sjabloon Brief

advertisement
Hoofdkantoor
Bezoekadres
Postadres Postbus 8456, 1005 AL Amsterdam
Naritaweg 10
1043 BX Amsterdam
Ministerie van Economische Zaken
T.a.v. de heer mr. drs J.G. Wijn
Staatssecretaris Economische Zaken
Postbus 20101
2500 EC ‘s- Gravenhage
Postadres
Postbus 8456
1005 AL Amsterdam
T 0900 330 0300
F 020 68 44 541
I www.fnv.nl
Bank
63 50 33 178
Datum
Uw kenmerk
10 maart 2003
Ons kenmerk
Telefoonnr.
301/019/212
020 58 16 518
Onderwerp
E-mail
Vakbeweging en GATS-onderhandelingen
[email protected]
Geachte heer Wijn,
Graag vraag ik uw aandacht voor de opvattingen en zorgen van de FNV, aangesloten bonden en de
internationale vakbeweging (waaronder vakbonden uit ontwikkelingslanden) over de GATSonderhandelingen.
Een groot deel van de wereldwijde inkomsten is afkomstig uit handel in diensten. Honderden miljoenen
mensen verdienen er dagelijks hun brood mee. Een belangrijk doel van de handel in diensten zou moeten
zijn om voordeel op te leveren voor de gebruikers en voor hen die werkzaam zijn in de sector. Zelfs voor
andere sectoren die afhankelijk zijn van deze diensten. Echter, FNV en haar collega’s wereldwijd 1
constateren met groeiende zorg dat de huidige onderhandelingen in het kader van de General Agreement
on Trade in Services (GATS) de toegang voor een belangrijk deel van de wereldbevolking tot elementaire
publieke diensten bedreigen. Deze diensten zijn te belangrijk voor mensen om onderwerp te zijn van
concurrentie onder het WTO-regime. FNV en aangesloten bonden vragen samen met bonden uit
ontwikkelingslanden en andere delen van de internationale vakbeweging daarom aandacht voor de
volgende zaken:
1)
Alle bij de GATS-onderhandelingen betrokken partijen moeten duidelijk maken dat publieke diensten
(zoals onderwijs, gezondheidszorg en andere elementaire publieke diensten zoals watervoorziening)
geen onderwerp voor onderhandelingen kunnen zijn. Dit is ook nadrukkelijk de opvatting van de
vakbonden in ontwikkelingslanden. Recent heeft de FNV in de nog lopende discussie over het SERadvies over het Hoger Onderwijs- en Onderzoeksplan (HOOP) uitgesproken dat het publiek hoger
onderwijs geen onderwerp van discussie mag zijn in GATS. De FNV heeft in de SER aangegeven
dat met name de huidige definiëring van diensten niet scherp genoeg het publiek stelsel van hoger
onderwijs afgrenst van commerciële wel onder GATS vallende, diensten. Dit betekent in onze ogen
tevens dat partijen niet aan andere landen vragen om deze sectoren open te stellen. Om te
De opvattingen van de FNV zijn mede gebaseerd op een verklaring van de Internationale
Vakbeweging, Global Unions, over de GATS-onderhandelingen. Vakbonden uit ontwikkelingslanden
zijn hierin ook vertegenwoordigd. Voor de originele Engelse versie zie: www.icftu.org
1
Datum
20 februari 2003
Ons kenmerk
Pagina('s)
2 van 3
waarborgen dat dit niet gebeurt, moet de volgende WTO-conferentie in Cancun, Mexico in
september 2003 het GATS-verdrag zodanig aanpassen dat deze sectoren uitgesloten worden van alle
verdere GATS-onderhandelingen.
2)
Akkoorden die onder de vlag van de WTO tot stand komen, moeten niet de mogelijkheden van
overheden ondermijnen om binnenlandse reguleringen, wetgeving en andere maatregelen te treffen
om publieke belangen veilig te stellen. Echter, met de huidige WTO-regels, kunnen zulke
maatregelen onderworpen worden aan de WTO-geschillenprocedure als ze worden beschouwd als
handelsbelemmerend.
Het expliciteren van het primaat van sociale- en milieubelangen boven het principe van vrije handel is
noodzakelijk om ervoor te zorgen dat alle leden van de WTO de vrijheid hebben om binnenlandse
maatregelen te treffen zonder dat daarmee de dreiging van WTO-geschillenprocedure boven het
hoofd hangt.
3)
Landen (met name ontwikkelingslanden) moeten niet verplicht worden om tegen hun wil
dienstensectoren te privatiseren. Nu wordt dit vaak als voorwaarde voor hulpverlening door IMF en
Wereldbank gevraagd. Landen die een commitment aangaan om hun dienstensectoren open te stellen
in het kader van GATS moeten in de toekomst mogelijkheden behouden voor een grotere publieke
rol in dergelijke sectoren, zonder de dreiging van de WTO-geschillenprocedure of de noodzaak om
compenserende sectoren aan te moeten bieden. Het GATS-verdrag moet een expliciete clausule
bevatten om GATS-commitments uit te sluiten van de WTO-geschillenprocedure als het de publieke
sector betreft. Voorts, moet bij de GATS-onderhandelingen de mogelijkheid worden behouden om als
land tijdelijke beschermingsmaatregelen te treffen om een binnenlandse sector te behoeden voor
ineenstorting. In algemene zin zou het zo moeten zijn dat de onomkeerbeerheid van geopende
dienstenmarkten niet van toepassing is wanneer de liberalisering heeft geleid tot ernstige sociaaleconomische effecten op het land en de bevolking.
4)
WTO-leden moeten geen andere publieke sectoren zoals (energievoorziening en transport)
openstellen voor internationale handelsliberalisering als dat:
 een probleem oplevert van leveringszekerheid (voor een betaalbare prijs!);
 een negatief effect heeft op de levering van diensten voor achtergestelde regio’s, sectoren of
groepen in de bevolking;
 een ongewenste afbreuk doet aan de oorspronkelijke culturele waarde van diensten;
 overheidsfinanciën voor andere diensten vermindert;
 leidt tot negatieve gevolgen voor werknemers in een bepaalde sector.
WTO-leden zouden geen verzoeken voor marktopening moeten indienen als dit leidt tot sociaal
onaanvaardbare effecten van deze aard.
5)
Artikel XlX van GATS verlangt dat voorafgaand aan iedere ronde van onderhandelingen een
evaluatie plaats moet vinden van handel in diensten in algemene termen en op sectorale basis. Zo’n
evaluatie is nooit uitgevoerd. Een volledige evaluatie van de sociale, milieu en economische impact
van de GATS-onderhandelingen moet daarom met spoed worden uitgevoerd. Daar moeten ook de
relevante VN-organisaties, zoals de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) bij worden betrokken.
Maar ook de internationale vakbeweging en andere representatieve organisaties.
6)
Met betrekking tot de derde variant van de GATS-dienstendefinitie (de zogenaamde “mode 3”) over
commerciële aanwezigheid of vestiging in het buitenland moeten GATS-onderhandelingen:
Datum
20 februari 2003
Ons kenmerk
Pagina('s)
3 van 3







7)
8)
volledig rekening houden met de belangen van ontwikkelingslanden;
voorwaarden weglaten die investeerders het recht geven om belasting en andere regulerende
maatregelen te betwisten;
voorwaarden over investeerder-staat conflicten uitsluiten;
gericht zijn op belastingbetaling door bedrijven;
het mogelijk maken dat de overheid eisen kan stellen met betrekking tot
arbeidsmarktvoorzieningen;
zekerstellen dat buitenlandse investeringen niet de fundamentele arbeidsrechten,
arbeidswetgeving en regelgeving met betrekking tot milieubescherming ondermijnen;
bindende verwijzingen bevatten naar de Tripartite Verklaring over Uitgangspunten met
betrekking tot Multinationale Ondernemingen en Sociaal Beleid en de herziene Richtlijnen voor
Multinationale Ondernemingen van de OESO.
Met betrekking tot de vierde variant van de GATS-dienstendefinitie (de zogenaamde “mode 4”: de
aanbieder reist naar het buitenland en verblijft daar op tijdelijke basis) moeten onderhandelingen
zeker stellen dat:
 migrantenwerknemers beschermd worden tegen alle vormen van discriminatie;
 migrantenwerknemers hun bijdragen leveren aan de sociale zekerheid;
 de fundamentele internationale arbeidsnormen en nationaal arbeidsrecht worden gerespecteerd;
 de bestaande collectieve (arbeids)overeenkomsten van betrokken sectoren worden gerespecteerd;
 de ILO volledig betrokken is.
De GATS-onderhandelingen zijn te belangrijk vanuit overwegingen van publieke belangen om plaats
te vinden in een sfeer van geheimzinnigheid en zonder behoorlijke betrokkenheid van parlement en
sociale partners. Om de transparantie en democratische controle te verzekeren, moeten WTO-leden
hun aanbod van open te stellen sectoren laten zien. Als voorstellen een impact hebben op een
specifieke sector moet dit door de Nederlandse regering aan de betrokken sociale partners ter
discussie worden voorgelegd. Ook de mogelijke gevolgen van de GATS-onderhandelingen voor
werknemers in de betrokken sector moeten worden toegelicht. Bovendien is een betere sociale
dialoog met sociale partners noodzakelijk. Dit laatste geldt overigens niet alleen voor vakbonden in
Nederland, maar is ook nadrukkelijk noodzakelijk voor vakbonden in ontwikkelingslanden.
Concluderend, de FNV heeft in deze brief een groot aantal zorgen en aandachtspunten geformuleerd over
de gang van zaken met betrekking tot de GATS-onderhandelingen.
Ik vertrouw erop dat u deze punten een plaats zult geven in uw overwegingen voor uw inzet richting de
Europese Commissie en dat dit in Nederland zal leiden tot een verdere consultatie van en sociale dialoog
met betrokken sociale partners en andere belanghebbenden in het vervolgtraject.
Hoogachtend,
Lodewijk de Waal
Voorzitter FNV
c.c. de Leden van de Vaste Kamercommissie Economische Zaken
Download