Duivelse dwalingen De Standaard - donderdag 15 december 2011 Auteur: Marc De Kesel, docent filosofie aan Arteveldehogeschool Gent & onderzoeker aan Radboud Universiteit Nijmegen. Wat? Wetenschapsfilosofie moet de psychoanalyse minstens aan een reflectie onderwerpen. Waarom? Zo niet dreigt ze gereduceerd te worden tot haar eeuwenoude pseudoversie. In zijn opiniestuk maakt Maarten Boudry zich zorgen over de aanwezigheid van de psychoanalyse aan de universiteit (DS 13 december). Of beter: hij maakt zich niet echt zorgen: omdat de psychoanalyse niet aan de geldende criteria van wetenschappelijkheid voldoet, zal zij op termijn sowieso verdwijnen. Boudry is alleen zo vriendelijk ons daarop te wijzen en hoopt dat zijn universitaire collegae van de vakgroep psychoanalyse de hint hebben begrepen. Hij is niet voor niets wetenschapsfilosoof. Hij heeft lang nagedacht over wat wetenschap is en weet daarom pseudo van echt te onderscheiden. Is de filosoof dan de behoeder van de wetenschap? Voor Boudry is hij dat zeker. Is het zijn taak de wetenschap in vraag te stellen? Natuurlijk, daar heeft de filosoof immers de criteria voor. En moet hij die criteria ook niet in vraag stellen? Dat lijkt Boudry te ver te gaan. Daarover heerst consensus, zo blijkt volgens hem, en het is aan de filosoof om zijn wetenschappelijke collegae aan die consensus te houden. Voor Boudry liggen de grondslagen van de wetenschap voor 95procent vast. Over de resterende 5procent kan nog worden 'gefilosofeerd'. 'Filosoferen' staat hier voor wat Socrates op de Atheense agora deed en wat hem uiteindelijk zijn kop kostte: alle zekerheid ondergraven, alle weten aan het wankelen brengen, tot je alleen nog weet dat je niets weet en zelfs dat niet eens zo goed. Filosofen als Boudry vinden het best dat dit soort 'filosofie' een margefenomeen is geworden. Zij scharen zich achter de wetenschappelijke verworvenheden en beschouwen het als hun taak die te bewaken en anderen erop te wijzen dat ze dat ook moeten doen. Voor heel wat collegae van Boudry, ook voor hen die zich wetenschapsfilosoof noemen, valt filosofie niet samen met het bewaken van de heersende wetenschappelijkheid. Voor hen is filosofie nog steeds socratisch, radicaal sceptisch dus, ook ten opzichte van de grondslagen van wat vandaag wetenschap heet. Niet dat zij tegen de wetenschap zouden zijn, integendeel, maar zij beschouwen het als hun vak om de aloude traditie van scepsis te blijven cultiveren. Filosofie is voor hen de vraag naar de geldigheid van wat wetenschap heet blijvend aan de orde stellen. Van een wetenschapsfilosoof mag je verwachten dat hij van die traditie wat kaas heeft gegeten. In dat geval had Boudry geweten dat de psychoanalyse haar ontstaan aan zo'n scepsis te danken heeft. Als neuroloog geconfronteerd met neurologische - of, wat toen op hetzelfde neerkwam, 'neurotische' - patiënten, zag Freud zich verplicht de paradigma's van wat toen wetenschap heette in vraag te stellen. Freud moest meer bepaald de scepsis tot uitgangspunt van zijn theorie en praktijk maken. De problemen waarmee iemand worstelt als hij met 'zichzelf' overhoop ligt (want daar komt het gros van de psychische problemen op neer) zijn 'onbewust', niet alleen voor hem of haar, maar ook voor zijn of haar therapeut. Ook voor Freud zelf dus. Vandaar een theorie over het onbewuste die zelf door dat onbewuste is getekend. Een theorie die weet dat ze nooit volledig zal blootleggen wat iemand bezielt, en die beseft dat ze pas vanuit dat inzicht aan wetenschap en therapie kan doen. Of dat kan, is inderdaad nog de vraag. Maar een wetenschapsfilosoof die naam waardig moet dat averechtse paradigma minstens aan een filosofische reflectie onderwerpen. Een wetenschap die uitgaat van het eigen onvermogen en daarin het beste middel ziet om zich tegen de eigen spontane zelfpretentie te wapenen: het moet een filosoof aan Socrates en dus aan 'filosofie' doen denken. Niet om er zijn 'evangelie' op los te laten, maar om het erdoor in vraag te laten stellen. Best mogelijk dat zijn evangelie de kritiek weerstaat. Maar dan is de filosofie ten minste niet gereduceerd tot haar eeuwenoude populaire pseudoversie: onverlichte massa's waarschuwen tegen duivelse dwalingen.