Basiscursus GIB College 1

advertisement
Basiscursus GIB College 1
dr. R. van der Maar
[email protected]
http://www.let.uu.nl/~ArendJan.Boekestijn/personal/
r
Inhoud college 1
1. Afbakening van het vak GIB, LIB,
Volkenrecht
2. Structuren versus intenties
3. Realisme versus idealisme
4. Weense systeem 1815-1854
5. Krimoorlog maakt einde Weense systeem
Deel 1
Afbakening GIB, LIB en Volkenrecht
Afbakening
Volkenrecht, LIB en GIB
 Volkenrecht
= interpreteren/formuleren van
internationale rechtsregels
 LIB = Leer der Internationale betrekkingen,
theorieen over gedrag staten
 GIB = Geschiedenis van de Internationale
betrekkingen = diplomatieke geschiedenis (intentie
staatsman) en internationale geschiedenis (structuur)
Verschil normatieve en het
empirische
 Empirie:
bestudering van het zijn
 normativiteit/ethiek: bestudering van het moet zijn
 Volkenrecht is normatief: staten moeten zich houden
aan internationaal recht
 GIB en LIB zijn empirisch: willen het gedrag van
staten en de ontwikkeling van het statensysteem
beschrijven en verklaren
GIB
 diplomatieke
geschiedenis en internationale
geschiedenis
 diplomatieke geschiedenis gaat uit van individu
 internationale geschiedenis gaat uit van statensysteem
 beide zien wisselwerking individu – structuur
Diplomatieke geschiedenis
 Vaak
intentioneel
 bestudering van de internationale politieke
betrekkingen tussen staten
 totstandkoming allianties
 archiefonderzoek : reconstructie idee en
handelingen van staatslieden
 19e eeuwse wortels, ontstaan WO I
Problemen met intentionele
diplomatieke geschiedenis
 overschat
rol staatsman
 veronachtzaamt de motoren van historische
verandering: economische en sociale factoren
 archiefonderzoek levert alleen de perceptie van
staatsman op: hoeft niet samen te vallen met de
werkelijkheid
Internationale geschiedenis
 niet
alleen diplomatieke betrekkingen, ook oog voor
structuur
 Invloed staatkundige vorm
 rol media, publieke opinie,
 relatie binnenlands en buitenlands beleid,
 rol ideologie
 Structuur staten systeem: bipolair/multipolair
Problemen met structurele
verklaring
 Geschiedenis
is open
 mensen zijn geen marionet van historische wet maar
kunnen omgeving ook veranderen
Structuur en intentie zijn met
elkaar getrouwd
 Elke
intelligente staatsman weet dat zijn
handelingsmogelijkheden beperkt worden
door structurele factoren
 Intenties van een staatsman blijven relevant,
hij/zij kan structuren wijzigen
Deel II
Structuren versus intenties
Structuren en intenties
 Bestudering
van menselijk gedrag: op twee wijzen:
 1. Individu met zijn intenties centraal
 2. internationale structuren centraal: gedrag van
individu wordt bepaald door het internationale
systeem
Wat is een structuur
 verandering
in een bepaald onderdeel van
het systeem leidt tot veranderingen in
andere onderdelen van dat systeem
 voorbeeld: een wekker
Interne structuur van een staat
 hoe
machtig is de staat
 hoe groot de bevolking
 beschikbare hulpbronnen, economische kracht
 geografische ligging
 organisatie politieke besluitvorming
 aanpassingsvermogen, verwerking info externe
structuur
Externe structuur van de staat
 machtsverdeling
tussen staten
 mate van stabiliteit statensysteem
 positie in de internationale arbeidsverdeling
 stand wapentechnologie
 opvattingen over hoe buitenlandse politiek bedreven
moet worden en hoe de staat zich het beste kan
handhaven
Voorbeelden structurele en
intentionele verklaring
 intentionele
verklaring van de Duitse buitenlandse
politiek na 1890: Wilhelm II was uit op expansie
 structurele verklaring: de economische en
demografische groei van Duitsland leidde tot oorlog
Realisme versus idealisme
Theodore Roosevelt versus Woodrow
Wilson
realisme versus idealisme
Wilsoniaanse traditie = idealisme (Wilson president 19131921)
 Theodore Roosevelt (1901-1909 president, dus niet F.D.
Roosevelt 1933-1945) = realisme
 Verschillen: realist heeft pessimistische kijk op menselijke
natuur
 Idealist een optimistische kijk
 Realist: doel heiligt de middelen, machtsevenwicht, amoreel
 Idealist: doel en middelen zijn heilig, moralistisch, principes

Het Concert van Europa 18151853
Hoe verkrijgt men stabiliteit
 twee
manieren om machtsuitoefening te
beheersen: dus stabiliteit verkrijgen
 1. bloedige wijze: let them fight into
equilibrium, einde oorlog
 2. bloedverlies voorkomen door creëren van
fysieke machtsevenwicht en legitimiteit
(morele machtsevenwicht)
Franse grenzen 1792, dus voor revolutionaire oorlogen
1812 Napoleon hoogtepunt van zijn
macht
Congres van Wenen 1815
Territoriale verdeling:
Frankrijk behoudt grenzen van 1792 (dus behoudt Elzas
Lotharingen, niet Savoye en België), restauratie Bourbons
 Koninkrijk der Verenigde Nederlanden (plus Belgie)
 Zweden in personele unie met Noorwegen
 Koninkrijk Sardinie-Piedmont vergroot met Savoye
 GB in personele unie met koninkrijk Hannover, behoudt
Malta, Ceylon, Kaapkolonie en Helgoland
 Rusland verwerft Congres Polen
 Oostenrijk afstand Oostenrijkse NL, krijgt Toscane, Milaan
en Venetie, krijgt klein deel Polen
 Pruisen stemt toe in 2/5 Saksen, deel Polen en wordt
schadeloos gesteld met Rijnprovincie en Westfalen.
 Rest van Saksen is van Saksische Koning

Waarom was dit fysiek
machtsevenwicht?
 buffers
tegen Frankrijk
 voorkomt Frans revanchisme door mildheid,
Frankrijk grenzen 1792, Parijs neemt vanaf
1818 deel aan Congres
 Duitse Bond: niet te zwak en niet te sterk
 Britten kregen met strategische
toegangspoorten hun eeuw van wereldleiderschap 1814-1914, ver-deel een heers
politiek Continent
Duitse Bond
 Duitsland
was te zwak geweest om de
Europese vrede te redden, Franse expansie
 Duitse eenwording is te sterk
 oplossing Duitse Bond:
 1. voorkomen Duitse eenheid
 2. bescherming Duitse prinsen/vorsten
 3. voorkomen Franse agressie
Fysiek machtsevenwicht
problematisch
collectieve veiligheid = veiligheid van de 1 is de
veiligheid van ons allen
 problematisch:
 1. de belangen van de lidstaten zijn niet uniform
 2. gemakkelijker consensus over inactie dan over
actie
 3. bij elkaar blijven op basis van ambivalentie of
de machtigste lidstaat stapt op
 er is dus meer nodig dan fysiek machtsevenwicht

Daarom is het morele
machtsevenwicht zo belangrijk
 ironie:
Wenen zo beroemd om zijn fysieke
machtsevenwicht, was zo succesvol
vanwege het moreel machtsevenwicht
 Naast Quadruple Alliantie: Heilige
Alliantie. Cruciale rol van Von Metternich,
Minister van Buitenlandse Zaken Oostenrijk
1809-1848
Von Metternich
Metternich gevangen tussen Tsaar
Alexander I 1801-1825 en
Castlereagh, zowel Oostenrijk als VK
willen Pruisen/Rusland < maar VK wil
geen Heilige Alliantie
Weense systeem
 Metternich
slaagt er drie decennia in om de
Tsaar af te houden van avonturen Balkan
 Metternich lost revoluties in Napels (1820)
en Griekenland (1821) Spanje (1823), op
zonder Russische interventie op de Balkan
Ordening van het Weense
systeem
 Metternich
slaagde erin om zowel Rusland
als Pruisen in toom te houden
 D.m.v. Heilige Alliantie
 Krimoorlog (Oostenrijk kiest tegen
Rusland) bevrijdt zowel Rusland als Pruisen
van de Oostenrijkse matigende invloed
De Krimoorlog 18541856
Krim oorlog 1854-1856, 1853
Oorzaken Krimoorlog
 Rusland:
Nicolaas droomt van bezit Constantinopel
en de zeestraten
 Frankrijk: Napoleon III wil einde aan Frans
isolement en heilige alliantie < door Rusland te
verzwakken
 Engeland: Palmerston zoekt voorwendsel om
Russische expansie naar Zuiden in te dammen
 Rusland tegenover Turkije plus VK en Frankrijk
Verloop Krimoorlog
 Napoleon
III claimt jurisdictie over de bescherming
van de christenen
 Rusland claimt ook de protectie christenen in
Ottomaanse rijk
 1853 Rusland bezet Moldavië en Wallachije
 Napoleon III moedigt de Turken aan om de
Russische claims naast zich neer te leggen
 1853 oorlog tussen Rusland en Turkije
 1854 Turkije krijgt steun van Frankrijk en VK en
van het kleine Sardinië (wil Italiaanse eenheid)
Wat doet Oostenrijk?
Frankrijk koos tegen Rusland. Indien Oostenrijk
Rusland steunt dan zal Frankrijk de Italiaanse
bezittingen van Oostenrijk aanvallen
 Rusland is in oorlog met Frankrijk. Indien
Oostenrijk voor Frankrijk kiest dan zou Russische
expansie in Balkan de Slavische onrust in
Oostenrijk-Hongarije >
 Oostenrijk kiest voor Frankrijk en dus tegen
Rusland

Situatie voor de Krimoorlog, 1853
1854 maart, Rusland bezet Moldavië en
Wallachije (tezamen het latere Roemenië
1855 landing Fransen en Engelsen
Einde Krimoorlog 1856
Betekenis van de Krimoorlog: eind van
het Weense systeem
Oostenrijkse keuze voor Frankrijk en dus tegen
Rusland grote gevolgen:
 opgeven van de conservatieve eenheid bevrijdde
Rusland van morele zelfbeperking
 Oostenrijkse keuze voor Frankrijk en Engeland
bevrijdde ook Pruisen
 Verzwakte zowel Rusland als Oostenrijk, de twee
machten die het meest gebaat waren bij het
Weense systeem van 1815
 Dus einde van het Weense systeem

Conclusie: de toekomst is donker
binnen 5 jaar na krimoorlog gooiden de Italiaanse
nationalisten gesteund door Frankrijk, Oostenrijk
uit Italië, Oostenrijk ontbeert Russische steun
 binnen 10 jaar verslaat Bismarck Oostenrijk in een
oorlog over de dominantie in Duitsland. Rusland
en Frankrijk hielden zich koest
 ging nu alleen nog maar pure machtspolitiek

Volgende college
 Twee
revolutionairen die voorgoed een
einde maken aan het systeem van morele
zelbperking van Metternich:
 Napoleon III
 Bismarck
Download