Ethiek bedrijven: ethische normen als economische waarden

advertisement
Ethiek bedrijven: ethische normen als economische waarden
Koen Raes
1. Waarden en normen als verklaring van bedrijfsresultaten.
- Reden voor grondige reflectie over de grondslagen van het economisch handelen:
* globalisering
* fragmentering van het economisch gebeuren
→ op het vlak van: ~ informatie- en communicatiestromen
~ geld- en aandelenmarkten
~ afzetmarkten
* delocalisatie van productie-eenheden
- Economisch handelen = grensverleggend mbt nationale, culturele en technologische grenzen
Hoewel internationalisering, grensverlegging en specialisatie steeds het moderne economisch
handelen hebben gestuurd, greep niettemin de productie en verdeling van economische
goederen overwegend plaats binnen de grenzen van de nationale staten en tussen buurlanden
(= regionale verankering).
Tegelijk ontwikkelde het ondernemingsgebeuren zich binnen een heel wat stabieler en
persoonlijker netwerk van verhoudingen dan de economische theorie suggereert. Volgens die
theorie levert de voortdurende concurrentie tussen leveranciers, cliënten, aandeelhouders of
personeel voor een onderneming de grootste efficiëntie op.
Toch: de meeste ondernemingen geven de voorkeur aan relatief overzichtelijke
economische netwerken, ook indien dit impliceert dat afgezien wordt van
zekere kortetermijnvoordelen.
- Groeien ≠ de rug toekeren aan relationele loyauteiten
- Succesvolle ondernemingen:
* zijn niet zo opportunistisch als zij theoretisch geacht worden te zijn.
* dreigen niet voortdurend met de ‘exit optie’ om bedrijfsresultaten te optimaliseren
* geven ruimte aan loyalty en voice.
* volgen de anonieme logica van de markt
- 2 belangrijke vragen worden belicht vanuit bedrijfsethische optiek:
1) is zo’n opstelling een irrationaliteit of heeft de econom theorie onvoldoende oog
voor andere dan opportunistische strategieën?
2) zijn de recente globaliserings-, flexibiliserings- en delocalisatietendensen van aard
om bestaande loyauteiten te ondergraven en bewerkstelligen ze daardoor minder groei
dan theoretisch voorspeld?
- Uitgangspunt:
* zekere morele commitments spelen niet alleen feitelijk een grotere rol in het
economisch gebeuren dan de theorie voorspelt
* commitments kunnen een verklaring vormen voor betere bedrijfsresultaten dan
wordt erkend
2. Stakeholding
2.1 De onderneming binnen sociale netwerken
- Vroegere benaderingen over bedrijfsethiek:
- de sociale verantwoordelijkheid van ondernemingen
- de sociale controle van ondernemingen
- sociale prestaties
- Huidige benadering: het stakeholder-model
* realisaties van ondernemingen mogen niet uitsluitend worden afgelezen uit omzeten winstcijfers
* opvatting van stakeholdership ipv stockholdership (aandeelhouderschap)
* bedrijfsethiek nodigt uit om de onderneming in een globaler netwerk van
maatschappelijke verantwoordelijkheden te situeren ( tgo personeel, cliënteel,
aandeelhouders, leveranciers, omwonenden, maatschappij)
globaler gevaloriseerde realisaties van ondernemingen, vanuit een socionomische audit (tgo een eng econom.-financ. perspectief)
M.O: ook in empirie houden bedrijven rekening met hun ruimer imago
Bv. Bedrijfsbeslissingen worden genomen in het licht van hun repercussies op
diverse netwerken van stakeholders
2.2 De onderneming als contractueel knooppunt
- Jones: theoretische verdieping van het stakeholdermodel en onderzoek naar implicaties van
een grotere ethische bekommernis
- onderneming = knooppunt van contracten tussen haarzelf en haar stakeholders, die ieder de
macht hebben om de prestaties van de onderneming te beïnvloeden
- in het model van Jones worden de topmanagers niet als een afzonderlijke belangengroep
benaderd, zij worden met (de belangen van) de onderneming vereenzelvigd
→ omdat zij (on)rechtstreeks met alle andere stakeholders contracteren
→ omdat zij een strategische positie innemen in de onderneming
- ondernemingen worden door topmanagers geleid, die adhv contracten marktrelaties
onderhouden met diverse maatschappelijke actoren, die, onder concurrentiedruk, tenderen
naar efficiëntie
- aard van deze contracten varieert: - in termen van reikwijdte en specificiteit
- in termen van frequentie en duurzaamheid
2.3 Middelen tot motivatie
- relatieve macht:
- Etzioni:
- speelt rol bij invullen van contractuele verhoudingen
- is afhankelijk van de goederen die zij controleren
- coërcitieve goederen
- remuneratieve goederen
- persuasieve goederen
Kunnen ingezet worden om
gedrag v anderen i/e
gewenste richting te beïnvl.
Bijgevolg: gewenst gedrag kan door dwang, beloning en overreding bewerkstelligd worden
Echter: de inzet van dergelijke goederen kan niet eender welk gedrag opwekken
- coërcitieve middelen (dwang): duur, afgedwongen gedrag = weinig duurzaam
- persuasieve middelen (overreding): geloofwaardighd vereist, ervoor aanspreekb. zijn
- remuneratieve middelen (beloning): eigen aan het econom. handelen, limieten wegens
beschikbaarheid, wegens beperkte reikwijdte en omdat zij tot een veralgemeend
opportunisme kunnen inspireren
3. Contracten en opportunistische strategieën
→ drie denkkaders om contracten tussen onderneming en stakeholders te analyseren
3.1 De agency-theorie
- vertrekt van een opportunistisch mensbeeld: zoekt naar remuneratieve of repressieve
mechanismen om de coöperatie te optimaliseren en de kans op opportunisme te
minimaliseren.
- bestudeert relaties waarin 1 partij ( principal) werk delegeert aan een andere partij (agent)
- onderzoekt de voorwaarden waaronder een dergelijke delegatie optimaal functioneert
* conflicterende belangen
* verschillende houdingen tgo nemen van risico’s
- 2 redenen waarom agent faalt in adequaat handelen naar belangen van principal
* agent voert zijn verbintenissen niet optimaal uit: bij iedere opdracht neemt de
principal een moreel risico (moral hazard) aangezien hij niet weet of de agent de
opdracht in het belang van de principal zal uitvoeren
* probleem van adverse selection: de principal kiest omgekeerd die agents die hun
bekwaamheden het best verkeerd weten voor te stellen, hij kiest dan té of
onvoldoende zelfstandige agents
→ om deze risico’s te verminderen zal de principal kosten moeten maken
- contracten tussen principal (P) en agent (A) zijn efficiënt indien zij volgende costs kunnen
minimaliseren:
* monitoring costs: voor P, om daden van A die P’s belangen schaden te reduceren
* bonding costs: voor A, opdat hij geen daden zou stellen die P’s belangen schaden
* residual loss: omdat monitoring en bonding er niet geheel in slagen om het handelen van
de agent optimaal met de belangen van de principal te verzoenen
MO: Deze kosten zouden kunnen vermeden worden indien er meer VERTROUWEN was!!!
3.2 De transaction-cost-benadering
- onderzoekt de kosten die economische actoren moeten maken om:
* over expliciete en impliciete contracten te onderhandelen
* de naleving van de contracten te controleren
* de uitvoering van de contracten af te dwingen
- belang van de relatieve efficiëntie van de transactiekosten
→ zij bepalen of een onderneming opdrachten zal doen uitvoeren via hiërarchische
structuren of via marktmechanismen
→ zij omvatten:
- onderzoekskosten - onderhandelingskosten
- controlekosten
- adwingingskosten
→ zij kunnen ontstaan om aan het hold up-probleem te beantwoorden
- Hold up: een producent die investeert in sterk gespecialiseerde producties, stelt zich bloot
aan het gevaar dat zijn gespecialiseerde afnemer hem in zijn monopsonische macht krijgt,
omdat die weet dat hij met zijn gespecialiseerde producten niet zo makkelijk andere afnemers
vindt → 2 opl.:
1) afzien van gespecialiseerde investeringen
2) dure investeringen doen om zo’n hold up te voorkomen
Hoedanook: hoge transactiekosten, die zouden kunnen voorkomen worden door meer
VERTROUWEN van beide partijen !!!
3.3 Team-production
- onderzoek draait rond probleem dat het in samenwerkingsverbanden moeilijk is om de
individuele bijdrage van individuen te bepalen
- beloningen in verhouding tot team-prestatie = prikkel om zich als free rider te gedragen
dwz: profiteren van groepsinspanningen zonder zelf steentje bij te dragen
→ cfr ‘tragedy of the commons’ van Hardins: een collectief goed wordt tenietgedaan
omdat ieder individu afzonderlijk rationeel handelt door eerst zoveel mogelijk van
dit goed te gebruiken
- free riding voorkomen?
Diverse mechanismen om opportunistisch gedrag moeilijker of minder interessant te
maken, bijgevolg: kosten door gebrek aan VERTROUWEN !!!
! indien iedereen het principe van fair play zou respecteren, dan zou de team-productie
verhogen: - rechtstreeks
- onrechtstreeks:
~ door ontstaan van team-spirit
~ door wegvallen van onderlinge controles
(morality pays!)
- fair play: iedereen is moreel verplicht zich optimaal in te zetten voor een samenwerkingsverband waarvan hij de voordelen vrijwillig aanvaardt
4. Contrachten en vertrouwen
4.1 Opportunisme als dure strategie
- gemeenschappelijk aan problemen van eerder besproken theorieën:
* een actor haalt door zijn specifieke relatie met andere actoren (principal, koper,
teamgenoten) voordeel uit opportunistische strategieën.
* om dit opportunisme te voorkomen moeten kosten gemaakt worden, die konden
voorkomen worden indien er meer VERTROUWEN was
- opportunisme staat optimale efficiëntie in de weg
- centraal onderzoeksthema in theorie v efficiënt contracteren: hoe opportunisme tegengaan?
- economische theorie: opportunisme is normaal gedrag ( elk ind streeft eigenbelang na)
- er wordt gezocht naar juridische mechanismen om dergelijk gedrag minder voordelig te
maken voor de betrokkenen, eigenbelang blijft basisveronderstelling
→ zoeken naar efficiënt niveau van opportunisme
! blijft echter suboptimaal, want er worden kosten gemaakt die men had
kunnen voorkomen, als actoren minder opportunistisch waren geweest
- dead weight losses: alle kosten die worden gemaakt omdat actoren er principieel van uitgaan
dat medecontractanten niet te vertrouwen zijn, het zijn kosten door een gebrek aan
vrijwillige samenwerking
4.2 De perverse gevolgen van opportunisme
- klassiek voorbeeld: markt voor tweedehandsauto’s (gebrek aan info leidt tot inefficiënties)
(→ lemons: slechtste auto’s die op de markt worden aangeboden)
 dergelijke omgekeerde selectie is zowel voor kopers als verkopers nadelig
 mechanismen om die toestand te verhelpen brengen hogere kosten met zich mee
- afwezigheid van betrouwbare info en dominantie van opportunistische strategieën,
verhinderen de totstandkoming van efficiënte transacties
- meer optimale en goedkopere strategieën
* prisoners dilemma: notie van het ‘verlichte eigenbelang’, veralgemeend
opportunisme is niet in ‘lange-termijn-eigenbelang’ van betrokkenen
* tit for tat (Axelrod): de actor vangt aan met een coöperatieve strategie en vervolgens
herhaalt hij de keuze van zijn opponent bij alle volgende zetten, ideaal in situaties
waarin actoren geregeld met elkaar contracteren (repeated players)
- stelsel van wederzijdse samenwerking te verkiezen boven niet-coöperatieve strategieën
- gedeelde waarden en normen, en de zekerheid dat die waarden en normen worden gedeeld,
zijn kostendrukkend in economische verhoudingen
4.3 Eerlijkheid als intrinsiek en instrumenteel goed
- Frank:
* eerlijke actoren doen het vaak economisch beter (minstens even goed) dan oneerlijke
* bepaalde morele kwaliteiten van mensen worden buiten het door de wil
gecontroleerde domein gesitueerd (1)
* morele gevoelens kan men niet zomaar ‘spelen’ (2)
(1) het gaat om karaktereigenschappen die een grotere authenticiteit uitstralen, juist omdat zij
niet door de wil kunnen gemanipuleerd worden
(2) wie om opportunistische redenen een morele reputatie hooghoudt, zal door de mand vallen
omdat zijn motieven slechts opportunistisch zijn
- juist de mate waarin men van een actor weet dat hij eerlijk is, om de eerlijkheid en om niets
anders, maakt van die actor een aangewezen persoon om contracten mee af te sluiten.
- Actoren van wie men weet dat ze eerlijk zijn om intrinsieke redenen, zijn in staat om
bijzonder moeilijk oplosbare vertrouwensproblemen op te lossen. De eerlijkheid van
dergelijke actoren is niet afhankelijk van een belangenafweging, me weet dat men op hen
kan rekenen, zonder daartoe dure controlekosten te moeten maken
- mensen kunnen hun kennis van anderen aanzienlijk verhogen door de aandacht te richten op
uiterlijke reacties die de betrokkenen moeilijk onder controle heeft
→ mensenkennis = bron van info, los van abstracte econom. strategieën
- vertrouwen kan men niet afdwingen, men moet te vertrouwen zijn: kan men enkel opbouwen
doordat dit blijkt, doordat men betrouwbaar is! ( moeilijk te faken)
4.4 De ‘Economie van het morele’
- mensen van wie men weet dat zij eerlijk en integer zijn, hebben het voordeel dat
medecontractanten weten dat zij geen hoge kosten moeten maken om de correcte uitvoering
van contracten te verzekeren ≈› zij zijn dus aantrekkelijk agents
- Frank: veronderstelling dat moreel handelen in econom. contexten noodzakelijk bestraft
wordt, gaat niet op, integendeel: dit levert de integere actor een econom. voordeel op
- een economisch systeem dat gebaseerd is op de aanname van het systematisch wederzijds
wantrouwen, zal heel wat meer kosten moeten maken dan een econom.systeem dat
overwegend berust op wederzijds vertrouwen
- amoralisme en het vermoeden van amoralisme leiden tot grote verspilling, tot oneconomisch
gedrag
- ondanks vele immoraliteiten, zou economisch gebeuren toch onmogelijk en volkomen
inefficiënt zijn, indien het niet op talrijke morele waarden en normen zou vegeteren
- economie is altijd meer gestoeld geweest op morele waarden dan theoretisch wordt erkend.
De loutere opportunisten zijn de free riders, van wie de strategieën enkel rendabel zijn omdat
de meerderheid niet zo is!
- geen unilaterale vorm van morel opstelling, vertrouwen is een reciproque waarde
- ethische waarden worden niet als extern aan het econom gebeuren beschouwd
5. Vertrouwen en zijn voorwaarden.
5.1 ‘Beyond opportunism’
- hypothese: actoren stellen in hun handelen belang in voordelen die het hen oplevert
( rationele egoïst)
- Amartya Sen:
- ‘rationele gekken’
- verwijt econom theorie dat haar eenzijdige opvatting van menselijke
handelingsrationaliteit een volstrekt verkeerd beeld schept van wat
rationeel handelen eigenlijk is
- Jones en Fukuyama: belangrijk deel van het succes van Japanse ondernemingen is toe te
schrijven aan de mate waarin zij zich in hun econom betrekkingen niet als ‘ongebonden
actoren’ gedragen
- competitief voordeel voor ondernemingen die stabiele relaties onderhouden met hun
stakeholders:
 streven naar stabiele personeelsbezetting + interne promoties
 personeel als medeproducenten bejegenen
 een relatief stabiele groep leveranciers hebben
 kunnen niet worden overgenomen zonder interne inspraak, zullen geen greenmail
betalen, geven zich niet over aan onaangekondigde take overs
- voorrang geven aan voice (tgo dreigen met exit) bij sociale conflicten, verbetert het
bedrijfsklimaat en de econom prestaties van ondernemingen
5.2 Uitdagingen
- morele ruggengraat die bedrijfsleiders als een al te grote evidentie van hun personeel
verwachten (loyauteit, solidariteit, eerlijkheid, geïnteresseerdheid, inzet,…) wordt des te
steviger in de mate waarin zij ook tot de globale bedrijfscultuur behoort.
- vraagtekens plaatsen bij het recente credo van globalisering, indien dit vooral itv
ongelimiteerde competitie, delocalisatie en flexibilisering wordt opgevat. Alles wordt dan in
het teken gezet van een blinde en onpersoonlijke competitie op onbekende markten waarin
slechts anonieme wetmatigheden heersen.
Download