(Standaard) Commissie voorbladen griffi

advertisement
Griffie
Commissie voor economie, mobiliteit en grote stedenbeleid
Datum commissievergadering
:
--
DIS-stuknummer
:
Behandelend ambtenaar
:
Directie/afdeling
:
Nummer commissiestuk
:
Datum
:
Bijlagen
:
1042856
E. Scholt/T. van de Schoot
Directie Economie & Mobiliteit
EMG-0193
2 november 2004
2
Onderwerp:
Toezegging analyse opmerkingen Provinciale Staten en stand van zaken provinciaal arbeidsmarktbeleid
Voorstel van GS aan PS:
 ter bespreking in het kader van uw:
X ter kennisneming




vertegenwoordigende rol>onderdeel A
kaderstellende rol>onderdeel B
controlerende rol>onderdeel D
uitvoerende rol>onderdeel C
Opmerkingen van het Presidium/Griffie:
Griffier der Staten,
namens deze,
mr. J.W.L.M. Zwepink
Bijlage:
1. Stand van zaken besteding middelen arbeidsmarktbeleid 2003-2007
2. Stand van zaken arbeidsmarktbeleid naar speerpunt en spreiding activiteiten over de regio’s september
2004
Notitie ten behoeve van de commissie voor economie, mobiliteit en grote
stedenbeleid inzake toezegging analyse opmerkingen Provinciale Staten en stand
van zaken provinciaal arbeidsmarktbeleid en ESF steunpunt.
Inleiding
In de Provinciale Statenvergadering van 23 april 2004 en de commissievergadering EMG van 2 april 2004 is
gesproken over het provinciale arbeidsmarktbeleid en de subsidierelatie met PSW arbeidsmarktadvies. De
volgende beleidsproducten zijn besproken:
1. Kadernotitie arbeidsmarktbeleid provincie Noord-Brabant 2004-2007;
2. Notitie inzake provinciaal en regionaal arbeidsmarktbeleid: samenwerking op provinciale en regionale
schaal, GS 16 maart 2004;
3. Notitie inzake verhogen arbeidskwalificatiegraad Brabantse beroepsbevolking, GS 27 januari 2004;
4. Notitie inzake Actieplan Een Kleurrijk Brabant Werkt!, GS 17 februari 2004;
5. Notitie inzake Actieplan Ervaring Werkt!, GS 20 april 2004
6. Kadernota inzake subsidierelatie PSW arbeidsmarktadvies 2004-2007, GS 16 maart 2004;
7. Uitvoeringsplan activiteiten voor de provincie Noord-Brabant 2004, PSW arbeidsmarktadvies;
Statenvoorstel 32/04 A, 23 april 2004;
8. Notitie inzake opzet provinciaal ESF-steunpunt, GS 11 mei 2004;
9. Projectopzet Brabantse Equalcampagne, GS 11 mei 2004.
In hoofdstuk 1 van deze notitie willen we terugkomen op de toezegging van de heer Luijendijk in de
Statenvergadering van 23 april 2004 om de opmerkingen van de Staten en de Commissie EMG te analyseren.
De opmerkingen van de fracties, die gemaakt zijn tijdens beide vergaderingen zijn geanalyseerd (cursief),
beantwoord en van commentaar voorzien.
In hoofdstuk 2 van deze notitie willen we u verder informeren over de stand van zaken van de uitvoering van
het provinciale arbeidsmarktbeleid per oktober 2004. Geconstateerd mag worden dat we aardig op koers
liggen met het ontwikkelen én tot uitvoering brengen van het arbeidsmarktbeleid.
-2-
Hoofdstuk 1: Analyse Opmerkingen Arbeidsmarkt Provinciale Staten 23 april 2004
en Commissie EMG 2 april 2004
Algemeen
Een discussie over de Brabantse arbeidsmarkt moet plaatsvinden in relatie tot de concurrentiepositie van Brabant in de
ontwikkeling naar een kenniseconomie. Bereikbaarheid, startende ondernemers en ondernemerschap moeten gestimuleerd
worden (VVD, D66 en LPF). In dit verband wordt ook aandacht gevraagd voor de negatieve gevolgen van economische
ontwikkeling (ChristenUnie-SGP).
In het innovatiebeleid van de provincie (notitie Brainport Brabant) wordt nadrukkelijk de relatie tussen
arbeidsmarkt en kenniseconomie meegenomen. Een verhoging van de arbeidskwalificatiegraad van de
Brabantse beroepsbevolking is essentieel voor de concurrentiepositie van Brabant in de kenniseconomie. Ook
starters en ondernemerschap zijn speerpunten in het provinciale innovatiebeleid. Bereikbaarheid wordt gezien
als een belangrijke randvoorwaarde.
Ons college probeert door middel van investeringen in o.a. het onderliggende wegennet, het openbaar
vervoernetwerk en innovatieve vervoersoplossingen de bereikbaarheid van Brabant te verbeteren.
Via o.a. het programma duurzame ontwikkeling, programma duurzaam ondernemen en het Projecten
Innovatie Team wordt aandacht geschonken aan duurzaamheid bij economische ontwikkeling. In het eind
2004 uit te brengen Innovatieprogramma Brabant zal de ontwikkeling naar een kenniseconomie een
prominente plaats krijgen.
De arbeidsmarktprojecten zijn te weinig over de regio’s verspreid (CDA)
In het UEB wordt gestreefd naar een evenwichtige spreiding van arbeidsmarktprojecten over de provincie.
Op dit punt is ons College echter ook afhankelijk van subsidieaanvragers. Een overzicht van de spreiding van
projecten over de provincie is opgenomen in bijlage 2 ‘Stand van zaken arbeidsmarktbeleid naar speerpunt en
spreiding activiteiten over de regio’s september 2004’. Het overzicht laat zien dat de spreiding evenwichtig
is. Spreiding is overigens niet opgenomen in de officiële beoordelingscriteria van de UEB regeling.
Randvoorwaarden arbeidsmarkt
Versterking van het regionaal organiserend vermogen moet het speerpunt zijn in het provinciale arbeidsmarktbeleid (CDA,
VVD).
Ons college onderschrijft het belang van regionaal organiserend vermogen en heeft daarom
netwerkontwikkeling en regionaal organiserend vermogen opgenomen in het arbeidsmarktbeleid (punt a. en
b. bij ‘versterking randvoorwaarden voor een goede werking van de Brabantse arbeidsmarkt’). Wij hebben
o.a. het Pact Brabant opgericht en faciliteren het secretarissenoverleg van de RPA’s. In het kader van de
basissubsidie is PSW arbeidsmarktadvies betrokken bij projectontwikkeling op dit gebied. Bij de beoordeling
van UEB projecten wordt rekening gehouden met de mate van regionale samenwerking tussen partijen
(financieel en organisatorisch). Afstemming en samenwerking wordt in het arbeidsmarktbeleid op pro-actieve
wijze gestimuleerd.
De provincie zou (onder voorwaarden) tijdelijk cofinanciering kunnen bieden, om de RPA’s in stand te kunnen houden
(CDA, VVD). De PvdA wil eerst weten wat de instandhouding van de RPA’s gaat kosten?
Door onvoldoende regionale samenwerking is de financiering van het RPA in Noordoost Brabant nog niet rond. De VVD
vindt dat dit consequenties zou moeten hebben voor deze regio.
Ons college vindt (aansluitend op de landelijke lijn, m.u.v. Limburg) dat de instandhouding van de Regionale
Platforms Arbeidsmarkt (RPA’s) de verantwoordelijkheid is van regio’s zelf. Regionale samenwerking is
belangrijk, maar de schaal van een samenwerkingsverband moet volgen uit het probleem en kan niet op
voorhand worden aangegeven.
In 2004 functioneren alle RPA’s (West, Midden, Noordoost en Zuidoost) naar behoren. De discussie rondom
(de kosten van) de instandhouding van RPA’s na 2004 komt in het najaar 2004 opnieuw op de agenda.
Het speerpunt van de provincie op het gebied van arbeidsmarkt zou moeten liggen op de informatievoorziening en
arbeidsmarktontwikkeling (D66).
-3-
Ons college geeft invulling aan de informatievoorziening en arbeidsmarktontwikkeling bij punt c. en d. onder
‘versterking randvoorwaarden voor een goede werking van de Brabantse arbeidsmarkt’ in het provinciale
arbeidsmarktbeleid. In opdracht van ons college zendt Omroep Brabant het programma Baanbrekend
Magazine uit en wordt periodiek de Brabantse Arbeidsmarktdag georganiseerd. Verder voorziet ook de
website www.arbeidsmarktbrabant.nl in de informatievoorziening.
Arbeidsparticipatie
Arbeidsparticipatiebeleid mag niet leiden tot extra regelgeving (VVD). Arbeidsparticipatiebeleid zou integraal afgewogen
moeten worden met andere vormen van tijdsbesteding zoals vrijwilligerswerk en mantelzorg (ChristenUnie-SGP).
Ons college heeft op het terrein van arbeidsmarkt geen regelgevende of wettelijke bevoegdheden. In de
beleidsvoorbereiding en bij beoordeling van UEB projecten vindt afstemming plaats tussen het cluster
arbeidsmarkt en de directie SCO (o.a. sociaal beleid, multiculturele samenleving, educatie en zorg).
De PvdA legt het accent op de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten (in VMBO en MBO). Het CDA ziet hierbij geen
rol voor de provincie. Verder vraagt de PvdA zich af in hoeverre de provincie de kwaliteit van het docentencorps kan
verbeteren? Kan PSW onderzoek doen naar de Duitse methode (betrokkenheid bedrijfsleven/sociale partners)?
In het huidige arbeidsmarktbeleid (notitie inzake verhogen arbeidskwalificatiegraad) en educatiebeleid (notitie
beroepsonderwijs Praktijk en Imago1) staat de bestrijding van het voortijdig schoolverlaten centraal. Hier
wordt uitvoering aan gegeven door subsidiering van projecten en kennisuitwisseling ten behoeve van o.a. een
optimalisering van de zorgstructuur en kwaliteitsverbetering van het beroepsonderwijs.
Ons college kan in beperkte mate een rol spelen in de docentenopleidingen om de kwaliteit van docenten te
verhogen. In de ontwikkeling van projecten kan de kwaliteit van docenten worden meegenomen. De
meerjarige ketenprojecten gericht op techniekpromotie (Technific, Platform Promotie Techniek en
Techniek=Troef) en het project ‘Implementatie duurzame technologie ontwikkeling in het HTNO’ zijn
geslaagde voorbeelden hiervan. Ook stimuleert de provincie in het arbeidsmarkt-, educatie- en
innovatiebeleid de kennisuitwisseling tussen scholen onderling en tussen onderwijs en bedrijfsleven. Dit komt
de kwaliteit van onderwijs en docenten ten goede.
In 2003 is een studiereis van het Pact Brabant naar Duitsland georganiseerd. De Duitse methode is zeer
interessant maar niet overdraagbaar, omdat het Duitse onderwijs anders georganiseerd is. In Duitsland is het
bedrijfsleven, in plaats van de overheid, verantwoordelijk voor het beroepsonderwijs. Hiermee is in
Duitsland weliswaar de beroepspraktijkcomponent beter georganiseerd, maar is de toegankelijkheid van de
opleidingen afhankelijk van schommelingen in de economische conjunctuur. Bij een recessie worden te
weinig jongeren een opleidingsplaats geboden. De provincie probeert de positieve elementen uit het Duitse
systeem (beroepspraktijkcomponent) in het Nederlandse onderwijs te stimuleren, zoals een verbetering van
de samenwerking onderwijs – bedrijfsleven, leerwerktrajecten, MKB leerbanenplan e.d.
In het arbeidsparticipatiebeleid zou de provincie vooral (extra) aandacht moeten geven aan
- allochtonen (CDA, PvdA, ChristenUnie-SGP)
- jongeren (CDA, ChristenUnie-SGP)
- ouderen (PvdA)
- arbeidsgehandicapten (PvdA)
In het actieplan ‘Een kleurrijk Brabant werkt’ is het participatiebeleid voor allochtonen van ons college
uitgewerkt in de vorm van allochtone promotieteams. De arbeidsparticipatie van jongeren wordt
gestimuleerd door verschillende UEB projecten, gericht op bestrijding van voortijdig schoolverlaten en
jeugdwerkloosheid. In het actieplan ‘Ervaring werkt’ wordt het arbeidsparticipatiebeleid voor ouderen
vormgegeven o.a. door het instellen van een Taskforce en expertisecentra en het ondersteunen van
voorbeeldprojecten. Met betrekking tot de participatie van arbeidsgehandicapten bevinden de lopende
projecten (zoals ‘Ontmoetingen op de werkvloer’, ‘Reïntegratie allochtone arbeidsgehandicapten’,
‘Informatiesysteem interventiemogelijkheden aandoeningen bewegingsapparaat regio Zuid-Oost Brabant’)
zich in de afrondende of afgeronde fase. Door middel van het Eindverslag Actieprogramma Bevordering
Arbeidsparticipatie 2001-2003 bent u al eerder over de resultaten van deze projecten geïnformeerd
1
De notitie Beroepsonderwijs: Praktijk en Imago is inmiddels naar alle Statenleden verstuurd.
-4-
(projecten zijn goed tot ontwikkeling en uitvoering gekomen, ruime participatie en tevredenheid van
gemeenten, innovatieve en stimulerende rol van de provincie). Op dit moment zijn nieuwe projecten in
voorbereiding, o.a. via EQUAL.
GroenLinks wil weten hoeveel allochtonen en mensen met een functiebeperking bij de provincie werkzaam zijn?
Binnen het provinciaal ambtelijk apparaat is ongeveer 5,7% van de werknemers geregistreerd als allochtoon.
Omdat bij ongeveer 400 werknemers (o.a. uit principiële overwegingen) afkomst niet geregistreerd is, zou
het percentage allochtonen in de praktijk een stuk hoger kunnen uitvallen. Wat betreft mensen met een
functiebeperking (arbeidsgehandicapten) werkzaam bij de Provincie wordt geen registratie bijgehouden.
Arbeidskwalificatiegraad (incl. ESF)
Bij het beleid met betrekking tot de arbeidskwalificatiegraad moet de prioriteit bij technische sectoren gelegd worden (CDA,
VVD). Mogelijk kunnen buitenlandse kenniswerkers de tekorten in de technische sectoren opvangen (VVD). Groenlinks
vraagt ook aandacht voor zorg en onderwijs.
In de ‘notitie inzake verhogen arbeidskwalificatiegraad’ zijn twee van de zes speerpunten specifiek gericht op
de technische sectoren:
- regionale meerjarige programma’s volgens de (keten) aanpak gericht op meer instroom in technische
opleidingen en beroepen en behoud en doorstroom van technisch gekwalificeerd personeel
- versterking van techniek in het basisonderwijs
In het kader van deze speerpunten zijn diverse grootschalige UEB projecten (Technific, Platform Promotie
Techniek en Techniek=Troef) gesubsidieerd. Verder ondersteunt ons College (in samenwerking met de
Brabantse Innovatieraad) de initiatieven van het kabinet en Landelijk Innovatieplatform om de beperkingen
voor buitenlandse kenniswerkers te verminderen.
Op het gebied van zorg wordt op dit moment overleg gevoerd met TSO’s om tot een subsidiabel project te
komen. De lerarentekorten zijn mede door de economische situatie op dit moment opgelost.
Een betere benutting van ESF middelen (CDA, PvdA, D66) en het stimuleren van besteding van O&O fondsen is voor de
provincie van belang (CDA ,VVD). Is er inzicht in de omvang van ESF die onbenut blijft (PvdA)? Heeft de provincie
mogelijkheden om tegenover O&O fondsen provinciale cofinanciering te stellen (VVD)?
Over de benutting van ESF zijn alleen landelijke cijfers beschikbaar. In de eerste helft van 2004 is voor 282
miljoen euro uit het Europees Sociaal Fonds (ESF) aangevraagd. Dat is bijna een verdubbeling ten opzichte
van de aanvragen in 2003 in dezelfde periode (149 miljoen euro). De stijgende trend in de subsidie-aanvragen
wordt hiermee voortgezet.
Tegelijkertijd daalt het percentage aanvragen dat wordt afgewezen of ingetrokken: van 26 procent in 2002
naar 8 procent in 2003. Omdat een deel van de beschikbare ESF-subsidie in voorafgaande jaren is blijven
liggen, kan Nederland waarschijnlijk zeker 100 miljoen euro van het voor Nederland gereserveerde geld niet
gebruiken. Ondanks de stijgende lijn in het aantal subsidie-aanvragen blijkt dat het beschikbare ESF-geld –met
name in het begin van programma - onvoldoende is gebruikt. De trage start van het programma en het
‘naijlen’ van de negatieve ervaringen met het oude ESF-programma spelen hierbij een rol. Kosten mogen
alleen worden gedeclareerd voor een bepaald jaar, als ze in de twee jaar die erop volgen daadwerkelijk zijn
gemaakt. Een trage start is daarom moeilijk achteraf ‘in te halen’. Waarschijnlijk kan het ministerie hierdoor
niet gebruik maken van een deel van het geld dat voor 2002 was gereserveerd.
Naar schatting gaat het om een bedrag van zeker 100 miljoen euro aan overgebleven ESF-geld (op een
totaalbedrag van 250 miljoen euro). Over 2001 was dat nog een bedrag van 167 miljoen (op een totaalbedrag
van 245 miljoen euro). Voor EQUAL moet waarschijnlijk een bedrag van 15 miljoen euro worden
teruggegeven (ten opzichte van 2,9 miljoen euro in 2001). (Bron: voortgangsbriefESF /EQUAL, 24 augustus
2004, staatssecretaris Van Hoof)
Ons College stimuleert de besteding van ESF en O&O fondsen op drie manieren:
Ten eerste: Ons College heeft een provinciaal ESF steunpunt ingericht om het gebruik van ESF in de
provincie te stimuleren. Op dit moment is bekend dat scholingsfondsen goed gebruik maken van de ESF
fondsen. Het ESF Steunpunt van de provincie richt zich daarom allereerst op het stimuleren van gemeenten
-5-
om ESF gelden aan te vragen. U wordt in een separate notitie nader geïnformeerd over de eerste resultaten
van het ESF Steunpunt.
Ten tweede heeft ons College PSW arbeidsmarktadvies opdracht gegeven om samen met andere Brabantse
partijen zoveel mogelijk subsidieaanvragen voor EQUAL voor te bereiden. Er zijn in totaal 31 Brabantse
Equal-projecten ingediend. Begin december zal bekend worden gemaakt welke projecten subsidie krijgen via
EQUAL.
Ten derde: Het bevorderen van employability van werkenden is als speerpunt opgenomen in het provinciale
beleid (notitie inzake het verhogen van de arbeidskwalificatiegraad). In dit kader co-financiert ons College op
dit moment twee sectorale scholingsprojecten in de agrarische sector en in de detailhandel waarbij ook O&Ofondsen en/of ESF worden ingezet. Met de TSO verzorging/verpleging wordt nog overleg gevoerd om tot
een subsidiabel project te komen.
In vergelijking met de omvang van de scholingsfondsen zijn de financiële mogelijkheden van ons College voor
(directe) co-financiering zeer klein. In bepaalde gevallen is co-financiering door ons College desondanks van
cruciaal belang omdat daarmee regionale projecten van de grond kunnen komen. De meeste sectorale
scholingsfondsen zijn weinig flexibel en nauwelijks regionaal inzetbaar, doordat landelijke besturen bepalen
hoe de fondsen worden ingezet.
PSW Arbeidsmarktadvies
De activiteiten van PSW bieden een meerwaarde voor de provincie (Alle fracties, m.u.v. leefbaar Brabant). Bij de
verantwoording kan PSW het PON instrument om de 3-4 jaar gebruiken (CDA). Groenlinks vindt dat
ondersteuningsorganisaties niet in een keurslijf gedwongen moeten worden.
Verder geeft het CDA aan te worstelen met de uitbreiding/beperking voor het aanhouden van risicoreserves van
steunfuncties. Heeft PSW inmiddels een project waarin de consequenties voor de arbeidsmarkt van de uitbreiding van de EU
onderzocht worden (PvdA)?
In de notitie Kadernota subsidierelatie PSW arbeidsmarktadvies 2004-2007 wordt het beleid in verband met
de relatie met PSW arbeidsmarktadvies beschreven. Mogelijk dat het herstructureringsvraagstuk met
betrekking tot de steunfuncties invloed heeft op de subsidierelatie van de provincie met PSW. In het
bestuurlijk overleg met PSW d.d. 8 september j.l. is afgesproken dat PSW in overleg met het PON tot een
meer praktische uitvoerbare toepassing van het instrument probeert te komen.
Inmiddels is veel onderzoek gedaan naar de consequenties van de globalisering en uitbreiding van de EU voor
de concurrentiepositie en arbeidsmarkt van Nederland (en Brabant). Uit de onderzoeken blijkt duidelijk dat
arbeidsintensieve laaggeschoolde werkgelegenheid plaats maakt voor kennisintensieve hooggeschoolde
werkgelegenheid. Nieuw onderzoek naar de consequenties is dus niet opportuun. Naar aanleiding van deze
consequenties wordt door ons College in het arbeidsmarkt- en innovatiebeleid veel aandacht geschonken aan
mogelijke actiepunten hierop. Zo zal PSW arbeidsmarktadvies op 25 november 2004 een ambtelijke
expertmeeting en op 2 december 2004 een bestuurlijke rondetafel conferentie organiseren om de positie van
laaggeschoolden in de samenleving te bespreken en verbeteren. Ook wordt beleid ontwikkeld om
laaggeletterdheid en analfabetisme te verminderen. Tenslotte moet opgemerkt worden dat landelijke
regelgeving beperkingen oplegt aan de instroom van buitenlandse werknemers.
Hoofdstuk 2: Stand van Zaken Arbeidsmarktbeleid
Het tot uitvoering brengen van het ontwikkelde beleid ligt op koers: er zijn op alle speerpunten projecten en
activiteiten tot ontwikkeling gekomen en in uitvoering genomen. Ook de spreiding over de regio’s is goed. In de bijlagen
1 en 2 treft u respectievelijk een financieel overzicht aan en een overzicht waaraan u kunt aflezen op welke
speerpunten projecten tot ontwikkeling zijn gekomen en de spreiding over de regio’s. Het is nu nog te vroeg
om te rapporteren over resultaten en effecten, omdat de meeste projecten nog maar net in uitvoering zijn
genomen. U wordt daarover uiteraard te zijner tijd geïnformeerd.
Er zijn enkele aandachtspunten van financiële en inhoudelijke aard, waarvan wij de commissie graag nu al op
-6-
de hoogte willen stellen.
Het budget voor 2005 is al vrijwel geheel verplicht en het budget voor 2006 al goeddeels, onder meer als
gevolg van het aangaan van verplichtingen voor meerjarige projecten, zoals ESF steunpunt, Pact Brabant,
Kleurrijk Brabant Werkt, Ervaring Werkt , Technific, Techniek Ontwikkelt en het project “Iedere Jongere
een Startkwalificatie” van ROC De Leijgraaf. Dit heeft tot gevolg dat voor een aantal plannen dat in de
pijplijn zit (en waarvan uitvoering in 2005 begint/plaatsvindt) in 2005 nauwelijks nog UEB geld beschikbaar
is. Er zijn 3 thema’s waarop onze inzet volgend jaar niet geïntensiveerd kan worden wegens uitputting van het
beschikbare budget. Uit de Voorjaarsnota zal moeten blijken of er meer ruimte wordt gemaakt om de inzet te
intensiveren.
1. Zowel in Midden-Brabant als in Zuidoost Brabant zijn plannen in de maak om de jeugdwerkloosheid
te bestrijden en voortijdig schoolverlaten tegen te gaan. Deze plannen zullen in 2005 in uitvoering
worden genomen. Momenteel ondersteunt de provincie alleen de regio Noordoost-Brabant op dit
speerpunt.
2. Een tweede inhoudelijk aandachtspunt is dat binnen het thema stimuleren keuze techniek nu in drie
regio’s meerjarenplannen tot uitvoering komen waarbij de provincie betrokken is: Tilburg e.o.,
Eindhoven/Helmond, en Uden/Veghel. Opvallend is dat West-Brabant tot heden achterblijft. Tot
nu toe zijn er in West-Brabant alleen in het basisonderwijs projecten van de grond gekomen met
steun van de provincie. Er lopen uiteraard wel meer projecten, maar het ontbreekt nog aan
programmatische samenhang (ketenaanpak) en aan samenwerking in een netwerk wat door ons
wordt beoogd. Hieraan wordt nu door het Technocentrum gewerkt. Dit zal waarschijnlijk ook in
2005 tot een subsidieverzoek leiden.
3. De (sectorale) scholingsplannen voor de (laaggeschoolde) werkende beroepsbevolking. Tot nu toe
stimuleert de provincie onder dit speerpunt twee projecten, te weten ‘Alles voor groene arbeid’,
gericht op de agrarische sector en een project gericht op de detailhandel.
Deze plannen zijn o.a. belangrijk voor de Staten in verband met onze ambitie om meer ESF/O&Ofondsengeld tot besteding te brengen in Brabant (samenhangend met het subspeerpunt employability
uit de Notitie inzake bevorderen arbeidskwalificatiegraad GS, 27 januari 2004 ). Het ontbreekt de
komende jaren aan middelen om onze inzet op dit punt te intensiveren.
Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant
’s Hertogenbosch, 26 oktober 2004
-7-
Download