IEDER ZIJN EIGEN JEZUS Zoektocht met ds. Euwema naar de ware Jezus Over Jezus zijn al ontelbaar veel boeken verschenen. Cees den Heyer waagt zich in zijn ‘Balans van 150 jaar onderzoek naar Jezus’ niet eens aan een schatting. Hij spreekt van een ‘kakafonie’, een ‘onoverzienbare hoeveelheid boeken’ en ‘een stortvloed van literatuur’ (p. 10). Het is haast ondoenlijk om daarin het overzicht te behouden. Immers, zoveel schrijvers, zoveel nuances. Ds. Jaap Euwema heeft het zich daarom niet gemakkelijk gemaakt door een lezing te houden over ‘De zoektocht naar de ware Jezus’. Maar Euwema is een belezen man, wat wel blijkt uit de talloze anekdotes en wetenswaardigheden die hij schijnbaar moeiteloos uit zijn mouw schudt. Hij is dan ook gefascineerd door de persoon Jezus. Wie was Hij? Hoe hebben mensen Hem gezien en hoe zag Hij zichzelf? Grofweg zijn er vier zienswijzen op Jezus te onderscheiden. Jezus als God, als jood, als rebel en als spiritueel leider (zie ook het prettig leesbare boek van Mark Tully, Four faces. A journey in search of Jezus the Divine, the Jew, the Rebel, the Sage (Berkeley 1997)). Euwema stipt in zijn betoog de richtingen kort aan, mede aan de hand van enkele boeken die hij heeft meegenomen. Maar ook in de loop van de avond komt hij meerdere keren op één van de scholen terug. Het bekendst is het beeld van Jezus als tweede persoon van de ‘drie-enige God’, die, in de woorden van de Heidelbergse catechismus, ‘met Zijn dierbaar bloed voor alle mijne zonden volkomenlijk betaald en mij uit alle geweld des duivels verlost heeft’. Dit kerkelijk dogma staat de laatste twee eeuwen onder druk als gevolg van historisch-kritische publicaties. Daarin wordt gereconstrueerd wat er werkelijk is gebeurd in het Palestina van het jaar nul. Hoe kon een timmermanszoon uitgroeien tot een godheid? Hierop zijn allerlei antwoorden te geven. Euwema wijst op de sleutelrol van Paulus. Deze bekeerde apostel, die Jezus nooit zelf heeft gesproken of ontmoet, probeerde Hem en Zijn kruisdood ‘te verkopen’ aan de heidenen. Dat deed hij door aan te haken bij Hellenistische voorstellingen, zoals die van een God die sterven moest (zie de Isiscultus). Euwema neemt het Paulus allemaal niet kwalijk. Immers, als Paulus er niet was geweest, dan was onze kerk er nu ook niet! De stichting van de staat Israel na de Tweede Wereldoorlog geeft een grote impuls aan literatuur die het jood-zijn van Jezus benadrukt. Voor een deel zijn de schrijvers ervan zelf joods. Zij hebben Jezus herontdekt als één van hen. Bekend zijn David Flusser, Pinchas Lapide en Geza Vermes. Zij bestuderen vooral de tora-uitleg van Jezus. Die is voor hen veel belangrijker dan Zijn levenseinde. Laat de kruisdood van Jezus immers niet zien dat Zijn leven op een jammerlijke mislukking was uitgelopen? Om met Schalom Ben-Chorin te spreken: ‘Ik voel zijn broederhand die mij grijpt en tot navolging trekt. Deze met wonden getekende hand is niet de hand van messias [...] Het is de hand van een groot geloofsgetuige in Israël’. Als Jezus niet is gestorven voor de zonden van de mensheid, waarom eindigde hij dan aan het kruis? Albert Schweitzer wees er in zijn Geschichte der Leben-Jesu Forschung (1913) op dat Jezus ervan overtuigd was dat God Zijn Koninkrijk zeer spoedig zou laten aanbreken (vgl. Matth. 10:23). Naarmate de Apocalyps echter langer op zich liet wachten, zou Jezus het idee hebben ontwikkeld dat Hij de komst van het Koninkrijk moest afdwingen door de weg van het lijden te gaan. Latere auteurs, onder wie Dominic Crossan, gaan een stapje verder en menen dat Jezus Gods Koninkrijk dichterbij wilde brengen door de Romeinen te verjagen. Zij zien Jezus als een rebel. Als bewijs dienen zijn afkomst uit Galilea (een provincie die veel opstandelingen voortbracht), de intocht in Jeruzalem en, als pièce de résistance, de daaropvolgende tempelreiniging. Deze zou bedoeld zijn geweest als een gewapende opstand. De Romeinen grepen echter hard in en sloegen Jezus aan het kruis, zoals ze dat met iedere revolutionair deden. Het beeld van Jezus als een verlichte wijsheidsleraar mag zich in een toenemende populariteit verheugen, mede door recente vertalingen van de Nag Hammadi-geschriften (gevonden in 1945). Zo is er bijvoorbeeld het Thomasevangelie waarin alleen spreuken van Jezus staan, en waarin Zijn lijden en sterven onvermeld blijven. De verlossing die deze gnostische Jezus predikt, bestaat uit het begrijpen van zijn woorden: ‘Jezus zei: Wie uit mijn mond drinkt, zal worden als ik en ikzelf zal worden als hij; en het verborgene zal hem worden geopenbaard’ (log. 108). Volgens Marcus Borg was wat Jezus zei zo grensverleggend dat Hij in botsing kwam met de joodse gevestigde orde en werd gedood. Anderen geloven dat Jezus helemaal niet is gestorven aan het kruis, maar alleen zwaar gewond is geraakt. Hij zou zijn verzorgd en, opgeknapt en wel, naar India zijn vertrokken waar hij een hoge leeftijd zou hebben bereikt. Volgens sommigen heeft Jezus ook in zijn jongelingsjaren in India of zelfs Japan gewoond, waar hij kennis zou hebben genomen van de leer van Boeddha. Het is opmerkelijk dat zoveel uiteenlopende gezichtspunten op Jezus zijn ontwikkeld op basis van hoofdzakelijk dezelfde bronnen: de boeken van het Nieuwe Testament, aangevuld met recent (her)ontdekte gnostische geschriften. Niet-christelijke bronnen zijn er nauwelijks. De joodse geschiedschrijver Flavius Josephus wijdde enkele woorden aan Jezus, die hij een wijs man noemde. Volgens Josephus zou Jezus als leraar ‘wonderbaarlijke werken’ hebben verricht. Joodse leiders brachten hem echter aan bij Pontius Pilatus, die Hem ter dood liet brengen. Maar ‘zij die hem van het begin af aan hadden liefgehad, gaven hun genegenheid voor hem niet op’ (Joodse Oudheden 18.3.3). Daarnaast bestaat nog een tekst van de Romeinse geschiedschrijver Tacitus, waarin de christenen als schuldigen worden opgevoerd van de negendaagse brand in Rome in 64 n.C. Tacitus omschreef hen daarin als volgelingen van Christus die ten tijde van Tiberius ter dood was gebracht (Annalen 15.44). Beide teksten zijn in de tweede helft van de eerste eeuw geschreven. In diezelfde tijd zijn ook de canonieke evangeliën aan het papier toevertrouwd. Dat is laat, aangezien de kruisdood van Jezus rond het jaar 30 heeft plaatsgevonden. Euwema wijst op de mondelinge traditie in het Midden-Oosten. De verhalen zijn aanvankelijk steeds doorverteld. Pas in de jaren 60 en 70, toen inmiddels het gros van de christenen buiten Palestina woonde, ontstond de behoefte om ze vast te leggen. Verder is Jezus niet oud geworden en was zijn optreden van korte duur. Hij heeft zelf nauwelijks gelegenheid gekregen om iets op te schrijven. Jezus houdt ons nog altijd bezig, ieder op zijn of haar eigen wijze. Euwema zelf ziet Jezus vooral als een sociale profeet. De rabbi uit Nazareth was ongetwijfeld ook een spiritueel leider die veel mensen heeft gewezen op het Hogere, maar de essentie is voor Euwema dat Jezus opkwam voor gewone mensen en zich verzette tegen uitbuiting. Jezus stond daarmee in de traditie van Amos, Jesaja en Jeremia. Ook zij zagen met lede ogen aan dat de tempel, het symbool van Gods aanwezigheid op aarde, was veranderd in een rovershol waar handelaren veel geld verdienden aan de cultus van YHWH. De misstanden brachten Jezus tot een tempelreiniging, waardoor hij in conflict kwam met de tempelelite en het Romeinse gezag. Deze spanden vervolgens samen en ruimden Hem uit de weg. Veel is onduidelijk over Jezus. Is Hij opgestaan? We weten alleen dat Maria en de andere vrouwen een leeg graf aantroffen. Stonden ze bij het verkeerde graf? Was er grafroof gepleegd? Of is Hij echt lichamelijk uit de dood herrezen? Euwema suggereert dat Maria zo nauw met Jezus was verbonden dat zij Hem na Zijn overlijden nog meende te zien. Waren Jezus en Maria gehuwd? Euwema weet het niet. Het evangelie van Philippus suggereert van wel: ‘Jezus hield op een andere wijze van Maria van Magdalena dan van de andere leerlingen en hij kuste haar vaak’ (46). Op zich was het gebruikelijk dat Joodse rabbi’s getrouwd waren, dus het zou Euwema niets verbazen als Jezus ook een vrouw had. Heeft Jezus wonderen verricht? Ook dat was gebruikelijk voor rabbi’s. Euwema maakt onderscheid tussen natuurwonderen, waarin hij niet gelooft, en genezingswonderen, die hij niet kan uitsluiten. Mogelijk heeft Jezus met zijn charismatische persoonlijkheid veel mensen met psychosomatische aandoeningen kunnen helpen. Zo viel hij vaak terug op het geloof van de mensen zelf. Hij vroeg daar ook naar en zei na de genezing ‘uw geloof heeft u behouden’. Het laatste woord over Jezus is nog niet gesproken. Dat kan ook niet. Interpretaties veranderen in de loop van de tijd. De inleiding van Euwema wordt dan ook afgesloten met de suggestie van voorzitter Anton van der Graaf om over een jaar nog eens terug te komen op het onderwerp. Dat lijkt me een goed idee. Aries van Meeteren Boektitels die Euwema heeft besproken tijdens zijn inleiding: Academisch: Marcus Borg, Jezus: gezocht en onderzocht. De renaissance van het Jezus-onderzoek (Zoetermeer 1998) Cees den Heyer, Opnieuw: wie is Jezus? Balans van 150 jaar onderzoek naar Jezus (Zoetermeer 1996) Marinus de Jonge, Christologie in context. Jezus in de ogen van zijn eerste volgelingen (Maarssen 1992) Harry Kuitert, Jezus: nalatenschap van het christendom (Kampen 1998) Ronald Meester, De Man die God kende. Christelijke spiritualiteit voor niet-ongelovigen (Kampen 2007) Edward Schillebeeckx, Jezus, het verhaal van een levende (Bloemendaal 1974) Gnostisch: Jacob Slavenburg, De ‘logische’ Jezus: logos, Christusdimensie en de 21e eeuw, een antwoord op kerk, bijbel en new age (Deventer 1999) Pseudowetenschappelijk: Francesco Carotta, Was Jezus Caesar. Over de Romeinse oorsprong van het christendom. Een onderzoek (Soesterberg 2002) Paul Claes, De zoon van de panter (Amsterdam 1996)