Het Romeinse rijk Romeinen in ons land

advertisement
Het Romeinse rijk De Romeinen kwamen uit Rome. De keizers van Rome wilden veel macht. Daarom veroverden de Romeinen zo'n 2000 jaar geleden grote delen van Europa en Noord Afrika. De Romeinen legden wegen van steen en bruggen aan. Hierdoor konden de soldaten makkelijk over grote afstanden door het Romeinse Rijk lopen. Ook ons land werd door de Romeinen veroverd. Maar niet helemaal. De Germanen die in het noorden woonden waren te sterk. De Rijn werd de grens van het Romeinse Rijk. De Romeinse soldaten bewaakten die grens heel goed. Langs de oevers van de Rijn bouwden zij op verschillende plekken forten. Zo'n fort noemden de Romeinen een castellum. Daar woonden zo'n 500 soldaten. Het leven in een castellum bestond uit oefenen en je wapenuitrusting op orde houden. Een Romeinse soldaat droeg wollen onderkleding, een borstharnas, een helm en sandalen. Hij had een kort zwaard en een dik leren schild. Onder zijn sandalen zaten ijzeren noppen. Daar kon een soldaat honderden kilometers op lopen. Omdat het leven van een Romeinse soldaat best goed was, wilden ook veel andere mannen voor de Romeinse keizer vechten. Er zaten zelfs veel Germanen in het Romeinse leger. Een diensttijd duurde 25 jaar. Daarna kregen ze een militair diploma. Daarin stond dat ze dezelfde rechten kregen als de Romeinen en dat ze vanaf nu mochten trouwen. Ze waren dan een echte Romein geworden. Na ongeveer 200 jaar kwam er een eind aan de Romeinse tijd in ons land. Germaanse stammen drongen vanuit het Noorden het Romeinse Rijk binnen. Ze zochten nieuwe gebieden om te wonen en gingen op rooftocht. De soldaten langs de Rijn werden door de Romeinse keizer teruggeroepen om Italië te verdedigen. Maar dat lukte niet. De Germanen plunderden zelfs het eens zo machtige Rome. Met de macht van de Romeinen was het gedaan. Romeinen in ons land De Romeinen kwamen uit Rome. De keizers van Rome wilden veel macht. Daarom veroverden de Romeinen zo'n 2000 jaar geleden grote delen van Europa en Noord-­‐Afrika. Ook ons land werd door de Romeinen veroverd. Maar niet helemaal. De Germanen die in het noorden woonden waren te sterk. De Rijn werd de grens van het Romeinse Rijk. De Germanen en Romeinen dreven ook handel met elkaar. De Romeinen brachten veel spullen die de Germanen niet kenden. Zo namen ze vruchten mee uit Zuid -­‐ Europa, zoals perziken, vijgen en druiven. Maar ook kippen. Nieuw voor de Germanen waren ook spiegels, messen, lepels en glas. Om al die spullen te betalen gebruikten de Romeinen geld. Dat was ook nieuw voor de Germanen. Tot dan toe betaalden die elkaar door spullen te ruilen. De Romeinen gebruikten een nieuwe vinding om aardewerk te maken: de draaischijf. Op één zo'n draaischijf kon je wel 150 potten per dag draaien. Het aardewerk werd in fabrieken gebakken. De Romeinen hebben ons ook leren schrijven. Met een stylo, een soort pen, schreven ze in was. Er ontstonden nieuwe woorden in het Nederlands: kasteel van castellum, straat van via strata en nog een heleboel andere woorden. Zowel de Germanen als de Romeinen hadden goden. De Germanen eerden hun goden in de buitenlucht. De Romeinen bouwden tempels voor hun goden. Terwijl de Germanen in hutten van leem, hout en riet woonden, bouwden de Romeinen in de heuvels van Limburg villa's. Een villa was een huis zoals ze die in de omgeving van Rome bouwden, met een aparte woonkamer, eetkamer en slaapkamers. Om het huis te verwarmen legden de Romeinen de vloer op zuiltjes van steen. Daaronder verwarmden ze lucht. Vloerverwarming dus. De Romeinen kenden ook al het badhuis. Hier wasten de Romeinen zich. Er waren koud, lauw en warmwater baden. En sauna's, en je kon je er lekker laten masseren. Er waren ook toiletten in één grote ruimte. Gezellig. Na ongeveer 200 jaar kwam er een eind aan de Romeinse tijd in ons land. Alle wegen leiden naar Rome De Romeinen hadden een enorm leger met goed getrainde soldaten. Ze veroverden het ene na het andere gebied in Europa. Ze trokken zeeën over, gingen per voet of per paard over hoge bergen en door moerassige en sompige gebieden.Zo veroverden ze veel gebieden rondom de Middellandse Zee. Ze waren heer en meester in delen van Afrika en Azië. Ze trokken naar het noorden en kwamen ook in Nederland terecht. De rivier de Rijn werd de noordgrens van hun rijk. De Romeinen legde over goed verharde wegen aan. Dat was heel bijzonder in die tijd! En die wegen waren natuurlijk heel handig voor de soldaten. Zo konden zij zich gemakkelijk verplaatsen naar iedere uithoek om het Romeinse rijk bijeen te houden en de rust te bewaren. Water in het oude Rome Als ze het konden betalen, huurden de Romeinen één of twee kamertjes in een van de vele flatgebouwen in de stad. Dat waren gebouwen van soms 8 of 9 verdiepingen. Het stonk er verschrikkelijk, het was er donker en koud. Bovendien waren de flats vaak slecht gebouwd. Er was altijd gevaar voor instorting. Stromend water in huis was er niet. Dat was beneden op straat bij een bron of een fontein. De rijke Romeinen woonden in prachtige villa's. Ze hadden mooie kamers en sommige huizen hadden zelfs een binnentuin. De meeste huizen in Rome hadden geen eigen wc. De mensen gingen gewoon naar het openbaar toilet ergens in de straat. Je zat daar samen met anderen op stenen banken met gaten erin. Rome telde toen al één miljoen inwoners. Voor al die mensen was veel water nodig. Dat was water kwam van buiten de stad. Via een ingewikkeld stelsel van kanalen en waterleidingen op bogen. De aquaducten. Dit is een aquaduct: een kanaal voor het vervoeren van water. Het begint in de bergen bij een bron en voert het verse water over een grote afstand naar de stad. Van daar ging het water via loden pijpen naar fonteinen, badhuizen en openbare wc's. De meeste mensen hadden thuis geen bad of douche. Ze gingen een paar keer per week naar een van de openbare badhuizen. De thermen werden die genoemd. Er konden wel honderden mensen tegelijk in zo'n gebouw. En de thermen zagen er vaak prachtig uit. Muren en vloeren waren ingelegd met mozaïek. Naar het badhuis gaan was heel populair in Rome. Het was er gewoon heel gezellig en je kon er je vrienden ontmoeten. De opstand van de Bataven In 69 na Christus kwamen de Bataven in ons land in opstand tegen de Romeinen. Onder gezag van hun leider Julius Civilis. Hij had jarenlang als officier in het Romeinse leger gediend en sprak heel goed Latijn. Hij zag er gevaarlijk uit met zijn rode haren en één oog. Zijn andere oog had hij verloren in een gevecht. Julius Civilis beraamde een opstand tegen de Romeinen om te voorkomen dat Bataafse soldaten naar Rome werden gestuurd. Als oud officier wist Julius precies hoe en waar hij de Romeinen het best kon aanvallen. Romeinse legerkampen werden geplunderd en in brand gestoken.In het begin had Julius Civilis veel succes. Hij veroverde een groot gebied lang de Rijn. Alle legerkampen in ons land werden vernietigd. Ook het grote castellum van Noviomagus? En de Romeinse soldaten moesten zich terug trekken. Maar ze gaven hun gebied niet zomaar op. Ze kwamen een jaar later met een groot leger naar Nederland. Het bestond uit wel 50.000 soldaten. Daar konden de Bataven niet tegenop. Ze moesten zich overgeven. De Romeinse macht werd hersteld en de legerplaats in Noviomagus weer opgebouwd. De rust keerde terug. Het Forum Dit is het Forum: hèt centrale plein in Rome. En zo moet het eruit gezien hebben toen. Alle belangrijke gebouwen stonden er in de buurt. Die hadden te maken met het bestuur van het rijk en met de handel. Vlak bij het Forum waren ook tempels, gewijd aan de belangrijkste goden van de Romeinen. In dat enorme rijk hadden de keizers veel macht. De keizers werden ook als een soort goden gezien. Sommige keizers lieten voor zichzelf een triomfboog in Rome bouwen. Daarmee maakten ze veel indruk. Romulus en Remus Dit is een maquette van Rome, zoals de stad er héél lang gelden moet hebben uitgezien. Volgens de overlevering is deze stad in 753 voor Christus ontstaan. Een wolvin vindt de babytweeling Romulus en Remus in een mandje aan de oever van de rivier de Tiber. Ze zoogt de baby's met haar eigen melk. Zo overleven Romulus en Remus. En later vindt een herder de baby's. Die voedt ze op als zijn eigen kinderen. Aan de rivier de Tiber, waar de wolvin de tweeling vond, bouwen Romulus en Remus later een stad. En die stad noemen ze Rome. 
Download