hier de presentatie bij dit onderdeel.

advertisement
Geschiedenis van Kerk en
Theologie
TWEEDUIZEND JAAR CHRISTENDOM
Doelstellingen studie Geschiedenis Kerk en
Theologie.
 Niet droge opsomming data en namen.
 Inzicht in belangrijkste ontwikkelingen, gebeurtenissen en ideeën
die aan de basis van het christendom liggen:





Geschiedenis van concrete mensen.
Christendom en Kerk zijn niet ‘uit de lucht gevallen’: proces van ontwikkeling,
groei, vallen en opstaan, wisselwerking tussen inhoud theologie en concrete
historische context …
Niet zomaar één rechtlijnige ontwikkeling van Jezus tot vandaag: een proces van
zoeken, vele zijwegen, hobbelig parcours.
Dat het christendom er vandaag is zoals het is, dat de Katholieke Kerk
georganiseerd is zoals deze dat vandaag is, dat de inhoud van de belangrijkste
christelijke/katholieke dogma’s deze zijn zoals we ze vandaag kennen is NIET
evident en was NIET duidelijk van het begin.
De geschiedenis van het christendom leert dat het christendom niet een
monolitisch blok is, maar getekend is door pluraliteit en diversiteit.
 Minimaal chronologisch en geografisch overzicht is nodig als
kapstok, om de evolutie binnen het christendom te begrijpen.
 Hoofdbron van deze presentatie: Wegen en Dwarswegen, NICO K.
VAN DEN AKKER EN PETER J.A. NISSEN.
Deel I: Kerk en Christendom in
de Oudheid
* PRILLE BEGIN TE ISRAËL
* VERSPREIDING ROMEINSE RIJK
* AANVANKELIJK AFGEWEZEN DOOR
BUITENWERELD EN LATER STAATSGODSDIENST
* BEGIN FORMULERING GELOOFSINHOUD EN
KERKELIJKE ORGANISATIE
Hoofdstuk 1: moeizaam begin
• KADER ONTSTAAN: JOODSE WORTELS EN
ROMEINSE RIJK.
• INTERN: BEGIN CONSOLIDERING: CANON,
CREDO, BISSCHOPPEN, LITURGIE EN
SACRAMENTEN, EERSTE THEOLOGEN.
• EXTERN: AFGEWEZEN DOOR INTELLECTUELEN
(><APOLOGETEN) EN DE STAAT (=
VERVOLGINGEN).
Kader ontstaan christendom:
Jodendom en Romeinse Rijk
“In die tijd kondigde keizer Augustus het besluit af een
volkstelling te laten houden in de hele wereld. Deze
eerste volkstelling vond plaats toen Quirinius gouverneur
was in Syrië. Iedereen ging op weg naar de plaats waar
hij vandaan kwam, om zich daar te laten inschrijven. Ook
Jozef: hij trok van Nazaret in Galilea naar Judea, naar de
geboortestad van koning David, Betlehem geheten, want
hij stamde uit het koningshuis van David. In Betlehem
liet hij zich inschrijven samen met Maria, zijn verloofde,
die in verwachting was.”
 Jodendom: OT, Jezus en apostelen zelf, religieus.
 Romeinse Rijk: logistiek, intellectueel, religieus.
Kader ontstaan christendom:
Romeinse Rijk
1. Logistiek
 Uitgestrekt en goed georganiseerd.
 Pax Romana.
 Goede verkeerswegen.
 Eenheidstaal: Grieks.
 Grote mate van zelfstandigheid.
 Alle kansen voor uitwisseling.
Romeinse Rijk ttv. keizer Augustus
Keizer Augustus als Pontifex Maximus, c.20 v.C
Kader ontstaan christendom:
Romeinse Rijk
2. Intellectueel
 Romeinen nemen Griekse filosofie over en passen het toe
op dagelijks leven.
 Stoa:


Logos – monotheïsme.
Hoogste geluk: onverschilligheid – deugdzaam leven.
3. Religieus
 Polytheïsme: religieuze verdraagzaamheid & syncretisme
(versmelting).
 Mysteriegodsdiensten:


Inwijding, kleine kring.
Vereniging met godheid: leven, sterven en verrijzen.
Pantheon te Rome
Mithrascultus
Kader ontstaan christendom:
Jodendom
1. Israël: politiek-religieus

Onder Rome.
Herodes de Grote.
Herodes Antipas.
Sanhedrin.



4 groeperingen

Sadduceeën.






Rijke priesterstand.
Grieks-hellenistische cultuur.
Collaboreren.
Alleen Thora.
Geen opstanding uit de dood.
Farizeeën.






Ook Talmoed.
Wel opstanding.
Eigen joodse cultuur.
Tegen Romeinen.
Messias: van politiek naar kosmisch.
Zeloten.



Afscheiding met geweld.
Nationaal-politieke Messias.
Essenen.




Rond Dode Zee.
Afgezonderd.
Strenge regels.
Kader ontstaan christendom:
Jodendom
2. Diaspora: Schrift en filosofie

8ste E.-6de E.

Ver van de tempel: synagoge.

Bekering: proselieten en godvrezenden.

Septuaginta: Griekse vertaling Hebreeuwse bijbel.

Griekse taal, filosofie en bijbellezing: allegorische exegese (Philo
van Alexandrië).

Anti-joodse stemming: monotheïsme beschouwd als
onverdraagzaam en atheïstisch.
Begin christendom: Jezus
 Messiaanse verwachting:
 Johannes de Doper.
 Jezus van Nazaret en apostelen.
 Zelfverstaan van Jezus:
 Messias – Christus: gezalfde.
 Mensenzoon: apocalyptische rechter.
 Lijdende dienaar.
 ‘Pinksterbesef’:
nieuwe interpretatie ‘Messias’:
over dood heen.
Begin christendom: oergemeente te Jeruzalem
“Zij legden zich toe op wat de apostelen leerden, en
deden alles samen, ze braken het brood en zeiden de
voorgeschreven gebeden.”
 Verwachting spoedige terugkomst van de Heer:




Geen belang aardse zaken: alles gemeenschappelijk.
Geen regels, structuren, …
Geen schriftelijke optekening (logia).
Geen hechte organisatie: apostelen, diakens, oudsten.
 Joden vervolgen christenen: naar platteland en
Antiochië.
Ikoon met de eerste martelaar, Stefanus
Begin christendom: eerste verspreiding
 Paulus van Tarsus:


Saulus.
Grote reizen, stichting van christelijke gemeenten, brieven.
 Toename heiden-christenen: probleem: joodse wet.


48: apostelconcilie te Jeruzalem.
Paulus: geen extra lasten.
 Joden-christenen verdwijnen: kern Kerk buiten jodendom.
 Ontstaan literatuur: Christus komt niet terug: optekening woorden en
daden:





Oudste: brieven van Paulus.
Marcus: niet-joodse christenen.
Matteüs (voor joodse christenen) en Lucas: gebruiken Marcus en Q.
Johannes: meer theologie.
‘Apostolische vaders’: moraal en liturgie.





Brief Clemens van Rome aan Korinthe.
Brief van Polycarpus van Smyrna.
7 brieven van Ignatius van Antiochië.
Didachè.
Herder van Hermas.
Giovanni Baptista Tiepolo, Clemens van
Rome aanbidt de Drievuldigheid, c. 1730-35
Polycarpus van Smyrna
Martelaarsicoon van Ignatius van Antiochië
Begin christendom: extern: botsing met wereld
1. Intellectuelen: verwerpen christendom:
 Inconsistent.
 Onverdraagzaam en atheïstisch.
 Lasterpraatjes.
 Vb. Celsus (ca. 180).
Christelijke intellectuelen verzetten zich hiertegen: apologeten:
 Christendom is moreel hoogstaand.
 Christendom is eigenlijk beste vorm van filosofie.
 Vervolgingen zijn niet rechtsgeldig.
 Vb. Justinus de Martelaar en Ireneüs van Lyon.
Justinus de Martelaar (†165)
Alexamenos-grafitie (1e-3e E.):
gekruisigde Christus met het hoofd van een ezel, met jonge man ernaast. Griekse tekst :
“Alexamenos aanbidt (zijn) heer”.
Alexamenos-grafitie (1e-3e E.):
gekruisigde Christus met het hoofd van een ezel, met jonge man ernaast. Griekse tekst :
“Alexamenos aanbidt (zijn) heer”.
Begin christendom: extern: botsing met wereld
2. Botsing met staat:
 Weigeren te offeren: brengt keizerlijk systeem in gevaar.
 Vervolgingen:
Eerste vervolgingen onder Nero en Domitianus (tweede helft 1ste
eeuw).
 Dit zijn nog geen systematische vervolgingen (zie de briefwisseling
tussen keizer Trajanus en stadhouder Plinius).
 Martelaars: bloedgetuigen.
 Brengen zelfs nieuwe bekeringen: ‘bloed van de martelaren is
zaad van de Kerk’ volgens Tertullianus.
 Grote verering voor martelaars.

Felicitas en Perpetua: twee vroege, vrouwelijke
martelaren.
Begin christendom: intern: inhoudelijke
discussies.
 Oorspronkelijk: grote diversiteit en pluraliteit.
 Gnosticisme:


Verlossing door hogere kennis.
Dualisme:




Ziel gevangen in lichaam.
Wereld geschapen door slechte god.
Licht-geest vs. materie, duisternis.
Christelijke toepassing:


Christus als boodschapper.
Schijnlichaam (docetisme).
 Marcion (midden 2e E.):



Grote tegenkerk.
Past dualisme toe op Schrift: verwerping OT en in NT alles wat naar Christus’
lichamelijkheid verwijst.
Tegen wijn, vlees, huwelijk, seksualiteit.
 Montanus (midden 2e E.):



Parakleet.
Spoedige wederkomst Christus.
Tegen verslapping: streng ascetisch.
Dualisme-gnosticisme: vandaag…
Antwoord op interne inhoudelijke discussies:
CREDO.




Normatieve samenvatting geloofsleer.
Bij doop.
Symbolum: herkenningsteken, wachtwoord.
‘Ik geloof in God, de almachtige Vader, Schepper van
hemel en aarde’:

Duidelijk antwoord op gnostisch dualisme: één God, die ook de
goede Schepper is.
 ‘Jezus Christus, geleden onder Pontius Pilatus,
gekruisigd, gestorven en begraven’:

Duidelijk antwoord op gnostisch docetisme: Christus had een echt
lichaam.
 Verdere uitbouw geloofsartikelen: antwoord op nieuwe
discussies…
Keizer Constantijn en de Concilievaders van
Nicea houden de geloofsbelijdenis vast
Antwoord op interne inhoudelijke discussies:
CANON.
 Probleem met Schrift:
 Marcion: eigen canon.
 Apocriefe geschriften.
 Canon: lijst authentieke getuigenissen:
 OT.
 NT: moeizaam proces.
Ca. 180: canon van Muratori.
 Pas in 4de E.: 27 boeken.

Antwoord op interne inhoudelijke discussies:
BISSCHOPSAMBT.
 Aanvankelijk: grote verscheidenheid:


Apostelen, episkopoi, presbyteroi.
Charismatische profeten.
 Meer eenheid en structuur: ontstaan van bisschoppelijke
hiërarchie – eenhoofdige leiding:








Boven priesters en diakens.
Apostolische successie.
Orthodoxie van de leer.
Voorganger sacramenten (wijdingmacht).
Bestuurder.
Metropolieten (provinciehoofdsteden) en patriarchen (°apostelen:
Rome, Alexandrië, Antiochië, Jeruzalem, Constantinopel).
Synodes en concilies: discipline, liturgie, canon en credo.
Ignatius van Antiochië: ‘waar de bisschop is, is de kerk’.
Eerste christelijk leven
Liturgie:





Eucharistie (niet meer welkom in synagogen – agapèmaaltijd).
Doop (catechumenaat).
Uitbouw liturgische feesten.
Tot derde E.: thuis.
Christelijke symbolen:






Goede herder.
Duif.
Anker.
Vis: ICHTUS: Jezus Christus, Gods Zoon, Verlosser.
Christus-monograam: Chi-Ro: X-P.
Agapè in de catacomben van de H.
Marcellinus en Peter te Rome
Goede herder in catacomben
Goede herder te Ravenna
Anker (hoop en triniteit) en Vis (ICHTUS)
Christus-monograam:
X-P (Chi-Ro: eerste letters Christus)
Oudste bewaarde kruisafbeelding:
ca. 430 (!), Santa Sabina, Rome
Eerste christelijk leven
Levenswandel: ascese:





Geen naamchristendom: daadwerkelijke verandering leven.
Griekse minachting aardse.
Te grote klemtoon: gnosticisme.
Matiging voor gewone gelovigen: Didachè.
Eerste christelijk leven
Levenswandel: diakonie:

Noodlijdenden.
Beste organisatie in RR.


Levenswandel: vergeving voor zonden na doopsel:

Aanvankelijk niet aanvaard.
Pleidooi in Hermas.
Door bisschoppen.
Verworpen door rigoristen: streng leven.






Verwerpen ook lapsi (ttv vervolgingen onder Decius) ><
Cyprianus van Carthago.
Novatianus: scheidt zich af in Rome: ‘katharoi’.
Eerste christelijk denken:
ontstaan van christelijke theologie als wetenschap,
ontstaan van christelijke scholen
 Eind 2de E.
 Tertullianus: schept christelijke taal.
 Clemens van Alexandrië: heidense filosofie als voorbereiding
op Christus.
 Begin 3de E. : Origenes
 Gebruikt methoden filosofie om ‘wetenschappelijke theologie’
voor christendom uit te bouwen.
 Logos-theologie.
 Allegorische exegese.
Tertullianus
Clemens van Alexandrië
Origenes
Zware vervolgingen derde eeuw
 Decius: offerplicht – niet bedoeld als anti-christelijk.
 Valerianus: bisschoppen en vermogen christenen.
 Diocletianus: stelt christenen buiten de wet.
Begin opgang christendom: begin 4de eeuw
 Galerius: 311: Tolerantie.
 Constantijn:
 Verslaat Maxentius aan Milvische brug: Christus-monogram.
 313: edict van Milaan.
 Bevoordeelt christendom.
 Doop op sterfbed.
 Begin verstrengeling Kerk en Staat.
Constantijn met een stadsmodel van Constantinopel
mozaïek in de Hagia Sophia, c.1000
Download