Vakantie - Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland

advertisement
Werkgeverszaken
Vakantie
Vakantie
Inhoudsopgave
1Inleiding
3
2
Opbouw van vakantie-uren
5
2.1 Inleiding
5
2.2 Recht op vakantie
5
2.2.1 Hoofdregel Burgerlijk Wetboek 5
2.2.2 CAO Gehandicaptenzorg 5
2.3 Afronden vakantie-uren
5
2.4 Administratie vakantie-uren
6
2.5 Opbouw van vakantie
6
2.5.1 Hoofdregel: opbouw vakantie bij loon
6
2.5.2 Uitzonderingen op hoofdregel
6
3
Opnemen van vakantie-uren
7
3.1 Inleiding
7
3.2 Vaststelling vakantie 7
7
3.2.1 Vaststelling conform wensen werknemer
3.2.2 Werkgever kan verzoek om vakantie van werknemer afwijzen
7
3.2.3 Vaststelling vakantie door werkgever bij schriftelijke overeenkomst of CAO
7
3.3 Vakantie opnemen in uren
8
3.4
Intrekken van de vakantie
8
3.5
Collectieve vakantie
8
3.5.1 Instemming ondernemingsraad
8
3.5.2 CAO Gehandicaptenzorg
8
3.6 Vervallen van vakantie-uren 8
3.6.1 Hoofdregel vervaltermijn
8
3.6.2 Uitzondering vervaltermijn
9
3.6.3 Vervallen vakantie-uren voor einde vervaltermijn
9
4
Opbouwen en opnemen van vakantie-uren tijdens ziekte
4.1 10
Opbouw van vakantie-uren tijdens ziekte
10
4.2 Opbouw vakantie-uren na twee jaar ziekte
10
4.3 Opname vakantie-uren bij ziekte
10
4.4 Verrekenen vakantiedagen met ziektedagen 13
4.5
13
Ziekte tijdens een vastgestelde vakantie
5
Vakantie-uren en einde dienstverband 5.1 Inleiding
5.2 Opnemen van vakantie-uren voor het einde van het dienstverband
14
14
14
5.3 Werken met jaarurensystematiek
14
5.4 Uitbetalen van vakantie-uren 14
5.5
Verklaring tegoed aan vakantierechten
14 5.6
Meenemen van vakantie-uren naar nieuwe werkgever
15
1. Inleiding
Op hoeveel vakantie-uren heeft een werknemer
recht? En hoeveel vakantie-uren bouwt een zieke
werknemer op? Kunnen vakantie-uren ook vervallen?
Als P&O’er in de gehandicaptenzorg heeft u te
maken met veel vragen op het gebied van vakantie. Over het onderwerp ‘vakantie’ bestaan verschillende soorten regelgeving. Zo kent de wet
verschillende bepalingen met betrekking tot
vakantierechten. Daarnaast is in de CAO Gehandicaptenzorg een apart hoofdstuk opgenomen met
bepalingen omtrent vakantie. In deze brochure
vindt u een heldere en praktische uitleg van de
relevante vakantiewetgeving en de regelingen
over vakantie uit de CAO Gehandicaptenzorg.
De brochure Vakantie maakt deel uit van een
reeks van brochures die zijn uitgegeven door de
CAO-helpdesk van de VGN.
3
Vakantie
Als u na het lezen van deze brochure nog aanvullende vragen heeft of vragen op een ander gebied
van het CAO- en arbeidsrecht, kunt u contact
opnemen met de CAO-helpdesk. De helpdesk is
elke werkdag van 09.00 tot 12.00 uur telefonisch
bereikbaar op het nummer 030-27 39 719. U kunt
uw vraag ook mailen aan [email protected].
4
Vakantie
2 Opbouw van vakantie-uren
2.1 Inleiding
een 36-urige werkweek, inclusief schrikkeljaren.
Op basis van een langjarig gemiddelde bestaat
Op hoeveel vakantie-uren heeft een werknemer recht? een jaar door de schrikkeldag niet uit 365 dagen
Wanneer bouwt een werknemer vakantie-uren op? En maar uit 365,25 dagen. Dat betekent dat een jaar
in welke situaties bouwt een werknemer geen vakan- afgerond gemiddeld 52,17 weken telt (365,25
tie-uren op?
dagen gedeeld door 7 dagen per week). Gemiddeld
52,17 weken maal 36 uur per week geeft het totaal
Het onderwerp ‘opbouw van vakantie-uren’ roept
van 1878 uur per jaar.
veel vragen op bij zowel werknemers als werkgevers. Om werkgevers te ondersteunen, worden in
Voorbeeld berekenen wettelijk minimum vakantiedit hoofdstuk de regels op een rij gezet.
uren
Een werknemer met een arbeidsovereenkomst van
1878 uur per jaar heeft jaarlijks recht op 4 x 36 uur
2.2 Recht op vakantie
= 144 uur vakantie (uitgaande van een gemiddelde
36-urige werkweek).
2.2.1 Hoofdregel Burgerlijk Wetboek
Een werknemer met een dienstverband van 939
Op grond van het Burgerlijk Wetboek (BW) bouwt
uur gemiddeld per week heeft jaarlijks recht
een werknemer jaarlijks vakantie op van ten minste
op 4 x 18 = 72 uur vakantie (uitgaande van een
vier maal de overeengekomen arbeidsduur per
gemiddelde 18-urige werkweek).
week of, als de overeengekomen arbeidsduur in
uren per jaar is uitgedrukt, van ten minste een
Het is wettelijk gezien mogelijk om aan werkneovereenkomstige tijd (artikel 7:634 BW). Ofwel een mers meer vakantierechten toe te kennen dan het
werknemer heeft jaarlijks recht op vier weken
hiervoor genoemde minimum. Deze extra uren
vakantie. Dit wordt ook wel de wettelijke minimum
worden bovenwettelijke vakantie-uren genoemd.
vakantie genoemd. Het is verboden om aan werkDe CAO Gehandicaptenzorg kent geen bovenwetnemers minder vakantie toe te kennen dan dit
telijke vakantie-uren, maar uitsluitend wettelijke
wettelijke minimum. Opbouw van vakantie vindt
vakantie-uren (zie artikel 8:1 CAO).
plaats over uren waarover de werknemer loon
betaald krijgt, zie hiervoor paragraaf 2.5.1.
2.3 Afronden vakantie-uren
2.2.2 CAO Gehandicaptenzorg
Binnen de CAO Gehandicaptenzorg wordt het aantal
te werken uren uitgedrukt in een jaarurenaantal.
Zo werkt een werknemer met een volledig dienstverband 1878 uur per jaar en een werknemer met
een dienstverband van 50% jaarlijks 939 uur. Om
vervolgens het aantal vakantie-uren te berekenen
waar de werknemer jaarlijks recht op heeft, wordt
het totaal van de jaarlijkse arbeidsuren omgerekend naar het gemiddeld aantal arbeidsuren per
week. De vakantieaanspraak op grond van de wet is
dan ten minste vier maal dat gemiddelde. Het
jaarurenaantal van 1878 in de CAO Gehandicaptenzorg is gebaseerd op het langjarig gemiddelde van
5
Vakantie
De aanspraak op vakantie ontstaat met de loop
van het dienstverband. Als een werknemer
gedurende een kalenderjaar in dienst treedt of uit
dienst gaat, dan moet de werkgever het aantal
vakantie-uren waarop de werknemer recht heeft
naar evenredigheid berekenen. De werkgever
dient het berekende aantal vakantie-uren zo nodig
naar boven afronden (artikel 8:3 CAO). Ook voor de
werknemer die in deeltijd werkzaam is, moet de
werkgever het aantal vakantie-uren naar evenredigheid berekenen en zo nodig naar boven
afronden.
2.4 Administratie vakantie-uren
De werkgever dient een administratie bij te
houden van de vakantie-uren die de werknemer
opbouwt en van de genoten en nog openstaande
vakantie-uren. De werkgever is verplicht om de
werknemer inzage in de administratie te geven als
de werknemer daarom vraagt. Daarnaast moet de
werkgever desgevraagd aan de werknemer
kunnen aantonen over hoeveel vakantie-uren de
werknemer nog beschikt. Ook moet de werkgever
daarbij kunnen laten zien wanneer deze vakantieuren zijn opgebouwd en of het wettelijke vakantieuren zijn.
2.5 Opbouw van vakantie
2.5.1 Hoofdregel: opbouw vakantie bij loon
In paragraaf 2.2 is beschreven op hoeveel vakantie-uren een werknemer jaarlijks recht heeft.
Daarbij is aangegeven dat het aantal vakantieuren waarop de werknemer in beginsel recht
heeft, gekoppeld is aan het ontvangen van loon.
Ofwel, de hoofdregel is dat de werknemer
vakantie-uren opbouwt over de dagen dat hij
daadwerkelijk loon ontvangt. Over dagen waarop
de werknemer geen loon ontvangt (bijvoorbeeld
bij onbetaald verlof), bouwt hij in beginsel ook
geen vakantierechten op.
2.5.2 Uitzonderingen op hoofdregel
Op de hoofdregel dat de werknemer alleen
vakantie opbouwt over de dagen dat hij daadwerkelijk loon ontvangt, zijn echter een aantal uitzonderingen (artikel 7:635 BW). Dit betekent dat de
werknemer in een aantal situaties wel vakantie
opbouwt, ook al bestaat geen recht op loon. Zo
bouwt de werknemer wel vakantie op gedurende
de periode dat de werknemer zwangerschaps- en
bevallingsverlof geniet, adoptieverlof opneemt of
verlof heeft voor het opnemen van een pleegkind
op grond van de Wet arbeid en zorg. Ook vindt
opbouw van vakantie plaats indien de werknemer
langdurend zorgverlof geniet op grond van de Wet
arbeid en zorg.
6
Vakantie
Voorbeeld uitzondering
Anna is zwanger van haar eerste kindje. In
september heeft zij recht op zwangerschapsverlof
op grond van de Wet arbeid en zorg. Na de
bevalling van haar kind heeft zij recht op
bevallingsverlof. Gedurende de periode dat Anna
zwangerschaps- en bevallingsverlof op grond van
de Wet arbeid en zorg geniet, gaat de opbouw van
vakantie door.
Een andere uitzondering kan zich voordoen in de
situatie dat de werknemer een nieuwe arbeidsovereenkomst is aangegaan bij een andere
werkgever. Indien de werknemer bij zijn vorige
werkgever niet alle vakantie-uren heeft opgenomen, kan de werknemer deze vakantie-uren
alsnog opnemen in de vorm van vakantie zonder
behoud van loon (zie paragraaf 5.6). De werknemer heeft dan wel recht op opbouw van
vakantie over deze periode.
Artikel 7:635 BW kent nog een aantal uitzonderingen op de hoofdregel dat de werknemer alleen
vakantie opbouwt over de dagen dat hij loon
ontvangt. Lees voor deze uitzonderingen het
betreffende wetsartikel.
3 Opnemen van vakantie-uren
3.1Inleiding
Mag een werknemer zelf weten wanneer hij vakantie
opneemt? Kan een werkgever een verzoek van de
werknemer om vakantie op te nemen afwijzen? Kan
de werkgever een collectieve sluiting vaststellen?
In dit hoofdstuk komt het opnemen van vakantieuren aan bod. U leest over het vaststellen van de
vakantie, het vastleggen van een collectieve
sluiting en het vervallen en verjaren van vakantieuren.
3.2 Vaststelling vakantie
3.2.1 Vaststelling conform wensen werknemer
Iedere werknemer heeft het recht om jaarlijks zijn
wettelijke vakantie-uren op te nemen (artikel
7:638 lid 1 BW). Bij een fulltime dienstverband zijn
dit 144 vakantie-uren. De werknemer kan in
beginsel zelf bepalen wanneer hij deze vakantieuren wil opnemen. Wel moet de werknemer
schriftelijk een verzoek indienen bij de werkgever
en daarin aangeven wanneer en hoe lang hij
vakantie wil opnemen (artikel 7:638 lid 2 BW).
Ook de CAO Gehandicaptenzorg regelt dat de
werknemer zelf kan bepalen wanneer hij vakantie
wil opnemen, tenzij de belangen van de afdeling of
dienst waar de werknemer werkt zich hiertegen
verzetten. Op grond van de CAO kan de werknemer ten minste aanspraak maken op een
vakantie van drie weken aaneengesloten met
inbegrip van de weekends daaraan voorafgaand en
daarop aansluitend (artikel 8:6 lid 1 CAO).
3.2.2 Werkgever kan verzoek om vakantie van
werknemer afwijzen
De werkgever kan een verzoek van de werknemer
om vakantie op te nemen afwijzen als hij daarvoor
gewichtige redenen heeft (artikel 7:638 lid 2 BW).
Hij moet dit dan binnen twee weken nadat de
werknemer zijn vakantieverzoek heeft ingediend
7
Vakantie
aan de werknemer laten weten. Reageert de
werkgever niet binnen de gestelde twee weken,
dan wordt de vakantie van de werknemer vastgesteld conform de wensen van de werknemer.
In het geval dat de werkgever een verzoek van de
werknemer om vakantie op te nemen afwijst omdat
er sprake is van gewichtige redenen, moet de
werkgever kunnen aantonen dat sprake is van een
ernstige verstoring van de bedrijfsvoering als de
werknemer op vakantie zou gaan. De werkgever
zal steeds de gevolgen van de verstoring van de
bedrijfsvoering moeten afwegen tegen de gevolgen
die het niet inwilligen van het verzoek om vakantie
voor de werknemer heeft. Wil sprake zijn van
gewichtige redenen, dan zal bij een afweging van
de belangen het belang van de werkgever zo groot
moeten zijn dat het belang van de werknemer
daarvoor redelijkerwijs moet wijken.
In geval van gewichtige redenen moet de werknemer alsnog op een ander moment vakantie kunnen
opnemen drie weken aaneengesloten met inbegrip
van de weekends daaraan voorafgaand en daarop
aansluitend (artikel 8:6 lid 1 CAO Gehandicaptenzorg).
3.2.3 Vaststelling vakantie door werkgever bij
schriftelijke overeenkomst of CAO
De werkgever kan ervoor kiezen om af te wijken
van de hoofdregel van de wet en daarmee de
vaststelling van de vakantie niet over te laten aan
de wensen van de werknemer. De werkgever kan
dit doen door in een schriftelijke overeenkomst
(bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst) met de
werknemer af te spreken in welke periode(s) de
werknemer vakantie moet opnemen (artikel 7:638
lid 2 BW). De werknemer kan dan zelf niet meer
aangeven wanneer hij vakantie wil opnemen. De
werkgever kan ook in een vakantieregeling een
dergelijke afspraak opnemen. Omdat schriftelijke
instemming van de werknemer vereist is, is
instemming van alleen de ondernemingsraad (OR)
met de vakantieregeling niet voldoende. De werk-
gever zal de werknemer ook individueel aan deze
regeling moeten binden (zie verder paragraaf 3.5
over de collectieve vakantie).
Naast de werkgever kunnen ook CAO-partijen
afspraken maken over het vaststellen van de
vakantie. In de CAO Gehandicaptenzorg is in
artikel 8:7 een dergelijk afspraak gemaakt voor
dagverblijven (zie paragraaf 3.5.2).
3.3 Vakantie opnemen in uren
Vakantie wordt vaak per dag opgenomen. Hierbij
wordt dan gekeken naar het aantal uren dat de
werknemer zou werken op die dag als hij geen
vakantie zou opnemen. Dit aantal uren wordt dan
afgeschreven van het vakantietegoed van de
werknemer. Daarnaast moet de werkgever ook
instemmen met het verzoek van de werknemer
om een uurtje of een paar uurtjes vakantie op te
nemen. Ook hierbij geldt weer dat de werkgever
het verzoek van de werknemer kan afwijzen als hij
daarvoor gewichtige redenen heeft.
3.4 Intrekken van de vakantie
De werkgever kan een eenmaal vastgestelde
vakantie alleen wijzigen of intrekken wanneer het
belang van de instelling dit dringend noodzakelijk
maakt (artikel 7:638 lid 5 BW en artikel 8:8 lid 1
CAO). Denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin de
enige vervanger van de werknemer die op vakantie gaat plotseling ziek wordt. Als de werknemer
schade lijdt ten gevolge van het wijzigen of intrekken van de vakantie moet de werkgever deze
schade aan de werknemer vergoeden (artikel
7:638 lid 5 BW en artikel 8:8 lid 2 CAO). Zo zal de
werkgever onder andere eventuele annuleringskosten van de werknemer moeten vergoeden.
3.5 Collectieve vakantie
3.5.1 Instemming ondernemingsraad
Indien de werkgever een collectieve vakantie of
collectieve sluitingsdagen wil vastleggen, heeft hij
hiervoor de instemming van de OR nodig op grond
van artikel 27 Wet op de ondernemingsraden
8
Vakantie
(WOR). Daarnaast heeft de werkgever de individuele instemming van de werknemer nodig. Hij kan
deze instemming verkrijgen door in de arbeidsovereenkomst met de werknemer een zogenaamd
incorporatiebeding op te nemen. Hiermee regelt
de werkgever dat alle regelingen die de werkgever
met de OR maakt, onderdeel uitmaken van de
arbeidsovereenkomst met de werknemer. Uiteraard is het verstandig om in dit incorporatiebeding
te regelen dat wanneer een regeling met de OR
gewijzigd wordt, deze wijziging onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst met de
werknemer.
Als de werkgever geen incorporatiebeding heeft
opgenomen in de arbeidsovereenkomst met de
werknemer, dient hij alsnog schriftelijk met de
werknemer overeen te komen dat de werknemer
instemt met de collectieve sluiting(sdagen).
3.5.2 CAO Gehandicaptenzorg
Voor werknemers in dagverblijven geldt het
volgende: indien de werkgever na overleg met de
werknemers een sluitingsregeling heeft vastgesteld, is de werknemer verplicht zijn vakantiedagen op te nemen gedurende de sluitingsperiode(s),
tenzij de werkzaamheden zich daartegen verzetten (artikel 8:7 CAO). De CAO schrijft voor dat de
arbeidsovereenkomst met een werknemer moet
vermelden dat de CAO Gehandicaptenzorg onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst met de
werknemer (artikel 2:1 CAO). Hiermee is ook geregeld dat de werknemer is gebonden aan de
collectieve vakantie. Het is dan niet meer nodig
om de individuele instemming van de werknemer
te vragen. Wel moet de werkgever nog de instemming van de OR vragen op grond van artikel 27
WOR.
3.6 Vervallen van vakantie-uren
3.6.1 Hoofdregel vervaltermijn
Er geldt een vervaltermijn voor wettelijke vakantie-uren (artikel 7:640a BW). Concreet betekent
het dat vakantie-uren die in een bepaald jaar
worden opgebouwd een half jaar na het opbouwjaar komen te vervallen indien ze niet zijn opgenomen.
Voorbeeld vervallen vakantie-uren
Een werknemer die in 2015 vakantie-uren krijgt
toegekend, kan deze vakantie-uren nog opnemen
tot en met 30 juni 2016. Na deze datum komen de
vakantie-uren, die de werknemer in 2015 heeft
opgebouwd, te vervallen.
3.6.2 Uitzondering vervaltermijn
Als de werknemer redelijkerwijs niet in staat is
om de wettelijke vakantie-uren op te nemen voor
het einde van de vervaltermijn, dan krijgen deze
dagen een verjaringstermijn van vijf jaar, aansluitend op het opbouwjaar. Hierbij kunt u denken aan
situaties waarbij de werknemer om medische
redenen niet in staat is geweest om zijn minimum
vakantierecht te benutten (zie verder paragraaf
4.3). Ook kan sprake zijn van bijzondere omstandigheden waardoor de werknemer niet al zijn
vakantie-uren heeft kunnen opnemen. Hiervan
kan sprake zijn als het door het toedoen van de
werkgever niet mogelijk is geweest om vakantie
op te nemen, bijvoorbeeld omdat het te druk is.
Daarnaast kunnen werkgever en werknemer
samen regelen dat de vervaltermijn wordt verlengd tot langer dan zes maanden. Deze afspraken
moeten schriftelijk worden vastgelegd (artikel
7:640a BW), bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst. Eventueel kan de werkgever ook afspraken
maken met de ondernemingsraad over het verlengen van de vervaltermijn. Hiertoe heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht op grond van
artikel 27 WOR. Daarnaast heeft de werkgever de
individuele instemming van de werknemer nodig.
Hij kan deze instemming verkrijgen door in de
arbeidsovereenkomst met de werknemer een
zogenaamd incorporatiebeding op te nemen.
Hiermee regelt de werkgever dat alle regelingen
die de werkgever met de OR maakt, onderdeel
uitmaken van de arbeidsovereenkomst met de
werknemer. Uiteraard is het verstandig om in dit
incorporatiebeding te regelen dat wanneer een
regeling met de OR gewijzigd wordt, deze wijziging
onderdeel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst
met de werknemer.
9
Vakantie
3.6.3 Vervallen vakantie-uren voor einde
vervaltermijn
Het is niet mogelijk om te regelen (in bijvoorbeeld
een eigen regeling of in een individuele arbeidsovereenkomst) dat de vakantie-uren die een
werknemer in een bepaald jaar niet opneemt,
komen te vervallen aan het einde van het jaar
waarin ze zijn opgebouwd. Ook kan de werkgever
de werknemer in beginsel niet dwingen om de
vakantie-uren op te nemen. Het uitgangspunt van
de wet is namelijk dat een werknemer in beginsel
zelf kan bepalen wanneer hij vakantie wil opnemen. Dit betekent dat een werknemer dus ook kan
bepalen dat hij in een jaar geen vakantie wil
opnemen. Hoewel de werknemer op grond van de
wet niet verplicht kan worden om zijn vakantieuren op te nemen, is het uiteraard wel de bedoeling dat de werknemer in een jaar voldoende rust
neemt door vakantie op te nemen. Artikel 8:9 CAO
geeft daarom ook aan dat de vakantie in de regel
in het betreffende kalenderjaar dient te worden
opgenomen, tenzij werkgever en werknemer
besluiten hiervan af te wijken. En de invoering van
de vervaltermijn betekent dat de vakantie-uren al
zes maanden na het opbouwjaar vervallen waardoor het in beginsel niet meer mogelijk is voor de
werknemer om vakantie-uren jarenlang op te
sparen. Hierdoor zal de werknemer gestimuleerd
worden zijn vakantie-uren regelmatig op te
nemen.
4 Opbouwen en opnemen van vakantie-uren
tijdens ziekte
4.1 Opbouw van vakantie-uren tijdens ziekte
Arbeidsongeschikte werknemers bouwen evenveel vakantie op als werknemers die arbeidsgeschikt zijn. Hierdoor is het niet meer nodig
ingewikkelde berekeningen voor de opbouw van
vakantie-uren bij ziekte te maken.
Voorbeeld opbouw van vakantie-uren tijdens ziekte
Jan-Willem wordt op 1 januari 2016 ziek en blijft
gedurende één jaar ziek. Hij bouwt gedurende 2016
144 wettelijke vakantie-uren op (op basis van een
fulltime dienstverband).
4.2 Opbouw vakantie-uren na twee jaar ziekte
Na twee jaar arbeidsongeschiktheid eindigt de
loondoorbetalingsverplichting van de werkgever.
Na afloop van deze twee jaar kan het echter
voorkomen dat de werknemer nog niet volledig
hersteld is en dus niet in staat is om de oorspronkelijk bedongen arbeid te verrichten. Als er
helemaal geen mogelijkheden zijn om bij de
werkgever te re-integreren, kan de werkgever na
een verkregen ontslagvergunning de arbeidsovereenkomst na twee jaar ziekte opzeggen. Zijn er
nog wel mogelijkheden voor de werknemer om bij
de werkgever te werken, dan kunnen werkgever
en werknemer besluiten de arbeidsovereenkomst
aan te passen aan deze nieuwe situatie. De
werknemer is dan weer volledig arbeidsgeschikt
en bouwt op basis van de aangepaste arbeidsovereenkomst weer vakantie-uren op.
Passen werkgever en werknemer de arbeidsovereenkomst (nog) niet aan, maar werkt de werknemer na twee jaar ziekte niet meer, dan ontvangt
hij ook geen loon en worden er geen vakantieuren opgebouwd.
10
Vakantie
4.3 Opname vakantie-uren bij ziekte
Zoals u in paragraaf 3.6 heeft gelezen, geldt er
een vervaltermijn van zes maanden voor de
wettelijke vakantie-uren. Dit betekent dat de
wettelijke vakantie-uren die niet binnen zes
maanden na het opbouwjaar zijn opgenomen,
komen te vervallen. Deze regel geldt in beginsel
ook voor arbeidsongeschikte werknemers.
Uiteraard kunnen ook zieke werknemers niet
verplicht worden om wettelijke minimum
vakantie-uren op te nemen. De werkgever kan
ook niet ‘zomaar’ vakantie-uren afboeken van een
zieke werknemer. Maar als een zieke werknemer
geen vakantie-uren opneemt, terwijl hij daartoe
redelijkerwijs wel in staat is, dan komen de niet
opgenomen uren te vervallen na afloop van de
vervaltermijn.
Of een werknemer redelijkerwijs zijn vakantieuren heeft kunnen opnemen, hangt af van de
individuele omstandigheden. Een maatstaf is het
hebben van re-integratieverplichtingen. Als een
zieke werknemer re-integratieverplichtingen
heeft, wordt hij geacht vakantie-uren op te kunnen
nemen. De werkgever kan in die situatie vakantieuren voor de gehele arbeidsduur afschrijven van
het saldo wettelijke vakantie-uren, ongeacht het
aantal uren dat daadwerkelijk arbeid wordt
verricht. Dit is een logisch gevolg van het vervallen van de beperkte opbouw bij ziekte. Tegenover
een volledige opbouw van vakantie-uren bij ziekte
gebaseerd op de volledige overeengekomen
arbeidsduur, ongeacht het aantal uren dat daadwerkelijk arbeid wordt verricht, staat dat, als
vakantie wordt opgenomen, ook voor de volledige
contractuele arbeidsduur vakantie-uren worden
opgenomen.
Dit betekent dat als een werknemer met reintegratieverplichtingen een week vakantie wil,
hij voor de gehele gebruikelijke arbeidsduur in
die week vakantie moet opnemen. Eigenlijk gaat
het net zoals bij niet-zieke werknemers. Omgekeerd geldt dat als een zieke werknemer geen
re-integratieverplichtingen heeft, hij ook geen
vakantie hoeft op te nemen. Hij heeft immers geen
verplichtingen waarvan hij vrijgesteld wil worden.
Het kan ook zijn dat de werkgever geen verlof wil
geven aan de werknemer, bijvoorbeeld omdat dat
de re-integratieverplichtingen zou doorkruisen.
Als iemand net begonnen is met re-integreren,
kan het beter zijn om eerst aan de re-integratie te
werken om op een later moment vakantie op te
nemen. Als de werknemer dan niet in een andere
periode vakantie kan opnemen, komen de vakantie-uren niet te vervallen. Dan geldt voor de niet
opgenomen vakantie-uren de verjaringstermijn
van vijf jaar.
Om misverstanden over het al dan niet op kunnen
nemen van vakantie-uren of het al dan niet
vervallen daarvan voor te zijn, is het verstandig
om afspraken te maken met de werknemers als
zich een bijzondere omstandigheid voordoet.
Wanneer is de werknemer redelijkerwijs wel of
niet in staat geweest vakantie op te nemen?
Hiernaast leest u enkele voorbeelden van het
ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
en AWVN.
Voorbeelden opnemen vakantie-uren
Bij onderstaande voorbeelden gaat het steeds om
een fulltime werknemer met 144 wettelijke
vakantie-uren.
Voorbeeld 1
Stijn neemt in het voorjaar van 2015 24 vakantieuren op. Hij wordt vervolgens ziek op 5 juli 2015.
Op 30 juni 2016 is hij nog steeds ziek. Stijn was
gedurende de gehele periode niet in staat tot reintegratie. Was Stijn over de gehele periode
1 januari 2015 tot en met 30 juni 2016 redelijkerwijs
niet in staat om de 17 dagen die op 30 juni 2016
resteren op te nemen? Of kan gesteld worden
dat hij ze dan maar voor 5 juli 2015 had moeten
opnemen, en dat hij dat niet heeft gedaan voor zijn
risico is?
Antwoord
Veel werknemers nemen het grootste deel van
hun vakantietegoed in de zomer op. Dat gold ook
voor Stijn en dat was ook bij de werkgever bekend.
Het is dus niet zo vreemd dat deze werknemer op
11
Vakantie
5 juli 2015 pas 24 uren had opgenomen. Hij ging
er vanuit dat hij het grootste gedeelte van zijn
vakantiedagen in de zomer van 2015 zou opnemen,
en wist niet van tevoren dat hij daartoe niet in
staat zou zijn. Duidelijk is dat Stijn niet in staat
was om tijdens zijn ziekte vakantie op te nemen.
Hij had immers geen re-integratieverplichting.
Hij is dus redelijkerwijs niet in staat geweest om
de 120 uren uit 2015 op 30 juni 2016 opgenomen
te hebben. Voor deze uren geldt dus dat zij een
verjaringstermijn van 5 jaar krijgen.
Voorbeeld 2
Valerie neemt in maart 2015 8 vakantie-uren
op. Zij wordt ziek op 3 juni 2015. Vanaf 15 april
2016 is zij zodanig hersteld dat haar ziekte geen
belemmering meer vormt om met vakantie te
gaan. Valerie gaat echter niet met vakantie voor
1 juli 2016, want zij heeft schoolgaande kinderen
en de zomervakantie gaat pas op 6 juli 2016 in.
Valerie geeft bij haar werkgever aan dat zij
redelijkerwijs niet in staat is geweest om de
resterende 136 uren uit 2015 voor 1 juli 2016 op
te nemen. Zij vindt het niet redelijk om langdurig
vakantie op te nemen in een periode waarin zij dat
nooit doet omdat haar kinderen dan niet vrij zijn.
Bovendien, medisch gezien kan zij misschien wel
met vakantie, maar zij geeft aan toch nog wel zo
ziek te zijn dat zij er nog niet echt van kan genieten.
Antwoord
Om met het laatste te beginnen, vakantie genieten
is wat anders dan van je vakantie genieten. Als
de ziekte zelf zodanig is dat er geen beletsel is
om met vakantie te gaan, kan ook niet gesteld
worden dat je door de ziekte redelijkerwijs niet in
staat was om met vakantie te gaan. Het verhaal
dat Valerie nooit lang op vakantie gaat vóór de
zomervakantie van haar kinderen, betekent niet
dat zij redelijkerwijs niet in staat is om in een
andere periode vakantie op te nemen. Zou Valerie
in haar stelling gevolgd worden, dan zou ziekte
tijdens de zomervakantie al voldoende zijn om te
kunnen stellen dat zij, in ieder geval het overgrote
deel van haar vakantie, redelijkerwijs niet in de
referteperiode van 1 januari tot en met 30 juni van
het jaar daarop had kunnen opnemen. In dit geval
komen de 136 resterende uren uit 2015 dus per 1
juli 2016 te vervallen.
Bovendien heeft Valerie inmiddels 144 uren
over 2016 ter beschikking. Zij heeft hoe dan ook
genoeg vakantie-uren om met haar schoolgaande
kinderen in de zomer op vakantie te gaan. Het voor
1 juli opnemen van de resterende uren uit 2015
doet daar niets aan af.
NB: Het staat partijen natuurlijk vrij om bijvoorbeeld af te spreken dat deze uren niet komen te
vervallen per 1 juli 2016, mits de werknemer ze in
de zomer van 2016 inroostert. Wel dienen partijen
zich te realiseren dat daarmee de werknemer
wellicht door omstandigheden zoals ernstige
ziekte of drukte niet aan de opname toekomt van
de uren die hij in 2016 opbouwt. Dan kan voor deze
uren de verjaringstermijn gaan gelden. In ieder
geval lijkt het verstandig om, als partijen een
afspraak willen maken over de resterende uren uit
2015, hierbij de uren van 2016 te betrekken.
Voorbeeld 3
Sarah kan in 2015 maar 80 vakantie-uren
opnemen. Zij wil er wel meer opnemen, maar
haar werkgever vraagt haar om dat niet te doen,
omdat hij Sarah vanwege drukte niet kan missen.
De resterende 64 uren uit 2015 worden in overleg
tussen werkgever en werknemer voor juni 2016
vastgesteld. Vlak voordat Sarah haar vakantieuren wil gaan opnemen, wordt zij ziek: een stevige
griep, die weliswaar maar 2 weken duurt, maar
waardoor zij niet met vakantie kan. Op 30 juni 2016
resteren er dus nog 64 vakantie-uren uit 2015.
Sarah stelt dat zij redelijkerwijs niet in staat was
om deze uren op te nemen. Immers, zij wilde wel
haar uren opnemen, maar deed dat op verzoek van
de werkgever niet eerder dan in juni 2016. Dat zij
op dat moment door ziekte daar niet toe in staat
was, mag er volgens haar niet toe leiden dat deze
uren per 1 juli 2016 zijn komen te vervallen.
Antwoord
Sarah heeft hierin gelijk. Over het grootste
gedeelte van de periode waarin zij de vakantie kon
opnemen voordat deze kwam te vervallen, kon zij
dit niet doen omdat haar werkgever haar niet kon
missen. Na haar ziekte in juni 2016 was er geen
gelegenheid meer om haar vakantie vóór 1 juli
2016 op te nemen, het boeken van een nieuwe
12
Vakantie
vakantie is onmogelijk. Het zou dan niet redelijk
zijn als deze uren per 1 juli 2016 zijn vervallen.
Voorbeeld 4
Joris is in februari met skivakantie geweest en
heeft hiervoor 80 vakantie-uren opgenomen.
Zijn overige uren heeft hij nog niet opgenomen.
Zijn werkgever heeft hem een aantal malen
gewaarschuwd dat zijn uren komen te vervallen
als hij ze niet opneemt. Daarom heeft Joris maar in
de laatste weken van juni zijn resterende vakantieuren ingepland om ze niet te laten vervallen. Dan
wordt hij ziek. Joris stelt dat het niet redelijk zou
zijn als zijn uren per 1 juli 2016 zouden komen
te vervallen. Hij wilde ze immers nog voor de
vervaldatum opnemen, en dat hij dat uiteindelijk
niet kon doen kwam doordat hij griep kreeg.
Antwoord
Joris heeft geen gelijk. Hij heeft anderhalf jaar de
tijd om zijn uren op te nemen, maar als hij wacht
tot het laatste moment, dan neemt hij bewust het
risico dat er dan iets gebeurt waardoor hij de uren
niet kan opnemen. De uren zijn dus per 1 juli 2016
vervallen.
NB: Als in deze casus de werkgever op het
laatste moment de vakantie van Joris vanwege
bedrijfsomstandigheden had ingetrokken, dan
had de zaak natuurlijk anders gelegen. Dan was
het uiteindelijk de werkgever geweest die tijdige
opname verhinderde, en dan was het niet redelijk
om de dagen te laten vervallen. Weer anders was
het geweest als de werkgever de dagen niet had
ingetrokken, maar Joris tot begin juni had gewacht
met het aanvragen van de vakantie voor de maand
juni. Dan had hij weer zelf het risico genomen dat
zijn verzoek niet meer gehonoreerd zou kunnen
worden omdat de roosters al waren gemaakt.
Samenvattend:
Als de werknemer de dagen niet tijdig kan opnemen omdat zijn werkgever hem daartoe niet in
staat stelt, dan heeft hij redelijkerwijs de dagen
niet voor de vervaldatum kunnen opnemen. Ook
kan het gebeuren dat de werknemer zijn dagen
niet in het begin van de referteperiode opneemt
omdat hij er op mag vertrouwen dat hij nog
voldoende gelegenheid heeft om dat tijdig voor de
vervaldatum te doen. Indien de werknemer vervolgens aantoonbaar niet in staat is deze dagen op te
nemen, kan hem dat ook niet worden tegengeworpen. Wel moet hij, als hij alsnog in staat is de
resterende dagen voor de vervaltermijn op te
nemen, dit ook doen. Ook als dit wat betreft de
periode niet zijn voorkeur heeft. Als hij tot het
laatste moment wacht met het vaststellen of
opnemen van de dagen, terwijl hij wel in staat was
om dit eerder te doen, dan neemt hij zelf het risico
dat er iets mis kan gaan waardoor de opname niet
mogelijk is.
4.4 Verrekenen vakantiedagen met
ziektedagen
In de wet is de mogelijkheid opgenomen om
(gedeelten van) dagen waarop de werknemer niet
werkt wegens arbeidsongeschiktheid aan te
merken als vakantiedagen (artikel 7:637 BW). Dit
kan zijn in het geval de werknemer op vakantie
gaat, maar ook als de werknemer gewoon thuis
blijft tijdens zijn ziekte.
De verrekening van vakantiedagen met ziektedagen mag slechts plaatsvinden met bovenwettelijke
vakantie-uren. Dit kunnen ook bovenwettelijke
vakantie-uren uit voorgaande jaren zijn. Een
andere voorwaarde is dat de werknemer in een
voorkomend geval moet instemmen met verrekening; de afspraak om te verrekenen, mag dus pas
gemaakt worden als de situatie zich voordoet.
Het is in onze branche niet mogelijk een afspraak
om vakantiedagen te verrekenen vooraf vast te
leggen in een schriftelijke overeenkomst, bijvoorbeeld in de arbeidsovereenkomst. De wet geeft
deze mogelijkheid wel (artikel 7:637 lid 2 BW),
maar verrekening is dan alleen mogelijk met de
bovenwettelijke vakantie-uren die in een bepaald
jaar worden toegekend. Aangezien in de CAO
Gehandicaptenzorg geen bovenwettelijke
vakantie-uren worden toegekend, bestaat er voor
de werkgever geen mogelijkheid om vooraf (in een
schriftelijke overeenkomst) met de werknemer te
regelen dat ziektedagen worden aangemerkt als
vakantiedagen.
13
Vakantie
4.5 Ziekte tijdens een vastgestelde
vakantie
Artikel 8:8 lid 4 CAO betreft de specifieke situatie
waarin de werknemer tijdens een vastgestelde
vakantie ziek is. Dit artikel bepaalt dat wanneer
een werknemer tijdens een vastgestelde vakantie
voldoende aantoonbaar voor de werkgever
arbeidsongeschikt is in de zin van artikel 7:629
BW, de verleende vakantiedagen niet als vakantiedagen gelden.
Voorbeeld ziekte tijdens vakantie
Een werknemer gaat 23 mei op vakantie tot 13
juni (3 weken). De werknemer meldt zich op 30
mei ziek bij zijn werkgever. De werknemer blijft
een week ziek, dan meldt hij zich weer beter.
De werknemer is dus een week gedurende zijn
vakantie ziek geweest.
De werknemer heeft slechts twee weken
vakantieverlof kunnen genieten. Van 30 mei tot
6 juni heeft de werknemer geen vakantieverlof,
maar ziekteverlof gehad. Voor deze dagen mag
de werkgever op basis van artikel 8:8 lid 4 geen
vakantiedagen afschrijven.
Deze regel, zoals hiervoor beschreven uit de CAO
is ook vastgelegd in de wet (artikel 7:638 lid 8 BW).
Wel kent dit wetsartikel twee uitzonderingen. Op
basis van deze uitzonderingen kan de werkgever
onder bepaalde voorwaarden de verleende
vakantiedagen afschrijven, ook als de werknemer
ziek is. De eerste uitzondering is als de werknemer in een voorkomend geval instemt met het
afschrijven van de vakantiedagen. Indien deze
instemming er is, mag de werkgever deze dagen
afschrijven, dit kunnen ook wettelijke dagen zijn.
Een tweede uitzondering is dat bij schriftelijke
overeenkomst, dus bijvoorbeeld in een arbeidsovereenkomst, kan worden bepaald dat verleende
vakantiedagen waarop de werknemer ziek is als
vakantie gelden. Dit kan echter alleen voor de
bovenwettelijke vakantie-uren van een bepaald
jaar. Aangezien in onze CAO geen bovenwettelijke
vakantie-uren worden toegekend, staat deze
mogelijkheid niet meer open in de branche
gehandicaptenzorg.
5. Vakantie-uren en einde dienstverband
5.1Inleiding
Wat gebeurt er met de vakantie-uren wanneer de
werknemer uit dienst treedt? Welke verplichtingen
heeft de werkgever bij uitdiensttreding van de
werknemer?
In dit laatste hoofdstuk komen de regels aan bod
die gelden met betrekking tot vakantie bij einde
van het dienstverband van de werknemer.
5.2 Opnemen van vakantie-uren voor het
einde van het dienstverband
Wanneer de werknemer uit dienst gaat en er staan
op dat moment nog vakantie-uren open, dan kan
de werkgever de werknemer niet verplichten deze
uren alsnog op te nemen, tenzij hierover afspraken zijn gemaakt in een schriftelijke overeenkomst. Zijn er geen afspraken gemaakt met de
werknemer over het opnemen van de vakantieuren, dan geldt dat de werknemer zelf mag
bepalen of, en zo ja wanneer, hij de nog openstaande vakantie-uren opneemt. Indien de
werknemer een verzoek heeft ingediend om de
vakantie-uren op te nemen voordat hij uit dienst
gaat, moet de werkgever akkoord gaan met dit
verzoek, tenzij de werkgever kan aantonen dat het
opnemen van de vakantie een ernstige verstoring
van de bedrijfsvoering veroorzaakt (zie paragraaf
3.2).
5.3 Werken met jaarurensystematiek
Sinds geruime tijd is het werken met de jaar-urensystematiek (JUS) het uitgangspunt binnen de CAO
Gehandicaptenzorg. Het werken met de JUS geeft
de werkgever het voordeel dat de inzet van personeel beter kan worden afgestemd op de bedrijfsvoering gedurende het gehele jaar. Voor de
medewerker is het voordeel dat er meer ruimte
komt voor individuele wensen ten aanzien van
14
Vakantie
arbeidstijden. Daardoor kan de werknemer meer
werken op voor hem gunstige werktijden of in een
gunstig arbeidspatroon.
Door deze flexibiliteit is de kans groot dat bij
vertrek van de werknemer een overschot of tekort
aan gewerkte uren bestaat waardoor er een
herberekening van de vakantierechten moet
worden gemaakt. Als de werknemer bij het einde
van het dienstverband nog vakantie-uren heeft
staan die hij niet heeft kunnen opnemen tijdens
het dienstverband, heeft de werknemer recht op
uitbetaling van zijn vakantie-uren (zie paragraaf
5.4).
Indien de werknemer te weinig uren heeft
gewerkt, maar wel maandelijks zijn salaris heeft
ontvangen, zal hij in de opzegtermijn de te weinig
gewerkte uren alsnog moeten werken. Eventueel
kan de werknemer er ook voor kiezen om de te
weinig gewerkte uren in het kader van de JUS
te verrekenen met het saldo aan resterende
vakantie-uren (indien dit saldo toereikend is) of in
te laten houden op het laatste salaris (zie artikel
6:2 lid 8 CAO).
5.4 Uitbetalen van vakantie-uren
Op het moment dat een werknemer uit dienst
treedt, dienen alle vakantie-uren die nog niet zijn
opgenomen, uitbetaald te worden. Dit ongeacht de
wijze waarop het dienstverband is geëindigd. Ook
wanneer de werknemer zelf ontslag neemt, moet
de werkgever alle nog openstaande vakantie-uren
uitbetalen.
5.5 Verklaring tegoed aan vakantierechten
De werkgever is verplicht om de werknemer bij
het einde van zijn dienstverband een verklaring
mee te geven waarop staat hoeveel vakantierech-
ten de werknemer nog over heeft (artikel 7:641 lid
2 BW). Deze verklaring kan de werknemer dan aan
zijn nieuwe werkgever geven om vervolgens
vakantie zonder behoud van loon op te kunnen
nemen (zie paragraaf 5.6).
Om een juiste verklaring van het saldo aan vakantierechten te kunnen overleggen, dient de werkgever een administratie van de genoten en nog
openstaande vakantiedagen bij te houden (zie ook
paragraaf 2.4).
5.6 Meenemen van vakantie-uren naar nieuwe werkgever
De werknemer die zijn vakantieaanspraken bij een
bepaalde werkgever niet heeft opgemaakt, kan bij
een nieuwe werkgever alsnog deze vakantie-uren
opnemen in de vorm van onbetaalde vrije tijd
(artikel 7:641 lid 3 BW). De werknemer kan aan
zijn nieuwe werkgever aantonen dat hij nog
vakantie had staan door de verklaring van zijn
oude werkgever met daarop het resterende
vakantiesaldo te overleggen.
Als de werknemer bij zijn nieuwe werkgever
vakantie wil opnemen, moet de werknemer ook
hiervoor weer een verzoek indienen bij de werkgever. De werkgever dient in te stemmen met het
verzoek tenzij gewichtige redenen zich hiertegen
verzetten.
15
Vakantie
Colofon
Tekst
Mr. M.F.J. Leemans-Verhoeven (VGN)
R.I. Wouters-van Wijngaarden (VGN)
Eindredactie
I.G.M. Wichink Kruit (VGN)
Ontwerp
Mariël Lam bno, ’s-Hertogenbosch
In opdracht van
Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland
Oudlaan 4
Postbus 413
3500 AK Utrecht
Telefoon: 030-27 39 300
Mail: [email protected]
www.vgn.nl
VGN publicatie
712.222
Eerste druk, oktober 2010
Tweede herziene druk, december 2011
Derde herziene druk, december 2015
16
Vakantie
VERENIGING GEHANDICAPTENZORG NEDERLAND
Oudlaan 4
3515 GA Utrecht
Postbus 413
3500 AK Utrecht
T 030-27 39 300
F 030-27 39 387
www.vgn.nl
[email protected]
Download