Gemeenten moeten 75.000 onderwijstrajecten bieden

advertisement
22 juli 2008
Onderhandelaarsakkoord
Aanleiding
Op 9 juli heeft overleg plaatsgevonden over de bestuurlijke afspraken over educatieprestaties tussen het Rijk en
de VNG. Deze bestuurlijke afspraken zijn gemaakt in het kader van het Participatiebudget. In combinatie met het
overige sturingsinstrumentarium (output-verdeelmaatstaven) moeten de bestuurlijke afspraken voldoende
waarborg en vertrouwen bieden dat gemeenten voldoende inzet blijven plegen op het gebied van
volwasseneneducatie nadat de educatiemiddelen zijn ondergebracht in het Participatiebudget.
Indien goede bestuurlijke afspraken tussen het Rijk en de gemeenten zijn gerealiseerd kan de specifieke
oormerking voor educatie in het Participatiebudget met ingang van 1 januari 2009 komen te vervallen.
Macroafspraken
Op 11 juli 2008 hebben de VNG en het Rijk overeenstemming bereikt over de macroambities ten aanzien van de
educatieprestaties na invoering van het Participatiebudget. Uitgangspunt is dat de inspanningen op het gebied
van educatie worden gehandhaafd op het niveau dat geldt vóór de komst van het Participatiebudget, daarbij is
afgesproken dat de trajecten basiseducatie vooral gericht zullen zijn op het verwerven van basisvaardigheden,
met name het alfabetiseren van werkenden en niet-werkenden in het licht van het convenant met sociale partners
over de structurele aanpak van laaggeletterdheid in het bedrijfsleven en de samenleving.
Vertaald in macroaantallen spreken de staatsecretaris van OCW en de VNG daarover de volgende cijfermatige
ambities af voor het jaar 2009:

Realiseren van circa 75.000 educatietrajecten per jaar, waarvan:
o
50.000 trajecten gericht op het verwerven van basisvaardigheden, met name het alfabetiseren van
werkenden en niet-werkenden in het licht van het convenant met sociale partners over de structurele
aanpak van laaggeletterdheid in het bedrijfsleven en de samenleving.
o
15.000 vavo-trajecten
o
10.000 NT2-trajecten op niveau B1 of B2

Van de 20.000 vavo-trajecten leidt ten minste 40% tot een vavo-diploma

Van de 10.000 NT2-trajecten leidt ten minste 45% tot een diploma
Wijzigingen t.o.v. huidige situatie
De macroambities die zijn vastgesteld, zijn nieuw voor gemeenten. Tot nu toe werden er geen streefcijfers
vastgesteld. Er zijn wel individuele afspraken met de G31 in het kader van de Brede Doeluitkering Sociaal,
Integratie en Veiligheid, deze afspraken blijven van kracht tot en met 2009. Dit laat onverlet dat de G31 hun
bijdrage zullen leveren aan het realiseren van de macroambities in 2009. Het aantal van 75.000 educatietrajecten
op jaarbasis is namelijk ook gebaseerd op de individuele afspraken met de G31. De G31 hebben aangegeven in
2009 circa 22.000 trajecten te realiseren. De niet-G31 zullen in 2009 de overige trajecten (ruim 50.000)
realiseren.
Output-verdeelmaatstaven
Vanaf 2011 worden de middelen die OCW inbrengt in het Participatiebudget op een andere wijze verdeeld dan
nu het geval is. De verdeling van middelen zal mede plaatsvinden op basis van de relatieve bijdrage van
individuele gemeenten aan het realiseren van de macroafspraken. In 2011 worden de relatieve prestaties in 2009
gebruikt om de verdeling van de middelen vast te stellen. Ook zullen de huidige objectieve verdeelmaatstaven
gebruikt blijven worden om een deel van de middelen die door OCW worden ingebracht te verdelen.
1
Verdeling middelen: vermoedelijke verhouding tussen objectieve maatstaven en output-verdeelmaatstaven
2009
2010
2011
2012
2013
Objectieve maatstaven
100%
100%
75%
50%
50%
Output-verdeelmaatstaven
0%
0%
25%
50%
50%
De objectieve maatstaven op basis waarvan 50% van de middelen ingebracht door OCW worden verdeeld zijn
de volgende:
1. aantal volwassen inwoners (20%);
2. aantal volwassen inwoners met laagopleidingsniveau (59%);
3. etnische achtergrond van de volwassen inwoners (21%).
De overige 50% van de middelen wordt verdeeld op basis van de nieuwe output-verdeelmaatstaven:
1.
aantal ingekochte cursussen basisvaardigheden, m.n. alfabetiseringscursussen (60%);
2.
aantal ingekochte vavo-trajecten (15%)1;
3.
aantal behaalde vavo-diploma’s (12,5%);
4.
aantal behaalde certificaten Staatsexamen NT2 I of II (12,5%).
Draagvlak
Het draagvlak voor de bestuurlijke afspraken zal worden getoetst door raadpleging van de VNG-leden en door
een ‘expertronde’ uitgevoerd door het ministerie van OCW.
OCW zal het halen van de gezamenlijke ambities onder meer bevorderen door voorlichting, bijvoorbeeld via de
landelijke campagne ‘leer lezen en schrijven’ en het organiseren van gemeentedagen (in samenwerking met
SZW en WWI). Daarnaast zullen bestuurlijke gesprekken worden gevoerd met gemeenten die slecht presteren.
VNG zal het halen van de gezamenlijke ambities bevorderen door het actief uitdragen van de afspraken, goede
voorbeelden delen, stimuleren van inzet op educatie door voorlichting, motiverende ledenbrief.
Tijdpad
 9 – 11 juli: Principeakkoord afgesloten;

29 juli – 28 augustus: ledenraadpleging door VNG;

14 juli – 25 augustus: expertronde door OCW;

28 – 29 augustus: bespreken uitkomsten ledenraadpleging en expertronde. Definitieve bestuurlijke afspraken
vastleggen, na bestuurlijke bevestiging VNG op 4 september, en opnemen tekst over opheffen oormerking
in Amvb (bij positieve uitkomsten ledenraadpleging en expertronde);

2 september: Amvb in de RSS.
Beleidskader
Er wordt een nieuw beleidskader geschreven voor volwasseneneducatie. Hierin worden door OCW de
beleidsprioriteiten op gebied van educatie aangegeven. In het beleidskader worden de doelen en doelgroepen van
de opleidingen toegelicht. Er wordt een duidelijkere koppeling gemaakt met het convenant Laaggeletterdheid:
taalcursussen krijgen een prominentere positie binnen het beleidskader dan nu het geval is (verschuiving tussen
prioriteiten).
Doelstelling educatie
1
Deelnemers aan vavo-opleidingen die bekostigd worden door een VO-school tellen uiteraard niet mee als educatieprestatie. Deze
deelnemers mogen niet worden meegeteld als prestatie op de output-verdeelmaatstaven.
2
Educatie vervult een wezenlijke rol bij de verhoging van het scholingsniveau van volwassenen en is een
belangrijke schakel in het beleid rond Leven Lang Leren en het behalen van de Lissabon doelstelling om zoveel
mogelijk volwassenen alsnog op het niveau van een startkwalificatie te krijgen. Educatie is bedoeld om het voor
volwassenen door het volgen van opleidingen of cursussen alsnog mogelijk te maken goed te kunnen
functioneren in de Nederlandse samenleving. Dit kan zowel betrekking hebben op de persoonlijke ontplooiing
als op het vinden van een baan.
Doelgroepen educatie
De volwasseneneducatie is traditioneel voornamelijk bedoeld voor laaggeschoolde volwassenen, die zich als
gevolg van beperkte scholing in een sociaal-economische achterstandspositie kunnen bevinden. Specifieke
doelgroepen zijn bijvoorbeeld voortijdig schoolverlaters, ouderen, laaggeletterden, allochtonen die de NL taal
nog niet machtig zijn, vrijwilligers en mensen met een (licht) verstandelijke handicap.
Educatieopleidingen zijn toegankelijk voor iedereen van 18 jaar en ouder. Op dit moment geldt nog wel een
inschrijvingsbeperking voor inburgeringsplichtigen en voor inburgeringsbehoeftigen die nog niet aan het
inburgeringsexamen hebben deelgenomen. Deze groepen mogen geen NT2-opleiding volgen onder de WEB,
met uitzondering van analfabete inburgeraars. Deze inschrijvingsbeperking zal vervallen zodra de specifieke
oormerking voor educatie binnen het Participatiefonds vervalt.
Beschrijving Educatieopleidingen
1. Basisvaardigheden
Een belangrijke onderdeel van de volwasseneneducatie zijn opleidingen gericht op het verwerven van
basisvaardigheden door zeer laaggeschoolden. Het betreft dan voornamelijk de basisvaardigheden lezen,
schrijven en rekenen, maar ook vaardigheden op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid en het
wegwerken van deficiënties. Het (opnieuw) verwerven van deze basisvaardigheden fungeert vaak als eerste- of
tussenstap naar een vervolgopleiding, bijvoorbeeld vavo of een beroepsopleiding.
Nederland telt ongeveer 1,5 miljoen functioneel analfabeten oftewel laaggeletterden. Hiervan kunnen velen wel
enigszins lezen en schrijven, maar zij hebben dermate beperkte vaardigheden dat dit hun persoonlijk en
maatschappelijk functioneren ernstig belemmert. In het Aanvalsplan Laaggeletterdheid heeft OCW de ambitie
geformuleerd om landelijk jaarlijks 12.500 autochtonen die behoren tot de minst geletterde groep onder de
laaggeletterden deel te laten nemen aan een educatief traject lezen en schrijven. Naast het aanvalsplan is in 2007
een convenant afgesloten voor de structurele aanpak van laaggeletterdheid in de samenleving en het
bedrijfsleven. Hierin hebben werkgevers- en werknemersorganisaties en de ministeries van SZW, OCW en voor
JenG afgesproken om alles in het werk te stellen om het aantal volwassen laaggeletterden fors te verminderen.
Het ministerie van OCW is ook verantwoordelijk voor het beleid rond de alfabetisering van allochtone
Nederlanders. NT2-opleidingen gericht op alfabetisering kunnen belangrijk zijn voor het maken van een goede
start met een inburgeringscursus en kunnen voorafgaand of gecombineerd met een inburgeringstraject worden
aangeboden.
Volwasseneneducatie en participatietrajecten zijn geëigende instrumenten om de doelen uit het Aanvalsplan
Laaggeletterdheid en het convenant te verwezenlijken. Voor de gemeenten ligt de uitdaging om deze moeilijke
doelgroep te bereiken en te motiveren om een cursus lezen en schrijven te gaan volgen.
3
2. Voortgezet Algemeen Volwassenen Onderwijs (VAVO)
Het voortgezet algemeen volwassenenonderwijs (vavo) is bedoeld voor volwassenen om, via 2 e kans- of 2e wegonderwijs, alsnog een vmbo (theoretische leerweg), havo- of vwo-diploma te halen dan wel deficiënties weg te
werken.
Voor de 2e–weggers bestaat de samenwerkingsconstructie VO-BVE. Door deze samenwerkingconstructie
hebben VO-scholen de mogelijkheid om risicoleerlingen en leerlingen met behoefte aan extra kansen uit te
besteden aan een BVE-instelling. De VO-school ontvangt de bekostigingsmiddelen voor een VO-leerling die
overstapt naar een BVE-instelling. De VO-school geeft dit mee met de leerling ten behoeve van de BVEinstelling. Dit deel van het vavo valt dus niet onder het Participatiebudget. Het betreft voornamelijk jongeren van
16 en 17 jaar.
Voor wat betreft vavo is het Participatiebudget met name bedoeld voor 2e kansers. Volwassen die zich niet meer
in het initiële onderwijstraject bevinden en weer opnieuw naar school willen om een VO-diploma te halen.
3. Nederlands als Tweede Taal (NT2)
Opleidingen Nederlands als tweede taal, niveaus A1 en A2
Mensen die het Nederlands niet als moedertaal hebben, kunnen hun Nederlandse taalvaardigheden verbeteren
door het volgen van NT2-onderwijs. Er zijn verschillende taalniveau’s. Met een NT2-opleiding niveau A1 kan
een taalbeheersing op een zeer elementair niveau worden verworven dat hooguit een doorstroommogelijkheid
biedt naar een NT2-opleiding op niveau A2. Taalbeheersing op niveau A2 stelt de deelnemer in staat tot het
volgen van een NT2-opleiding gericht op één van twee staatsexamens NT2. Daarnaast kan dit beheersingsniveau
de mogelijkheid bieden tot het volgen van de assistent-opleiding dan wel daarmee vergelijkbare trajecten van de
arbeidsvoorziening of op de werkplek.
Opleidingen Nederlands als tweede taal op niveau B1 en B2 van het Raamwerk NT2, leiden op voor het niveau
van het diploma Nederlands als tweede taal bedoeld in het Staatsexamenbesluit Nederlands als tweede taal. De
NT2-opleiding niveau B1 stelt deelnemers in staat tot het volgen van een basisberoepsopleiding, niveau 2 van de
kwalificatiestructuur beroepsonderwijs (KSB).
De opleiding NT2 op niveau B2 stelt de deelnemer in staat tot deelname aan het beroepsonderwijs op KSBniveau 3 of 4 en tot het hoger beroepsonderwijs of het wetenschappelijk onderwijs.
NT2- opleidingen van de WEB zijn niet toegankelijk voor inburgeringsplichtigen en voor
inburgeringsbehoeftigen die nog niet aan het inburgeringsexamen hebben deelgenomen. Zij moeten
taalonderwijs volgen via de Wet Inburgering (Wi). Deze inschrijvingsbeperking komt te vervallen zodra de
specifieke oormerking voor educatie binnen het Participatiefonds verdwijnt. De oormerking zal worden
opgeheven zodra het principeakkoord tussen rijk en VNG is omgezet in definitieve bestuurlijke afspraken. Het
besluit hierover wordt eind augustus genomen, nadat de Ledenraadpleging door VNG en de expertronde door
OCW hebben plaatsgevonden.
4
Download