Samenvatting geschiedenis H2 (510498)

advertisement
Geschiedenis H2
Waar gaat dit hoofdstuk over?
Je leert in dit hoofdstuk over:
Deelvraag1
Hoe leefden de mensen in de eerste Griekse steden?
Deelvraag2
Hoe ontstond de democratie in Athene?
Deelvraag3
Waarom gingen de Grieken samen werken?
Deelvraag4
Welke nieuwe manier van denken ontstond in Griekenland?
Deelvraag5
Hoe verdween de militaire?
Par 2.0
Hoofdvraag:
Waarom en op welke manier ontstond de democratie in Athene?
Kenmerken van de Tijd van de Grieken:
In de tijd van de boeren besliste de dorpsoudste of groep wijze mannen van dorp wie wat moest doen. Grieken leefden in
de eerste steden van Europa, in Athene bedachten ze een nieuwe manier van beslissingen nemen. Ze bedachte de
democratie, iedereen die de stad beschermde kreeg stemrecht en kon zo stemmen op een persoon die hen mocht
vertegenwoordigen.
In bron twee lees je hoe Pericles over Athene in de vijfde eeuw verteld: hij vertelt dat de democratie een staatsvorm is
waarbij de macht in handen is van velen en niet van enkele zoals in de worden niet beoordeeld door de klasse waartoe ze
behoorden.
De boeren leefde met hun families in dorpjes, een groep wijze mannen (de dorpsoudste) besliste wie welk werk moest
doen, jagers- verzamelaars werden boeren, daarna leefde de Grieken in de eerste steden van Europa. In Athene mochten
burgers meebeslissen hoe de stad werd bestuurd, alle mannen die meevochten in het leger kregen recht om te stemmen,
een persoon van he mocht de volksvergadering: vergadering waarin het gewone volk zijn stem kan laten horen
vertegenwoordigen, nieuwe manier van besturen noemde ze democratie: bestuur waarbij het volk het land bestuurd,
volksvergaderingen waren vaak discussies, hun mening laten blijken, in Athene is onze democratie begonnen, de
volksvertegenwoordigers in Nederland noemen ze de tweede kamer, in het oude Griekenland mocht niet iedereen
meebeslissen, alleen de rijke mannen mochten over het bestuur meebeslissen, of een koning had alle macht.
Par 2.1
Deelvraag:
Hoe leefde de mensen in de Griekse steden?
De eerste Griekse steden ontstonden rond 1000 v. Chr., het leven was zwaar en gevaarlijk. Griekenland is erg bergachtig en
warm, de grond is onvruchtbaar, de Griekse steden lagen vaak aan de zee en in dalen. Door het landschap hadden de
Grieken weinig contact met elkaar, de mensen leefde vooral van de landbouw. Iedere stad (met omliggende akkers) was
een polis: een aparte staat (volgens de Grieken)(meervoud poleis), de meeste lagen in wat we nu Griekenland noemen, er
bestonden meer dan 200 poleis.
De Grieken waren bijna allemaal boeren, konden net genoeg eten voor zichzelf verbouwen, de soorten zaden waren niet zo
goed, ze hadden een godin van de vruchtbaarheid: Demeter (“als tevreden is goede oogst” zeiden de Grieken) er waren
feesten, tempels voor de godin. Als er te weinig was brak er een hongersnood uit: periode waarin de mensen te weinig
eten hebben, sterven van de honger, Thucydides beschrijft dat hier:
De hongersnood kwam rond 700 v. Chr. Nog maar weinig voor, hierdoor groeide de bevolking snel. De bestuurders van een
polis besloten vaak en kolonie te stichten :In de Griekse tijd: stad buiten Griekenland die werden gesticht door de
Grieken. Tussen 750 en 550 v. Chr. Werden er veel nieuwe kolonies gesticht. Rond 550 v. Chr. stopten ze met kolonies
stichten, ze konden nu genoeg handelen, hoefden niet meer gedwongen te verhuizen.
De Griekse steden rond 1000 v. Chr. Werden meestal bestuurd door koningen, zij waren erg rijk, er kwamen meer boeren
en er ontstond onheil, de rijke boeren bestuurden voortaan de polis, omdat alleen de mensen uit een bepaalde familie de
stad mochten besturen werden ze een aparte bevolkingsgroep, de adel: hier: kleine, rijke groep grootgrondbezitters die
de polis besturen.
Par 2.2
Deelvraag:
Hoe ontstond de Democratie in Athene?
Eerst werd het oude Griekenland bestuurd door koningen, later maakte vooral de adel de dienst uit, zo ontstond er rond
500 v. Chr. . Aristocratie: bestuur waarin een kleine groep (rijke) mensen het land bestuurd. Er was verschil tussen arm en
rijk, boeren moesten graan lenen bij rijke stadsgenoten, als ze hun schuld niet meer konden terugbetalen werden ze als
slaaf verkocht :persoon die niet vrij is en en gedwongen word bepaald werk te doen. In 594 v. Chr. armen in opstand,
voortaan werd het verkopen van mensen als slaaf verboden, ook verbod om graan te verkopen aan buitenlandse
handelaren (rijken), handelaren wilden toen ook kunnen meebeslissen in het stadsbestuur, net als de mensen van adel, hoe
groter je is (geld, goederen, land) hoe meer invloed op het bestuur.
De rijke Athener ‘s wilden de armen niet helpen, ruzie tussen arm en rijk zorgde er soms voor dat een rijk persoon de het
bestuur kon overnemen, dit noemden ze een tiran: persoon die meestal door geweld aan de macht is gekomen en alleen
het land bestuurd: bekende tiran :Pisestratos, greep de macht in 546 v. Chr. , hij hielp arme boeren, met een lening om
gewassen te verbouwen (olijven voor olijfolie en druiven voor wijn , leverde meer geld op dan het verbouwen van graan)
Hij werd opgevolgd door zijn zoon Hippias, in 528 v. Chr. werd hij opgevolgd, hij gebruikte veel geweld bij het besturen van
de stad, aanslag op hem 516 v. Chr. , zijn broer vermoord, opstand tegen Hippias; opvolger Cleisthenes,
Een keer per jaar mochten de Athener ’s stemmen op een persoon die te veel macht had en een bedreiging vormde voor de
democratie, hij werd dan voor 10 jaar verbannen. Jaarlijkse stemming noemen ze het ostracisme: schervengericht. Manier
om tirannie te voorkomen door het verbannen van een persoon.
par 2.3
Deelvraag:
Waarom gingen de Grieken samenwerken?
Voor de Grieken bestond er niet een Griekenland. De
Griekse poleis waren ook verschillend doordat de mensen in
steden een eigen dialect spraken en hun eigen vorm van
bestuur hadden. Dit alles veranderde toen de Perzische
koning Darius in 491 v. Chr. besloot de Griekse steden aan te
vallen.
In 499v. Chr. Kwamen de Griekse kolonies in opstand,
Athene en Eretria wilden de opstandelingen helpen. De
Perzische koning werd heel boos en strafte de opstandige
heel erg, Athene moesten ook boeten, de Perzische koning
stuurde dan ook 20 000 soldaten naar Athene, er heerste
paniek in Athene, ze stuurde een boodschapper naar Sparta
om hulp te vragen. Ze wilden hepen maar mochten van de
godsdienst pas vertrekken naar volle maan, ze besloten om
niet te gaan wachten maar gingen vol de aanval in , en ze
wonnen, de Perzische koning schaamde zich en zei dat hij
kwam terug.
De Athener ’s vonden een grote zilvervoorraad gevonden in
de bergen van de stad, ze bouwden er 200 schepen van om
de Perzische vloot tegen te houden. Hij wist dat hij nog geen
kans zou maken en richtte de Helleense bond op, er stond
een leger van de Grieken tegenover het leger van de Perzen.
Maar toch verloren de Grieken en Athene werd verwoest
door de Perzen. De Athener ‘s waren op tijd gevlucht en
bouwde Themistokles, de Perzische schepen achtervolgde
de Griekse schepen en liep in de val, hij werd helemaal uitgeroeid, alleen mannen(dus geen slaven en vrouwen) mochten
aan de verkiezing meedoen.
Par 2.4
Deelvraag:
Welke nieuwe manier van denken ontstond er in Griekenland?
De Grieken leefde rond 1000v. Chr. ,ze geloofde dat de aarde ontstaan was uit Chaos. De verhalen waarin iets
onverklaarbaars, zoals het ontstaan van de wereld, wordt uitgelegd en waarin goden en vreemde wezens een hoofdrol
spelen noemen we mythen.
Rond 600 v. Chr. veranderde de manier waarop sommige mensen tegen de oude Griekse mythen aankeken door handel
met perzen en Egyptenaren gingen ze die verhalen vergelijken met de mythen. Doordat ze zagen dat de verhalen niet met
elkaar klopten gingen ze zelf nadenken over het ontstaan van de aarde. Deze mensen werden filosofen genoemd : persoon
die probeert de wereld om zich heen te verklaren en streef naar wijsheid. Meestal werden ze natuurfilosofen genoemd
omdat ze zich vooral met natuurverschijnselen bezig hielden. Demokritos en andere natuurfilosofen zijn belangrijk geweest
voor de wetenschap : Onderzoeken en verklaren van allerlei zaken zoals natuurverschijnselen of ziekten., volgens hem
waren er 4 elementen die zorgde voor leven: water, aarde, vuur en lucht.
Rijkdom van Athene en de vrijheid die er vanaf 500 v. Chr. i n Athene was, zorgde ervoor dat de stad het culturele centrum
van de Griekse beschaving werd. De filosofen die naar Athene kwamen hielden zich niet alleen meer bezig met bestuderen
van natuur maar dachten ook na over beeldende kunst, literatuur, geneeskunst, geschiedenis en politiek. Deze filosofen
hebben een ding gemeen: gingen uit van het eigen verstand van de mens. Bekende scholen van de filosofen: academie van
Plato en Lyceum van Aristoteles.
Socrates was een belangrijk filosoof uit de oudheid, vooral bekend om zijn manier om aan kennis te komen, de manier heet
socratische methode, in 399 v. Chr. werd hij ter dood veroordeeld vanwege zijn ideeën, moest een gifbeker leegdrinken.
Par 2.5
Deelvraag: hoe verdween de militaire macht van de Griekse poleis en waarom nam de culturele macht toe?
Athene en Sparta waren supermachten oorlogen maakte een einde aan de militaire macht, de Griekse cultuur verdween
niet. Na de oorlog tegen de Perzen verdween de samenwerking tussen de Griekse poleis, de twee supermachten kwamen
tegenover elkaar te staan doordat poleis partij kozen of gedwongen werden te kiezen.
De Peloponnesische oorlog (431-404 v. Chr.)
Sparta had een landleger, Athene had een supersterke vloot. Pericles, de Atheense leider, had zich goed voorbereid tegen
de Spartanen door muren te bouwen rondom de stad. Hij probeerde zo de Spartanen te verslaan door niet te hoeven
vechten en dan als ze uitgehongerd waren kansen te hebben om met hun vloot de Spartanen te bereiken. Echter na twee
jaar keerden de kansen van de Atheners door de pestepidemie waarbij ook hun leider Pericles omkwam. Hierna wisten de
Atheners het niet meer en werd toch besloten om het gevecht aan te gaan wat ze natuurlijk verloren van de Spartanen.
Spartanen stelden 30 tirannen aan, de Atheners namen hier geen genoegen mee en wilden hun democratie terug, dit lukte
door de tirannen te verdrijven uit de stad.
Pericles was een groot staatsman, een belangrijk leider in de oorlog en een democratische bestuurder die zorgde voor nog
meer democratie. Hij gaf arme boeren een vergoeding zodat ze toch naar de volksvergadering konden komen. Werkelozen
moesten roeien op de oorlogsschepen en konden zo ook meebeslissen. Pericles kon alleen nieuwe wetten invoeren als er een
meerderheid met hem eens was, dit is nu in onze democratie ook nog zo. Veel mensen kon hij overtuigen van de nieuwe
wetten.
Na de Peloponnesische oorlog bleef het lange tijd onrustig in Griekenland. De poleis bleven elkaar bestrijden waardoor ze
alleen maar zwakker werden. In 338 v. Chr. wilde de koning van Macedonië allen in een bondgenootschap verenigen, de
poleis die weigerden zich aan te sluiten begon hij tegen te vechten, hij won waarna ze hem als leider moesten accepteren.
Na twee jaar was hij dood en nam zijn zoon Alexander het koningschap over. In 334 begon hij een oorlog die ruim 10 jaar
duurde, waarbij hij de tirannen van de Perzen verdreef, hij had een immens groot rijk en stichtte overal nieuwe steden,
stimuleerde de mensen om de Griekse cultuur over te nemen. De verspreiding van de Griekse cultuur over een groot
gebied buiten Griekenland heet hellenisme.
Na de dood van Alexander de Grote, viel zijn rijk uit elkaar en alle generaals die wilden een eigen koninkrijk besturen, de
Griekse cultuur bleef wel in elk rijk bestaan. Alexander heeft er dus voor gezorgd dat de Griekse cultuur tot ver buiten
Griekenland werd verspreid.
KENMERKEN VAN DE TIJD VAN DE GRIEKEN EN ROMEINEN.

Het ontstaan van steden (beperkt)

Burgerschap in Griekse stadstaat

Wetenschappelijk denken in Griekse stadstaat

Verspreiding van de Griekse cultuur
Download