naar die zelfanalyse

advertisement
Netwerk Overheidsparticipatie
Dit is een netwerk voor gemeente-ambtenaren die zich bezig houden met burger- en overheidsparticipatie. Het netwerk
komt ca. 6 x per jaar bij elkaar om kennis en ervaring uit te wisselen. Momenteel wordt gewerkt aan een hulpmiddel voor
gemeenten die aan de slag willen met overheidsparticipatie. Het netwerk wordt ondersteund door minBZK en KING.
Wil je ook deelnemen aan het netwerk, meld je dan aan bij: [email protected]
Mini zelfanalyse overheidsparticipatie
We zien een beweging van burger- naar overheidsparticipatie: steeds vaker zijn het niet meer de burgers die mogen
meepraten met de gemeentelijke plannen, maar wordt de gemeente gevraagd zich aan te passen aan de wensen en
initiatieven van burgers. Deze zelfanalyse geeft inzicht in hoe jij daar in jouw gemeente mee omgaat.
Hoe hoger je score, hoe meer je werkt als participerende gemeenteambtenaar die probeert aan te sluiten op wensen en
initiatieven van burgers. Let op: de zelfanalyse is bedoeld als reflectie. Op basis van je scores kun je zelf of met anderen
reflecteren over vragen als: wat doe je nu al wel, wat doe je (nog) niet en waarom, wat kan er beter, wat heb je daarvoor
nodig en wat ga je daar concreet voor/aan doen?
De zelfanalyse bestaat uit vijf onderdelen, allen van belang bij overheidsparticipatie:
1. Doen: ga vooral aan de slag! Geen nota’s maar ga praten met initiatiefnemers. Klein beginnen.
2. Doel: wat is jouw persoonlijke doel/motivatie? En hoe verbind je dat met maatschappelijke-, beleids- en
organisatiedoelen?
3. Raad: hoe verandert de rol van de raad bij overheidsparticipatie en wat kan jij daaraan bijdragen?
4. Geld: kan/wil je sturen met geld?
5. Organisatieverandering: welke aspecten zijn van belang voor een goed organisatieveranderproces?
De zelfanalyse is nog in ontwikkeling. We willen de komende tijd bij een groep gemeente-ambtenaren toetsen of het kan
helpen bij hun zoektocht naar overheidsparticipatie. Verbetersuggesties zijn welkom!
Doen
Ja
1
2
3
N
4
1
2
3
N
4
Ik werk vanuit mijn eigen professionele doel, maar hou daarbij ook altijd het
maatschappelijke en het gemeentelijke doel voor ogen.
10. Ik toets mijn eigen inzet regelmatig aan het doel dat ik met
Overheidsparticipatie wil bereiken.
11. Wat betreft overheidsparticipatie ben ik meer een verleider dan een leider.
Ja
Raad
1
2
3
N
4
12. Ik krijg van de raad de ruimte om zo nodig ook zonder duidelijk
‘raadsmandaat’ aan de slag te gaan
(liever achteraf vergiffenis vragen dan vooraf toestemming).
13. Ik spreek wel eens met raadsleden over hun en mijn eigen rollen.
14. Ik help onze raadsleden met sturen op maatschappelijke meerwaarde.
15. Ik werk liever samen met bewoners een beetje buiten het zicht of “onder
de radar” van de raad.
16. Ik vind dat onze raad niet echt democratisch functioneert.
17. Ik zorg dat ook raads- en collegeleden af en toe kunnen ‘scoren’ met
maatschappelijke initiatieven.
Ja
Geld
1
2
3
N
4
1
2
3
N
4
1.
Om met bewoners in gesprek te gaan, hoef ik vooraf niet precies te weten
wat er speelt of wat mijn mogelijkheden en bevoegdheden zijn.
2.
Wat ik doe is vooral aansluiten bij wat er speelt in de lokale samenleving.
3.
5.
Kleine experimenten (quick wins) hebben vaak meer zeggingskracht dan
een nieuwe nota of beleidsvisie.
Ik probeer zoveel mogelijk ruimte te geven aan initiatieven, ook als
daardoor intern meer risico’s kunnen ontstaan.
Ik schuif regelmatig aan bij bewonersoverleggen of initiatiefbijeenkomsten.
6.
Mijn motto: wat heb ik vandaag gedaan voor bewoners van de gemeente?
4.
Doel
7.
8.
Ja
Faciliteren van bewoners staat centraal in alles wat ik in mijn werk doe.
Mijn persoonlijke doelen kan ik goed verbinden aan het werk dat ik doe.
9.
18. Ik vind dat geld bij overheidsparticipatie zelden een cruciale rol speelt.
19. Onze gemeente moet zo min mogelijk geld steken in maatschappelijke
initiatieven (bv: alleen voor ontmoetingen en koffie, want als we meer gaan
betalen worden we eigenaar van het initiatief.)
20. In onze gemeente hebben we goede financiële instrumenten ter
ondersteuning van initiatieven (initiatievenpot, subsidies, etc).
21. Ik heb voor bewoners die voor een initiatief geld vragen, diverse suggesties
voor financieringsmogelijkheden waarbij de gemeente geen rol speelt.
22. Ik draag bij aan transparantie en openbaarheid over geldstromen in onze
gemeente
Ja
Organisatieverandering
23. Ik zie Overheidsparticipatie als een (permanent) veranderproces voor de
hele organisatie: structuur, cultuur, competenties, experimenten…
24. Ik organiseer steun vanuit de ambtelijke en bestuurlijke top voor mijn
experimenten
25. Ik heb een lange adem; ik blijf mijn doelen nastreven en uitdragen met oog
voor timing, dosering en energie van anderen.
26. Ik heb een intern clubje Overheidsparticipatie-pioniers om mij heen
verzameld, om samen op te trekken.
27. Ik leer en profiteer van de interne weerstand tegen verandering.
28. Ik haal ‘de buitenwereld’ zoveel mogelijk de interne organisatie in, om zo
externe druk te organiseren voor de nodige verandering.
Ja
Uitleg antwoordenschaal: 1 = zeer mee oneens, 2= grotendeels mee oneens, 3 = grotendeels eens, 4 = zeer mee eens
Download