.1. als P < GTK ==>> verlies, maar
2.1.8.2. zolang P > GVK ==>> gedeeltelijke terugverdienen van de constante_kosten
- zie schema volledige_mededinging
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
5
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
2.2. monopolie:
2.2.1. hierbij is NIET P = MO = GO, maar
- hier is er een prijsafzetlijn GO en een marginale_opbrensgtlijn MO, welke dalen bij
toenemende afzet Q, d.w.z.
- grotere afzet bij lagere prijs / aanbiedprijs
- lagere MO bij lagere prijs / aanbiedprijs
2.2.2. maximale_winst / winstmaximalisatie bij MK = MO
2.2.3. break_even_afzet ( BEP ) bij GO = GTK
2.2.4. laagste_kostprijs = bedrijfsoptimum = minimum van GTK
2.2.5. maximale_omzet bij MO = 0
- zie schema monopolie
2.3. oligopolie:
2.3.1. hierbij is NIET P = MO = GO, maar
- hier is er een prijsafzetlijn GO en een marginale_opbrensgtlijn MO, welke dalen bij
toenemende afzet Q, d.w.z.
2.3.1.1. grotere afzet bij lagere prijs / aanbiedprijs
2.3.1.2. lagere MO bij lagere prijs / aanbiedprijs
- Let op: de situatie is hier gecompliceerder dan hierboven, want
2.3.1.3. bij prijsverhoging door 1 aanbieder A, hoeven de anderen NIET te volgen,
waardoor
a. aanbieder A marktaandeel / afzet / omzet verliest
b. de andere aanbieder(s) tezamen een groter marktaandeel / afzet /
omzet verkrijgen
2.3.1.4. bij prijsverlaging door 1 aanbieder A, volgen de anderen direct, waardoor
a. alle aanbieder(s) hun marktaandeel / afzet behouden
b. alle aanbieder(s) minder omzet en winst behalen
2.3.2. maximale_winst / winstmaximalisatie bij MK = MO
2.3.3. break_even_afzet ( BEP ) bij GO = GTK
2.3.4. laagste_kostprijs = bedrijfsoptimum = minimum van GTK
2.3.5. maximale_omzet bij MO = 0
- zie schema oligopolie
2.4. monopolistische_concurrentie:
2.4.1. hierbij is NIET P = MO = GO, maar
- hier is er een prijsafzetlijn GO en een marginale_opbrensgtlijn MO, welke dalen bij
toenemende afzet Q, d.w.z.
- grotere afzet bij lagere prijs / aanbiedprijs
- lagere MO bij lagere prijs / aanbiedprijs
- er zal een grotere prijselasticiteit ( = prijs-vraag-verhouding ) zijn dan bij een echt
monopolie
2.4.2. maximale_winst / winstmaximalisatie bij MK = MO
2.4.3. break_even_afzet ( BEP ) bij GO = GTK
2.4.4. laagste_kostprijs = bedrijfsoptimum = minimum van GTK
2.4.5. maximale_omzet bij MO = 0
- zie schema monopolistische_concurrentie
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
6
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
- Onroerende_zaken_markt:
- kan worden onderscheiden in:
1. grondmarkt
1.1. monopolie als de overheid als enige de grond verkoopt ( gronduitgifte door gemeente, etc. )
1.2. oligopolie als grondspeculant(en) ofwel projectontwikkelaar(s) de grond verkopen ( gronduitgifte
door gemeente, etc. )
- Let op: overheid en projectontwikkelaar(s) hebben een gemeenschappelijk belang: bouwen van
woning(en), etc.
2. huizenmarkt
2.1. nieuwbouwmarkt:
2.1.1. koophuizen: oligopolie
- projectontwikkelaar(s) / aannemer(s)
2.1.2. sociale_huurwoning(en): monopolie
- woningbouwcorporatie
2.2. bestaande_huizenmarkt: monopolistische_concurrentie
3. financieel_product(en): monopolistische_concurrentie
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Overheidsingrijpen in de markt:
- hierbij kunnen de volgende aspect(en) een rol spelen:
1. maximumprijs
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Enige essentiële aspect(en) van de markt:
1. informatie_uitwisseling:
- verhoogt de transparantie / doorzichtigheid van de markt
2. prijsvorming:
- moet op de markt tot stand komen anders komt er geen transactie
3. toetreding
- het gemak of de moeite waarmee een nieuwkomer een markt kan betreden
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
7
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
Vastgoedeconomie
www.makelaardijcdrom.nl
IPD / WITTENBORG
HOOFDSTUKKEN: 06
AANBOD EN VRAAG
De onderdelen die hieronder worden behandeld, komen overeen met (onderdelen uit) van:
- hoofdstuk 4 lesboek Economie Vastgoed (Buist en Wagemakers)
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Vraag / marktvraag:
- betreft de behoefte aan goederen ( zie hieronder )
- hangt in vele gevallen af van:
1. een combinatie van allerlei marktfactor(en), en
- wordt dan de vraagfunctie genoemd
2. de prijs van die aangeboden goederen, en
- wordt dan de vraagcurve genoemd
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Vraagcurve:
- wordt ook wel de afzetcurve ofwel prijs-afzetlijn ofwel prijs-afzet_vergelijking genoemd
- de grafische weergave van de hoeveelheden van een bepaald goed ( product of dienst ), die bij
verschillende prijzen zouden kunnen worden verkocht door een individuele organisatie aan een bepaalde
groep afnemer(s)
- kan worden onderscheiden in:
1. individuele_vraagcurve
2. collectieve_vraagcurve
- in het algemeen zullen consument(en) minder van bepaalde goederen ( product(en) of dienst(en) )
vragen / kopen naarmate de prijs van die product(en) hoger is, en
- zullen meer van bepaalde goederen vragen / kopen naarmate de prijs lager is
- de mate waarin de relatieve verandering van de vraag reageert op een relatieve verandering van de prijs
wordt de prijselasticiteit ofwel prijselasticiteit_van_de_vraag genoemd
- de vraagcurve heeft een negatieve richtingscoëfficiënt, d.w.z.:
3. een afnemende vraag bij een hogere prijs / marktprijs
4. een toenemende vraag bij een lagere prijs / marktprijs
- als een vrager meer inkomen te besteden heeft, verschuift de vraagcurve naar rechts, want
- hij is bereid een hogere prijs per producteenheid te betalen
- als de vraag naar een bepaald product toeneemt, verschuift de vraagcurve van dat product naar rechts,
want
- er kan grotere schaarste m.b.t. dat product ontstaan
- de tegenhanger van de vraagcurve is de aanbodcurve, waarbij
- het snijpunt van de vraagcurve en de aanbodcurve wordt de marktprijs of evenwichtsprijs genoemd
- zie schema vraagcurve
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Aanbod:
- de beschikbaarheid van goederen
- hangt in vele gevallen af van de prijs die de consument wil besteden aan die aangeboden goederen
- als het aanbod ( veel ) te groot is, daalt de prijs ( te ) veel en kan er soms worden besloten tot het
doordraaien van de aangeboden product(en), zoals bij groente en fruit op een veiling wel voorkomt
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
8
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
- Aanbodcurve:
- de grafische weergave van de hoeveelheden van een bepaald goed ( product of dienst ) die op een
bepaald moment of gedurende een bepaalde periode door de gezamenlijke aanbieder(s) bij verschillende
prijzen ( zouden kunnen ) worden aangeboden
- er kunnen worden onderscheiden:
1. individuele_aanbodcurve
2. collectieve_aanbodcurve
- de mate waarin de relatieve verandering van het aanbod reageert op een relatieve verandering van de
prijs wordt de prijselasticiteit genoemd
- in het algemeen zullen aanbieder(s) meer van bepaalde goederen ( product(en) of dienst(en) )
aanbieden naarmate de prijs van die product(en) hoger is, en
- zullen minder van bepaalde goederen aanbieden naarmate die prijs lager is
- bij geproduceerde goederen of productiemiddel(en) staat het aanbod over het algemeen in nauw
verband met de kosten welke de aanbieder moet maken m.b.t. de betreffende goederen
- bij niet-geproduceerde goederen of niet-productiemiddel(en) staat het aanbod over het algemeen in
nauw verband met het nut dat de aanbieder aan de betreffende goederen toekent
- de aanbodcurve heeft een positieve richtingscoëfficiënt, d.w.z.:
3. een toenemend aanbod bij een hogere prijs / marktprijs
4. een afnemend aanbod bij een lagere prijs / marktprijs
- als het aanbod toeneemt, verschuift de aanbodcurve naar rechts
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marktevenwicht / evenwichtsprijs:
- wordt ook wel de marktprijs genoemd
- komt tot stand door het proces van marktprijsvorming / prijsvorming ofwel marktmechanisme
- betreft het snijpunt van de vraagcurve en de aanbodcurve
- betreft de bepaling van de prijs van een goed door het mechanisme van vraag en aanbod
- ingeval van een homogeen goed en een groot aantal aanbieder(s) en vrager(s), zoals bij volledige
mededinging, kan de marktprijsvorming grafisch worden weergegeven door de vraagcurve en de
aanbodcurve, waarvan het snijpunt dan de evenwichtsprijs vormt
- zie schema evenwichtsprijs
--------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Marginale_analyse:
- kan worden onderscheiden in een analyse m.b.t.:
1. de maximale_winst:
- een methode om na te gaan bij welke opbrengst(en) en kosten, de winst van een onderneming
maximaal zal zijn
- dit zal zo zijn als de marginale_kosten ( MK ) gelijk zijn aan de marginale_opbrengst(en) ( MO ), dus
als MK = MO
2. de maximale_omzet:
- een methode om na te gaan bij welke opbrengst(en) en kosten, de omzet van een onderneming
maximaal zal zijn
- dit zal zo zijn als de marginale_opbrengst ( MO ) gelijk is aan 0, dus als MO = 0
- er geldt, als:
MO = 0
dan omzet maximaal
MK = MO dan winst maximaal
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
9
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
- Elasticiteit:
- betreft de relatieve_verandering van een grootheid A als gevolg van de relatieve_verandering van een
andere grootheid B, waarbij
- het quotiënt van A en B de elasticiteitscoëfficiënt wordt genoemd
- elasticiteit kan worden onderscheiden in:
1. prijselasticiteit
2. kruisprijselasticiteit
3. inkomenselasticiteit
1. Prijselasticiteit ( Ev ):
- wordt ook wel de prijselasticiteit_van_de_vraag q ( Ev ) ofwel de
prijselasticiteit_van_de_gevraagde_hoeveelheid q ( Ev ) genoemd, en is in feite de elasticiteitscoëfficiënt
Ev van de vraag q als gevolg van een verandering van de prijs p
- betreft het quotiënt van de relatieve_verandering van de vraag q naar een goed ( een product, of
dienst ) en de relatieve_verandering van de prijs p van dat goed, ofwel in formulevorm:
relatieve_verandering van de vraag naar een goed
( q1 - q0 ) / q0
Ev = -------------------------------------------------------- = -------------------relatieve_verandering van de prijs van dat goed
( p1 - p0 ) / p0
- er kunnen een aantal type(n) prijselasticiteit(en) van de vraag worden onderscheiden:
1.1. elastische_vraag:
- de situatie waarbij de prijselasticiteit_van_de_vraag ( Ev ) kleiner is dan - 1
- de relatieve_verandering in de vraag is dan groter dan de relatieve_verandering van de prijs
- bij een elastische_vraag reageert de markt dus betrekkelijk heftig op prijsverandering(en)
- komt voor bij luxe_goederen die de consument nodig heeft voor de secundaire_behoefte(n)
1.2. inelastische_vraag:
- de situatie waarbij de prijselasticiteit van de vraag ( Ev ) tussen 0 en - 1 ligt, dus
waarbij: - 1 < Ev < 0
- de relatieve_verandering in de vraag is dan kleiner dan de relatieve_verandering van de prijs
- bij een elastische_vraag reageert de markt betrekkelijk voorzichtig op prijsverandering(en)
- komt voor bij noodzakelijke_goederen die de consument ( toch wel ) nodig heeft voor de
primaire_behoefte(n), en
- waarop prijsverandering(en) betrekkelijk weinig invloed hebben
1.3. iso_elastische_vraag:
- wordt ook wel neutrale_vraag genoemd
- de situatie waarbij de prijselasticiteit van de vraag ( Ev ) = 1
- de relatieve_verandering in de vraag is dan gelijk aan de relatieve_verandering van de prijs
- bij een iso_elastische_vraag reageert de vraag van de markt met dezelfde factor als de
prijsverandering(en)
- de totale_opbrengst TO blijft dus gelijk = onafhankelijk van de prijs, want
verkoopprijs x afzet = constant in dit geval
1.4. volkomen_elastische_vraag:
- de situatie waarbij de prijselasticiteit van de vraag ( Ev ) = - oneindig
- de relatieve_verandering in de vraag is dan oneindig groot in vergelijking met de
relatieve_verandering van de prijs
- bij een volkomen_elastische_vraag reageert de markt zeer heftig / explosief op
prijsverandering(en)
1.5. volkomen_inelastische_vraag:
- de situatie waarbij de prijselasticiteit van de vraag Ev = 0
- de relatieve_verandering in de vraag is 0 als gevog van een relatieve_verandering van de prijs
- bij een volkomen_inelastische_vraag reageert de markt helemaal niet op prijsverandering(en)
- het gaat hierbij om product(en) die iedereen in betrekkelijk kleine hoeveelheden nodig heeft en
waarvan de prijs NIET exorbitant hoog is en die iedereen zal kopen ongeacht de prijs,
zoals: zout
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
10
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
1.6. kruisprijselasticiteit: zie hieronder
2. Kruisprijselasticiteit ( Ek ):
- wordt ook wel de kruiselasticiteit_van_de_vraag ofwel de kruiselingse_prijselasticiteit genoemd
- betreft het quotiënt Ek van de relatieve_verandering van de gevraagde_hoeveelheid van een bepaald
product of dienst A en de relatieve verandering van de prijs van een ander ( al of niet concurrerend )
product of dienst B
- in formulevorm:
relatieve_verandering van de gevraagde_hoeveelheid van een bepaald product of dienst A
Ek = ------------------------------------------------------------------------------------------------------relatieve verandering van de prijs van een ander product of dienst B
- de volgende type(n) kruisprijselasticiteit kunnen worden onderscheiden:
2.1. kruisprijselasticiteit_waarbij_Ek_>_0
- hierbij neemt de gevraagde hoeveelheid van een goed A toe als gevolg van de prijsstijging van
een ander goed B
- kan voorkomen als A een substitutiegoed m.b.t. B is ( dieselauto (A) en benzineauto (B) )
2.2. kruisprijselasticiteit_waarbij_Ek_<_0
- hierbij neemt de gevraagde hoeveelheid van een goed A af als gevolg van de prijsstijging van
een ander goed B
- kan voorkomen als A een suplementair_goed m.b.t. B is ( koffiemelk (A) en koffie (B) )
2.3. kruisprijselasticiteit_waarbij_Ek_=_0
- hierbij blijft de gevraagde hoeveelheid van een goed A gelijk als gevolg van de prijsstijging van
een ander goed B
- kan voorkomen als A een indifferent_goed m.b.t. B is ( dieselolie (A) en koffie (B) )
3. Inkomenselasticiteit Ey:
- betreft in feite de elasticiteitscoëfficiënt Ey van de vraag q als gevolg van een verandering van het
inkomen y
- is het quotiënt van de relatieve_verandering van de vraag q naar een goed ( een product, of dienst )
en de relatieve_verandering van het inkomen y van de consument, ofwel in formulevorm:
relatieve_verandering van de vraag q naar een goed
( q1 - q0 ) / q0
Ey = -------------------------------------------------------------------- = -----------------------relatieve_verandering van het inkomen y van de consument
( y1 - y0 ) / y0
- de volgende type(n) inkomenselasticiteit kunnen worden onderscheiden:
1. inkomenselasticiteit_waarbij_Ey_<_0
- hierbij neemt de relatieve besteding / vraag q m.b.t. een bepaald goed af naarmate het inkomen
y toeneemt
- kan voorkomeen bij inferieur_goed(eren), zoals eerst zwart-wit- tv en later kleuren-tv
2. inkomenselasticiteit_waarbij_0_<_Ey_<_1
- hierbij neemt de relatieve besteding / vraag q m.b.t. een bepaald goed wel toe, maar relatief
minder dan het inkomen y toeneemt
- kan voorkomeen bij primaire_goederen zoals brood, thee, etc.
3. inkomenselasticiteit_waarbij_Ey_>_1
- hierbij neemt de relatieve besteding / vraag q m.b.t. een bepaald goed meer toe naarmate het
inkomen y toeneemt
- kan voorkomen bij luxe_goederen waarvoor het discretionair_inkomen wordt besteedt en
waarvoor een drempelinkomen bestaat, zoals bij duurdere type(n) auto(s) en luxe vakantie(s)
- de verschillende typen inkomenselasticiteit kunnen m.b.v. zogenoemde Engelkromme(n) worden
Weergegeven; zie hiertoe het schema Engelkromme(n)
---------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Ontleend aan de Repertorium CD ROM Makelaardij
www.makelaardijcdrom.nl
11
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards