Wet van Ohm les:

advertisement
Wet van Ohm les:
wev 2004
e
(3 klas extra les bij H5 par.5.5 voorafgaand aan extra practicum)
Begrippen:
Stroom: I in (A)
De Stroom in een stroomkring wordt bepaald door de grootte van de aangelegde Spanning U
en de weerstand die de Stroom in de stroomkring ondervindt.
De elektrische Stroom kun je bij de analogie met water vergelijken met het bewegende water
in een waterleiding.
Spanning: U in (V)
Wordt de Spanning 2 maal zogroot dan wordt de Stroom ook 2 maal zo groot.
De elektrische Spanning kun je bij de analogie met water vergelijken met de Druk op een
waterleiding. De druk op een brandspuit is veel groter en daarom stroomt er veel meer water
uit een brandspuit dan uit een tuinslang.
Weerstand: R in (Ω)
De elektrische weerstand is een hindernis voor de elektrische stroom.
De elektrische Weerstand kun je bij de analogie met water vergelijken met een vernauwing in
de waterleiding waardoor de doorstroming beperkt wordt.
Samenvattend:
De stroom is dus evenredig met de aangelegde spanning (I>, U>)en omgekeerd evenredig met
de weerstand (I>, R<). Dit resulteert in de formule:
U=I*R
U
I= R
U
R= I
Vb. 1
U= 6 V
U= 12 V
A
A
I= 3 A
I= ?
R= 3 
R= ?
Bij gecombineerde schakelingen van serie en parallel wordt eerst het parallelgedeelte
uitgerekend en daarna de totale vervangingsweerstand.
Vb. 2
Download
Random flashcards
Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards