De late middeleeuwen

advertisement
DE MIDDELEEUWEN
Narshis Windey – Marijke Andries
DE VROEGE MIDDELEEUWEN
475 - 1500
VERVAL VAN HET ROMEINSE RIJK
Bloeitijd (1ste – 2de eeuw)
 1 keizer
 Ontwikkelde handelseconomie
 Polytheïsme
 Christendom = staatsgeloof
 3de eeuw  crisis

Inval Germaanse stammen
 395: rijkt valt uiteen
 Oost-Romeinse rijk
 Constantinopel
 Byzantijns rijk


West-Romeinse rijk

Germaanse koninkrijke
Geen koning
 Landbouweconomie
 Nauwelijks handel
 Christendom = verplichte godsdienst
 Latijn

HET BYZANTIJNSE RIJK (500-1453)

3 continenten

Europa, Azië en Afrika
Keizers
 Handelseconomie
 Christendom
 Grieks

Keizer Justinianus
 Eenheid
 Na justinianus


Veel ging verloren
BYZANTIUM
Byzantijnse theocratie
één staat, een kerk, één wet
 750 000 inwoners
Economie
 Handelscentrum
 Draaischijf
 De bezant
 Bloeiende economie
 Arm <> rijk
vrije burgers <> slaven

Cultuur
 Kunst = kerk
 Architectuur
Mozaïekkunst
 Iconenkunst
= Byzantijnse topprestaties

Christus (mozaïek)
Marie met kind (icoon)
ARABISCHE BESCHAVING (600-1300)
Woestijngebieden
 Halfnomaden
 Herderseconomie
 Stopplaatsen: oasen
 Landbouw
 Mekka = landbouwscentrum
 Ka’aba
 Polytheïsme
 Religieuze en politieke
verdeeldheid

Mohammed (570)
 Jodendom en christendom
 Engel Gabriel (612)
 Allah
 Uitverkorene
 Politieke en religieuze leider
 Ka’aba = belangrijkste heiligdom
Mekka = heilige stad vd islam
 632  dood van de profeet

Koran
één geloof, één moraal, één wet
 Monotheïsme
 Vijf Pijlers van het geloof naleven:
1. Haji
2. Zakah
3. Shahadah
4. Salah
5. Saum

Wereldwijde contacten
 Nieuwe technieken
 Hoogstaande culturen
 Hoogtepunt 9de tot 11de eeuw

Meesters in decoratiekunst
 Geen levende wezens !
 Tuinen
= aards paradijs, eeuwige zaligheid
 Inspiratie
 Origineel en typisch Arabisch

DE FRANKISCHE BESCHAVING
Merovingers
 Germaanse stamhoofden namen gezag over
 Rijk van Franken
 Dynastie
 Clovis
 Dopen (rond 500)
 Nieuwe prestige
 Steun kerk
 Na dood  verdeling aan zonen
KAROLINGERS
Hofmeiers
 Hofmeier Karel Martel
 Pepijn de Korte
 751  staatsgreep
 Dynastie van de Karolingers
 Kerk
 Veroveringen
 Kerkelijke staat
 Zalving

Karel de Grote
 Uitbreiden Karolingische rijk
 Christendom
 Speciale beschermer
 Wederdienst
 Verdeling rijken
 Graven en hertogen besturen
 Ruil
 Verdrag van Verdun (843)

DE LATE MIDDELEEUWEN
Ca. 1270-1500
DE LATE MIDDELEEUWEN
Kenmerken
 De kruistochten
 De 100-jarige oorlog
 Het feodaal systeem
 Het christendom

KENMERKEN VAN DE LATE
MIDDELEEUWEN
Ca. 1270-1500
 Verstedelijking Europa
 Zware economische crisis
 Heropleving geldhandel
 Afbrokkelen feodaal systeem
 Honderdjarige oorlog

1.DE KRUISTOCHTEN
1.2 WAT?
Militaire tochten
 Vechten voor het Christendom
 Vernoemd naar het ‘Rood kruis’


Definitie: Alle Militair georganiseerde
ondernemingen tegen de vijanden van het
rooms-katholieke geloof (albigenzen, de
islam, hussieten,…)
1.3 WAAROM EEN KRUISTOCHT?
Pelgrims hadden heilig land ‘Palestina’
 Rond 1500 land veroverd door Mohammedaanse
stam
 Pelgrims levens waren verschrikkelijk
 Grootste reden!
 Daarom: Christenen ‘heilig land’ veroveren

PLUNDERING VAN JERUZALEM
1.4 MOTIVATIES OM DEEL TE NEMEN?
Mogelijkheid zich te verrijken
 Straf voor begane misdrijven ontkomen
 Voor edelen: nieuwe territoria
 Economische stimulans voor kooplieden en
schippers
 Bevrijding lijfeigenschap
 Vrijstelling van belastingen en schulden

1.5 RESULTATEN?
Geen resultaten:
 Opbloei handel (was er al)
 Nieuwe producten en technieken (via andere
wegen)
 Intellectuele rijkdommen (kwamen uit Spanje,
Italië, Griekenland)
1.5 RESULTATEN?
Wel resultaten:
 Versterking ‘nationaal’ gevoel
 grotere bewegelijkheid van mensen en goederen
 dramatische gevolgen voor Joodse
gemeenschappen
1.6 DATA KRUISTOCHTEN
1ste kruistocht (1096-1099)
 Jeruzalem wordt ingenomen
 2de kruistocht (1147-1149)
 Mislukt, na val van Odessa
 3de kruistocht (1189-1192)
 Mislukt na dood van Keizer
 4de kruistocht (1202-1204)
 werd geleid door Venetianen

1.6 DATA KRUISTOCHTEN
5de kruistocht (1217-1221)
 kruistocht naar Egypte
 6de kruistocht (1228-1229)
 Jeruzalem in handen van Christenen
 7de kruistocht (1248-1254)
8ste kruistocht (1270)
 Geleidt door Franse Koning naar Egypte en Tunesië
 9de kruistocht (1271-1272)

KRUISTOCHTEN IN KAART
KRUISTOCHTEN IN KAART
2. DE 100-JARIGE OORLOG
2. DE 100-JARIGE OORLOG
1337-1453
 Verzamelnaam: aantal gewapende conflicten
 Engeland en Frankrijk
 Wapenstilstanden
 Duur: 116jaar

2. DE 100-JARIGE OORLOG
Dood van franse Koning Charles IV
 Engelse Koning III, zus van Charles
 Troonopvolging NIET via vrouwelijke tak
 Philips VI benoemd als Koning
 24 mei 1337 barstte de bom
 Reden: Engeland had groot deel Frans gebied
bezet

3. DE STANDENMAATSCHAPPIJ
3. DE STANDENMAATSCHAPPIJ

Bevolking opgedeeld in groepen, eigen rechten en plichten
1ste stand: Geestelijkheid  geestelijken
 2de stand: Adel edelen
 3de stand: Boeren en burgers

4. FEODALE SYSTEEM
4. HET FEODALE SYSTEEM
Leenstelsel  Héél belangrijk
 Beloning aan onderdanen
 Stuk land (=feodum)

Voorwaarden:
- leenheertrouw en gehoorzaamheid
- Leenheer bij raad en daad bijstaan
Kernbegrip feodale stelsel = TROUW!

4.HET FEODALE SYSTEEM
Renaissance: politieke, culturele,maatschappelijke
veranderingen.
 VERLOOR FEODALE SYSTEEM HAAR KRACHT.
(West-Europa)
Waarom?
 Ééndezelfde leenheer
 Ontstaan 2 bondgenootschappen
 Bloedige strijden om de macht
 Rond 1500 einde middeleeuwen, ook einde feodale stelsel.
 Niet de rest van Europa
5. HET CHRISTENDOM
5. HET CHRISTENDOM
Middeleeuwse beschaving  Christelijke
beschaving
 Hemel / Hel
 GOD!
 Kerk stond centraal
 Bijbelse verhalen gaven richting van hun leven
aan (geestelijken lazen deze voor)

Download