Huis van de Nederlandse Provincies/Brussel

advertisement
EUROPESE AGENDA
HUIS VAN DE
NEDERLANDSE PROVINCIES
2002
De Europese Agenda 2002
van het
Huis van de Nederlandse Provincies/Brussel
Inleiding
Voor u ligt de ‘update’ van de Europese Agenda van het Huis van de Nederlandse Provincies in Brussel, de
Europese Agenda 2002. Het zijn de dossiers die in Brussel nu in het besluitvormingsproces zitten of
binnenkort komen en die voor alle Nederlandse provincies in meer of mindere mate van belang zijn. Naast
deze ‘horizontale’ dossiers hebben de landsdelige bureau’s in het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP)
eigen landsdelige of provinciale (‘vertikale’) dossiers, evenals hun activiteiten voor het eigen landsdeel of
provincie(s).
In vergelijking tot de eerste Europese Agenda, die van september vorig jaar, is er uiteraard het een en ander
gewijzigd. Sommige dossiers zijn afgerond en dus afgevoerd, andere zijn in een volgende fase van de
besluitvorming gekomen of zijn helemaal nieuw. Belangrijke veranderingen in de bestaande fiches zijn cursief
gezet, zodat in een oogopslag duidelijk is wat is veranderd ten opzichte van de Europese Agenda 2001.
Samenwerking IPO – HNP
Zoals wij in de Europese Agenda 2001 al aangaven is – waar het de gezamenlijke dossiers betreft bestuurlijke aansturing en ambtelijke afstemming met het IPO van groot belang: in de bestuurlijke gremia van
het IPO zijn alle provinciebesturen vertegenwoordigd, evenals in de ambtelijke adviesgroepen (de BOAGs,
de Brede Overleg- en Adviesgroepen). In deze BOAGs zitten bovendien veelal de ambtelijke experts op het
betreffende terrein die moeten zorgen voor de inhoudelijke ‘voeding’ van de vooruitgeschoven posten in
Brussel.
Op gezamenlijk initiatief van het Huis van de Nederlandse Provincies (HNP) en de BOAG-Europa (de
ambtelijke IPO-adviesgroep Europa) had op 11 januari jl. in Brussel een bijeenkomst plaats van de voorzitters
en secretarissen van (bijna) alle BOAGs en alle coördinatoren van de werkgroepen van het HNP. Deze
coördinatoren gaven kort een overzicht van de dossiers die er op hun gebied in Brussel speelden. De conclusie
na de vaak zeer levendige discussies (verschillenden waren zich aanvankelijk niet bewust hoeveel en hoe
ingrijpend de wetgeving is die er uit Brussel – veelal via Den Haag - op ons afkomt) was dat elke BOAG een
Europa-coördinator benoemt, die nauw contact houdt met de betreffende HNP-werkgroep-coördinator in
Brussel. Verder concludeerde de voorzitter van het BOAG-Europa, de Brabantse griffier Meine Bruinsma,
tezamen met ondergetekende dat de samenwerking en afstemming een zeer goede start moet krijgen.
Derhalve werd afgesproken in het najaar weer een dergelijke dag te organiseren om het eerste half jaar
samenwerking te evalueren, problemen te signaleren en er oplossingen voor te vinden.
Verder had er eind februari een gesprek plaats tussen de voorzitter van het IPO, CdK J.Franssen, en de
voorzitter van het HNP, CdK J.Kamminga, over de bestuurlijke aansturing van het inhoudelijke,
gezamenlijke deel van het HNP. De voorlopige afspraak is dat de Agenda – vooral gezien de noodzakelijke
snelheid in de besluitvorming – wederom ter vaststelling voorgelegd zal worden aan de 12 colleges van GS,
waarna het document geaccordeerd kan worden door het bestuur van het HNP op 21 maart tijdens de
halfjaarlijkse bestuursvergadering. De Agenda zal niet meer voorgelegd worden aan het IPO-AB; dit zou
‘dubbelop’ zijn. Wel is een klein werkgroepje (voorzitter BOAG-Europa, coordinator HNP en Europamedewerker IPO) gevraagd met voorstellen te komen over een inhoudelijke bestuurlijke aansturing door het
IPO van het gezamenlijke (‘horizontale’) deel van het HNP-werk: hoe daarin op hoofdlijnen richting te
geven, zowel in algemene zin als bij de belangrijkste, langlopende dossiers.
Tussentijdse besluitvorming
In de tussentijd blijft de situatie bij de besluitvorming zoals die was en in onze vorige Agenda werd
aangegeven: naast de vaststelling van de Agenda door alle GS-colleges en accordering door het bestuur van
het HNP zal bij plotselinge noodzaak tot snelle tussentijdse besluitvorming een beroep worden gedaan op de
gedeputeerden in die commissie van het Comite van de Regio’s die over dat vakgebied gaat of in
noodgevallen bij de eigen (vak)gedeputeerde van de betreffende HNP-werkgroep-coördinator; in alle
gevallen na advisering door ambtelijke experts.
Hein Cannegieter
Coördinator Huis van de Nederlandse Provincies
28 februari 2002
Gezamenlijke dossiers HNP op het gebied van volksgezondheid, welzijn,
cultuur, onderwijs en jeugd
Coördinator: Jacqueline de Groot (Bureau Zuid-Nederlandse Provincies)
Datum: 25.02.2002
Algemeen
Overzicht gezamenlijke dossiers
Op deze gebieden heeft de Europese Unie geen wetgevende taak. De verantwoording van wet- en
regelgeving ligt bij de lidstaten afzonderlijk. Wel kan de Europese Commissie of het Europees Parlement
uitspraken/mededelingen doen welke op deze onderwerpen betrekking hebben. Ook kunnen
ondersteunende Europese programma’s worden opgesteld.
In Commissie Economisch en sociaal beleid en Commissie Cultuur en Onderwijs van het Comité van de
Regio’s worden bovenstaande onderwerpen besproken.
Vaststelling standpunt provincies (en IPO)
In eerste instantie zullen standpunten in gezamenlijkheid met de bestuurlijke adviescommissie van het IPO:
“Zorg/Cultuur/Sociale vraagstukken” worden bepaald. Deze standpunten worden voorbereid door de ambtelijke
experts in de verschillende BOAG-groepen. Er ligt een koppeling met de BOAG-Cultuur, de BOAG-Jeugdzorg en de BOAG
Zorg en sociale vraagstukken. Mogelijkerwijs kunnen via het Huis van de Nederlandse Provincies
aandachtspunten op de agenda worden ingebracht. Kernpunten zijn in het kader van volksgezondheid en welzijn:
mededeling over de duurzame ontwikkelingsstrategie en met betrekking tot Cultuur, Onderwijs en Jeugd het Daphneprogramma en het Jeugdwitboek.
Ook de assistenten van de leden van de Nederlandse delegatie bij het Comité van de Regio’s kunnen dossiers
vanuit het Comité van de Regio’s inbrengen. Eventueel kunnen, naar wens van de bestuurders, standpunten
ook direct in de vergadering van de Nederlandse delegatie worden vastgesteld.
Met de uiteindelijke standpunten kan het Huis van de Nederlandse Provincies, in samenwerking/samenspraak
met de bestuurders en experts uit de provincies, een lobbytraject ingaan richting Europese Commissie,
Europees Parlement, Permanente Vertegenwoordiging, Comité van de Regio’s etc.
1. Volksgezondheid en welzijn
Mededeling van de Europese Commissie: Strategie voor Duurzame Ontwikkeling (zomer 2001)
Welke onder meer als aandachtspunt heeft de “implicaties van een vergrijzende bevolking, een afnemende
arbeidersklasse en toenemende kosten in relatie tot pensioenen en volksgezondheid”.
Werkwijze
In relatie tot welzijn zullen de ontwikkelingen op het gebied van ouderen en de toenemende vergrijzing in de
regio’s van Europa actief gevolgd worden. Hoewel de Europese Unie hier ook geen directe taak heeft,
stimuleert zij wel het opzetten van een Europees discussie platform op het gebied van vergrijzing. De
organisatie EurolinkAge, gevestigd in Brussel, heeft hierin een leidende rol. Vanuit het Huis van de
Nederlandse Provincies in Brussel zal contact gezocht worden met deze organisatie en zal gekeken worden
welke rol de provincies in dit platform kunnen innemen. Een en ander in relatie tot de taken die de
Nederlandse provincies hebben.
Overleg en afstemming met de PV
Met de Permanente Vertegenwoordiging zal geregeld contact worden onderhouden (afdeling VWS). De PV
zal agendalid van de vergaderingen zijn en zal wanneer dit agendatechnisch interessant is uitgenodigd worden
voor het HNP-overleg op dit gebied.
Daphne-programma.
Het Daphne-programma is een jaarlijks terugkerend programma (tot en met 2004) dat maatregelen
subsidiëert ter bescherming van kinderen, jongeren en vrouwen tegen geweldpleging. Vooral NGO's en
vrijwilligersorganisaties kunnen een beroep op dit programma doen. De afgelopen jaren heeft geleerd dat de
aan de afzonderlijk provincies gelieerde NGO's en vrijwilligersorganisaties die gebruik wilden maken van
Daphne meestal niet in staat waren een volwaardige aanvraag in te dienen. In het kader van het thema
"democratisering" verschijnen ook regelmatig oproepen voor NGO's en vrijwilligersorganisaties waarop het
zelfde van toepassing is.
Werkwijze.
Het Huis van de Nederlandse Provincies kan in samenspraak met de provincies een platform en een klankbord
vormen voor de belangstellende NGO's en vrijwilligersorganisaties en deze actief in contact brengen met
collega-organisaties in de ander lidstaten opdat een bijdrage geleverd kan worden aan een succesvolle
deelname aan het Daphne-programma (en aan de "democratiserings"-oproepen).
Overleg en afstemming met de PV
Indien de PV bij het indienen van aanvragen een ondersteunende rol kan spelen zal
een beroep worden gedaan op de PV.
Uit provinciaal zicht minder relevante Brusselse dossiers
Het actieprogramma Volksgezondheid (1996-2000) van de Europese Commissie heeft tot doel de kwaliteit
van de volksgezondheid te verbeteren. Activiteiten zijn ondermeer onderwijs, voorlichting en
gezondheidsonderzoek. Omdat de provincies geen directe wettelijke taak hebben maar vooral gemeenten,
onderzoeksinstituten en NGO’s, voorgesteld wordt om op dit terrein niet actief een gezamenlijk dossier te
volgen.
2. Cultuur
Door het Verdrag van Maastricht heeft cultuur een plaats gekregen in de Europese Unie. Op dit moment
wordt aan cultuur invulling gegeven door ondersteunende programma’s. In het jaar 2000 is het Europees
kaderprogramma “Cultuur 2000” aangenomen. Het werkplan 2001 van de Europese Commissie biedt voor
het aankomende jaar geen specifieke cultuuronderwerpen waaraan prioriteit zou moeten worden gegeven.
Overleg en afstemming met de PV
Met de Permanente Vertegenwoordiging zal geregeld contact worden onderhouden met de afdeling
Onderwijs, Cultuur en Audio-visuele zaken. De PV zal agendalid van de vergaderingen zijn en zal wanneer
dit agendatechnisch interessant is uitgenodigd worden voor het HNP-overleg op dit gebied.
3. Onderwijs en beroepsopleiding
Inhoud en organisatie van het onderwijs vallen niet onder de bevoegdheden van de Europese Unie. Dit is de
exclusieve verantwoordelijkheid van de lidstaten. De Europese Unie heeft daarom alleen enkele programma’s
opgesteld die aanvullend en ondersteunend zijn. Wet en regelgeving vaardigen zij niet uit.
Aandacht zal worden besteed aan het onderwerp “Levenslang Leren”, waar de provincies een stimulerende rol
hebben naar de verschillende belangenpartijen. Het onderwerp heeft veel raakvlakken met discussies op het
gebied van economische/regionale ontwikkeling en werkgelegenheid.
Mededeling op het gebied van Levenslang Leren in Europa, (november 2001)
Uitleg/verduidelijking die de Europese Commissie geeft over hetgeen zij bedoelen met het thema Levenslang
Leren ter ondersteuning van de lidstaten.
Werkwijze
Commissie Cultuur en Onderwijs van het Comité van de Regio’s heeft dit onderwerp hoog op de agenda
staan. In eerste instantie zal vooral via de Nederlandse delegatie in Commissie Cultuur en Onderwijs invloed
worden uitgeoefend op voorstellen van de Europese Commissie.
Overleg en afstemming met de PV
Met de Permanente Vertegenwoordiging zal contact worden onderhouden met de afdeling Onderwijs,
Cultuur en Audio-visuele zaken. De PV zal agendalid van de vergaderingen zijn en zal wanneer dit
agendatechnisch interessant is uitgenodigd worden voor het HNP-overleg op dit gebied.
4. Jeugd
Op het gebied van jeugdzorg heeft de provincie een directe wettelijke taak. Provincies kunnen op dit gebied
initiërend zijn. Voorgesteld wordt naar aanleiding van het werkplan 2001 van de Europese Commissie de
activiteiten actief te volgen rond:
Witboek op het gebied van jeugd (najaar 2001)
Presentatie van het algemene beleid van de Europese Commissie ten aanzien van jeugd
Werkwijze
Commissie Economisch en Sociaal beleid van het Comité van de Regio’s heeft dit onderwerp op de agenda staan.
In eerste instantie zal vooral via de Nederlandse delegatie in Commissie Economisch en Sociaal beleid invloed
worden uitgeoefend op voorstellen van de Europese Commissie.
Overleg en afstemming met de PV
Met de Permanente Vertegenwoordiging zal geregeld contact worden onderhouden met de afdeling VWS.
De PV zal agendalid van de vergaderingen zijn en zal wanneer dit agendatechnisch interessant is uitgenodigd
worden voor het HNP-overleg op dit gebied.
Uitvoering tot op heden
De werkgroep is niet regelmatig bijeen geweest. In komend jaar zal de werkgroep gaan bespreken op welke manier met dit
dossier zal worden omgegaan. Een werkstrategie zal worden vastgelegd. Er is naar alle waarschijnlijkheid geen zwaar
opgetuigde lobbystrategie nodig gezien de marginale rol van de Europese Commissie ten aanzien van Cultuur, Onderwijs en
Jeugd. Met betrekking tot Volksgezondheidszaken zal pas in het traject van de implementatie de rol van de regio's naar
voren komen. Ook hiervoor geldt dat de werkstrategie in de werkgroep zal worden vastgelegd komend jaar.
Gezamenlijke dossiers HNP op het gebied van onderzoek, ontwikkeling
en innovatie
Coördinator: Regina Schim van der Loeff (Bureau Regio Randstad, provincie ZuidHolland)
Datum: 22.02.2002
Overzicht dossier, tijdschema en prioriteitstelling
Het dossier Onderzoek en ontwikkeling omvat het concept 6e Kaderprogramma Onderzoek en
Ontwikkeling en het hiermee nauw verbonden beleid op het gebied van Innovatie. In dit Kaderprogramma ,
dat is geconcipieerd om te helpen bij de totstandbrenging van de Europese Onderzoeksruimte, is een
uitgebreidere rol dan voorheen neergelegd bij de regio’s.
Het belang van het dossier wordt ontleend aan de interactie die er bestaat (of moet
komen) tussen het onderzoeksbeleid en het regionaal beleid. In het algemeen wordt
tegenwoordig ingezien dat regio’s een aanzienlijke rol toekomt op de weg naar de
Europese kenniseconomie. In hun streven om hun mogelijkheden uit te breiden worden de
regio’s ondersteund door een toenemend aantal Europese beleidsonderdelen, waarvoor
die voor cohesie en voor onderzoek en innovatie de voornaamste zijn. Het
onderzoeksbeleid blijft naast het regionaal beleid het middel bij uitstek om de
omstandigheden te scheppen die nodig zijn voor de voortgang van de regio’s naar de
kenniseconomie. Samen met innovatie, onderwijs en opleiding brengt onderzoek de
regionale economieën nieuwe kennis die hen in staat stelt vooruit te gaan op een wijze die
gelijke tred houdt met niet alleen lokale maar ook internationale ontwikkelingen.
Regionaal onderzoeks- en innovatiebeleid kan behalve ontwikkeling ook samen met
regionale initiatieven essentiële bouwstenen leveren voor de opkomst van agglomeratieeconomieën en succesvolle clustering van bedrijven.
Samenwerking en netwerken tussen bedrijven en onderzoeksinstellingen zijn essentieel voor innovatie en een mondiaal
concurrentievermogen, maar vinden vooral op regionaal en lokaal niveau plaats.
Elk van de nieuwe instrumenten die in het 6e Kaderprogramma worden ingezet – expertisenetwerken, geïntegreerde
projecten en de gezamenlijke uitvoering van nationale programma’s – zal nieuwe kansen voor de regio’s creëren.
Het 6e Kaderprogramma beoogt een grotere concentratie van Europese belangen te bewerkstelligen door 7
prioriteiten aan te geven.
Gedurende de looptijd van het Programma van 2002-2006 kunnen op verschillende momenten en op
verschillende terreinen verzoeken om Europese steun worden gedaan. Hierbij is via de totstandbrenging van
networks of excellence een programmatische benadering gekozen.
Daarnaast bestaat er een nauwe relatie met het instrument van de Innovatieve acties, Hierin is zeer duidelijk de
link gelegd tussen regionaal beleid en innovatieve- en onderzoeksactiviteiten. Verschillende Nederlandse provincies hebben
hiervoor een subsidieverzoek ingediend.
Download