Biologie samenvatting hoofdstuk 7

advertisement
Biologie samenvatting hoofdstuk 7
Bronnen leren:
Par 1: Bron 3, Bron 4, Par 2:Bron 6, Bron 8, Par 3: Bron 1, Bron 2, Bron 9 Par 4: Bron 4
BronParagraaf 1: Gezond eten
Wat zijn je eetgewoonten, waar zijn deze van afhankelijk en wanneer kunnen deze
veranderen?
De tijd wanneer je eet en hoe je eet zijn eetgewoonten, eetgewoonten zijn
afhankelijk van voorkeur, het hangt ook af van waar je woont in NL eten we 1
warme maaltijd per dag in Indonesië 2, in China eten ze met stokjes wij hier niet.
Het kan veranderd zijn door je geloof bij bijvoorbeeld het Joodse en het Islamitische
geloof is het verboden om varkensvlees te eten. Ook veranderen de eetgewoontes
naar verloop van tijd in een land door kennismaking met het eten in het buitenland
en het vervolgens hierheen te brengen.
Welke voedingstoffen zitten er in je voedingsmiddelen en welke functie hebben deze
stofjes?
De 6 voedingstoffen zijn: koolhydraten, eiwitten, vetten, mineralen, vitaminen en
water. Suikers en zetmeel horen bij de koolhydraten.
1. Energierijke stoffen: deze heb je nodig om te bewegen en om warm te blijven.
Koolhydraten en vetten zijn energierijke stoffen
2. Bouwstoffen: deze zijn voor de groei en de opbouw van je lichaam. Eiwitten,
mineralen en water zijn bouwstoffen. Ook vetten horen hierbij.
3. Beschermende stoffen: Deze stoffen beschermen tegen ziektes. Vitaminen en
mineralen behoren tot deze groep.
Wat zijn voedingsvezels?
Vezels zijn geen voedingstoffen, maar zijn net als de voedingstoffen wel erg
belangrijk. Ze zitten in bruin brood, groente en fruit, ze zorgen ervoor dat de spieren
in je darm actiever zijn. Hierdoor verteert alles beter.
Vertel een aantal dingen over de schijf van vijf:
 Het helpt je om gevarieerd te eten
 Er zijn 5 vakken
 Groente en fruit
 Brood, pasta, rijst, aardappelen
 Vocht
 Olie en vetten
 Vlees, vis, ei en zuivel
 Je moet proberen elke dag iets uit elk vak te
eten en hoe groter het vak hoe meer
Wat is het probleem bij kinderen die niet ontbijten?
Deze kinderen krijgen ’s ochtend geen
voedingstoffen binnen. Hierdoor gaan ze tussendoortjes
eten, deze zijn niet gezond en bevatten veel
suikers en vetten, als je hier teveel van eet verdwijnt
je eetlust als je brood, groente en vlees moet eten.
Paragraaf 2: Energie
Waarvoor heb je energie nodig?
Om warm te blijven en om te bewegen. De ene persoon heeft meer energie nodig
dan de andere: Als je bijvoorbeeld in hartje winter meet -5°C of in de bus zit met
21°C.
Waar haal je je energie vandaan?
De energie die je nodig hebt haal je uit energierijke stoffen. Vooral in voedsel met
koolhydraten en vetten. Koolhydraten (verzamelnaam voor zetmeel en suikers) zitten
in: Brood, aardappelen, pasta, zoet broodbeleg, snoep en koek. De vetten zitten in
olie, margarine en pinda’s.
Waarin wordt energiewaarde uitgedrukt?
In kilojoule (kJ): 1 kilojoule is 1000 joules of in kilocalorie (kcal) 1 kcal is gelijk aan 4,2 kJ
dus als er 200 kJ in een product zit, zit er 45 kcal in.
Waarvan hangt af hoeveel energie je nodig hebt?
1. Activiteit: hoe meer je beweegt hoe meer kilojoules je verbruikt
2. Leeftijd: kleine kinderen hebben minder energie nodig dan volwassenen
3. Geslacht: mannen verbruiken meer energie dan vrouwen
Wat is een BMI en waar gebruik je het voor?
BMI staat voor body mass index, je gebruikt het om te kijken of je te licht, te zwaar of
precies goed qua gewicht zit. Voor iemand van 14 is een BMI van 16 tot 22 normaal.
Zit je boven de 22 dan heb je overgewicht en zit je onder de 16 dan heb je
ondergewicht.
Waarom moet je niet te veel vetten binnenkrijgen?
Het is wel belangrijk om binnen te krijgen: je vetreserve onder je huid, voor de
aanmaak van nieuwe cellen, isolering tegen de kou, maar als je er tijden te veel van
eet neemt het cholesterolgehalte toe dit is een vetachtige stof die gebruikt wordt
om nieuwe cellen te maken, maar het grootste gedeelte maakt de maag zelf, als dit
gebeurt worden de bloedvaten nauwer, je bloed stroomt hierdoor minder goed, je
bloeddruk wordt hierdoor hoger en zo slijt je hart een stuk sneller.
Als je bloedvaten vernauwen door het cholesterol is dit al niet heel goed, maar waar
geeft dit nog meer problemen?
Bij de kransslagaders deze voorzien het hart van voedingstoffen en zuurstof, als hier
dus vernauwing optreedt, krijgt een deel van het hart deze stoffen niet meer binnen.
Dan heb je een hartinfarct. Je voelt pijn op de borst en is duizelig. Dit kan zelfs
dodelijk zijn.
Waarom moet je niet te veel suiker binnenkrijgen?
Door teveel koolhydraten kun je gaatjes in je tanden en kiezen krijgen. Dat heet
tandbederf of cariës. Het gaatje ontstaat doordat suikerbacteriën in je mond
verteren deze worden omgezet in zuur. Dit tast het tandglazuur aan, waar door het
zachte tandbeen oplost. Fluor maakt je tanden sterker dus poets minstens 2x per
dag je tanden.
Par 3: bouwen en beschermen
Waarvoor heb je bouwstoffen nodig?
Je hele lichaam bestaat uit cellen. Wel 50 verschillende, als je groeit, maakt je
lichaam meer cellen. Tussen je 10e en je 18e groei je snel dan heb je veel
bouwstoffen als water, eiwitten, mineralen en ook vetten nodig.
Hebben volwassenen ook nog bouwstoffen nodig?
Ondanks dat ze niet meer groeien hebben ze nog wel bouwstoffen nodig. Bij hun
moeten alle afstervende cellen vernieuwd worden. Calcium (kalk) voor de
botcellen, fosfor voor de opbouw van het bot en ijzer voor de bloedcellen, krijg je
niet genoeg ijzer binnen dan kun je bloedarmoede krijgen. Ook herstellen ze
beschadigingen en zorgen ze voor meer vocht naar het zweten/plassen.
Waarvoor zijn eiwitten nodig?
Eiwitten kun je vergelijken met een lange ketting van kralen. Die heten aminozuren.
Eiwitten uit je voedsel leveren dit. Diezelfde aminozuren maken nieuwe eiwitten door
te verschillen in de samenstelling kunnen ze heel veel verschillende soorten eiwitten
maken. Deze eiwitten hebben verschillende functies:
1. Opbouw van weefsels: Je bestaat voor 15% uit eiwit, alle weefsels in je
lichaam zijn er uit opgebouwd: haren, huid, zenuwstelsel, botten en zelfs je
bloed! Een spiercel bestaat bijv. voor een groot deel ui de eiwitten actine en
myosine, maar in je huid komt elastine bijvoorbeeld veel voor. Deze zorgt voor
een soepele huid.
2. Organen op de juiste plek houden: Door opvulling tussen door organen blijven
de organen op dezelfde plek dit wordt gedaan door structuureiwitten.
3. Transport van stoffen in het bloed en in de cellen.
4. Regeling van processen: Eiwitten regelen allerlei processen in je lichaam. Als
je lichaam ziekteverwekkers opmerkt, gaat het afweereiwitten maken en zo
worden de ziekteverwekkers uitgeschakeld.
Hoeveel bouwstoffen heb je nodig?
Het meeste water hiervan krijg je het meeste binnen door te drinken, het laatste
kleine beetje door te eten.
Eiwitten ongeveer 65 gram per dag. Vlees, vis, kaas en eieren zijn hier belangrijk voor.
Vetten hiervan ook ongeveer 70 gram per dag. Het helpt voor de vetlaag onder de
huid en voor het isoleren van je lichaam. Boter, margarine en olie zijn belangrijk.
Mineralen hiervan krijg je genoeg binnen door gevarieerd te eten. Calcium, ijzer,
jodium en fluor zijn belangrijke mineralen.
Hoe krijgt een vegetariër genoeg bouwstoffen binnen?
Door de eiwitten uit zuivelproducten te halen en het ijzer uit eieren, brood, groente
en peulvruchten.
Wat gebeurt er als je te weinig vitaminen en mineralen binnenkrijgt?
Dan kan je een gebrekziekte krijgen. 2 voorbeelden hiervan zijn:
Als je te weinig vitamine A binnenkrijgt krijg je nachtblindheid, dan zie je in het
donker (zo goed als) niets meer. Als het tekort te lang duurt word je blind.
Kinderen die te weinig vitamine D bij zich hebben kunnen de Engelse ziekte krijgen,
er komt niet genoeg calcium in de botten. De botten blijven zacht en kunnen door
het gewicht kromgroeien. Deze ziektes komen vooral voor in arme landen waar
mensen eenzijdig eten.
Wat zijn de eetstoornissen Anorexia nervosa en Boulimia nervosa?
- Anorexia nervosa is een ‘lijnziekte’ mensen met deze ziekte zijn verslaafd aan
afvallen. Ze zijn onzeker en de slankheid geeft hen meer zelfvertrouwen. Ze
hebben ook vaak een vertekend zelfbeeld.
- Boulimia nervosa bij deze ziekte heb je last van vreetbuien. Je eet in een korte
tijd verschrikkelijk veel, maar daarna krijg je spijt en porberen ze het uit te
braken, deze mensen hebben vaak een normaal gewicht.
Par 7.4: Voedselbederf
Waardoor ontstaat voedselbederf?
Doordat schimmels en bacteriën op en in het voedsel gaan groeien. Ze zijn vaak
groen, grijs of wit ze zien er een beetje uit als pluizige vlekken. Brood en fruit
bederven meestal door schimmels en melk vlees en vis door bacteriën.
Wat is een voedselinfectie en hoe krijg je er een?
Je krijgt het door schimmels en bacteriën in je eten. Je krijgt last van buikpijn en
diarree. Een van de bekendste bacteriën is de salmonellabacterie Deze veroorzaakt
misselijkheid, buikpijn en koorts.
Hoe snel groeien bacteriën/schimmels?
Schimmels bestaan uit dunne draadjes. Hiermee nemen ze voedsel op. Op die
draden ontstaan sporen. Als de bolletjes openknappen verspreiden de sporen zich.
Uit elk spoor kan een nieuwe schimmel groeien.
Een bacterie bestaat uit 1 cel. Ze vermeerderen zich door celdeling. Een bacterie
splitst zich in tweeën die ook weer en die daarna ook weer etc. zo ontstaan er na
loop van tijd duizenden bacteriën. De tijd die het kost voor een bacterie om zich te
vermenigvuldigen heet de generatietijd.
Uit welke 4 fasen bestaat het vermeerderen van een bacterie?
1. De lagfase de bacterie moet wennen aan de omstandigheden en
vermenigvuldigt zich nog niet.
2. De groeifase: de bacterie gaat zich delen hierbij verdubbelt het aantal
bacteriën zich elke generatietijd
3. De stationaire fase: Hierin delen de bacteriën zich nog steeds, maar er sterven
er ook een aantal, want er zijn niet meer genoeg voedingstoffen voor alle
bacteriën
4. De afstervingsfase: er zijn nu te veel giftige stoffen aanwezig waardoor de
bacteriën doodgaan. Het aantal bacteriën neemt af.
Hoe voorkom je voedselbederf?
Je kunt dit voorkomen/vertragen door het te conserveren, dan dood je de
schimmel/bacterie en maakt de leefomstandigheden hiermee zo slecht dat ze zich
niet kunnen vermeerderen.
Op welke manieren gebeurt conserveren?
1. Voedsel verhitten: steriliseren of pasteuriseren Bij steriliseren is de temp. Hoog:
alle schimmels/bacteriën gaan dood. Bij pasteuriseren is de temp. Veel lager.
Sommige bacteriën overleven dan. Gepasteuriseerde melk kun je dan ook
langer bewaren.
2. Koelen en vriezen: hoe lager de temp. Hoe minder goed de
schimmels/bacteriën kunnen groeien. Bij een temp lager dan 0°c kunnen ze
niet meer groeien.
3. Stoffen toevoegen: zout, suiker, azijn of een ander conserveermiddel.
4. Voedsel luchtdicht of met een speciaal gas verpakken. Zo wordt zuurstof
buitengesloten.
5. Voedsel drogen.
Hoe weet je of je iets nog kan eten?
Door naar de houdbaarheidsdatum te kijken er zijn er hier 2 van
 De producten die snel bederven staat ‘te gebruiken tot’ deze datum staat
meestal op producten als: vlees, salades en melk. Het is niet goed het hierna
nog te eten
 De producten die langer houdbaar zijn hebben een THT (ten misten houdbaar
tot) op hun verpakking staan. Je kunt het na de datum nog wel eten, maar
het smaakt minder goed.
Welke dingen moeten per sé op het etiket van een product staan?
Houdbaarheidsdatum, Soort en naam van het product, ingrediënten, hoeveelheid,
Naam en adres van de fabrikant, partij of productiecode: hiermee weet de
fabrikant wanneer en met welke grondstoffen een product is gemaakt.
Wat zijn additieven?
Een speciale stof in een product, het wordt vaak weergegeven met een E-nummer.
De meest gebruikten additieven zijn:
- Kleur-, geur- en smaakstoffen deze geven een voedingsmiddel een
aantrekkelijke kleur, geur of smaak.
- Conserveermiddelen: hierdoor bederven producten minder snel
- Antioxidanten Deze zorgen ervoor dat het voedingmiddel niet verkleurt of
anders gaat smaken als het een tijdje wordt bewaard.
- Emulgatoren: Deze sotffen laten water en vet goed mengen
- Stabilisatoren: Deze zorgen ervoor dat verschillende ingrediënten bijvoorbeel
water en vet, goed gemengd blijven.
DE BEGRIPPEN ZIJN ROOD AANGEGEVEN. SNAP JE ZE NIET KIJK ACHTERIN JE BOEK
NAAR DE BETEKENIS.
Download
Random flashcards
Rekenen

3 Cards Patricia van Oirschot

Create flashcards