Hfst 7: Rentabiliteit 7.1. Rentabiliteit van de verkopen

advertisement
Hfst 7: Rentabiliteit
We gaan de winstgevendheid van een onderneming analyseren.
DOEL: - hoe verliezen oplossen?
- financieren met VV vanuit rentabiliteitsstandpunt?
Goede rentabiliteit heeft ook z’n invloed op de solvabiliteit en de liquiditeit.
= het succes van een onderneming
Kerngetallen uit de RR:
• EBITDA (3componenten)
• EBIT (3 componenten)
• Winst van het boekjaar
è bank wil performantie kunnen inschatten alvorens een lening te geven
7.1. Rentabiliteit van de verkopen
Zijn de commerciële activiteiten voldoende winstgevend?
Bedrijfsresultaat analyseren door 2 marges
7.1.1. Bruto verkoopsmarge
geeft het percentage cashflow met bedrijfskarakter weer dat gegenereerd wordt uit de
verkopen
Bruto verkoopsmarge = Cashflow met bedrijfskarakter/verkopen
= 70/74 – 60/64 + 630 + 631/4 + 635/7
70 + 74
= 70 – 74 – 60 – 61 – 62 – (640/8-649)
70 + 74
•
•
•
Moet groter dan 0
Impact sector: lage marge, hoge voorraadrotatie // hoge marge, lage voorrraadrotatie
Hoe remediëren? Kosten reduceren of opbrengsten verhogen
*opm: -Indien kleiner dan 0 è kaskosten > kasinkomsten
- niet altijd zinvol è bij ondernemingen die hoofdzakelijk enkel of hoofdzakelijk
financiële resultaten boeken
7.1.2. Netto verkoopsmarge
Netto verkoopsmarge = Netto bedrijfsresultaat / verkopen
= (70/74 – 60/64 + 9125)
(70 + 74)
•
•
Gebaseerd op netto bedrijfsresultaat: houdt zowel rekening met de kaskosten als met
de niet-kaskosten met bedrijfskarakter
houdt rekening met investeringslasten è indicatie relatieve efficiëntie onderneming
Netto verkoopsmarge is manipuleerbaar è winstmanagement of m.a.w. winstmanipulatie
7.2. Bruto en netto rentabiliteit van het totaal der activa voor belastingen
Totaal rendement is bij de verkoopsmarge niet duidelijk
Met deze 2 rendabiliteitsratio’s wordt het resultaat van de onderneming geëvalueerd in
verhouding tot het totaal der geïnvesteerde middelen of totaal der activa.
BRUTO RENTABILITEIT VAN DE TOTALE ACTIVA=
Cashflow voor financiële kosten en voor belastigen (EBITDA)
Totaal der activa
= (70/66+66/70+630+631/4+635/7–9125+651+661–761+660+662+663-760-762+650-9126
20/58
NETTO RENTABILITEIT VAN DE TOTALE ACTIVA= ROA
= netto resultaat voor financiële kosten en voor belastingen (EBIT)
totaal der activa
= 70/66+66/70+650-9126
20/58
ROA è houdt ook rekening met de niet-kaskosten
Rendement op investeringen? è minimum intrest v/d lening è + 5 à 6%
*opm: lees HB blz 164: Wat bij een ROA die negatief is?
1. Bruto rentabiliteit van het TA ook negatief?
2. uitzonderlijke kosten verantwoordelijk?
3. bruto verkoopsmarge vergelijken met sector
7.3. Netto rentabiliteit van het EV na belastingen (ROE)
Kan ik voldoende rendement geven aan de aandeelhouders?
Netto rentabiliteit EV na belastingen
= winst of verlies van het bj na belastingen
EV
= 70/67 of 67/70
10/15
è moet minstens 8 à 9% zijn (risicoloze investering = 5 à 6%)
Enkele opm: 1. aandeelhouders in sommige ondernemingen ontvangen al een inkomen
2. samenstelling EV
3. EV kan in belangrijke mate ondergewaardeerd zijn
7.4. Financiële hefboom multiplicator
•
•
Bij nieuwe investeringen è hoeveel er optimaal gefinancierd moet worden met eigen
vermogen en hoeveel met vreemd vermogen?
Financiering met vreemd vermogen slechts aangewezen wanneer het rendement van
de investeringen groter is dan de betaalde interestvoet (zie voordbeeld). è beter voor
aandeelhouder
De financiële hefboomfactor vergelijkt het rendement op het EV met het rendement op het
totaal vermogen voor belastingen.
Het probleem is dat we de rentevoet niet kennen, daarom financiële hefboomwerking:
Financiële hefboom multiplicator = netto rentabiliteit EV voor belastingen
netto rentabiliteit VV voor belastingen
= (70/66 of 66/70) / (10/15)___________________
(70/66 of 66/70+650-9126) / (20/58)
è geeft weer of de aandeelhouder beter wordt door te financieren met VV
• > 1 => VV
• < 1 => EV
• = 1 => indifferent
Voorbeeld
Zie schema HB blz 166
S1 è > 1 => beter VV
ROE > ROA è aandeelhouder wordt er beter van
S2 è < 1 => beter EV
ROE < ROA è aandeelhouder draait op voor verlies
S3 è = 1 => indifferent
Besluit rentabiliteit: (bruto-verkoopsmarge, ROA, ROE)
• belangrijkste component die de kans op overleven bepaalt
• oog hebben voor verschillende aspecten
- bedrijfsactiviteiten (verkoopsmarge)
- financiële activiteiten en uitzonderlijke activiteiten (totale investeringen)
- niet-kaskosten (netto en bruto)
• verdere financiering vanuit rentabiliteitsstandpunt met VV?
• Aantrekkingskracht naar nieuwe aandeelhouders
7.5. Praktijkcases
7.5.1. Onderneming X
Bruto verkoopsmarge = 8,05%
Netto verkoopsmarge = 4,54%
è in N3 wordt er uit 100 euro verkopen een cashflow met bedrijfskarakter gegenereerd van
8,05 euro.
è Stijgend patroon algemeen maar kleine terugval in N2 van de netto verkoopsmarge. Dit
komt door een stijging van de niet-kaskosten want de bruto verkoopsmarge stijft immers
tussen N2 en N1.
è meestal in het tweede kwartiel
X is niet slecht, maar ook niet speciaal goed
Bruto rentabiliteit van de TA voor belastingen = 9,57%
Netto rentabiliteit van de TA voor belastingen = 5,37%
(wegens belangrijke FVA zeer intressant voor X want dit zie je niet in verkoopsmarges)
Eigenlijk maar net genoeg è niet goed
Maar algemeen relatief goede rentabiliteit van X, zowel door de verkoopsactiviteiten als door
de dochterondernemingen.
X weer in 2de kwartiel è ROA niet in staat om het actief naar een hoger niveau te krijgen
Netto rentabiliteit EV na belastingen = 17,93%
è zeer goed è derde kwartiel = betere van de sector
Reden? Beperkt EV van X + kostprijs VV is lager de ROA, waardoor de financiële
hefboomfactor op positieve wijze werkt (in N1 en N3, N2 niet)
Financiële hefboom multiplicator = 5,18 (0,08 in N2)
N1 en N3 è beste van de sector
N2 è slechtste van de sector
Samenvattend X: X heeft een goede rentabiliteit. De commerciële rentabiliteit van de
onderneming is gemiddeld, terwijl de rentabiliteit van het totaal actief goed is en de ROE
schitterend.
7.5.2. Onderneming Y
Bruto verkoopsmarge = 12,82%
Netto verkoopsmarge = 7,46%
è in N3 genereert Y per 100 euro verkopen een cashflow met bedrijfskarakter van 12,82
euro en een netto bedrijfsresultaat van 7,46%. (opm: zeer schommelend over 3 jaar)
è bruto verkoopsmarge dalend over 3 jaar!!!!! (tegengesteld aan sector)
Y moet niet alleen bezorgd zijn over z’n dochters maar ook over haar commerciële
activiteiten
Bruto rentabiliteit van de TA voor belastingen = 7,87%
Netto rentabiliteit van de TA voor belastingen = 5,33% ( - 4,39% in N2, -31,11% in N1)
Y heeft veel FVA è zeer belangrijk
è groot verschil tussen bruto en netto rentabiliteit van het totaal actief in N2 en N1 wordt
verklaard door de grote waardeverminderingen die geboekt zijn op de FVA.
è Heeft de onderneming niet aan winstmanagement gedaan in N3 door het niet boeken van
waardeverminderingen?
è nog vrij behoorlijk in N3 t.o.v. mediaan è uitzonderlijk component geeft vertekend beeld
Netto rentabiliteit EV na belastingen = 5,41% ( -32,55% in N2, -114,40% in N1)
è netto rentabiliteit weerspiegelen de grote verliezen
N3 èLijkt relatief goed maar dit door uitzonderlijke component
è Y = beursgenoteerd è aandeelhouders voldoende rendement?
Financiële hefboom multiplicator = 1,04 / 7,42 / 3,65
De financiële hefboom multiplicator is in de 3 beschouwde jaren groter dan één.
MAAR: in N2 en N1 è ROA < ROE è MAAR 2 negatieve getallen è aandeelhouder
draait op voor verlies
Dus in N1 en N2 kunnen we geen afspraak doen over de negatieve hefboomeffecten betreffen
+ N3 bevindt zich het eerste kwartiel
Download