PowerPoint-presentatie

advertisement
Economische samenwerking in de wereld.
1

Vrijhandel tussen de samenwerkende landen.

EU is het blok van Europa.

Overal ter wereld vind je economische
blokken, bijvoorbeeld NAFTA (Noord-Amerika
samen met Canada en Mexico), Mercusor
(Zuid-Amerika), ASEAN (Zuidoost Azië), EVA
(Zwitserland, Liechtenstein, Noorwegen en
IJsland.) (blz 137)
2






Vrijhandelsgebied
Douane-unie
Gemeenschappelijke markt
Economische unie
Economische en monetaire unie.
Volledige economische eenheid. (blz 137)
3
Minst vergaande vorm van samenwerking.
Kenmerken: onderling vrij verkeer van goederen,
maar verschillende buitentarieven.
Noodzaak voor certificaten van oorsprong.
(Voorbeeld EVA en Nafta.)
(blz 138)
4
Een stap verder dan de vrijhandelszone.
Kenmerken:
• Vrij verkeer van goederen en diensten.
•
Gelijke buitentarieven. (Invoerrechten. De handel
wordt daardoor niet verlegd.)
De EU en Turkije vormen nu samen een douaneunie. (blz 138)
5

Er kunnen andere eisen zijn aan een product wat betreft
kwaliteit en veiligheid. Dit wordt aan de grens gecontroleerd.

Als er verschillende BTW-tarieven zijn, worden deze bij de
grens afgerekend, anders krijg je ongelijke concurrentie.

Controles bij de grens en douaneformulieren zijn dus nog
steeds nodig. (blz 138)
6


•
•
Weer 1 stapje verder dan de douane-unie!
Kenmerken:
Vrij verkeer van goederen, diensten en
kapitaal. (De productiefactoren arbeid en
kapitaal.) Er mag dan ook in de landen van de
gemeenschappelijke markt geïnvesteerd
worden.
Gelijke buitentarieven. (blz 139)
7


•
•
•
Stapje verder is de gemeenschappelijke
economische politiek.
Kenmerken zijn dus:
Vrij verkeer van goederen, diensten en
kapitaal. (De productiefactoren arbeid en
kapitaal.)
Gelijke buitentarieven.
Harmonisatie economisch beleid. (blz 139)
8


De nationale overheden dragen daarbij een
groot deel van hun bevoegdheden over aan
een gezamenlijke instelling (supranationale
instellingen).
Voorbeelden Europese Unie, ASEAN. (blz
139)
9




Totale economische integratie.
Supranationale autoriteit boven alle landen. Een
federaal gezag als de landen wel soeverein
blijven.
Maar ook een gemeenschappelijk geldstelsel.
De monetaire unie kent één munteenheid, één
centrale bank, één monetair beleid. (blz 139)
10

Alle landen die de Euro als munteenheid
hebben! (blz 140)
11


Landen vormen economisch gezien een
volledige eenheid.
Nog geen voorbeeld van……
12


De thuismarkt wordt uitgebreid met alle
lidstaten van het economisch blok.
Invoerrechten maken het zakendoen met
lidstaten die niet in het economisch blok
zitten juist moeilijker.
13

Landen van een economisch blok mogen
elkaar wel bevoordelen. De
meestbegunstigingsclausule van het GATT
geldt niet voor het economisch blok. Zo
mogen binnen het blok wel gunstigere
voorwaarden voor elkaar gelden. De nondiscriminatie afspraken van de GATT werken
dan niet. (blz 140)
14


De Benelux (België, Nederland en Luxemburg).
De EVA (Noorwegen, Zwitserland, Liechtenstein,
IJsland). Bilaterale (tussen twee landen) verdragen
tussen alle EVA-landen en de Europese Unie. EVA
betekent: Europese Vrijhandels Associatie.

De Europese Economische ruimte: Europese Unie
samen met EVA, maar dan zonder Zwitserland.

De Europese Unie en de EMU (blz 140-141)
15


De Europese Economische ruimte
vereenvoudigt de douaneformaliteiten en de
grenscontroles bij EU-landen en EVAlanden.(Blz 141)
Noorwegen en IJsland nemen wel een groot
deel van de Europese regelgeving over, maar
blijven buiten de Europese Unie. (De
Zwitserse burgers hebben tegen toetreding in
de EER gestemd.)
16
Download