Inspiratie carrousel positieve gezondheid

advertisement
Inspiratie carrousel positieve gezondheid
28 juni 2016 – Punten uit de brainstorm
1. Aandacht voor medewerkers
 Voor positieve gezondheid is het noodzakelijk bevoegdheden laag in de organisatie
te leggen. Verbinding met medewerkers is heel belangrijk. Lokaal organiseren. Eigen
regie en verantwoordelijkheid voor medewerkers. Binnen is buiten en buiten is
binnen. Maak een teamfoto en analyseer die waar het gaat om positieve gezondheid.”
alles wat je aandacht geeft groeit.
 Gezond organiseren> stressreductie op de werkvloer/ in organisaties.
 Geen functioneringsgesprekken maar ontwikkelgesprekken met positieve
gezondheid als onderdeel. Investeren in medewerkers: het principe van positieve
gezondheid delen met elkaar. Sluit aan bij waar mensen goed in zijn. Neem de mens
met al zijn talenten als uitgangspunt en beschouw personeel niet louter als
medewerkers. Mensgericht werken. Zorg voor duurzame inzetbaarheid. Kijk niet
alleen met de bril van prestaties.
2. Taal is heel belangrijk.
 Hoe spreek je over positieve gezondheid? Spreek niet langer over verzuim. Maak er
een “blijf aan het werk show” van. Spreek over energiebalans, mantelzorg vriendelijk
personeelsbeleid. Andere manieren van denken en doen formuleren. Ook in C.A.O. en
sociaal plan andere woorden kiezen.
 Ook inwoners zelfde taal ‘leren’, mensen meenemen in positieve gezondheid en zelf
verantwoordelijkheid nemen: mondiger worden.
 Je zult ook gestaag je taal en communicatie veranderen richting het echt werken met
positieve gezondheid.
3. Vaardigheden en competenties bij positieve gezondheid
 Verdieping en eenduidigheid van het concept: welke vaardigheden en competenties
horen bij positieve gezondheid voor zowel professionals als patiënten.
 Werken wij al met positieve gezondheid? Of denken we dat alleen maar. Veel
professionals overschatten de mate waarin zij de niet-medische aspecten van het
spinnenweb aan de orde laten komen in een gesprek.
 Positieve gezondheid vraagt om nieuwe competenties en vaardigheden.
Bijvoorbeeld:
o Andere benaderingswijze cliënten: niet betuttelen, maar brengen tot inzicht.
o Aandacht voor manier van rapporteren: positief insteken (nu vaak alleen
rapportage als iets NIET goed gaat).
 Door middel van (regionale) workshops duidelijke geven/ handvaten om het concept
in de praktijk vorm en inhoud te geven. Medewerkers die zich er gratis voor kunnen
inschrijven, bij verschillende organisaties organiseren?
4. Positieve gezondheid op school
 Gesprek over ‘positieve gezondheid’ al starten op de basisschool, ook met de ouders.
 Op de middelbare school aandacht voor gezondheid. Niet alleen ten aanzien van eten,
maar ook mentale gezondheid. Leren om keuzes te maken en evenwichtig in het
leven te staan.







Aandacht voor bewustwording bij de leerling over zijn eigen ‘mens-zijn’. Dit ‘menszijn’ neemt hij in al zijn contacten met de cliënt mee.
Op school aandacht voor verschil tussen ‘vroeger’ en ‘nu’. Hoe we eerst naar cliënten
keken vanuit ziekteperspectief en ‘nu’ vanuit gezondheidsperspectief.
Standaard ‘mentale weerbaarheid’ opnemen in het opleidingscurriculum> leren om
buiten de lijntjes te kleuren en met weerstand hiertegen in het veld om te gaan.
Het hebben van zo’n voorbeeldfunctie al meegeven in de opleiding> studenten
aanspreken op leefstijl.
Leren dat er ruimte is voor een individuele benadering. Deze individuele benadering
ook op school vorm geven; dus niet meer iedere unieke leerling in een ‘collectieve/
generalistische aanpak’ stoppen, maar de leerstof en leersituaties afstemmen op wat
een leerling nodig heeft (paradigmaverandering).
Het concept verwerken in ALLE opleidingen die aan de zorg gerelateerd zijn> terug
naar vakmanschap. Als dat aanwezig is, heeft de professional ruimte om maatwerk
aan de cliënt te leveren.
Scholing personeel en studenten. Mooi voorbeeld van DaVinci om brede opleiding op
te zetten: combinatie van medewerker maatschappelijke zorg en verzorgende
individuele gezondheidszorg.
5. Kennis en ervaringen delen
 Kennisdeling; want succes moet je delen. Communiceer over regionale goede
voorbeelden vb. Wij Crabbehoff, gemeenten in de Hoekse Waard die met
sleutelfiguren werken, het traject van Hulp naar Hoop van het Leger des Heils. Ook
de informele leerwerkomgeving die DaVinci en Crabbehoff aan het opstarten zijn.
Organisaties moeten meer succesvol jatten van elkaar. Hoewel we allemaal leiden
aan het not invented here syndroom is 80% goed te gebruiken.
 Maar….. ook moet je delen wat er niet werkt. Bij de verspreiding van goede
voorbeelden lijkt het soms allemaal zo rooskleurig, maar communiceer ook wat er
niet werkt.
6. Aandacht voor netwerk
 Breed kijken naar de doelgroepen. Inner circle + buiten/ netwerk er omheen,
bijvoorbeeld bij dementie. We doen allemaal dat de cliënt je moeder, broer, zus is en
hoe ga je hiermee om.
 Jeugd: Onderwijs + ouders: eigen verantwoordelijkheid in gezondheid nemen. Bij
jeugd moet je ook de ouders meenemen.
 Verdieping in patiënt: Samenwerking voor een breder beeld (ketenzorg): ook familie
erbij betrekken. Ketenzorg  Samenwerken tussen verschillende organisaties.
 Ook cliënten, vrijwilligers en mantelzorgers meenemen in nieuwe gedachtegoed>
gezamenlijke verantwoordelijkheid.
 Oog voor sociale initiatieven> waar mogelijk cliënten terugplaatsen in de
maatschappij> studenten bij deze initiatieven betrekken.
7. Relatie patiënt en professional
 Verbinding maken tussen leefstijl professional en leefstijl cliënt. Professional met
voorbeeldfunctie hoe om te gaan met de ziekte/ beperking> optreden als
ervaringsdeskundige> bijvoorbeeld hoe om te gaan met diabetes/ overgewicht.



Patiënt wordt/ is cliënt. Bij positieve gezondheid gaat het wellicht meer om contact
van mens tot mens, los van de afhankelijkheidsrelatie tussen patiënt en professional.
Hoe kunnen we dit organiseren?
Eigen ervaringen: verbinding prof/ cliënt/ patiënt  Voorbeeldfunctie. Grijs gebied
tussen professional en cliënt iets vervagen. Kan leiden tot meer stimulans.
Patiënt ook bewust van concept maken; eigen regie. Mogelijkheden hangen ook af
van populatie/ doelgroep.
8. Ruimte en vertrouwen geven
 Ons zorgsysteem op de schop: niet alles vastleggen met protocollen en lef om het uit
te proberen. Het zorgsysteem zou moeten veranderen, zodat er ruimte is voor een
benaderingswijze die past bij ‘positieve gezondheid’> breder kijken naar de cliënt.
 We moeten van een gerichtheid op kosten naar een gerichtheid op besparing +
gezondheidswinst voor de cliënt.
 Om positieve gezondheid aan de praat te krijgen, moet je ruimte creëren.
Traditioneel moeten we afrekenen op productie en dat kan hier niet. Geleerd bij
WijCrabbehoff: hier heeft men professionals zelf het plan laten maken. Professionals
zullen eerder te weinig dan te veel (financiële) steun vragen. Je moet ze vertrouwen
geven. Vertrouwen is het toverwoord. Ook is het naast vertrouwen geven van belang
professionals gezamenlijk verantwoordelijk te maken voor het resultaat.
 Een voorbeeld binnen Gemiva, maar ook bij andere organisaties gaan is
medewerkers geen begeleider, maar een coach te noemen. Ook moet je binnen een
organisatie het aandurven dat het in de ene regio anders is georganiseerd dan in de
andere. Meebewegen met de omgeving.
 Professionals in veld loslaten en overdragen.
 Maar ook als professional: loslaten: regie bij burger laten.
 Client weer als mens gaan zien. Dit vraagt om een omslag ten opzichte van de huidige
maatstaf van ‘productie draaien’. Dus een switch maken waar we op afgerekend
worden> geen output, maar outcome.
Algemeen
 Van zorgen voor… naar zorgen dat….
 Voorkomen dat mensen in de zorg terecht komen. O.a. aandacht voor belang van
preventie en de werking van preventie.
 Oude paradigma vervangen> richten op de voorlopers.
 Burgerinitiatieven warm houden: Geeft inzicht waar inwoners echt behoefte aan
hebben.
 Noem het geen project, maar een beweging. Een project is eindig, kun je binnen een
bepaald tijdspad afronden. Dit is iets van de meer langere adem, het kost tijd. Een
stip op de horizon, een cultuurvraagstuk.
 Iemand moet het overzicht houden, regie voeren. Leg dat ergens regionaal in een
hand.
 Organisaties zijn van nature geneigd vanuit problemen te denken. Misschien moeten
we in de regio meer stil staan bij waar we goed in zijn, waar liggen onze kwaliteiten
en zet die ook richting elkaar in. Vb. diabetesverpleegkundige eerste lijn consulteert
in GGZ. N.B. dit is misschien ook meer iets voor de strategiediscussie Drechtzorg
breed.
Download