NAAM: Klas: 2B INLEIDING: WOORDASSOCIATIE . Noteer in de wereldbol alle mogelijke woorden die bij jou opkomen omtrent ‘Aarde’ Duid nu met een groene balpen alle positieve woorden aan. Duid met een rode kleur aan wat er fout loopt op deze wereld. Denk even na: Wie veroorzaakt heel wat ellende op deze wereld? Vakleerkracht: Mevr. De Vos 1 NAAM: Klas: 2B LIED: ‘ DE AARDE’ - URBANUS ‘ De Aarde’ De aarde is een grote bol met planten en met beestjes vol en ze draait al heel lang in het rond. En wat ik haast niet kan geloven, soms hangen we onderste boven en toch blijven onze voeten op de grond. En al de wolkjes boven ons die lijken wel één grote spons. Ze brengen ons het water van de zee. En als de aarde drinken wil, dan houdt de wind de wolkjes stil en dan valt dat water naar beneden. Refrein: Oh, grote wereldbol, ik snap er niet veel van. Het is gewoon een wonder wat jij allemaal kan je vliegt maar en je vliegt maar zonder te verdwalen. Je draait maar en je draait maar zonder motor of pedalen. Als de zandman weer verdwijnt en de zon haar zonnestraaltjes schijnt, lekker op de rug van onze poes. Dan valt aan de andere kant de nacht daar is 't Janneke maan die lacht naar de ingeslapen kangoeroes. En als Jezeke zijn bedje maakt en al zijn pluimpjes kwijtgeraakt, dan begint het hier bij ons te sneeuwen. Toch bruint de zon in Afrika de negertjes tot chocola, maar bijt ze niet want anders gaan ze schreeuwen. Refrein En vanwaar dit allemaal komt de lucht,het water en de grond dat kan tot nu toe niemand vertellen. De aarde draait hier niet alleen, er zijn nog meer bollen om haar heen, veel meer dan de mensen kunnen tellen. Want als je straks een lichtje ziet dat plotseling door de hemel schiet, dan kan dat een marsmannetje zijn. Dat heel gewoon aan jou komt vragen of je één van deze dagen met hem meevliegt in zijn marskonijn. Vakleerkracht: Mevr. De Vos 2 NAAM: Klas: 2B Refrein Verwerkingsopdrachten: 1. Beluister het lied van Urbanus en onderlijn met blauw de zinnen in het lied die je mooi vindt. Probeer ook uit te leggen waarom! 2. Noteer in één zin waarover het lied gaat. …………………………………………………………………………………………………… 3. Beluister het lied voor een tweede maal en onderlijn nu met rood wat Urbanus niet snapt. 4. Wat vindt jij een wonder in de schepping? ……………………………………………………………………………………………………… 5. Nog enkele doe-ditjes: 1. Wat doe je het liefst als je de natuur intrekt? o wandelen o fietsen o kamperen o skaten o bloemen bewonderen o …………………………….. 2. Wat vind je belangrijk als je de natuur intrekt? het mooie landschap de frisse lucht weinig mensen om je heen de rust eens halt houden om iets te bewonderen 1 1 1 1 1 2 2 2 2 2 3 3 3 3 3 3. Welk natuurgebied heb je het liefst? o zee en duinen o bos o weide en velden o meren o ……………………………………. 4. Welke natuurgeluiden beluister je het liefst? o vogels o de wind in de bomen o dieren o ………………………. 5. Welke geluiden storen het meest in de natuurgebieden? wegverkeer 1 2 vliegtuigen 1 2 mobiele telefoons 1 2 de mensen zelf 1 2 Vakleerkracht: Mevr. De Vos 3 3 3 3 3 NAAM: Klas: 2B HET SCHEPPINGSGEBEUREN VERTELD IN DE BIJBEL… A. Inleiding: Wetenschappers verklaren het ontstaan van de aarde via de “Big Bang” theorie: er was een enorme ‘oerknal’ waardoor de verschillende planeten, waaronder ook de aarde, ontstonden. In de Bijbel lezen we een heel ander verhaal ! In Gen. 1: 1 – 2: 4 lezen we hoe Jahwe in zeven dagen de aarde heeft geschapen. Wanneer we dit fragment lezen, merk je dat Jahwe een druk weekprogramma doorworsteld heeft. Je zal ook merken dat de ‘schrijver’ een refrein in de tekst ingelast heeft, waarmee hij ons duidelijk wilde maken hoe belangrijk dat volgens hem is. Je zou het de rode draad in een mensenleven kunnen noemen. B. Vooraleer we starten met het verhaal: Wat weet jij er nog van? Vertel in enkele zinnen hoe jij denkt dat het scheppingsverhaal verloopt… Het scheppingsverhaal is ontstaan rond 5OO v.C.Het is een geloofsverhaal: de schrijver van dit verhaal herkent Gods aanwezigheid in de schepping van de aarde;met andere woorden het is geen nauwkeurig verslag van feiten maar een weergave van zijn visie ! Inprenten Vakleerkracht: Mevr. De Vos 4 NAAM: Klas: 2B C. En nu: aandachtig luisteren… Vakleerkracht: Mevr. De Vos 5 NAAM: Klas: 2B D. Meer inzicht: Verwerkingsopdrachten 1. Onderlijn in het Bijbelse scheppingsverhaal de dagen in het blauw. 2. Onderlijn in de tekst de zinnen die steeds weer herhaald worden in het rood. 3. Onderlijn in de tekst de zinnen die iets vertellen over de mens in het groen. 4. Wat bedoelde de schrijver met ‘heersen’ en ‘onderwerp haar’ ? ……………………………………………………………………………………………………………………………… …………………………………………………………………………………………………………………………….. 5. Noteer bij elke dag wat God schiep: DAG En Jahwe schiep… 1 2 3 4 5 6 7 6. Taak voor in de klas: Creatieve verwerking van de 7 scheppingsdagen. 7. Zit er volgens jou orde in de schepping? Waarom wel/niet? ……………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………… 8. Herhalingen worden gebruikt om de nadruk op iets te leggen. Waarop willen de joodse priesters de nadruk leggen? •…………………………………………………………………………………………………………………………… •…………………………………………………………………………………………………………………………… •…………………………………………………………………………………………………………………………… 9. Welke taak krijgt de mens in de schepping? ……………………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………………… Prent alles goed in en dan ben je klaar voor de toets! Vakleerkracht: Mevr. De Vos 6 NAAM: Klas: 2B BAAS OF BEHEERDER VAN DE AARDE… ? Opdracht: Bekijk het filmfragment over het scheppingsverhaal. Geef vervolgens een antwoord op onderstaande vragen: 1. Welk beeld blijft jou sterk bij ? ………………………………………………………………………………………………………. 2. Welke gevoelens roepen deze beelden bij jou op ? ……………………………………………………………………………………………………………………………… 3. Wat heb je ontdekt over de aarde na het bekijken van de beelden? ……………………………………………………………………………………………………………………………… 4. Welke titel zou jij aan deze film geven ? ……………………………………………………………………………………………………………………………… 5. Wat zou je dan antwoorden op volgende vraag: ‘ Kan God tevreden zijn over de mens ? ‘ ……………………………………………………………………………………………………………………………… BESLUIT: Twee visies over omgaan met de aarde 1. De mens speelt BAAS OVER DE NATUUR.Hij denkt het recht te hebben om met de natuur te doen wat hij wil. Hij houdt met niets of niemand anders rekening. De natuur is zijn bezit. 2. De mens is een BEHEERDER (rentmeester) VAN DE AARDE. Hij krijgt de aarde in bruikleen. En zoals dat verwacht wordt van zaken die hij leent, moet hij goed zorg dragen voor de aarde en ze in goede staat teruggeven. Christenen geloven dat de mensen een bijzondere opdracht krijgen. Ze worden gevraagd God te vertegenwoordigen op de aarde. Omdat God uit grote liefde de aarde schiep, kunnen mensen God het best vertegenwoordigen door op een goede manier met de schepping om te gaan ! Taak: Bekijk onderstaande documenten. Omcirkel telkens de passende figuur /1O Creatieve opdracht: Samen met je leerkracht verzamel je op de speelplaats alle afval die je medeleerlingen vandaag hebben achtergelaten. Verwerk dit restafval tot een nieuw voorwerp. Voorzie het tevens van een slogan waarmee jij je medeleerlingen oproept om milieuvriendelijk te gaan leven Vakleerkracht: Mevr. De Vos 7 NAAM: Klas: 2B MET WELKE OGEN KIJK JIJ ? Het sprookje van … De rijke bramenplukker Godfried Bomans Vele jaren geleden leefde er in een groot bos een oude bramenplukker. Zijn vader en zijn moeder lagen al een halve eeuw aan de voet van een beuk begraven, doch dat was de bramenplukker reeds lang vergeten; hij wist niet eens wat het scheefgezakte kruis eigenlijk beduidde ;doch achtte het raadzaam, wanneer hij er 's nacht langs moest, een omweg te maken. Verder woonde er niemand in het bos en daarom dacht de bramenplukker dat hij alleen op de wereld was. Deze gedachte deed echter zijn opgewektheid geen schade. Hij zong luidkeels de vrolijkste liederen, zonder ophouden, behalve 's nachts, want dan moest hij slapen - dat is een goede verontschuldiging. Maar verder, verder was er geen vrolijker mens denkbaar. 'Zie,' placht hij 's morgens te zeggen, 'die zilveren parels op de bloemen! Voor wie anders liggen al die diamanten over het gras gestrooid dan voor mij? Wat ben ik rijk!' En als hij door het woud liep, zuchtte hij: 'Wat een hoge gewelven, wat een ruime portalen, wat een prachtige zuilen! En dat alles voor één man! ‘s Middags lag hij op zijn rug naar de wolken te kijken, die de wonderlijkste figuren voor hem maakten. 'Zie,' sprak hij dan, 'een beer! En daar een winterlandschap! Wie heeft er zo'n zoldering? Ik word er verlegen van!' Maar 's avonds was de bramenplukker het vrolijkst. Dan ging hij onder de laurierboom zitten voor zijn huisje en wachtte gespannen. En plotseling, als de zon voor het laatst haar purperen stralen over de heuvels wierp, begon ver in het woud een fijne, hoge stem te jubelen, zo verrukkelijk schoon en toch zo eindeloos weemoedig dat de bramenplukker de tranen in de ogen schoten. 'Heerlijk, prachtig!' riep hij dan ten laatste uit, 'dank, dank, onbekende zanger! Wat een muziek! Wat een geluid! Hoe jammer dat ik alleen op de wereld ben!!' Doch dat was hij niet; op een avond trok een ontdekkingsreiziger door het woud, duwde de kleine wankele deur open en stond glimlachend voor de bramenplukker. 'Vriend,' sprak hij, 'wat eten en een bed, dat is al. Want ik heb honger en slaap. Versta je me?' Doch de bramenplukker zat doodsbleek op zijn stoel en zweeg. 'Komaan,' hernam de reiziger, 'hier is een goudstuk. Dat maakt de tong wat losser.' Nu rees de bramenplukker op. 'Wezen,' sprak hij moeilijk, 'ik heb uw goud niet nodig. Daarom zweeg ik niet. Maar… mag ik u eens betasten?' 'Ga je gang,' sprak de reiziger, die een vrolijk man was. En de bramenplukker betastte de reiziger; hij kneep hem in de neus, draaide zijn Vakleerkracht: Mevr. De Vos 8 NAAM: Klas: 2B hoofd naar alle kanten, keek aandachtig in de mond en riep ten slotte: 'Precies als ik! Precies als ik! Alles hetzelfde!' en hij omhelsde hem. 'Wat ben jij een onnozelaar,' lachte de reiziger, zich losmakend, 'heb je nog nooit een mens gezien?' 'Ik ben niet alleen!' riep de bramenplukker, in de handen klappend, 'ik ben niet alleen! Precies zulke benen!' en hij danste rond de tafel. 'Kom,' hernam de reiziger, 'ik heb honger. Bedwing je een beetje.' hij zette zich aan tafel, nam een bord uit zijn ransel en zette dit met een veelbetekenende klap voor zich neer. 'Welnu, zei hij, 'Iaat eens wat zien.' 'Ja, ja!' riep de bramenplukker, 'precies als ik! Juist hetzelfde!' en hij danste naar de provisiekast, haalde brood, worst en ontbijtkoek, en danste met dit alles om de tafel heen, wel driemaal. Toen ging hij zitten, haalde diep adem en zei: 'Bedien u.' De reiziger at zwijgend. Bij elke hap die hij deed, riep de bramenplukker verrukt: 'precies als ik!' Dat was in het begin wat hinderlijk, doch de reiziger had honger en at glimlachend door. Tenslotte hief hij het hoofd op; zijn oog viel op het goudstuk, zoals het daar lag, op de rand van de tafel. ‘Vriend,' sprak hij, 'waarom wilde je dat goudstuk niet van mij aannemen?' 'Ik heb het niet nodig,' antwoordde de bramenplukker eenvoudig, 'ik heb diamanten.' 'Diamanten?' herhaalde de reiziger, 'heb jij diamanten? Hoeveel?' 'Precies weet ik het niet,' sprak de bramenplukker peinzend, 'een paar grasvelden vol' 'Zeg dat nog eens !' 'Een paar grasvelden vol,' herhaalde de bramenplukker. Ditmaal was het de reiziger, die doodsbleek op zijn stoel zat. 'Man,' riep hij tenslotte, 'je bent schatrijk!' 'Dat zei ik je toch al,' sprak de bramenplukker, 'maar dat is niet alles. Ik heb nog wel andere dingen.' 'Noem nog eens wat, kameraad.' 'Ja,' hernam de bramenplukker verlegen, 'er is zo veel. Daar zijn bijvoorbeeld de spiegels.' 'Spiegels?' vroeg de reiziger gejaagd. 'Ja,' vervolgde de bramenplukker op dezelfde achteloze toon, 'een paar duizend, ik heb ze nooit geteld. Sommige zijn zo groot dat je een dag nodig hebt om er omheen te lopen. 'Een dag nodig om er… Vriend, waar liggen al die schatten?' 'In mijn huis.' 'Dat moet een paleis zijn!' stamelde de reiziger. 'Het is ook een paleis,' antwoordde de bramenplukker glimlachend, 'ik heb het zelfs nooit helemaal bekeken, daarvoor is het te groot. Er zijn zuilengangen bij waarvan men het eind niet zien kan; duizenden slanke kolommen dragen het gewelf. Dat is een lust om te zien! Doch af en toe ontmoet men wijde, nog hogere portalen; het gewelf is daar niet groen, doch lichtblauw met witte vlekken.' 'Mozaïek dus?' vroeg de reiziger ademloos. 'Ik weet niet wat u bedoelt,' sprak de bramenplukker. Vakleerkracht: Mevr. De Vos 9 NAAM: Klas: 2B De reiziger legde het moeilijke woord uit. 'O, nee!' hernam de bramenplukker lachend, 'dat is slechts kinderspel! Dat zou mij op den duur vervelen: altijd hetzelfde te bekijken. Nee, hier bewegen de figuren, zij trekken langzaam en statig voorbij, ja, zij vervormen zich tot de wonderlijkste gedaanten: ijsberen, winterlandschappen, en kabouters met baarden. Zelfs de kleuren veranderen: dan is het diepblauw, dan lichtgrijs, soms beide. Het is heerlijk om te zien; men wordt er nooit moe van!' 'Dat is ongelofelijk!' riep de reiziger, 'ongelofelijk! En dat alles voor één man. Maar, maar je moet je toch wel eens eenzaam voelen tussen al die zuilen, galerijen en spiegels?' 'O nee!' sprak de bramenplukker, 'er is muziek genoeg, van alle kanten en de hele dag door.' 'Muziek?' riep de reiziger, 'muziek? Kom, bramenplukker, nu maak je me wat wijs.' 'Nee, wezenlijk niet," verzekerde de bramenplukker, 'de hele dag door en telkens nieuwe liederen. Maar 's avonds worden de solo's gezongen. Daar heb ik een aparte zanger voor. U moet morgenavond eens luisteren. U blijft toch vannacht hier slapen?' 'Nee,' antwoordde de reiziger, zijn jas aantrekkend, 'ik ga onmiddellijk door. Ik ben ontdekkingsreiziger. Dit is mijn grootste ontdekking. Ik ga het iedereen vertellen.' 'Dat moet u doen,' sprak de bramenplukker, 'ik heb mij al lang bezwaard gevoeld er zo heel alleen van te genieten. Maar blijf toch één nachtje! Dan zal ik u morgen alles zelf laten zien en kunt u het nog veel beter vertellen.' 'Nee,' sprak de reiziger, 'tijd is geld! Ik ga onmiddellijk door. Bedankt voor de ontbijtkoek. Adieu.' Hij trok de deur achter zich dicht en verdween in de nacht. De bramenplukker snelde naar buiten, doch hij zag niets dan een schaduw die tussen twee bomen verdween. . ''Wat jammer', mompelde hij, 'tijd is geld! En hij had zoveel parels mogen hebben als een mens kan dragen. Reiziger, reiziger! Kom terug!' Doch de reiziger hoorde hem niet; hij sprong over sloten en heggen, zwom twee rivieren over, trok een donker woud door en was in de stad. 'Burgemeester,' zei hij, 'ik heb iets belangrijks te zeggen.' 'Wel,' sprak de burgemeester, 'dat is prettig. Ga maar op het stadhuis staan.' En de reiziger ging op het stadhuis staan. 'Mensen!' riep hij, 'willen jullie graag parels hebben?' 'Ja zeker!' riepen de mensen. 'En voelt er iemand wat voor spiegels, zo groot als dit marktplein?' 'Ja zeker,' riepen de mensen, 'geef ze maar hier!' 'En is er hier soms iemand Vakleerkracht: Mevr. De Vos 10 NAAM: Klas: 2B die graag in een paleis wil wonen met groene zuilengangen en plafonds van beweegbaar mozaïek?' 'Dat willen we best!' riepen de mensen, 'waar staat het?' 'Komt maar mee!' riep de ontdekkingsreiziger, 'loop maar precies achter me aan! We hebben geen tijd te verliezen!' En zij trokken een donker woud door, zwommen twee rivieren over, sprongen over sloten en heggen, en waren bij de bramenplukker. 'Bramenplukker!' riep de reiziger, 'hier zijn we!' 'Wat aardig!' riep de bramenplukker, 'u laat er geen gras over groeien, dat moet ik zeggen. Hemeltje lief, wat hebt u daar veel mensen bij ! Het zijn er wel een paar duizend! Wat gaat u daarmee beginnen?' 'Wij komen de parels halen,' sprak de burgemeester, naar voren tredend, 'en wij gaan in het paleis wonen waar de zoldering van beweegbaar mozaïek is en de zuilen van groen smaragd. Wij komen luisteren naar de muziek en de spiegels moeten we ook hebben.' 'Wel, dat is heerlijk!' riep de bramenplukker, hem omhelzend, 'ik ben zo blij dat jullie het ook waarderen! Dat jullie inzien hoe mooi dat alles is! Welkom, welkom! Ontbijtkoek heb ik niet zoveel, maar wel goed brood en fris water.' 'Wij moeten geen ontbijtkoek,' sprak de burgemeester langzaam, 'wij moeten parels.' 'Die krijgen jullie!' riep de bramenplukker, 'zoveel als jullie kunnen dragen.. Wacht tot morgen!' 'Kan het niet vanavond?' vroeg de burgemeester bezorgd, 'tijd is geld!' 'Nee,' hernam de bramenplukker hoofdschuddend, 'nu is het donker. En in het donker ziet men de parels niet. Maar morgenochtend vroeg zult u eens wat zien! Gaan jullie nu wat slapen, we hebben alle tijd.' 'Goed,' sprak de burgemeester, 'slapen, mannen! We hebben alle tijd!' De volgende morgen lagen de velden glinsterend en flikkerend onder de rode hemel; aan elke grashalm, ook de kleinste, hingen prachtige, zilveren diamanten, en toen de zon opging, veranderden deze in topazen, smaragden en blauwe saffieren, stralend van licht, flonkerend van zuiverheid, schitterender dan aardse juwelen. En daartussen stonden de mensen en spraken over de parels die nu weldra gevonden zouden worden, hele grasvelden vol. Werd nu de bramenplukker maar wakker; zij hielden de ogen strak gevestigd op de kleine deur. Eindelijk ging zij open; de bramenplukker trad naar buiten en schouwde zwijgend over de velden; zijn ogen stonden vol tranen. 'Jullie treffen het wel," sprak hij zachtjes. 'Wat zegt je?' mompelde de burgemeester. 'Ik zeg: jullie treffen het wel,' hernam de bramenplukker glimlachend, 'zoveel parels liggen er anders nooit.' 'Ik zie geen parels,' sprak de burgemeester. 'Zien jullie geen parels?' vroeg de bramenplukker verbaasd. 'Wij zien niets,' riepen de mensen, 'wij zien helemaal niets.' Vakleerkracht: Mevr. De Vos 11 NAAM: Klas: 2B De bramenplukker sloeg de handen in elkaar. 'Wat hebben jullie slechte ogen!' riep hij uit, 'kijk om je heen! Zie je het niet?' 'Dat is dauw,' sprak de burgemeester boos. 'Dat… dat wist ik niet,' stamelde de bramenplukker, 'ik dacht …' 'Waar zijn de zuilengangen?’ vroeg de burgemeester kort. 'Daar,' fluisterde de bramenplukker. 'Dat zijn bomen,' antwoordde de burgemeester, waar is het mozaïek?' 'Daar,' sprak de bramenplukker. De burgemeester hief de ogen naar de purperen hemel. 'Dat is lucht,' zei hij, 'gewoon lucht Waar zijn de spiegels?' De bramenplukker wees zwijgend in de verte. 'Dat zijn vijvers,' sprak de burgemeester, Waar is de muziek?' De bramenplukker stak de wijsvinger op; de burgemeester luisterde. Toen richtte hij zich op en sprak met een bittere glimlach: 'Dat is een nachtegaal, onnozele! Een simpele nachtegaal! Wij zijn bedrogen.' 'Wij zijn bedrogen' schreeuwden de mensen, Wij zijn bedrogen!' 'Maar ik heb toch precies verteld zoals het is!' riep de bramenplukker, 'ik heb toch precies...' 'Hang hem op!' riepen de mensen, 'hang hem toch op!' En toen 's avonds de nachtegaal zijn trillend lied begon, was er niemand om te luisteren. Want de bramenplukker hing juist een tak lager. Dood Opdrachten: 1. Schrijf rond de bramen wat je in het sprookje getroffen heeft. 2. Geniet jij van de natuur? Wat vind je het mooist? ………………………………………………………………………………………… Vakleerkracht: Mevr. De Vos 12 NAAM: Klas: 2B 3. Toon aan dat de bramenplukker een grote verwondering heeft voor de natuur: - de ochtendnevel noemt hij : …………………………………………………………. - de bomen zijn voor hem : …………………………………………………………. - de wolken ziet hij als een : …………………………………………………………. - het water is een : …………………………………………………………. - vogelzang noemt hij: …………………………………………………………. 4. De ontdekkingsreiziger , de burgemeester en de mensen begrijpen de bramenplukker niet. Hoe komt dat? ……………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………… ……………………………………………………………………………………………………………………… 5. Noteer bij elke woord een O (ontdekkingsreiziger) of een B (=bramenplukker): - hebben: … - dankbaar: … - tevreden: … - hart: … - altijd meer: … - gejaagd: … - dingen : … - genieten: … - eisen: … - kostbaar: … Vakleerkracht: Mevr. De Vos 13 NAAM: Klas: 2B 6. Zoek een nieuwe titel die de betekenis van het sprookje beter weergeeft. ……………………………………………………………………………………………………………………… 7. Wellicht ben jij soms een bramenplukker,soms behoor je ook tot de groep van de burgemeester en de mensen. Maak op een groot blad het volgende: deel het in twee helften. De ene kant staat voor de burgemeester, de andere helft voor de bramenplukker. Werk nu op een creatieve manier beide helften uit! 8. Herlees nu het verhaal en hermaak alle opdrachten. Nu ben je helemaal klaar voor de herhalingstoets. Vakleerkracht: Mevr. De Vos 14 NAAM: Klas: 2B UIT DANKBAARHEID … FRANCISCUS van ASSISI Alle volkeren hebben zo hun eigen manier (hun cultuur) om hun dankbaarheid te tonen voor de schepping, voor alles wat het heelal en de aarde hen geeft (zon,regen,vruchten, water enz…) Men danst en zingt erom, men bidt uit dankbaarheid. Sommige indianenstammen spreken liefkozend van hun ‘pacha mama’ of : ‘moeder aarde’ (de aarde waaraan ze hun hele leven te danken hebben). Ook Frans van Assisië dankt God voor het wonder van de schepping: DE ZIEL VAN FRANCISCUS SPREEKT VANDAAG OOK NOG AAN : Doelstellingen : Met voorbeelden kunnen aangeven wat Franciscus diep gelukkig maakte aan de hand van zijn levensverhaal en zijn Zonnelied.(K) Kunnen verklaren waarom familie en vrienden van Franciscus niet goed snapten wat Franciscus bezielde.(K) Voorbeelden kunnen geven van situaties waarbij je ouders niet goed konden akkoord gaan met wat jij wou of bedoelde.(K) Je mening kunnen vormen over de zin of onzin van tijd steken in bidden.(K) ▫KORT LEVENSVERHAAL VAN FRANCISCUS : Franciscus van Assisi (1181 – 1226) Omstreeks de jaren 1200 leefde Frans als zoon van een rijke lakenhandelaar in het stadje Assisië in Midden-Italië. Frans was een jonge kerel die er van droomde te genieten van het leven. Daarvoor had hij veel geld nodig. Overal is hij de eerste om gek te doen. Hij houdt ook van avontuur. Daarom trekt hij met een andere ridder naar Beneden-Italië om er met de pauselijke legers te vechten tegen de legers van het Duitse Rijk. Maar onderweg wordt hij gevangen genomen. Zijn vader moet hem vrijkopen. Hij is 23 jaar jong, heeft alles wat hij wenst, maar toch voelt hij zich niet gelukkig .Hij zit er veel over te piekeren. In zijn eenzaamheid begint hij te bidden. Zijn roeping wordt echter nog duidelijker tijdens een mis als hij het evangelie hoort voorlezen dat handelt over totale armoede. Nu pas ontdekt hij Gods voorliefde voor de armsten en voor hen die lijden. Op een avond nodigde hij een hele groep armen en sukkelaars uit zijn geboortedorp bij zich thuis uit. Je kunt je voorstellen dat ze onwennig keken naar de pracht en praal van dat huis. Maar vlug zijn ze gerustgesteld en spreken met Vakleerkracht: Mevr. De Vos 15 NAAM: Klas: 2B Frans over het werk, de onrechtvaardige loonverdeling en het onrecht dat ze op alle gebieden ondergaan. Zijn vader kan met die ‘verkwisting’ van geld en goederen van zijn zoon niet akkoord gaan . Hij is zo kwaad dat hij hem voor de rechtbank van de bisschop laat komen. En de rechtbank besluit inderdaad dat Frans al het weggeven geld moet teruggeven. Daarop trekt hij zijn rijke kleren uit en geeft ze aan zijn vader terug. Hij is niet meer de jonge rijke van Assisië. In een armoedige monnikenpij probeert hij de totale armoede te beoefenen.Hij begint te prediken en te bedelen. Natuurlijk verwekt dat soms spot waar hij eens een gevierde jongeling was. Zeventien jaar lang doorkruist hij zijn streek; schoenen bezit hij niet , geld evenmin. Na verloop van tijd kreeg Franciscus steeds meer aanhangers, onder wie ook heel wat leidinggevende figuren uit Assisi. Mensen die een stapje terug wilden zetten om tot vernieuwde inzichten te komen. In 1209 werd de orde van de franciscanen (of “minderbroeders”) officieel gesticht. Twee jaar later kreeg Franciscus het gezelschap van Clara, in een vroeger leven ook dochter van goeden huize, die de orde van de Arme Klaren stichtte. Franciscus schreef aan het einde van zijn leven een lofzang op de natuur, het Zonnelied. Hierin bezingt hij 'de dingen van de hemel', 'de dingen van de aarde' of de vier elementen - broeder wind en zuster water, broeder vuur en zuster aarde -, en tenslotte de levensweg van de mens. In 1224 werd Frans ziek en stierf in 1226 . Franciscus werd begraven in de kerk van San Giorgio in Assisi. In dezelfde kerk sprak paus Gregorius IX twee jaar later zijn heiligverklaring uit. Op verzoek van de paus ging broeder Elia, de algemeen overste van de franciscanen, over tot de bouw van de SintFranciscusbasiliek boven zijn graf. De dag volgend op zijn sterfdag (4 oktober) is zijn feestdag, en is in 1929 ook Werelddierendag geworden. ▫Opdracht : Vertel in een 8-tal zinnen het leven van Franciscus. ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Vakleerkracht: Mevr. De Vos 16 NAAM: Klas: 2B Wat maakte Franciscus diep gelukkig? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Wat denk je dat de vader van Franciscus van zijn zoon eigenlijk verwachtte? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Begrijp je dit? Zijn er soms situaties waarbij je ouders niet kunnen akkoord gaan met wat jij wilt of denkt? Waarover hebben jullie weleens meningsverschillen? Vakleerkracht: Mevr. De Vos 17 NAAM: Klas: 2B Het Zonnelied van Franciscus De heilige Franciscus van Assisi stond in een belangrijke relatie tot de natuur, die hij bewonderde en eerbiedigde. Zijn verhouding tot Gods schepping wordt sterk uitgedrukt in zijn ‘ Zonnelied’: BRANDUARDI – IL CANTICO DELLE HET ZONNELIED CREATURE VERTAALD DOOR FRANK MISSANT A te solo Buon Signore Si confanno gloria e onore A Te ogni laude et benedizione A Te solo si confanno Che l’altissimo Tu sei E null’omo degno è Te mentovare. Allerhoogste, almachtige, goede Heer, jou komt elke lofzang toe, de glorie en de eer en de zegening. Jou alleen, Allerhoogste, behoort dat alles en geen mens is waardig jouw naam te noemen. Si laudato Mio Signore Con le Tue creature Specialmente Frate Sole E la sua luce. Tu ci illumini di lui Che è bellezza e splendore Di Te Altissimo Signore Porta il segno. Geloofd ben jij, mijn Heer, met al je schepselen, vooral heer broeder zon, hij is de dag, door hem verlicht jij ons. En hij is mooi en straalt met grote luister: van jou, Allerhoogste, draagt hij in zich het beeld. Si laudato Mio Signore Per sorelle Luna e Stelle Che Tu in cielo le hai formate Chiare e belle. Geloofd ben jij, mijn Heer, door zuster maan en door de sterren: aan de hemel heb jij ze gemaakt helder en kostbaar en mooi. Si laudato per Frate Vento Aria, nuvole e maltempo Che alle Tue creature dan sostentamento. Si laudato Mio Signore Per sorella nostra Acqua Ella è casta, molto utile E preziosa. Geloofd ben jij, mijn Heer, door broeder wind, door lucht en wolken, open hemel, alle weer, door hen houd jij je schepselen in leven. Geloofd ben jij, mijn Heer, door zuster water, zij is heel nuttig en kostbaar en nederig en kuis. Si laudato per Frate Foco Che ci illumina la notte Ed è bello, giocondo Geloofd ben jij, mijn Heer, door broeder vuur, door hem verlicht jij onze Vakleerkracht: Mevr. De Vos 18 NAAM: E robusto e forte. Si laudato Mio Signore Per la nostra Madre Terra Ella è che ci sostenta E ci governa Si laudato Mio Signore Vari frutti lei produce Molti fiori coloriti E verde l’erba. Klas: 2B nacht en hij is mooi en vrolijk en sterk en fel. Geloofd ben jij, mijn Heer, door onze moeder, zuster aarde, die ons in leven houdt en voedt, velerlei gewassen brengt zij voort en kruiden, bloemen in een bonte pracht. Si laudato per coloro Che perdonano per il Tuo amore Sopportando infermità E tribolazione E beati sian coloro Che cammineranno in pace Che da Te Buon Signore Avran corona. Geloofd ben jij, mijn Heer, door wie vergeven door jouw liefde en dragen wat hen verzwakt en kwelt. Gelukkig zij die dat in vrede zullen dragen, want door jou, Allerhoogste, krijgen zij de kroon. Si laudato Mio Signore Per la Morte Corporale Chè da lei nesun che vive Può scappare E beati saran quelli nella Tua volontà che Sorella Morte non gli farà male Geloofd ben jij, mijn Heer, door onze zuster de lichamelijke dood. Geen mensenleven weet haar te ontlopen. Ongelukkig zij die sterven gaan in dodelijke zonden. Gelukkig die zij vinden zal volgens jouw wil die allerheiligst is, de tweede dood doet hen geen kwaad. Loof en zegen nu mijn Heer en dank Hem en dien Hem in grote deemoed. Vakleerkracht: Mevr. De Vos 19 NAAM: Klas: 2B Werkopdrachten: Waarom heeft Franciscus een ‘Zonnelied’ geschreven? ………………………………………………………… …………………………………………………………. Waaruit blijkt dat Franciscus een grote bewondering heeft voor Gods schepping ? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Teken de natuurelementen die in het Zonnelied voorkomen en schrijf er telkens bij waarom Franciscus deze elementen belangrijk vindt? Wat zegt Franciscus over de mensen? ………………………………………………………………………………………………… ………………………………………………………………………………………………… Welke houding moet de mens aannemen tegenover God en zijn schepping ? ………………………………………………………………………………………………… Vakleerkracht: Mevr. De Vos 20 NAAM: Klas: 2B De Psalmen In het boek der Psalmen wordt het geloof bezongen. Als mensen oog en oor hebben voor de schoonheid en het wonder van de schepping, dan uiten ze dat in alle toonaarden. Psalmen zijn lofliederen aan God. In psalmen zingen gelovige mensen hun diepe vertrouwen in God uit. Ze werden vroeger, en ook nu nog, in de eredienst naar voor gebracht. In psalm 1O4 worden Gods scheppingskracht en de vreugde van de mens over de wondere natuur en Gods grootheid bejubeld. PSALM 1O4: Gij doet in de dalen de bronnen ontspringen, daar wandelen de beken door het gebergte. Zij drenken alle dieren van het veld, de wilde ezel lest er zijn dorst. Daar wonen de vogels van de hemel, hoog in de takken zingen zij het uit. De bergen krijgen uit de wolken te drinken, de aarde wordt van uw regen verzadigd. Gij laat het gras maar groeien voor het vee en groene gewassen voor de mens om te verzorgen; en zo wint hij het graan uit de aarde, Zo oogst hij de wijn die het hart verheugt, en olie om de huid te laten glanzen en brood dat hem in leven houdt. Gij zijt de schepper van naam en tijd, van zon en van zonsondergang. Maakt Gij het donker, dan is het nacht, dan komt het hele woud in beweging, de jonge leeuwen brullen om buit, zij vragen God om hun voedsel. De zon gaat op en zij sluipen terug en in hun holen liggen zij neer. De mens gaat uit om zijn werk te doen, hij zwoegt totdat de duisternis valt … Dit alles, God, uw eigen werk, uit zoveel dingen spreekt uw wijsheid, uw scheppingskracht vervult onze aarde. Verwerkingsopdrachten: * Markeer in de tekst welk beeld jou het meest aanspreekt. * Duid vervolgens met rood de kernidee aan in deze psalm. * Waarin gelijken het Zonnelied en Psalm 1O4 op elkaar? ________________________________________________________________ * Waarin verschillen ze? ________________________________________________________________ ________________________________________________________________ * Vele mensen zien in de kracht en de schoonheid van de natuur een glimp van God. Hoe sta jij na alle voorgaande lessen hier tegenover? ________________________________________________________________ Vakleerkracht: Mevr. De Vos 21