Present Simple (de meest simpele vorm van de tegenwoordige tijd) Wanneer gebruik je de present simple? De present simple is de meest simpele vorm van de tijden. De present simple gebruik je in een aantal gevallen: feiten Water boils at 90 degrees. When I am in England, I buy something at Harrods. I work in a school. Gevoelens of emotie Signaalwoorden: think, feel, love, like I think that is a good idea. I like ice cream. I am happy when I play with my dog. Tijdsuitdrukkingen , routines en gewoonten Signaalwoorden: always, often, usually You usually wear a tie to work I always drink tea in the morning When I walk my dog I always go into the park. Dingen die altijd gebeuren en nou eenmaal zo zijn The sun rises in the east. Flowers grow in spring Acties die meteen ophouden op het moment dat ze gebeuren (in een seconde) I pick up the phone Hoe maak je de present simple? De stam van het werkwoord. In het Engels is dit meestal het hele werkwoord. Bijv. To work wordt: I work Oefenen: Maak de volgende zinnen compleet en vul het juiste werkwoord in. I ………….my dinner at six o’clock (eten) You .......always count on me (kunnen) We ........the best of friends (zijn) Signaalwoorden: Dit zijn woorden waardoor je in een zin in 99% van de gevallen meteen kunt zien welke tijd je moet gebruiken. De signaalwoorden voor de present simple zijn: Always, often, usually Uitzonderingen: Hij/zij/het krijgen een s. I play -> he plays Het werkwoord to be heeft een onregelmatige vorm: I am You are He is She is It is We are You are. Vragend maken: Gebruik een vorm van To do wanneer je vragend maakt, behalve wanneer er een vorm van to be of een hulp werkwoord in de zin staat. Regel: Staat er geen am, is, are in de zin of can -> dan gebruik je do of does To do + onderwerp + hele werkwoord Do you play guitar? Het hulpwerkwoord is het werkwoord dat veranderd in de zin, zowel in de tegenwoordige tijd als in de verleden tijd. Dit is ook het werkwoord dat vervoegd wordt. Does he play guitar? Ontkennend maken (vorm van niet gebruiken): Hiervoor geldt hetzelfde als bij vragend maken. Gebruik een vorm van To do wanneer je de zin ontkennend maakt, behalve wanneer er een vorm van to be of een hulp werkwoord in de zin staat. Regel: Staat er geen am, is, are in de zin of can -> dan gebruik je don’t of doesn’t onderwerp + do + not + hele werkwoord You don’t play guitar? Het hulpwerkwoord is het werkwoord dat veranderd in de zin, zowel in de tegenwoordige tijd als in de verleden tijd. He doesn’t play guitar? Present continuous Wat is de present continuous? Continuous betekent in het Engels “doorgaand” of “doorlopend”. Het is dus een tijd in de tegenwoordige tijd die langer duurt. Wanneer gebruik je de present continuous? 1. Om aan te geven dat je nu iets aan het doen bent. I can’t talk right now, I am working. 2. om een langere bezigheid aan te geven: I am reading the latest book by J.K. Rowling 3. Om irritatie aan te geven: I hate it when you are chewing your food with your mouth open. He is always playing loud music. Hoe maak je de present continuous? Je gebruikt altijd een vorm van to be (am, is, are) + ww+ ing I am working He is reading Signaalwoorden: LLAN -> Look! Listen! At the moment, now Uitzonderingen: Geen Vragend maken: Bij vragend maken begin je altijd met het werkwoord. I am singing -> Am I singing? Ontkennend: Bij ontkennend maken gebruik je een vorm van niet in de zin. I am singing -> I am not singing 2.5 Past simple Wat is de past simple? Een afgesloten gebeurtenis, een feit of moment opname in het verleden. Veel mensen verwarren deze tijd met de present perfect, omdat wij in het Nederlands de present simple en de present perfect omdraaien. De present simple is namelijk het voltooid deelwoord (afgerond, afgesloten, denken we niet meer aan) en de present perfect is de ovt (relevant tot aan nu) Wanneer gebruik je de past simple? 1. Tijdsuitdrukkingen. I prepared this class yesterday. 2. acties herhaald in het verleden of routines die tot het verleden behoren. He cycled to school everyday 3. een gevoel of sentiment in het verleden The Vikings were great warriors 4. de verleden tijd geeft aan dat een gebeurtenis voorbij is. I lived in South Africa ten years ago (and now I live in Holland) 5. beleefdheid. Hiermee maak je de vraag minder dreigend en direct. I wanted to ask you if you could lend me 10 dollars I was wondering if you had time to see me. 6. Een staat van zijn. Een veronderstelling. Een wat als situatie If you knew the answer, would you tell me? Hoe maak je de past simple? Je maakt de past simple door –ed achter het werkwoord te plakken. Walk -> walked Help -> helped Signaalwoorden: LADY -> Last, ago, dates in the past, yesterday. Uitzonderingen: De onregelmatige werkwoorden. Er zijn veel meer regelmatige werkwoorden dan onregelmatige werkwoorden in de Engelse taal, maar het is wel handig om ze te weten. Zie hieronder bij 1.4 alle onregelmatige ww op een rij. Vragend maken: Gebruik een vorm van To do wanneer je vragend maakt, behalve wanneer er een vorm van to be of een hulp werkwoord als can in de zin staat. Het hoofd werkwoord blijft altijd hetzelfde. did + onderwerp + hele werkwoord did you play guitar? Het hulpwerkwoord is het werkwoord dat veranderd in de zin, zowel in de tegenwoordige tijd als in de verleden tijd. Did he play guitar? Ontkennend maken: Gebruik een vorm van To do wanneer je de zin ontkennend maakt, behalve wanneer er een vorm van to be of een hulp werkwoord als can in de zin staat. Het hoofd werkwoord blijft altijd hetzelfde. onderwerp + did + not + hele werkwoord you did not play guitar? Het hulpwerkwoord is het werkwoord dat veranderd in de zin, zowel in de tegenwoordige tijd als in de verleden tijd. He did not play guitar? Past continuous Wat is de past continuous? De past continuous is een langere gebeurtenis in het verleden die opgehouden is. Wanneer gebruik je de past continuous? We gebruiken de past continuous om een langere bezigheid in het verleden aan te geven. Vaak wordt deze tijd in combinatie met de past simple gebruikt. De past simple werkt dan als het element dat de actie stopt: I was watching television when you called. Ook gebruiken we de past continuous om een irritatie in het verleden aan te geven. He was always playing guitar after ten o’clock. Hoe maak je de past continuous? Was/were + werkwoord + ing. Signaalwoorden: In samengestelde zinnen zie je vaak twee woorden terugkomen: while en when. While -> hierna komt meestal de present continuous When -> hierna komt meestal de past simple Uitzonderingen? Geen Vragend maken: Ook hier zet je net zoals de present continuous het hulp werkwoord voor aan in de zin. Was/were + onderwerp + ww + ing Ontkennend maken: Net zoals bij de present continuous zet je het woordje not in de zin. Onderwerp + was/were + not + ww + ing Present Perfect Wat is de present perfect? De definitie is: Een niet specifieke tijd in het verleden die nog niet afgerond is en tot aan nu kan duren. De simpele uitleg is: tot aan nu. En het resultaat is nog merkbaar Deze tijd is vaak lastig. Je gebruikt een voltooid deelwoord, terwijl in het Engels je de past simple gebruikt om het voltooid deelwoord aan te geven. Wanneer gebruik je de present perfect? 1. We gebruiken de present perfect om ervaringen aan te geven: I have been to France. (the past simple zou bijvoorbeeld zijn, I was in France last week) I have learned to speak English. 2. Verandering na een periode: You have grown since the last time I saw you.(tot aan nu, want morgen ben je niet meer zo snel gegroeid) 3. Prestaties: Doctors have cured many people from disease. (tot aan nu hebben ze veel mensen genezen) 4. Een nog niet afgesloten actie die nog verwacht wordt: Jack has not finished his homework yet. (tot aan nu is zijn huiswerk nog niet klaar) 5. Meerde acties tegelijkertijd: We have had many problems getting into town. (tot aan nu, want de problemen zijn over) 6. ervaringen tot aan nu: I have had a cold for two weeks now (de verkoudheid is ergens begonnen in het verleden en is er nog steeds) She has been in England for two weeks (ze is twee weken geleden vertrokken naar Engeland en is daar nog steeds). Hoe maak je de present perfect? Je gebruikt have/has + derde rijtje I have lost my keys Signaalwoorden: JUF EN SYSAR (just, until, for, ever, never, since, yet, so far, already, recently) Uitzonderingen: Geen Vragend maken: Bij vragend maken zet je het hulpwerkwoord voor aan de zin. I have lost my keys -> Have I lost my keys Ontkennend maken: I have lost my keys -> I have not lost my keys Past perfect Wat is de past perfect? Het is een gebeurtenis voor een gebeurtenis. Wanneer gebruik je de past perfect? Kijk naar de zin en de gebeurtenis die als eerste is gebeurd in het verleden, dus het meest in het verleden ligt, dat is de past perfect. Hoe maak je de past perfect? Je maakt de past perfect bijna hetzelfde als de present perfect, alleen gebruik je hier had i.p.v. have/has Had + derde rijtje. I had finished my coffee, before having breakfast Signaalwoorden: before Uitzonderingen: geen vragend maken: Bij vragend maken zet je het hulpwerkwoord voor aan de zin. I had lost my keys -> Had I lost my keys Ontkennend maken: I have lost my keys -> I have not lost my keys Passive tenses In de passive wordt het lijdend voorwerp omgedraaid met het onderwerp. Wat er wordt gedaan, wordt belangrijker dan wie het doet. Deze tijd wordt vaak gebruikt in kranten artikelen. Bijvoorbeeld een bank wordt beroofd door twee boeven. In de passieve tijd is het ontzettend belangrijk dat die bank beroofd is, maar door wie het is gedaan dat is minder interessant. Je stelt jezelf dus de vraag of er een actie wordt gedaan, of wordt ondergaan. Voorbeeld: I built the wall -> ik doe de actie, dus active The wall is built -> de muur ondergaat de actie, dus passive the Future De toekomende tijden kun je in principe op 4 manieren aanduiden: Present simple: Gebruik je alleen bij scheduled events. Dus dingen die in de nabije toekomst gaan gebeuren en die vast staan. The concert starts at eight o’clock. The shop closes at five Will (50%): de intentie. Er is een plan bedacht en er is een intentie om iets te gaan doen. Er is vluchtig over nagedacht. I will go to the cinema tonight. Going to (75%): het plan. Deze tijd is al iets zekerder. De intentie wordt omgezet in een plan klaar om het uit te gaan voeren. Er is iets meer over nagedacht. I’m going to call Gemma to see if she wants to come along to the cinema. Present continuous (100%): de uitvoering. Deze tijd is helemaal zeker. Er is over nagedacht en het plan wordt uitgevoerd. De acties zijn al uitgezet. Er is over nagedacht. I’m buying tickets for the film online. Passive Tenses Hoe maak je nou de passive? Present simple passive: Past simple passive: Present perfect passive: Past perfect passive: Present continuous passive: Past continuous passive: Future present passive: My grammar book is read by me. My grammar book was read by me My grammar book has been read by me My grammar book had been read by me My grammar book is being read by me My grammar book was being read by me My grammar book will be read by me Hiernaast gelden dezelfde regels als voor de “gewone” tijden. Dus: Je gebruikt de present simple passive als het een feit is of het gebeurt op het moment van spreken De past simple passive als het een feit is of een moment opname De continuous wanneer een activiteit langer duurt De present perfect wanneer iets nu nog relevant is of een niet specifieke tijd in het verleden De past perfect wanneer het een gebeurtenis voor een gebeurtenis is De future als je over de toekomst praat. Alleen staat het lijdend voorwerp vooraan.