Zorgbelang Gelderland: “in beweging door verbinding”

advertisement
Zorgbelang Gelderland:
“in beweging door verbinding”
Succesfactoren en leermomenten voor burgers, belangenbehartigers en
professionals op het gebied van bewegen en sporten
voor ouderen en chronisch zieken in Gelderland.
Zorgbelang Gelderland: in beweging door verbinding.
2
1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
8.
9.
Voorwoord
Leeswijzer
3
Inleiding
Doelstelling
Vraagstelling
Methoden van onderzoek
4.1 e-Panel
4.2 Diepte-interviews
4.3 Focusgroepen en groepsinterviews
4.4 Gesprekken en observaties tijdens beweegdagen
Resultaten
5.1 Vanuit het perspectief van de burgers
5.2 Vanuit perspectief belangenorganisaties
5.3 Vanuit perspectief professionals
Conclusie
Aanbevelingen en handreikingen
Samenvatting
Bibliografie
4
5
6
7
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
8
10
14
17
19
21
22
Voorwoord
In beweging door verbinding. Een uitdagende titel voor een project over
beweegactiviteiten voor ouderen en chronisch zieken in de provincie Gelderland.
Wat zijn de succesfactoren en aanbevelingen die burgers, belangenbehartigers en
professionals naar elkaar kunnen uitspreken met als doel het aanbod aan
beweegactiviteiten vraaggericht te ontwikkelen en verbeteren? Hoe kom je in
beweging en hoe blijf je in beweging? Juist in een levensfase waarin bewegen meer
moeite kost maar van groot belang is voor balans van lichaam en geest?
Om hierover informatie te krijgen heeft Zorgbelang Gelderland in 2013 meningen
en ervaringen opgehaald bij gebruikers en aanbieders van sport- en
beweegactiviteiten. Wat is belangrijk? Wat maakt dat een oudere of chronisch zieke
plezier heeft in bewegen? Wie of wat biedt ondersteuning om te blijven bewegen?
De inbreng van alle betrokkenen is van wezenlijk belang geweest om onze
aanbevelingen te kunnen formuleren. Zorgbelang Gelderland bedankt iedereen die
op enige wijze een bijdrage heeft geleverd aan dit eindverslag. Zonder hen hadden
we alle ideeën hier niet kunnen weergeven.
Leeswijzer
Dit verslag is als volgt opgebouwd. Na de algemene inleiding volgt de beschrijving
van de methodieken die ingezet zijn om informatie op te halen. De resultaten
worden per onderzoeksgroep (burgers, belangenbehartigers en
professionals) beschreven. Tot slot kunt u onze conclusies lezen en doen wij
aanbevelingen hoe sporten en bewegen voor alle betrokken partijen tot een
uitdaging én een succes kan worden.
Namens Zorgbelang Gelderland wensen wij u veel leesplezier!
Robert Beekman, Bianca Bergsvoort, Desiree van Dijk, Linda van Kooij, Nathalie
Koopman en Ezra van Zadelhoff
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
3
1. Inleiding
“In beweging komen en blijven door nadrukkelijk verbinding te zoeken met partijen
die elkaar kunnen verstaan en versterken. Wat heeft de Gelderse burger nodig?”
De Nederlandse overheid hecht veel belang aan een
beweegstimuleringsbeleid wat gericht is op het
verminderen van het aantal personen dat inactief is. In
het licht van de toenemende vergrijzing en de
potentiële gezondheidswinst van
regelmatige lichaamsbeweging is het bevorderen van een
actieve levensstijl bij ouderen en chronisch zieken een
belangrijk beleidsdoel van de overheid (van der Lindert et al., 2009).
De provincie Gelderland wil in de periode 2013-2016 stimulerend optreden om de
gezondheid van de Gelderse burgers te bevorderen en (noodzakelijke) zorg hierop
te laten aansluiten. De provincie wil dit samen met gemeenten en lokale en
regionale zorginstellingen oppakken en uitwerken. Gelderland kent in
sommige gebieden een bevolkingskrimp, waardoor de kwaliteit van het
zorgaanbod onder druk kan komen te staan. Daarnaast zijn in andere gebieden
bewoners aantoonbaar ongezonder dan andere Nederlanders. De provincie wil er
voor zorgen dat burgers zo mogelijk gezonder worden en de best mogelijke zorg
ontvangen.
Zorgbelang Gelderland komt – vanuit het perspectief
van zorgvragers - op voor vraaggestuurde zorg- en
welzijnsvoorzieningen in alle Gelderse regio’s en
gemeenten, zodat Gelderse zorgvragers kunnen leven
zoals zij dat willen, ook als zij door ziekte, ongeval,
beperking of ouderdom belemmeringen ondervinden
in hun persoonlijk of maatschappelijk functioneren.
Vraaggestuurde zorg wordt bereikt door zorgvragers een betere positie te geven
door:



Het verstrekken van informatie over keuzes in het aanbod van zorg en
welzijnsvoorzieningen, verzekeringen en de kwaliteit daarvan;
Het verzamelen van ervaringskennis van zorggebruikers, het opvangen van
klachten en het signaleren van knelpunten;
Het inbrengen van deze ervaringskennis en klachtsignalen waarmee het
aanbod wordt verbeterd.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
4
In elke Gelderse regio verricht Zorgbelang Gelderland samen met aangesloten
organisaties , zoals belangenbehartigers, patiëntenverenigingen en
ouderenorganisaties, en in overleg met gemeenten en zorginstellingen, activiteiten
die er op gericht zijn de gezondheid van - en de zorg voor Gelderse burgers te
verbeteren. Eén van die speerpunten is het in beeld krijgen van
gezondheidspreventie gericht op o.a. ouderen en chronisch zieken.
In opdracht van de Provincie Gelderland heeft Zorgbelang Gelderland in 2013 een
project uitgevoerd rondom “bewegen voor ouderen en chronisch zieken”. In dit
project wordt in beeld gebracht welke factoren bijdragen aan, of juist
belemmerend werken, wanneer het gaat om de ontwikkeling van
beweegactiviteiten. Hierbij is gekeken naar de belemmerende en bevorderende
factoren vanuit verschillende perspectieven, namelijk die van ouderen en chronisch
zieken, belangenverenigingen en professionals.
2. De doelstelling
Het doel van dit project is om inzicht te krijgen in de
perspectieven en beleving over bewegen een sporten voor
ouderen en chronisch zieken en te komen tot aanbevelingen
in de praktijk. De inzichten worden vanuit drie doelgroepen
beschreven. Er is gekozen voor deze integrale aanpak om
vanuit verschillende invalshoeken ervaringen op te halen. De focus lag op de
onderstaande groepen:
Focus 1: het perspectief van de burger.
Vanuit de invalshoek van de burger is gevraagd naar hun persoonlijke ervaringen,
behoeften en ideeën rondom bewegen en sporten. In dit project wordt met de
burger de oudere medemens (>65+) en/of de chronisch zieke bedoeld.
Focus 2: het perspectief van de belangenbehartigers.
Vanuit het perspectief van de belangenbehartigers (o.a. patiëntenverenigingen) is
gevraagd naar de ervaringen rondom bewegen voor burgers die geconfronteerd zijn
met een ziekte of chronische aandoening. Denk bijvoorbeeld aan diabetes, Chronic
Obstructive Pulmonary Disease (COPD), Parkinson, dementie of reuma.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
5
Focus 3: het perspectief van de professional.
Vanuit de invalshoek van de professional is gevraagd naar de dagelijkse ervaringen
rondom bewegen en sporten in de praktijk. Bijvoorbeeld fysiotherapie, aangepast
zwemmen, wandelen of speciale sportactiviteiten voor ouderen bij sportscholen.
3. De vraagstelling
De vraagstelling luidt als volgt:
‘Wat zijn volgens burgers, belangenverenigingen en professionals de bevorderende
en belemmerende factoren om ouderen en chronisch zieken
in beweging te krijgen en te houden?’
Deze vraagstelling is per doelgroep verder onderverdeeld naar deelvragen, relevant
voor de betreffende doelgroep:
Perspectief van de burger:




Wat zijn bevorderende factoren voor de burger om te bewegen?
Wat zijn belemmerende factoren voor de burger?
Wat heeft de burger nodig om in beweging te komen?
Wat zijn de succesverhalen?
Perspectief van de belangenverenigingen:




Wat geven belangenverenigingen aan als bevorderende factoren voor hun
aangesloten leden om in beweging te komen en blijven?
Wat zijn belemmerende factoren?
Wat is succesvol als het gaat om in beweging krijgen en houden van
patiënten met een bepaald ziektebeeld?
Welke rol speelt de belangenvereniging bij de ontwikkeling van nieuwe
beweegactiviteiten?
Perspectief van de professional:



Hoe ervaart de professional de houding van de ouderen en chronisch zieken
in relatie tot bewegen?
Waar loopt de professional tegen aan in de benadering van de doelgroep?
Waar liggen kansen tot verbetering?
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
6
4. Methoden van onderzoek
Over burgerparticipatie is Zorgbelang Gelderland helder: een toekomst zonder
inbreng van gebruikers is niet denkbaar. Met een breed scala aan methodieken en
methoden zijn wij in staat uiteenlopende vraagstellingen te onderzoeken wanneer
het gaat om kwaliteitservaringen vanuit het oogpunt van de gebruiker.
Voor dit project is gekozen voor verschillende methodieken en instrumenten om de
vraagstelling zo breed mogelijk in te kunnen zetten. Belangrijk punt van aandacht bij
het samenstellen van onze keuze was dat de methode moest passen bij de
doelgroep. Wat past inhoudelijk, praktisch en logistiek gezien.
In dit project is gekozen voor de inzet van de volgende methoden en instrumenten:
4.1 E-Panel
Dit is een vraagmethode waarbij via een digitale vragenlijst een groot aantal
deelnemers wordt gevraagd naar hun ervaringen. Door het invullen van de online
vragenlijst worden klanttevredenheid of cliëntparticipatie snel en doorlopend in
beeld gebracht. In dit geval was het e-panel erop gericht inzicht te krijgen in
factoren die bewegen bij ouderen en chronisch zieken positief of negatief
beïnvloeden.
4.2 Diepte-interviews
In een-op-een gesprekken krijgt de deelnemer vragen voorgelegd over
onderwerpen gerelateerd aan de beleving van ouderen/ chronisch zieken met
bewegen. Individuele meningen, ervaringen en ideeën worden opgehaald en
geanalyseerd. Persoonlijke gesprekken zijn gevoerd met burgers,
vertegenwoordigers van patiëntenverenigingen en professionals.
4.3 Focusgroepen en groepsinterviews
Tijdens panel- en spiegelgesprekken gaan groepen gebruikers en professionals met
elkaar in gesprek onder leiding van een onafhankelijke gespreksleider van
Zorgbelang Gelderland.
4.4 Deelname aan symposia, georganiseerde activiteiten door instellingen,
beweegdagen
Bezoekers zijn voorzien van informatie over cliëntparticipatie rondom het thema
‘bewegen’. Ook zijn bezoekers bevraagd met de vraagstelling van dit project, en is
geobserveerd wat actuele wensen, ontwikkelingen en aandachtspunten zijn.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
7
5. De resultaten
8
5. 1 De burger
“Als ik niet door mijn vriendin was meegenomen naar de zwemclub
zat ik nu nog achter de geraniums”
Sociale factor: de burger geeft duidelijk aan dat als hij door iemand die hij kent en
vertrouwd wordt benaderd om te mee te doen aan een activiteit, hij eerder zal
besluiten om het een keer te gaan proberen. De sociale factor speelt dus een
belangrijke rol. Het hoeft niet perse een beweegactiviteit te zijn. Het mag ook een
gezellige, laagdrempelige bijeenkomst zijn waar een beweegactiviteit aan
gekoppeld is. Op deze manier wordt een sociale component toegevoegd, iets dat
de burger in dit kader heel belangrijk vindt.
Aansluiten bij interesse: het wordt belangrijk gevonden dat een activiteit aansluit bij
de interesse. Als het gaat om een activiteit die hij leuk vindt is de burger eerder
geneigd om mee te doen. Een van de geïnterviewden benoemde dit specifiek als de
“gezelligheidscomponent”. Daarbij kan het van belang zijn dat de activiteit aansluit
bij wat voor hem bekend is en/of hij voorheen
heeft gedaan. Iemand die vroeger actief atletiek
heeft beoefend zal eerder hier naar teruggrijpen
dan een geheel nieuwe activiteit gaan proberen.
Dit geldt zowel voor autochtone als autochtone
burgers.
Begripskeuze: in plaats van het woord sporten
moet naar de mening van de burger ook het woord
bewegen meer worden gebruikt. Bewegen heeft voor veel mensen een minder
zware lading dan sporten. Zeker voor actieve oudere burgers hebben termen zoals
“ bewegen voor ouderen” of “65+ gym” een negatieve lading. Chronisch zieken
lijken hier minder moeite mee te hebben omdat zij zich meer omringen met
lotgenoten.
Lotgenoten: het merendeel van de chronisch zieken geeft aan dat zij willen
bewegen in een groep van mensen met dezelfde aandoening. Een van hen zegt
hierover het volgende: “Dan voel je je tenminste niet de uitzondering en mag je op
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
je eigen tempo meedoen, tenslotte zijn we dan onder elkaar”. Een klein deel zegt
dat hun voorkeur juist uitgaat van gemixte groepen omdat je van elkaar kunt leren.
De begeleiding van een professional, bijvoorbeeld fysiotherapeut of arts wordt bij
chronisch zieken als voorwaarde gesteld. Dit om te zorgen dat de juiste
beweegoefeningen worden gedaan en eenzelfde tempo aangehouden wordt. Deze
begeleiding zorgt ervoor dat deze groep zich veiliger voelt. Zij geven aan dat het
voor hun belangrijk is dat de professional zich
eerst in de specifieke situatie (zoals de specifieke
achtergrond en de aandoening ) heeft verdiept
zodat hierop aangesloten kan worden tijdens het
bewegen. En vervolgens bij zowel het aanbod als
in de begeleiding aansluit bij hun specifieke
context en belevingswereld. De oudere burger lijkt minder waarde toe te kennen
aan de begeleiding door een professional zoals een fysiotherapeut. Tenzij gebruik
gemaakt wordt van sportmogelijkheden bij een fysiotherapiepraktijk. Dan wordt de
inzet van de professional juist weer belangrijk geacht.
Groepsdynamiek is een belangrijke stimulans en geeft steun. De ondersteuning kan
geboden worden door de begeleiding (lees professional) en door de groepsgenoten
onderling. De groepscohesie maakt dat er dat er meer gedeeld kan worden. Zowel
over het bewegen zelf als over sociale- en medische aspecten binnen het leven.
Stimuleren van mogelijkheden in plaats van focussen op onmogelijkheden geeft
kracht en draagt bij aan het volhouden van beweegactiviteiten. In de praktijk
betekent dit het volgende: “Vertel wat goed gaat en vraag wat iemand leuk vindt en
waar iemand goed in is (geweest). Dit werkt positief en
stimulerend”.
Financiën wordt genoemd als een van de belemmerende
factoren. Om gebruik te maken van de faciliteiten van een
zwembad, sportschool of sportclub wordt maandelijks een
(hoog) bedrag gevraagd. Bovendien moeten hiervoor
verplichtingen worden aangegaan, bijvoorbeeld een
abonnement voor lange(re) tijd. Ook vraagt een
sportschool inschrijfgeld. Dit vormt voor burgers een grote drempel om te gaan
bewegen. Een knipkaart of 10-ritten kaart wordt genoemd als minder
belemmerend.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
9
Onbekendheid met het aanbod kan een belemmerende factor zijn voor burgers.
Men is niet voldoende op de hoogte van de lokale beweegactiviteiten of weet
niet goed hoe contacten gelegd kunnen worden.
Afstand en tijden spelen een belangrijke rol voor de burger. Men ontplooit graag
activiteiten op lokaal niveau, dicht bij huis en
gemakkelijk te bereiken. Het
merendeel van de ondervraagden beweegt graag
overdag maar sluiten avond- en
weekenduren zeker niet uit.
Een andere belemmerende factor voor ouderen en
chronisch zieken is het bewegen met jonge gezonde
mensen in een groep.
‘Je kunt niet meekomen en dat maakt je situatie nog moeilijker
om te aanvaarden of mee om te gaan’.
De meesten hebben de voorkeur om met leeftijdgenoten dan wel met mensen die
in dezelfde omstandigheden verkeren te bewegen.
“Ondanks het feit dat ik al op jeugdige leeftijd met de ziekte van Bechterew werd
geconfronteerd ben ik altijd in beweging gebleven. Ik was lid van een
gymnastiekvereniging en ging zwemmen in zwembad of in zee. Er waren dagen dat
ik bijna niet voor- of achteruit kon door de pijn in mijn gewrichten maar ik bleef toch
op de een of andere wijze in beweging. Ik kreeg de dartkriebels, jarenlang ben ik lid
van een club geweest. Toen ben ik in de seniorenflat zelf een dartclub opgestart die
dit jaar het vijftien jarig jubileum mag vieren. Zo kan jouw hobby ook tot bewegen
van anderen leiden.”
5.2 De belangenvertegenwoordigers
“Er moet snel gehandeld kunnen worden als iemand benauwd wordt tijdens het
bewegen”.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
10
Aan belangenbehartigers, patiëntenverenigingen, GGZ-belangen organisaties,
gehandicaptenraden en cliëntenraden is de vraag voorgelegd wat hun achterban
(de oudere burger en chronisch zieken) motiveert of belemmert om in beweging te
komen en te blijven.
De belevingswereld van deze groep is in kaart gebracht door in te zoomen op wat
men momenteel aan beweging doet, wat de mate van tevredenheid is, en wat
succesfactoren of belemmeringen zijn om te gaan en blijven
bewegen. In de vragen is een onderscheid gemaakt tussen
sporten en bewegen.
Eigen mening: over het algemeen ervaart de burger zijn of haar
eigen gezondheid als redelijk tot goed. Het merendeel van de
burgers geeft aan met regelmaat te bewegen (dagelijks). De
mensen die aangeven hun gezondheid als redelijk tot matig te
ervaren blijken in de praktijk ook minder te bewegen. Ze
ervaren echter zelf niet dat zij te weinig bewegen
De drempels die de burger ervaart om niet tot bewegen te
komen, komt voort uit o.a. gezondheidsredenen. Mensen willen vaak wel, maar zijn
door hun lichamelijke of psychische aandoening vaak in meer of mindere mate
beperkt. Factoren zoals vermoeidheid, pijn en een tekort aan energie spelen hen
dan parten. Ook zijn er indirecte factoren voortkomend uit gezondheidsredenen die
het in beweging komen belemmeren, zoals afhankelijkheid van mantelzorg of van
apparatuur (bijvoorbeeld een stoma). De conditie gaat vervolgens vaak verder
achteruit wat de drempel tot bewegen verder verhoogd. De bevraagden geven aan
dat er zeker zaken zijn die kunnen helpen om drempels te overwinnen om meer te
gaan sporten en bewegen. Zo wordt benoemd dat met niet te snel afhankelijk van
hulpmiddelen zoals een scootmobiel gemaakt moet worden en dat er meer beroep
op de eigen verantwoordelijkheid (regie) moet worden
gedaan. Daar tegenover staat wel dat men deskundige
en frequente begeleiding ontvangt. Het is belangrijk
dat men plezier ervaart in het bewegen en de
overtuiging heeft/ voelt dat dit goed is voor de persoon
zelf. De aanwezigheid van deskundige begeleiding is
een randvoorwaarde om een gevoel van veiligheid te
creëren.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
11
Aanbod: de belangenvertegenwoordigers geven aan dat er voldoende en divers
aanbod is voor ouderen en chronisch zieken. Wel vraagt men zich af of dit
voldoende aansluit bij de behoeften en
mogelijkheden van de doelgroep zelf. Met
name mensen die veel bewegen vinden dat het
aanbod onvoldoende aansluit op hetgeen waar
behoefte aan is. Men ervaart het huidige
aanbod als te duur of vindt het lastig dat je
afhankelijk bent van specifieke tijden waardoor
het moeilijk te combineren is met het eigen
ritme. Ook geeft men aan dat te weinig rekening wordt gehouden met structurele
fysieke beperkingen. Tot slot is onduidelijk of het aanbod wel voldoende bekend of
vindbaar is.
Daarnaast zijn er ook een ander type factoren die bijdragen aan het niet in
beweging komen, zoals financiën, tijdgebrek en prioritering (bijvoorbeeld de
combinatie met een drukke baan en gezinsleven). Naarmate men ouder wordt,
wordt deze druk niet persé minder, maar nemen de lichamelijke klachten wel
steeds meer toe, wat de drempel om te gaan bewegen verder
verhoogd.
Directe omgeving: het wordt belangrijk gevonden dat de
huisarts op de hoogte is van beweegmogelijkheden in de
directe omgeving van de burger zodat hij hier naar kan
doorverwijzen. Daarnaast speelt de buurtcoach of
fysiotherapeut een belangrijke rol om de burger op de juiste
wijze aan te spreken en te begeleiden in het functioneren
binnen hun grenzen. Leefstijlinterventies zijn
dus van groot belang. Huisarts, apotheker,
diëtist en ergotherapeut zijn belangrijke
schakels in de ketenzorg. Hierbij is gerichte
informatievoorziening aan de burger waarbij
ook de burger zijn inbreng kan hebben
(interactieve wijze van meedenken in het
zorgproces)van groot belang.
Beeldvorming: de beeldvorming van ouderen en
chronisch zieken ten aanzien van beweging
moet positief beïnvloed worden. Hierin is een belangrijke taak weggelegd voor o.a .
de belangenbehartigers en patiëntenverenigingen. Door gerichte
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
12
informatievoorziening krijgt de burger zicht op het eigen
kunnen en de mogelijkheden tot persoonlijke groei. Het
start vaak met een mentaliteitsverandering. Ook hier
moet sprake zijn van een goede ondersteuning aan en
begeleiding van de oudere of chronisch zieke door
professionals of mensen uit hun directe omgeving. Het is
aangetoond dat bewegen belangrijk is om verergering
van klachten te voorkomen. Het liefst moeten chronisch
zieken hiermee zo snel mogelijk beginnen. Sociaal isolement en schaamtegevoel dat
men niet goed voor eigen lichaam zorgt, kan leiden tot depressie. Wijkgericht
werken kan stimulerend werken om sociaal isolement tegen te gaan.
Het sociale aspect: bewegen in groepen, is voor velen een belangrijke prikkel om te
gaan bewegen en in beweging te blijven. Dit kunnen groepen zijn met mensen met
dezelfde aandoeningen, mogelijkheden en beperkingen, maar ook groepen met
verschillen in kenmerken om van elkaar te leren. Er is een vorm van ‘sociale
controle’ en ook is sprake van de zogenaamde ‘gezelligheidsfactor’. Ook kan
gedacht worden aan een link met sociale activering; het combineren van bewegen
met sociale activiteiten kan mensen ook uit sociaal isolement halen.
Het financiële aspect.: wanneer zaken vergoed worden, motiveert het niet alleen
om in beweging te komen maar ook om te blijven. Met name wanneer
bewegingstrajecten eindigen, en vaak de vergoeding ook, is het lastig om zonder
financiële steun het bewegen voort te zetten.
Toegang: de toegang tot het sportaanbod moet
laagdrempelig zijn in de zin van bureaucratie en
administratie. Het moet weinig tot geen moeite kosten
om je in te schrijven voor bepaald aanbod, al dan niet
met vergoeding.
Aanbod op maat: het aanbod moet deels op maat
worden gemaakt. Er moeten speciale programma’s en
niveaus zijn voor ouderen en mensen met een beperking, met daarnaast
deskundige en intensieve begeleiding. Ook vraagt het praktische hulp en
ondersteuning bij bijvoorbeeld vervoer en aan- of - uitkleden. Wanneer bewegen
dicht bij huis wordt aangeboden, kan dit ook helpen mensen over de drempel te
trekken.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
13
Kennisdeling: er is veel kennis en kunde aanwezig
bij de patiëntenvereniging. Toch wordt dit nog te
vaak alleen ingezet voor een specifieke doelgroep.
“Kan er niet meer samengewerkt worden?
Waarom moet steeds het wiel opnieuw
uitgevonden worden?”.
5.3 De professionals
“Als de dokter of de fysiotherapeut het zegt, dan is het ook zo. Hij heeft er immers
voor geleerd”
Diverse professionals uit de provincie Gelderland hebben hun perspectief en
ervaringen gedeeld rondom bewegen en sporten voor ouderen en chronisch
zieken. Er is gesproken met o.a. fysiotherapeuten, sportcoaches, huisartsen,
buurtcoaches.
Hoe ervaart de professional de beleving rondom sporten en bewegen door ouderen
en chronisch zieken in de praktijk?
Onderscheid: de professional geeft aan dat het belangrijk is om een onderscheid te
maken tussen ‘sport’ versus ‘bewegen’. Echt ‘sporten’ komt minder vaak voor dan
(alledaags) ‘bewegen’. De echte ‘sportieve’ persoon blijft vaak ook na zijn of haar
65e nog sporten, maar dit is vaak een kleine groep die zichzelf prima weet te redden.
Het merendeel beweegt minder en vaak is er sprake van een medische noodzaak
en/ of multi- problematiek.
Sociale factor: een prominente factor die de professional benoemt is de sociale
factor. Wanneer sprake is van een hoge ‘gezelligheidsfactor’ blijken ouderen en
chronisch zieken de toegang tot bewegen als positief te ervaren. Er wordt
gezamenlijk en laagdrempelig naar een doel toegewerkt rondom bewegen en er is
vaak sprake van sociale controle. Het meenemen van de / een partner, zoals dat in
maatjesprojecten gebeurt, blijkt ook succesvol. Daarnaast blijkt het positief te
werken wanneer er aan andere sociale activiteit aan de beweegactiviteit wordt
gekoppeld zoals samen koffie drinken of eten.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
14
Groepen: bij het bewegen in groepen dient de professional goed te kijken of het
wenselijk is om met heterogene of homogene groepen te werken. Bij sommige
ziektebeelden, zoals Parkinson, blijkt in de praktijk namelijk dat zij graag in
homogene groepen bewegen. Er is sprake van ‘lotgenotencontact’ en men voelt
zich zekerder (en minder schaamte) bij het bewegen. Bij dementie of COPD kan het
daarentegen weer goed werken om met heterogene groepen te bewegen. Men kan
elkaar helpen (bij dementie is vaak sprake van afhankelijkheid van een maatje) en
stimuleren. Ook wordt er een voorbeeld genoemd om ‘gezonde’ versus ‘minder
gezonde’ mensen aan elkaar te koppelen of bijvoorbeeld jongeren met obesitas aan
ouderen met een ziektebeeld.
Financiële prikkel: een prominente factor is de financiële factor. De professional
geeft aan dat een tijdelijke en / of kleine financiële prikkel positief bijdraagt aan
zowel in het beweging komen als in beweging blijven. Met het woord ‘kleine’ doelt
de professional op het feit dat de tegemoetkoming niet persé hoog/ groot moet
zijn, omdat het ook belangrijk is dat de cliënt intrinsiek gemotiveerd is om te
bewegen. De keuze om wel of niet te bewegen mag niet geheel afhankelijk zijn van
de externe financiële prikkel.
Begeleiding: een derde factor is die van
deskundigheid. De professional merkt dat het
bieden van frequente en intensieve deskundige
begeleiding, stimulerend werkt bij ouderen en
chronisch zieken. Het blijkt ook te helpen wanneer
deze professional de burger ‘mee over de streep
trekt’. Het neemt gevoelens van angst en
onzekerheid weg, maar ook is een deel van deze doelgroep gevoelig voor autoriteit/
professionaliteit: ‘Als de dokter of de fysiotherapeut het zegt, dan is het ook zo’.
Wel moet het de burger goed helder zijn dat de professional niet de oplossing maar
ondersteuning biedt. Het is belangrijk dat de professional gesprekstechnieken
beheerst om de burger of chronisch zieke goed te kunnen ondersteunen.
Knelpunten bespreekbaar maken, gedragveranderingen signaleren en hierop
reageren wordt steeds belangrijker.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
15
Eigen inzicht: de professional ervaart dat een groot
deel van de ouderen en chronisch zieken zich niet
bewust is van ‘het nut’ en ‘de lol’ van bewegen, of vaak
geen zicht heeft op de mogelijkheden die er zijn om te
bewegen. Er wordt veelal gefocust op de eigen
beperkingen, de belemmeringen die bewegen met zich
meebrengen (blessures) of men weet simpelweg niet wat en waar het aanbod is.
Daarnaast is er ook sprake van angst of onzekerheid om te gaan bewegen. Er ligt
een belangrijke taak voor de professional om de burger of chronisch zieke te
begeleiden in zelfmanagement.
Duurzaamheid: het bewegen is vaak niet duurzaam; wanneer de medische
noodzaak wegvalt, stopt vaak ook het bewegen. De professional vraagt zich af hoe
hij bij kan dragen tijdens de behandeling, gericht op het voortzetten van bewegen
na afloop van de behandeling.
De professional ervaart zelf last van het gebrek aan financiële ondersteuning vanuit
de overheid of het bedrijfsleven. Dit is nodig om programma’s duurzaam te kunnen
aanbieden en te borgen, inclusief een goede deskundigheid. Wanneer het aanbod
alleen uit de portemonnee van de cliënt moet komen, kan dit een extra drempel zijn
om niet te gaan bewegen.
Praktische redenen die het in beweging komen en blijven negatief beïnvloeden zijn
ook genoemd. De ouderen en chronisch zieken geven vaak als reden aan dat zij
geen vervoer hebben, het te ver weg is, dat het tijdsprogramma van de
beweegactiviteiten niet overeenkomt met hun eigen schema, of dat de
sportaccommodatie niet aansluit bij hun behoeften. Hiermee wordt gedoeld om
bijvoorbeeld grotere sanitaire voorzieningen voor mensen in een rolstoel, hulp bij
het aan- en uitkleden of de mogelijkheid met hulpmiddelen te bewegen.
Leefstijlinterventie is belangrijk! De professional geeft aan dat het belangrijk is te
investeren in een positieve beeldvorming rondom bewegen bij de doelgroep
ouderen en chronisch zieken. Het gaat dan om het wegnemen van angsten,
onzekerheden en onjuiste beeldvorming. Tegelijkertijd moet geïnvesteerd worden
in het bieden van goede randvoorwaarden zoals veiligheid, deskundigheid en
toegankelijkheid. Er moet ook blijvend worden geïnvesteerd in deskundigheid om
de kwaliteit en duurzaamheid van bewegen te kunnen borgen. De professional is
nu nog vaak beperkt tot het bieden van een aantal sessies.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
16
De burger zet daarna het bewegen vaak niet (zelfstandig) voort. Financiën of
bureaucratische eisen mogen geen reden zijn voor de professional om het traject te
stoppen. Daarnaast wordt steeds meer beroep gedaan op vrijwilligers en
mantelzorgers. Dit vraagt ook aandacht voor de deskundigheid van deze groep
semi- professionals
6. Conclusie
Voor burgers is het belangrijk dat er een laagdrempelig en toegankelijk lokaal
aanbod komt dat aansluit bij hun interesse en mogelijkheden. Dit aanbod moet
gemakkelijk vindbaar zijn, betaalbaar en flexibel toegankelijk in tijd. Hierbij is de
sociale component van groot belang. De gezelligheidsfactor, sociale controle en het
elkaar stimuleren draagt bij aan het in beweging komen. Bij het samenstellen van
groepen moet wel gekeken worden naar de behoeften van de doelgroep zelf om in
heterogene of homogene groepen te bewegen. Daarnaast worden zij graag
uitgenodigd en betrokken door mensen die zij kennen.
De kosten en gebondenheid aan een bepaald instituut (bijvoorbeeld een
sportschool) vormen een grote drempel, evenals administratieve ‘rompslomp’ en
inschrijfgeld. Een frequente en deskundige begeleiding wordt vooral door chronisch
zieken als belangrijk stimulerend, maar ook als voorwaardelijk element genoemd.
Ook praktische, logistieke en financiële
ondersteuning is nodig wanneer men door ziekte
of ouderdom afhankelijk is van middelen of
mensen die zorg bieden bij het bewegen.
De belangenorganisaties geven aan dat het
belangrijk is de eigen regie en het centraal zetten
van mogelijkheden in plaats van beperkingen,
een belangrijk punt vormt bij het in beweging komen en blijven. De beeldvorming
rondom bewegen moet positief en waardevol zijn, en men moet plezier krijgen in
bewegen. Een randvoorwaarde is wel dat er frequente en intensieve begeleiding
wordt geboden waardoor mensen zich veilig en gehoord voelen. Wanneer
meerdere zorgverleners in beeld zijn (zoals de huisarts, apotheek of diëtist) is het
belangrijk een integrale aanpak te handhaven. De belangenorganisaties
benadrukken het sociale component als bevorderende factor om te gaan
bewegen. Over het aanbod geeft men aan dat dit financieel haalbaar moet zijn en
toegankelijk voor mensen met een bepaald ziektebeeld. Ook moet er flexibel met
tijden worden omgegaan en moet rekening worden gehouden met extra logistieke
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
17
of praktische zorg die een burger nodig heeft bij bewegen. Het helpt als het aanbod
dichtbij huis plaatsvindt.
De professionals zien de sociale component als belangrijke basis om tot bewegen te
komen. De collectieve ambitie, de gezelligheidsfactor en het verbinden van een
andere sociale activiteit naast het bewegen werkt bevorderend. Het aanbod dient
gemakkelijk vindbaar te zijn, laagdrempelig en nabij. Het hangt van de groep/ het
individu af of dit heterogeen of homogeen georganiseerd moet worden.
Professionals pleiten voor nauwe samenwerking binnen de keten. Daarbij dient
naar een integrale, leefstijlgerichte aanpak gestreefd worden. Om meer bewegen
daadwerkelijk mogelijk te maken, kan de ondersteunende hulp van vrijwilligers
ingeschakeld worden. Daarnaast blijft wel een goede deskundige begeleiding van
belang. De financiële prikkel speelt een belangrijke rol. Naast een eigen bijdrage zal
een tegemoetkoming mensen over de drempel helpen en stimulerend werken.
Ouderen, chronisch zieken, de belangenverenigingen en professionals zijn het over
een aantal onderwerpen duidelijk eens. Zo delen zij allen dat het sociale component
een bevorderende factor is wanneer het gaat om bewegen. Wel moet goed
vraaggericht maatwerk worden verricht door
bijvoorbeeld met heterogene of homogene
groepen te werken, afhankelijk van de
behoeften en mogelijkheden van de doelgroep.
Daarnaast noemen allen de financiële prikkel
als motiverend om tot beweging te komen.
Bij het aanbod van bewegen geldt dat dit
laagdrempelig moet zijn, aansluitend bij de
interesse en in de buurt van de doelgroep moet plaatsvinden. Bij het bewegen is
deskundige begeleiding belang. Wanneer meerdere professionals in beeld zijn,
strekt een samenwerking en integrale aanpak tot de aanbeveling. Tot slot delen
allen dat de beeldvorming van bewegen positief moet zijn. Houdt hierbij rekening
met het onderscheid tussen bewegen versus sporten. Men moet het nut en het
plezier van bewegen inzien. Hierin kunnen alle partijen een bijdragen leveren door
elkaar te motiveren tot bewegen en in beweging blijven.
Het is belangrijk dat diverse partijen gaan samenwerken en verbinden om
bijvoorbeeld een vindplaats in de regio te creëren, rondom beweegactiviteiten. In
het ontwikkelen en aanbieden van beweegaanbod, moeten partijen zoals
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
18
sportverenigingen, de gemeente, scholen en zorgverzekeraars ook een rol krijgen.
Een gezamenlijke aanvraag voor een fonds zou een goede stap zijn. Een vervolg kan
een gestroomlijnde samenwerking (‘ketenaanpak’) opleveren waarin men op de
hoogte is van elkaars aanbod en burgers snel en goed worden doorverwezen. Het
beweegaanbod moet gemakkelijker lokaal vindbaar zijn.
7. Aanbevelingen en handreikingen
“In beweging door verbinding”
Hieronder vindt u de aanbevelingen en handreikingen op een rij die door de burger,
belangenverenigingen en professionals zijn gegeven.




(Blijven) investeren in de sociale component bij beweegactiviteiten. Dit
draagt niet alleen bij aan het tot beweging komen en blijven, maar mogelijk
ook tot het integreren van bewegen in de leefstijl, evenals het tegengaan
van sociaal isolement. Ook kan bijgedragen worden aan sociale activering
door andere activiteiten aan het bewegen te koppelen. Maak ook
verbindingen met andere doelgroepen die meer moeten bewegen,
bijvoorbeeld mensen met obesitas.
Investeren in de beeldvorming rondom bewegen. Inzicht in bewegen
vereist bij een gedeelte van de doelgroep een mentaliteits- en
gedragsverandering. Angsten en door de persoon ervaren belemmeringen
moeten geminimaliseerd worden. Dit kan door middel van scholing en
voorlichting door bijvoorbeeld de doelgroep zelf als ambassadeurs van
bewegen. Laat mensen laagdrempelig kennis maken met meerdere vormen
van bewegen
Creëer financiële prikkels om de doelgroep in beweging te krijgen en te
houden, maar ook om deskundigheid te kunnen leveren en duurzaam
ondersteuning te kunnen bieden
Het aanbod voor en door de doelgroep ontwikkelen. De
belangenorganisaties en de professionals dienen zelf een rol in dit
ontwikkelproces te spelen om zo optimaal aanbod te kunnen ontwikkelen.
Het is belangrijk om de wensen en behoeften van de doelgroep tijdig mee te
nemen. Zo worden hun interesses meegenomen, maar wordt ook de eigen
regie en de mogelijkheden meegenomen.
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
19




Het aanbod moet vindbaar zijn en laagdrempelig zijn. Creëer een duidelijke
vindplaats voor het aanbod en biedt de mogelijkheid diverse
beweegactiviteiten kennis te maken.
Stimuleer ketenaanpak in zowel het ontwikkelen en aanbieden van
beweegaanbod, als snelle en korte lijnen kunnen leggen in cliëntperspectief.
Creëer structuur in beweegstimulering. Denk ook aan de wijkaanpak waarbij
naar de doelgroep toegegaan wordt.
Aandacht voor de rol en deskundigheid van mantelzorgers en vrijwilligers.
Hoe kunnen zij ondersteunend zijn aan de professional? Blijf ook investeren
in de deskundigheid van deze groep. Denk ook aan ondersteunende
vrijwilligers zoals jongeren die werkervaring via maatschappelijke stages op
moeten doen. Het betrekken van mensen in uitkeringen in het kader van
sociale activering, kan helpen om vrijwilligers te vinden.
Houd rekening met culturele diversiteit evenals de socio- economische
omstandigheden van de burger in de aanpak.
Op de website van Zorgbelang Gelderland kunt u meer informatie
vinden over dit project?
www.zorgbelanggelderland.nl
[email protected]
Telefoon: 026-384 28 22
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
20
8. Samenvatting
Burgers
Belemmerende factoren
Bevorderende factoren
-
-
-
Financiën
Administratieve en
bureaucratische procedures
Ontbreken nabijheid van het
beweegaanbod
Onvoldoende maatwerk bij
groepsactiviteiten
Teveel focus op
belemmeringen of
aanwezigheid van angst
-
Belangen
organisaties
-
-
Professionals
-
-
Ervaren van belemmeringen
rondom ziekte en ouder
worden (alleen beperkingen
zien en niet mogelijkheden)
Afhankelijkheid van
(mantel)zorg en apparatuur
Niet flexibele tijden
Niet passend aanbod
Aanbod is ver van huis
Ontbreken financiële
mogelijkheden
Incorrecte beeldvorming
bewegen bij de doelgroep
Onvoldoende financiën om
duurzaamheid van bewegen te
borgen
Praktische factoren
(tijdschema, logistiek,
afhankelijkheid van zorg en
apparatuur
-
-
-
Sociale factoren: introductie bij activiteit
door een bekende
Aansluiten bij voorkeuren van de
doelgroep
Laagdrempelige kennismaking met
diverse beweegactiviteiten
Flexibel toegankelijk in tijd
Ondersteuning en begeleiding van
deskundigen
Positieve beeldvorming rondom
bewegen
Inzicht krijgen in de interesse van de
doelgroep en inzoomen op
mogelijkheden
Afstemmen op culturele aspecten
Professionele ondersteuning
Financiële prikkel
Stimuleren van de eigen regie en bewust
maken van de eigen mogelijkheden
Afstemming met overige betrokken
professionals die in beeld zijn
Sociale prikkel, maar wel rekening
houden met behoefte en mogelijkheden
om al dan niet in groepen te bewegen
Passend en vindbaar aanbod
Sociale stimulering
Financiële stimulering
Passend aanbod
Maatwerk
Deskundigheid bij professionals en
vrijwilligers
Bewegen integreren in leefstijl
Kennismaking met diverse sporten
Ketenaanpak professionals
Gemakkelijke vind plek van aanbod
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
21
9. Bibliografie
-
www.galm.nl
-
www.sportinarnhem.nl
-
www.sjorsportief.nl
-
www.wandelmaatje.nl
-
Lindert, C. van der, (2009). Fit for Life: (on)bereikbaar doel? Quickscan Sport,
22
Bewegen en Ouderen. W.J.H. Mulier Instituut/TNO Kwaliteit van Leven. Den
Bosch/Leiden.
-
NISB rapporten
-
TNO
 Fitness voor ouderen in de beweegtuin:
http://www.medicalfacts.nl/2008/08/26/fitness-voor-ouderen-in-debeweegtuin/
 GALM: http://www.geldersesportfederatie.nl/gemeente/gezondeleefstijl/buurt/galm
 Breedtesport: http://www.sportenindoesburg.nl/
 Buiten komt voorbij: http://www.buitenkomtvoorbij.nl/#!Introductie
 Ouderenbonden:
http://www.zorgbelanggelderland.nl/nieuwsbrieven/2013/11/ouderenbond
en/
 Stichting Koprol: http://www.stichtingkoprol.nl/activiteiten/bewegen-voorouderen
Zorgbelang Gelderland: In beweging door verbinding 2013
Download