Inhoudsopgave
Week 1 ............................................................................................................................................................. 2
Opfrisser DM ...................................................................................................................................................... 3
Type 1 ............................................................................................................................................................ 7
Behandeling type 2 ...................................................................................................................................... 11
Week 2 leefstijl ............................................................................................................................................... 14
Leefstijl:.......................................................................................................................................................... 21
Week 4Microbioom ........................................................................................................................................ 23
Artikel microbioom ........................................................................................................................................... 26
Week 5 Metformine ....................................................................................................................................... 28
Week 6 Ziektelast, proms(patient), value based healthcare ........................................................................... 32
Week 5 metformine........................................................................................................................................ 35
Week 7 -diabetes en zorgkosten ..................................................................................................................... 36
Week 1
Opfrisser DM
Doel
Je kunt kennis omtrent epidemiologie, pathofysiologie, symptomatologie, classificatie,
behandeling en complicaties toepassen bij personen met diabetes mellitus.
Twee grote ontwikkelingen:
- Medicijnen
- Glucose monitoring
Def:= chronische verhoging van bloedglucosewaardes al of niet met symptomen.
Glucose nuchter moet <5,6 (100mg/dl)
Willekeurig glucose <7,8 (140 mg/dl)
DM nuchter >7 niet nuchter >11,1 (200)
- Hier tussenin =gestoorde glucosetolerantie =prediabetes.
Ook bij normale mensen zie je pieken als je suikerruik eten eet. Mensen die zelf sensor
kopen hebben we eigenlijk nog geen normaal waarde voor insuline waarde.op basis van
sensor kan je geen DM stellen want geen afkapwaardes
Symptomen.
Classificatie DM
-
LADA is type 1 in oudere bij volwassenen
monogene DM zijn eigenlijk types die overerven via een gen
ADA DM classifactie
GADA lijkt iets meer type 1 en onderste meer op type2
Laatste classificatie WHO
take home:
- Grote groep type 1 en type 2
- Type 2 niet populair (mensen zeggen dat door oorzaken komen.)
- Best veel tussenvormen- veel mensen willen graag precies weten wat ze nu type
hebben
- Tal van zeldzamere specifieke DMvormen diabetes type anders
- Gemeenschappelijk bloedsuiker verhoogd.
Type 1
Insuline
- Humane insuline even goed als menselijke
- In nederland toediening via een pen
= basaal bolus regimen (MDI)  kort
durende en langwerkende insuline geven voor de maaltijden kortwerkende BOLUS en na
maaltijden de langwerkende (basaal)
Je kan ook contineu insuline geven
via een apparaatje
- Nadeel apparaatje hele tijd
aanjezelf 40 procent type 1
gebruikt pomp.
Toediening gaat subcutaan normaal
gaat dit via portale systeem.
- Vertraagde absorptie
- Relatieve systemische
hyperinsulinemia en
hepatische hypoinsulinmia
- Gewichtstoename
AGP raport  getallen hoe glucose gemiddeld is, zat die laag, of te hoog  kijken hoe
iemand is ingesteld
We willen van CGM naar closed loop  automatische insuline infusie
Behandeling type 2
= HVZ risico verlagen
- Suiker managen
- Bloeddruk managen
- Lipiden manegen
- Nierfunctie
10 kg afvallen heeft veel effect op risico
5 % gewichtsverlies  gezondheidswinst
10%  voorkomen DM
insuline richtlijnen:
- Insuline geven als met 2-3 orale middelen het behandeldoel niet wordt gehaald
- Insuline is meest efficiente manier op HbA1c waarde naar doel te krijgen  basale
insuline eerste stap als dat niet werkt kortwerkende insuline aan de behandeling
toeveogen
- Nadelen zijn: injecties en leid tot gewichtstoenamen en kan sop hypoglycekiem
Contineu meting met sensor
Week 2 leefstijl
Simpele visie= overgewicht als meer energie lichaam in komt als uit gaat.k
1kg vet =8000 kcal
Bij aankomen/afvallen veranderd basale energiebehoefte =weight stimulator
Als je 100 kcal meer eet en dit 5 jaar lang doet  zal je niet lineair omhoog gaan je basale
verbruik gaat ook omhoog. Er zal een evenwicht optreden uitelkaar. Dus grootste
veranderingen is eerste jaar grootst.
Waarom is niet iedereen dik?
- Verschillen zijn deels genetisch bepaald
- Tweelingstudies intrapair correlatie coefficient van BMI helft wordt genetisch
bepaald.
- Ook omgevingveranderingen.
- 1% genetische variatie pas verklaard. gemiddelde overgwicht persoon valt weinig
over te ontdekken.
Andere hypotheses:
- Tempratuur beinvloeding (kachels)
- Minder slaap
- Microbioom
- Stress
- Soicaal netwerk
Psychisch en medicatie
- Antidepressiva zijn dikmakers of moeilijk om af te vallen
- Beta blokers
- Pijn medicatie
- onstekingremmers
Leefstijlverbetering
Overheid 
- verbieden, reguleren , taxen, nudging(geen kortingen meer op alchohol, alchohol vrij
wel) , inform, industrie afspraken , zelf uitzoeken induvidueel
- preventie akkoord (niet effectief gebleken)
Helpt levenstijlinterventie
Depositiocontracten
- stick werkt beter dan carot
medicijnen
- BMI 35-40 en meegedaan aan levenstijlinterventie
Als we levenstijl ten gunste kunnen veranderen vermindert dat de kosten op korte termijn.
Alles wat wij medici doen is kostenverhogend.
neuropathie
Dikke vezels  verlies gnostisch (proprioceptie)
Dunne vezels  vrlies vitale (aanraking,pijn en temp)
Juveniele DM= type 1
Geneesmiddelen type 2
SGLT2-remmers (plaspil)
GLP1-analogen
 minder glucose opnamen in nier
 middelen die reductie van HVZ
Metformine
-  verlaging bloedglucose door remmen gluconeogenese, glycogenolyse en omzetting
van lactaat  glucose (in de lever remmen van complex 1 in mitochondrieen)
-  verhoging van insulinegevoeligheid in spiercellen
SU-derivaten
- stim afgifte van insuline door betacellen door sluiten ATP K kanaal in
pancreascellen (werkt dus niet bij type 1 want daar zijn de betacellen kapot.)
- ++goedkoop
- -- bijwerking is kans op hypoglycemieen
- -- uitputting pancreascellen
Alpha glucosidase remmers
-  remmen afbraak koolhydraten hierdoor wordt opname van glucose meer gespreid
(niet veel gebrukt in nL
- -- door meer koolhydraten in darm achterblijven  gasvorming
Thiazolideionen
-  verbeteren insulineresitentie vetweefsel  meer subcutaan vet en minder
visceraal vet
- -- trage werkingsduur
- Effect op patienten met fatty liver ziekte
Als je glucose drinkt, krijg je extra hulp
van je darmen via incretines → meer insuline.
Bij DM2 werkt dit incretine-effect minder goed, waardoor de insulinerespons lager is
Dus samengevat stappen voor behandeling DM2
- Leefstijl
- Metformine (voor hoogrisicopatienten advies: SGLT-2 remmers)
- SU-derivaten
- Insulinetherapie met alternatief voor SU een DPP4remmer (remt de afbraak van GLP1
waardoor hogere insulinesecretie en lagere glucagonproductie of GLP1 agonist
- Anders andere middelen
Bij zwangerschap zullen er meer hypo moeten worden geaccepteerd omdat optimum lager
liggen.
Snelwerkende insuline
Om insuline analogen nog optimaler te maken
- Jet injectie (zonder gebruik van naalden dmv hoge druk
- Verwarming van de huid
- Toevoegen van hyaluroidase
- Farmaceutische modificaties
Langzaamwerkende insuline:
Om snachts stabiele glucose te handhaven  resorptie uit subctuna weefsel vertraagd
hierdoor duurt de werking van insuline langer en meer geleidelijk
Vertraagd door:
- Zink
- NPH
Nadelen zijn zink kan niet in een injectiepen, opnamen vanuit subcutane weefsel en dus der
werking is erg variabel
NPH insuline heeft een grote variatie per personen.
Alternatieve NPH
- Glargine = zure pH.
- Detemir  subcutane ketonvorming en binding aan interstiteel albumine
Bij type 1 wordt dus naast kortwerkende insuline ook langaam werkende gegeven met name
glargine. Bij toepassing van een pomp wordt alleen kortwerkende insuline gebruikt.
Bij type 2 soms insluline stappenplan:
- Insuline starten bij onvoldoende glucose reg
- Orale middelen handhaven als mogelijk is
- Dosis geleidelijk ophogen op basis van nuchtere glucoseconcentratie
 start vaak met basale insuline (eenmaal daags langwerkende
Toekomst:
- Leverspecefieke insuline
- Smart insuline betere werking bij hogere glucose
- Alt toediening: intrapulmonaal, intranasaal, oraal, transdermaal
Basale bolus =toediening van insuline
- Pen: langzaamwerkende insuline in bloed
- Pomp: contineu kortwerkedne insuline met een extra bolus na een maaltijd
Leefstijl:
1kg vet= 8000 kcal
Tweelingstudies
- Eeneige die in aparte omgeving opgroeien  toch vergelijkbaar gewicht vertonen
- Verband tussen twee gewichten van BMI is het intrapair correlatie coeff
- Eeneige tweelingen lijken meer op elkaar kwa gewicht dan 2eige tweelingen 
genetische aanleg benadrukken.
- 50% gen en 50% omgeving 1 % gen is ontdekt du moielijk een medicijjn voor.
Verklaringen voor overgewicht
- Genetisch
- Omgeving
- Sociaal netwerk
- Stress
- Microbioom
- Virussen
- Slaao
- Medi
- Hormonen
Verschillende oorzaken obesitas:
Medicijnen die overgewicht veroorzaken:
- Antidepressiva, epelepsie, corticostroriden, B-blokkers, insuline
Sinds 2019 basisverzekering leefstijlinterventie vergoed, gedragsverandering om leefstijl
blijvende te veranderen.
Effecten:
- 3% gewichtsverlies pas vanaf 5% gezondheidsvoordelen
Gewichtsverlies medicijnen
- Saxenda (liraglutide soort van incretine vergoed voor 35 met comoribidetien of >40.
Ook mag je geen DM2 hebben of maagverkleining aanmerking komen.
- Mysimba (bupropion en naltrexon)
- Tirzpatide is een insuline bevorderen toch?/ hoe kan dit dan zorgen voor afvallen??
Meeste effect 20%
Zorgkosten zullen op korte termijn afnemen maar toenemen op lange termijn. Omdat de
laatste levensjaren het duurst zijn
Week 4Microbioom
Microbioom onderverdelen in
- Fylum, klasse, orde, familie, tribus, geslacht en soort
- Tijdens geboorte de eerste overdracht tussen moeder en kind, na de geboorte
kolonisatie van darm plaats, over de rest leven is et stabiel en individueel
verschillend.
- Samenstelling  ziekte en homostase van lichaam
- Vertering vezels  bacterieen oomzetten in korte keten vetzuren ( butyraat, acetaat
en proprioaat)  goed voor gezondheid.
- Microbioom voeding  opnamen voeding
- Pre  groei bacterieen, pro zelf baccterieen toevoegen en antibiotica
- Elk indi heeft 4-600 verschillende soorten darmbacterieen  3 miljoen genen. 30
hiervan zijn over de hele bevolking t evidnen de rest is variabel per indi
Bekenste bacteriestammen
- Firmcitus bv lactobacillius (grootste groep onstekingremmend ; faecolibacterium
prausnitzi maakt butryaat
- Bacterodtets gram negatief, veel ziekteverwekkers
- Actinebacteria (minder voor vooral nuttige bacterieen zoals bifidobacterieen denk
aan yoghurt bacterieen)
- Proteobacteria (weinig voor, veel ziekteverwekkernde soorten zoals Ecoli en H.pylori
Dieeten  verandering microbioom
- Vegatarisch
- Voedingsgvezels
- Eenzijdig dieet
Impact hypoglycaemie
- Inflammatie  HVZ ziekte
Glucose variatie
RWD  RWE
Microbiota welke bacterien zijn er
Mircrobioom = wat doen de bactrieen.
Diversiteit
Alfa = variatie binnen een sample (rijkheid en diversiteit zoveel mogelijk beestjes in beste en
je wilt gelijk verdeeld)
Beta = variatie tussen samples (meerdere samples met elkaar vergelijken)
Specefieke groepen en wat doen die groepen
Afa diversiteit zal stijgen dus de
rijkheid van vcaterieen zal gedurende leven omhoog gaan. terwijl beta div neemt af
(stabiliteit) neemt want af gedurende leven
Obesitats
- Firmicutes (na dieet omlaag gaat ongezonder bacterie)
- Bacteroidetes (gezonde bacterie want gaat omhoog bij dieet
Functie bacterien:
Poeptransplantatie is alleen echt effectief bij clostriium.
IF= maat om te kijken hoe goed een tijdschrift is. hele goede hebben hoge IF.
Artikel microbioom
110 patienten met T2DM (18-70jaar) goed ingesteld
(sample size calculation??)
Dubbelblind, gerandomiseerd studie 3 maanden behandeling
Intention to treat
Figuur 1 vaak flowchart
Tabel 1 vaak basline statestieken klinische en demografische gegevens
Verschil tussen CI en P waarde
Boxplot gebruik je voor continue waarden die niet normaal verdeeld zijn en anders een
staafdiagram
Alfa diversiteit  verschil binnen samples
Beta diversiteit  verschil tussen samples
- Principal component analyses  als cirkels overlappen geen verschil en niet
overlappen wel verschil
Heatmap correlation analysis
- Rood is negatief
- Baluw is positief correlatie
Statistiek sperarman. Met sterretjes kan je zeggen of er ook een
significatie is
P< 0,05 is een sterretje en 2 is onder de 0,001
Week 5 Metformine:
Twee principes belangrijk:
- Mechanisme based
Werkingsmechanisme met effect en bijwerkingen onderzocht.
Effect op individu en onderzoek beslaat surrogate =zachte eindpunten.= marker die kan
samenhangen met een echt klinisch eindpunt/
- Bloeddruk, chlestrol
- Harde eindpunten zijn niet altijd geod mogelijk
- Goede correlatie met harde einpunten minder patienten nodig om verschillen aan
te tonen
- Nadeel is dat er soms meer nadelen verbonden blijjlen te zijn
Bij DM onderzoek zijn surrgogate
- HbA1c en cardiovasculaire markers zoals bloeddruk en lipiden zachte eindpunten
- Basis voor individuele farmotherapie
- Evidince based= harde eindpunten zijn klinische studies
Objectief te meten zoals overlijden en complicaties dit vormt de basis voor richtlijnen en
protecollen.
- Nadeel vaak weinig van deze events hierdoor heb je meer patienten nodig en langere
follow up
Een combi is het beste
- Metformine is vooral evidence based en neit mechanism based
Mechanisme metformine
- Remmen gluconeogenese normaal in de lever door enzym AMPK te activeren deze
kan dan transcriptiefactoren remmen die bij gluconeogenese betrokken zijn
Bijwerkingen
- GI klachten
- Zeldzaam lactaatacidose bij nierproblemen
- Ene patient goed werken andere veel bijwerkingen  farmacogenetia
- Patientgebonden verschillen in farmocodynamiek en kinetiek ADME (belangrijkskte
genetische variatie in werking  verschil in transports voor distributie in weefsels en
organen
Type 2
Elke keer als je wat doet bij een DM paient  resistentiepatroon.
Behandelen DM
- Voorkomen micro vasculaire, macrovasulair leiden CVD
In toom houden glucose snel effect op micro maar langzaan effect op macro
Vroeger richtlijnen
- Metformine
- SU
- Insuline alternatief DPP4 remmer of een GLP-1 agonist
Voor menen met zeer hoog risico op HVZ
- Geef veel sneller SGLT-2 remmers. Als stap 1
- Metformine
- GLP-1 agonist




AP
ACS
Tia beroerte
Slechte nierfunctie
Richtlijnen nu
- Metformine
- SU
(individuele medicijnen en niet perse insuline)
Shared decision making 6 stappen farmocotherapie
- Wat is probleem
- Wat is doel behandeling
- Wat zeggen richtlijnen
- personaliseren
- Plan maken
- Follow up
Mechanisme bases  EBM
Mechanisme besed
- Pathofysiologie farmacologie
- Effect op individu
- Surrogate eindpunten =zachte
- Basis voor indivudele therapie
EBM
-
Populatie studies en RCT
Gem groepseffecten
Harde einpunten (dood, hoeveel hartinfarct)
Basis voor richtlijnen
Vooorbeeld is GLP-1 analoog
Metformine
- Mechainsme
- Zachte eindpunten
- Bijwerkineg. GI(diaree, nierinsuff gevaarlijkse lactaat ocidose
Biguaniden-metformine
- Lever naar mitochondireen  vermindering glucose aanmaak en stijging lactaat.
- Via AMPK enzym  gunstige metabole effecten, verbetring microbioom
SU
-
Werken op betacel en alvleesklier  betacel door kaliumknaal geprikkeld  insuline
afgeven. SU derivaten stimuleren dit knaaaltje  meer insuline
- naddeel hypos
Thiazolidine dionedervaten
- Minder bijwerkingen metformine, maar dit was uiteindelijk niet zelfs schadelijker.
- Vehrogen insuline gevoeligheid spieren en lever.
Incretines (GLP-1 analogen en DPP4remmers)
- Orale glucose toenamen zal betacel meer insuline geven dan IV. Er is iets in de darm
dat dit prikkeld. Bij DM is de incretine verminderd.
- Als je GLP-1 afval medicatie
- Kans op HVZ neemt hierdoor af
SGLT2 rememrs
- Werkingen door verhoogde renale glucose excretie in disatle tubulis
- Gewichtsverlies
- Goed voor hVZ is een diureticum
SGLT1 remmers  heropnamen glucose in darmen nadeel is diarree, en bacterieen zullen
glucose omzetten in gassen. Dus niet op de markt gekomen.
Week 6 Ziektelast, proms(patient), value based healthcare
Zorgkaart nederland  overzicht informatie hoe goed zorg is bij instellingen.
Dimensies van kwaliteit
 instittue of medicine IOM
- Veiligheid
- Effectiviteit
- Patientgercht
- Tijdigheid  optijd zorg leveren wachtijden
- Efficientie  kosten beperken
- Gelijkheid/toegankelijkheid
Kwaliteitsindicatoren:
- Meetbare aspecten van zorg waarvan in wetenschappelijk onderzoek is aangetoot od
door consensus van deskundigen aannemlijk is gemaakt dat ze aanwijzingen geven
voor de kwaliteit van zorg. (sterfte cijfers) wat zijn de uitkomsten van de zorg en wat
leer je hiervan.
Drie typen:
- Structuur (voeding ziekenuis, bedden, aparatuut etc…)
- Proces (logopedist goede oefeningen, fysio etc…) protecollen, richtlijnen
- Uitkomst (doel wat patient wilt bereiken)
Waardegereven zorg= kwaliteit/ kosten
Denken vanuit economisch perspectief om onderlinge verschillen tussen ziekenhuizen te
verminderen (amerika)
Klinische uitkomsten
Specefieke Indicatoren
- HBac1
- Longfunctie
Generieke indicatoren
- Sterfte cijfers
- Heropnames
- Complicaties
pROMS(patient outcomes0
- PIJN
- Gemoedstoestand
- Paid vragenlijst (DM)
PRO is een patient reported outcome = pijn
Prom= meting NRS bijvoorbeeld
PRO-PM= performing meting % patienten dat boven 2> punten vooruitgaat
(kwalitetisindicator)
Toepassingen PROMS op drie niveau’s
- In prakitijk voor diagnostiek behandeling en evaluatie van individuele patienten
- Gebruik op groepsniveau voor interne kwaliteitsverbetering
- Als uitkomstindicatoren voor externe transparantie (gezondheidzorg inspectie)
hoe maak je een indicator
IF(bij deze patient/in deze situ) ….. ThEN(moet je dit doen)….. BECAUSE(er bewijs is dat
kwaliteit verhoogt)
Week 5 metformine
-
Week 7 -diabetes en zorgkosten
Meeste geld naar ziekenhuizen 30 miljard
Mentale en gedrag ziekte grootste kostenpost  ouderenzorg dementie en alzheimer.
Als tweede spijsverteringziekte  tandartszorg
, Hart en vaatziekte, kankers
Indirecte kosten zijn groter dan de directe medische kosten bij DM
 Preventie van DM
- Nationaal preventieakkoord (weinig effectief)
Dure geneesmiddelen en hulpmiddelen.
WRR  houdbaarheid zorg onder druk
- Hebben we middelen?
- Mensen?
- Voldoende draagvlak?
Hoe werkt zorgstelsel:
- Solidariteit hoge inkomens betalen mee aan lage inkomens
- Regio sol, opleiding sol, inkomens sol, risico sol, ziekte sol, leeftijden sol
- Gezond persoon  6000 d.m.v. nominale zorg premie 1/5 van zorgkosten,
werkgeverspremie (voordat je loon krijgt), algemene belastingen
- Patient 75000
Inkomenssolidariteit zorg is neutraal
Collectieve financiering:
Zorgstelsels
- ZVW zorgverzekeringswet (ziekenhuisozrg, eertse lijn, wijkverpleging, kortdurende
GGZ)
- WLZ langdurige zorg (verpleeghuize, gehandicapte, langdurige)
- WMO (jeugd, medische hulpmiddelen, welzijn
ZVW =beleidstheorie gerugeleerde concurentie
- Concurentie met regulering van overheid als het niet lukt.
Betalen ziekenhuiszorg?
Bekosting per diagnose overbehandeling
Bekostiging door budget geeft prikkel om minder te doen binnen budget
Selectieve contractering  zorgverzekeraars maakt keuze welke zorgaanbieder je een
contract geeft
- Natura polis
- Restitutie polis
Vrije artsenkeus
- Hinterpaalcriterium
Onderhandelingen over hele ziekenhuizen in plaats van budgetten.
Selectieve contractering  geeft een rem op kostengroe
In theorie weinig prikkels voor ziekenhuizen om te verbeteren, omdat in praktijk
onderhandeld wordt over totaalbudget.
Ziekenhuisbudgetten
- Openeindregeling  geen budget limiet  prikkels tot overprudctie
- Aanneemsom =lumbsom
 prikkels tot onderproductie
- Omzetplafond  declareren tot een maximum je wilt tegen maximum zitten en niet
meer
 vraagt om planning en controle en prikkels patientenstops, eindejaarseffecten
- Afslagplafond of staffelplafond  is hetzelfde alleen als je over max gaat krijg je nog
wel wat geld maar veel minder
 prikkels: overproductie tot MC administraive lasten
ziekenhuizen hebben weinig prikkels om de kosten te beperken en daardoor minder inzetten
op preventie, want je verliest die DBC van patienten als je patienten voorkomt, want je
verdiend een budget per persoon.
- Aanneemsom is onafhankelijk van hoeveel patienten je ziet als ziekenhuis. Dus als je
minder patienten ziet dalen je inkoms niet. Echter dit is Voor de zorgverzekeraar
minder aantrekkelijk
Strategieen:
Value bases healthcare
- = ziektespecefiek 
- alles achter elkaar op elkaar afstemmen 
- Marketing idee competitie
Tripple aim
- Persoon gericht
- Circular dus meer op populatie niveau zorgen dat populatie gezonden te maken liefst
buiten ziekenhuis houden.
- Collabaratie idee marketing
Nadelen:
- Inversteringen nodig van zorgverzekeraars.
Nederland bepalen medisch specialisten of zorg wordt geleverd als het bewezen effectief is.
Uitzondering
- Dure geneesmiddelen
- Extramurale geneesmidden
 hierbij bepaald de minister die zich laat adviseren door ZIN zorginstitutt
40-80 000 per qually
Innnovaties DM
- Kosteneffecitvieit is is lager als je het gebruikt voor een grote groep mensen. Omdat
de meest gemotiveerde mensen mee doen aan een interventie. Hawtrhorne effect
Deliberatieve processen als zorginstuut beslissing maakt is dit een openbare vergadering
waarin iedereen een standpunt kan geven via stakeholders
- Medische beroepsgroep
- Patienten
- Farmaceutische industrie
- Zorgverzekeraas
Mensen type 2 DM 80-90% overgewicht
Overgewicht mensen  20-30%
Aandoeningen geassocieerd met oergwicht
- Hypertensie
- HVZ
- ONAS
- Artrose
- Reflux
Dieetrechtingen bij DM
- Ketoogeen dieet  snelle gewichtsreductie, etere glycekische controle
- Risicos tekort voedingstoffen, moeilijk vol te houden, hypoglycekmieen bij
medicijnen
- Maaltijdvervangers
Aanbevolen dieet bij DM-2 =
Nictiz digitale zorg
Digitalization proces informatie maken
Digitalizatation
Digital transformation
WEGIZ wet  zorgaanbieders verplichten om medische gegevens elektrornisch uit te
wisselen om patient sneller te helpen en kans op fouten is kleiner.
Disruptie dititale onwtikkelingen
Golden triangle
- People
- Proces
- Technology
Mensgericht innoveren
Innovatie= waardecreatie (doen wat er voor dagelijkspraktijk invloed heeft)
- Wenslijk
- Levensvatbaar
- Haalbaarheid
De leervragen waar je antwoord op moet vinden zijn:
1. Welke definities bestaan er binnen Nederland van de term ‘e-health’?
2. Welke belofte maakt digitale zorg nu al waar en waar ontbreekt nog bewijslast?
3. Wat maken ontwikkelingen zoals ChatGPT waar in de zorg?
4. Hoe verschilt het ‘omkeren van diabetes (type 2)’ van traditionele zorg?
5. Wat is het verschil tussen de termen ‘digitisering (vrij vertaald uit het engels), digitalisering
en
digitale transformatie in aanpak en resultaat?
6. Wat zijn kernconcepten van het framework ‘Design Thinking’ dat we in het college
‘mensgericht
innoveren’ noemen.
7. Hoe kan je het ELSA-model (ELSI in VS) gebruiken om opkomende technologie te
interpreteren?
Digisering papier naar computer omzetten dus digitaal maken proces is nog niet
aangepast impact beperkt.
Digitalisering  procesen eenvoudige maken door digitale technologie. Ompact als mij op
gebruiker is groter effect op resultaat van prpces (toegangkeliker maken zorg) je kijtk naar
gehele proces
Digitale transformatie terug naar kern wat hebben je gebruikers nodig en hoe sluiten we
hierop aan. Als patienten zorg nodig hebben veel vragen over gezondheid  nieuw proces
inrichten. Wat hebben mensen nu nodig en vanuit daar processen inrichten.
Nichtiz, rijksoverheid
- Nuance tussen verschil staat in bronnen
Alchohol remt de gluconeogenese  bij DM patienten hierdoor krijg je een hypo.
Exploratieve analyse=
- Nadeel :gerappoteerde resulaten betreffen deelnemersdie het programms hebben
voltooid stat power wordt kleiner
Onderdelen levenstijl.
Passende zorg:
- Zorg die meer gaat over gezondheid en minder over ziekte
- Zorg die samen wordt beslist door zorgverlener en patient
GLI (gecombineerde leefstijlinterventie)
Personen
- BMI tussen 25-35 met buikomvang (vrouwen 88cm en mannen 102)
- BMI tussen 25 en 35 en een of meer ziekte die met overgewicht samenhangen
- BMI vanaf 35
Onderdelen
- Adviezen over voeding en bewegen
- Psychologische interventie ter ondersteuning van gedragsverandering
Resistent zetmeel laat bloedsuiker waarde minder hard stijgen door
- Dit zetmeel wordt maar voor een klein deel opgenomen in de dunne darm
- Leidt tot sneller verzadigd gevoel
Openlabel studie is omgekeerd van een geblindeerde studie
 behandelaar en deelnemers weten welke behandleing ze krijgen
- Informatie bias
Randomisatie
- confounding
Self selected studie
- Deelnemers kiezen zelf of ze mee doen dit zorgt ervoor dat meer gemotiveerde
deelnemers meedoen  overschatting van resulaten
Onderzoeken genetische factor bij darm microbioom
- Tweelingen die niet bij elkaar wonen
- Gezinsleden die wel of juist niet bij elkaar wonen.
Nadeel glucagon= instabiel en moet dagelijksvervangen worden.
Monosachariden
- Fructose
- Glucose
- Galactose
- Dextrose
Disacharide
- Sacharose( rietsuiker)
- Lactose
- Maltose (planten)
Digitalisering:
-
Mening patienten digitale zorg minder goede kwaliteit zorg
Werknemers verhoogde werkdruk
Upcoding= extra geld door extra ligdag of gesprek om zo een hogere DBC te krijgen
Cherry picking= aalleen de makkelijkst lage risico patienten kiezen
Evergreening= verlengen van patenten van mdicijnen door kleine aanpassingen
Taakherschikking  verschuiven van taken naar andere zorgverlener
Oefentoetsen:
Dm is duur omdat
- DM hoge prevelentie
- Mensen met DM hebben veel comorbiditeiten
WEGZiZ wet  beperkte uitwisseling van gegevens die momenteel ook beschikbaar is.
Alchohol  remt de glucneogenese
- Bij DM mensen krijgen ze een hypo
HbA1c is hoeveel glucose gebonden zit aan albumine elke 3 maanden meten.
Ecolli is een normale darmbactrie
WEBER
Normaal
Conductief  naar aangedane oor
Persepteif  naar contralterale kant
Rinne is er een geleidingstoornis
- Condurctief  negatief want geleiding gaat niet
- Bij perspectief  postief net als normaal gehoor want niks mis met geleiding
Aanvullend onderzoek
Scan voor bot CT
Weke delen MRI
Tymponometrei  beweegelijkheid trommelvlies (vocht, gehoorbeen keten )
Stapediusreflexmeting ( stap zit vast aan stijbeugel bij hard praten of zelf aan praten dan
trekt die aan ter bescherming van harde geluiden tegen lawaai.
Oto akoestische emissies  babys geluid in oor zende wachten op reactie in cochlea (puur
iets over chochlea werking)
BERA als OAE negatief is dan doe je deze test per fequentie testen of coclea doet.
ENG(evenwichtsonderzoek) stoel
Twee lijnen onder elkaar is de laagste altijd conductief
aandoeningen
Otosclerose (botgroei van rotsbeen kan stapes vastzetten ) conductief gehoorverlies (kan
beiderszeijds stapediureflex afwezig zijn doordat dit een erfelijke aandoening en meeste
mensen krijgen het bijderzijds)  CT scan doen als vervolg onderzoek
Ketenluxatie is conductief gehoorvlies door een trauma voorafgaand
Lawaaitrauma is altijd perceptief
Behandelingen
Conventionele hoortoestel (zachte geluiden luider maken
Beengeleiding conductief gehoorverlies met een verlies van 35 Db (middenoor wordt
ontwijkt)
Operatie aandoening goed behandelen meer risicos
CI  perceptief gehoorvlies als de cohclea niet meer goed is. om in aanmerking te komen
moet je een hele slechte gehoor hebben.
Corticoisteroiden geef je bij een sudden deafness
MRI scan maken bij een overweging bij een brughoektumor(langdurige gehoorklachten
eenzijdig )
Brughoektumor= swannoom op zenuwschede tumor. Cochleavestibulum
- Als je deze tumor eruit haalt  kapotte zenuw (tenzij op de hersenstam drukt)
- Dus MRI scanner wait en scan beleid
Closed loop systeem
- Real time glucose sensor
- Doserings allgortime
- Insuline pomp
NIcTIZ
- Digitale zorg ofwel e healthdef: is toepassing van zowel digitale informatie als
communicatie om gezondheid en gezondheidszorg te ondersteunen en of te
verbeterne.
Digitisering papier naar digitaal maken
Digitaliseirng  digitale tools gebruiken om processen te verbeteren (EPD)
Digitale transformatie  hele manier van werken veranderen met digitale technologie (AI
diagnoses)
Drie succescriteria mensgericht innoveren:
- Haalbaarheid
- Levensvatbaarheid
- Wenselijkheid