Geschiedenis aantekeningen 04-09-2012 t/m 10-10-2012

advertisement
Geschiedenis aantekeningen 04-09-2012 t/m 10-10-2012
04-09-2012
Leopold von Ranke in de 19de eeuw
´Wie es gewesen ist´ => Hoofdvraag dit jaar
Traditie=>tradere => overleveren = dat wat overgeleverd wordt van generatie op generatie
Klassiek: dat wat een voorbeeld is voor later.
Klassicisme = pleonastisch
05-09-2012
Klassiek => classis => klasse => kwaliteit =>dat wat een eigen klasse en kwaliteit vormt.
NB: etymologie = woordgeschiedenis
Klassieke Oudheid
Grieks-Romeinse cultuur in de 5de en 4de eeuw voor Christus (500-300 v. Chr.): dat en
wat de Grieken/ Romeinen ervan meemaakten.
Een Romeins beeld is vaak een kopie van een Grieks beeld.Griekse stijlen van de
beeldende kunst. Architectuur komt nog bij kunst. Beelden, schilderijen, fresco's (= soort
muurschildering met mozaïek => het pleisterwerk is nog nat bij het maken van een fresco).
Stijlperiodes
1) De archaïsche periode (voor 500 v. Chr.)
2) Klassieke periode (500-300 v. Chr.)
3) Hellenisme (vanaf ca. 300 v. Chr.)
ad 1) De archaïsche periode (voor 500 v. Chr.)
Egyptische voorbeelden
A. Kouros (= een standbeeld van een jonge man):
Statische kunst, weinig beweeglijk.
B. Kore (= een standbeeld van een jonge vrouw).
Kouros
(bron:http://www.caitloon.com/
anavysos_kouros_funerary_stat
_hi.jpg)
Kore
(bron:http://www.vanwoerkom.net
/silvia/kunst/kore.jpg)
Zowel A als B staat met de armen naar beneden en
een domme glimlach op het gezicht. Deze beelden zijn geïdealiseerd (´mooier gemaakt´).
ad 2) Klassieke periode (500-300 v. Chr.)
Variatie in houding, beweeglijker dan in de archaïsche periode. Straalt nog wel
waardigheid uit, dynamischer (vaak waren het sporters die werden afgebeeld).
ad 3) Hellenisme (vanaf ca. 300 v. Chr.)
Overdreven houdingen => gemaniëreerd (= aanstellerig, kunstmatig)
De kunstenaar kan ook opscheppen (hoe alles is in moeilijke houdingen bijvoorbeeld) door
dit te laten zien in zijn beelden. Er is invloed van oosterse kunst (dit komt door Alexander
de Grote, die de wereld ging veroveren).
Standbeeld, beeldengroep, reliëf (= hoogteverschil)
Borstbeeld (stond op zuiltje).
Reliëf:
1) Bas-reliëf
2) Haut-reliëf
NB: Haut-reliëf is duurder dan Bas-reliëf. Het verschil zit hem in hoe diep het is uitgehakt.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
11-09-2012
Portretbuuste = een hoofd waar nog een stukje borst bijzit; een borstbeeld.
De hoofden van keizers waren afgebeeld op munten. Deze hoofden waren vaak
geabstraheerd (= abstract(er) gemaakt; de kern wordt benadrukt door vereenvoudiging).
Abstracte kunst is vereenvoudigd en soms onherkenbaar. Abstract vs. figuratief.
Abstracte kunst kun je niet van de Grieken/ Romeinen verwachten, maar wel
abstraheringen!
Romeinen hebben vooral de kunst van de Klassieke Periode overgenomen. Het
Hellenisme (in het oosten) was echter ook bekend bij de Romeinen, hoe? De Romeinen
hebben de hele Hellenistische cultuur, inclusief Egypte (NB: daar was graan!) veroverd.
Isistempel => Isis was een Egyptische godin (godin van de vruchtbaarheid en de rijkdom),
zuster van Osiris (heerser van de Onderwereld) en tevens zijn vrouw. Bij veel farao's is er
inteelt (= ´kruisen binnen een familie/ soort´). Osiris werd Koning van het Dodenrijk, omdat
hij niet ´levend genoeg´ was voor de aarde.
NB: cultus = de eredienst rondom een bepaalde godheid (´de Isiscultus bv.)
De Isiscultus was in de 1ste eeuw v. Chr. heel populair, vooral bij de vrouwen. Isis was ´de
Oprah Winfrey van haar tijd´.
Religie vs. geloof
Geloof = Persoonlijk, hoeft niet georganiseerd te zijn.
Religie = Een georganiseerd geloof (bv. kerk), nooit alleen (met regels)
NB: Iets-isme: Ik geloof dat er iets is (bovennatuurlijke kracht o.i.d.)
NB: Theo van Gogh zei: ´Ik heb mijn eigen geloof´
NB: Godslastering = blasfemie = heiligschennis
NB: Gerard Reve schreef ´De Avonden´ (over Jezus, waarin hij hem belachelijk maakte)
Griekse chronologie wat betreft kunst
vóór 1200 v.Chr.
Mythische tijd
NB: Mythe = een (oud) volksverhaal met een vermoedelijk ware kern.
Een sage is een oud volksverhaal en verzonnen, maar bevat vaak wel een kern van de
waarheid.
NB: Een historicus analyseert verhalen en haalt de ware kern van mythes eruit (het
doorprikken van mythes). Historici zijn ´de Mythbusters van de verhalen´.
Een mythe uit WOII bijvoorbeeld: de mythe van de Befehlsnotstand. ´We hadden geen
keus, we volgden de Führer en moesten van hem Joden neerschieten´. De ware kern is
dat je tot op zekere hoogte kunt weigeren.
Ontmythologiseren = het doorprikken van een mythe.
Welke gebieden beheerste Griekenland vóór de poleis? => Kreta => Minoïsche mythe
De Minoïsche mythe wordt overschaduwd door de mythe van Mycene.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Griekse chronologie wat betreft kunst
vóór 1200 Mythische tijd
- Minoïsche cultuur op Kreta
- Cultuur van Mycene
ca. 1200 v. Chr.
Dorische volksverhuizing
Doriërs en Ioniërs
De Doriërs kwamen uit het noorden en zakten af naar het zuiden.
De Ioniërs gingen naar de westkust van Azia-minor.
12-09-2012
Figuratieve kunst = detailvol.
NB: Allah = Jehova = God
Donkere eeuwen: vanaf 1200 tot ca. 800 voor Christus
frictie = wrijving
Anachronisme = een fout in een tijd (an(a) = niet; chronos = tijd)
Een voorbeeld: Napoleon smste voor versterking.
Kronos/ Chronos was de god van de tijd (Saturnus bij de Romeinen).
Vanaf 800 v. Chr. werden de poleis (= stadstaten) gesticht.
Soeverein: niets boven je, de hoogste macht
Autonomie: zelfwettigheid/ zelfbestuur; je maakt je eigen wetten (autonomie zit onder
soevereiniteit).
De iure/ de facto: de iure heeft het volk de soevereiniteit.
Autonomie wordt geassociëerd met deelstaten.
NB: Provincies hebben weinig te regelen.
Vanaf 750 v. Chr. begint de Griekse kolonisatie (=> koloniseren = overzees vreemde
gebieden veroveren).
De koning van Mycene had belangrijke gebieden en steden verslagen en die steden
moesten dan schatting (= tribuut = 'belasting') betalen. Tribuut = het geld dat de
overwonnenen betalen aan de overwinnenden (vaak jaarlijks terugkerend; een soort
reparatie/ herstelbetaling)
Waarom zijn er 700 stadstaten ontstaan in Griekenland en maar 1 in Egypte?
Griekenland heeft allemaal eilandjes, dus kunnen die eilandjes makkelijk onafhankelijk
zijn. In Egypte waren er niet zulke natuurlijke grenzen, zoals de bergen in Griekenland bv.
In Egypte ´kun je je niet verstoppen´. De Nijl verbindt iedereen; het is geen grens, maar
een verbinding.
De zee en bergen in Griekenland zorgen dus voor onafhankelijkheid. Alexander en
Phillipos (beide Macedoniërs) zorgen ervoor dat Griekenland een eenheid wordt.
De Grieken slaan hun vleugels uit over het Middelandse Zeegebied om het te veroveren.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Demografie = de studie van de bevolkingssamenstelling. Eerste vraag? Is het een
groeiende of dalende bevolking? NB: In deze tijd groeiend in Griekenland!
Er is weinig graan in Griekenland, maar er zijn veel wijnranken en olijfbomen (die vinden
de bergen juist fijn om tegenaan te groeien, waar graan dat helemaal niet heeft),
daarnaast is ook geitenkaas een belangrijk Grieks product. De Griekse bevolking heeft
echter wel graan nodig! Zeker bij een groeiende bevolking! Dus de Grieken gaan
daarheen waar graan te vinden is, en de overschotten gaan naar het moederland (handig!)
Griekse kolonies vanaf 750 v. Chr.
- Waren onafhankelijk van Griekenland, maar hielden wel contact
- Werden soeverein bestuurd
Kolonies na de Middeleeuwen
- Waren afhankelijk van de ´veroveraar van de kolonie´
- Waren ondergeschikt aan Griekse kolonies
NB: Soevereiniteit en autonomie zijn belangrijk voor staatlanden.
Wie waren de baas van Java (nlse kolonie Nederlands-Indië) in de 19de eeuw? De
Staten-Generaal (bestaat sinds 1848 => Thorbecke etc). Dus Den Haag beslist over Java,
en niet Java zelf, zoals bij de Griekse kolonies het geval zou zijn geweest.
Griekenland kon niet naar Egypte voor graan, want de Perzen hadden Egypte al bezet.
Waar is veel graan? Zuid-Italië, dit was ook een Grieks gebied; taal was Grieks (NB:
Caesar zei tegen Brutus; ´et tu, Brute?´ in het Grieks). Ook Marseille is als Griekse polis
gesticht. Grieks was heel chique in die tijd.
De Grieken gingen naar Sicilië (Zuid-Italië) en Oekraïne voor graan (aan de kust van de
Zwarte Zee). Al in de Donkere Eeuwen werden schepen eropuit gestuurd voor graan. ´Van
Athene naar Oekraïne´.
Bevolkingsgroei => voedsel, vrede (meer gezag), stabiliteit. NB: Het is niet duidelijk wat
eerst gebeurt, of er eerst meer voedsel wordt geproduceerd en dat de bevolking dan
groeit, of andersom (kip-ei-verhaal).
Donkere Eeuwen: werkeloosheid, onveilig, onzekere tijd, weinig tot geen gezag.
Minotaurus => een mythe, gebaseerd op Kreta. Wie gaf deze cultuur? Mensen uit de polis
Athene. Theseus II (een Athener) maakt hier een eind aan.
In de Donkere Eeuwen speelde de Trojaanse oorlog zich af.
Homeros schreef de Ilias en de Odyssee. Dit waren de eerste westerse boeken. De
verhalen die erin staan werden al eeuwen verteld. Homeros was de eerste die ze
opschreef. Bepaalde motieven in de literatuur (bv. Romeo en Julia; man leert vrouw
kennen, maar ze mogen niet bij elkaar zijn vanwege afkomst) kwamen telkens terug.
Topos (gemeenplaats): iets wat continu gezegd wordt; ook wel een terugkerend motief.
Cliché, vooroordeel, gemeenplaats.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Voorbeeld van een (andere) topos: Een kindje wordt door de moeder achtergelaten in een
rivier: Moses + Romulus en Remus.
Deze gelijkende verhalen kunnen, naast ´gekopieerd´ te zijn van elkaar, ook onafhankelijk
zijn ontstaan, doordat het puur menselijk is. Een literair persoon heeft eens gezegd dat het
dus ook geen toeval is dat de verhalen die we kennen zo op elkaar lijken. Ook het verhaal
van de wolf heeft variaties => Roodkapje en de Wolf en de Zeven Geitjes.
Nadeel van opschrijven van verhalen? Verhalen worden gemodificeerd; ze worden in
vaste, definitieve vorm vastgelegd. Variaties in verhalen verdwijnen hierdoor. De
gebroeders Grimm waren codificatoren van sprookjes. NB: Zij hebben ook de Duitse taal
gecodificeerd. Orale cultuur: Verhalen werden mondeling doorgegeven door storytellers.
Technieken in de orale cultuur:
Mnemotechniek (mnemo = herinneren/ onthouden).
- Rijmen
- Versmaat/ metrum (bv. een limerick)
Donkere Eeuwen
NB: Schaken is de ontvoering van een liefje
NB: Incest/ inteelt => incest is vaak kindermisbruik. Vooral de adel deed veel aan inteelt.
NB: Materialisme = je gaat uit van het tastbare (= economie).
NB: Een odyssee is een lange zoektocht.
Traditie van overlevering van de oudheid.
Wat beschrijft Homeros in de Ilias? Ilion = de stad Troje. Paris, een Trojaanse prins, komt
naar Sparta om met Helena, een - al met Menelaos getrouwde! - koningsdochter, te
trouwen. Paris bezocht Menelaos en Helena, en Helena werd verliefd en verliet haar man
voor Paris. Het verhaal is dat Menelaos zijn broer Agamemnon om hulp vroeg, die weer
zei dat hij de oorlog moest verklaren aan Troje.
Economische reden om Troje aan te vallen? Ligging! Troje lag vlak bij de doorgang naar
de Zwarte Zee (en ook naar de graanschuur Oekraïne). Iedere keer als de Grieken daar
doorheen wilden, moesten zij tol betalen.
Piratennest!
Waarschijnlijk is de kern van deze mythe een strafexpeditie tegen de tolheffing. Er is een
aslaag gevonden, dus waarschijnlijk is Troje wel afgebrand in die tijd. Misschien was
Helena wel de aanleiding tot oorlog en de tolheffing de oorzaak.
Attribuut Hera: Pauw
18-09-2012
Hellenen komt van Hellas (= Griekenland). Hellenen zijn ´Grieks-achtigen´/ ´Graecoïden´.
Neologisme = de ideologie van nieuwe woorden (maken) (neo = nieuw, logos = woord)
Wat verbindt de Grieken met de Hellenen?
Barbaren
- Taal
Hellenen
- Religie => Olympos
Het verschil is niet door de Hellenen,
maar door de Grieken gemaakt!
Grieken
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
NB: In Rome was er een familie (de Barbarini) in de 16de eeuw. Door deze familie is de
uitspraak ´Quod barbari non fecunt, Barbarini fecunt´ ontstaan.
Macedoniërs zijn bijvoorbeeld Hellenen.
Chauvinisme: je voelt je beter dan anderen; versterkte vorm van patriottisme (Er wordt wel
gezegd dat Amerikanen chauvinistisch zijn.)
Waarom zouden de Romeinen wel of niet tot de Hellenen behoren?
- Grieks was in het Romeinse keizerrijk - naast Latijn - een officiële ambtstaal.
- Keizerlijke bevelen werden zowel in Latijn (westen) als in Grieks (oosten) opgeschreven
- De griekse cultuur heeft veel invloed gehad op de Romeinse cultuur
- Religie => Apollo heeft deze naam zowel bij de Grieken als bij de Romeinen
Romeinen voelen zich dus als Hellenen.
NB: Als de Romeinen Griekenland veroveren, noemen de Romeinen het ´de bevrijding van
Griekenland´.
NB: Zuid-Italië was ook een Grieks gebied (kolonie) en de taal was dan ook Grieks daar.
NB: Vergilius schreef Aeneis, waarin de hoofdpersoon Aeneas, een Trojaan, was.
(Troje x Griekenland)
NB: Romulus heeft Remus gedood, waarom? Hij sprong over de muur van Romulus en
overschreed daarmee de grens die Romulus getrokken had! Dit verhaal wordt verteld aan
alle Romeinse kinderen; moraal? Bescherm de grens van Rome!
Wat scheidt de Hellenen dan van de Grieken?
Het chauvinisme van diegenen die zichzelf als echte Grieken zien.
Een attribuut is ter herkenning. Bij welke religies zijn er geen attributen te zien?
Bij de Islam (=> God mag niet afgebeeld worden), het protestantisme (iconoclasme =>
beeldenstorm) en het Jodendom (=> Exodus: tweede boek van de Hebreeuwse Bijbel (10
geboden); Mozes ontvangt deze op de berg Sinaï).
De meeste heiligen komen uit de kerk; hoe dan? Door gemarteld te worden => sterven
voor je geloof.
Laurentius was een martelaar. Hij wordt afgebeeld met een rooster (hij werd verbrand op
een rooster en zei halverwege: ´Draai me nu maar om, ik ben gaar aan deze kant.´)
Een martelaar is altijd iemand die gemarteld wordt.
NB: Mars is de oorlogsgod => Martel = strijdhamer.
NB: Eros et tanatos => liefde & geweld is een geliefde combinatie
1793: In Frankrijk wordt de eerste verklaring van de rechten van de mens gemaakt.
Olympe de Gouges is hierbij martelares van het feminisme (zij vroeg of deze rechten ook
voor vrouwen golden).
19-09-2012
Barbaren/ Hellenen/ Grieken
Waarom heeft het Vaticaan een afdeling neologisme? Om nieuwe woorden ´te vertalen´
naar het Latijn (bv bikini/ atoombom). Rooms-Katholieke gebruiken (rituelen): liturgie.
Ritueel = een handeling of een reeks handelingen die altijd op dezelfde manier/ plaats
plaatsvindt.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
NB: Palestijnen bestaan uit groeperingen; één daarvan is de Fatah; Al Aksa Martelaren
Brigade. Al Aksa is een moskee in hartje Jeruzalem. De Palestijnen willen die moskee
´bevrijden´ van de Joden. De Palestijnen willen Jeruzalem als hoofdstad. Men is van plan
te sterven voor die moskee. Men gebruikte daarvoor eerst bomgordels, nu niet meer. De
reden daarvoor is dat de Israëliërs een 5 meter hoge muur hebben gebouwd, over de
grens, op Palestijns grondgebied.
NB: Demografische tijdbom
Symbool vs. allegorie
Symbool voor de dood: †
Magere hein is de personificatie van de dood (hij heeft altijd een zeis, een soort
geëvalueerde vorm van de sikkel).
Personificatie = een persoon nemen voor iets abstracts.
Allegorie: verbeelding van een abstract begrip door middel van bijvoorbeeld personificatie.
Grens tussen symbool en allegorie? Of het een persoon is.
Een persoon die voor iets staat: Dagobert Duck. Dit is ook een personificatie.
Sluwheid => vos => allegorie.
Rubens was de grootste schilder van zijn tijd tot de 19de eeuw, toen Rembrandt hem had
vervangen, want België was sinds de 19de eeuw los van Nederland (dus een
Zuid-Nederlandse schilder als Rubens was geen goed rolmodel voor Noord-Nederland).
´Minerva beschermt Pax tegen Mars´, een schilderij van Rubens. Hiermee zeg je eigenlijk:
Met wijsheid kun je de vrede beschermen tegen oorlog. Dit schilderij is ter uitdrukking van
de vredeswens van Rubens.
NB: Irene = vrede
Een belangrijk symbool van de
welvaart: hoorn des overvloeds.
Vrede zorgt voor welvaart. De
aanwezigheid van kinderen (op het
schilderij van Rubens) is ook een
teken van vrede, net als dat woeste
dieren vreedzaam worden (zie de
tamme luipaard op het schilderij).
Sileen = oudere satyr.
Satyren = demonen die het liefst het
wilde woeste leven leiden, doen waar
ze zin in hebben. De satyr op dit
Bron: http://static.guim.co.uk/sys-images/Guardian/Pix/
schilderij staat voor het goede leven, pictures/2012/8/28/1346152038325/ rubensbigger.jpg
feestplezier. Dit zijn allemaal
allegorieën.
NB: Type Rubensvrouw => een dikke vrouw
Animisme (animus = ziel/ geest): Het geloof dat de natuur bezield is =>
Natuurgodsdiensten. De Grieken dachten dit ook.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
NB: Quadriga = Strijdwagen met 4 paarden.
NB: Prerogatief: Koninklijk
NB: Biologisme = menselijk gedrag verklaren door het zien van dierlijk gedrag. Ons
gedragen als dieren zit in de natuur van de mens.
Grieks
Romeins/ Latijn
Functie
Kenmerk/ attribuut
Zeus
Jupiter
Baas/ bliksem
Bliksem, adelaar
Hera
Juno
Huis en haard/
huwelijk
Pauw
Pallas Athena
Minerva
Wijsheid
Wapens, uil
Kronos
Saturnus
Tijd
Zandloper, zeis*,
vaak gevleugdeld
Poseidon
Neptunus
Wateren (zee)
Drietand
Aphrodite
Venus
Liefde
Schelp/ schoonheid*
Ares
Mars
Oorlog
Wapens/
wapenrusting
Apollo
Apollo
Zon, muziek
Zonnewagen,
stralenkrans, lier
Hephaistos
Vulcanus
Vuur, smeedkunst
Hamer en aambeeld
Dyonisos
Dyonisus
Wijn
Druiven(ranken)
Hermes
Mercurius
Boodschapper,
reiziger, handel
Vleugels op
sandalen, helm, staf
Hades
Pluto
Onderwereld
Cerberus/ kerberos
*Zeis => net als Magere Hein. Alles eindigt in de dood (tijd), vandaar de zeis.
*Wat is schoonheid? Jeugdigheid! Jonge mensen! Lang haar, symmetrisch gezicht etc.
Jong betekent gezond en vruchtbaar. Een jeugdig uiterlijk betekent een jong en vruchtbaar
persoon.
25-09-2012
Wie verraadt het werk van Hefaistos aan de mensen? Prometheus.
Een bachanaal = een zuipfeest (oorspronkelijk met een religieus karakter)
Polytheïsme = veel goden
Marchand/ merchandise/ markt
Binnen Hades is de hel van de Grieken: Tartaros
Oorzaak en aanleiding
Wat eruit voort rolt: gevolg
Oorzaak = verklaring van een gebeurtenis
Rede = ratio = verstand (Eeuw van de Rede => Eeuw van de Verlichting)
Reden: oorzaak van een mens door eigen toedoen.
Aanleiding: meest directe oorzaak/ laatst komende oorzaak.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
´De druppel water die de emmer deed overlopen´ of ´De vonk in het kruitvat´.
Bij de laatste hoort het volgende voorbeeld:
De oorzaak van de explosie/ brand in de loods was dat er veel mensen tabak
dronken (= roken) en de kruitvaten oud waren geworden.
De aanleiding van de explosie/ brand was die ene sigaret die voor de ontploffing zorgde.
26-09-2012
Een -isme is een wens/ streven.
Streven naar het tastbare is hebzucht.
Functies stad (in stadstaten)
1) Economische functie
Economie => handel => handelscentrum (in agora/ fora)
Economie neemt toe bij de kolonisatie. Economische veranderingen leiden tot sociale
veranderingen en ook weer tot politieke veranderingen. Deze redenering is er een volgens
het ´materialisme´ => uitgaan van het tastbare bij het analyseren van de maatschappij
(perspectief). Bertold Brecht: ´Erst das Fressen, dann die Moral´
Analyseren = onderzoeken (diepgravend), een volledig beeld krijgen bij iets.
2) Politieke functie
Bestuurscentrum: de volksvergadering = ecclesia
Griekenland: Op de Pnyx, met uitzicht op de Akropolis
NB: Er werd per vak gestemd, iedereen stond op vaste plekken.
Rome:
- de Curia (op Forum Romanum, aan de voet van het Capitool)
- het Palatijn (alleen in de keizerstijd => pals, palis => paleis)
NB: ´Zou moeten...´ ´...maar het is toch beter om´ => Hamlet
Alexander => de knoop doorhakken
Ben jij een Alexander of een Hamlet (NB: to be or not to be, that is the question)?
Dingen van 2 kanten bekijken = relativeren.
3) Militaire functie
Een muur is duur. De Atheners bouwen een stadsmuur en een ommuurde weg van Athene
naar Piraeus (ligt aan zee).
De vluchtburcht van Athene: de Akropolis (akro = hoog; polis = stad => hoge stad)
In Rome: Arx (= burcht), staat op het Capitool.
Vluchtburcht vs. stadsmuur
Een stadsmuur zorgt ervoor dat een stad niet wordt ingenomen, bij een vluchtburcht gaat
iedereen daarin zitten en wordt de stad wèl ingenomen.
4) Religieuze functie
Parthenon (op Akropolis) => Dorische stijl
Atheners waren Ioniërs, Spartanen waren Doriërs.
a) Dorische stijl => Spartanen => stoere stijl
b) Ionische stijl => te zien aan de krul
c) Korintisch => bladerwerk van de acanthus
Griekenland: Het Parthenon was opgedragen aan Pallas Athena (Minerva)
Rome: Het Capitolinum was opgedragen aan Jupiter (en aan Mars en Venus)
Religieus centrum
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
NB:
Autocratie (dictator regeert)
Aristocratie (kleine groep regeert, vaak adel/ senaat: onder het motto: oud en wijs)
Democratie (volk regeert)
Senaat in Nederland: Eerste kamer => heeft een landsbelang, geen partijbelang.
In de Eerste Kamer zitten (vaak) mensen die minister zijn geweest en het hoogtepunt van
hun carrière al hebben gehad. Er is geen politieke strijd (meer) tegen de regering, dus het
land staat voorop. De taak van de Eerste Kamer is wetten te controleren.
Kip-ei-verhaal: Handel nam toe <=> steden werden bezet
Handwerk en handel horen bij de stad en nemen toe. Politieke veranderingen hebben te
maken met economische en sociale veranderingen.
Handel wordt belangrijker. Handelaren en handwerkers worden belangrijker en willen mee
gaan praten in de politiek. Dit gaat parallel met militaire vranderingen.
Legitimering van macht/ gezag => macht is onofficieel, gezag is macht volgens de wet.
macht: de mogelijkheid om menselijk gedrag structureel te kunnen beïnvloeden.
gezag: wettelijk gelegimiteerde macht/ officiële macht (bijv. Mark Rutte in NL)
Verschil?
macht => iets kunnen voorschrijven
gezag => iets mogen voorschrijven
Een Dorische zuil heeft geen voestuk.
Trommels: gestapelde delen
Geen trommels (= uit één stuk gemaakt)? Monolitisch.
Obelisk = zonnewijzer
Pilaster = een nepzuil (niet ter steun, maar tegen de
muur aangezet, bijvoorbeeld in Het Kleine Weeshuis in
A'dam, NB: weesjes waren gekleed op kleuren A'dam)
Kapiteel = kopstuk (hoort bij de zuil)
Architraaf = draagbalk (zit boven het kopstuk)
Tympanon = geveldriehoek
Versieringen:- in felle kleuren beschilderde gebouwen Dorisch, Ionisch, Korintisch Bron:http://
buitengewoondebilt.nl/bijzonderegebouw
(zowel in Griekenland als in Italië).
en/files/2011/09/GreekColumn.jpg
- reliëf (vaak in vorm van een stripverhaal)
Fries = doorlopende voorstelling (in de lengte); dit is bijvoorbeeld handig op een draagbalk
Tryglief = 3 gleuf (tussen trygliefen in is er plaats voor de Fries; het reliëf) =>
fries
Er is een traditie ontstaan: de Ionische bouwstijl is vrouwelijk, de Dorische mannelijk.
De Dorische stijl heeft geen fries. Van welk materiaal werden de eerste (oudste) Griekse
tempels gemaakt? Hout. Dit is terug te zien in de stijl, want aan de uiteinden van balken
hout zitten gleufen. Hier zijn trygliefen op gebaseerd.
Griekse zuilen zijn zelden monolitisch.
Terugkeer van de klassieken
- Vooral in de Renaissance
- Rond 1800 Classicisme (L'Empire uit Frankrijk)
- Neoclassicisme (eind 19de eeuw, begin 20ste eeuw)
NB: Empire-stijl (kleding): hoog getailleerd en recht naar beneden, vaak wit (onschuld)
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Politiek
De macht van de heerser moet worden gerechtvaardigd. Waaruit leidt de heerser zijn
macht af? Het volk!
J.J. Rousseau => Eeuw van de Verlichting
NB: Voltaire/ Montesquieu
Rousseau's theorie: du contrat social
Tegenovergestelde: le droit divin
Absolutisme = streven naar absolute vorstenmacht.
Beatrix: ´van Gods genade en door de wil van het volk´
Waar komt de macht vandaan en hoe wordt die gelegimiteerd?
02-10-2012
Trireem
Galei
Een beeld ontworpen door Rousseau: ´Waar komt macht vandaan?´
Van jager/ verzamelaar naar veeteelthouder => landbouw.
Landbouw => mensen gaan in nederzettingen wonen.
Sociale overeenkomst => de groep geeft de bestuusmacht als mandaat (= opdracht: lett.
´de hand geven´). NB: Mandaatsgebieden
Oikos = domus = huis => sociale eenheid (bij een oikos/ domus horen de dieren,
bedienden en slaven).
Een libertus (vrijgelatene) heeft een eigen sociale stand in het Romeinse Rijk. Een libertus
heeft meer rechten dan een slaaf, maar is nog geen Romeins burger.
Burger - vrije - libertus - slaaf
De kinderen van vrijgelatenen zullen vrij zijn => dit wordt van vader op zoon doorgegeven.
Slavernij: zwaar onbetaald worden en niet vrij zijn.
Adel heeft als voornaamste, eerste taak een militaire functie. Ook jaagt de adel vaak.
Adel krijgt macht/ leiding, omdat die de sterkste zou zijn en de macht wil houden óf omdat
die het volk kan beschermen.
Kampioen: de beste vechter
vb: Martin Luther King was de kampioen van de Amerikaanse burgerrechten in de jaren
'50/ '60.
De slimste (en sterkste) leidt ons. (een ´dom´ persoon haalt het niet, al is die nog zo sterk)
Irrigatie = waterhuishouding => hard nodig in Egypte!
Er valt vanalles te regelen in nederzettingen (kolonies), dus moet er een bestuur komen
dat dat regelt.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Weerbaar = dat je je kunt verdedigen (weerbaar tegen beledigingen bijvoorbeeld).
Weerbaarheid leidt tot (de wens naar) politieke participatie.
Wie het land verdedigt, wil meepraten in het bestuur.
Wat nou als de koning sterft? Dan komt er een nieuwe koning.
Volgens Rousseau wordt die koning gekozen door het volk, maar wat gebeurt er? De zoon
van de koning wordt automatisch zijn opvolger, zonder gekozen te zijn!
Bestuurlijke macht wordt doorgegeven binnen een familie, als erfenis. Dit heet
erfopvolging.
Erfopvolging is de kern van de adel. Een adels-/ heersersgeslacht heet een dynastie.
Het geslacht = vanaf voorouders t/m de nog ongeboren nakomelingen.
Dynastie staat voorop, een edelman denkt dus altijd eerst aan zijn familie.
Een koning kan niet een heel dorp in zijn eentje verdedigen. Hij heeft soldaten nodig die
ook vechten voor het dorp. De smid maakt (bronzen) wapens. Hoe verkrijg je wapens?
Door ze te kopen bij de smid. Ook zijn paarden handig bij het vechten, dus is er grond
nodig, waar de paarden op kunnen leven. Wie heeft er veel grond? De adel, dus de adel
kan zich paarden veroorloven. Hij moet daarvoor wel 12 gezinnen onder hem hebben
staan. NB: Adel kan verarmen
Edellieden vechten en betalen uitrusting, en dus willen ze gaan meepraten in het bestuur.
Hierdoor wordt er een senaat toegelaten in de autocratie, waarbij alleen patriciërs mee
mochten doen in de senaat. De senaat was het politieke instrument van de adel. Mensen
van adel dienden ter raadgeving.
Wapenrusting gemaakt van ijzer zorgt voor meer participatie van families (ijzer is
goedkoper, dus wordt het voor meer mensen beschikbaar). Er zijn meer soldaten. Mensen
van adel worden officieren, maar wie vecht er dan? Het voetvolk.
Sparta vond deze nieuwe manier van vechten uit, de falanx: een slagorde => een manier
van vechten waarbij het voetvolk het belangrijkst is.
03-10-2012
Sparta had geen stadsmuren, want de muren van Sparta waren de soldaten => een muur
van schilden en speren. Er waren voetsoldaten nodig. In Sparta was dit geen probleem,
maar hoe kom je eraan? Burgers (slaven gebruik je daarvoor niet)!
NB: Politie was er wel, maar dit waren buitenlanders, dus die konden niet in het voetleger.
De falanx was een groot succes. Wat is echter het probleem als burgers moeten vechten?
Arme burgers kunnen geen wapens kopen.
Λ => Iaconië => Streek Sparta
Men vocht met gevlochten rieten schilden (erg buigzaam); zo was er veel kans op het
´vangen´ van een speer. En riet was natuurlijk erg goedkoop.
Hoe vechten de Grieken?
Het idee van de falanx breekt tegelijkertijd door als er economische verschuivingen
plaatsvinden. In veel Griekse poleis ontstaat een middenstand (bestaande uit kooplieden
en ambachtslieden), dat veel geld verdient! De handel neemt toe (door kolonies etc.).
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Wijn en olijfolie waren exportmiddelen van Griekenland.
Grieken willen opeens Egyptische dingen hebben en Egyptenaren Griekse dingen => dit
betekent meer welvaart.
Mensen van de middenstand worden voetsoldaten in de falanx, aagezien zij genoeg geld
hebben om de wapenrusting te betalen en zij geen officieren worden. De middenstand wil
nu ook inspraak in de politiek, want die beschermt immers het land.
Hoplos = schild => hoplieten zijn voetsoldaten
Als je een hopliet was, ´hoorde je erbij´ (inspraak in de politiek).
Groepen: schuttersgilde
De beroemdste schuttersgilde? De Nachtwacht.
Een schuttersgilde oefende altijd in ´De Doelen´.
De senaat is een instrument van de adel.
De ecclesia (église!) is de volksvergadering (in sommige poleis zijn hier overblijfselen van)
politikon => politicus/ politiek
Attica = de streek/ het land rondom Athene
Sparta had 2 koningen: de senaat en de ecclesia.
Wie is het machtigst? => checks and balances => ze controleren elkaar en houden elkaar
in de gaten; ze kunnen elkaar vetoën.
Er was echter meer overwicht van de adel/ gerousia (= de senaat).
Democratie: Kleisthenes van Athene 509 v. Chr. (grondlegger van de democratie). Hij
heeft de senaat afgeschaft.
NB: In België is er niet alleen stemrecht, maar ook stemplicht.
In het oude Griekenland is er directe democratie (op de Pnyx). Niet iedereen is altijd
aanwezig. De adel wel, want die hoefde niet te werken, de middenstand moest dat wel. De
adel werd dus heel politiek. Ook in Griekenland is er stemplicht. Het viel op als je er niet
was, en natuurlijk was het stemmen niet anoniem.
Hoe zijn arm en rijk verbonden? Door het clientèle systeem. Dit is bijzonder interessant als
de volksvergadering de macht heeft.
Hoe heet de groep aristocraten in Rome? Patriciërs.
Plebejers (plebs) => laaggeborenen/ ´het ''gewone'' volk´
In welke stand (plebejer/ patriciër) je zat werd bepaald door geboorte.
Top patriciërs waren ´senatorenstand´
Clientèlesysteem:
De patronus is rijk en machtig, heeft veel invloed, de beschermheer voor zijn hele domus
Hij heeft clientes (klanten).
patronus
cliens
cliens
cliens
cliens
cliens
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Clientes kloppen aan bij de patronus als ze problemen hebben. Vaak zijn dit
geldproblemen, maar ook conflicten tussen clientes onderling. De patronus was dus ook
een bemiddelaar. Als tegendaad moeten de clientes wel stemmen op hun patronus.
Waarom werkt dit nu niet meer? Stemmen is anoniem, dus je kunt het niet controleren.
In Griekenland en Bulgarije werkt het clientèle systeem nog wel, hoe kan dat? In
Griekenland bijvoorbeeld werkt het door de werkloosheid; een baantje voor een stem.
Groot probleem in Griekenland? Vriendjespolitiek.
In de bouwwereld is grote corruptie (gemeente politiek)
Fraude = schriftelijk bedrog
Corruptie => corrupt => verrot/ verdorven
- Omkoping (d.m.v. steekpenningen)
- Vriendjespolitiek
- Nepotisme (familie ´voortrekken´)
- Verduistering
Overeenkomst: gemeenschappelijke belangen die jij vertegenwoordigt/ de invloed die je
hebt misbruiken (voor jezelf of anderen).
C.O.S. = consulaat
Ostracisme/ schervengericht: anonieme verkiezing in de ecclesia, 1 keer per jaar: wie
gaan we verbannen? Ostracon = Pottenscherf => er waren veel pottenscherven, want
potten dienden als verpakkingsmateriaal. Waarom werd er echter zelden iemand
weggestuurd? Er moest een (in ieder geval absolute) meerderheid zijn. Ostracisme
voorkomt autocratie.
Absolute meerderheid
Relatieve meerderheid
Versterkte meerderheid
de helft + 1
de grootste groep
2/3
Quorum = het minimum aantal aanwezigen om een stemming door te laten gaan.
Bij het schervengericht op de Pnyx was het quorum 6000.
Blasfemie = godslastering/ heiligschennis
Zwarte propaganda
Een belangrijke familie is een dynastie.
Perzische oorlogen: de laatste grote (beslissende zeeslag) was de Zeeslag bij Salamis
480: Zeeslag bij Salamis bij Attica/ Piraeus (= de havenstad bij Athene). Perzen verliezen.
Burgerrecht = burgerplicht
Sociaal = groepen in een maatschappij
Welke mannen konden dus niet meedoen aan de falanx en daarmee ook niet aan de
ecclesia? De armen. ´Wie zijn land verdedigt, mag erover meepraten.´
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
18 jaar geeft stemrecht
Vrouwenkiesrecht
WOI => Mannen waren 4 jaar aan het verrotten in loopgraven/ aan het front en wilden
kogels/ munitie hebben.
De fabrieken/ economie (vooral de oorlogseconomie) moest wel door blijven gaan. Dus na
WOI krijgen vrouwen dat wat ze vóór de oorlog al hadden gevraagd: kiesrecht.
Franse Revolutie: de koning had huurlingenlegers/ huursoldaten. Waar haalde Lodewijk
de 16de het geld vandaan om de soldaten te betalen? Belasting van de stedelingen/
boeren. Het gevolg is dat de stedelingen/ boeren mee willen praten in de politiek.
(oplossing hiervoor is de guillotine)
Financieren van een land
Economie
Politiek
Krijgskunde
Waarom komt de westerse filosofie uit Griekenland?
´God zegt wat goed en slecht is, en stelt goede regels´ De Griekse goden gedragen zich
als gewone mensen. Deze goden zijn erg wispelturig. In de filosofie is de grote vraag: Hoe
moet ik me gedragen/ hoe moet ik lezen, dus van die Griekse goden kun je dan heel goed
leren.
Sociale samenstelling is belangrijk.
Vergilius schreef Aeneas
Livius schreef serieuzere geschiedschrijving => Ab urbe condita
09-10-2012
Romeinse geschiedschrijving
Volk
- Vergilius
- Livius
-.
1) Nationale betekenis
2) Niet-elite, het gewone volk
3) Mensen, volluk, klandizie
Patriciërs (=> staatsadel) en senaatsfamilies. Landadel had veel meer grond dan andere
adel.
Standen
1) Patriciaat
2) Equites
3) Plebs (burgers) => had dienstplicht
4) Vrijen (buitenlanders)
5) Liberalites (vrijgelatenen, maar wel gebonden aan domus!)
6) Slaven
Theten: dagloners
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
10-10-2012
Wat is een stand? Stand komt van toestand. Een stand is geordend op hiërarchie.
Samenlevingen zijn altijd gelaagd. Standen zijn vormen van lagen.
Rijk zijn en opleiding geeft een nauw verband weer (als je slim bent, kun je veel
verdienen).
De stand is dus een soort van laag. Wat is dan een klasse?
Het idee van klassen komt van Marx, volgens hem zijn er 2, namelijk
1) De heersende/ bezittende klasse
2) De onderdrukte/ niet-bezittende klasse
ad 1) De Bourgeoisie
Verschil tussen 1) en 2): Grond, productiemiddelen
De economie staat altijd op #1.
Marx zegt over het Romeinse Rijk dat het een slavenoudersmaatschappij is. De slaven
zijn zowel productiemiddelen als werkkrachten.
Alles komt van de economie, dus diegene die de productiemiddelen bezit, behoort tot de
heersende klasse (waar je dus grond + slaven voor nodig hebt).
Productiemiddelen afpakken van de heersende klasse = revolutie.
Historischmaterialisme => voor slavenouderstijdperk
Er is een tweedeling in klassen.
Instrumentaliseren = gebruik maken van/ gebruiksklaar maken
Een stand is een ondoordringbare laag. Meestal wordt je stand bepaald door je geboorte.
Wetten
1) Belangrijk
2) Nodig, omdat het blijkbaar gebeurt (´gij zult niet doden´)
Uit normen kun je waarden herleiden.
Als een republiek tot stand komt, wie is hier dan de drijvende kracht achter? De patriciërs.
Standenstrijd, hoogtepunt in 494: het plebs vs. het patriciaat
´Zoek het maar uit! Als wij niet meer mee mogen besturen, terwijl wij wèl de stad
beschermen, dan vechten wij niet meer´, zegt het plebs, en vervolgens gaat het uit de
stad, naar de Mons Sacra. Als gevolg hiervan ontstaat er een nieuwe volksvergadering,
alleen voor het plebs. Er worden volkstribunen gekozen, de tribunia plebis. Deze mannen
hadden 1 functie, namelijk het beschermen van het plebs tegen de patriciërs. Deze
volkstribunen werden gekozen door het plebs zelf, en hadden als middel het vetorecht (net
zoals consuls dit recht hadden).
Belangrijke voorwaarde om een politicon te kunnen zijn: Rijkdom! Je werd namelijk niet
betaald voor deze baan. In die tijd was het normaal om te geven en nemen wat betreft
staatsgeld. Het was gewoon om zo nu en dan geld in je eigen zak te steken, maar ook om
geld uit eigen zak te doneren aan de staat.
De geest van Nero spookte in Rome. Nero is voor de christenen hét toonbeeld van een
slechterik. Hij vervolgde christenen.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Domus Aurea => de brand in Rome, waarbij bijna een kwart van Rome voor Nero's paleis
is gebruikt. Terwijl de brand bezig is worden er op het Marsveld huizen gebouwd. Het
gerucht gaat natuurlijk dat Nero de stad in brand heeft gestoken, ook al was hij op dat
moment niet eens in de stad. Anderen zeggen juist dat het goed was dat er een oude
sloppenwijk was afgebrand en er nieuwe, mooie huizen bijkwamen.
Christenen waren altijd de zondebok, want er was een minderheid.
NB: Een zondebok is vaak een minderheid, maar die minderheid moet er ook wel zijn! Als
er 2 christenen zouden zijn ergens in Afrika, waarvan Nero dan zou zeggen dat zij al het
kwaad veroorzaakt hebben, zou dat niet zo geloofwaardig zijn.
Een zondebok moet voldoen aan de volgende dingen:
- In de minderheid zijn
- Aanwezig zijn
- Herkenbaar anders zijn
Waarom waren er 2 consuls? Zodat er evenwicht was, en de 1 niet teveel macht krijgt.
Curia = senaatsgebouw
Palatijn = waar de keizer woont
Curia is niet de plek waar Caesar is vermoord. Hij werd op het Lago Argentina (op het
Kattenforum) vermoord. De ironie van de geschiedenis? Caesar liet de ´gewone´ Curia
opknappen op eigen kosten en hij is vermoord voor de tijdelijke Curia, de idem van maart
44.
Verschil vóór Caesar en ná invoering van de Juliaanse kalender? Schrikkeljaar in de
Gregoriaanse kalender.
De Heilige Therese van Avila is gestorven in de nacht van 4 op 15 oktober 1584. Dit is
namelijk de nacht waarop Paus Gregorius bevolen had 10 dagen over te slaan (dit is een
gezichtsuitdrukking).
Discrepantie = verschil
Liberalites = euergetisme = vrijgevendheid/ weldoenerij
Van rijke romeinen met hoge functies en die streven naar macht wordt verwacht dat zij uit
eigen zak verbeteringen voor de staat betalen. Panem et circenses is hier een voorbeeld
van. ´Geef ze brood en spelen!´
Hoe heeft Marx dit geïnterpreteerd? Marx ziet dit als een trucje van de adel/ heersende
klasse om het volk ´dom´ en tevreden te houden, en een eventuele opstand te voorkomen.
Maar dat ik graan krijg of naar de spelen mag, betekent niet niet dat ik geen mening meer
heb!
Dit gedrag van het patriciaat was gewoon, en werd zozeer van je verwacht, dat mensen
ontevreden zouden kunnen worden als je het niet deed.
Marx denkt hier te simpel over: het was voor iedereen logisch dat de rijken dingen als
panem et circenses organiseerden voor de arme(re)n.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Voor een politieke carrière zijn de volgende dingen belangrijk:
- Afkomst (behalve als je volkstribuun was, dan maakte afkomst niet echt uit)
- Geld
1) voor liberalites
2) voor clientèlesysteem (stemmen kopen was gewoon geaccepteerd)
- Wapenfeiten (militaire successen)
Bv Caesar: - Kwam uit de Julius familie (veel aanzien dus)
- Verovering van Gallië, dus veel geld
- Wapenfeiten bij Gallië, dus militaire successen
NB: In tijd van Caesar waren er huurlingenlegers
NB: Wapenfeiten leiden tot oorlogsbuit.
Caesar laat zich benoemen tot dictator, alleenheerser dus, maar er is een groot verschil
tussen tirannos (= een tiran) en een dictator.
dictator vs. usurpator
Een usurpator is iemand die de macht geusurpeerd heeft (= gegrepen heeft). Een dictator
werd benoemd voor een bepaalde tijd => een legale functie die hoort bij het begrensde
alleenheerschappij.
Caesar laat zich benoemen voor 10 jaar. Dit is zijn doodsvonnis geworden. ´Dictator op
levenstijd´ werd er ook wel gezegd over Caesar. De senaat wilde dit echter niet, want dit
begon te lijken op een koning.
Augustus is de opvolger van Caesar. Hij heeft een goede omgang met mensen, is
charmant, aimabel (= geliefd, iemand die je kunt liefhebben/ sympathiek), een echt
mensenmens. Hij schaft de Republiek niet af. De senaat en consulverkiezingen gaan door
tot 297, wanneer Diocletianus er een eind aan maakt.
Van 27 tot 297 is het principaat, vanaf 297 het dominaat.
Banen verdwijnen als de Republiek wordt afgeschaft (vooral banen waarmee men eer en
aanzien verkrijgen kan).
De senaat probeert niet terug te gaan naar de oorspronkelijke republiek, omdat die bang is
voor de reactie van het volk.
Eerst is er een burgeroorlog, hierna begint de Pax Romana
Augustus is een norm/ standaard. Hij noemt zichzelf de princeps, de eerste burger.
Primus inter parus
Dominus = heerser (vanaf Diocletianus)
Proskinese = knieval
Trucje van Augustus: in 27 v. Chr. wordt Octavianus Augustus, de verhevene/ opgetilde.
Hij heeft zichzelf opgetild. Augustus doet alsof de staatsorganen nog intact zijn, maar heeft
eigenlijk de macht. Op deze manier blijven veel banen (met aanzien!) behouden. Waarom
werkt deze truc? Mensen zijn bang voor Augustus.
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Augustus zit als een spin in het web van de Republiek. Augustus heeft sommige perioden
functies die hij andere perioden niet heeft (o.a. consul, volkstribuun, want daarvoor moet je
worden gekozen).
Augustus: - Regelmatig volkstribuun
- Consul
- Pontifex maximus (de opperpriester in Rome,
moet in Jupiter Capitolinum offeren)
- Proconsulaat
Het andere standbeen van de macht van Augustus is het proconsulaat. Het proconsulaat
houdt in dat je provinciebestuurder bent, ´gouverneur´, de hoogste bestuurder in een
provincie.
Augustus was proconsul van Latium, de streek rond Rome. Hij verbiedt dat er troepen
gelegerd zijn in Latium, uit angst voor een staatsgreep. Alleen de troepen die er al waren,
mochten blijven (dat waren namelijk de troepen van Augustus zelf.
NB: Paus: Pons max fecit = dit is gebouwd door Paus ...
753 v. Chr.
510 v. Chr.
- begin monarchie 7 koningen van Romulus tot Superbus
- begin aristocratie (republiek): res publica: openbare zaak => SPQR
Senatus PopulusQue Romanum (de senaat is een
machtsmiddel van de adel)
394 n. Chr. - splitsing van het rijk
476 n. Chr. - Val van Rome
einde van het West Romeinse Rijk
1453 n. Chr. - Val van Constantinopel (nu Istanbul), val van het Oost Romeinse Rijk
476 - 1453 Middeleeuwen
Boek
H1
Faber quisque fortunae suae est – Ieder is de bewerker van zijn eigen geluk GS 04-09-2012 t/m 10-10-2012
© Tara Fokker 2012
Download