transport en logistiek

advertisement
ARBEIDSVOORWAARDENNOTITIE
TRANSPORT EN LOGISTIEK
Regie over arbeid
Vakmensen
INHOUD
1.Voorwoord
3
2.
4
Over de sector Transport en Logistiek
3.
Visie op toekomst bestendige cao 3.1Inleiding
3.2Arbeidsregie
3.3 Regie in loopbaanontwikkeling
3.4 Regie in beroepskwalificatie
5
5
5
5
6
4.
Visie op arbeidsthema’s
4.1Inleiding
4.2 Op naar één cao
4.3 Karakter en structuur van de cao
4.4 Beloning en flexwerk
4.5Functiewaardering
4.6 Basisloon en toeslag overuren
4.7 Zeggenschap arbeidsduur en –tijden
4.8Toeslagensystematiek
4.9 Duurzame inzetbaarheid
4.10Logistiek
7
7
7
7
8
9
9
10
10
11
11
5.
Concrete voorstellen arbeids-cao 2017 12
6.
Wijziging O&O-cao vanaf 2017 15
7.
Reparatie duur en opbouw Werkloosheidswet
15
Bijlage
16
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
2
1.Voorwoord
Het gaat weer wat beter in Nederland. Er is sprake van enige economische groei en pessimisme maakt
plaats voor optimisme. Ook in de bedrijven in het vervoer worden verbeteringen zichtbaar en is het oog
meer op de toekomst gericht dan op overleven. Dat biedt ruimte om plannen voor de toekomst van de
bedrijven en het personeel volop op de agenda te zetten. CNV Vakmensen vindt het daarbij erg belangrijk
dat werkenden zelf veel meer de regie over hun eigen toekomst kunnen nemen. Dat de wereld verandert, weten we in het vervoer maar al te goed. Juist in onze sector weerspiegelt zich een snel veranderende wereld vanwege technologische ontwikkelingen en internationale verbondenheid.
Een leven lang hetzelfde uitvoerende werk kunnen doen als chauffeur op de vrachtauto, in het magazijn,
kantoor of op de kraan raakt steeds meer uit het zicht. Functies veranderen. In de verdere toekomst zullen sommige banen verdwijnen en andere zullen daarvoor in de plaats komen. Werkenden en bedrijven
hebben er beide belang bij op die toekomst in te spelen. Dat samen doen levert meer op en is de opgave
voor de komende jaren.
Met de betere vooruitzichten is er ook ruimte om te investeren in het personeel. Zowel in de beloning als
in de ontwikkeling. Zodat personeel in het vervoer met meer vertrouwen de toekomst in kan kijken. Dat
is ook van belang om de sector aantrekkelijk te houden.
De eerste drie alinea’s komen uit de sectornota arbeidsvoorwaarden 2016 Vervoer. Aan die nota is
meegewerkt door leden en kaderleden uit Transport en Logistiek, Burgerluchtvaart, Havens, Rijn- en
Binnenvaart, Spoorwegen, Stads- en Streekvervoer, Taxi en Tour.
Dit visiedocument is het resultaat van raadplegingen onder CNV (kader)leden en overige werknemers uit
de sector Transport en Logistiek. Kaderleden gaven aan dat het CNV een eigen geluid moet laten horen
en er echt sprake moet zijn van vernieuwing.
De inhoud van dit visiedocument is voor de onderhandelaars van CNV Vakmensen bepalend voor hun
inzet bij de onderhandelingen voor een nieuwe cao.
Met vriendelijke groet,
Cao-commissie Beroepsgoederenvervoer (TLN/KNV)
Tjitze van Rijssel
Tjeerd Orie
Bestuurders CNV Vakmensen
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
3
2. Over de sector Transport en Logistiek
De sector Transport en Logistiek laat zich niet omschrijven in één krachtige definitie. Er zijn in Nederland namelijk veel bedrijven die zich bezig houden met een vorm van transport en/of logistiek. CNV
Vakmensen definieert organisaties onder de sector Transport en Logistiek wanneer hun hoofdzakelijke
activiteit
- het vervoeren van goederen voor derden over de weg of
- het verlenen van logistieke diensten/warehouseactiviteiten voor derden is.
De cao Beroepsgoederenvervoer over de weg en de verhuur van mobiele kranen is zoals de naam doet
vermoeden van toepassing op werknemers en werkgevers die goederenvervoer voor derden verrichten
over de weg of zich bezig houden met de verhuur van mobiele kranen. Op bedrijven/bedrijfsonderdelen
die zich enkel met warehousing of de expeditie van het transport bezig houden is de cao niet automatisch van toepassing.
In de tijd dat de eerste cao voor het beroepsgoederenvervoer is overeengekomen tussen werkgevers- en
werknemersorganisaties was de dienstverlening van bedrijven redelijk simpel. De overgrote meerderheid hield zich enkel bezig met het vervoeren van goederen in opdracht van derden. Later namen de
bedrijven een stuk van het voorraadbeheer over en zo ontstond naast de transportdienstverlening ook de
logistieke dienstverlening. De dienstverlening van bedrijven blijft veranderen.
TLN beschrijft op haar website “de sector transport en logistiek verandert in hoog tempo. De transportfunctie blijft bestaan, maar krijgt een ander karakter. Het gaat steeds nadrukkelijker om logistieke ketens,
waarbij partijen de regie en organisatie verzorgen”.
Daar waar een sector verandert, de functie van bedrijven een ander karakter krijgt, ontstaan nieuwe
kansen maar ook nieuwe behoeften. Toekomst bestendige cao’s dienen de werknemers en daarmee
de organisaties te faciliteren om mee te kunnen veranderen. Daarnaast moet de cao de werknemer en
werkgever (gelijk speelveld) bescherming bieden.
Een cao onveranderd laten in een tijd die gekenmerkt wordt door verandering en ontwikkeling is niet in
het belang van de werknemers en de bedrijven waarin zij werken.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
4
3. Visie op toekomst bestendige cao
3.1Inleiding
CNV Vakmensen wil een toekomstbestendige, vernieuwende cao voor werknemers die actief zijn in de
sector Transport en Logistiek. De vernieuwende cao moet werkgevers en werknemers (mede) faciliteren bij hun arbeidsvraagstukken anno 2017. De cao legt een bodem in de markt en zorgt daarmee voor
een gelijk speelveld voor bedrijven in de sector. Het is dus een minimum cao die bedrijven de ruimte
biedt aanvullende afspraken te maken. We gaan uit van maatwerk per bedrijf. Tegelijk erkennen wij
dat het niet altijd mogelijk of wenselijk is om per bedrijf aparte afspraken te maken. Zo gelden er altijd
vangnetafspraken voor het geval er op deelsectorniveau en/of bedrijfsniveau geen aanvullende afspraken gemaakt (kunnen) worden.
Een toekomstbestendige cao dient volgens CNV Vakmensen bij te dragen aan de kwaliteit van de arbeid.
Het gaat niet alleen over een pakket van bepalingen inzake arbeidsvoorwaarden, rechten en plichten. De
mate waarin de kwaliteit van de arbeid wordt ervaren hangt namelijk af van 4 factoren:
1.Arbeidsinhoud
2.Arbeidsomstandigheden
3.Arbeidsvoorwaarden
4.Arbeidsverhoudingen
CNV Vakmensen voegt hier een vijfde factor aan toe, namelijk
5.Arbeidsregie
Op het gebied van arbeidsregie is nog een wereld te winnen. Door vernieuwing van de cao kan de
arbeidsregie fors verbeterd worden wat een positieve invloed heeft op de arbeidsomstandigheden en
arbeidsverhoudingen.
3.2Arbeidsregie
Werknemers moeten rekening houden met een langer durende loopbaan als gevolg van overheidsbeleid
(verhoging AOW-leeftijd) en met hun rol in de participatiesamenleving (waaronder mantelzorg/zorgtaken). Om de combinatie tussen werk en privé goed in te kunnen vullen is het noodzakelijk dat werknemers meer regie krijgen in hun arbeidsinvulling. De regie die werknemers meer moeten krijgen is uit te
splitsen in drie zaken.
1.
2.
3.
3.3
Regie over arbeidstijden (Zie 4.7 ‘zeggenschap arbeidsduur en –tijden’)
Regie in loopbaanplanning
Regie in beroepskwalificatie
Regie in loopbaanplanning
Werknemers worden steeds vaker geconfronteerd met organisatorische en technologische veranderingen. Baanonzekerheid en dreiging van werkloosheid lijken een vast onderdeel van het werken te zijn geworden. Als oplossing wordt het verhaal over de noodzaak tot voortdurend “bijblijven” (bij- en omscholing, ontwikkeling) gehouden. Maar er is geen algemene remedie. Juist op dit vlak is maatwerk vereist,
want het begrip “ontwikkeling” kan per situatie (deelsector, bedrijf, individuele werknemer) een andere
inhoud hebben. Baanonzekerheid kan je niet wegnemen door zomaar één of andere cursus of opleiding
te gaan volgen. De organisatorische en technologische veranderingen kunnen ervoor zorgen dat de
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
5
nieuwe richting die je inslaat binnenkort al weer overbodig (en dus een verkeerde stap of keuze) blijkt te
zijn geweest. Juist bij ontwikkeling gaat het om het maken van keuzes die passen bij de persoon en zijn
individuele situatie. Ontwikkeling van werknemers houdt ook gelijke tred met het hebben en houden van
plezier in het werk en de beroepstrots.
Werknemers zijn zelf ook verantwoordelijk voor hun toekomst. Daarom moet de werknemer ook in staat
worden gesteld zelf zijn verantwoordelijkheid, en daarmee ook de regie, te nemen. Persoonlijke ontwikkeling kan het beste worden vormgegeven door werknemers te laten beschikken over een individueel
budget.
Dat ontwikkelingsbudget van de werknemer moet robuust zijn, wil men er echt wat mee kunnen.
Ontwikkeling kost tijd en geld. Het ontwikkelingsbudget willen we laten groeien tot het niveau van het
maandsalaris. Afspraken met werkgevers over het vrijmaken van tijd voor ontwikkeling hoort hier bij.
Met een budget en tijd moet de werknemer in staat worden gesteld verantwoorde keuzes te maken voor
zijn toekomst (incl. advies over besteding van het budget). Het gaat om loopbaanoriëntatie, ontwikkeling
van persoonlijke competenties en functie overstijgende vaardigheden.
3.4
Regie in beroepskwalificatie
De Europese Richtlijn Vakbekwaamheid stelt eisen aan de basiskwalificatie voor aankomende beroepschauffeurs en verplicht actieve bus- en vrachtautochauffeurs om nascholing te volgen. Wanneer beroepschauffeurs voldoen aan de Richtlijn Vakbekwaamheid krijgen zij een code vakbekwaamheid (code
95) op hun rijbewijs. Deze is vijf jaar geldig. Om de code vakbekwaamheid na expiratie te verlengen voor
opnieuw vijf jaar dient de chauffeur aan te kunnen tonen dat hij in de laatste vijf kalenderjaren, gerekend
vanaf expiratiedatum, 35 uur nascholing heeft genoten. Kan hij dit niet, dan is hij niet gerechtigd om het
vak van beroepschauffeur uit te oefenen.
De invoering van de Richtlijn moet leiden tot een grotere verkeersveiligheid in Europa en het terugdringen van het aantal verkeersongevallen waarbij vrachtauto’s en bussen zijn betrokken. Daarnaast is
reductie van het brandstofverbruik een doelstelling van de Richtlijn. Met als gevolg minder CO2 uitstoot
en daardoor een beter leefmilieu in Europa. Bovendien draagt extra scholing bij aan betere vaardigheden van chauffeurs, waardoor het imago van de sector verbetert.
Tot op heden ligt de regie met betrekking tot welke cursussen en wanneer deze gevolgd worden bij de
werkgever. CNV Vakmensen is van mening dat de regie bij de beroepschauffeur behoort te liggen.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
6
4. Visie op arbeidsthema’s
4.1Voorwoord
Eind 2014 is CNV Vakmensen met sociale partners in de Transport en Logistiek een nieuwe arbeids-cao
overeengekomen met een looptijd van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2016. Er is afgesproken
dat de betrokken vakbonden en werkgeversorganisaties zich gezamenlijk zouden buigen over een vernieuwende cao die in moet gaan per 1 januari 2017. In 2015 hebben CNV Vakmensen, de FNV, de Unie en
TLN tijdens tien informele bijeenkomsten een aantal thema’s besproken. Dit zijn:
- Karakter en structuur van de cao
- Beloning en flexwerk
-Functiewaardering
- Basisloon en toeslag overuren
- Zeggenschap arbeidsduur en –tijden
-Toeslagensystematiek
- Duurzame inzetbaarheid
-Logistiek
De visies en standpunten van de partijen zijn in kaart gebracht en in februari 2016 heeft TLN laten weten
tijd nodig te hebben om dit overzicht met hun achterban te bespreken en zodoende hun inzet te kunnen
bepalen om te komen tot een toekomstbestendige moderne cao voor de sector Transport en Logistiek.
In dit hoofdstuk lees je de visie van CNV Vakmensen per thema zoals besproken in het informeel overleg
over cao van de toekomst.
4.2
Op naar één cao
In het verleden bestonden er in de sector Transport en Logistiek twee werkgeversverenigingen, Transport en Logistiek Nederland (TLN) en Koninklijk Nederlands Vervoer (KNV). Met beide werkgeversorganisaties werden cao’s uit onderhandeld. Deze cao’s lijken veel op elkaar, maar er zijn verschillen. CNV
Vakmensen wil in de toekomst één cao voor de gehele sector. De verschillen die de cao’s kenmerken
zouden in een nieuwe cao zoveel mogelijk overbrugd moeten worden. Als dat niet mogelijk is moeten
oud KNV werknemers gecompenseerd worden of rechten behouden zolang zij in dienst blijven bij hun
(voormalige) KNV werkgever.
4.3
Karakter en structuur van de cao
De sector bestaat uit verschillende deelmarkten. De werkgeversorganisatie TLN onderscheidt in haar
verenigingsstructuur zestien en zelfs die uiteenzetting dekt niet de volledige lading. CNV Vakmensen
is van mening dat, in welke deelmarkt of niche werkgevers en werknemers zich ook bevinden, de cao
faciliterend en sturend moet zijn.
CNV Vakmensen is van mening dat er een minimum cao moet komen, met een basisdeel waar rechten en plichten voor iedere werkgever en werknemer in de sector in staan. In deze cao kunnen aparte
afspraken worden gemaakt voor doelgroepen, waaronder:
- Chauffeurs < 3.500 kg
- Chauffeurs > 3.500 kg
- Kantoor gebonden medewerkers
- Logistiek/warehouse personeel
- Machinisten
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
7
Bovenop de minimum-cao kunnen met betrokken vakorganisaties aanvullende maatwerkafspraken
gemaakt worden per bedrijf of deelmarkt.
4.4
Beloning en flexwerk
Veel bedrijven in de Transport en Logistiek werken met tijdelijke contracten. Op zich hoeft dat niet erg
te zijn wanneer de werknemer na afloop van het tijdelijke contract een vast dienstverband wordt aangeboden. Helaas blijkt dit tegenwoordig niet altijd het geval. Werknemers worden aangesteld op basis
van tijdelijke contracten en wanneer zij wettelijk in aanmerking komen voor een dienstbetrekking voor
onbepaalde tijd nemen werkgevers afscheid van deze werknemers.
Door de invoering van de Wet Werk en Zekerheid bestaat de kans dat steeds meer bedrijven de werknemer niet meer zelf in dienst nemen maar gebruik gaan maken van uitzendbureaus. Neemt een bedrijf
iemand zelf op tijdelijke basis in dienst dan moet dat na twee jaar leiden tot een vast dienstverband of
er komt een einde aan het dienstverband. Veel werkgevers willen geen lange arbeidsrelaties aangaan
omdat ze geen risico’s willen lopen.
Bij het uitzendbureau kan iemand 5,5 jaar via een tijdelijk contract blijven werken bij dezelfde werkgever. Hierdoor is de kans groot dat bedrijven eerder geneigd zijn om met uitzendkrachten te werken dan
met eigen (tijdelijk) personeel. Overigens moet het uitzendbureau als iemand langer dan 24 maanden via
het uitzendbureau heeft gewerkt wel de transitievergoeding betalen. Het uitzendbureau zal dit doorberekenen aan het inlenende bedrijf.
Het niet willen lopen van risico’s zoals ziekteverzuim met doorbetaling van loon, transitievergoeding en
extra verlofdagen voor oudere werknemers, is vaak een belangrijke drijfveer om gebruik te maken van
een uitzendbureau. Hoewel het uitzendbureau verplicht is om het loon te betalen dat bij de inlener gebruikelijk is (loon volgens de cao TLN of KNV), is de werknemer niet aangesloten bij het pensioenfonds
vervoer. Dit zorgt ervoor dat de ingeleende werknemer toch vaak goedkoper is dan de eigen werknemer.
Hierdoor wordt minder bijgedragen aan collectieve voorzieningen zoals pensioen, maar ook aan opleiding en ontwikkeling (SOOB-premie). Er vallen dus minder
werknemers onder de cao’s TLN en KNV. Het draagvlak voor de cao en de collectieve regelingen wordt
hiermee verder uitgehold.
Daarnaast is het risico op werkloosheid ten opzichte van werknemers in vaste dienst voor flexwerkers
een stuk groter.
Bedrijven stimuleren om meer mensen in (vaste) dient te nemen
CNV Vakmensen vindt dat iedereen, ongeacht functie, recht heeft op een zo lang mogelijk perspectief
in werk. Het laten hobbelen van werknemers van contract naar contract met periodes van inactiviteit,
lagere verdiensten, slechte pensioenopbouw en weinig mogelijkheden tot (persoonlijke- of loopbaan-)
ontwikkeling hoort daar niet bij. Daarom zijn wij van mening dat een nieuwe cao bedrijven moet stimuleren meer mensen in (vaste) dienst te nemen.
De kosten van een bedrijf bestaan voor zo’n 50% uit loonkosten. Een bedrijf van een beetje formaat kan
dus veel besparen als ze goedkoper personeel inzetten. Om bedrijven te stimuleren personeel in eigen
dienst te nemen kun je afspreken dat werknemers met een tijdelijk contract en ingeleende arbeidskrachten meer betaald krijgen dan medewerkers die in vaste dienst zijn. Daarnaast kan het verstandig
zijn om een minimumtarief voor zzp’ers in de cao op te nemen.
In veel nalevingskwesties die CNV Vakmensen uitvoert ervaren wij dat veel werknemers onterecht in de
lagere loontreden worden ingedeeld of gehouden in plaats van een hogere of hoogste trede in de loon-
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
8
schaal behorend bij zijn of haar ervaring. Een loongebouw met meerdere jaarlijkse treden in de loonschaal staat op papier leuk maar als werknemers er niet in terecht komen, schiet het zijn doel voorbij.
CNV Vakmensen is dan ook voorstander van een salarisgebouw met weinig treden in de verschillende
salarisschalen bij uitvoerende functies zoals in de sector Transport en Logistiek. Daarbij hanteren wij
het uitgangspunt gelijk werk gelijk loon, maar wel bij een vergelijkbaar risico.
4.5Functiewaardering
Los van zingeving, ontplooiing en allerlei andere redenen waarom mensen (willen) werken blijft de
hoofdreden dat mensen werken omdat zij door middel van arbeid geld verdienen om in hun levensonderhoud te voorzien. Voor velen hangt de levenstandaard af van wat zij met werken verdienen. Werknemers- en werkgeversorganisaties kunnen ten principale twee keuzes maken. De eerste keuze is dat
iedereen ongeacht de functie naar rato van de tijdsbesteding evenveel verdient. De tweede, gangbare
keuze, is dat er een rangorde wordt gemaakt tussen functies. Hoe hoger de functie wordt gewaardeerd
ten opzichte van de andere functies hoe meer de functionaris aan beloning ontvangt. Dit wordt ook wel
functiewaarding genoemd.
Het hebben van een functiewaardering is handig wanneer je bepaalde functies wilt koppelen aan salarisschalen. CNV Vakmensen is van mening dat functiewaardering objectief dient te gebeuren. De functiebeschrijving moet kloppen met de werkzaamheden die uitgevoerd worden. De weging van functies moet
door een neutrale partij gedaan worden en het resultaat moet controleerbaar zijn.
In de Transport en Logistiek is gekozen voor het systeem Bakkenist. Het Sectorinstituut Transport en
Logistiek (STL), opgericht en onder toezicht van de sociale partners, waaronder CNV Vakmensen, voert
de weging uit en experts van CNV Vakmensen kunnen de uitkomst controleren. Objectiviteit is dus gewaarborgd.
Een systeem moet onderhouden worden. CNV Vakmensen vindt dat de laatste versie van het systeem
gebruikt moet worden (versie 2005 in plaats van 1992). De huidige functiebeschrijvingen moeten aangepast worden aan de nieuwe ontwikkelingen. Daarnaast vindt CNV Vakmensen dat er in het nieuwe
functiehuis oog moet zijn voor carrière perspectief en doorgroei mogelijkheden.
4.6
Basisloon en toeslagen
Het basissalaris is wat CNV Vakmensen betreft ook echt een minimumsalaris. Dit betekent dat de individuele werknemer een loonafspraak kan maken die boven dit niveau ligt. Hierbij kan ook een bepaalde
periode waarin dit hogere loon wordt betaald worden overeengekomen.
Door de grootste functiegroep, de beroepschauffeur, worden veel overuren gemaakt. Door het verschuiven van de pensioenleeftijd van 65 naar 67 jaar is voor iedereen het perspectief veranderd en moet je tot
67-jaar actief blijven op de arbeidsmarkt. Het maken van veel overuren draagt niet bij aan hun vitaliteit
en duurzame inzetbaarheid.
Eén van de redenen waarom chauffeurs bereid zijn zoveel overuren te maken is het te lage basisloon.
Zeker wanneer je het basisloon vergelijkt met soortgelijke functies uit andere sectoren blijkt dat Transport en Logistiek Chauffeurs achterlopen in hun beloning. CNV Vakmensen is er voorstander van om het
basisloon te verhogen.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
9
Als er buiten de afgesproken dagen en/of tijden wordt gewerkt, heeft de werknemer recht op een toeslag. Dit kan een toeslag zijn vanwege overuren dan wel een toeslag vanwege het werken op bezwarende tijdstippen of het werken op wat normaal een vrije dag zou zijn geweest.
Daar waar het noodzakelijk is dat de werknemer gedurende een langere periode beschikbaar moet zijn
voor werk is het logisch dat deze flexibele houding extra wordt beloond.
Overuren die maken dat de werkbelasting hoger wordt dan 55 uur per week moeten duurder worden
dan op dit moment het geval is, om werkgevers te ontmoedigen werknemers meer dan 55 uur per week
in te zetten.
4.7
Zeggenschap arbeidsduur en –tijden
De huidige cao’s in de Transport en Logistiek geven de werkgever de plicht om bij een voltijds dienstverband werknemers minimaal 40 uur per week te betalen. Werkgevers hebben anderzijds wel het
recht om werknemers van maandag tot en met zaterdag 40 uur in te plannen (rekening houdend met de
arbeidstijdenwet).
De plicht voor werknemers om zes dagen in de week 24 uur per dag beschikbaar te zijn voor werk past
niet (meer) in een maatschappij waar sprake is van gezamenlijk kostwinnerschap, gezamenlijke verantwoordelijkheid in zorgtaken en met oog op een betere vitaliteit en het organiseren van een goede
werk-privé-balans. De standaard moet 40 uur per week zijn, verdeelt over vijf dagen van acht uur.
De wereld van Transport en Logistiek kenmerkt zich door haar klantgerichtheid en de klant eist nou
eenmaal een hoge mate van flexibiliteit. CNV Vakmensen is zich hier ter dege van bewust maar pleit wel
voor versteviging van de positie van de werknemer in deze flexibiliteitsbehoefte.
CNV Vakmensen bepleit dan ook dat werknemers op individuele basis vaste werkdagen moeten kunnen
overeenkomen met hun werkgever opdat een werknemer die een dienstbetrekking heeft van 80% een
doordeweekse dag als vrije dag kan bestempelen, maar ook dat een voltijdswerknemer een doordeweekse dag als vrije dag kan bestempelen en vier keer tien uur kan werken.
Werken (overwerk) op een vast overeengekomen vrije dag geldt dan als werken op een zondag.
Het overeenkomen van vaste werkdagen is iets dat minimaal thuishoort in een cao anno 2017 en zorgt
dat de cao meer aansluit bij de recente Wet Flexibel Werken.
4.8Toeslagensystematiek
Bij de diverse onderdelen is al iets vermeld over toeslagen. Toeslagen voor het werken op ongunstige
tijden (overuren of werken op afwijkende dagen/tijden) worden vaak overeengekomen om de werknemer
te compenseren en het werken op ongunstige tijden richting de werkgever te ontmoedigen. Deze doelen
worden echter in de cao’s niet bereikt, gezien het lage basissalaris dat werknemers verdienen. Gezien
dat lage salaris willen werknemers veel uren maken en vinden werkgevers het wel gemakkelijk dat hun
werknemers veel inzetbaar zijn. Dit heeft een slecht effect op de gezondheid en de duurzame inzetbaarheid van de werknemers. CNV Vakmensen wil daarom op zoek naar een andere balans die een hoger
basissalaris tot gevolg heeft.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
10
4.9
Duurzame inzetbaarheid
In de nabije toekomst zal de AOW-gerechtigde leeftijd gekoppeld worden aan de verwachte levensverwachting van de Nederlandse bevolking. Dit houdt in dat de sector, werkgevers en werknemers, er
rekening mee moeten houden dat werknemers langer actief moeten blijven op de arbeidsmarkt. Ter
illustratie: iemand die nu 57 is, zal op zijn 67ste AOW ontvangen. Van iemand die nu 30 jaar oud is, wordt
geschat dat hij of zij pas AOW ontvangt op 71-jarige leeftijd. CNV Vakmensen is van mening dat er drie
‘knoppen’ zijn waaraan gedraaid kan worden om te zorgen dat mensen gezond en wel hun AOW gerechtigde leeftijd werkend behalen.
1. De eerste ‘knop’ is de zorg om de arbeidsomstandigheden en –tijden zo min mogelijk belastend te
laten zijn voor het menselijk lichaam.
2. De tweede ‘knop’ is ervoor te zorgen dat werknemers voldoende financiële middelen hebben of
krijgen die het mogelijk maken dat zij in bepaalde belastende fases van hun werkzame leven minder
arbeid hoeven te verrichten.
3. De derde ‘knop’ gaat over de financiële middelen die de werknemers nodig hebben zodat zij zich
kunnen ontwikkelen en opleiden naar een nieuwe/andere arbeidsbesteding wanneer de invulling
van hun huidige functie niet meer past in hun persoonlijke situatie. CNV Vakmensen noemt dit een
ontwikkelingsbudget.
4.10Logistiek
Logistiek, en dan specifiek warehousing, is een grote markt in Nederland. Veel (van oudsher) transporteurs zijn ook actief in de warehousing. Vanuit deze hoek komen veel geluiden om de cao beter aan te
laten sluiten bij de behoeftes die voornamelijk vanuit werkgeverszijde aanwezig zijn.
CNV Vakmensen ziet deze voorstellen graag tegemoet.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
11
5. Concrete voorstellen arbeids-cao 2017
5.1.Inleiding
Op basis van de vastgestelde visie hebben de kaderleden en bestuurders van CNV Vakmensen haar
achterban(nen) geraadpleegd. Doel van deze raadpleging was de vastgestelde visie toetsen en het net
aan concrete voorstellen op te halen. CNV Vakmensen heeft de overtuiging dat wanneer cao-partijen
werk willen maken van een (ver)nieuw(d)e toekomst bestendige cao, we onderhandelingen moeten
voeren op basis van de thema’s zoals deze in hoofdstuk 4 van deze cao zijn benoemd. Om meer richting
te geven aan het onderhandelingsproces treft u hieronder een aantal concrete vernieuwingsvoorstellen aan op basis van de huidige cao’s. Daar wij voorstellen de onderhandelingen te voeren per thema is
onderstaande opsomming niet limitatief. Wij behouden ons het recht voor met aanvullende voorstellen
te komen.
5.2. Concrete voorstellen
5.2.1
Karakter en structuur van de cao
Op dit moment bestaan er twee landelijke cao’s voor werknemers in de sector Transport en
Logistiek. Namelijk, de cao voor het beroepsgoederenvervoer en de cao voor het goederenvervoer. TLN heeft de nadrukkelijke wens geuit om te komen tot één vernieuwende cao. CNV
Vakmensen wil hier graag aan tegemoet komen, echter ziet wel waarde verschillen tussen de
twee cao’s. Deze verschillen zijn inzichtelijk gemaakt in de bijlage. De uiteindelijke nieuwe
cao zou hieraan getoetst moeten worden. Wanneer blijkt dat voor groepen werknemers de
nieuwe cao een achteruitgang is in arbeidsvoorwaarden (denk aan ATV-dagen) dient dit voor
deze werknemers gecompenseerd te worden. Tot slot dient een nieuwe cao een minimum
karakter te kennen. Decentraal (deelmarkt- en/of op bedrijfsniveau) kunnen in overeenstemming met de bij deze cao betrokken vakorganisaties aanvullende afspraken gemaakt worden.
5.2.2Loonimpuls
Recent zijn een aantal rapporten en publicaties opgeleverd die het belang van een positieve
aanpassing van salarissen onderschrijft. Zo publiceerde het Economische bureau van de Rabobank dat de lonen in de Transport de laatste jaren fors zijn achtergebleven bij economische
ontwikkelingen. De Nederlandse Bank en Minister Dijsselbloem gaven eerder al aan dat er
ruimte is, dan wel gepakt moet worden om de lonen positief aan te passen. In dat licht doet
geen enkele loonvraag die wij stellen eer aan wat werknemers verdienen. Dit gecombineerd
met het feit dat er een krapte is op de arbeidsmarkt aan gekwalificeerd personeel stellen wij
voor dat u met een voorstel komt voor een rechtvaardige loonimpuls voor uw werknemers.
5.2.3Beloningssystematiek
Aansluitend op artikel 4.4 uit deze notitie stellen wij voor de beloningssystematiek op basis
van loonschalen met treden te vernieuwen. Wij stellen een systematiek voor waar sprake is
van vier beloningscategorieën per loonschaal. Onderstaand treft u als voorbeeld aan hoe loonschaal ‘D’ op basis van de huidige beloningen zou kunnen worden gemoderniseerd.
>
>
Loonschaal D-0 € 11,33 Loonschaal D-1 € 12,88 (medewerker in dienst bij transportbedrijf;
contract voor onbepaalde tijd)
(medewerker in dienst bij transportbedrijf met
tijdelijk contract)
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
12
>
>
Loonschaal D-2
€ 13,91 Loonschaal D-3
€ 16,50 (medewerker in dienst bij transportbedrijf;
contract voor onbepaalde tijd
(uitzendkracht, 0-urencontract, oproepkracht etc.)
Een medewerker in vaste dienst begint in D-0 en na een jaar komt hij/zij in D-2.
Tevens stellen wij voor om in de cao een minimum tarief voor zelfstandigen op te nemen ter
hoogte van € 37,50 per uur.
5.2.4
Basisloon en toeslagen
Aansluitend op de uitgangspunten uit artikel 4.6 en 4.8 stellen wij voor gedurende de onderhandelingen gezamenlijk de nieuwe cao dusdanig op te stellen dat er een hoger basisloon
ontstaat en het voor werkgevers onaantrekkelijk wordt om werknemers meer dan 55 uur per
week te laten werken.
5.2.5Basisloon
Als gevolg van de afspraken die in het sociaal akkoord 2013 zijn gemaakt wordt de ruimte
tussen het wettelijk minimumloon en 120% van dit minimumloon gereserveerd voor de arbeidsgehandicapte werknemer. Dit betekent dat de “normale” loonschalen in de cao beginnen
vanaf 120% van het wettelijk minimumloon.
5.2.6
Zeggenschap arbeidsduur en -tijden
Wij stellen voor de cao dusdanig aan te passen dat niet rijdend personeel een werkdag krijgt
van acht uur per dag. Bij een volledig dienstverband betekent dit dat zij vijf dagen van acht uur
werken. Eventueel overwerk wordt per dag berekend. Wij stellen voor om rijdend personeel
op basis van een voltijdse dienstbetrekking (40 uur per week) het recht te geven één doordeweekse dag (maandag – vrijdag) in de week als roostervrij te bestempelen of te kiezen om aan
te sluiten voor een achturige werkdag gelijk aan het niet rijdend personeel.
5.2.7
Afschaffing pauzestaffel
Binnen de transport is de laatste jaren veel ontwikkeld en geïnnoveerd. Zo is tegenwoordig het
overgrote deel van het wagenpark uitgerust met een boordcomputer. Voordeel hiervan is dat
werktijd, arbeidstijd en pauzetijd nauwgezet gemonitord kan worden. Dit maakt dat anno 2017
de pauzestaffel overbodig is geworden daar de daadwerkelijk genoten pauzetijd nauwgezet
geregistreerd wordt. Wij stellen daarom ook voor om de pauzestaffel niet meer op te nemen in
de nieuwe cao.
5.2.8 Onkostenvergoeding
Wij stellen voor om artikel 40 dusdanig aan te passen opdat diensttijden korter dan vier uur
aanspraak maken op de onkostenvergoeding. De praktijk laat nu zien dat werknemers die
binnen vier uur een tussenstop hebben op de standplaats, maar wel een langere diensttijd
hebben, geen onkostenvergoeding ontvangen. De maximering van de onkostenvergoeding kan
komen te vervallen en de onkostenvergoedingen moeten telkens per 1 januari geïndexeerd
worden. CNV Vakmensen constateert dat de onkostenvergoeding niet toereikend is om bij
reguliere horecagelegenheden de dagelijkse maaltijden te bekostigen. Wij stellen voor dat
er in 2017 een studie wordt verricht om te komen tot een andere regeling. Wij gaan voor een
simpele regeling met zo hoog mogelijke bedragen.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
13
5.2.9
Goede nachtrust
Werknemers die koeltransport verzorgen of werknemers die in hun vrachtwagen overnachten naast een koelcombinatie worden blootgesteld aan vele decibellen geluidsoverlast. CNV
Vakmensen stelt voor om in het jaar 2017 een onderzoek te doen naar mogelijkheden om de
geluidsoverlast te verminderen. Om een goede nachtrust te bevorderen willen wij afspreken
dat er alleen in de cabine mag worden overnacht als deze is voorzien van een standkachel en
een standairco en het geluidsniveau op de slaapplaats niet meer is dan 35 db(A). De kosten
van de overnachting, als de werknemer er niet voor kiest om deze in de cabine door te brengen, komen voor rekening van de werkgever. Voor nadere informatie verwijzen wij u graag
naar onze column ‘De chauffeur en het varken’ d.d. 14 april 2016.
5.2.10
Verlofdagen en ATV
Wij stellen voor om op basis van een voltijdsdienstverband in de nieuwe cao werknemers recht
te geven op 20 wettelijke vakantiedagen en 13 (dertien) bovenwettelijke vakantiedagen. Deze
bovenwettelijke vakantiedagen kennen een vervaltermijn van vijf jaar en kunnen aangesproken worden voor verlof of extra inkomen. Dit is inclusief de 3,5 ATV dagen uit de TLN cao.
Voor de werknemers vallend onder de cao Goederenvervoer Nederland die een ander perspectief hebben, willen wij een overgangsmaatregel afspreken zoals ook beschreven onder
artikel 5.2.1.
Ook oproepkrachten hebben recht op vakantiedagen. In artikel 10 TLN cao opnemen dat het
uurloon wordt verhoogd met 14,54% vanwege de opbouw van vakantiedagen (uitgaande van 33
vakantiedagen per jaar).
5.2.11
3de WW jaar
De reparatie van het 3e WW jaar wordt apart geregeld. CNV Vakmensen wil daarvoor een vijf
jarige cao afspreken, die ook aan de leden wordt voorgelegd.
5.2.12
Fiscaal vriendelijke verrekening van de vakbondscontributie
In de cao nemen we op dat de werkgever meewerkt aan de fiscaal vriendelijke behandeling
van de vakbondscontributie.
5.2.13 Loon bij arbeidsongeschiktheid
De mogelijkheid om een wachtdag bij ziekte toe te passen wensen wij niet meer in de cao op
te nemen. Een goed functionerend ziekteverzuimbeleid, gefaciliteerd door ons paritair samengestelde sectorinstituut, beperkt het kort durend verzuim en maakt wachtdagen overbodig.
De hoogte van het loon dient gebaseerd te worden op het gemiddelde loon dat de werknemer
verdiende in de 52 weken voorafgaande aan de eerste ziektedag.
5.2.14 Defenitie uurloon en Wagw-EU
De definitie uurloon dient conform het verzoek van de Stichting van de Arbeid d.d. 30 juni 2015
worden aangepast. Daarnaast dienen cao-partijen te checken of de cao Wagw-EU proof is.
5.2.15
Woon- werkverkeer
De werkgever betaalt de reiskosten voor het woon- werkverkeer, hiervoor wordt € 0,19 per
km belastingvrij betaald.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
14
5.2.16
Werken in ploegendienst
Vaste aanvangstijd van de dienst. Maximaal acht uur per dienst. Voor het werken op inconveniente uren op maandag t/m vrijdag willen wij een klokurenmatrix overeenkomen die recht
doet aan het werken op inconveniente uren, ter vervanging van artikel 36.
5.2.17Gevarengeld
In gebieden waar het voor chauffeurs extra gevaarlijk is om te rijden stellen wij voor dat deze
chauffeurs een gevarentoeslag krijgen. Als voorbeeld kan Calais gelden. Voor iedere keer dat
de chauffeur Calais passeert ontvangt hij/zij € 50,00.
5.2.18Implementatietermijn
Keulen en Aken zijn niet op dezelfde dag gebouwd. Wij realiseren ons dat de vernieuwing van
deze cao ook niet in een keer kan plaatsvinden. Vandaar dat er afspraken gemaakt moeten
worden over de tijd die nodig is om de gewenste veranderingen te realiseren.
6. Wijziging O&O-cao vanaf 2017
Bij CNV Vakmensen staat ontwikkeling en het mogelijk maken dat werknemers regie krijgen op hun ontwikkeling hoog in het vaandel. Aansluitend bij artikel 3.2, 3.3, 3.4 en 4.9 wenst CNV Vakmensen de cao
met betrekking tot de Stichting Ontwikkeling & Opleiding Beroepsgoederenvervoer te vernieuwen. Zodra
de onderhandelingen voor verlenging van deze cao van start gaan ontvangt u van ons nader uitgewerkte
voorstellen.
7. Reparatie opbouw en duur werkloosheidswet
CNV Vakmensen stelt voor, zodra de voorwaarden van de regeling duidelijk zijn, sectoraal afspraken te
maken over de reparatie van de publieke versobering van de opbouw en duur van de uitkering gebaseerd
op de werkloosheidswet. CNV Vakmensen stelt voor om de eventuele afspraken die partijen hierover
moeten maken in een aparte langlopende cao onder te brengen. Het eventuele akkoord met betrekking
tot deze cao wordt door CNV Vakmensen ter stemming aan de leden voorgelegd.
Bijlage: verschillen tussen de TLN en KNV cao
Zie pagina 16.
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
15
Bijlage: verschillen TLN en KNV cao 2014-2016
onderwerp
definitie vrije dag
artikelnummer
TLN
KNV
3.13
2.11
jeugdlonen
22 jarigen en ouder
22
22 lid 3
lonen
definitie overuren
ongeschoonde uitdaai
25
27
26 lid 2h
21
24A
bijlage
XIV lid 4
oudere werknemers
>= 50 jaar verplichting
tot overwerk
28
24 B; 5 1c
verplichte tijd voor tijd
regeling
30
26 A
overschrijdingstoeslag
**
25 C
vergoeding uren op
zaterdag, zondag en
feestdagen
33
27; 28
inhoud
na 8 uur rust, 24 uur vrij
welk artikel overnemen?
TLN, 8 uur veranderen in 11
uur, past beter bij het ATB
als jeugdlonen blijven bestaan dan
staffel KNV, loonbedragen
TLN
bij indiensttreding nog niet beschikken KNV
over voldoende vak- of bedrijfskennis,
dan lager inschalen
loonschalen
TLN
speciale regeling voor oproepkrachten KNV
TLN na elke rit, na eenmalig verzoek ook TLN
per betalingsperiode. KNV alleen per
betalingsperiode
TLN max 12,5 per week; 105 uur per 2
KNV
weken. KNV geen verplichting
overuren; geen verplichting nachtarbeid
(00.00-06.00 uur)
nieuwe regeling maken,
geldt ook voor de vrijwillige
tijd voor tijd regeling
< 5 dagen werken uren boven 8 per dag KNV
is overuur.
zaterdag TLN alle uren 150%; KNV 150% TLN
als > 40 uur per week
feestdag (op zaterdag) TLN alle uren +
KNV behalve lid 5
100% toeslag; KNV ook maar als < 8 uur,
dan toch over 8 uur toeslag van 100%
vrije weekenden
34
28 B
TLN per half jaar 13 vrije weekenden
KNV
van 45-48 uur. KNV per kwartaal 6
weekenden van 48 uur
30 B
KNV geen overwerk bij opeenvolgende KNV
diensten
32; 33; 34
nieuwe regeling maken
ploegendienst
36
verblijfkosten
40
pensioengewenningscursus
ongevallenverzekering
**
34 E
51
14
met partner 5 dagen cursus om aan
pensioen te wennen
kleine verschillen in de voorwaarden
logistieke
52 t/m 63 bijlage KNV omschrijving logistiek proces,
dienstverlening
VI
verschillen in de tekst.
ouderschapsverlof,
**
35 D,E,F in TLN cao niet geregeld
zorgverlof, levensloop
ATV dagen
68
**
vakantieregeling
leerlingen
bijdrage SOOB
11
ouderenbeleid
**
charterbepaling
73
**
36 B
KNV
nieuwe regeling maken
KNV regeling voor zover de
wet dat al niet heeft
geregeld.
KNV
TLN rijdend en niet rijdend 3,5 dagen;
KNV rijdend personeel 3,5 dagen
KNV niet rijdend personeel 5,5 ATV
dagen
36 C
KNV 18 ATV dagen extra als >= 30 jaar in overgangsregeling voor
bedrijfstak heeft gewerkt
mensen die in 2016 recht
hebben op deze dagen.
37
deze regeling geldt voor BBL leerlingen. is het nodig dit op te nemen
in de cao?
39
werkgever moet aan SOOB premie
dit artikel schrappen, is al
betalen.
geregeld in de SOOB cao
bijlage mooi protocol, maar wat komt daar in
KNV
VIII
de praktijk van terecht?
4 lid 11
KNV
en 44
arbeidsvoorwaardennotitie Transport en Logistiek
16
Download