Hoofdstuk 18 Betekenis van de prijs

advertisement
Hoofdstuk 20 Betekenis van de prijs
§ 20.1 De prijsthermometer.
Een prijs wordt niet zomaar bepaald. Er zijn omstandigheden waar rekening mee
gehouden moet worden.
De belangrijkste factoren zijn:
1. Het vraagplafond.
De afnemer is niet zo gek om het product tegen elke prijs te kopen. Er is een
bovengrens, en het vraagplafond geeft die grens aan.
2. De kostenvloer.
De ondernemers werken met het begrip kostprijs. De kostprijs is het bedrag dat
nodig is geweest om het product te maken. Het verschil tussen de kostprijs en de
verkoopprijs is dus winst. De kostprijs is de onderste grens van de verkoopprijs.
Als de prijs onder de kostprijs komt, zal de ondernemer er geen winst aan
overhouden.
3. De begrenzing door interne omstandigheden.
Hier wordt de maximale fluctuatie van de prijs vastgesteld adhv eigen
doelstellingen
4. De begrenzing door externe omstandigheden.
De concurrentie is een belangrijke factor. Als de concurrent een lagere prijs
hanteert, dan moet de ondernemer zijn prijs ook gaan aanpassen om niet teveel
terrein te verliezen.
Doordat de macht van de handel is toegenomen kan door de distributie de prijs
slechts marginaal fluctueren.
De overheid kan ook invloed hebben op de prijs.
Er is een wet om een gezonde concurrentie te behouden en
om de consument bescherming te bieden.
© Wolters-Noordhoff
§20.2 De Vraagfunctie:
Vraag: q = ap + b (b>0 en a < 0)
q = hoeveelheid
p = prijs
a = prijselasticiteit
Aanbod:
s = cp + d (c>0)
s = aanbod
d =- constante
c = reactiecoefficient
De exacte vraag en aanbod curves zijn niet bekend en zijn vaak geen rechte
lijnen.
© Wolters-Noordhoff
© Wolters-Noordhoff
§ 20.3 Elasticiteiten
Een prijs kan elastisch zijn, maar ook inelastisch.
Dit kan als volgt berekend worden:
Gevolg gedeeld door oorzaak:
∆ % q / ∆% p
Als de uitkomst X = < -1, is de prijs elastisch.
Als de uitkomst X = > -1 of 0, is de prijs in-elastisch.
© Wolters-Noordhoff
Elasticiteit van:
-
de vraag: (Eq p )
-
kruiselasticiteit ( E qa pb)
(bij substitutiegoederen)
! negatief = complementair
-
Inkomenselasticiteit: (Ey)
! Negatief = inferieur
-
reclame (E q r )
Wet van Engel:
primaire goederen:
Luxe goederen:
Inferieure goederen:
0< Ey<1
Ey>1
Ey = 0
© Wolters-Noordhoff
vraagcurve naar rechts verschuiven door:
- toename inkomen
- meer reclame
© Wolters-Noordhoff
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

mij droom land

4 Cards Lisandro Kurasaki DLuffy

Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Test

2 Cards oauth2_google_0682e24b-4e3a-44be-9bca-59ad7a2e66a4

Create flashcards