Management Opdracht Denkscholen

advertisement
 Management Opdracht Denkscholen Naomi Kappe MM1A Management In het vakgebied Management kun je 6 denkscholen onderscheiden: 1. De klassieke school. 2. Human Relationschool. 3. Revisionisme. Overhoepelende scholen: 4. Systeembenadering 5. Situationele benadering. 6. Contingentie benadering. In deze opdracht laat ik zien welke kenmerken deze denkscholen hebben en wat zij hebben opgeleverd voor management bij hedendaagse bedrijven. Maar ook welke personen binnen die denkscholen een belangrijke rol hebben gespeeld. De klassieke school De klassieke school is ontstaan in 1900. Dit was in de industriele revolutie. De kenmerken van de klassieke school zijn dat de organisaties de ‘instrumenten’ zijn om de doelen te bereiken. Die worden bepaald door de ondernemer, eigenaar of topbestuurder. Maar ook dat het functioneren van de organisaties rationeel zijn door bijvoorbeeld op een bepaalde manier de richtlijnen af te leiden. In deze organisatie komt de mens op de tweede plaats. Zij hebben een gesloten systeem. De top in deze organisatie verwerkt informatie, opdrachten en werk voor de lagere niveaus. De hierarchie (dit is een structuur in organisaties waarin andere mensen de baas zijn over anderen.) speelt een centrale rol binnen de organisaties. Dit heet top-­‐down. Wat de klassieke school opleverd voor de hedendaagse management bedrijven zijn de planningtechnieken, de arbeidsanalyse, de lay-­‐out en routing in de fabricage. Maar ook de arbeidsverdeling, organisatie vormen en de taken van de leider. Deze vormen leveren veel op voor management bedrijven omdat goede planningtechnieken nodig zijn. Een leider moet taken hebben en ook dit komt er in voor. En samenwerking en arbeidsverdeling. Het is natuurlijk niet goed als een iemand niks doet en drie mensen aan een groot project werken. Fayol is laten we zeggen, de leider van de klassieke management theorieen. Zijn belangen waren het verdelen van het werk binnen de organisatie. Maar ook discipline, want die laat de organisatie soepel werken. Stabiliteit is ook nodig om de mensen in praktijk dingen te leren. Veel van deze theorieen zijn bekend in de klassieke scholen. En er zijn natuurlijk ook meerdere theorieen. Deze vond ik het belangrijkste in een organisatie. Human Relationschool De Human Relationschool bestond in 1930 tot en met 1950. In dit stukje over de Human Relationschool word er verteld wat de mens en theorieën centraal vastellen bij het bestuderen van organisaties. Dit is vooral uit de kant van de psychologie en sociologie. Ook komt de mens op de eerste plek. De mens is een groepsdier en een kei in samenwerken. Dit doen zij dan ook met plezier. In de groep is er onderling begrip en hulvaardigheid voor elkaar. Hier draait het niet alleen om het geld wat je krijgt maar ook om het werk dat je levert. Arbeidsbevrediging is belangrijk in het organisatorenteam omdat er een vrije en directe relatie word verondersteld tussen de arbeidsbevrediging en productiviteit van de werknemer. Hierarchie en groepscontrole zijn de sturings manieren van de organisatie. Het beeld van de mens binnen de organisatie is positief. De mensen die in deze organisatie werken hebben een veelheid aan behoeften. De Human Relationschool levert veel samenwerking op aan management bedrijven. Dit is een hele goede eigenschap van de organisatie omdat samenwerking echt nodig is bij grote projecten. Zo kan er onmisbaar iets fout gaan. Het sociaal beleid komt ook erg naar voren bij de management bedrijven. Dit betekend sociale vernieuwing. Werkstructuur en opkomst van de personeelsfuncties zijn ook een groot onderdeel in een management bedrijf. Kort gezegd alles draait in de Human Relationschool om de samenwerking, om het personeel en het eigen belang. De vertegenwoordiger van deze organisatie is Abraham Maslow. Hij is de man die een piramide heeft gemaakt van de menselijke behoeften die het gedrag van de mens zou verklaren binnen de organisaties. Hij staat bekend als pionier van het gedragsmatig managementperspectief. Abraham was psycholoog in Amerika en ontwikkelde humanistische psychologie. Dit is een geschikte leider voor de Human Relationschool omdat het belang in de organisatie naar de mens en hun belangen gaat. Want deze komen op de eerste plek. Revisionisme Onstond in 1960 en duurde tot 1970 Het Revisionisme is een mengvorm van de klassieke school en de Human Relationschool. 1+2=3, klassieke school+Human Relationschool maakt het Revisionisme. Deze organisatie zorgt ervoor dat de doelstellingen van organisatie de klassieke school en Human Relationschool parallel gaan lopen en niet meer verschillend zullen zijn. Het Revisionisme is kort gezegd, zonder moeilijkheden, een uitkomst van beide organisaties. In deze organisatie word er veel aandacht besteed aan de rechten van de mens en verdere ontwikkeling van de sociale wetgeving. Er word ook aandacht geschonken aan werkstructurering en werkoverleg. De opleidingen voor het personeel staan in het Revisionisme centraal. Een voorbeeld van een theorie is de linking-­‐pin van Rensis Likert. Dit is een draaipunt tussen de meerderen en de ondergeschikten. De belangen van beide groepen worden in evenwicht gebracht via een vijfpunt schaal. Een volgende theorie is de managerial grid bedacht door Blake en Mouton. Een leider moet niet alleen aandacht geven aan het werk maar ook aan de medewerkers apart. Er is ook een onderscheiding tussen theorie Y en X. Bij theorie Y moet de manager het personeel vrij laten in hun werk en hun laten participeren in zijn besluiten. Bij theorie X zijn de medewerkers onwillig en absoluut niet gemotiveerd. De persoon die ik het meest geschikt vind als leider voor deze organisatie zijn Blake en Mouton. Zij hebben een prachtige theorie bedacht voor de organisatie. Met hun model voor het leidinggeven en aandacht voor de mens en de organisatie zelf, schoppen ze het voor mijn gevoel beter dan Rensis Likert en zijn Likertschaal. Als ik in de organisatie Revisionisme had gewerkt koos ik voor deze theorie. Overkoepelende scholen De overkoepelende school is een organisatie die andere organisaties onder zicht heeft zoals de systeem benadering, situationele benadering en de contingentie benadering. De klassieke school en de humanrelation school zijn eenzijdig. De een richt zich teveel op een doel en de ander legt te weinig nadruk op dat ene doel. Het doel van de overkoepelende scholen is om die beide scholen te overkoepelen. Deze term is begonnen vanaf 1960 tot heden. We gaan beginnen met de systeembenadering oftewel de theorie van het systeem. Systeembenadering Deze theorie is ontstaan rond 1960. De systeembenadering legt de nadruk op de samenhang van delen van de organisatie met het totaal en ook van de organisatie en haar omgeving. De omgeving is het belangrijkste aspect binnen het bedrijf. De organisatie is onderdeel van een groter systeem à de omgeving. Zij staan daarmee in contact via de in-­‐ en output. Je kunt de systeembenadering zien als een open systeem. Feedback is erg belangrijk in deze organisatie zodat de informatie kan worden bijgestuurd als dat nodig is. De mens probeert via de organisatie van de eigen doelen, werkelijkheid te maken. Het personeel binnen deze organisatie heeft een totaliteistdenken. Dat wilt zeggen dat het denkbeeld van de mens altijd word getotaliseerd. De methode die zij gebruiken is onderzoeken. Ook heeft dit systeem zoals het Revisionisme een 1+2=3 methode. De systeembenadering leverde veel onderzoek op aan managemant bedrijven. Door dit systeem kunnen bedrijven gemakkelijker onderzoeken en werkelijkheid te maken van de doelen. Zo blijft het geen “idee” maar wordt het langzaam maar zeker werkelijkheid. Kenneth Boulding is de vertegenwoordiger van dit systeem. Hij was filosoof, onderwijzer, dichter en mysticus. Hij ontwikkelde de systeemhierarchie van Boulding. Hij is de bedenker van het concept psychisch kapitaal en sociaal kapitaal. Hij is de geschikte persoon omdat hij dit systeem ontwikkelde en er het meeste vanaf weet. Situationele benadering Ontstond rond 1970. In situationele benaderingen wordt het gedrag van de leidinggevende gekoppeld aan het waarneembare gedrag van de medewerker. Per situatie past de leidinggevende zijn stijl van het leiding geven aan zijn werknemers aan. Ook is het gedrag beinvloeden van hun medewerkers een belangrijk ding. Door hun gedrag te observeren en door hun eigen gedrag aan te passen, is het voor de leider mogelijk zijn resultaat te voorspellen van zijn ingrijpen. De verschillende stijlen van het leidinggeven zijn: -­‐ direct -­‐ overtuigend -­‐ participerend -­‐ delegerend elke organisatie met deze benadering is uniek vanwege de methode waarmee word gewerkt. Zo is iedereen tevreden binnen het bedrijf en word er minder ruzie gemaakt. Wat de situationele benadering zo uniek maakt voor de hedendaagse bedrijven is dat er goed gewerkt voor met de leidinggevenden en het personeel zelf. Zo voorkom je snel misverstanden of gedoe op de werkvloer. Deze methode zorgt voor een erg goede sfeer en word door veel mensen denk ik graag aanbevolen. Ook kun je dan spreken van een goede samenwerking tussen het personeel. Het bedrijf die hier een perfecte leider voor is, is Ford. Omdat zij ook zo te werk gaan in hun bedrijf. En daarom is het ook een goed voorbeeld voor de organisatie. Contingente benadering Dit systeem is vanaf 1980 ontstaan en nog steeds draaiende. De kenmerken van dit systeem zijn dat zij te werk gaan als de klassieke school en de situationele benadering. Dit is weer een mengvorm (1+5=6) De wetmatigheden zijn alleen van toepassing in bepaalde situaties. Dit maakt het een vorm van de situationele benadering. Kenmerken hiervan zijn: De contingente benadering heeft zijn eigen omgeving. In de omgevingen worden specifieke factoren opgespoord en vervolgens word er naar gekeken wat hun invloed daarop is. De relaties binnen de organisatie zijn veelzijdig met de omgeving. De kern van het contingentie denken ligt in het ontdekken van de optimale relatie tussen omgeving en organisatie. Dit is een if… then…-­‐relatie. Als de omgeving bepaalde kenmerken heeft dan moet er op een bepaalde manier voor worden georganiseerd teneinde de doelstellingen van de organisatie te realiseren. “There is no best way to organize!” Wat dit systeem goed maakt voor de huidige bedrijven is dat er goed word gekeken naar de omgeving. Je kunt wel van alles gaan organiseren maar dan moet je wel weten wat er afspeelt in die omgeving, wat er gebeurd, of er nog specifieke dingen zijn die je erover moet weten. Je moet het altijd bestuderen. Dus onderzoek naar de omgeving heeft zeker iets goeds opgeleverd voor de management bedrijven van nu. De persoon die hier goed voorbeeld van is, is Joan Woodward. Zij was een britse professor in de organisatie sociologie. Joan was een pionier voor onderzoek in organisatiestructuren. Ze deelde de succesvolle organisaties op in drie delen: Unit gebaseerd, Mass gebaseerd en Continu afhankelijk. Zij werke nog voor het ministerie van Arbeid en daarna kreeg zij door het werk dat zij leverde een uitnodiging voor de Magnificent Seven (de top 7 organisatie theoretici). Deze bekendheid was zeldzaam voor een vrouw in die periode. De denkschool die mij het meeste aantrekt is de Human Relationschool omdat de mens een groepsdier is en op de eerste plek komt. Dat vind ik belangrijk maar ook dat geld niet een rol speelt binnen de organisatie. Ik vind dit een goede denkschool omdat de mensen goed kunnen samenwerken. Het gaat positief en ze hebben er plezier is. Tuurlijk zitten er in de andere denkscholen ook puntjes die heel goed waren maar deze vind ik toch wel het beste. Je bereikt veel met samenwerken en levert bijna altijd klasse werk. 
Download