toetsenrooster_eindrapport_3

advertisement
MIJN IDEAAL LEERROOSTER OP MAAT !
Maandag
02-06-14
Dinsdag
03-06-14
Woensdag
04-06-14
Donderdag
05-06-14
Vrijdag
06-06-14
………………………………………… ………………………………………… ………………………………………… ………………………………………… …………………………………………
………………………………………… ………………………………………… ………………………………………… ………………………………………… …………………………………………
Zaterdag
07-06-14
Zondag
08-06-14
Maandag
09-06-14
Dinsdag
10-06-14
(Vrije dag)
…………………………………………
………………………………………… …………………………………………
………………………………………… ………………………………………… …………………………………………
TOET SPELLING
TOETS CREATIEF
SCHRIJVEN
HET LAATSTE TOETSENROOSTER !!!
Maandag
09-06-14
Dinsdag
10-06-14
Woensdag
11-06-14
Donderdag
12-06-14
Vrijdag
13-06-14
TOETS
SPELLING
TOETS
W.O.: Verkeer
TOETS
GETALLENKENNIS
TOETS
HOOFDREKENEN
TOETS
CREATIEF SCHRIJVEN
TOETS
LUISTEREN
Herhaling
Getallenkennis
TOETS
BEGRIJPEND LEZEN
Herhaling
Hoofdrekenen
Herhaling
Cijferen
Maandag
16-06-14
Dinsdag
17-06-14
Woensdag
18-06-14
Donderdag
19-06-14
Vrijdag
20-06-14
TOETS
Cijferen
TOETS
Meetkunde
TOETS
Metend rekenen
TOETS
Toepassingen
SCHOOLREIS
TOETS
Spreken
TOETS
Frans
TOETS
W.O.: Aan de slag !
Herhaling
Meetkunde
Herhaling
Metend rekenen
Toepassingen
Bedankt voor het
fijne schooljaar !
Veel succes in
jullie toekomst .

WISKUNDE
Getallenkennis (herhaling: Werkboek 5C p.74)
1
Getallenassen tot 100 000 aanvullen. (Zowel met natuurlijke als kommagetallen)
OK
2
Getallen afronden !
OK
3
Breuken vereenvoudigen en omzetten naar procenten !
OK
4
Breuken, procenten en kommagetallen ordenen van groot naar klein (of
omgekeerd)
Breuken gelijknamig maken en daarna vereenvoudigen.
OK
OK
7
De grootste gemeenschappelijke deler zoeken om een breuk te vereenvoudigen.
(g.g.d.)
Het kleinste gemeenschappelijke veelvoud zoeken (k.g.v.)
8
Romeinse cijfers
OK
9
Waarde van cijfers in getallen !
OK
5
6
OK
OK
10 Deelbaarheid door 2, 5, 10, 4, 25, 100, 1000
OK
11 Rest bepalen zonder de deling te maken.
Bv.: 278 401 : 25  rest 1
OK
Hoofdrekenen (herhaling: Werkboek 5C p.75)
1
Optellen en afrekken van natuurlijke getallen tot 100 000.
OK
2
Vermenigvuldigen en delen van natuurlijke getallen tot 100 000
OK
3
Optellen en aftrekken van kommagetallen tot op 0,001.
OK
4
Vermenigvuldigen en delen van kommagetallen tot op 0,001.
OK
5
Gelijknamige breuken optellen en aftrekken
OK
6
Ongelijknamige breuken optellen en aftrekken (op dezelfde noemer zetten)
OK
7
Vermenigvuldigen en delen van breuken.
OK
8
Een breuk nemen van een natuurlijk getal of kommagetal .
OK
9
Een procent nemen van een natuurlijk getal en een kommagetal .
OK
10 Schattend rekenen
OK
Cijferen (herhaling: Werkboek 5C p.76-77)
1
Optellen van natuurlijke getallen tot 10 000 000 en kommagetallen tot op 0,001.
OK
2
Aftrekken van natuurlijke getallen tot 10 000 000 en kommagetallen tot op 0,001.
OK
3
Vermenigvuldigen van natuurlijke getallen tot 10 000 000 en kommagetallen tot op
0,001.
Delen van natuurlijke getallen tot 10 000 000 en kommagetallen tot op 0,001.(Denk
OK
4
OK
DE FOUTE-TOP-5
1.
2.
3.
4.
5.
Komma vergeten
Getallen niet correct onder elkaar schrijven bij optellen en aftrekken
Getallen correct overschrijven
Foute rest bij deling
Slordig werken !
Metend Rekenen (herhaling: Werkboek 5C p.68-69-78)
1
Omzetten van lengtematen (m – dm – cm – mm)
OK
2
Omzetten van inhoudsmaten (l – dl – cl – ml) en gewichtsmaten (ton – kg – g)
OK
3
Omzetten van oppervlaktematen (m², dm², cm²,mm²) en landmaten (ha, a, ca)
OK
4
Oppervlaktematen en landmaten ordenen van klein naar groot (of omgekeerd)
OK
5
Tijdstip en tijdsduur (uur, minuut, seconde)
OK
6
Oppervlakte berekenen (FORMULES)
OK
7
Een vierkant tekenen met dezelfde oppervlakte als een driehoek !
OK
8
De gemiddelde temperatuur berekenen + de temperaturen tekenen in een grafiek .
OK
9
Schaalberekening
OK
10 Hoeken meten (tot op 1° nauwkeurig)
OK
11 Hoeken tekenen (tot op 1 graad nauwkeurig
OK
12 Gemiddelde snelheid (pijltjes !)
OK
13 De euro: Betaal gepast met zo weinig mogelijk biljetten en munten .
OK
14 Het volume berekenen (door de blokjes te tellen)
OK
Meetkunde (herhaling: Werkboek 5C p.55-63-70)
1
OK
2
Eigenschappen van vierhoeken aanduiden . (bv.: twee paar evenwijdige zijden,
gelijke overstaande hoeken, …)
Een ruit tekenen met diagonalen van ….. cm en ….. cm .
3
Een cirkel tekenen met straal ….. cm .
OK
4
Driehoeken benoemen naar de zijden en de hoeken .
OK
5
Driehoeken tekenen (bv.: Teken ene rechthoekige gelijkbenige driehoek).
OK
6
Een veelhoek verdelen in gekende vierhoeken.
OK
7
Ruimtefiguren ordenen volgens platte of gebogen zijvlakken.
OK
8
Spiegelen
OK
9
Symmetrieassen tekenen
OK
OK
10 Teken een gelijkvormige figuur die kleiner/groter is in het rooster .
OK
11 Evenwijdigheid en loodrechte stand .
OK
12 Gezichtsveld + schaduwbeeld
OK
Toepassingen (herhaling: Werkboek 5C p.79-80)
1
OK
2
Ongelijke verdeling (blokjesoefeningen)
(meer, minder, keer)
Korting berekenen
3
Bruto, tarra en netto berekenen
OK
4
OK
5
Omgekeerd evenredigheid
(bv.: 5 mensen plukken in 1 dag de appels. Hoeveel dagen duurt het als er maar 1
persoon de appels plukt ?  5 keer zo lang dus 5 dagen !)
Grafieken en tabellen aanvullen
6
Het gemiddelde berekenen
OK
7
De mediaan berekenen
OK
8
De tijd berekenen als de gemiddelde snelheid en de afstand gegeven is . (pijltjesoefening)
Mengsels
OK
9
OK
OK
OK
10 Inkoopprijs, verkoopprijs, winst, verlies
OK
11 Zoek de prijs per kg, per l, per m
OK
NEDERLANDS
Spelling
1
Werkwoorden vervoegen in de tegenwoordige tijd
OK
2
Sterke en zwakke werkwoorden vervoegen in de verleden tijd
OK
3
Deelwoorden correct schrijven.
Bv.: Hij heeft gevoetbald (verleng het woord: voetbalden)
Aanhalingstekens. Mama vraagt:” Kom je even ? ”
Weglatingstekens (’s avonds, ’t is,…) + trema
Het onthoudboekje van spelling goed studeren !!!!
OK
4
5
6
Creatief Schrijven
1. Zorg voor originaliteit !
2. Let op spelling (Hoofdletters, leestekens, werkwoordsvervoegingen)
3. Geen herhalingen (en … en dan ….. en dan …. en dan …)
(Het moet boeiend zijn om te lezen)
4. Gebruik geen al te moeilijke woorden waarbij je al op voorhand weet dat ze
fout geschreven zijn !
5. Schrijf NET en VERZORGD !
OK
OK
OK
Begrijpend Lezen
1. Schrijf je antwoorden zo volledig mogelijk uit !
2. Niet alles staat letterlijk in de tekst vermeld ! Probeer verder te denken dan
je neus lang is.
3. Misschien kan je beroep doen op wat je zelf al weet over het onderwerp !
4. Lees de tekst heel grondig !
Luisteren
1. Zorg zelf voor een goeie luistertactiek waar jij je gemakkelijk bij voelt .
(eerst luisteren en dan daarna alles noteren / noteren tijdens het luisteren /
…)
2. Niet alles wordt letterlijk verteld ! Probeer verder te denken dan je neus lang
is !
3. Wees heel geconcentreerd en laat je niet afleiden !
4. Schrijf je antwoorden zo volledig mogelijk uit .
FRANS
Schrijven
1
De geziene vocabulaire correct schrijven. (Zie aanduidingenmet fluo in boek)
OK
3
Werkwoord être en avoir correct vervoegen.
OK
4
5
De vervoeging van de onregelmatige werkwoorden vouloir en pouvoir kennen .
De geziene bijvoeglijke naamwoorden correct schrijven in een zin. (volgens de
regel + de geziene uitzonderingen)
Meervoudsvormen correct noteren in een zin (volgens de regel + de geziene
uitzonderingen)
Woorden aanvullen met het correcte bepaald lidwoord (le, la, l', les)
Zinnen correct aanvullen met een woord uit de geziene vocabulaire . (Oefeningen
als  kies uit …… )
OK
OK
6
7
8
SPREKEN-LUISTEREN-LEZEN
Hier is geen voorbereiding voor nodig !
OK
OK
OK
W.o.
Maatschappij: Aan de slag !
W.o.
Ruimte: Verkeer
1
Een aantal voorbeelden noteren hoe je kan opvallen als voetganger en als fietser in
het verkeer .
2 De regels kennen voor het oversteken van de straat en deze kunnen toepassen in
verschillende oefeningen (tussen geparkeerde auto's, aan een kruispunt zonder of
met verkeerslichten, aan een zebrapad,…)
4 Weten wanneer je op de gelijkgrondse berm, het fietspad en de rijbaan mag
stappen .
5 De voor- en nadelen van het openbaar vervoer aangeven .
6 Een aantal voorbeelden aanhalen die het gevolg zijn van verkeersdrukte .
7 Een aantal voorbeelden aanhalen die de verkeersdrukte helpen oplossen .
8 Voorbeelden van milieuvriendelijke transportmiddelen in het verkeer opsommen .
9 Het begrip “openbaar vervoer” verduidelijken .
10 Enkele regels opsommen waaraan men zich moet houden wanneer men zich
verplaatst met het openbaar vervoer .
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
OK
HEEN-EN-WEER- BLAD
Download
Random flashcards
fff

2 Cards Rick Jimenez

Create flashcards