Protocol Omgaan met zieke kinderen

advertisement
Omgaan met zieke kinderen
Protocol Opvangvormen
Versie: 012
Ingangsdatum: 31/01/2013
Evaluatiedatum: 31/01/2016
1. Toepassing
Dit document is bedoeld voor pedagogisch medewerkers en unitmanagers.
Het heeft betrekking op de opvangvormen Peuterspeelzaal, Kinderdagverblijf en Buitenschoolse
Opvang. Deze worden aangeduid met de term opvang, kinderopvang of kindercentrum.
2. Doel van het document
Dit protocol geeft richtlijnen met betrekking tot het omgaan met zieke kinderen in de
kinderopvang. Omgaan met zieke kinderen behelst een complex taakgebied van pedagogisch
medewerkers. Dit document kan daarom niet volledig zijn, maar gaat in op de belangrijkste zaken
die actueel zijn bij KOW, nl.:
 Wanneer kan een kind wel of niet naar de opvang met het oog op ziekte en gezondheid?
 Hoe wordt omgegaan met voorbehouden handelingen en het verstrekken van medicijnen?
 Welke handelingsprotocollen zijn volgens de Infectieziektewet en de gemeentelijke
gezondheidsdienst (GGD) belangrijk?
3. Werkwijze
3.1 Beleid
De kinderopvang is gericht op gezonde kinderen en niet voor de verzorging van zieke kinderen. De
daarvoor benodigde faciliteiten ontbreken immers alsook de extra aandacht en specifieke zorg in de
volle groepen.
Zieke kinderen kunnen, afhankelijk van bepaalde situaties wel tijdelijk (nog) op de kinderopvang
zijn. Als kinderen bepaalde specifieke infectieziekten hebben en daarmee een gevaar vormen voor
andere kinderen, mogen zij niet op het dagverblijf zijn en worden zij geweerd. KOW volgt hiervoor
de richtlijnen zoals vastgelegd in de LCImap. De LCImap is een uitgave van het RIVM, ontwikkelt
m.b.v. de GGD.(Zie LCImap Peuterspeelzaal en Kinderdagverblijf LCImap Buitenschoolse opvang)
Het kan voorkomen dat kinderen met een chronische ziekte of handicap, waarbij voorbehouden
handelingen nodig, zijn opgevangen worden, mits daarvoor voldoende mogelijkheden en de juiste
(schriftelijke) afspraken zijn.
Afweging weren of niet weren
Als een kind ziek wordt, ontstaat de vraag of het verstandig is het kind naar de kinderopvang te
brengen. Om antwoord te kunnen geven is het noodzakelijk dat er professioneel gehandeld kan
worden met oog op:
 de mate waarin het kind zich ziek voelt/het welbevinden van een kind
 de mogelijkheden in de opvangsituatie:
- accommodatie
- samenstelling en groepsgrootte
- aantal medewerkers
- deskundigheden medewerkers
 de aanwezigheid van een infectieziekte (zie LCImap Peuterspeelzaal en Kinderdagverblijf
LCImap Buitenschoolse opvang).
Taken van pedagogisch medewerker(s) ten aanzien van ziekte
 het signaleren als kinderen zich niet goed voelen
 handelen als kinderen ziek zijn of worden
 overleg met ouders
Kijk voor de laatste versie altijd in het digitale handboek
Pagina 1 van 5
Omgaan met zieke kinderen
Protocol Opvangvormen
Versie: 012




Ingangsdatum: 31/01/2013
Evaluatiedatum: 31/01/2016
melden van ziekte en weren van kinderen volgens LCImap(zie LCImap Peuterspeelzaal en
Kinderdagverblijf LCImap Buitenschoolse opvang)
bij wering wordt overlegd met collega en/of unitmanager.
bij wering wordt de ouders verteld waarom het kind geweerd wordt.
Inhaalmogelijkheden bespreken met ouders:
Het inhalen bij ziekte is bij alle opvangvormen toegestaan mits:
 De ruiling plaatsvindt binnen 4 weken na de ziektedag/-periode;
 Er plaats is op de groep en er geen extra pedagogisch medewerkers hoeven worden ingezet,
dit na overleg met de pedagogisch medewerker op de groep.
3.2 Uitvoering
Overweging wel of niet naar de kinderopvang?
Wanneer kinderen tijdens de opvang ziek worden moet altijd goed naar het kind en de groep
worden gekeken. Een kind met 38,8°C kan warm aanvoelen, maar zich gewoon gedragen, terwijl
een kind met 37,5°C bijvoorbeeld lusteloos en hangerig is en niet wil spelen en eten.
Het beoordelen van de situatie en het afwegen wat in het belang van het kind is valt onder de
verantwoordelijkheid van de leiding.
Ziek of niet ziek?
Observatiepunten om vast te stellen of een kind ziek is:
 Praat het kind zoals je gewend bent?
 Speelt het kind zoals het gewend is?
 Reageert het op wat wordt gezegd?
 Voelt het warm aan?
 Huilt het vaker of langer dan anders?
 Heeft het regelmatig een natte luier?
 Gaat het naar de wc en wat is het resultaat?
 Wil het steeds liggen of slaapt het meer dan anders?
 Klaagt het kind over pijn?
Niet elke gedragsverandering wordt door ziekte veroorzaakt en het is ook niet de bedoeling dat
pedagogisch medewerkers een diagnose stellen. Het gaat erom dat de pedagogisch medewerker kan
beslissen of het kind op de groep kan blijven of dat de ouders gewaarschuwd moeten worden.
Zieke kinderen in contact met andere kinderen
Bij de meeste kinderziekten geeft een kind al een aantal dagen ziektekiemen af aan de omgeving,
voordat het kind er zelf merkbaar ziek van wordt. Daar contact met andere kinderen niet
voortdurend vermeden kan worden en sommige ziektekiemen van nature in het lichaam leven is het
onmogelijk ziekten en besmetting volledig te voorkomen. Het heeft dus geen zin om alle zieke
kinderen permanent te isoleren en is het dus mogelijk dat kinderen elkaar kunnen besmetten op het
de opvang. Het is daarom belangrijk dat er zeer zorgvuldig met zieke en vermoedelijk zieke
kinderen wordt omgegaan en dat er voortdurend volgens het Hygiëneprotocol wordt gehandeld.
Zieke kinderen kunnen op de opvang zijn:
- als het gaat om ziekten die niet geweerd moeten worden op basis van de LCImap
- als kans op verspreiding en risico’s gering is;
- als de omstandigheden op het verblijf gunstig zijn.
Er wordt verwacht van pedagogisch medewerkers dat zij op basis van hun deskundigheid een
inschatting kunnen maken binnen de grenzen van hun verantwoordelijkheden of zieke kinderen
toegelaten of geweerd worden.
Bij twijfel kan altijd een unitmanager geconsulteerd worden. Deze kan eventueel een (huis)arts om
raad vragen.
Kijk voor de laatste versie altijd in het digitale handboek
Pagina 2 van 5
Omgaan met zieke kinderen
Protocol Opvangvormen
Versie: 012
Ingangsdatum: 31/01/2013
Evaluatiedatum: 31/01/2016
Hoe te handelen als kinderen ziek zijn?
 Kinderen met ziekten waarvan de GGD stelt dat ze geweerd moeten worden, mogen niet naar
peuterspeelzaal of kinderdagverblijf. Leiding en ouders volgen de LCImap.
 Kinderen met ziekten waarvan de GGD niet stelt dat ze geweerd moeten worden op basis van de
Infectieziektewet, maar waarvan verspreiding niet gewenst is, worden door de leiding
beoordeeld op basis van: welbevinden kind, risico’s voor andere kinderen, groepsgrootte en
samenstelling en mogelijkheden van de accommodatie en de medewerkers.
 Stelt een ouder vast dat het kind ziek is, wordt het kind niet naar de opvang gebracht. Dit
wordt gemeld aan de leiding.
 Stelt de leiding vast dat het kind ziek is, dan wordt de ouder op de hoogte gebracht en bepaalt
de leiding of het kind al dan niet (nog tijdelijk) op de groep kan blijven. De leiding zegt de
ouders om welke reden(en) het kind wordt geweerd. Er vindt rapportage plaats van observatie
en afspraken.
 Als een kind geweerd wordt, zorgen de ouders zelf voor opvang.
3.3 Infectieziektewet en melding
Volgens de Infectieziektewet moeten een aantal ziekten die voorkomen op scholen en kindercentra
worden gemeld bij de GGD met het oog op de volksgezondheid, n.a.v. artikel 7 van de Wet op de
infectieziekten. De wet richt zich op kinderdagverblijven en peuterspeelzalen. Bij KOW wordt deze
wet ook toegepast op de BSO.
3.4 Welke ziekten melden en hoe?
In de LCImap is per infectieziekte weergegeven of deze bij de GGD moet worden gemeld. Indien is
aangegeven dat moet worden gemeld gebeurd dit altijd door de unitmanager die is geïnformeerd
door de medewerkers. Melden kan via GGD Zeeland, afdeling Infectieziekten, telefoon 0113249400. Buiten kantooruren via de dienstdoend arts GGD die kan worden bereikt via de meldkamer
van de politie, telefoon 0900–8844.(zie LCImap Peuterspeelzaal en Kinderdagverblijf LCImap
Buitenschoolse opvang)
3.5 Medicatie
Het is mogelijk dat er kinderen opgevangen worden bij KOW die medicijnen of andere medischverpleegtechnische handelingen (voorbehouden handelingen) nodig hebben gedurende de opvang.
Als er een kind medicatie nodig heeft, dient er overleg te zijn tussen ouders en pedagogisch
medewerker(s). Alleen medicatie die door een arts is voorgeschreven mag tijdens de opvang worden
gegeven. Er worden schriftelijke afspraken gemaakt die worden genoteerd op de Overeenkomst
toedienen medicatie. Deze overeenkomst wordt ondertekend door ouder en pedagogisch
medewerker. Personeelsleden lopen daarmee geen extra risico dat zij aansprakelijk gesteld kunnen
worden volgens de brancheorganisatie. De ondertekende overeenkomst wordt bewaard in het
kinddossier.
Het medicijn wordt bewaard in de originele verpakking (let op met houdbaarheid) met bijsluiter,
indien nodig in de koelkast bewaard of op een andere plaats buiten bereik van kinderen.
Alle medicatiegiften worden afgetekend op de Aftekenlijst medicatie die een half jaar wordt
bewaard.
Wanneer de medicatie is gestopt wordt dit ook genoteerd op de Overeenkomst toedienen
medicatie.
Uitzondering:
Er zijn medicijnen die gegeven mogen worden na mondelinge afspraak met de ouders en waarvoor
geen Overeenkomst toedienen medicatie ingevuld hoeft te worden.
Ook een recept van een arts is niet nodig, maar ze moeten wel vermeld worden in rapportage of
kindossier.
Arniflor (zalf tegen builen);
Kijk voor de laatste versie altijd in het digitale handboek
Pagina 3 van 5
Omgaan met zieke kinderen
Protocol Opvangvormen
Versie: 012
Ingangsdatum: 31/01/2013
Evaluatiedatum: 31/01/2016
Babyluuf;
Calendula: (zalfje bij schrammen, lichte brandwondjes);
Chamodent
Hoestdrankjes (geen promecinesiroop);
Nestosyl of ander middelen bij insectenbeten, geen azaron;
Sudocream of andere zalf tegen luieruitslag/rode billen;
Zoutoplossingen bij hoesten en verkoudheid.
Alle andere medicatie en homeopathische middelen zonder doktersrecept mogen niet gegeven
worden. Deze kunnen de ouders zelf geven voor of na de opvang.
3.6 Voorbehouden handelingen
Als een kind voorbehouden handelingen nodig heeft, zoals bijvoorbeeld injecties, dienen deze
uitgevoerd te worden door een deskundige persoon, die bevoegd (opleiding) en bekwaam is (een
bekwaamheidsverklaring heeft).
Mocht een voorbehouden handeling nodig zijn, dan volgt er overleg tussen ouders en pedagogisch
medewerker en unitmanager. Er moet worden nagegaan of KOW aan de vraag kan voldoen.
Voorwaarden en taken bij voorbehouden handelingen
 Er moet een medische indicatie zijn van de huisarts
(beroepsmatige voorbehouden handelingen mogen alleen in opdracht van een arts worden
uitgevoerd).
 De uitvoerder moet een bekwaamheidsverklaring hebben, zich bekwaam voelen en bevoegd zijn
op basis van een gezondheidszorgopleiding.
 Er moet een handelingsprotocol gebruikt worden dat in overleg met de voorschrijvend art is
opgesteld. De juiste materialen moeten aanwezig zijn.
 Er wordt op zijn minst schriftelijk vastgelegd:
- om welke handeling het gaat;
- waarom de handeling moet worden uitgevoerd;
- wie de handeling uit gaat voeren;
- dat de ouders zorgen voor de aanwezigheid van benodigde materialen.
In hele bijzondere situaties kan, na overleg met ouders, pedagogisch medewerker, unitmanager en
medisch deskundige besloten worden dat een pedagogisch medewerker de voorbehouden handeling
mag uitvoeren nadat deze een bekwaamheidsverklaring heeft behaald, via een training en toetsing
(bijvoorbeeld bij ROC of Zorgstroom). Overleg met een praktijkdeskundige van Zorgstroom is
dringend aanbevolen, daar het gaat om handelingen waarvoor pedagogisch medewerkers niet
bevoegd zijn op basis van hun opleiding.
Voorbeelden van voorbehouden handelingen: klysma’s, catheterisatie, sondevoeding (sonde
inbrengen en verwijderen), zuurstoftoediening, injecties ook bijvoorbeeld de epipen bij allergie,
stomazorg, bedienen van infuus, uitzuigen, etc.
3.7 Wat te doen bij een koortsstuip?
Wanneer het bekend is dat een kind een koortsstuip kan krijgen, kan er een medische overeenkomst
met ouders worden gesloten. In deze medische overeenkomst wordt vastgesteld wat de pedagogisch
medewerkers op de groep dienen te doen wanneer het kind een koortsstuip krijgt. De Medische
overeenkomst koortsstuip kan worden gevonden bij formulieren opvangvormen.
4. Toetsing
Omgaan met zieke kinderen
Toetspunt
Kijk voor de laatste versie altijd in het digitale handboek
Voldaan
N.v.t.
Pagina 4 van 5
Omgaan met zieke kinderen
Protocol Opvangvormen
Versie: 012
Ingangsdatum: 31/01/2013
Evaluatiedatum: 31/01/2016
1
Medewerkers weten waar zij kunnen vinden welke ziekten
gemeld en welke ziekten geweerd moeten worden volgens de
GGD.
2
De leiding beoordeelt of kinderen geweerd worden op basis
van LCImap, het welbevinden kind, risico’s voor andere
kinderen, mogelijkheden van de accommodatie en
mogelijke verspreiding van ziekte.
3
Er wordt aan de ouders uitgelegd waarom het kind niet mag
komen. Afspraken worden gerapporteerd in logboek.
4
Bij medicatie of andere voorbehouden handelingen worden
er met de ouders schriftelijk afspraken gemaakt die door
de leiding en de ouders worden opgesteld en ondertekend.
5
Bij medicatie staat schriftelijk vast:
- naam en soort van het medicijn;
- de aanleiding voor de medicatie;
- de hoeveelheid medicatie;
- tijdstip van toediening;
- de wijze van toediening;
- eventuele observatiepunten na toediening
- stoppen van de medicatie.
6
Medicijnen worden veilig bewaard met bijsluiter.
Op een lijst worden medicatiegiften afgetekend (wanneer,
door wie het medicijn is gegeven). Deze lijsten worden een
half jaar bewaard.
7
M.b.t. voorbehouden handelingen wordt overlegd met de
unitmanager.
De uitvoerende van voorbehouden handelingen is bevoegd
en bekwaam en handelt volgens een handelingsprotocol.
De hygiënerichlijnen in de LCImap worden altijd in acht
genomen
8
9
Reële verbeterpunten
Gerelateerde documenten
Hoofdluisprotocol
Mijn kind heeft hoofdluis, wat nu?
Handelen na een ongeval
Overeenkomst toedienen medicatie
Aftekenlijst medicatie
Controleformulier verbandtrommel
Inhoud verbandtrommel
Beheer verbandtrommel
Kijk voor de laatste versie altijd in het digitale handboek
Pagina 5 van 5
Download