3.1 Water stroomt

advertisement
Significante cijfers
Wetenschappelijke
notatie
Lesdoelen
Les 1

Je weet wat significante cijfers zijn

Je kent de rekenregels van de significante cijfers

Je kunt met de rekenregels opgaves op het juiste aantal significante
cijfers afronden

Les 2

Je weet hoe je met machten van 10 werkt

Je weet wat de wetenschappelijke notatie inhoudt

Je kunt getallen in de wetenschappelijke notatie schrijven en weer op
de normale manier schrijven
Draaiboek
Les 1

Uitleg significante cijfers

Opdrachten maken en bespreken

Uitleg rekenregels

Opdrachten maken en bespreken

Nabespreking

Les 2

Uitleg machten van 10

Opdrachten maken

Uitleg wetenschappelijke notatie

Opdrachten maken

Nabespreking
Les 1: Significante cijfers

Met significante cijfers geef je aan hoe nauwkeurig je een meting
hebt verricht

Voorbeeld: Ik lees op een maatbeker af dat er 1,0 L aan water in de
maatbeker zit. Dat betekent dat het waterniveau tussen 1,1 en 0,9
moet staan.

Waarom mag je dan niet opschrijven dat er 1,000 L water in de
maatbeker zit?

Dat zou betekenen dat iemand heel nauwkeurig glaswerk heeft en
heeft afgelezen tussen streep 1,001 en 0,999. En dat is niet het geval
Significante cijfers

Alle nullen rechts tellen mee voor het aantal significante cijfers. De
nullen links niet
 1,00
heeft drie significante cijfers
 0,003456
 3345,1
heeft vier significante cijfers
heeft vijf significante cijfers
Opdracht

Hoeveel significante cijfers hebben de volgende getallen?
1
 1234,0
 0,00045
 0,0020
 456,0000
 4,079020400
 0,0005603067
Rekenregels (rekening houden met
nauwkeurigheid meetwaarden)



Regel 1: bij vermenigvuldigen en delen is het aantal
significante cijfers van de uitkomst gelijk aan de
meetwaarde met het kleinste aantal significante
cijfers.
Regel 2: bij optellen en aftrekken is het aantal cijfers
achter de komma van de uitkomst gelijk aan het
aantal cijfers achter de komma van de
meetwaarde met het kleinste aantal cijfers achter
de komma
Regel 3: vaak moet je afronden om het juiste aantal
significante getallen te verkrijgen. Je let hierbij op
het eerste “niet-significante” getal.
Rekenvoorbeelden
 Regel
1: 1,0 L x 2,500000 g/L = 2,5 g
 Regel
2: 1,00000 L – 0,25 L = 0,75 L
 Regel
3: 2,345467 is bij het derde
getal significant dus afgerond 2,35
Opdracht

Geef het antwoord in het juiste aantal significante cijfers.
 1,00
x 2,000000 =
 210 x 1,000000 =
 3,001 x 1,000000 =
 1,25
– 0,250000000 =
 3,05 – 1,050000000 =
 4,2 + 2,0000000 =
 2,50 + 1,5 =
Opdracht

Rond de volgende getallen af. Het onderstreepte getal is significant
 4,56456476
 1000,45634
 78,45209
 85,2
 89,6667
 32,9
Les 2: Wetenschappelijke notatie
Machten van 10
101 = 10
102 = 100
103 = 1.000
104 = 10.000
105 = 100.000
106 = 1.000.000
Wat is dan 10 0 ?
Afspraak is 10 0 = 1
Negatieve Machten van 10
10 – 1 = 0,1
10 - 2 = 0,01
10 - 3 = 0,001
10 - 4 = 0,0001
10 - 5 = 0,00001
10 – 6 = 0,000001
Wetenschappelijke notatie
Getallen weergeven met een getal tussen 1 en 10
vermenigvuldigd met een macht van 10.
2.000.000 = 2 x 10 6
456 = 4,56 x 10 2
0,1 = 1 x 10 -1
0,0067 = 6,7 x 10 -3
Oefeningen

Schrijf de volgende getallen in de wetenschappelijke notatie.
345.000
522
678.000.000.000
6.000.000
0,00056
0,02
0,8
0,0000067
Oefening

Schrijf de volgende getallen normaal op
2,45
x 104
7 x 10 -4
4 x 10 2
8,9 x 10 -2
6,9 x 10 6
8 x 10 -7
3,015 x 10 8
Download
Random flashcards
Create flashcards