'Moederdocument' Afspraken Uitvoering Reorganisatie Politiewet 2012 Bijlage 9 / 16 Keuze Functievolger lagere Functieschaal Bijlage 9 Functievolger naar een functie met een lagere functieschaal (-1) wordt op verzoek aangewezen als herplaatingskandidaat. Vaststelling: korpschef, 28 november 2014 Voor de reorganisatie Politiewet 2012 zijn afspraken gemaakt over de wijze waarop functievergelijking plaatsvindt. Kort samengevat komt het erop neer dat eerst wordt beoordeeld of het taakgebied, waarbinnen de medewerker werkzaamheden zijn opgedragen binnen een team/afdeling, in de nieuwe organisatie terugkeert. Zo ja dan wordt de medewerker als functievolger geplaatst op de eigen LFNP functie, mits deze voorkomt in dat team. Komt de eigen LFNP functie niet voor, dan kijkt een Commissie Functievergelijking (CFV) of de functie van de medewerker vergelijkbaar of uitwisselbaar is met een LFNP functie die wel voorkomt in dat team. Daarbij moet de CFV als vertrekpunt voor de vergelijking kijken naar het feitelijk samenstel van werkzaamheden dat is vastgelegd in de uitgangspositie voor overgang naar het LFNP. Gelet op voornoemde opdracht aan de CFV komt het voor dat zij adviseert om een medewerker als functievolger aan te wijzen voor een functie die lager is gewaardeerd dan de oorspronkelijke functie. Afgesproken is dat medewerkers die functievolger worden voor een functie met een lagere schaal, kunnen vragen om aangewezen te worden als herplaatsingskandidaat. Dit verzoek wordt altijd gehonoreerd. De medewerker volgt dus de functie, tenzij hij een verzoek doet tot aanwijzing als herplaatsingskandidaat. De reden van deze afspraak is als volgt: In de Reorganisatie Politiewet 2012 geldt een bijzondere afspraak voor herplaatsingskandidaten, die is vastgelegd in artikel 55ob Barp. Hierin is bepaald dat een herplaatsingskandidaat die op een lager functieniveau is herplaatst, een functie moet worden aangeboden op het niveau van de functie die hij had voor overgang naar het LFNP. Dit betekent dat ook al wordt een herplaatsingskandidaat in eerste instantie op een passende functie met een lager schaalniveau herplaatst, het korps verplicht blijft om deze medewerker een functie aan te bieden op het eerdere hogere functieniveau. Deze verplichting heeft het korps niet ten aanzien van de medewerker die als functievolger op een lager functieniveau wordt geplaatst. Daardoor ontstaat er een verschil in rechtspositie die bij het tot stand komen van deze bepaling niet was voorzien. Daarom krijgt de (mogelijk) functievolger in deze situatie de keus voorgelegd om aangewezen te worden als herplaatsingskandidaat. De medewerker, die op zijn verzoek aangewezen wordt als herplaatsingskandidaat krijgt vervolgens de gelegenheid om aan de PAC zijn voorkeur aan te geven voor passende beschikbare functies. In haar advies is de PAC onverkort gehouden aan de plaatsingsvolgorde die artikel 8, derde lid LSS voorschrijft en de extra opdracht die zij van de korpschef heeft gekregen. Deze opdracht aan de PAC is opgenomen in bijlage 12. Rechtspositionele consequenties Voordat de medewerker een weloverwogen keus kan maken, moet hem bekend zijn wat de gevolgen zijn van plaatsing op een functie met een lagere schaal. Hierna worden de rechtspositionele consequenties van plaatsing als functievolger kort weergegeven. 1 1. De medewerker heeft een functie met tenminste 24 OVW punten en wordt functievolger voor een functie op hetzelfde- of een lager functieniveau, maar zonder ten minste 24 OVW punten . - De medewerker behoudt diens (hogere) salarisschaal (artikel 6, vijfde lid, Bbp); - Als de medewerker al OVW periodieken betaald krijgt, dan behoudt hij deze. Reeds betaalde OVW periodieken behoren bij het salaris en daarnaast is het zo dat een medewerker OVW periodieken alleen kwijtraakt ingeval van vrijwillige sollicitatie (art. 9a, vijfde lid, Bbp). Daar is bij functie volgen geen sprake van. - De medewerker houdt ook recht op OVW periodieken die nog niet uitbetaald zijn (verdere uitloop) op grond van artikel 9a, vijfde lid Bbp. Hier wordt gesproken over ‘periodieken die op grond van dit artikel worden verkregen”. 2. De medewerker heeft een functie met tenminste 24 OVW punten en wordt functievolger voor een functie met een hoger functieniveau, maar met minder dan 24 OVW punten. Bij plaatsing op een hoger gewaardeerde functie met minder dan 24 OVW punten wordt bij inschaling rekening gehouden met de reeds uitbetaalde OVW periodieken. Dit volgt uit artikel 10, vierde lid Bbp. Het is uiteraard niet zo dat die medewerker nog OVW periodieken in de hogere schaal krijgt. Die functie geeft dat recht niet en dat recht had de medewerker in de oorspronkelijke functie ook niet. 2