Faculteit Economie en Bedrijfskunde

advertisement
Faculteit Economie en Bedrijfskunde
Afdeling Kwantitatieve Economie
Analyse A, voortgangstoets 1 blok 1
vrijdag 21 september 2007
Opgave 1
Gegeven is de functie f (x) = |x|−|2x − 1|. Schets de bijbehorende grafiek op het interval
[−1, 1].
Uitwerking Opgave 1
Er geldt
−x als x < 0
x als x ≥ 0
−2x + 1 als 2x − 1 < 0, x <
|2x − 1| =
2x − 1 als x ≥ 21
|x| =
1
2
Dus volgt

 −x − (−2x + 1) = x − 1 als x < 0
x − (−2x + 1) = 3x − 1 als 0 ≤ x <
f (x) =

x − (2x − 1) = −x + 1 als x ≥ 21
1
2
y
0.5
-1
-0.5
0.5
1
-0.5
-1
-1.5
-2
Opgave 2
Gegeven is de functie g : [0, ∞) → R door g (x) = (2x − 1) (1 + x) .
(a)
Bepaal het bereik van de functie, ran (g) . Is g surjectief?
(b)
Toon aan dat g injectief is.
x
(c)
Bepaal het functievoorschrift voor de inverse g −1 van g.
Uitwerking Opgave 2
(a)
g is een kwadratische functie. De grafiek is dus een gedeelte van de parabool met
dal te x = − 41 . Maar dan wordt de minimale waarde van g aangenomen in x = 0,
g(0) = −1. Dan ran(g) = [−1, ∞). Zie de grafiek hieronder:
y
20
15
10
5
0.5
1
1.5
2
2.5
3
x
In het bijzonder is g dus niet surjectief, de waarde -2 wordt bijvoorbeeld niet
aangenomen.
(b)
g is een stijgende functie, en dus injectief.
(c)
Los de vergelijking y = g(x) op naar x:
(2x − 1) (x + 1) = y ⇐⇒ 2x2 + x − 1 = y
⇐⇒ 2x2 + x − 1 − y = 0
p
−1 ± 1 − 4 · 2 · − (1 + y)
⇐⇒ x1,2 =
p 2·2
√
−1 ± 1 + 8 (1 + y)
−1 ± 9 + y
⇐⇒ x1,2 =
=
4
4
Aangezien dom(g) = [0, ∞) valt er één oplossing af, en verkrijgen we
1 1p
x=− +
9+y
4 4
Het functievoorschrift van de inverse functie luidt dus
1 1√
9+x
g −1 (x) = − +
4 4
y
2
1.5
1
0.5
-1
-0.5
0.5
1
1.5
2
x
-0.5
-1
Zie hierboven een plaatje van de grafieken van g en g −1 , welke elkaars gespiegelde
zijn in de lijn y = x.
Opgave 3
Los op: ln (x + 2) − ln (x − 1) = 1
Uitwerking Opgave 3
ln (x + 2) − ln (x − 1) = 1 ⇐⇒
⇐⇒
⇐⇒
⇐⇒
x+2
ln
= ln (e)
x−1
x+2
= e ⇐⇒ x + 2 = (x − 1) e
x−1
2 + e = ex − x ⇐⇒ (2 + e) = (e − 1)x
2+e
x=
e−1
Noodzakelijke voorwaarde voor oplossing: x > 1. Contrôle: 2 + e > −1 + e dus x =
1, deze voldoet.
Opgave 4
(3 + 2n) n1 + 4n
Bepaal lim
.
n→∞
2n2
Uitwerking Opgave 4
2+e
e−1
>
(3 + 2n) n1 + 4n
lim
n→∞
2n2
=
=
=
=
=
3
n
+ 12n + 2n
+ 8n2
n
lim
n→∞
2n2
3
2
6
lim
+ + 2 +4
3
n→∞ 2n
n n
3
2
3
1
1
1
lim ·
+6· +2·
+4
n→∞ 2
n
n
n
3
2
3
1
1
1
lim
+ 6 lim + 2 lim
+4
n→∞ n
n→∞ n
2 n→∞ n
0+0+0+4=4
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards