Differentiëren met Blendspace Naam auteur Jasmijn Heyer Vakgebied Nederlands Titel Differentiëren met Blendspace Onderwerp Differentiatie in de literatuurgeschiedenisles Opleiding Interfacultaire Lerarenopleiding, Universiteit van Amsterdam. Doelgroep Docenten Nederlands die lesgeven aan havo/vwo bovenbouw Sleuteltermen differentiatie, literatuurgeschiedenis, Blendspace Bibliografische referentie Heyer, J. (2016). Differentiëren met Blendspace. Amsterdam: Interfacultaire Lerarenopleidingen UvA. Studentnummer 6090036 Begeleider(s) W.A. Groeneweg Beoordelaar(s) indien bekend W.A. Groeneweg Datum 30-05-16 Beschrijving Al sinds de jaren 70 en 80 is het onderwijs opener geworden. Er wordt minder frontaal les gegeven en in de les worden meerdere en verschillende werkvormen gebruikt. Dit is een vorm van differentiatie: verschillende werkvormen zorgen ervoor dat de verschillende leervoorkeuren van leerlingen worden aangesproken. Vandaag de dag gaat differentiatie echter een stuk verder dan dat. Op veel scholen, waaronder mijn school, het IJburg College, is differentiatie een zogeheten hot topic. Er wordt veel aandacht besteed aan verschillende vormen van differentiatie. Studiedagen zijn vaak hierop ingericht. Gezien het feit dat differentiëren behoort tot de hogere doceervaardigheden is dit geen gek iets: differentiëren is niet zomaar gemakkelijk te leren. Bij het differentiëren speelt de docent een grote rol. In deze v-memo staat differentiatie in het literatuurgeschiedenisonderwijs centraal. Na wat rondvragen bij collega’s en studenten blijkt dat literatuurgeschiedenis doorgaans geen grote rol speelt in het curriculum van het vak Nederlands. Slings (2010) bevestigt dit beeld. Vwo-leerlingen krijgen hier in de bovenbouw wel mee te maken – vooral ook omdat zij minimaal drie boeken moeten lezen die voor 1880 geschreven zijn. Voor havoleerlingen wordt dit onderdeel echter ook wel eens overgeslagen. Veel tijd wordt er niet aan besteed en mocht er tijd tekort komen, dan is literatuurgeschiedenis het onderdeel dat uren moet inleveren. Literatuurgeschiedenis komt wel voor als een eindterm, namelijk nummer 9: ‘De kandidaat kan een overzicht geven van de hoofdlijnen van de literatuurgeschiedenis, en de gelezen literaire werken plaatsen in dit historisch perspectief’ (SLO, 2010: 52). Gezien het feit dat er maar weinig tijd is voor het onderdeel literatuurgeschiedenis moeten er keuzes gemaakt worden over welke hoofdlijnen van de geschiedenis uitgediept worden en welke literaire werken gelezen worden. Differentiatie wordt door een docent ingezet om tegemoet te komen aan de verschillen tussen leerlingen. Om leerlingen zoveel mogelijk te laten leren – zeker wanneer er maar weinig tijd is voor een groot onderdeel als literatuurgeschiedenis – is het nuttig om differentiatie in de klas toe te passen. Nu rest de vraag: hoe pak je dit aan in een literatuurgeschiedenisles? Analyse Dat er zo weinig tijd aan literatuurgeschiedenis wordt besteed op scholen is onterecht volgens Slings (2010). Literatuuronderwijs kan een belangrijke rol spelen in de verruiming van het blikveld van de jongere (Dirksen, 2004: 4). Een puber is erg gericht op zijn eigen leefomgeving en beschouwt deze als een ‘onvermijdelijke onveranderlijkheid’ (Slings, 2010). Historisering noemt Slings een middel om tot zelfrelativering te komen. Daarmee bereikt het dus een hoger doel: leerlingen kritisch laten staan tegenover het heden en hun eigen positie. Hij noemt nog een aantal andere argumenten voor literatuurgeschiedenisonderwijs, waaronder historisch bewustzijn, cultuuroverdracht, literaire en esthetische vorming, individuele ontplooiing en wereldoriëntatie. Hoe moet dit onderwijs dan worden aangeboden? Slings stelt dat literatuurgeschiedenis vooral ondersteuning moet bieden aan het kunnen begrijpen en het kunnen plaatsen van het literaire werk. Niet het geschiedverhaal moet centraal staan, maar het primaire, literaire werk. Die teksten moeten echter wel zorgvuldig worden uitgekozen: het moet literaire kwaliteit bezitten, maar tegelijkertijd aanknopingspunten bezitten om toe te werken naar het historische bewustzijn (Slings, 2010). Slings noemt hierbij een aantal barrières: de aansluiting bij de beginsituatie, doelen en benaderingen en keuze en presentatie van de tekst. Aansluiting bij de beginsituatie kan worden opgelost door basis- en verdiepingsstof aan te bieden. Zo kan de leerling op zijn eigen niveau werken. Vooral in de hogere klassen is er een groot verschil tussen historische kennis. Leerlingen die veel van de achtergrond afweten, kunnen op deze manier zich verdiepen, terwijl anderen werken aan een historische basis. Ook pleit Slings voor een zo veelzijdig mogelijke behandeling, zodat het zoveel mogelijk leerlingen zal aanspreken. Daarnaast is de keuze en de presentatie van de tekst cruciaal: de literaire tekst moet centraal staan en mag worden onderbroken of ingekort als dit de leerling helpt. Daarbij moet worden nagedacht of de docent liever werkt met annotaties of dat een her- of vertaling beter werkt. Dirksen stelt dat een overzicht van hoofdlijnen in zeer korte tijd aangebracht kan worden, als basiskennis. Die basiskennis kan dienen als kapstok voor ervaringen met tekstfragmenten uit het verleden (Dirksen, 2004: 4). Wel moet dit worden gekoppeld aan de belevingswereld van de jongere. Ook Geljon bevestigt dit: teksten sluiten te weinig aan aan de belevingswereld van de leerling. Daarnaast is er een taalbarrière, waardoor teksten niet meer begrepen worden en wellicht nog belangrijker: een historisch kader ontbreekt. Volgens Geljon zijn er twee benaderingen te onderscheiden in het literatuurgeschiedenisonderwijs: een historisch-sociologische en een actualiserende aanpak. Bij de historisch-sociologische wordt een historisch kader aangeboden, waarbij contrasten worden laten zien. Het idee is dat leerlingen hierdoor een historisch kader krijgen aangeboden en historisch besef ontwikkelen. Bij de actualiserende aanpak staat juist thema’s die in het heden spelen centraal. Bij deze aanpak wordt de vergelijking met het hier en nu gemaakt, waarbij de tekst als uitgangspunt wordt gebruikt. Vaak wordt een van beider benaderingen gekozen. Óf de leerling moet naar de tekst toe óf de tekst moet naar de leerling toe. Dit is volgens Geljon echter niet effectief: juist een wisselwerking van beiden kan als een goede basis functioneren. Zowel de tekst moet naar de leerling, als de leerling naar de tekst. Met andere woorden: de leerling moet historisch besef ontwikkelen, maar daarnaast moet de tekst ook dichter bij hem of haar belevingswereld worden gebracht (Geljon, 1994). Geljon onderscheidt drie fasen, waarbij het soms beter is om eerst de tekst te verwerken en dan de historische context en soms andersom – eerst de context, dan de tekst. Geljon, Dirksen en Slings hebben invulling gegeven aan hoe het literatuurgeschiedenisonderwijs onderwezen moet worden. Maar hoe geef je dat nou vorm door daarbij ook gebruik te maken van differentiatie? Differentiëren kan op veel verschillende manieren. Als definitie van differentiatie wordt vaak die van De Koning (1973) aangehaald: ‘Het doen ontstaan van verschillen tussen delen (bijvoorbeeld scholen, afdelingen, klassen, subgroepen, individuele leerlingen) van een onderwijssysteem (bijvoorbeeld nationaal schoolwezen, scholengemeenschap, afdeling, klas) ten aanzien van één of meerdere aspecten (bijvoorbeeld doelstellingen, leertijd, instructie-methoden)’ (via Bosker, 2005: 5). Bosker onderscheidt twee soorten differentiatie: interne en externe. Externe differentiatie is het differentiëren tussen schooltypen en –niveaus. In Nederland is deze differentiatie tamelijk groot: tussen vmbo-basis en gymnasium zitten veel verschillende niveaus. Toch is er nu een trend gaande waarbij – voornamelijk in de onderbouw – wordt gewerkt met heterogene klassen, zo ook op het IJburg College. In een klas zitten dan leerlingen van verschillende niveaus. Er wordt dan niet meer extern gedifferentieerd, maar er vindt een verschuiving plaats naar interne differentiatie, oftewel differentiatie binnen de klas. Hierbij wordt gedifferentieerd tussen leerlingen. Eerder vatte ik differentiatie al samen als het tegemoet komen aan verschillen tussen leerlingen. Als men in het onderwijs praat over differentiatie wordt vaak interne differentiatie bedoeld. Zo ook in deze memo. Binnen interne differentiatie kan weer verder onderscheid worden gemaakt tussen divergente en convergente differentiatie. Differentiatie kan namelijk verschillende doelen kennen. Onderstaand figuur kan het een en ander verduidelijken. De lijn A staat voor de beginsituatie waarin niet gedifferentieerd wordt. De prestaties van alle leerlingen neemt toe, maar wie vooraf laag presteert doet dat naderhand nog steeds. Lijn B staat voor een situatie waarin convergente differentiatie wordt toegepast. De prestaties van alle leerlingen neemt toe, maar de lijn is minder steil dan die in situatie A. Leerlingen die vooraf laag presteerden, presteren nu beter dan bij situatie A. Bij convergente differentiatie richt de docent zich vooral op de leerlingen die laag scoren. Zij krijgen dus meer aandacht en leren op deze manier relatief meer dan de goed presterende leerlingen. Deze vorm van differentiatie wordt vaak toegepast om de verschillen binnen de klas kleiner te maken. De ongelijkheid wordt hiermee verkleind. Figuur uit Bosker & Dollaard, 2009, p. 156 De lijn C staat voor divergente differentiatie. Hierbij probeert de docent een zo optimaal mogelijke situatie te scheppen voor alle leerlingen. Alle leerlingen maken een sprong in hun kennis. Dit betekent wel dat de ongelijkheid verder uiteen kan lopen. Desalniettemin is in de grafiek te zien dat gedifferentieerd onderwijs beter is dan onderwijs waar niet gedifferentieerd wordt. Alle leerlingen – goed presterend of minder goed – maakt door gedifferentieerd onderwijs een sprong voorwaarts. Verkenning oplossingen Slings is niet erg te spreken over de methodes die bestaan voor literatuurgeschiedenis. Een beter alternatief vindt hij de website literatuurgeschiedenis.nl, waar hij overigens hoofdredacteur van is. (Slings, 2010) (Slings & Van Dinxhoorn, 2009). Deze website laat zeer overzichtelijk en bovendien uitgebreid allerlei periodes van de Nederlandse literatuurgeschiedenis zien. Ook biedt het de mogelijkheid voor docenten om een pagina aan te maken waarop leerlingen de pagina’s zien die de docent heeft uitgekozen. Daar zitten soms ook opdrachten bij. Bovendien, stelt Slings, is het mogelijk om zelf een leerlijn uit te zetten waarmee de leerling aan de slag kan. Daarbij kan de docent zelf uitkiezen welk thema of welke periode hij of zij wil behandelen. De leerling overziet op de site bovendien de omvang en de rijkdom van de totale literatuurgeschiedenisles – ook als hij slechts zijn eigen leerlijn hoeft te bestuderen. Dit overzicht heeft een leerling met een boek vaak niet, wat volgens Slings ten koste gaat van ‘nuance, en daarmee aan betrouwbaarheid, aantrekkelijkheid en didactisch succes (Slings, 2010). Daarnaast zijn er op internet veel sites die gebruikt kunnen worden in de literatuurgeschiedenisles: entoen.nu en via SchoolTV en NPO zijn er veel video’s beschikbaar over verschillende periodes in de Gouden Eeuw of 19e eeuw. Er kan een keuze gemaakt worden tussen convergente en divergente differentiatie. Daarbij moet worden nagedacht wat men als doel wil stellen. Is de differentiatie erop gericht dat iedereen een sprong maakt of moet juist de ongelijkheid verkleind worden? In de literatuurgeschiedenisles heb ik ervoor gekozen om divergent te differentiëren. Omdat literatuurgeschiedenis maar een klein onderdeel is in het curriculum is het naar mijn idee niet erg als de prestaties tussen goede en minder goede leerlingen uiteenloopt. Liever heb ik dat alle leerlingen de kans krijgen om zoveel mogelijk te leren; de ongelijkheid binnen de kans neem ik dan voor lief. Op deze manier krijgen leerlingen eerlijke, even grote kans. Maar hoe wordt nou gedifferentieerd? Dat kan op veel verschillende manieren. Als docenten differentiëren doen zij dat meestal op niveau. Er is dan onderscheid gemaakt tussen makkelijkere en moeilijkere opdrachten, zodat alle leerlingen een succeservaring kunnen krijgen. Differentiatie naar instructie betekent dat een groepje leerlingen extra uitleg krijgt. De sterke leerlingen kunnen meteen aan de slag of moeten zelf uitzoeken hoe zij iets moeten aanpakken, terwijl de rest beter geholpen wordt. Differentiatie naar niveau wordt vaak verward met differentiatie naar tempo, maar dat is niet hetzelfde. Niet alle snelle leerlingen zijn goed presterende leerlingen. Verder bestaat er verdiepingsdifferentiatie, waarbij sterke leerlingen verder op de stof ingaan, differentiatie naar belangstelling, waarbij leerlingen kunnen kiezen tussen verschillende opdrachten of teksten, differentiatie naar leerstijlen van Kolb, waarbij rekening wordt gehouden met abstracte, concrete, actieve en reflectieve leerstijlen. Ook kan een docent differentiëren naar meervoudige intelligenties van Gardner, voorkennis, percepties of werkhouding. Verantwoording In de v-demo hebben wij een les ontworpen aan de hand van Blendspace. Dit is een website waarop een docent verschillende blokken kan aanmaken. Dit maakt het uitermate geschikt voor een gedifferentieerde les. In die blokken kan tekst worden geplaatst, afbeeldingen, maar ook links naar websites of filmpjes. Leerlingen werken hier individueel aan. Op deze manier wordt al gebruik gemaakt van differentiatie naar tempo en verdieping. Door daarnaast verschillende opdrachten of teksten aan te brengen is differentiatie naar niveau en belangstelling mogelijk. De leerling kiest zelf de teksten of opdrachten die hij of zij interessant vindt. Door daarnaast aan te geven welke opdracht moeilijker is, geef je de leerling de mogelijkheid om op zijn niveau de opdracht te maken. Alle informatie wordt op Blendspace geplaatst, waardoor de leerling vrij wordt gelaten om op zijn eigen manier, met zijn eigen voorkeuren kennis te vergaren. Zelf konden zij opdrachten uitkiezen die zij het leukst of het interessants vonden. Ook konden ze ervoor kiezen om eerst iets te lezen over een literair werk en vanuit daar over de context en achtergrond te lezen of juist andersom: van context naar literair werk. Ze konden ervoor kiezen om te lezen of om een video te kijken. Wat betreft de literatuurgeschiedenis hebben we ervoor gekozen om de nadruk te leggen op twee problemen: allereerst het gebrek aan tijd en daarnaast de blik verruimen van de leerlingen (Slings, 2007). Dit zijn twee problemen waar (beginnende) docenten vaak mee te maken krijgen en wij willen handvatten bieden om deze problemen te kunnen voorkomen of te verhelpen. Omdat het gebrek aan tijd niet moet betekenen dat er dan maar veel periodes en literaire werken in een korte periode moeten worden gepropt, hebben wij besloten om de periode van de Tachtigers te gebruiken als onderwerp van onze v-demo. Veel periodes en veel werken op een oppervlakkige manier afwerken heeft niet onze voorkeur. Door leerlingen uitvoerig een periode te laten bestuderen, zullen zij eerder historisch besef krijgen. Daarnaast hebben we ervoor gekozen om een grotere opdracht om Blendspace heen te bedenken. Dit zorgt ervoor dat Blendspace zelf niet het doel is, maar een middel. Het doel is dat leerlingen experts worden op het gebied van de Tachtigers en er iets over kunnen vertellen. Hiervoor moeten zij dus weten wie de Tachtigers waren, welke bekende werken ertoe behoren en welke kenmerken die werken hebben. Daarnaast moeten de leerlingen ook kennis hebben over de tijd: hoe verhouden de ideeën van de Tachtigers zich tot de tijd waarin zij leefden? Wat voor revolutie ontketenden zij? Om dit te bereiken hebben wij voor de v-demo een opdracht bedacht om Blendspace heen. In een introductiefilmpje vertellen we de leerlingen dat zij moeten invallen voor Herman Pleij bij De Wereld Draait Door bij een speciale uitzending over de Tachtigers. Hiervoor moeten zij expert worden op het gebied van de Tachtigers en dus iets hierover kunnen vertellen tegen Matthijs van Nieuwkerk. Om leerlingen toch wat houvast te geven hebben wij vooraf wat vragen opgesteld. In de uitleg stond dat zij de volgende vragen van Matthijs konden verwachten: Wie zijn de belangrijkste schrijvers? Wat zijn de kenmerken van de literatuur? Wat is het verschil tussen de oude en nieuwe literatuur (dus van voor 1880 en erna)? Wat kun je vertellen over de revolutie die de Tachtigers hebben ontketend? En op wat voor manier waren de Tachtigers een reactie op de vorige stromingen en hoe kun je dit zien? Terecht kregen we de feedback dat dit de opdracht degradeert tot een tekst met vragen die beantwoord moeten worden. Dat was niet wat we wilden bereiken met onze gedifferentieerde les. De vragen zijn daarnaast te sturend. Daarom lijkt het beter om de leerlingen vooraf een leerdoel mee te geven. Op deze manier geef je ze wel houvast en een idee wat zij moeten weten of leren in deze les, maar biedt je ze wel nog de mogelijkheid om zelf uit te vinden hoe. De differentiatie naar niveau was in onze v-demo niet sterk genoeg. Wij hadden verschillende opdrachten ontworpen en naderhand besloten een verdeling te maken in moeilijkheidsgraad met een, twee of drie sterren. Deze differentiatie naar niveau was eerder gevoelsmatig, dan dat er een werkelijk niveauverschil tussen zat. Dit moet dus wel onderbouwd kunnen worden. Wel hadden we een verdiepingsopdracht toegevoegd, waarin werk van de Tachtigers werd vergeleken met impressionistische kunst. Leerlingen die extra geïnteresseerd waren in die periode of in kunst konden zich op deze manier verdiepen. Blendspace is een prettige en handige manier om een gedifferentieerde les in te ontwerpen. Differentiëren is een hogere doceervaardigheid en dat is ook te merken in het ontwerpen van de les. Vooraf vraagt het veel aandacht en tijd: er moet goed worden nagedacht over hoe de leerling genoeg kennis kan opdoen en tegelijkertijd zo vrij mogelijk gelaten kan worden, zodat hij zijn eigen weg kan kiezen. Veel studenten gaven aan Blendspace te gaan gebruiken. Een minpuntje eraan is echter dat de blokken genummerd worden. Hierdoor lijkt het alsof er een rangorde in de blokken is aangebracht, terwijl dat juist open gelaten zou moeten worden. Jammer genoeg is hier echter niets aan te doen. Literatuur Bosker, R. (2005). De grenzen van gedifferentieerd onderwijs. Rede aan de Universiteit van Groningen. Bosker, R. en S. Dollaard (2009). ‘De pedagogische kwaliteit van differentiatie in het onderwijs’. In: Het pedagogisch quotiënt. Pedagogische kwaliteiten in opvoeding, hulpverlening, onderwijs en educatie. Houten: Van Loghum, p. 151-168. Dirksen, J. (2004). ‘Waar doen we het eigenlijk allemaal voor? Over het nut van literatuur (geschiedenis) onderwijs’. In: Tsjilp/Letteren, jg. 14, p. 3-5. Geljon, C. (1994). ‘Historische teksten en literatuurgeschiedenis’. In: Literatuur en leerling. Een praktische didactiek voor het onderwijs. Bussum: Coutinho, p. 59-69. SLO (2010). Handreiking schoolexamen Nederlands havo/vwo. Herziening naar aanleiding van het referentiekader taal. Enschede: SLO. Slings, H. (2007). ‘Het waarom en hoe van historisch literatuuronderwijs’. In: VON-cahier (1). Slings, H. & F. van Dinxhoorn (2009). ‘Literatuurgeschiedenis op maat’. In: Drieëntwintigste conferentie Het Schoolvak Nederlands, p. 190-193). Bijlage MDA v-demo Naam: Jasmijn & Anna leergang: welke klas? Gericht op havo 4 welk lesuur? Model DA BESCHRIJVING Beginsituatie (welke [verschillen - De studenten hebben kennisgemaakt met Slings en in] voorkennis, Geljong over ervaring, interesses, literatuurgeschiedenis/literatuuronderwijs in de klas. etc. zijn er bij de - De studenten hebben ervaren hoe het is om leerlingen; hoe check (historische) literatuur aan te laten sluiten bij de je die?) belevingswereld van de leerlingen. Leerdoelen (wat moeten leerlingen aan het einde van de les kunnen, weten of ervaren hebben?) Leeractiviteiten (wat moeten leerlingen doen tijdens de les om de leerdoelen te bereiken?) - De studenten ervaren hoe je met literatuurgeschiedenis kunt differentiëren aan de hand van Blendspace . TIJD - De studenten kiezen hun eigen leerroute door opdrachten op Blendspace te maken. 20 - De studenten noteren in welke volgorde zij de opdrachten hebben gemaakt in Blendspace. idem - De studenten lichten hun keuze kort toe en bedenken of deze leerroute hen heeft geholpen bij de verwerking van de teksten. idem Groeperingsvorm (werken de leerlingen Klassikaal gevolgd door een individuele route via Blendspace. alleen, in tweetallen, De les eindigt weer klassikaal. in kleine groepjes, klassikaal?) Materiaal (wat heb je nodig om - PowerPoint de leeractiviteiten uit - Smartboard te lokken (bijv. - Devices (Tablet of computer) leestekst, luistertekst, oefenmateriaal etc.)? Onderwijsactiviteiten (wat doe jij als docent tijdens de les?) TIJD - We geven aan wat de studenten deze les kunnen verwachten en wat de feedback vraag. Vervolgens gaan we in op de (volgens ons) - - belangrijkste punten van literatuurgeschiedenis in het onderwijs en op wat differentiatie inhoudt. We geven een instructie over hoe Blendspace werkt en leggen uit wat de opdracht is. We begeleiden de studenten bij het activeren van hun Blendspace-account en begeleiden de studenten bij het verwerken van de opdrachten in Blendspace. We reflecteren met de studenten op de keuzes die ze gemaakt hebben tijdens hun tijd in Blendspace. Evaluatie (hoe weet je straks of - Door in te gaan op de keuzes die de studenten gemaakt de leerdoelen bereikt hebben, kunnen wij nagaan of de studentes hebben kunnen zijn?; heb je ervaren hoe het is om te differentiëren in en met Blendspace. mogelijkheden gezien om recht te doen aan ver-schillen?) Tekst bij introductie Blendspace Vandaag is de geboortedag van Willem Kloos. Hij is een heel belangrijke schrijver geweest van rond 1880 en behoort tot de Tachtigers. Ter ere hiervan heeft De Wereld Draait Door een speciale uitzending. Normaal gesproken zit Herman Pleij aan tafel om over literatuur te praten. Hij is echter helaas van de trap gevallen en nu is Matthijs van Nieuwkerk haastig op zoek naar een nieuwe deskundige op het gebied van de Tachtigers. Nu ben jij gevraagd om in te vallen als deskundige. Tegen de puppyogen van Matthijs kan jij niet op! Jammer dat je niet zoveel van de Tachtigers weet… Maar je hebt nog een uur en de hulptroepen staan klaar. Binnen die tijd kan jij echt wel een expert worden. Kijk in het scherm hiernaast hoe je dit moet aanpakken. Veel succes, de tijd dringt! Link Blendspace https://www.tes.com/lessons/fH36MnFau8cgMw/tachtigers-de-beuk-erin