ons

advertisement
TRANSACTIONELE ANALYSE
ouder
ouder
volwassene
volwassene
kind
kind
1
LEIDERSCHAP ALS PROCES
1. Vertrouwensrelatie ontwikkelen
2. Visie ontwikkelen en communiceren
3. Dialoog op alle niveaus organiseren en
stimuleren
4. Win - win afspraken over doelstellingen,
middelen, prestatiemaatstaven
5. Consensus over principes
6. Empowerment
7. Begeleiding - coaching
8. Persoonlijke groei stimuleren
9. Optimisme uitstralen
 vertrouwen - perspectief - zelfmanagement - coaching
2
Lerende Organisaties hebben:
1. Een sterke, inspirerende en gedragen missie
2. Een strategie die daarbij aansluit en die haalbare ambities
samenbrengt in een logisch plan dat door alle
medewerkers ervaren wordt als ‘ons plan’
3. Een beleid dat prioriteit geeft aan de lange termijn, en
aansluit bij de strategie
4. Een structuur die medewerkers bevrijdt, ruimte biedt voor
verantwoordelijkheid voor mensen en teams, en
stimulerend werkt in de richting van de strategie
5. Een werkorganisatie die maximaal op processen is gericht,
en waar mogelijk met projecten werkt
6. Systemen die in de eerste plaats het leren van mensen
ondersteunen doordat ze via inspraak zijn gekozen en
ontwikkeld, en voldoende specifiek zijn voor hun gebruikers
7. Een leiderschap dat het beste uit medewerkers weet te
halen op korte en vooral lange termijn, en dat
samenwerking en persoonlijke groei bevordert
8. Een leiderschap dat sterk met de organisatie cultuur bezig
is
3
Lerende Organisaties hebben: vervolg
9. Een royale focus op de ontwikkeling van relevante
kennis in alle activiteiten, waarbij iedereen maximaal
betrokken wordt in functie van competenties en
mogelijke resultaten
10. Medewerkers die een sterk mentaal contract hebben
met de organisaitie en met hun werk, en matuur die
genoeg zijn om hun ego-behoeften ondergeschikt te
maken aan hun opdracht
11. Een sterke cultuur van respect, openheid,
verantwoordelijkheid, samenwerking, participatie in
besluitvorming, empowerment
12. Een lerende houding op individueel, op team-niveau en
op niveau van de organisatie als geheel
4
Etiket leidinggeven (1)
1. Frustratie is de brandstof voor verandering en
ontwikkeling. Voor een goede verbranding zijn per deel
brandstof (frustratie) vijftien delen lucht (veiligheid) nodig.
2. Als medewerkers evenveel energie beginnen steken in
het vinden van oplossingen als ze vroeger staken in het
vinden van excuses, dan is er voor alles een oplossing.
3. Goed leidinggeven begint bij verantwoordelijkheid nemen
voor de werkelijke effecten van wat je doet.
4. Wie graag de leiding neemt heeft niet noodzakelijk het
nodige talent daarvoor, maar misschien een dominant
karakter.
5. Ik ben niet geïnteresseerd in de excuses voor gedrag,
maar in de gevolgen (effecten).
5
Etiket leidinggeven (2)
6. Medewerkers hebben nog liever een authoritaire leider die
correct omgaat met principes, dan een respectvol persoon
die er niet mee bezig is.
7. Een roddelcultuur ontstaat als mensen hun frustraties
ventilleren over het gebrek aan eenduidige en correct
gerespecteerde spelregels.
8. Het is niet belangrijk wie gelijk heeft, het enige belangrijke is
waar we het over eens zijn om te proberen.
9. Blijf weg uit elke polariteit met medewerkers, zoek het
derde punt in elke situatie. Zet U altijd aan dezelfde kant
van het probleem.
10. Van relatie naar integratie groeien is een kwestie van de
moed opbrengen om te confronteren; van taak naar relatie
groeien is moeilijker omdat het meer een kwestie is van
kunnen omgaan met de complexiteit van de menselijke
psychologische architectuur.
6
Etiket leidinggeven (3)
11. Het probleem met mensen met een
winnersmentaliteit, is dat ze op relationeel vlak
verliezers creëren.
12. Inspraak zonder inzicht leidt tot uitspraken
zonder uitzicht.
13. De mens staat in z’n eigen schaduw, en vraagt
zich af waarom het donker is. (Seneca)
14. Hoe groter het ego van de leider, hoe kleiner
de kans dat de organisatie zijn talenten zal
vermenigvuldigen.
15. Besproei de planten, niet het onkruid. (Fletcher
Peacock)
7
Etiket leidinggeven (4)
16. Leren is geen kwestie van een vat vullen, maar van
een vuur aansteken. (Rudolf Steiner)
17. Leiders met een trekpaardensyndroom, trekken de
kar zelf, terwijl de paarden erop zitten.
18. Wie op de kip knijpt om sneller meer eieren te
hebben, zal vaststellen dat de eierproductie daalt.
19. Wie de knoop doorhakt, zal opnieuw een knoop
moeten leggen als hij een touw (team) nodig heeft.
20. Wie gehoorzaamheid van medewerkers nastreeft,
leert ze om de schijn te wekken dat de broek wiggelt.
8
Wie geen deel van de oplossing is, wordt een
deel van het probleem.
9
Download